Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Dit verslag is afkomstig van

Dovnload 207.78 Kb.

Dit verslag is afkomstig van



Pagina8/8
Datum14.03.2017
Grootte207.78 Kb.

Dovnload 207.78 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Bibliografie

Baarda, D.B., De Goede M.P.M. 2001, Basisboek Methoden en technieken. Groningen: Stenfert Kroese


De Pelsmacker, P., Van Kenhove, P. 2003. Marktonderzoek. Methoden en toepassingen. Antwerpen: Appeldoorn.
Kotler, P., 2004. Principes van Marketing. Prentice Hall Europe
MacInnis, Hoyer, W.D. 2004. Consumer behaviour. New York: Houghton Mifflin Company.
Robertson, Thomas S. 1973. Consumentengedrag. Utrecht : Het Spectrum
Van Raaij, WF, Antonides, G., Oppedijk. van Veen, WM, Schoormans, JPL. 1999. Product en consument. Utrecht: Lemma

    1. Webografie



http://www.infores.com/public/nl/newsevents/nieuws/Seminars/PrivateLabel/patrick.htm

http://www.marketingconsultancy.be/item/479/catid/13

http://www.rtl.nl/(/financien/rtlz/nieuws/)/components/financien/rtlz/2004/06_juni/09-supermarkten_huismerken_voor_a-merken.xml

http://www.vlerick.be/rtmrc/winkel_wordt_merk.pdf

http://www.dft.nl/nieuws/6345314/Supers_ruilen_grote_namen_in_voor_huismerken.html

http://www2.intermediair.nl/artikel.jsp?id=78821


    1. Artikels, samengevat


De eerste 3 zijn samenvattingen van artikels die we gebruikt hebben voor het koppelen van onze analyses over koopgewoonten aan het koopgedrag.



  1. The power of private label 2005 A review of growth trends around the world by AC NIELSEN

Het onderzoek the power of private label tracht een beeld te schetsen van de graad van ontwikkeling en groei van distributiemerken in 38 landen over de hele wereld. Tachtig verschillende categorieën en veertien product zones (areas) werden onderzocht.

Op wereldniveau is de verkoop van distributiemerken met maar liefst 5% gestegen. Europa behoudt zijn nr. 1 positie als men kijkt naar de ranking der regio’s i.v.m de verkoop van distributiemerken. Ons land staat bovenal nog eens in de top 5 van lande waar deze merken het meest verkocht worden. Distributiemerken maken ook een opmerkelijke opgang van 6% in de verkoop op Emerging markets. Deze cijfers zijn zeer interessant las we weten dat de verkoop van manufacterers brands gelijk is gebleven. De prijs van distributiemerken ligt dan ook een derde lager dan dit van de manufacterers goods.

Dit onderzoek heeft ook een lijst samengesteld van de grootste aandeel area’s binnen de premium merken. Deze lijst wordt aangevoerd door de koelkastvoeding, gevolgd door papier, plastic en wraps. De lijst wordt afgesloten door de sectie health care.

Uit het onderzoek blijkt dat in negen van veertien landen, waar een consumentenpanel was opgezet, 100% van de gezinnen dat jaar distributiemerken hadden gekocht. Landen met de hoogste graad share van distributiemerken, werden bevonden als landen waar deze merken ook het meest werden aangekocht.

De aankoop van deze merken kan gekoppeld worden aan demografische redenen nl. inkomen (hoe lager inkomen, hoe hoger aankoop), grote gezin (hoe groter het gezin, hoe groter de zaankoop) en leeftijd (hier was geen duidelijke trend die kon worden weergegeven).

In België heeft de distributiemerken- markt 25% van het totaal in handen. Het aandeel van deze merkencategorie binnen een land hangt uiteraard nauw samen met de concentratie van kleinhandelaren. Hoe hoger deze laatste is, hoe hoger ook de eerstgenoemde. In België zitten we met een concentratie van 80% van de kleinhandelaren. Ook werd het prijs verschil tussen distributiemerken en manufacterers merken berekent per land. In België is er een verschil van 45%.

  1. “het imago van de voedingsdistributieketen”het imago van de voedingsdistributieketen (september 2004)

In dit onderzoek gaat men het gedrag van de consumenten na inzake het kiezen van een voedings-distributieketen, evenals het imago van de ketens en de bijhorende voorkeur van de consument worden onder de loep genomen.Men probeert ook een mapping te maken van de perceptie van de consumenten.


