Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Dr R. A. Gase beel in batavia

Dovnload 19.88 Kb.

Dr R. A. Gase beel in batavia



Datum10.10.2017
Grootte19.88 Kb.

Dovnload 19.88 Kb.

Dr R.A. Gase
BEEL IN BATAVIA
Van contact tot conflict.

Verwikkelingen rond de Indonesische kwestie in 1948


Anthos

Voor Carolien

Woord vooraf
In het kader van mijn onderzoek naar de achtergronden van de Nieuw Guinea-kwestie heb ik in juni 1973 ondermeer gesproken met dr L.J.M. Beel. Tijdens dit onderhoud kwam ook kort de Indonesische kwestie ter sprake. Dr Beel vertelde mij dat hij niet van plan was memoires te gaan schrijven, maar dat hij wel bereid was op een geschikt moment

zijn persoonlijk archief, voor zover dat op de Indonesische kwestie betrekking had, voor wetenschappelijk onderzoek toegankelijk te maken. Uiteindelijk is op 1 januari 1985 het bij het Nationaal Archief (NA) berustende archief-Beel volledig voor wetenschappelijk onderzoek opengesteld.

Het archief-Beel bevat zeer veel interessante correspondentie uit de jaren 1945-1949, o.a. met dr H.J. van Mook, tot 1 november 1948 de luitenant gouverneur-generaal van Indonesië, met ing. L. Neher, in 1948 Gedelegeerde van het Opperbestuur in Indonesië, en met jhr mr H.F.L.K. van Vredenburch, in, de eerste helft van 1948 vice-voorzitter van de Nederlandse delegatie voor de onderhandelingen met de Republiek Indonesia. Omdat bovendien in 1985 de memoires van Van Vredenburch verschenen zijn, is het nu mogelijk de belangrijkste gebeurtenissen, zoals die zich in 1948 rond de Indonesische kwestie afspeelden, nauwkeurig te bestuderen.

Zeer informatief is vooral de correspondentie van Neher, de enige vertegenwoordiger van het Opperbestuur in Indonesië, die gedurende heel 1948 in functie gebleven is. De figuur van Neher is enigszins in het vergeetboek geraakt, overschaduwd door meer geprofileerde en daardoor bekendere, maar niet altijd belangwekkender figuren, zoals Van Vredenburch. In de eerste helft van 1948 correspondeerde Neher zeer frequent met premier Beel. Na het aftreden van Beel en de benoeming van Drees tot minister-president zette Neher de correspondentie met laatstgenoemde voort. Neher kende Drees al vele jaren; zij waren generatiegenoten en hun politieke en maatschappelijke denkbeelden vertoonden grote overeenkomst. Uit de in het archief-Beel en het archief-Drees aanwezige correspondentie komt Neher naar voren als een zeer integere en uitermate loyale man, die een gemis aan geprofileerde opvattingen over het te volgen beleid wist te compenseren door een natuurlijke mensenkennis. Uit het nu beschikbare bronnenmateriaal komt Beel naar voren als een diepgelovig mens, die in Indonesië het beste nastreefde zoals hij dat zag. Beel was, evenals zijn socialistische tegenvoeter in Indonesië, Neher, een typische Einzelgänger. Door zijn afkomst en opvoeding had hij geen vrienden, die hij volledig kon vertrouwen, zodat hij niet in staat was in Indonesië een team te vormen. Omdat hij zodoende in Indonesië geen klankbord had, bleef Beel in veel sterkere mate dan zijn voorganger Van Mook afhankelijk van de legerleiding en andere hoge ambtenaren. In Indonesië behield Beel een sterk Neerlandocentrische instelling. Daarbij overschatte hij heel sterk de politieke betekenis van een aantal van de federalistische sympathisanten van Nederland, terwijl hij de kracht van het nationalisme en de geestelijke betekenis van de Republiek volstrekt miskende. Beel bleef in wezen een provinciaal denkend en voelend mens, beheerst door een legalistische opvatting van de menselijke en staatsrechtelijke verhoudingen.

Sinds 1 januari 1985 is ook het bij het Kabinet der Koningin berustende formatiedossier van Beel voor wetenschappelijk onderzoek toegankelijk. Aan de hand van de formatiedagboeken van dr W. Drees en PvdA-fractievoorzitter jhr mr M. van der Goes van Naters, de formatiedossiers van KVP-fractievoorzitter mr C.P.M. Romme en kabinetsformateur mr J.R.H. van Schaik en het nu beschikbaar gekomen formatiedossier Beel is het mogelijk de formatie van 1948 als het ware van uur tot uur te reconstrueren.

Duidelijk wordt dat de PvdA in 1948 lang in verzet is gebleven tegen de vorming van een kabinet op brede basis, dat zou bestaan uit vertegenwoordigers van KVP, PvdA, CHU en VVD. Evenzeer wordt duidelijk dat een meerderheid van de PvdA-Tweede Kamerfractie in zeer korte tijd bereid bleek haar principes voor het grootste deel opzij te zetten, toen het premierschap in de laatste fase van de kabinets­formatie werd aangeboden aan PvdA-voorman Drees. In het uiteindelijk gevormde kabinet-Drees/Van Schaik verloor de PvdA elke greep op het buitenlandse en het Indonesische beleid. Welke gevolgen dit voor Indonesië zou hebben, zou spoedig blijken.

