Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ecologisch slootwateronderzoek

Dovnload 457.86 Kb.

Ecologisch slootwateronderzoek



Pagina1/8
Datum21.09.2017
Grootte457.86 Kb.

Dovnload 457.86 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8



Ecologisch slootwateronderzoek

slootennatuur1

Bepaling van de abiotische en biotische waarden in en om de sloot.



slootenkoeinwei

THEORIE
Zelfreinigend vermogen van zoet water


Inleiding

Elk water wat door organische stoffen (afkomstig van planten, dieren of mensen) verontreinigd wordt, wordt na enige tijd weer schoon, vooropgesteld dat de toevoer van organische stoffen stopt. Wat overblijft van deze organische stof is water, koolzuurgas en voedingsstoffen voor planten. Dit vermogen van een zoetwater biotoop om organische stoffen om te zetten in anorganische stoffen noemen we het zelfreinigend vermogen. Voor deze omzetting zijn bacteriën verantwoordelijk.


Proces

Dit proces van zelfreiniging verloopt in een aantal stappen. De toegevoerde organische stof veroorzaakt in eerste instantie een, massale groei van bacteriën, waardoor het zuurstofgebruik in de biotoop sterk toeneemt (aërobe bacteriën verbruiken zuurstof voor hun verbranding). Het water is zuurstofarm tot – bijvoorbeeld op grotere diepten - zuurstofloos.

Onder deze omstandigheden kunnen bacteriën voorkomen die goed tegen zuurstofarme

omstandigheden kunnen (anaëroob) en die methaan (moerasgas), zwavelwaterstof (stinkt naar rotte eieren) of ammoniak als restproduct hebben. Wanneer het grootste deel van de organische stof is afgebroken, dan zal het zuurstof verbruik door bacteriën, langzaam afnemen. Hierdoor krijgen bacteriën, die op zuurstofrijkere omstandigheden (aëroob) zijn aangewezen, een kans. Deze zullen de

restanten organische stof, die nog aanwezig zijn verder afbreken. Naarmate de hoeveelheid organische stof verder afneemt, zal ook de hoeveelheid bacteriën verder afnemen.

Uiteindelijk zal alle organische stof omgezet zijn in water, koolzuurgas en voedingsstoffen voor planten.


De snelheid van zelfreiniging van zoet water hangt van een aantal factoren af. Zo is de beweging van water, hetzij door wind hetzij door stroming, van invloed op de hoeveelheid zuurstof in het water.

Zo zal in een snel stromende beek het water meer zuurstof bevatten, er dus meer bacteriën kunnen leven en als gevolg daarvan zal een organische verontreiniging sneller opgeruimd zijn. Ook de waterdiepte speelt een rol; in ondiepe wateren zal de hoeveelheid zuurstof groter zijn dan in heel diepe.


INDELING IN ORGANISCHE VERONTREINIGING
Indeling

Kijkend naar de mate van organische verontreiniging, kunnen we een indeling maken in vier classificaties.


ZEER STERK VERONTREINIGD WATER

Zuurstofarm of zuurstofloos. Veel slib, dat stinkt. Bacteriën massaal aanwezig.

Soortenarm.

STERK VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Veel bacteriën. Veel microscopische soorten zoals plankton, weinig hogere planten en dieren. Water is niet helder.

MATIG VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Weinig bacteriën. Helder water. Veel soorten hogere en lagere planten en dieren. Gevoelig voor algen bloei.

WEINIG VERONTREINIGD WATER



Zuurstofrijk. Geen organische stof. Soortenarm en weinig individuen per soort.
Bij deze indeling moet er rekening mee gehouden worden, dat er overgangsfasen voor kunnen komen tussen de verschillende waterkwaliteiten.
Naast de verontreiniging met organische stoffen zoals bijvoorbeeld mest, kunnen er ook verontreinigingen optreden door anorganische stoffen (niet afkomstig van levende organismen), zoals bestrijdingsmiddelen, mineralen zoals zout wat gebruikt wordt voor gladheidbestrijding op wegen, chemische schoonmaakmiddelen enzovoort.

Abiotische factoren

zuurstofgehalte
De hoeveelheid opgeloste zuurstof kan voor waterorganismen een beperkende factor zijn. Bij een laag zuurstofgehalte (0-3 mg/l) kunnen de meeste waterorganismen niet leven. De maximale hoeveelheid opgeloste zuurstof in water is afhankelijk van de temperatuur en van de hoeveelheid (onder)waterplanten. Overdag is het zuurstofgehalte in het water hoger dan `s avonds of `s nachts. Indien er weinig (onder)waterplanten in het zoetwaterecosysteem voorkomen, kan de hoeveelheid opgeloste zuurstof significant lager zijn dan in de onderstaande tabel.

Jullie zullen het zuurstofgehalte meten met behulp van een O2-sensor en coach. De sensor is geijkt op de maximale zuurstofverzadiging (100%) en of zuurstofvrij water (0%). Het zuurstofgehalte wordt gemeten in het door jullie meegebrachte water, dit dient dus zo vers mogelijk en zo min mogelijk geschud te zijn. Zorg er daarom voor dat het meegebrachte water (bv. in een schoon potje) niet met lucht geschud kan worden door het potje, flesje, etc. volledig af te vullen.

Temperatuur oC

O2 mg/l

1-5

14.6 - 12.8

6-10

12.5 - 11.3

11-15

11.1 - 10.2

16-20

10.0 - 9.2

21-25

9.0 - 8.4

25-30

8.2 - 7.6

  1   2   3   4   5   6   7   8

  • Abiotische factoren
  • Temperatuur o C O 2 mg/l
  • 11-15 11.1 - 10.2
  • 25-30 8.2 - 7.6

  • Dovnload 457.86 Kb.