Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een alternatief geluid van de media in Afrikaanse autoritaire landen De democratische functie van media

Dovnload 119.91 Kb.

Een alternatief geluid van de media in Afrikaanse autoritaire landen De democratische functie van media



Pagina7/7
Datum05.12.2018
Grootte119.91 Kb.

Dovnload 119.91 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

5. Casestudy Zimbabwe


Zoals uit voorgaande hoofdstukken blijkt is de controle over de informatiestroom een belangrijke bron van macht. In autoritaire landen zijn alternatieve informatie middelen vrij schaars, zeker voor de gewone burger. In de meeste Afrikaanse landen is de toegankelijkheid van deze media enkel weggelegd voor de elite. Zo zijn bijvoorbeeld gewone kranten onbetaalbaar en daardoor nauwelijks toegankelijk voor de gewone burger. Zimbabwe is één van die landen waar de media niet vrij zijn en grote delen van de bevolking nauwelijks of geen toegang heeft tot onafhankelijke en alternatieve informatiebronnen (Bratton, Chikwana & Sithole, 2005; Jensen 2003; Levitsky & Way, 2002; Trip, 2004). Vanuit politiek- en machtsbelang wordt de burger kort gehouden in de informatievoorziening. Het ligt voor de hand dat de regering de toegang tot internet niet zal stimuleren. Het democratiserende effect van internet zou hierdoor kunnen worden beperkt. In dit hoofdstuk zal daarom het Zimbabwaanse medialandschap onder de loep worden genomen. De focus ligt daarbij op de rol van het internet als bron van alternatieve informatie.


5.1 Door de staat gecontroleerde media

In Zimbabwe is een groot deel van de massamedia in handen van de staat. Zij berichten eenzijdig en negatief over de oppositie (Bratton, Chikwana & Sithole, 2005). Er zijn weliswaar onafhankelijke kranten maar deze zijn door de hoge prijs en slechte infrastructuur vrijwel alleen beschikbaar voor de elite die zich meestal verzamelen in grotere steden. Daar waar ook toegang tot internet en mobiele telefonie beschikbaar is (Ebeling, 2003). Hierdoor blijven grote delen van de bevolking verstoken van informatie. Informatie die voor een gezonde democratische samenleving van groot belang is.

De meest recente partijverkiezingen in Zimbabwe in 2008 kregen veel aandacht in de internationale pers. Reden daarvoor was dat de verkiezingen een oneerlijk en niet democratisch verloop hadden. Van een onafhankelijke en objectieve pers is geen enkele sprake. Nederland was zelfs even middelpunt van de verkiezingscrisis in Zimbabwe toen de leider van de oppositiepartij Morgan Tsvangirai naar de Nederlandse Ambassade vluchtte omdat hij vreesde voor zijn leven. De massamedia, die grotendeels in handen zijn van de heersende regering, berichtten eenzijdig en negatief over de oppositie. “De regeringskrant The Herald noemde Tsvangirai een ‘housenigger’, een loopjongen van het westen” zo berichtte het NRC Handelsblad (23 juni 2008).

De regerende partij, Zimbabwe African National Union - Patriotic Front (Zanu-PF), onder leiding van President Robert Mugabe heeft er voor gezorgd dat er nauwelijks pro-oppositie materiaal kon worden gepubliceerd. De regering had de enige beschikbare nationale televisiezender (ZBC) in handen en verschillende onafhankelijke kranten waren in een eerder stadium al verboden (Bratton, Chikwana & Sithole 2005). Na de Presidentsverkiezingen van 2002 was er een omstreden wet aangenomen, de zogenaamde; Acces to Information and Protection of Privacy Act (AIPPA). Deze wet maakte het mogelijk onafhankelijke kranten tot sluiten te dwingen. Journalisten moeten dus om te publiceren van de overheid goedkeuring krijgen. Journalisten van onafhankelijke kranten kregen deze goedkeuring niet of zeer moeilijk (Ibid, 2005). Het werd de oppositie op deze wijze onmogelijk gemaakt om campagne te voeren. De Movement for Democratic Change (MDC), onder leiding van Morgan Tsvangirai trok zich, ondanks een overwinning in de eerste verkiezingsronde, terug uit de verkiezingen. De politieke situatie in Zimbabwe is veranderd. Er is inmiddels een regeerakkoord tussen Mugabe’s ZANU-PF en oppositieleider Tsvangirai’s MDC gekomen, maar Mugabe is nog steeds regerend staatshoofd en het is nog steeds heel moeilijk voor (kritische) onafhankelijke media om binnen de landsgrenzen te opereren. Het nieuwe regeerakkoord heeft niet geleid tot een verandering van de mediawetten.

