Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Dienst Regelingen Afdeling Recht en Rechtsbescherming

Dovnload 22.07 Kb.

Dienst Regelingen Afdeling Recht en Rechtsbescherming



Datum31.07.2017
Grootte22.07 Kb.

Dovnload 22.07 Kb.

Dienst Regelingen

Afdeling Recht en Rechtsbescherming

Postbus 20401

2500 EK Den Haag


Jennie Simons & Anton Gerritsen

Klingelbeekseweg 166

6812 DJ Arnhem
Arnhem, 21 oktober 2008
Betreft: bezwaar “ontheffing artikel 75 Flora- en faunawet” aanvraagnummer FF/75C/2008/0260
Geachte Teammanager Recht en Rechtsbescherming van Dienst Regelingen,
Hiermee maken wij bezwaar tegen bovengenoemde ontheffing aan de gemeente Arnhem dd. 16 september 2008. In deze brief willen wij u op de hoogte brengen van de redenen van ons bezwaar op deze verleende ontheffing aan de gemeente Arnhem. In bijlage 1 gaan wij in op de achtergronden van ons bezwaar en wat wij tot nu toe hebben ondernomen. In bijlage 2 is in overeenstemming met uw regels voor het maken van bezwaar een kopie opgenomen van uw brief van 16 september 2008.

Het is en was overigens niet onze intentie de nieuwbouw tegen te willen houden. We willen een goede oplossing voor de rugstreeppad.


Bezwaren tegen verleende ontheffing
De verleende ontheffing biedt onvoldoende garanties op de instandhouding van de rugstreeppad in het plangebied Hoogstede-Klingelbeek vanwege het volgende:

  1. In 2009 is er voor de rugstreeppad geen geschikte voortplantingslocatie aanwezig

  2. De ontheffing stelt een werkwijze en planning van verplaatsen van de rugstreeppad voor die niet realistisch en te vrijblijvend is

  3. De ontheffing stelt geen concrete eisen die de tijdige realisatie van de planning van de definitieve poel voor de rugstreeppad garanderen

  4. De gemeente verzaakt de laatste twee jaar reeds haar zorgplicht voor de rugstreeppad voor wat betreft de instandhouding van het habitat. De gemeente past geen bestendiging van het onderhoud en beheer van het habitat van de rugstreeppad toe.

Hierna lichten we deze punten van bezwaar nader toe:
1. Het voor de rugstreeppad “tijdelijk” gebruiken van de poel voor de algemene amfibiesoorten is zeer onwenselijk. De locatie van de poel ten behoeve van algemene amfibiesoorten ligt in een relatief vochtige, geheel beschaduwde laagte in het terrein. Dit is een biotoop dat niet beantwoordt aan de eisen van de rugstreeppad. Een geschikte zonnige en zandige dagrustplaats en overwinteringgebied ontbreken in de directe omgeving. Het bouwterrein zelf is dan waarschijnlijk de beste plek in de ogen van de rugstreeppad. Maar dit is tevens een zeer onveilige plek gezien het bouwverkeer en de graafwerkzaamheden. Bovendien ligt deze poel ongunstig ten opzichte van de minimaal twee andere (minder belangrijke) poelen waar tussen 2005 en 2007 door ondergetekenden (en anderen) met zekerheid rugstreeppadden zich hebben voortgeplant. Het voortplantingssucces in deze poelen is onduidelijk. De padden zullen het gehele bouwterrein met bouwverkeer en/of een veel bereden verkeersweg o.a. met vrachtverkeer moeten overbruggen. De versnippering van het leefgebied en de voor de rugstreeppad grote barrières belooft niet veel goeds bij een populatie die nu al erg onder druk staat (zie tekst “achtergrond”) en voor de instandhouding van de rugstreeppad op deze plek. De poel is op het moment van schrijven overigens nog niet aangelegd en er zijn nog geen werkzaamheden op de betreffende locatie gesignaleerd. Overigens heeft RAVON deze poel bestempeld als “niet geschikt voor de rugstreeppad” in haar advies aan de gemeente Arnhem (Kuijsten C.W., 2007). Dit advies was bijgesloten bij de aanvraag tot ontheffing van de gemeente Arnhem.
2. De planning van de gemeente Arnhem voor sloop en verwijdering van gebouwen, kassen en beplanting en dus de werkzaamheden in het habitat van de rugstreeppad lijkt een succesvolle verplaatsing en duurzame hervestiging van de populatie aan rugstreeppadden onmogelijk te maken.

