Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Dossier dd Deze bestektekst is enkel geldig voor de Belgische markt

Dovnload 48.71 Kb.

Dossier dd Deze bestektekst is enkel geldig voor de Belgische markt



Datum05.12.2018
Grootte48.71 Kb.

Dovnload 48.71 Kb.

dossier .......... - dd. ........

Deze bestektekst is enkel geldig voor de Belgische markt.
Indien deze beschrijving niet beantwoordt aan de gezochte oplossing, aarzel niet contact op te nemen met ons "kenniscentrum daktechnieken". Wij zoeken samen met u naar de best passende oplossing.
De Boer Waterproofing Solutions NV reserveert zich het recht op elk moment de technische karakteristieken van zijn producten te wijzigen, om te beantwoorden aan de meest recente evoluties van de techniek en de laatste Belgische en Europese normeringen.

LB-RKG3MV 06/10/09 27/04/12 27/04/12 27/04/12 11/01/2017 27/04/12 rev.01/17

De gekozen bestektekst beantwoordt aan de volgende keuzecriteria:


Klasse brandwerendheid: BROOF(t1)

Dakvloer: Bestaande dakdichting Kunststof

Isolatie: Bestaande isolatie gerecupereerd

Plaatsingsmethode: Mechanisch éénlaags

Klimaatklasse: 1/2/3
Volgens het KB van 12 juli 2012 tot wijziging van het KB van 7 juli 1994, worden in bijlage 5/1 de eisen inzake “Reactie bij brand – Gedrag bij een brand vanaf de buitenzijde” voor daken van gebouwen in punt 8.1. als volgt opgegeven: “De producten voor de dakbekleding vertonen de kenmerken van de klasse BROOF(t1) of zijn dakbedekkingen bedoeld in punt 3bis3 van bijlage 1.”

Punt 3bis3 van bijlage 1: “Bepaalde dakbedekkingen worden geacht te voldoen aan eisen van het prestatiecriterium van een externe brand zonder test. De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt de lijst van deze dakbedekkingen.”



Systeemopbouw: RKG3MV

Dampscherm klasse E3 bestaande dakdichting

Geen bijkomende isolatie

Scheidingslaag Los geplaatst

APP/SBS Toplaag met leischilfer mechanisch bevestigd
Deze opbouw is zowel bruikbaar voor klimaatklasses 1,2 als 3.
Het gekozen systeem is voorzien in de doorlopende technische goedkeuring van het BUtgb ATG nr. 1924.


33. PLAT DAK / DAKVLOER 07/07/08

33.00. plat dak / dakvloer – algemeen 07/07/08

Algemeen

Onder dakvloer wordt verstaan het draagvlak voor de isolatie en de dichtingslaag.

De opbouw van de horizontale, of onder lichte helling geplaatste, dakvloer kan bestaan uit o.a. :



  • Ter plaatse gestort gewapend beton, desgevallend voorzien van een afschotlaag volgens rubriek 33.50. Hellingsbeton - algemeen;

  • Geprefabriceerde welfsels van beton of cellenbeton zonder druklaag;

  • Geprefabriceerde welfsels, predallen of balken & vulblokken, voorzien van een druk- en/of afschotlaag volgens rubriek 33.50. Hellingsbeton - algemeen;
REFERENTIENORMEN

TV 215 - Het platte dak: opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud (WTCB, 2001)

NBN B 46-401 - Het platte dak opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud (2003)
BRANDGEDRAG

De vereiste brandweerstand van de dakopbouw als geheel (dakvloer, dampscherm, isolatie- en dichtingsysteem) dient te voldoen aan het KB van 19/12/1997 en 4/4/2003 (zie ook TV 215 § 2.2).
Veiligheid

Overeenkomstig het veiligheid- & gezondheidsplan, zoals opgemaakt door de veiligheidscoördinator-ontwerp en gevoegd bij het bijzonder bestek. Alle richtlijnen ter zake en concrete aanwijzingen van de veiligheidscoördinator-verwezenlijking zullen nauwkeurig worden opgevolgd.

33.99. recuperatie bestaande afdichting 07/07/08

Omschrijving

Het betreft de voorbereidingdende werkgen voor het behouden an de bestaande dakdichting en recuperatie als dampscherm of ondergrond voor een nieuwe afdichting.
Meting

Overeenkomstig de specifieke aanduidingen in het bijzonder bestek en/of de samenvattende opmeting wordt de meting als volgt opgevat:

(ofwel)


Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de eenheidsprijs van de isolatieplaten en/of de dakdichting (standaard meting).