Om resultaten te bekomen heeft men gebruikt gemaakt van interviews, een on-field-actie en aselecte gelaagde steekproef.

Ten eerste is men nagegaan welke redenen de consument naar voor schuift die bepalend zijn voor de keuze van een bepaalde winkel.

Opvallend hierbij is dat 74% van de consumenten de prijs spontaan antwoord als hen gevraagd wordt redenen te geven waarom ze voor een bepaalde zaak kiezen. 8% tot 14% schuiven de versheid, ruime keuze, kwaliteit van de producten naar voor als één van de bepalende criteria evenals de mogelijkheid tot parking aan de winkel. Een kleine vijf procent heeft het over de nabijheid, de beschikbaarheid van de producten en het uitzicht of de veiligheid. Dit zijn de criteria die de consument naar voor schuift als men peilt naar hun top of mind.

Als we het verschil per profiel gaan bestuderen, kunnen we opmerken dat de hoofdverantwoordelijke voor de aankoop de beschikbaarheid als belangrijkste criterium naar voor schuift. Bij mannen speelt de prijs de grootste rol. Zo ook bij vrouwen, maar hier is het aspect versheid ook enorm belangrijk (27%). Hoe groter de gezinnen, hoe meer het aspect prijs van belang is.

Als men naar het belang gaat kijken, zien we dat prijs, kwaliteit, versheid, smaak en veiligheid de belangrijkste zijn. Drie op de vier geïnterviewden vernoemde ook het uitzicht, de geur en de samenstelling. Eerbied voor het milieu, handige verpakking, dierenwelzijn en afwezigheid van additieven werden in twee op de drie gevallen genoemd. Het biologische karakter werd door één op de drie respondenten als antwoord gegeven.

Het verschil per profiel geeft ons opnieuw enkele belangrijke inzichten, omtrent de eigenschappen waaraan consumenten veel belang hechten.

De hoofdverantwoordelijken voor de aankop heeft drie belangrijke criteria in gedachten nl. de prijs, de kwaliteit en de aanwezigheid van biologische producten. Vrouwen vinden het uitzicht en de kwaliteit het belangrijkste.

Deze studie peilde ook nog naar de voorkeur van consumenten per winkel en de kenmerken die zij met elk van deze winkels associeerden. Dit aspect heeft geen betrekking op ons onderzoek en werd dan ook niet besproken.



  1. “Consumer Behavior Monitor , 2005”

Dit artikel tracht in enkele bladzijden een onderzoek weer te geven. Het onderzoek is heel interessant daar het om een onderzoek gaat dat de hedendaagse gewoonten weergeeft. Het onderzoek werd in juni 2005 afgerond. Het doel van het onderzoek was tweezijdig, namelijk:



        • Het consumentengedrag meten, zowel van food- als van non-foodproducten

        • De evolutie van de keuzicriteria te bepalen

De gebruikte methodologie van het onderzoek was devolgende: Er werden interviews afgenomen in de vorm van persoonlijk gesprekken met een aselecte gelaagde gecorrigeerd steekproef.


De consumenten doen hun boodschappen op verschillende manieren: volgens hun levenstijl, hun familiaal milieu en hun beroepsleven.


  • Foodproducten

Volgens de top of mind is voor een voedselproduct de prijs het belangrijkste keuzecriteria. Met meer dan 52% staat prijs op de eerste plaats, gevolgd door de kwaliteit en de aanwezigheid van een praktische verpakking, respectievelijk met 20% en 17%. Versheid komt pas op de 4de plaats met 15%.
Wanneer er echter gevraagd werd verschillende keuzecriteria op te noemen, kan men opmerken dat er een licht vershil is. Dan is de versheid de belangrijkste variabele. 92% van de respondenten vonden deze criteria belangrijk. Kwaliteit was het tweede keuzecriteria dat het vaakst aangehaald werd. Het merkvertrouwen en de smaak deelden de derde plaats.
Men kan echter concluderen dat de belangrijkste aankoopverantwoordelijken geleid worden door verschillende prioriteiten volgens het type betrokken voedingsmiddel, maar in het algemeen zijn de prijs en de versheid, en in mindere mate de kwaliteit en de informatie op de verpakking, de basiscriteira die de respondenten het meest vernoemen.

Het is echter noodzakelijk de perceptie van de prijs beter te verstaan. Het begrijpen van de prijs kan niet louter beperkt blijven tot het juiste en nodige bedrag dat de consument moet uitgeven om een product te verwerven, want achter die prijs shuilt ommers de perceptie van de producten in functie van hun kenmerke, verpakkingen, merken, nut, beschikbaarheid, enz.