Zoals hierboven beschreven is de mediaruimte in de jaren voorafgaand aan de meest recente verkiezingen in Zimbabwe steeds ‘nauwer’ geworden. Waar Mugabe in 1980, na de politieke onafhankelijkheid, werd gezien als een strijder voor democratie lijkt dit beeld nu volledig verdwenen. Er heerst nu meer een beeld van een autoritair regime, waar één partij de macht in handen heeft en de regie voert over een groot deel van de media.


5.2 Media als politieke machtsfactor

Bratton, Chikwana en Sithhole (2005) stellen in hun artikel dat er drie oorzaken kunnen zijn die de handhaving van de machtspositie van Mugabe kunnen verklaren. Ten eerste een economische reden, waarbij men óók voordelen ziet in zijn aanpak, de regering krijgt het voordeel van de twijfel. Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat Mugabe zijn positie behoudt omdat men bang is, ‘political fear’. Sterke onderdrukking en geweld worden door Mugabe en zijn partijleden niet geschuwd. De derde reden die de onderzoekers aanvoeren is, dat het de kracht van propaganda is, die de regering in het zadel houdt, zogenaamde “persuasion” of overtuiging. Deze laatste wordt door de onderzoekers als belangrijkste factor beschouwd. Zij spreken over een “restricted diet of information”. De regering heeft namelijk grote controle over de media en van diversiteit in de berichtgeving is nauwelijks sprake. Ook is er nauwelijks ruimte voor de oppositie om hun ideeën openlijk kenbaar te maken onder grote delen van de bevolking.

De staat is altijd al eigenaar geweest van een groot deel van de massamedia. Zo heeft de regering al die tijd als enige zeggenschap gehad over de televisieprogrammering. Een groot deel van de zendtijd wordt gewijd aan de president en zijn regeringspartij. Kritieke vragen van journalisten komen hierbij niet aan de orde (Mano, 2008). De laatste jaren is echter ook de controle over radio en printmedia enorm aangesterkt (Bratton, Chikwana & Sithole 2005).

Zo beschrijft de Zimbabwaanse journalist Mthulisi, die tegenwoordig in Yorkshire woont, dat alle radiozenders in Zimbabwe verplicht zijn ieder half uur een overheidsjingle te draaien. Hierin wordt de slogan “Ons land is ons succes” wel 70 keer per dag afgespeeld. “Je reinste propaganda” aldus Mthulisi in een interview in de Groene Amsterdammer (Vermaas, 2004).

Uit het voorafgaande blijkt dat media een belangrijk middel is voor Mugabe om het volk te beïnvloeden. Hij gebruikt de pers om zijn eigen positie te versterken.


5.3 Alternatieve media, waaronder internet, als pluriform platform

Mano (2008) stelt dat een vrije en open mediastructuur van essentieel belang is om het democratiseringsproces in Zimbabwe te laten slagen. Dit houdt in dat je beide kanten van een verhaal belicht en hier argumenten voor en tegen bij zoekt.

Naast mainstream media kunnen alternatieve media ook een belangrijke rol spelen bij de totstandkoming van de publieke opinie in Zimbabwe. Internet is één van die media waar alternatieve informatie geplaatst en gevonden kan worden zoals uit het vorige hoofdstuk blijkt. Recente gegevens geven aan dat 12,5% van de Zimbabwaanse bevolking gebruik maakt van internet, dit terwijl de gemiddelde internetpenetratie in Afrika bijna half zo laag ligt met 6,7%. Zimbabwe staat hier mee in de top 10 internetgebruikers van Afrika.

