Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Deze zomervakantie hebben wij weer snode plannen ontwikkeld om deze, grotendeels fietsend, door te brengen

Dovnload 169.28 Kb.

Deze zomervakantie hebben wij weer snode plannen ontwikkeld om deze, grotendeels fietsend, door te brengen



Pagina1/5
Datum07.07.2017
Grootte169.28 Kb.

Dovnload 169.28 Kb.
  1   2   3   4   5

Inleiding
Deze zomervakantie hebben wij weer snode plannen ontwikkeld om deze, grotendeels fietsend, door te brengen.
We beginnen met een treinreisje. De bedoeling is dat we in Groningen instappen en, met een tweetal overstappen, in Wenen weer het rijtuig verlaten. We nemen twee dagen om deze prachtige stad, en geboorteplaats van mijn oma, te bekijken. Daarna gaan we weer naar huis. Maar dat doen we ongemotoriseerd en niet via de kortste route. We pakken eerst een van de Greenways.

De Praag-Wenen Greenway (ongeveer 500 km) verbindt Praag en Wenen met elkaar over een zo autoluw mogelijk traject. We fietsen tussen historisch belangrijke steden, romantische kastelen, kerken en abdijen. Naast al deze geschiedenis voert de route ook nog eens door een van de meest mooie streken in Europa. De route gaat van de Vltava in Zuid-Bohemen naar de Dyje in Zuid Moravië.

De flora en fauna in de regio’s waar de Praag-Wenen-Greenway doorheen voert is minstens zo rijk als de lijst van de historische monumenten lang is. Onderweg komen we langs en door verschillende landschapsreservaten. Zeldzame watervogels, alpiene begroeiing, orchideeën en zeldzame uilensoorten in het Palava-gebergte (klimmen en dalen !), en enkele goed bewaarde moerasgebieden met hun natuurlijke rijkdom in de vorm van watervogels en waterplanten. In de bossen en op de steppe leven wilde dieren waar we in Nederland alleen maar van kunnen dromen. Ik hoop dat deze laatste op een respectabele afstand blijven, of het nu muggen zijn of wolven.
In Praag kijken we natuurlijk ook een tijdje rond. Saskia is er al vaker geweest en die gaat me een mooie rondleiding geven door de stad. Na een paar dagen zijn we moe van de stad en willen we maar al te graag weer op de fiets. Via de route van de Europafietser gaan we daarna weer naar door naar Nederland. Hiervoor gebruiken we het gidsje ‘Fietsen naar Praag’ zij het dan wij niet naar Praag fietsen, maar van Praag. Gelukkig kan dat ook.
De route loopt grotendeels langs rivieren. Praag uit fietsen we langs de Berounka en de Moldau. Voor Plzen (de oorsprong van het woord ‘pils’, altijd +1) volgen we nog het riviertje de Klabava. Bij het stadje het stadje Cheb zitten we aan de Ohre. Dan gaan we Duitsland in. Eerst langs de Kösseine waarmee we het Fichtelgebergte verlaten. Dan de Main, de Werra, de Weser, de Diemel en de Lippe. Met de Rijn komen we Nederland weer binnen bij Nijmegen. We zijn dan ongeveer 1200 km onderweg.
Van Nijmegen naar Baflo is dan nog maar een klein eindje. Ongeveer 260 kilometer. Hiervoor heb ik via de routeplanner van de Fietsersbond een mooie natuurroute laten plannen. Na ongeveer een maand komen we dan weer thuis.

Donderdag 10 juli : Baflo – Wenen

(28 km – Totaal 28 km – 67 hoogtemeters)

Meininger Hotel Sissi.
You don’t have to see the whole staircase, just take the first step.
Op fietsreis zijn vind ik prima. Op fietsreis gaan heb ik meestal wat meer moeite mee. Ondanks dat ik alles zo goed mogelijk gepland heb, zijn er toch een hoop variabelen waar ik geen grip op heb. En daar knijpen mijn billen van samen.

In dit geval gaan we met de trein naar Wenen. We hebben hier een hele stapel kaartjes voor gekregen. Papieren kaartjes, die eigenlijk vanaf gisteren niet meer bestaan. We moeten twee keer overstappen waar van alles bij mis kan gaan. Bij het boeken heb ik gevraagd om ruim de tijd te nemen voor de overstap. En dat hebben ze gedaan. Elke keer hebben we meer dan een uur.

