Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Edwin Hantson, Claire Van de Velde, Elke Baten, Brigitte De Craene, Luc Lemarcq, Beatrijs Van De Casteele

Dovnload 0.63 Mb.

Edwin Hantson, Claire Van de Velde, Elke Baten, Brigitte De Craene, Luc Lemarcq, Beatrijs Van De Casteele



Pagina1/4
Datum23.10.2018
Grootte0.63 Mb.

Dovnload 0.63 Mb.
  1   2   3   4

Edwin Hantson, Claire Van de Velde, Elke Baten, Brigitte De Craene, Luc Lemarcq, Beatrijs Van De Casteele, Patricia Pausenberger, Vanessa Janssens en Annemie Desoete 1

Process Communication Model (PCM): een model om meer kinderen/jongeren te bereiken en om als team aan de slag te gaan vanuit een gemeenschappelijke taal

(samenvatting)

Afstemming tussen mensen is belangrijk. Voor sommige therapeuten is ‘planning en tijd’ zo evident dat ze er niet bij kunnen dat bepaalde kinderen hieraan minder belang hechten en hierdoor zelfs soms afhaken. Voor andere therapeuten is ‘gezellig samen zijn’ één van de hoogste doelen, terwijl bepaalde kinderen meer kunnen genieten van dingen ‘alleen’ doen. Er zijn ook hulpverleners die graag discussiëren met kinderen die in therapie komen, terwijl de kinderen misschien eerder nood hebben aan ‘actie’ of ‘speels tof contact’. Het is belangrijk om te beseffen dat wat de ene persoon motiveert (bv. voorspelbaarheid) misschien niet zo’n energieverschaffer is voor de andere. Denken we maar aan therapie: bij sommige kinderen kan voorspelbaarheid zelfs aanleiding vormen voor energieverslindende stress en miscommunicatie. Ook blijven doorhameren op ‘deadlines’, ‘alles samen willen doen’ of ‘onvoldoende actie’ zijn nefast om sommige kinderen te motiveren.

Er zijn veel manieren om af te stemmen tussen bijvoorbeeld een cliënt en een therapeut. Dit artikel illustreert hoe PCM ‘één’ van de pistes kan zijn om dit te bereiken. Het Process Communication Model (PCM) biedt een kader om verschillen en stress tussen mensen (kinderen en volwassenen) beter te begrijpen, te benoemen en erover in gesprek te gaan. We illustreren het belang van PCM als transactioneel model en staan ook stil bij de nood aan verdere empirische evidentie voor het model.


  • Inleiding

Afstemming tussen mensen is belangrijk. Er zijn tal van manieren zijn om die afstemming te proberen bereiken. Sommigen gaan aan de slag met kernkwadranten, de Axenroos of met de roos van Leary. In deze bijdrage staan we stil bij het Process Communication Model (PCM). In PCM verklaart men het belang van ‘afstemming’ vanuit ‘andere behoeftes’, andere ‘percepties’, andere ‘types’ en andere dingen die je stress en energie bezorgen. Het is een ‘taal’ en een ‘model’ (dus per definitie een vereenvoudiging van de realiteit) om na te denken over onze manier van omgaan met elkaar.


We situeren PCM eerst kort in de Transactionele Analyse (TA) om vervolgens in te gaan op de relatie met de Zelf-determinatietheorie (ZDT). Ten slotte verduidelijken we de centrale PCM-constructen en hun relatie met de hulpverleningssector.


Taibi Kahler onderzocht als klinisch psycholoog in de late jaren 1960 een groep van 1200 patiënten die communicatieve problemen hadden (Kahler, 1972; 1982; 1996; 2004). Hij identificeerde hierin iets wat hij later ‘drivers’ ging noemen. Drivers zijn subtiele gedragingen (en manieren van ‘overdrijven’) die het begin van miscommunicatie en stress signaleren, en waarnaar we ons voegen of die we een ander opleggen. Vanuit de observaties van ‘drivers’ en zijn kennis van de Transactionele Analyse, ontwikkelde Kahler het PCM, een model dat volgens hem ook toepasbaar is buiten de therapeutische setting waar het werd ontwikkeld.


