Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een boom van een tuin Een ontdekkingsreis in de botanische tuinen van Wageningen Universiteit Wat is een botanische tuin?

Dovnload 61.04 Kb.

Een boom van een tuin Een ontdekkingsreis in de botanische tuinen van Wageningen Universiteit Wat is een botanische tuin?



Datum09.06.2017
Grootte61.04 Kb.

Dovnload 61.04 Kb.

Een boom van een tuin


Een ontdekkingsreis in de botanische tuinen van Wageningen Universiteit

Wat is een botanische tuin?


Botanisch betekent 'plantkundig' Een botanische tuin is niet zo maar een plaats met kruiden, heesters en bomen. De tuinen zijn onlosmakelijk verbonden met de wetenschap: de planten worden gebruikt voor onderzoek en onderwijs.

Daarnaast zijn de tuinen bedoeld voor iedereen die meer wil weten van het groeien en bloeien van al dan niet bijzondere planten. Ook als u gewoon een lekkere wandeling wilt maken, bent u van harte welkom.









U vindt de botanische tuinen van Wageningen, De Dreijen en Belmonte, aan de Generaal Foulkesweg, respectievelijk op 37 en 94. De tuinen zijn altijd open en de toegang is gratis.









Deze inleiding is geen vaste routebeschrijving of wetenschappelijk verhaal, maar een praktische gids bij uw virtuele wandeltocht door de tuinen. De Dreijen en Belmonte zijn verdeeld in gebieden. Per gebied een beschrijving van de meest opmerkelijke planten.



Botanische tuin Belmonte





  • Alle seizoenen (A)

  • Reusachtige bloemen en honingdauw (B)

  • Kersen, doodsbeenderen en kardinaalsmutsen (C)

  • Van landgoed tot arboretum (D)

  • Belmonte, mooie berg (E)

  • Stoere bomen (F)

  • Betoverende kleuren (G)

De botanische tuin Belmonte was vroeger een landgoed van een adellijke familie. Na de Tweede Wereldoorlog kocht de Landbouwuniversiteit het om haar andere tuin De Dreijen uit te kunnen breiden. Belmonte biedt 'onderdak' aan Sierkersen, Rhododendrons, Magnolia's en nog veel meer. In eik jaargetijde valt er van alles te ontdekken.



A Alle seizoenen


Dat Belmonte in eik seizoen zijn charmes heeft, bewijst de Sierappel (Malus). De wit-roze bloesem van deze boom verwelkomt u in het voorjaar. In het najaar springen met name de vruchten van de Sierappel in het oog. Aan de appelbomen op Belmonte groeien geen normale appels; het zijn vruchten ongeveer ter grootte van een kers. Ze zijn niet zo aantrekkelijk om te eten, maar de felle kleuren van de kleine sierappeltjes maken dit ruimschoots goed.

Het logo van de Wageningse botanische tuinen is de Rimpelroos. Bij de poort van het arboretum (bomentuin) vindt u een rij van deze door zijn eenvoud zo mooie roos. Niet alleen de bloei, maar ook het gemakkelijke onderhoud is de reden dat we de Rimpelroos vaak in stadsplantsoenen aantreffen.

De hoge Plataan (Platanus) die in de buurt van de Sierappels staat, ziet u niet snel over het hoofd. Het is een fors exemplaar. Net als de Rimpelroos kleurt de Plataan menig straatbeeld groen. In sommige steden bestaat meer dan de helft van de bomen uit Platanen. Het is een sierlijke boom, die luchtverontreiniging verdraagt. Opvallend is de bast die onregelmatig afschilfert in 'legpuzzelstukken'. In de winter bungelen de vruchten in de vorm van donkere stekelige balletjes aan de twijgen.

Wanneer u tussen de Esdoorns (Acer) wandelt, krijgt u het idee dat het steeds weer om andere bomen gaat. Toch zijn het allemaal Esdoorns. Esdoorns komen voor als struiken (bijvoorbeeld de Veldesdoorn, Acer campestre), maar ook als grote bomen zoals de Witte esdoorn (Acer saccharinum) en de Rode esdoorn (Acer rubrum). Er zijn Esdoorns met diepingesneden stervormige bladeren, met enkelvoudige of geveerde bladeren, en met een gestreepte of met een effen stam. Misschien lijken de verschillende Esdoorns in de herfst nog wel het meest op elkaar, want dan hebben ze prachtige gele, feloranje of rode herfstkleuren.

Achter de Esdoorns, in het meest westelijke deel van de tuin, treft u de Meidoorn (Crataegus) aan. De Meidoorn zien we tegenwoordig niet meer zo veel in ons landschap als vroeger. Vroeger werd hij veel gebruikt als afrastering tussen weilanden. Door de stevige dorens en dichte groei belette de Meidoorn het vee vrije doorgang, waar nu het prikkeldraad dat doet. De bestrijding van perevuur waarvoor deze plant gevoelig is, heeft ook geleid tot het kappen van vele Meidoorns. Helaas, want daardoor moeten We ook de rijke, witte of roze-rode bloesem en de kleurige vruchten missen.

Davidia involucrata kreeg de Engelse naam 'handkerchief tree', Zakdoekenboom. In de bloeitijd (mei of juni) hoeft u niet lang te zoeken naar deze boom. In plaats van kroonbladeren hebben de bloemen twee grote schutbladeren. Hierdoor lijkt het van een afstand alsof iemand witte zakdoeken aan de takken heeft gehangen.