(Internet Usage Statistics for Africa, 2009). Naast internet zijn er nog meer alternatieve bronnen. Zo zijn er de private radio stations en onafhankelijke kranten. Al gaat met name de krant in Zimbabwe gebukt onder de dreiging van de overheid. Ook zijn er natuurlijk de kleinere middelen als politiek getinte graffiti, cartoons en grappen. Veel van deze informatie is voor een groot deel van de bevolking exclusief, alleen de radio is een medium dat ook burgers buiten de stedelijke gebieden goed van informatie kan voorzien (Bourgault, 1995). Verder is inter-persoonlijke communicatie in Zimbabwe een belangrijk onderdeel voor de verspreiding van alternatieve informatie (Moyo, 2007).

Een sprekend voorbeeld van de manier waarop internet een rol kan spelen in het ten gehore brengen van een alternatief geluid vormt de berichtgeving over de gewelddadige incidenten jegens oppositieleden. In maart 2001 maakte de onafhankelijke Zimbabwaanse krant, de Daily News, melding van de moord op twee oppositieleden van de regerende partij, de ZANU-PF. Diezelfde week verscheen er ook een ander verhaal waarbij wederom twee leden van de oppositie slachtoffer waren. In beide gevallen werd ook in detail beschreven onder welke gruwelijke gewelddadige omstandigheden beide incidenten plaatsvonden. In de staatsmedia werd van deze voorvallen geen melding gemaakt. Opvallend aan deze publicatie was dat de internationale pers reeds op de hoogte was van deze incidenten. Via internet was dit nieuws al wereldwijd verspreid. Zo berichtte de Britse Sunday Times enkele dagen voordat het bericht in de Zimbabwaanse Daily News verscheen al over deze gewelddadige misstanden. Enkele dagen later was er door leden van NUAFRICA, een humanitaire non-profit organisatie, actie ondernomen in de vorm van een brief gericht aan de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties. Ondanks dat grote delen van de Zimbabwaanse bevolking zelf nog niet op hoogte waren van dit nieuws maakte internet het wel mogelijk dat de rest van de wereld snel op de hoogte was en men actie kon ondernemen (Ebeling, 2003).

Kortom, internet biedt een internationaal platform waarop alternatieve geluiden, niet afkomstig van de, door de overheid gecontroleerde media, ten gehore gebracht en gehoord kunnen worden.


Conclusie en discussie


Zoals uit voorgaand onderzoek blijkt kunnen media een democratische rol vervullen door burgers de mogelijkheid te bieden zich te informeren en hun opinie te ventileren. Hiermee creëren de media een ‘publieke ruimte’, waarin - in de meest ideale zin - vrij gediscussieerd kan worden over politiek en andere maatschappelijke kwesties. Op deze manier kan de stem van de burger gehoord worden en meegenomen worden door de volksvertegenwoordigers op politiek niveau. Van belang hierbij is dat de media de (pers)vrijheid hebben om op een pluralistische en onafhankelijke manier te berichten.

Onder een autoritair regime echter hebben de media deze vrijheid niet. In deze landen gebruikt de regering de massamedia om zichzelf in een positief daglicht te zetten; via televisie, kranten en radio brengt de regering eenzijdig nieuws om haar eigen belang te dienen. De leiders van dergelijke landen proberen kritische geluiden via de media tegen te gaan en waar mogelijk te verbieden. In andere woorden, de media zijn onderhevig aan censuur door de overheid.

Dit neemt echter niet weg dat ook in dit soort landen alternatieve geluiden te horen zijn. Zo bestaat er een breed scala aan alternatieve media die niet onder de traditionele massamedia vallen. Een belangrijk doel van deze media is om groepen mensen en individuen die hun mening niet kunnen ventileren in de formele massamedia, doordat de politieke leiders dit niet toestaan, een platform te beiden waar zij hun visie kunnen uiten. Deze alternatieve communicatieruimte is moeilijker te controleren door de overheid, dan de staatsgestuurde media. Uit een vorm van zelfbehoud passen deze media echter wel een vorm van zelfcensuur toe.

Door nieuwe technologische ontwikkelingen maken de alternatieve media steeds meer gebruik van elektronische communicatiemiddelen als internet. Naast het feit dat internet minder eenvoudig te controleren is, beschikt het ook over een groot netwerkpotentieel waardoor oppositiepartijen maar ook andere minderheidsgroepen elkaar kunnen vinden en zich eventueel kunnen groeperen en mobiliseren. Bovendien biedt internet de mogelijkheid om snel contact met internationale media te leggen. Hierdoor kan internationale druk uitgeoefend worden op autoritaire regimes om nationaal iets te veranderen.