(ofwel)


Meeteenheid: per m²
Nota aan de ontwerper

De bestaande dakdichting kan enkel zonder gevaar worden aanvaard als ondergrond voor een nieuwe bekleding indien er bij controle blijkt dat er geen vocht opgesloten zit onder de bestaande afdichting, of dat er zekerheid bestaat dat eventueel vocht kan uitdrogen, dit kan quasi onmogelijk zijn indien een dampscherm aanwezig is.

33.99.01 voorbereiding bestaande afdichting PM m² 07/07/08

volgnr. 1



Uitvoering

De aanwezige ballast dient te worden verzameld en

- ofwel verwijderd,

- ofwel op hopen gezet waarbij de nodig voorzorgen worden genomen om overbelasting van de draagvloer te vermijden,

- ofwel tijdelijk verwijderd, gereinigd en opgeslagen voor latere terugplaatsing

- alle losse delen, rimpels, blazen en scheuren dienen te worden verwijderd en hersteld,

- de bestaande afdichting dient te worden gereinigd en alle afval en zichtbaar stof verwijderd,

- alle detailafwerkingen, opstanden, dakrandafwerkingen, uitzettingsvoegen, dakdoorbrekingen, goten en openingen voor tapbuizen dienen te worden nagezien, en zonodig hersteld, volgens de voorschriften van het TV244 van het WTCB.

- de vlakheid van de draagvloer dient nagezien:

op een lat van 2 m : max. 10 mm tolerantie

op een lat van 20cm, of voor uitspringendede delen en sprongen : een max. van 2 mm voor plaatsing van dampschermen, tot max. 5 mm voor het rechtstreeks plaatsen van de isolatie,

conform de technische voorschriften van de fabrikant van de isolatiematerialen,

- de dakvloer dient luchtdroog te zijn.


Toepassing

35. PLAT DAK / DAKDICHTING 09/04/09

35.00. plat dak / dakdichting – algemeen 06/08/08

Algemeen
REFERENTIENORMEN

TV 215 - Het platte dak: opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud (WTCB, 2001)

TV 244 - Aansluitingsdetails bij platte daken: algemene principes (WTCB, 2012)

NBN B 46-001 - Dakopbouw met afdichtingen - Bitumen- of kunststoffolies (1991)

NBN B 46-002 - Dakafdichtingen - Producten en basis van geoxideerd bitumen - Onderlaag (1991)

NBN B 46-003 - Dakafdichtingen - Producten op basis van APP of SBS- polymeerbitumen (1991)

TV 196 - Balkons (WTCB, 1995)

STS 34.8 - Dakafdichtingen - Derde deel: Uitvoering (1990)

NBN EN 1991-1-4 – Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-4: Algemene belastingen – Windbelasting (2005)

NBN EN 1991-1-4:2005/AC - Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-4: Algemene belastingen – Windbelasting (2010)

NBN EN 1991-1-4 ANB – Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 1-4: Algemene belastingen – Windbelasting – Nationale bijlage (2010)

Technische goedkeuring ATG voor de betreffende dakbanen

De dakafdichter - Beroepsmonografie (Nationale Actiecomité voor Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf, 1994)

Handboek voor de dakafdichter (Fonds voor Vakopleiding in de bouw en de Belgische vereniging van aannemers van dichtingwerken)

EN 13707: 2004 Flexible sheets for waterproofing - Reinforced bitumen sheets for roof waterproofing - Definitions and characteristics

EN 1187-1 ontwerpnorm (conform referentiedakopbouw - brandtest op het totale dakpakket, met inbegrip van de isolatie)
Omschrijving

De post “plat dak / dakdichting” omvat alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van de voorziene (soepele) dakdichtingsbanen op platte en/of licht hellende daken tot een waterdicht geheel. In overeenstemming met de algemene en/of specifieke bepalingen van het bijzonder bestek, dienen de onder deze post begrepen eenheidsprijzen, hetzij volgens uitsplitsing in de samenvattende opmeting, hetzij in hun globaliteit, steeds te omvatten:

Het nazicht en de voorbereiding van het draagvlak;

De levering en verwerking van de dakdichtingslagen, inclusief alle noodzakelijke scheidingslagen, lijmen, bevestigingsmiddelen en toebehoren;

Het aanwerken van de dakdichting rondom koepels, rookkanalen, ventilatiekanalen, e.d.;

De waterdichte afwerking en aansluiting (of herstelling) van de dakdichting ter hoogte van dakranden, gevelopstanden en eventuele aangrenzende constructies;

De eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen;

De gebeurlijke kosten voor de proeven op de waterdichtheid.