Het begint allemaal prima. De ochtend besteden we nog in Baflo en tegen half drie fietsen we door een zonovergoten landschap naar Groningen. In het Noorderplantsoen nog even een ijsje. De eerste 25 kilometer van de vakantie zitten erop als we ruim op tijd bij het spoor arriveren.

Het is een boemeltje, net als naar Baflo en er is voldoende plaats om de fiets, met pakkelarie, te stallen. Naast me komt een vrouw zitten die meteen over haar drie schapen begint. Ze moeten geschoren worden. Het is veel te warm voor ze. Ik kan ook wel wat verkoeling gebruiken maar bij mij valt weinig meer te scheren.

Bij Winschoten slaat de eerste paniek toe. Het voorste treinstel gaat door en het achterste treinstel gaat terug. In welke zitten wij? Mevrouw Schaap verzekert ons dat we goed zitten.

In Leer kunnen we zo oversteken naar het vertrekperron. De trein naar Hannover staat er zelfs al. Maar volgens ons kaartje gaan wij pas een uur later. Zo had ik dat gepland hè. Ruime overstaptijden. Daarom besteed ik ruim een uur in Zen houding op een station wat ze aan het verbouwen zijn.

De trein naar Hannover komt ruim op tijd. Zo kunnen we rustig instappen. Ik had uitgezocht dat we achter in moeten stappen. Als we daar klaar staan, moeten we vóór instappen. Jammer hoor!

Ze hebben een soort fietsbeugels waar het voorwiel in komt te hangen. Op zich wel slim. Een wiel past altijd. Sturen verschillen nogal en daarmee hebben we vaak lopen te worstelen als hij in een stuurhouder moest. We zijn de enige fietsers. En ook de enigen die in de naastliggende coupe zitten. Volgens ons kaartje moeten we op plek 73 en 75 zitten. Maar 62 en 63 zijn veel mooier. Ik probeer ook nog even 51, 56 en 57, maar 63 blijft favoriet. Zo hobbelen we naar Hannover en er is genoeg te zien onderweg, want we stoppen bij elk station. Ook het uitpuzzelen wat de machinist nu eigenlijk zegt kost behoorlijk wat tijd. Het klinkt bekend, maar je verstaat er niets van. Een beetje als Afrikaans. Dat klinkt Nederlands maar het is ook niet te begrijpen.

In Hannover hebben we ook weer een uur stuk te slaan. We gaan net buiten het station op een terras zitten om de tijd te doden. Het is nog mooi weer en er is genoeg te zien.

Op tijd staan we weer op het perron. Daar staat de trein naar Parijs. Die had allang ruimte moeten maken voor onze trein maar dat doet hij niet. Op de tijd dat onze trein moet vertrekken staat hij er nog steeds. Onze trein komt op een ander perron, gelukkig aan de overkant. We moeten snel instappen. De fiets komt weer aan het voorwiel te hangen maar nu rechtop.

Het duurt even voor we hem erin hebben en daardoor zijn we al gaan rijden. Met vier tassen en een stuurtas wurmen we ons richting de cabine waar we slapen. Die zit drie rijtuigen verderop. Ik had geen grote ruimte verwacht, maar dit ondertreft mijn verwachtingen. Het is een grote kast en doet me denken aan het kippenhok van Cees. Dat was zo klein, dat als een van de twee kippen een ei wilde leggen, dan moest de ander naar buiten.

Al met al valt het allemaal wel mee als we de bagage weg hebben kunnen stouwen. Er is zelfs een wastafeltje en er blijkt er ook ineens een welkomstpakketje te staan. Sangria (?!), knabbels en water. We proosten op het goede verloop.

Slapen in een trein heeft veel weg van slapen op een boot in een storm. Je schudt alle kanten op en zeker als we wissels passeren rollen we van links naar rechts. Saskia is het meest acrobatisch, dus die ligt bovenin. Het is een onrustige nacht die wel gecompenseerd wordt door ontbijt op bed. Ontbijt op bed? Ja, je leest het goed. Om half acht brengt onze steward een dienblad met broodjes, thee en koffie en een sapje. Die verwerken we als we langzaam richting Wenen gaan. Buiten ziet het eruit zoals we Oostenrijk in de zomer kennen; regenachtig. Om precies kwart voor negen stappen we uit op Wien West Bahnhoff. Al met al was het een prima reis.