Weinig respondeten zijn in staat om de prijs te evalueren van de voedingsmiddelen die ze kopen. Wel is de belangstelling voor een interessante prijs nauw verbonden met de grootte van het gezin. Naarmate het gezin uitbreidt, wordt een lage prijs belangrijker.
Wat de evolutie betreft is het opmerkelijk dat sinds 2002 de prijs altijd een keuzebepalend attribuut is geweest. Zo was het tevens het geval voor de versheid. De kwaliteit maakt sinds de laatste 3 jaar ook deel uit van de belangrijkste keuzebepalende attributen.
Men kan dus stellen dat een foodproduct dat aantrekkelijk wil ogen voor de consument, een interessante prijs, kwaliteit, praktische verpakking en versheid moet combineren.

Als men echter naar de doorslaggevende attributen kijkt is het opmerkelijk dat sinds dit jaar (2005) ht de eerste keer is dat de consument zijn vertrouwen in de merken laat meespelen. Dit element verschijnt als doorslaggevend criterium. Een aantrekkelijk foordproduct moet zich onderscheiden op het punt van merk, de smaak, het uitzicht en moet voedselveiliegheid waarborgen.




  • Non-foodproducten

Wat de non-foodproducten betreft is er een gevoelig verschil. Hier kan men ook een verschil maken in antwoorden volhens de top of mind en belang keuze. Indien men de eerste methodologie bekijkt is voor een niet-voedselproduct ook de prijs het belangrijkste keuzecriteria (51%). Met 21% neemt de praktische verpakking een 2de plaats en is de top drie afgesloten met kwaliteit (10%).

Volgens de ‘belang-methodologie’ is er, zoals het geval bij de food-producten, een verschil. Bijna 90% vind de kwaliteit belangrijk. Dit criteria is gevolgd door de criteria ‘verscheidenheid’, prijs en stevigheid, respectievelijk met 88%, 80% en 75%. Een groot verschil met de voedselproducten is dat merkvertrouwen maar een vijfde plaats inpalmt.


Heel interessant is volgende bevinding: Indien de respondente volgens profiel ingedeeld worden op basis van hun woonplaats kan hetvolgende gsteld worden:
Bij de Vlamingen en Walen is de prijs het belangrijkste, daar waar Brusselaars vooral geïnteresseerd zijn in de verscheidenheid. Enkel de Walen vinden, althans volgens het onderzoek het merkvertouwen belangrijk.
Ook voor deze producten kan men de evolutie volgen. Ook prijs is een alsmaar deelmakende keuzebepalend attribuut. Verschillend vande foodproducten is dat het merkvertrouwen telkens aangehaald wordt, althans sinds 2003. Zoals eerder vermeld is in 2005 is het hoofdcriterium bij het kiezen van de een non-foodproduct de prijs gevolgd door de praktische verpakking, kwaliteit en merkvertrouwen.
Wat de doorslaggevende attributen betreft, merkt men op dat er verschillend zijn tussen 2002 en 2005. De verscheidenheid en het aanbod wordt het belangrijkste waarderingscriterium voor het non-foodproduct, zoals in 2002. Ze wordt gevolgd door de stevigheid en het feit dat het product het milieu respecteert. Dit is de eerste keer dat deze vernoemt worden sinds 2002. Men kan dus stellen dat er een reële mentaliteitsverandering is bij de consument, in ieder geval wat de non-foodproducten betreft.
Om de consumenten te kunnen interesseren moet een non-foodproduct zich onderscheiden op het vlak van verscheidenheid, stevigheid en eerbied voor het milieu.

  1. A-merk verliest marktaandeel door prijsoorlog

In 2005 is voor 6,3 miljard euro aan producten van A-merken verkocht in de supermarkten. Dat is een daling van 1,8% terwijl de omzet in de supermarkten ongeveer gelijkbleef.




Lagere krimp

De daling van de A-merken is lager dan in 2004, toen de producten nog 6% omzet verloren. Dat blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau IRI Nederland. Volgens IRI is de krimp te wijten aan de voortwoekerende prijsoorlog, al weten de A-merken zich beter te wapenen tegen het prijzengeweld.