Het internet creëert een ruimte waarin het publiek aan het woord komt. Zodoende heeft het de potentie om de macht van de burger ten aanzien van de staat te vergroten en een bijdrage te leveren aan een democratische ontwikkeling van een land. Aangezien het om een mondiaal forum gaat, dat niet ophoudt bij de landgrens, is het moeilijk controleerbaar door lokale overheden. Hierdoor vormt internet een geschikt alternatief medium dat binnen een autoritair regime een bijdrage kan leveren aan pluriforme berichtgeving, één van de voorwaardes van een democratisch systeem.

Feit is wel dat de internetpenetratie in Afrika erg laag is in vergelijking met westerse landen. Als men over een internetaansluiting beschikt is dit voornamelijk in de grote steden. De prijs voor de aanschaf van een computer en een internetverbinding spelen hierbij een rol. Dit maakt internet een medium dat voornamelijk is weggelegd voor de elite. Verder is analfabetisme een groot probleem in Afrika. Op dit moment is radio eigenlijk het enige medium dat de capaciteit heeft de kennis van het internet onder de (landelijke) bevolking te verspreiden.

Het is de vraag hoe dit zich in de toekomst gaat ontwikkelen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat grote delen van de bevolking op korte termijn toegang krijgen tot internet. Economische belangen, infrastructurele beperkingen en hoge kosten bemoeilijken verdere ontwikkeling. Daarnaast valt te betwijfelen of het internet, wanneer het meer toegankelijk wordt, ook werkelijk voor politieke doeleinden zal worden gebruikt. Internet is immers niet alleen een politiek forum maar biedt ook diverse vormen van amusement. Tevens bestaat de kans dat de staat de controle op internet zal opvoeren. Door technologische ontwikkelingen zou zij in de toekomst beter en strenger kunnen toezien op online publicaties.

Verder is het interessant om naast de ontwikkeling van het internet als alternatief medium ook onderzoek te doen naar de opkomst en het gebruik van mobiele telefonie in Afrikaanse autoritaire landen. Mobiele telefonie en internet zijn tegenwoordig steeds sterker met elkaar verbonden. Zo hoeft er voor internet niet altijd meer een dure computer te worden aangeschaft, internetten kan tegenwoordig ook op een mobiele telefoon. Verder is het steeds makkelijker om als burger journalistiek te bedrijven. Foto’s en video-opnames kunnen gemaakt worden met de telefoon en direct verspreid worden via het internet.

Het is niet vanzelfsprekend dat het internet als alternatief geluid positieve democratische gevolgen heeft voor een samenleving, ook niet wanneer een dergelijk geluid zijn intrede doet in de politieke arena. Het kan ook juist voor nog meer instabiliteit zorgen en onrust en haat zaaien. Er is in dit geval sprake van een antidemocratische werking. De rol van internet in Afrikaanse landen met een autoritair regime bij het ontstaan van conflicten is daarom een interessant vervolgonderzoek.

De door het internet mogelijk gemaakte publieke ruimte biedt burgers en journalisten een platform om politieke misstanden kenbaar te maken. Maar binnen een autoritair regime ontbreken vaak veel meer democratische grondbeginselen. Er is meer nodig dan alleen het internet om democratische effecten teweeg te brengen. Zo moeten burgers en journalisten het internet op de juiste manier gebruiken. Dit vormt een grote uitdaging en kan sterk van land tot land verschillen. Culturele verschillen spelen hierbij misschien wel een grote rol van betekenis. Het is daarom het interessant om per land studie te doen naar het democratiseringspotentieel van internet. Er zijn dus nog veel aspecten die verder uitgediept kunnen worden om de effecten en eventuele gevolgen van het internet, binnen Afrikaanse autoritaire regimes, te verduidelijken.

Literatuurlijst


Best, M. L. & Wade, K. W. (2009) ‘The Internet and Democracy: Global Catalyst or Democratic Dud?’, Bulletin of Science,Technology & Society, 29 (4), 255-271.

Bomaanslag op kritische pers in Zimbabwe (2001, 28 januari). De Standaard. Opgehaald 17 december, 2009 van http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid

=DMF28012001_003

Bomaanslag op zender Zimbabwe (2002, 30 augustus). De Volkskrant. Opgehaald 17 december, 2009, van http://www.volkskrant.nl/buitenland/article155997.ece/ Bomaanslag_op_zender_Zimbabwe

Chari, T. (2009). Ethical challenges facing Zimbabwean media in the context of the Internet. Global Media Journal, 3(1), 1-34.