Om bij het hotel te komen moeten we de hele stad door. Het is hier erg fietsvriendelijk. En we kijken onze ogen uit bij de gebouwen die we zien. Ondanks dat we erg vroeg zijn heeft het Meininger hotel Sissi al een kamer voor ons. De fietsen kunnen in de bagageruimte in de kelder. We douchen even en dan de stad in. Daar komt de zon ook net aan, dus het begint helemaal goed.



Vrijdag 10 en Zaterdag 11 juli : Wenen
There are no foreign lands. It is the traveler only who is foreign.

Robert Louis Stevenson


Ik had een afspraak met Saskia. Ik doe de route en zij doet de grote steden. Vooraf heeft ze de reisgidsen bestudeerd en heeft ze een top 10 gemaakt. Daar hebben we twee dagen voor.

We kunnen van het hotel zo naar het centrum lopen. Toen we weg gingen scheen de zon. Daar overmoedig van geworden vertrek ik in een T-shirt. Binnen 500 meter wordt dat genadeloos afgestraft. En het is niet de enige plensbui die we krijgen vandaag.

Deze keer geen uitgebreid verslag van de bezigheden. Ik laat de foto’s voor zich spreken. Ik wil wel concluderen dat Wenen een mooie stad is, met prachtige gebouwen in een goede staat. En dat alles er netjes uitziet.
Op vrijdag doen we de volgende dingen:

- Koffie drinken en taart eten.

- St. Peters bekeken ( wat een pracht en praal)

- De oudste openbare (Jugendstil) toilet bezocht.

- St. Stephens platz en cathedraal bekeken.

- Hofburg bezocht met de Lippizaner paarden (Marianne Thieme doe hier wat aan! Dit is niet normaal)

- De pronkzaal van de Nationale bibliotheek bezocht.

- De winkelstraten van de stad met de prachtige gebouwen doorlopen.

- Het Jewesh museum bezocht (zou ik niet weer doen)

- Schnitzel gegeten bij de Wienerwald.


De zaterdag stond voornamelijk in het teken van de hop-on hop-off bus. Voor €25 per persoon kun je je de hele dag door Wenen laten vervoeren langs alle attracties. En dat hebben we dan ook gedaan. Met soms een hop-off als we iets beter wilden bekijken.

Zo zijn we onder andere bij de gebouwen van Hundertwasser wezen kijken. Die maakt er wel wat moois van. We hebben behoorlijk wat tijd in het Prater rondgelopen. Een soort van pretpark. Nog het meest bekend van zijn reuzenrad. De originele had er een soort van schaftketen aan hangen. Wij zijn in een modernere een rondje geweest en dat gaf een mooi uitzicht over de kermis. Schönbrunn mochten we natuurlijk ook niet overslaan en uiteindelijk zijn we met de blauwe lijn helemaal buiten Wenen geweest voor een mooi panorama overzicht van de stad.


Wenen is prachtig. Veel mooie gebouwen die ook schoon en onderhouden zijn. En allemaal ontzettend groot. Veel parken en veel beelden. Er is overal wel wat te zien. En toch ben ik blij dat we morgen op de fiets stappen. Zo’n stad is leuk maar ontzettend vermoeiend.
Zondag 13 juli : Wenen - Poysdorf

(88 km – Totaal 116 km – 708 hoogtemeters)

Erna Lewitch appartements
For the first time in my life, the weather was not something that touched me, caressed me, froze me or sweated me, but became me.

Jack Kerouac


We staan op tijd op en om twintig over acht zitten we op de fiets. Alle bakkers zijn dicht op zondag, dus we hebben een paar broodjes gebietst bij het ontbijtbuffet. Anders hebben we helemaal niets te eten onderweg. De stad uit is altijd even puzzelen maar met het Donau kanaal als leidraad gaat het zonder moeite. Die Hundertwasser, waar we gisteren wat huizen van hebben gezien, hebben ze ook gevraagd eens een fabriek te versieren. We komen er langs. Het resultaat is verbluffend. Je houdt iets over wat helemaal niet meer op een fabriek lijkt.
Eenmaal buiten Wenen zitten we op de eurovelo 9. Deze loopt over een oude spoorlijn. En als je daarop zit, dan is het altijd goed. Je weet dat het niet teveel stijgt en klimt en hier zijn de fietspaden mooi geasfalteerd. De route die we doen is de ‘Greenway’ naar Praag. Deze vermijdt zoveel mogelijk de autowegen en zoekt de mooie fietspaden op. En dat doen ze goed. Het weer is boven verwachtingen. Een graad of vijfentwintig, bewolkt, dus niet te warm, en een klein briesje, meestal mee.