Meting

Overeenkomstig de specifieke aanduidingen in het bijzonder bestek en/of de samenvattende opmeting wordt de meting als volgt opgevat:

Meeteenheid: per m²

Meetcode:

Dakvlakken: Netto horizontaal gemeten dakoppervlakte. Openingen met een dagmaat kleiner dan 1 m² worden niet afgetrokken. De opmeting wordt uitgevoerd volgens de horizontale projectie zodat overlappingen, opstanden, snijverliezen enz. moeten opgenomen worden in de eenheidsprijs.

Dakopstanden: De uitgevoerde oppervlakte van de dakopstanden worden gemeten vanaf de snijlijn met het dakvlak.

Aard van de overeenkomst:

Dakvlakken: Forfaitaire Hoeveelheid (FH)

Dakopstanden: Forfaitaire Hoeveelheid (FH)


Materialen
BRANDGEDRAG

De eisen inzake het gedrag bij brand vanaf de buitenzijde worden opgelegd door het KB van 12/07/2012 tot wijziging van het KB van 7/07/1994. Wat betreft de daken van het gebouw, dienen de producten voor de dakbedekking de kenmerken te vertonen van de klasse BROOF(t1), zoals bepaald in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen 2005/823/EG tot wijziging van de beschikking 2001/671/EG. Dit dient te worden gestaafd door de ATG van de gebruikte eindlaag.
Uitvoering
ALGEMEEN

De dakafdichtingen mogen enkel worden aangebracht door gekwalificeerde plaatsers, met de nodige ervaring en deskundigheid, m.b.t. de plaatsing van het voorziene dakafdichtingsysteem (dampscherm - isolatie - dichting). Zij dienen daarenboven de respectievelijke bepalingen zoals vermeld in TV 215 (WTCB), de technische goedkeuring en/of de voorschriften van de fabrikant strikt op te volgen.
OMGEVINGSINVLOEDEN - BESCHERMINGSMAATREGELEN

De plaatsing zal onderbroken en voorlopig beschermd worden bij vochtig weer (regen, sneeuw, mist) en/of bij temperaturen lager dan 0-5°C. Het werk mag in deze gevallen enkel voortgezet worden, mits voorafgaandelijke toestemming van de architect en naleving van de door de fabrikant opgelegde voorzorgsmaatregelen.

De rollen zullen verticaal vervoerd en op een vlakke en gladde vloerbodem opgeslagen worden. Zij zullen met zorg behandeld worden om iedere beschadiging te vermijden. In het bijzonder bij temperaturen onder 5°C moeten de rollen zeer behoedzaam worden behandeld.



De nodige beschermingsmaatregelen worden getroffen om na uitvoering het betreden van het dak te beperken. Alle mogelijke schade, voortvloeiende uit een gebrekkige coördinatie of onvoldoende beschermingsmaatregelen vallen ten laste van de aannemer.
PLAATSING - RANDVOORWAARDEN

  • De aannemer zal voor de aanvang van het werk alle eventuele gebreken of onverenigbaarheden, die de kwaliteit van het werk in gedrang zouden kunnen brengen, signaleren aan de architect.

  • De dakvloer moet luchtdroog, effen en zuiver zijn.

  • De grondvlakken dienen, in functie van de voorziene dakafdichting en plaatsingsmethode, respectievelijk te voldoen aan de voorschriften van NBN B 46-001 (1991) en TV 215 § 4.2 (zie ook artikel 34.00 plat dak / thermische isolatie - algemeen):

  • De ondergrond zal droog zijn en een temperatuur van meer dan 2°C hebben. Hij zal goed glad, vlak en vast zijn. Voegen van draagvloerelementen of van cellenbeton zullen gepast overbrugd worden. Hij zal vrij zijn van alle vreemde stoffen of lichamen (vet, kiezel, olie...).Hij zal chemisch en mechanisch met de dakdichting verenigbaar zijn.

  • De stroken zullen zoveel mogelijk uit één stuk, gelijkmatig en spanningsvrij, uitgerold en bevestigd worden.

  • De schikking van langs- en dwarsnaden wordt zodanig gekozen dat een volledige waterafvloeiing verzekerd is. Als de helling meer dan 20% bedraagt, zullen de schikkingen voor het bevestigen van de dakdichting uitgevoerd worden volgens de technische goedkeuring(en) ATG.