Innovatie
Dat komt vooral door productinnovaties. De meeste groei zit in de merken die zich richten op gezondheid, zoals Becel, Yakult, Danone en de ontbijtgranenfabrikanten Quaker en Kellogg's. De omzet van Becel nam zelfs met 8,3% toe door het cholesterolverlagende Proactiv.

Grootste A-merk

Campina is voor het vierde achtereenvolgende jaar het A-merk met de meeste omzet: 394,1 miljoen euro. Daarna volgen Douwe Egberts Koffie (255,6 miljoen euro) en Marlboro (246,1 miljoen euro). Unilever was de grootste adverteerder. De multinational spendeerde 220 miljoen euro aan reclame.



Huismerken
Supermarkten zetten steeds meer in op huismerken. Daarop verdienen de supermarkten een hogere marge dan op producten van A-merken. Veel supers zetten de huismerken prominent in het schap, daarmee de A-merken verdringende. De A-merken zijn goed voor ongeveer een kwart van de totale omzet in supermarkten.
  1. Supers ruilen grote namen in voor huismerken


DONGEN (ANP) - Supermarkten ruilen merken steeds vaker in voor ’private labels’ (huismerken). Sinds 2002 is het aanbod van huismerken met ongeveer 8 procent toegenomen. Het aanbod van de merken is juist met 3 procent gedaald. De prijzenslag in de supermarktwereld heeft dit proces verder versterkt.

Dat blijkt uit woensdag gepubliceerd onderzoek van het bureau Information Resources. Het bureau houdt de scanningsgegevens van het gros van de Nederlandse supermarkten bij. Met huismerken kunnen supermarkten zich onderscheiden van de concurrentie. Bovendien onttrekken ze zich daarmee aan de prijzenslag, omdat een prijsvergelijking maken veel moeilijker is.

Volgens onderzoeker Ronald Laureijsen van Information Resources heeft het huismerk vooral de afgelopen zes maanden een flinke spurt gemaakt. "Gezien de ontwikkelingen in de markt denk ik dat het nog niet is afgelopen. Vooral Edah heeft bijgedragen aan de groei. Albert Heijn is van oudsher een bedrijf dat veel huismerken voert."

De supermarkten zijn de prijzenslag in oktober vorig jaar begonnen. Marktleider Albert Heijn wilde verloren klanten terughalen en verlaagde daarom de prijzen van een dikke duizend artikelen. De rest volgde snel om het prijsverschil tussen de marktleider en zichzelf weer op het niveau van voor de prijsverlagingen te brengen.

De prijzenslag draait vooral om merken. Die gaan in prijs omlaag omdat het de enige manier is waarop een winkel zich van een concurrent kan onderscheiden. Volgens levensmiddelenexpert Jan Willem Grievink van Cap Gemini Ernst & Young valt er met die merken niets meer te verdienen.

"Aan private labels valt nog wat te verdienen. Door de merken uit het schap te weren worden de fabrikanten van levensmiddelen gestraft." De ontwikkeling geldt niet voor alle merken. "De grote en sterke merken houden stand. Een supermarkt zet niet zomaar Coca-Cola buiten de deur."

Marktleider Albert Heijn brak in maart met koffie van Kanis & Gunnink, Van Nelle (behalve in de regio Rotterdam) en Euroshopper. Niet al zulke gevallen komen naar buiten, waardoor niet duidelijk is wat er allemaal sneuvelt.

Een andere ontwikkeling is dat supers hun formule aanpassen. Zo lanceerde Laurus (Super De Boer, Edah en Konmar) recentelijk een nieuwe variant van de formule Edah met veel minder grote merken en veel private labels.

Volgens Grievink hebben de merkfabrikanten een deel van de problemen aan zichzelf te wijten. "Ze hanteren tijdens de onderhandelingen met supermarkten verschillende prijzen voor hun producten. Zo krijgen de winkels sommige artikelen goedkoper als ze er een actie mee voeren. Door dit prijsbeleid weten de supermarktketens niet meer wat de echte prijs is en willen ze natuurlijk altijd het goedkoopste."

Verder moeten merkfabrikanten volgens Grievink zorgen dat het verschil in kwaliteit tussen huismerken en grote namen verder groeit. "Het is een tegenstelling, want het betekent dat ze betere producten moeten leveren voor een lagere prijs."