Het kaartlezen is even wennen. Ze zijn niet noordgericht en elk kaartje heeft weer een eigen draai zodat er zoveel mogelijk op de bladzijde past. Maar de eurovelo is prima aangegeven, dus de route is, in combinatie met de GPS, goed te volgen.

Het eerste stadje dat we tegenkomen is Wolkersdorf. Het is er uitgestorven. Net als de andere stadjes die we tegenkomen. Ik denk dat de Oostenrijkers op zondag allemaal in hun kelder gaan zitten want we zien niemand. Nergens.
Het landschap wordt enerzijds gedomineerd door de grote graanvelden. Volgens het boekje is het de graanschuur van Wenen. Anderzijds is het een wijngebied, dus de druiven zijn ook goed vertegenwoordigd. Tel daarbij op de velden met zonnebloemen, wat windmolens en je hebt een landschap wat, voor mij, on-Oostenrijks aandoet. Het lijkt meer op Frankrijk. Gelukkig zijn de dorpjes wel op en top Oostenrijks met hun typische huizen en altijd wel een ui op de toren van de kerk.
In Unterolberndorf komen we langs de ‘Grünen Jäger’. Je gelooft het niet maar hier heeft een groep opstandelingen uit Uganda een staatsgreep voorbereid. En die is nog gelukt ook!

Bij Hornsburg is de eerste klim. Om daarvoor aan te sterken doen we een koffie en een broodje in de zon.

Bij een tankstation heb ik de broodvoorraad aan kunnen vullen. Van de pomphouder hoor ik ook dat Nederland gisteren de troostfinale gewonnen hebben en dus derde zijn geworden. Zijn we weer helemaal bij.

Het klimmen is zweten, maar wat omhoog gaat, moet ook weer naar beneden. Kreuzstetten bereiken we dus zonder moeite. Hier is de ‘Ochsenberg’. Een aarden wal voor fortificaties. Hij moet er zijn, maar voor mij is hij uitstekend gecamoufleerd want ik zie hem niet. Wat dat betreft was de ‘Luisenmühle’ beter te zien.

Daarna is het vele klimmen en dalen tot we bij Ladendorf aankomen. Een van de meest opmerkelijke dingen die ik hier zie is toch wel de kartonnen Jezus die aan een kruis hangt. Blijkbaar worden de echte beelden teveel gestolen of is het teveel werk.

In Ladendorf eten we een ijsje en bestuderen we de lucht. Tot nu toe hebben wij steeds in de zon gefietst. Maar om ons heen is een congres van donkere wolken. We hopen dat we het tentje hebben staan voor het losbarst.

Het stuk dat we dan fietsen is mooi maar niet noemenswaardig. We vermijden voornamelijk de dorpjes en fietsen veel door de velden. Het valt ons op dat mensen hier nauwelijks groeten. De jongere mensen wel, als je zelf wat zegt, maar de oudere mensen niet. Wij hebben het vermoeden dat de Oostenrijkers licht xenofobisch zijn. Dat blijkt ook uit de laatste foto die ik gisteren publiceerde. Het maakt ons niet uit. Wij blijven vrolijk groeten.

We passeren Paasdorf, Mistelbach en Willersdorf. De donkere luchten zitten ons op de hielen. Bij Ebersdorf gaat het mis. Het begint eerst licht te regenen. We schuilen even. Daarna lijkt het droger te worden maar dat is slechts schijn. Met nog een paar kilometer te gaan breekt er een zondvloed los waar Noach moedeloos van zou worden. Er zit niets anders op dan het regenpak aan te doen. Helaas voorkomt dit niet dat het water in mijn schoenen loopt en al snel trap ik soppend verder. Als verzopen katten rijden we Poysdorf, onze eindbestemming van vandaag, binnen. Het ziet er niet naar uit dat het vandaag nog droog wordt dus we hebben weinig trek in een camping. Bij gasthaus ‘de bierbuik’ hebben ze een kamer voor 80 euro. Dat vinden we te duur en het ruikt er ook niet fris. Saskia heeft een bordje gezien van Erna Lewitsch. Daar krijgen we een heel appartement voor €70. Ik had me op het kamperen verheugd, maar dit lijkt ons toch beter gezien de toestand van de lucht.