  • Aan de randen wordt de hoek tussen het strekkende deel en de opkant, behoudens andere bepalingen, afgeschuind onder een hoek van 45°, met schuin gesneden isolatiestroken.
AANSLUITINGEN & DOORBREKINGEN

  • De aannemer dient garant te staan voor een perfecte waterdichte afwerking en aansluiting van de dakdichting ter hoogte van dakranden, opstanden, schoorstenen, sokkels, horizontale en verticale dakdoorbrekingen en randafwerking (of herstelling) van aangrenzende constructies.

  • Alle randaansluitingen zullen wordt uitgevoerd conform de technische goedkeuring ATG, overeenkomstig de aanduidingen op plan en de respectievelijke uitvoeringsprincipes volgens TV 244 § 8 - Dakdoorbrekingen en sokkels.

  • De aansluiting ter hoogte van schouwen zullen uitgevoerd worden overeenkomstig TV 244 § 8.5.

  • Bovendakse verankeringen (van balkonleuningen, masten, rails, …) in of op sokkels, zullen uitgevoerd worden overeenkomstig de principes van TV 244 § 8.6.
BEWEGINGsVOEGEN

  • Bewegingsvoegen in het dak en/of dakopstanden worden uitgevoerd overeenkomstig de respectievelijke uitvoeringsprincipes volgens TV 244 § 7.
Veiligheid

Overeenkomstig het veiligheid- & gezondheidsplan, zoals opgemaakt door de veiligheidscoördinator-ontwerp en gevoegd bij het bijzonder bestek. Alle richtlijnen ter zake en concrete aanwijzingen van de veiligheidscoördinator-verwezenlijking zullen nauwkeurig worden opgevolgd.
Keuring
ATTESTEN

De aannemer legt steeds een geldig ATG-certificaat voor het betreffende dakdichtingsysteem conform de voorziene dakopbouw voor. Alle membranen dienen drager te zijn van een geldige CE-markering, conform de Europese norm EN13707, op verzoek dient een geldig CE-certificaat van de fabrikant te worden voorgelegd.
WAARBORGEN

De aannemer blijft gedurende een periode van 10 jaar na de voorlopige oplevering, aansprakelijk voor de volledige waterdichtheid van de uitgevoerde dakafdichting.

Bijkomend zal de aannemer bij de voorlopige oplevering een door de fabrikant opgemaakt attest afleveren, houdende een 10-jarige fabriekswaarborg op gebreken m.b.t. de geleverde materialen (zonder voorbehoud op materialen en arbeidsloon wanneer zich dientengevolge een vervanging van de dakbedekking zou opdringen). Dienaangaande dienen alle richtlijnen van de producent van de dakdichtingmaterialen (volgens de technische goedkeuring ATG) nauwgezet te worden nageleefd, onverminderd gebeurlijke tegenstrijdige bepalingen vermeld in het bijzonder bestek.


35.25. gemodificeerd bitumen (SBS/APP) – algemeen 09/04/09

Omschrijving

Het betreft bitumineuze dakdichtingen met een eindlaag op basis van gemodificeerd bitumen met polyesterinlage of composietwapening. Aan de bovenzijde met een UV-bestendig plastomeer TPO (Thermoplastische Poly Olefine), een van de meest hoogwaardige plastomeren binnen de APP (Atactisch PolyProplyeen)–familie, aan de onderzijde met een elastomeer SBS (Styreen Butadieen Styreenrubber).
Materialen

Het afdichtingsysteem bezit een doorlopende technische goedkeuring ATG voor toepassing op de betrokken ondergrond. De bijproducten (keuze van geschikte onder- en tussenlagen volgens NBN B 46-002 en TV 215 § 8.2.1.1 - tabel 19) dienen steeds conform te zijn met de ATG-goedkeuring van de dakbaan. Systeem voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur.
Uitvoering

De dichting wordt geplaatst conform de technische goedkeuring ATG, de voorschriften van NBN B 46-001 en TV 215 § 8.2 - Plaatsingsmethoden.

De lagen worden geplaatst met een minimale langse en dwarse overlapping, overeenkomstig TV 215 § 8.2.4.2.2 - tabel 28). De naadoverlappingen worden zorgvuldig gelast over de volledige breedte van de naad en samengedrukt.

De opstanden worden steeds volledig gekleefd uitgevoerd hetzij door vlamlassen hetzij met een aangepaste verlijming.