Stichting Marketing Member Newsletter # 25











Stichting Marketing in co-productie met 6minutes.net






















6minutes.net is een koepel van nieuwsbrieven voor zakelijke en persoonlijke interesses

© Copyright Stichting Marketing en 6minutes Press


Redactie: Erik Verdonck
Deze nieuwsbrief wordt met zorg samengesteld. Daarvoor worden goede bronnen en referenties gebruikt. De uitgever is niet aansprakelijk voor het gebruik van de informatie in deze publicatie.














Stichting Marketing Member Newsletter # 25 van 15/04/2006
Nieuws en kennis voor de actieve marketeer




Aan Koen Peeters koen.peeters@flandersdc.be

In deze editie:
1 - Houden sectoren en merken hun belofte? (1)
2 - Houden sectoren en merken hun belofte? (2)
3 - Belgen over hun favoriete merken (1)
4 - Belgen over hun favoriete merken (2)
5 - De mening van de Belgische marketeer (1)
6 - De mening van de Belgische marketeer (2)

Exclusief voor u als lid van Stichting Marketing

7 - Gezondheidsinformatie: gebruik van internet
8 - “The game is on!”
9 - Focus op acquisitie tijdens Data Driven Marketing Conference Day
10 - Durven kiezen!

1 - Houden sectoren en merken hun belofte? (1)



Hoe betrouwbaar zijn sectoren en merken in de ogen van de Belg? think/BBDO zocht het antwoord in een recent imago-onderzoek. Het ging hen om de perceptie, niet om de klantentevredenheid. Tien sectoren en zestig merken passeerden de revue. Eerst en vooral de sectoren: auto’s, banken en verzekeringen, bier, energie, gsm-operatoren, kledingwinkels, supermarkten, technologische bedrijven, telecom, verzorgingsproducten. Onder de sectoren kwamen de supermarkten als de meest betrouwbare naar voren, gevolgd door kledingwinkels, technologische bedrijven, autosector en bier. De overige sectoren scoorden lager dan gemiddeld. Meer dan één op twee consumenten vond namelijk dat zij niet altijd hun beloften houden. “De grote winkelketens maken blijkbaar geen loze beloften. Colruyt, Carrefour, Delhaize, GB, Aldi en Lidl scoren goed door hun duidelijke en consistente positionering. De consument weet wat hij kan verwachten en voelt zich niet zo snel bedrogen,” weet Fons Van Dyck, managing director think/BBDO. Er is een opvallende correlatie tussen de sectoren en merken die hun belofte houden en het vertrouwen dat men hen schenkt.





2 - Houden sectoren en merken hun belofte? (2)

De top-10 van de meest betrouwbare merken leest als volgt: Colruyt, Google, Aldi, Delhaize, Sony, Lidl, HP, JBC, Nivea, C&A. Eens te meer zijn de retailers goed vertegenwoordigd, met zes merken op tien. Per sector domineren Audi (auto), Argenta (banken & verzekeringen), Electrabel (energie), Proximus (GSM-operatoren), Telenet (telecom), JBC (kledingwinkels), Colruyt (supermarkten), Google (technologie), Leffe (bier), Nivea (verzorging). De top-10 van de minst betrouwbare merken: Scarlet, Nuon, Tele2, Essent, Base, Deutsche Bank, Belgacom, Olaz, Fortis, Mango. Opvallend is hier de aanwezigheid van relatief nieuwe merken uit de recent geliberaliseerde telecom- en energiemarkten en dienstenbedrijven. Deze merken komen voornamelijk uit sectoren die lager dan gemiddeld scoren. Op basis van welke factoren besliste de consument of een merk of sector zijn beloften houdt? “De kwaliteit van het product of de dienst staat ontegensprekelijk op één. Daarna volgt de kwaliteit van de geboden service, de reëel betaalde prijs, de dienst na verkoop, de beloofde promoties en de waarheidsgetrouwe communicatie,” somt Fons Van Dyck op.
Info: fons.van.dyck@bbdo.be





3 - Belgen over hun favoriete merken (1)