Na het douchen lijkt het droger te worden en ‘s avonds schijnt de zon weer. Toch zijn we blij met ons appartementje want er is een heerlijk zonnige ‘winterkamer’ met fijne bankjes bij.

Ik heb wel zin in een biertje maar voor die tijd verkennen we Poysdorf nog even. Er een een prachtige kerk. Maar zonder ui.

Maar nog mooier vind ik het biertje bij de Italiaan ‘di Mare’ (er is geen zee te bekennen in de buurt dus waarom hij zo heet?). Zelden heb ik zo lekker gegeten voor zo weinig geld. Een risotto met garnalen, tomaat en ui en Saskia gaat voor een vegetarische ovenschotel met spinazie, tomaat een ui. En beide een salade.

De rest van de avond besteden we in ons domein. Buiten schijnt de zon. Morgen gaan we kamperen.



Maandag 14 juli : Poysdorf - Satov

(92 km – Totaal 207 km – 742 hoogtemeters)

Kemp TJ Tatran
Čeho nelze předělati, darmo na to žehrati.

(Je hoeft niet te klagen over wat je toch niet kunt veranderen).


We verlaten Poysdorf op tijd. En met goede herinneringen. Het was heerlijk loungen in de ‘winterzimmer’ na een lekkere maaltijd. Vandaag hebben we de dag met de meeste geplande kilometers deze vakantie. Meer dan 92 op papier maar volgens het hoogteprofiel zijn grote delen vlak. Toch beginnen we met klimmen. Poysdorf ligt in een dal, de enige manier om eruit te komen is omhoog. We zijn nog fit en de omgeving is inspirerend genoeg. Landerijen met wijnranken zover we kunnen kijken. Het is hier niet voor niets onderdeel van het ‘weinviertel’. De zon schijnt uitbundig en er is een licht windje voor de verkoeling. Nu nog helemaal goed.

Het eerste dorpje dat we tegenkomen is Herrnbaumgarten, ook wel het ‘verruckter dorf’. Ze doen hier bijzondere dingen. Zo is er de jaarlijkse 24 uurs race met slakken. Ook de kampioenschappen handdoeken gooien door politici vinden hier plaats. Ze kennen het sokkenpad en er is een flessenpostkantoor. Als klap op de vuurpijl is er het nonseum. Ik dacht dat dit over nonnen ging , maar het blijkt een verzameling van nonsense dingen te zijn. Ik had ze graag gezien maar het museum is dicht.

Bij Valtice gaan we de grens over. Het landschap is hetzelfde, maar aan de dorpjes merk je dat je in een ander land bent. In Oostenrijk was alles wel erg mooi en netjes. Hier zijn de huizen slecht onderhouden en ogen arm en vervallen. Zelfs de kerk staat er verveloos bij. Toch voel ik me wel thuis want snorren zijn hier in.

Bij de kerk in Uvaly doen we onze eerste Tsjechische cache en dat vieren we met een koffie op het stoepje voor de deur. In Poysdorf hebben we wat lekkers gehaald en dat kan erbij. De cache informatie vertelt over Uvaly. Het heeft veel te lijden gehad van de Russische bezetting.

In Oostenrijk hadden we mooi asfalt. Hier is het meestal beroerd tot zeer beroerd. Het rare is dat er soms ineens een goede kilometer tussen zit. Op zich is slecht wegdek niet erg maar wel jammer als je tijdens de afdalingen steeds in de remmen moet.

De route loopt over een stuk waar vroeger het ‘IJzeren gordijn’ was. Een stuk geschiedenis dat eigenlijk pas heel recent is gebeurd. Op de borden lezen we van de geslaagde en minder geslaagde vluchtpogingen naar het westen. Het verklaart ook deels waarom de staat van de omgeving hier vaak zo slecht is.