35.25.04 éénlaags / APP-SBS mechanisch (M) FH m² 09/04/09


volgnr. 2
Materiaal

Specificaties

Systeemcode (TV 215, § 8.2.2.3 - tabellen 22, 24 & 27): / MV (toplaag geschroefd)



Toplaag:

Een soepel waterdichtingsmembraan met een dikte van 4 mm. De bovencoating is van bitumen gemodificeerd met min. 25 % plastomeer: TPO (Thermoplastische Poly Olefine), een van de meest hoogwaardige plastomeren binnen de APP (Atactisch PolyProplyeen)–familie. Daardoor verkrijgt het een hoge mechanische weerstand en UV-bestendigheid.

De ondercoating van elastomeerbitumen, bitumen gemodificeerd met min. 12% SBS (Styreen Butadieen Styreen), bezit een hoge elasticiteit alsook een sterk kleefvermogen. Dit resulteert in een soepele verwerking van het materiaal met uiterst hechte naadverbindingen. De interne composietwapening van polyester en glasscrim (180 g/m²) combineert de eigenschappen van sterkte en stabiliteit.

De bovenzijde is afgewerkt met een optimaal ingewalste designlei, keuze uit 3 kleuren; onderaan is het membraan voorzien van een bedrukte wegbrandfolie.

Voor een optimale lasverbinding is ook de langsnaad van een strook SBS gemodificeerd bitumen en een wegbrandfolie voorzien. Door de extra brede vrije boord van 13 cm is deze rol speciaal bestemd voor plaatsing door middel van mechanische bevestigingen.

De toplaag is speciaal ontworpen voor toepassingen die dienen te voldoen aan de basisnormen voor de preventie tegen brand volgens het Koninklijk Besluit van 12 juli 2012 dat het vroegere KB van 7 juli 1994 vervangt. Ze dient te voldoen aan de eisen van de classificatie BROOF(t1) conform de NBN ENV 1187: 2002 test1.


Technische karakteristieken: conform EN 13707
Treksterkte (N/5 cm ± 20 %): 880 langs / 880 dwars

Rek bij breuk (% ± 15): 50

Nagelscheurweerstand (N ± 50): 300

Koude buig (°C): ≤ -15 (TPO) / -20 (SBS)

-na veroudering(°C): ≤ -5 (TPO) / -5 (SBS)

Afdruiptemperatuur (°C): ≥ 110

-na veroudering(°C): ≥ 100

Stabiliteit - krimp (%): ≤ 0,3

Ponsweerstand statisch / dynamisch: L25 / I10
(Richtmerk: De Boer DuO High Tech 4 xxx/F C180 FC Mecano) (ATG 1924)

xxx: afwerking Leislag naar keuze: BO (Bourgogne), WGG (Wit-Grijs-Groen), AGR (Antraciet Granulaat).


Uitvoering

Om te vermijden dat de nieuwe bitumineuze dakafdichting in contact zou komen met een mogelijk niet bitumenbestendige bestaande kunststof dakafdichting, wordt een scheidingslaag geplaatst, bestaande uit een polyestervlies van minimum 180 g/m². Deze wordt los geplaatst met enige overlapping in lengte en breedte.
De dakafdichting wordt uitgevoerd volgens de ATG-richtlijnen en TV 215 § 8.2.4.

De afdichting wordt doorheen de isolatie vastgeschroefd op de dakvloer. De bevestigingen worden geplaatst op de langsnaad. Het aantal bevestigingen zal enerzijds worden bepaald aan de hand van een windlastberekening en de plaatsingsvoorschriften van de TV 215 van het WTCB, anderzijds rekening houdend met de technische gegevens van de fabrikant van de bevestigingsmiddelen. Indien de windweerstand < 450 N/bevestiging, dient met deze laatste rekening gehouden.


Nota aan de ontwerper:

Het type van de bevestiging hangt af van de aard van de draagvloer :
(Ofwel: betonnen draagvloer)

De bevestiging bestaat uit een kunststofdrukverdeelplaat (diam. 50 mm) met huls en een verzinkte stalen nagelschroef. De zijkant van het verdeelplaatje wordt geplaatst op 1 cm afstand van de zijkant van de dakrol. Alle metalen bevestigingsmaterialen dienen roestwerend behandeld te zijn, minimaal bestand tegen 15 cycli van de Kesternich test volgens DIN 50018.


De verankeringslengte in gewapend beton type B25 is min. 25 mm, en er dient min. 10 mm dieper te worden voorgeboord. In een ondergrond waarvan de druksterkte lager is dan deze van beton type B25 dient aan de hand van uittrekproeven, voor de aanvang van de werken, de de uittrekwaarde te worden bepaald. Deze zal min. 3x de rekenwaarde van de bevestiger bedragen. Indien nodig zal de verankeringslengte worden aangepast.