Uit het in het archief-Beel aanwezige materiaal wordt duidelijk dat het beeld van de nieuwe minister van Overzeese Gebiedsdelen, mr E.M.J.A. Sassen (KVP) als een trouwe volgeling van KVP-fractievoorzitter Romme bijstelling behoeft. Sassen hield er in de eerste fase van zijn ministerschap over de Indonesische kwestie opvattingen op na, die bepaald vooruitstrevender waren dan die van menig ander minister. Door de loop der gebeurtenissen en door zijn vaak onbesuisde en ongepolijste optreden wist de jonge bewindsman echter in zeer korte tijd veel mensen tegen zich in het harnas te jagen, hetgeen tot gevolg had dat zijn collega-ministers hem er in februari 1949 niet van weerhielden zijn ontslagaanvrage bij koningin Juliana in te dienen.

Daarnaast blijkt uit het archief-Beel dat de oud-premier in 1948 zelf op een weinig fraaie wijze het ontslag van dr H.J. van Mook in Indonesië heeft bewerkstelligd. Niet alleen was Beel bereid Van Mook op te volgen, maar al in de eerste fase van zijn formateurschap stond het voor Beel vast dat Van Mook op korte termijn moest verdwijnen. Zeer kwalijk is daarbij dat Beel achteraf getracht heeft, ook bij Van Mook zelf, een geheel andere indruk van zijn betrokkenheid bij het ontslag van de luitenant gouverneur-generaal te wekken.

Een van de redenen dat Van Mook moest verdwijnen, was dat hij de regering in Den Haag regelmatig voor voldongen feiten plaatste. Op dit punt zou zijn opvolger Beel spoedig ook voor de nodige verrassingen zorgen.
Beel in Batavia behandelt de ontwikkelingen in de Nederlands-Indonesische betrekkingen in 1948, het jaar dat zo hoopvol begon met de Renville-overeenkomst tussen Nederland en de Republiek en dat tevens zo hopeloos eindigde met de Tweede Politionele Actie van Nederland tegen de Republiek.

Deze studie pretendeert niet een volledige geschiedschrijving van de ontwikkelingen rond de Indonesische kwestie in 1948 te zijn. Zij beoogt met als uitgangspunt het archief-Beel en met behulp van interviews met een aantal hoofdpersonen een beschrijving te geven van de belangrijkste gebeurtenissen uit 1948, waarbij met name getracht wordt aan te tonen dat dikwijls persoonlijke tegenstellingen en ambities, veel meer dan verschillen in inzicht over het te volgen beleid, ten grondslag lagen aan de zeer moeizame wijze waarop in Indonesië de zo noodzakelijke veranderingen konden worden doorgevoerd.


Verantwoording

De publicatie van dit boek zou niet mogelijk geweest zijn zonder de mij door velen zo ruimschoots gegeven medewerking.

In de eerste plaats dank ik de medewerkers van het Nationaal Archief In Den Haag, in het bijzonder drs E. van Laar, mej. drs F. van Anrooij en S.F.M. Plantinga.

Daarnaast dank ik mr J.M. Drees voor de hulpvaardigheid ondervonden bij het raadplegen van het archief van zijn vader. Mgr H.Th. M. Beel wil ik hartelijk bedanken voor het beschikbaar stellen van de privé-correspondentie met zijn broer uit de jaren 1947-1949. Zeer erkentelijk ben ik ook de heren mr J.A.W. Burger, jhr mr M. van der Goes van Naters, dr J.H. van Roijen, prof. dr J.Th.M. Bank, prof. dr J.L.J. Bosmans, mr dr I. Anak Agung Gde Agung en Abdul Kadir Widjojoatmodjo voor de vele waardevolle opmer­kingen en inlichtingen, welke zij mij hebben verstrekt. Kritische meelezers hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het boek dat thans voor U ligt. Op dit punt wil ik daarom dr L.G.M. Jaquet, dr P.J. Koets, mr E.M.J.A. Sassen en mevr. drs M.J.B. Schouten hartelijk danken voor de uitvoerige opmerkingen en kritische kanttekeningen, die zij bij mijn manuscript hebben geplaatst.

Een speciale plaats wil ik inruimen voor dr H.N. Boon, in 1948 chef van de directie politieke zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dr Boon heeft het schrijven van dit boek vanaf het begin begeleid en zonder zijn waardevolle commentaar zou het in deze vorm nooit geschreven zijn. Ik wil hem daarvoor heel hartelijk dank zeggen.
Zwaag, augustus 1986/Hoorn, april 2003
Dr R.A. Gase




R.A. Gase, Beel in Batavia. Voorwoord. Versie:

© R.A. Gase 1986/2003. 10-10-2017; HH:10 uur



  • Beel in Batavia
  • Verantwoording

  • Dovnload 19.88 Kb.