Kahler ontdekte hoe je patronen van productief gedrag (succesvolle communicatie) en niet-productief gedrag (miscommunicatie) kon identificeren en hierop op een succesvolle manier kon reageren. Het model werd in 1984, 1985 en 1987 gebruikt door de NASA om astronautenteams samen te stellen die goed konden samenwerken in een stressvolle omgeving (McGuire, s.d.; McGuire, Kahler, & Shapiro, s.d.).
Momenteel wordt PCM in tal van landen gebruikt als communicatie- en management tool (Valcke & De Craene, 2015). De versie voor onderwijs wordt ook wel Process Education Model (PEM) genoemd.
PCM gebruikt begrippen uit de Transactionele Analyse (TA) om te verklaren waarom bepaald gedrag ons motiveert of ergert, met risico op depressie en burn-out (Berne, 1961; 1964; Berne & Berne,1973; Ware, 1983). Het gaat enerzijds om concepten als Ego-toestanden en OK versus niet-OK, maar anderzijds ook om basisconcepten als Scenario’s en scripts. Voor meer verdiepende informatie hierover verwijzen we naar Hantson en Van de Velde (2015).

Ego-toestanden


De Transactionele Analyse (TA) stelt dat iedereen drie ego-toestanden (de ouder-egotoestand, de volwassen ego-toestand en de kind ego-toestand) heeft (zie Figuur 1).
Figuur 1: Structurele analyse van de ego-toestanden (Delmazure, 2013, p. 23)

De kind-egotoestand (in elk van ons aanwezig) bevat, volgens TA, een gevoelsmatige levensopvatting die ontstaat op basis van de registratie van interne gebeurtenissen en gevoelens, als reactie op externe gebeurtenissen in de eerste levensjaren. De ouder-egotoestand (eveneens in elk van ons aanwezig) omvat de aangeleerde levensopvattingen. Het gaat om gedrag, gedachten en gevoelens overgenomen van ‘ouders of ouderfiguren’. De volwassen-egotoestand (eveneens in elk van ons aanwezig) bevat een doordachte levensopvatting die ontstaat op basis van het zelf verzamelen en verwerken van gegevens over gebeurtenissen in het ‘kind’. Het gaat om gedrag, gedachten en gevoelens die een directe respons zijn op het ‘hier en nu’. PCM bouwt hierop verder.

OK versus niet-OK


De basisregel van PCM is eveneens gebaseerd op de Transactionele Analyse, nl. blijf in het ‘Ik ben OK - Jij bent OK.’ Men streeft er dus naar dat alle kinderen (in hun diversiteit qua type) en alle collega’s/familieleden/vrienden zich OK voelen bij ons en dat wij ons ook OK voelen bij hen.
Ligand (2014) verwijst in dit verband naar de metafoor van de pedagogische dansvloer (zie Figuur 2). Op die dansvloer onderscheiden we de ‘dramadriehoek’, waarbij mensen elkaar gevangen houden in psychologische rollen van aanklager, slachtoffer en redder en de ‘winnaarsdriehoek’ waarbij mensen elkaar de kans geven om te groeien (assertiviteit, kwetsbaarheid en zorgzaamheid). Het slachtoffer moet zelf leren denken om op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen. De aanklager moet leren constructief feedback geven en betrokken confronteren.

Figuur 2: De pedagogische dansvloer (vrij naar Ligand, 2014, p. 30)

IK ben OK






Agressie






Groei









Assertief

Kwetsbaar














Aanklager










JIJ BENT NIET OK







Zorgzaam




JIJ BENT OK


























Slachtoffer


Redder









Depressie







Wanhoop




  1   2   3   4

  • Assertief Kwetsbaar
  • Slachtoffer Redder

  • Dovnload 0.63 Mb.