We kunnen ons niet voorstellen dat de door u vermelde specifieke voorwaarden onder nummer 8 en 9 al gelden voor de winter november 2008 tot en met maart 2009. Dan is het habitat van de rugstreeppad en de soort zelf mogelijk reeds vernietigd vóór succesvolle verplaatsing van de populatie mogelijk was. Uw brief kan wel zo worden opgevat. Zo heeft de gemeente Arnhem de korte periode tussen de dagtekening van uw brief (16 september) en 1 oktober benut om te trachtten de rugstreeppadden te verplaatsen naar de uiterwaarden. De projectleider van de gemeente Arnhem H. van Gogh heeft dit 21 oktober 2008 bevestigd. Bij navraag bij het adviesbureau dat de opdracht voor de gemeente Arnhem uitvoert, is gebleken dat medewerkers van dit bureau wel gezocht hebben, maar in deze periode geen rugstreeppadden hebben gevonden. Ze hebben ze dus ook niet hebben verplaatst. Het zou zeer onwaarschijnlijk zijn dat het de gemeente of derden gelukt zou zijn veel individuen van de soort gedurende deze periode van het jaar te lokaliseren en te vangen. Weten ze dan waar ze zitten? Hier is nooit onderzoek naar gedaan. In onze tuin en andere voor de rugstreeppad mogelijk belangrijkere andere omliggende tuinen is de gemeente in ieder geval niet geweest. Het lijkt ons een meer realistische methode om de rugstreeppad op meerdere tijdstippen tijdens het voortplantingsseizoen bij de voortplantingslocaties te vangen en dan te verplaatsen.

De plaats waar de gemeente voornemens was de padden (tijdelijk) uit te zetten in de uiterwaard is ons onbekend. We kunnen dus ook niets zeggen over de geschiktheid van het gebied als habitat voor de rugstreeppad. De projectleider van de gemeente wist dit niet uit zijn hoofd en had het over een gebied in de uiterwaarden van Oosterbeek tegen de spoorbrug. Wij vinden het vreemd dat de padden mogelijk twee maal verplaatst zouden moeten worden. Dit levert grote verliezen op in aantallen individuen van de rugstreeppad.
De gemeente Arnhem heeft voor komende winter een aantal activiteiten gepland, die het habitat van de rugstreeppadden vernietigen. Op 29 september 2008 vertelde de projectleider ook dat de gemeente het voornemen heeft om in november 2008 de procedure voor de sloop van “de kassen van Kromkamp” te starten en deze begin 2009 uit te voeren. De kassen voorzien het bassin van water, dat tientallen jaren lang de harde kern was voor de voortplanting van de rugstreeppad. In de Arnhemse Koerier (huis-aan-huis-krant) van 22 oktober 2008 staat de aankondiging van de sloopaanvraag voor de kassen van Kromkamp.

Wij zijn verder niet op de hoogte van mogelijk andere geplande activiteiten die destructief zouden kunnen zijn voor de rugstreeppad en/of het habitat van deze soort.


3. Het plan voor de bodemsanering op de definitieve locatie van de “poel” voor de rugstreeppad is nog niet gemaakt. Het is dus nog volstrekt onduidelijk of de realisatie van de bodemsanering en de poel voorafgaand aan het voortplantingsseizoen van 2010 worden gerealiseerd. Wij zijn van mening dat er pas ontheffing dient te worden verleend als het bevoegd gezag het saneringsplan heeft goedgekeurd en de gemeente kan aantonen dat de sanering tijdig kan worden uitgevoerd en gefinancierd. Wij vinden dat het risico op niet tijdige realisatie erg groot aangezien de locatie ernstig is verontreinigd en er nog geen saneringsplan beschikbaar is en er geen duidelijkheid is over de financiering van de sanering.

Omdat er nog geen gedetailleerd inrichtingsplan is, is het ons onduidelijk of de werkzaamheden in het terrein, de wijze van inrichting, de expositie en de hoogteligging van het terrein zal voldoen aan de habitateisen van de rugstreeppad.


4. Sinds ongeveer 2005 is het bestendige beheer van het leefgebied al ingrijpend veranderd door de “schaduwwerking van de nieuwbouwplannen” van de gemeente. Hierdoor is waarschijnlijk de voedselsituatie en het overwinteringgebied voor de rugstreeppad, maar ook die van de vleermuizen, verslechterd. Het direct aangrenzende weiland en de (paarden)bak is inmiddels sterk verruigd. De rugstreeppad zal dit weiland mogelijk al een tijd niet of niet goed meer kunnen benutten als onderdeel van zijn habitat, waardoor het leefgebied sterk afgenomen is. De wijziging van het beheer, de mogelijke gevolgen voor de rugstreeppad en de zorgplicht van de gemeente hebben wij gemeld en telefonisch besproken met zowel de voormalige projectleider (dhr. Hengelveld) als de stadsecoloog (Dhr. Driessen) op 1/6/2005. Het lijkt of de soort in 2005, 2006 en 2007 in lagere aantallen voorkwam. Afgelopen jaar zijn een huis, een boerderij en de stallen van een monumentale boerderij op een paar honderd meter van de belangrijkste voortplantingslocatie van de rugstreeppad gesloopt met groot materieel. Deze plekken speelden mogelijk een zeer belangrijke rol voor de padden. Voortvarendheid in realisatie van geschikt habitat door de gemeente Arnhem is essentieel om de soort te behouden. Door het niets doen verslechterd de situatie alleen maar verder.
Graag ontvangen wij uw bevestiging van ontvangst van deze brief en als dit mogelijk is de termijn waarop u denkt de brief te kunnen beantwoorden.