De overlappingen worden over de gehele breedte gevlamlast, of geföhnd, in de langsrichting 13 cm, dwarsrichting 15 cm. Aan begin en eind van de dakrollen worden overhoeks hoekjes afgesneden onder 45 graden over de breedte van de overlap, om een gesloten en lange naad te verkrijgen.

De toplaag wordt geplaatst tot tegen de opstaande randen. De afdichting van de opkanten zelf wordt door een afzonderlijke strook gerealiseerd volgens de richtlijnen van de TV 244 van het WTCB.
(Ofwel: houten draagvloer)

De bevestiging bestaat uit een stalen verzinkte schroef met min. diam 4,8 mm en een metalen verdeelplaatje met afm. 80x40 mm en een dikte van min. 1 mm. Alle metalen bevestigingsmaterialen dienen roestwerend behandeld te zijn, minimaal bestand tegen 15 cycli van de Kesternich test volgens DIN 50018. Minimale lengte van de schroef: dikte isolatie+ 20mm.


De overlappingen worden over de gehele breedte gevlamlast, of geföhnd, in de langsrichting 13 cm, dwarsrichting 15 cm. Aan begin en eind van de dakrollen worden overhoeks hoekjes afgesneden onder 45 graden over de breedte van de overlap, om een gesloten en lange naad te verkrijgen.

De toplaag wordt geplaatst tot tegen de opstaande randen. De afdichting van de opkanten zelf wordt door een afzonderlijke strook gerealiseerd volgens de richtlijnen van de TV 244 van het WTCB.


(Ofwel: stalen draagvloer)

Of: een stalen verzinkte schroef met min. diam 4,8 mm en een metalen verdeelplaatje met afm. 80x40 mmm en een dikte van min. 1 mm. Alle metalen bevestigingsmaterialen dienen roestwerend behandeld te zijn, minimaal bestand tegen 15 cycli van de Kesternich test volgens DIN 50018. Minimale lengte van de schroef: dikte isolatie+ 20mm.


Of: een stalen verzinkte schroef met min. diam 4,8 mm en een kunstofhuls met verdeelplaat, met afm. 80x40 mm welke een telescopische beweging van de schroef bij indrukken van de isolatie toelaat zonder dat deze de dakdichting kan beschadigen.
Nota aan de ontwerper:

Vooral bij dikkere isolatielagen (vanaf 120 mm) en zeker bij daken die regelmatig worden betreden voor onderhoud en inspectie is een “telescopische” bevestiging aangewezen om het doortrappen van de schoeven door de afdichting te vermijden of de uitoefening van een zijdelingse kracht op de schroef welke de verankering in de ondergrond kan beschadigen. Bovendien reduceren deze bevestigingen de koudebrugwerking van de schroeven.

De overlappingen worden over de gehele breedte gevlamlast, of geföhnd, in de langsrichting 13 cm, dwarsrichting 15 cm. Aan begin en eind van de dakrollen worden overhoeks hoekjes afgesneden onder 45 graden over de breedte van de overlap, om een gesloten en lange naad te verkrijgen.



De toplaag wordt geplaatst tot tegen de opstaande randen. De afdichting van de opkanten zelf wordt door een afzonderlijke strook gerealiseerd volgens de richtlijnen van de TV 244 van het WTCB.

Toepassing

  • LB-RKG3MV 06/10/09 27/04/12 27/04/12 27/04/12 11/01/2017 27/04/12 rev.01/17
  • 33. PLAT DAK / DAKVLOER 07/07/08 33.00. plat dak / dakvloer – algemeen 07/07/08
  • 33.99. recuperatie bestaande afdichting 07/07/08
  • 33.99.01 voorbereiding bestaande afdichting PM m² 07/07/08
  • Toepassing 35. PLAT DAK / DAKDICHTING 09/04/09 35.00. plat dak / dakdichting – algemeen 06/08/08 Algemeen
  • OMGEVINGSINVLOEDEN - BESCHERMINGSMAATREGELEN
  • PLAATSING - RANDVOORWAARDEN
  • AANSLUITINGEN DOORBREKINGEN
  • 35.25. gemodificeerd bitumen (SBS/APP) – algemeen 09/04/09
  • 35.25.04 éénlaags / APP-SBS mechanisch (M) FH m² 09/04/09

  • Dovnload 48.71 Kb.