Welgeteld 32.409 mensen duidden hun favoriete merk aan tijdens de derde Nationale Me®kencompetitie. Verrassend kwam Club Brugge als eerste uit de bus, gevolgd door Sony en Esprit. De online merkenenquête, een initiatief van het reclamebureau LDV United, het online marketingbureau These Days, MSN en het marktonderzoeksbureau Made4it, liep tussen 23 januari en 3 februari. In totaal werden drieëndertig categorieën doorgelicht. De merkenselectie gebeurde volgens de mediabestedingen. Daarnaast werden in elke categorie een aantal ‘wild cards’ toegevoegd zoals bijvoorbeeld het populaire kledingmerk Zara dat niet adverteert. Wat zijn nu de meest opvallende resultaten? Eerst en vooral bevestigen een aantal marktleiders hun populariteit. Dit geldt voor Jupiler in de biermarkt, Douwe Egberts onder de koffiemerken, Nokia in de mobilofonie, Pearle onder de brillen, Visa onder de bankkaarten. In het medialandschap doen er zich wel opvallende verschuivingen voor. In Vlaanderen wipt de commerciële radiozender Q-Music over Donna en Studio Brussel. In Wallonië bevestigt NRJ zijn toppositie ten nadele van ondermeer Fun Radio. De Vlaamse televisiezender Eén blijft nummer één, terwijl VTM naar de tweede plaats verschuift ten nadele van Canvas.





4 - Belgen over hun favoriete merken (2)

In Wallonië zet RTL-TVI zijn opmars verder en zakt La Une dieper weg. Intussen gooien de nieuwkomers Plug TV, BeTV en VijfTV hoge ogen. Bij de magazines blijft Humo de topper, maar het blad boet aan populariteit in. In Wallonië blijft Ciné-Télé-Revue onbedreigd op kop. Intussen zetelen nieuwkomers zoals Sport Magazine, Playboy en Ché zich in de top 10. Bij de Vlaamse dagbladen maakt Het Laatste Nieuws het mooie weer ten koste van De Standaard en De Morgen. In Wallonië wint Le Soir voor de derde maal het pleit, terwijl La Dernière Heure dichterbij sluipt. Uiteindelijk kwam Club Brugge (4,5%) dit jaar als superfavoriet uit de bus voor Sony (3,8%) en Esprit (2,7%). Het succes van Club heeft vooral te maken met passie en het gevoel ‘ergens bij te willen horen’, zeg maar ‘het clubgevoel’. Algemeen valt het op dat mannen anders quoteren dan vrouwen. Mannen noemen vooral automerken en voetbalclubs in hun top-20, bij vrouwen gaat het om kleding en chocolade. De merken die de hoogste scores halen, slagen er alleszins in om zeer dicht bij de mensen te staan. SN Brussels Airlines is een mooi voorbeeld. De luchtvaartmaatschappij heeft de kracht van online marketing ontdekt en er slim gebruik van gemaakt.
Info: www.merkencompetitie.be










    1. Artikels, in hun geheel





1 Zie Deel 2.

2 MacInnis, Hoyer, W.D. 2004. Consumer behaviour. New York: Houghton Mifflin Company.

3 Zie appendix voor de beperkte vragenlijst.

4 Hoewel, de handelsingenieurs onder ons hebben voor het vak marktonderzoek elk een aantal diepte interviews moeten afleggen.

5 Bij navraag bij de assistent bleek dit niet nodig te zijn.

6 In meerdere statistische handboeken wordt 30, en soms 25, als grens genomen voor een representatieve steekproef van de populatie.

7 Hoewel ongeveer 80% van de respondenten prijs belangrijk tot zeer belangrijk vonden.

8 Zie appendix (deel 7.2.) voor overeenkomst stelling en cijfer.

9 Stelling 1: “De kwaliteit van premium merken rechtvaardigt de prijs”.

10 Stelling 8: “De prijs van een premium merk is niet in proportie met de kwaliteit”.

11 Zie laatste 3 kolommen: HIFI staat voor Hifi/video/elektronica

13 Stelling 6: “De premium merken gebruiken betere materialen/grondstoffen bij de bereiding dan distributie- en witte merken”.

14 Met de essentie van het product wordt het product zelf bedoeld (volgens de definitie van Kotler), en de prijs ervan.

15 Met de essentie van product bedoelen we het product en de prijs die ervoor gevraagd wordt.

16 Zie grafiek 2.

17 Zie deel 4 en deel 7.5.

18 Enkel de Baby Boomers waren representatief voor deze vraag, de andere leeftijdsklassen bevatten te weinig antwoorden. Zie grafiek 7 en 8.

19 De handelsingenieurs onder ons hebben voor het vak marktonderzoek elk een enquête moeten opstellen.

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Webografie
  • Artikels, samengevat
  • “het imago van de voedingsdistributieketen”het imago van de voedingsdistributieketen (september 2004)
  • “Consumer Behavior Monitor , 2005”
  • Supers ruilen grote namen in voor huismerken
  • Artikels, in hun geheel

  • Dovnload 207.78 Kb.