Hoogachtend,

Jennie Simons (contactpersoon) en Anton Gerritsen, Klingelbeekseweg 166, 6812 DJ Arnhem (correspondentieadres)
Martin Souer, Hoogstedelaan75, 6812 DM Arnhem
Hanni Kuppens, Klingelbeekseweg 88, 6812 DH Arnhem

Bijlagen:

1: Achtergrond

2: Kopie van uw brief van 16 september 2008

Literatuur:

Kuijsten C.W., 2007. Advies leefgebied rugstreeppad in inbreidingslocatie Hoogstede te Arnhem, Stichting RAVON Nijmegen


Kopie aan:

  • Werkgroep nieuwbouw van de buurtvereniging Hoogstede-Klingelbeek

  • RAVON

Bijlage 1: Achtergrond

Achtergrond


De gemeente Arnhem is in 2001 formeel op de hoogte gebracht van de aanwezigheid van de rugstreeppad in het gebied (brief Sergé Bogaerts & Jennie Simons, d.d. 18/8/2001 en schriftelijke reactie gemeente onder kenmerk SB/rmil/02/393/driero/asgi). Dit gebied was destijds geen onderdeel van het plangebied van de gemeente, maar is pas later bij het plangebied voor nieuwbouw van de gemeente betrokken De aanwezigheid van de vleermuizen is ook al langere tijd bekend bij de gemeente. De gemeente Arnhem heeft in 2005 de “Natuurtoets van Hoogstede te Arnhem” door bureau Mertens laten uitvoeren. Hiermee is de aanwezigheid van zowel de rugstreeppad als de vleermuizen opnieuw vastgesteld. De aanwezigheid van de Rugstreeppad is door dit bureau vastgesteld aan de hand van de voortplantingslocaties. Wij hebben meermalen aangegeven dat het belangrijk was zicht te krijgen op de dagrustplaatsen en het overwinteringgebied. Deze zijn en waren onbekend. Het enige wat wij weten is dat de soort sinds 1999 een enkele keer in het vroege voorjaar en één maal in de zomerperiode is aangetroffen onder stenen in onze tuin en die van de buren. Het betrof telkens 1 individu.

Het is en was niet onze intentie de nieuwbouw tegen te willen houden. We willen een goede oplossing voor de rugstreeppad



Tijdens het planproces hebben wij en andere bewoners onze kennis en visie ten aanzien van de rugstreeppad in het plangebied zoveel mogelijk overgedragen aan de werkgroep nieuwbouw (bewoners plangebied), de buurt (via de website www.hoogstede.nl, en de buurtkrant Klingelstee) en een rondleiding voor leden van de Arnhemse groepen van KNNV en IVN. Tijdens de bewonersavonden hebben wij diverse malen gevraagd welke plannen de gemeente had met de rugstreeppad. Wij hebben daar ook regelmatig gesproken met de projectleider van de gemeente en de betrokken architectenbureaus. Lange tijd gebeurde er niets.
Wij vinden dat de gemeente Arnhem een verantwoordelijkheid heeft bij het behoud van de rugstreeppad voor Arnhem en omgeving. Na de ingrepen in dijk en uiterwaarden bij Bakenhof is succesvolle voortplanting niet waargenomen en is een door de soort nieuw gekoloniseerd gebiedje reeds verdwenen. Behalve van voorgaande maakt Ronald de Boer (2006 in “Arnhemse uiterwaarden”, 2006. Jubileumboek KNNV Arnhem) ook melding van de aanwezigheid van de Rugstreeppad in Meinerswijk. Ook op deze locatie staat de soort onder druk. Deze druk zal alleen maar toenemen zodra Ruimte voor de Rivier en de herinrichting van Meinerswijk door de gemeente Arnhem in uitvoering komt. Op al deze verschillende locaties binnen de gemeentegrenzen staat het behoud van deze soort voor Arnhem dus onder druk.
We zijn mogelijk niet volledig in deze brief omdat sommige informatie bij ons niet bekend is. We zijn geen echte rugstreeppad of vleermuis experts. We hebben tijdens het gehele proces van de nieuwbouw het gevoel gekregen dat we niet mochten meedenken met de gemeente en dus telkens achter de feiten aan lopen. We maken ons dus ernstig zorgen over de rugstreeppad populatie van Arnhem-noord.

Bijlage 2: Kopie van uw brief van 16 september 2008

  • Achtergrond

  • Dovnload 22.07 Kb.