In Mikuluv trekken we wat Tsjechische kronen uit de automaat. Ik ben verbaasd dat ik maar één briefje krijg als ik 2000 kronen (ongeveer 80 euro) pin. Bij de eerste boodschappen doen ze er wat moeilijk over maar uiteindelijk accepteren ze het toch.

Na Mikuluv zien we dat de weg ook anders kan. De EuroVelo 9 is een prachtig fietspad met picknick plaatsen (foto). Wel aangelegd met Europese subsidie. We maken er graag gebruik van. En wij niet alleen. Ook skaters, steppers en fietsers zijn op pad. Vaak families, met kindertjes, en groepjes vrienden op dagtocht. Het valt ons op dat je hier ook een mooi fiets racepakje aan mag als je langzaam fietst.

De route loopt veel buiten dorpjes om. Dat vinden we jammer want dan zien we nog niets van Tsjechië. Het landschap zelf zou in Nederland kunnen zijn. Daarom gaan we bij Hevlin even het dorp in. Wat weer opvalt is de slechte staat van de huizen, niet onderhouden tuinen en geen stoep. Alsof het een hele buurt met familie flodders is.

In Dyjakovice bereikt de toestand van de straat een dieptepunt. Het ziet eruit als een opengebroken weg bij ons. Hier is deze toestand permanent. Schrijnend is wel dat het kasteel aan die zelfde straat er wél mooi bij staat. Ze hadden dat geld beter anders kunnen besteden.

Met temperaturen boven de 30 graden is het erg heet. We moeten daarom veel drinken. Lange wegen tussen velden door worden afgewisseld door dorpjes waar we wat vocht kunnen kopen. In Slup kijken we bij het toeristische hoogtepunt, de watermolen. Het valt wat tegen en er is ook nog geen ijscokraam.

Zo tikken we de kilometers af tot Satov. Wie kent het niet? Van de wijnkelders die beschilderd zijn door de één-armige man. En dat gaat twee keer zo langzaam…

Ik kon in deze omgeving alleen een camping vinden een stukje over de grens in Oostenrijk. Maar bij het sportveld in Satov blijkt ook een camping te zijn. Het is een prachtig veldje onder abrikozenbomen. Ze Vallen zo in je mond. Het veldje is omgeven door wijnranken en zonnebloemen. Een droomplek en hier betalen we 179 kronen (ongeveer 7 euro) voor. Als het tentje staat ga ik een wijn en een bier halen in de bijbehorende kantine. Hiervoor moet ik omgerekend €1,46 (!) afrekenen.

Alle winkels waren al dicht toen we boodschappen wilden doen. We hebben eigenlijk geen eten en zijn dus blij dat ze hier ook een pizza verkopen. En zo eindigt onze eerste dag in Tsjechië. Met een buik vol met bier en pizza, terwijl de abrikozen om ons heen naar beneden komen, genieten we van het schouwspel van de zonsondergang. Het kon minder.


Dinsdag 15 juli : Satov - Langau

(51 km – Totaal 258 km – 946 hoogtemeters)

Seecamping Langau
Bez práce nejsou koláče.

(Zonder werk ook geen koekje).
Het was een onrustige nacht. De vermoeidheid, de warmte en de buren die laat thuis kwamen maakten me regelmatig wakker. Maar toch weer lekker om in het eigen tentje te liggen. Gedurende de nacht is het iets meer gaan waaien en de temperatuur is om zeven uur al een comfortabele 20 graden. We breken het spul af, ontbijten en vertrekken rond half negen.

Bij Hnanice gaan we even van de route af. Er is een kerk met een bron met ‘magical powers’. Dat heeft altijd onze interesse. We krijgen er helaas niets van te zien want alles zit potdicht. Zelfs voor God moet je hier een afspraak maken.

Dan komen we in ‘Podiyi National park’. Het ecologisch systeem is hier mooi intact gebleven omdat het verboden gebied was tijdens de koude oorlog. Hier zullen we het grootste deel van de dag in fietsen. Het is heerlijk in de bossen, dus lekker koel en dat hebben we ook wel nodig want het is hier een en al klimmen.

Grote stukken moeten we lopen. Het is dan te steil of de ondergrond is te ruig. Maar vaak is het ook beide. Na een eerste wandeling over wat een oude Romeinse weg lijkt komen we een hutje met een man tegen. Naast een veld vol met wijnranken. Hij blijkt van het bijbehorende wijnhuis te zijn en je kunt hier proeven. Voor mij is tien uur iets te vroeg en we moeten ook nog heel wat kilometers, dus ik sla even over.