Chavunduka, M. G. (2002). The role of the media in Zimbabwe. In R. Islam, S. Djankov, & C. McLiesh (Eds.), The right to tell: the role of mass media in economic development (pp. 281-290). Washington: The World Bank.

Chikwanha, A., Sithole, T. and Bratton, M. (2004). The Power of Propaganda: Public Opinion in Zimbabwe. Afrobarometer Working Paper No. 42. Michigan State University Department of Political Science. Opgehaald 19 november, 2009, van http://www.afrobarometer.org/abseries.html#

Ebeling, M. F. E. (2003). Going Global: The internet age and freedom of the press in Africa. In T. Zelena, & I. Kakoma, Science and Technology in Africa (pp. 291-307). Eritrea: Trenton.

Freedom House (2009). Freedom of the Press. Opgehaald 19 november, 2009, van http://www.freedomhouse.org/template.cfm?page=251&year=2009

Freedom House (2009). Freedom on the Net: A Global Assessment of Internet and Digital Media. Opgehaald 19 november, 2009, van http://www.freedomhouse.org/template.cfm?page=383&report=79

Geddes, B., & Zaller, J. (1989). "Sources of Popular Support for Authoritarian Regimes." American Journal of Political Science, 33, 319-47.

Gunther, R. & Mughan, A. (2000). Democracy and the Media: A Comparative Perspective. Cambridge and New York: Cambridge University Press.

Habermas, J. (1974). The public sphere: An encyclopedic article (1964). New German Critique, 1, 49–55.

Hyden, G., Leslie, M. & Ogundimu, F. (2002). Media and democracy in Africa. Nem Jersey: Transaction Publishers.

Internet Usage Statistics for Africa (z.d.) Opgehaald 12 oktober, 2009, van http://www.internetworldstats.com/stats1.htm

Jenkins, H., & Thorburn, D. (Eds.). (2003). Democracy and new media. Cambridge: MIT Press.

Jensen, M. (2003). Africa Internet Status. Opgehaald 19 november 2009 van http://www3.sn.apc.org/africa

Kalathil, S., & Boas, T. C. (Eds.) (2003). Open networks, closed regimes. Washington, DC: Carnegie Endowment for International Peace.

Levitsky, S. & Way, L.A. (2002). The Rise of Competitive Authoritarianism, Journal of Democracy 13, 51–65.

McQuail, D. (2005). McQuail’s mass communication theory (5th ed.). London: Sage Publications Ltd.

Mano, W. (2008). The media and politics in Zimbabwe: Turning left while indicating right. The International Journal of Press/Politics,13, 507-514.

Moyo, D. (2007). Alternative Media, ‘Diasporas and the Mediation of the Zimbabwe Crisis’, Ecquid Novi. African Journalism Studies 28(1), 81-105.

Mudhai, O. F. (2004). ‘Researching the impact of ICTs as change catalysts in Africa’. Ecquid Novi , 25(2), 313-335

Nyamnjoh, F. B. (2005). Africa’s Media, Democracy and the politics of belonging. London: Zed Books Ltd.

Ott, D. (1998). ‘Power to the People: The Role of Electronic Media in Promotin democracy in Africa’. http://www.firstmonday.dk/issues/issue3_4/Ott/

Ott, D. & Rosser, M. (2000). 'The electronic republic? The role of the Internet in promoting democracy in Africa'. Democratization, 7(1), 137-156.

Vermaas, P. (2004, 10 januari). ‘Eens de graanschuur van zuidelijk Afrika’. De Groene Amsterdammer. Opgehaald 19 januari, 2010, van http://www.groene.nl/2004/2





1 http://cf.uba.uva.nl/nl/

2 http://scholar.google.nl/

3 http://www3.sn.apc.org/africa

1   2   3   4   5   6   7

  • 5.1 Door de staat gecontroleerde media
  • 5.2 Media als politieke machtsfactor
  • 5.3 Alternatieve media, waaronder internet, als pluriform platform
  • Conclusie en discussie
  • Literatuurlijst

  • Dovnload 119.91 Kb.