Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Door: Fabian Desmicht

Dovnload 457.35 Kb.

Door: Fabian Desmicht



Pagina6/10
Datum06.12.2018
Grootte457.35 Kb.

Dovnload 457.35 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Analyse: Nog een dag (1976)

  1. Inleiding

    1. Keuze



In de biografische inleiding kwam Kapuscinski’s werk al uitgebreid aan bod en hebben we aan de hand van citaten al kunnen proeven van zijn stijl. We kunnen zijn werk echter niet onder één noemer brengen. Hij schreef zowel conventionele nieuwsberichten als persoonlijke beschouwingen in boekvorm. Wat ons in deze meesterproef aanbelangt, is die tweede categorie. Die komt overeen met zijn belangrijkste werk en met de boeken die doorgaans tot de literaire journalistiek gerekend worden en zelfs tot de 20ste-eeuwse canon van zowel journalistiek als literatuur. Van die boeken zullen we in onderstaande paragrafen Nog een dag (1976) analyseren. In 1976 was Kapuscinski nog gewoon als journalist werkzaam. Hij schreef zijn uitgebreidere reportages tijdens en na de afloop van een ‘bijgewoonde’ revolutie en niet na 1981, “after being banished from official journalism”, zoals Aucoin (2001, 5) schreef. De Sjah aller Sjahs verscheen dan wel in 1982, maar de gebeurtenissen in Iran hadden eerder plaats, evenals Kapuscinski’s verblijf daar, zijn onderzoek en waarschijnlijk ook het begin van de redactie van het boek. Nog een dag behandelt een actueel, duidelijk afgelijnd thema, waarover Kapuscinski eerder al berichtte in conventionele krantenartikels: de bloedige aanloop naar de Angolese onafhankelijkheid. Het boek wordt gekenmerkt door een interessante, sprekende compositie en door een puntige schrijfstijl, die typisch is voor Kapuscinski. Nog een dag behoort met andere woorden tot de uitgelezen kern van Kapuscinski’s literair-journalistieke output, naast De Keizer (1978) en De Sjah aller Sjahs (1982). Die laatste boeken werden nog niet uitgebreid geanalyseerd, maar James Aucoin (2001, cfr. supra) maakte al wel gebruik van voorbeelden uit deze boeken toen hij het nut van het gebruik van ‘narrative theory’ en ‘epistemic responsibility’ wilde aantonen. Omwille van tijd- en plaatsgebrek analyseren we hier enkel Nog een dag, het oudste werk van Kapuscinski dat buiten de Poolse landsgrenzen verkrijgbaar is. Het boek is nog nooit wetenschappelijk onderzocht en is sowieso minder bekend dan De Keizer en De Sjah aller Sjahs, maar bevat wel alle elementen van de literaire journalistiek, die ook in de latere boeken zouden terugkeren. Door Nog een dag hier uitgebreid te analyseren, leveren we een volledig nieuwe bijdrage aan het onderzoek van Kapuscinski’s oeuvre.
      1. Methode



Nog een dag wordt – na een summiere inhoudelijke voorstelling – geanalyseerd op basis van zijn literaire en journalistieke kenmerken. Zoals we boven reeds aangaven, zijn de belangrijkste literaire elementen in Kapuscinski’s stijl volgens James Aucoin: compositie/narratieve structuur, coherentie van het verhaal, dialoog, ironie, metafoor en het inlassen van de persoonlijke stem van de auteur20. Graag had ik daar ook nog Kapuscinski’s uitgebreide sfeerscheppingen en persoonsbeschrijvingen aan toegevoegd. Boven hebben we ook gezien dat Kapuscinski gebruik maakte van composiete personages, personages die voor de goede loop van het verhaal een samenstel zijn van de karaktereigenschappen, daden en gevoelens van verschillende personen. Uiteraard kunnen we moeilijk nagaan of er in Nog een dag composiete personages optreden en welke personages dat dan zouden zijn. Daarom laten we deze kwestie hier buiten beschouwing. Het zijn niet de afzonderlijke stijlkenmerken die bepalen of Kapuscinski’s stijl literair is of niet, maar wel het samenspel ervan. De metafoor is bijvoorbeeld geen element dat enkel in literaire teksten voorkomt.

Voor de journalistieke analyse van Nog een dag kijken we naar de expliciete verwijzingen die Kapuscinski maakt naar zijn beroep en wordt het boek onder meer geëvalueerd naar zijn epistemologische waarde, waarbij we uitgaan van de ‘epistemic responsibility’, zoals Aucoin voorstelde (cfr. supra). In overeenstemming met de theorie rond ‘epistemic responsibility’ valt het criterium van de accuraatheid buiten deze studie en wagen we ons niet aan de (vrijwel onmogelijke) taak te onderzoeken of alles wat Kapuscinski schreef wel strookt met de werkelijkheid.

Voor de analyse van Nog een dag zullen we volgende opdeling hanteren:
(a) Vertelde tijd: Over welke periode wordt er precies verslag uitgebracht en wat is de historische achtergrond ervan?

(b) Compositie: Hoe is het verhaal opgebouwd? Hoe ziet de globale structuur eruit?

(c) Stijlkenmerken: Welke typisch literaire middelen worden gebruikt?

(d) Journalistieke elementen: Waar en hoe merken we de journalistieke inslag in het verhaal? Waar wordt er verwezen naar het verslaggevingsproces?

(e) ‘Narrative theory’ en ‘epistemic responsibility’: Hoe overtuigt Kapuscinksi de lezer te geloven wat hij schrijft? Is zijn verhaal coherent, vrij van contradicties, geloofwaardig?

(f) Conclusie: Afrondende beschouwing
De analyse zullen we staven met voldoende voorbeelden. We kunnen stellen dat deeltjes (b) en (c) eerder peilen naar de literaire aard van Kapuscinski’s werk en de deeltjes (d) en (e) eerder naar het journalistieke karakter, maar we zullen merken dat die scheiding niet altijd even strikt is. De eis van een coherent en geloofwaardig verhaal geldt bijvoorbeeld evenzeer voor de literatuur als voor de journalistiek.

Het is de bedoeling dat we door het onderzoeken en illustreren van het gebruik van deze technieken kunnen aantonen hoezeer Kapuscinski’s schrijfstijl literair en niet nuchter journalistiek van aard is, maar hoe Kapuscinski voor zijn verhaal toch gebruik maakt van journalistieke methodes.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Methode

  • Dovnload 457.35 Kb.