We blijven in de bossen klimmen en dalen. Het schiet niet echt op want klimmen gaat met nets iets minder dan 5 km/uur en dalen met net iets meer. Tegen 12 uur hebben we nog geen 20 kilometer gedaan.

Toch gaan we bij Cizov even kijken bij het monument van de koude oorlog. Het laat zien hoe het er ten tijde van het ijzeren gordijn heeft uitgezien. Dat was geen fijne tijd. Families werden verdeeld. Alles wat in de grensstreek lag werd plat gegooid. En allerlei markante punten in het landschap, zoals kappelletjes, eeuwenoude wegen en herkenningspunten werden opgeruimd. In die tijd is het land min of meer zijn ziel verloren. Je kunt zien dat men het weer terug probeert te vinden. Wij denken dat ze op de goede weg zijn.

Midden in het bos slaan we voor een cache even van de route af. Er is een ‘Lusthof’ gebouwd op een kruispunt van dierenpaden. Bij ‘Lusthof’ heb ik bepaalde gedachten. Het blijkt een jagershut te zijn. We vinden het een mooi plekje. Mooi genoeg om de overgebleven pizza van gisteren op te eten en een soepje te maken.

Het is inmiddels wel duidelijk dat we het geplande einddoel van de dag niet gaan halen. Dat zit op 82 kilometer. En in de loop van de middag zitten wij nog niet op dertig. We stellen de plannen bij. Op iets van 43 kilometer zit een camping net over de grens in Oostenrijk. Deze keuze geeft meteen een bepaalde rust. En we bekijken dan ook onderweg alles wat te bekijken valt.

Bij Vranov is het feest. Het ligt aan een meer en heel zuid-Tsjechië is uitgelopen om hier vakantie te vieren. Erg gezellig. En erg aanlokkelijk om te blijven want het alternatief is een klim van 300 naar 500 meter. Dat klinkt niet zo veel, maar het moet in een paar kilometer gebeuren. Halverwege is er gelukkig even een stop want we kunnen het kasteel bekijken.

Daarna gaat de klim door tot ongeveer het eindpunt, Safov. Met veel moeite vinden we hier de vervallen Joodse begraafplaats. Joden hebben het zwaar te verduren gehad in deze regio. Vandaar dat de begraafplaats er ook niet echt florissant bij ligt.

Hierna wippen we de grens over. We doen eerst boodschappen in Langau. Toch frappant dat we maar een paar kilometer verderop zitten en de prijzen zijn verdubbeld. Bij de camping zit een bejaard echtpaar. Grote consternatie als we willen inboeken. Maar het lukt allemaal. Oma slaat krasse taal uit. De muntjes voor de douche die stop je niet in het apparaat, maar die ‘schmeissen Sie d’rein!’. Het kost €11, iets duurder dan gisteren. Daar was de douche inclusief. Hier betalen we voor elke beurt een euro.

We vinden een mooi plekje achteraan bij het water. Het is lekker rustig want we zijn de enige kampeerders. De douche en toiletten hebben we voor onszelf. Je moet wel steeds de deur op slot doen. En dat doe ik getrouw omdat ik van deze krasse knar geen straf wil hebben. We sluiten de dag af aan het meertje. De natuur heeft er weer wat moois voor ons van gemaakt. Morgen maar eens kijken of we meer kilometers kunnen maken.

  1   2   3   4   5

  • Donderdag 10 juli : Baflo – Wenen (28 km – Totaal 28 km – 67 hoogtemeters) Meininger Hotel Sissi.
  • Vrijdag 10 en Zaterdag 11 juli : Wenen
  • Zondag 13 juli : Wenen - Poysdorf (88 km – Totaal 116 km – 708 hoogtemeters) Erna Lewitch appartements
  • Maandag 14 juli : Poysdorf - Satov (92 km – Totaal 207 km – 742 hoogtemeters) Kemp TJ Tatran
  • Dinsdag 15 juli : Satov - Langau (51 km – Totaal 258 km – 946 hoogtemeters) Seecamping Langau

  • Dovnload 169.28 Kb.