De boom verspreidt een vieze geur. De vruchten van de Zakdoekenboom vertonen gelijkenis met noten en hangen aan lange stelen.



B Reusachtige bloemen en honingdauw


De Magnolia's, ook wel Beverbomen genaamd, staan vooral bekend om hun prachtige, van zuiver wit tot roze-rood gekleurde bloemen. Bijna allemaal hebben ze bijzonder grote bloemen. De knoppen van de bloemen zijn in het vroege voorjaar al erg mooi. Een viltachtig omhulsel geeft ze dan een vriendelijk uiterlijk. De knoppen lijken op de staart van een bever, vandaar de naam Beverboom.

De meeste Magnolia's komen oorspronkelijk uit China en Japan. Van de Magnolia's die reeds bloeien voordat het blad verschijnt, zoals Magnolia stellata, bevriezen de bloemen dan ook regelmatig. Gelukkig bloeien sommige soorten en cultuurvariëteiten pas als het blad zich al laat zien. Op Belmonte vindt u verschillende soorten Magnolia's, die omstreeks juni bloeien. Magnolia grandiflora houdt zijn blad in de winter en wordt daarom ingepakt. De nachtvorst zou ons anders het plezier van de reusachtige roomwitte bloemen ontnemen.

'De drie linden' of 'Onder de linden' is een veel voorkomende naam voor een café. Voor die cafés staan dikwijls Linden (Tilia) in leivorm, als een plat scherm. Om een leivormige Linde te krijgen moet om de jonge boom een latwerk geplaatst worden. Alles wat er uitsteekt moet gesnoeid worden. Zo wordt de boom gedwongen om zich binnen het rek te vertakken. De Linde laat zich heel goed snoeien, evenals de Plataan (Platanus) en de Veldesdoorn (Acer campestre).

De Linden die u in deze tuin ziet, slaan de takken wijd uit. De bladeren zijn geliefd bij bladluizen: ze zuigen het sap uit het blad en halen er bepaalde voedingsstoffen uit. De zoete honingdauw die achterblijft, druipt naar beneden.

De Seringen (Syringa) behoren tot dezelfde familie als de olijf. De bloemen hebben slechts twee meeldraadjes. Als een boom over deze eigenschap beschikt, kunt u er vrijwel zeker van zijn dat het een olijfachtige is. De bloeitijd van de seringen is mei/juni. De kleuren van de pluimvormige bloeiwijzen variëren van wit tot donkerpaars. De bloemen verspreiden heerlijke geuren.

C Kersen, doodsbeenderen en kardinaalsmutsen


Sierkers is overweldigend. Belmonte herbergt de rijk bloeiende Yoshinokers (Prunus × yedoensis) en Prunus serrulata 'Taihaku' met zijn zuiver witte bloemen. Gezien de namen van deze bomen, zal het u niet verbazen dat veel Sierkersen uit Azië komen. In Japan bestaat al duizend jaar de kersencultus. In de tijd dat alle kersen bloeien houden de Japanners zelfs een nationale feestdag. Buiten het bloeiseizoen is de kerseboom te herkennen aan horizontale strepen op de stam.

U moet zeker ook Prunus mahaleb op Belmonte bekijken. Die ziet er wel heel wonderbaarlijk uit: hij lijkt op twee plaatsen uit de grond te komen. Op de voet groeit een Krenteboompje.




De Doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioicus) dankt zijn naam aan de knekelvormige voet van de bladsteel. Het totale blad is opgebouwd uit kleine blaadjes.

De vorm van de vruchten van Euonymus, die vanaf september verschijnen, heeft veel weg van het hoofddeksel van een kerkvorst. Vandaar dat Euonymus in Nederland de naam Kardinaalsmuts kreeg. Onze zuiderburen spreken van Papenhoed, de Fransen van Bonnet de Prêtre en de Duitsers van Pfarrerkäpchen of Paterkapl.

Euonymus betekent letterlijk 'plant met de goede naam'. Waarschijnlijk is dit ironisch bedoeld, want alle delen van de plant zijn giftig, vooral het zaad. De Kardinaalsmuts bloeit in mei/juni. De bloemen zijn door hun lichtgroene kleur veel minder opvallend dan de roze-rode vruchten. Sommige Kardinaalsmutsen houden in de winter gedeeltelijk hun blad.

D Van landgoed tot arboretum


Als het landgoed Belmonte/aan het einde van de Tweede Wereldoorlog niet verwoest was, kon u nu nog het chique landhuis bezichtigen. Thierry Juste, baron De Constant Rebecque de Villars, bouwde hier rond 1845 een pompeuze villa in Italiaanse stijl. Het buitenhuis stond op het hoogste punt van Belmonte. U kunt zich voorstellen hoe de adellijke familie genoten heeft van het schitterende uitzicht over het Betuwse landschap.

De geschiedenis van het landgoed begint aan het einde van de achttiende eeuw. Het werd toen gesticht door de genoemde Thierry Juste. Zijn schoonvader Frans Godard, baron van Lynden van Hemmen, deed in die tijd verschillende aankopen van grond op de Wageningse berg. Uiteindelijk werd het landgoed hierdoor een aansluitend geheel van zeventien hectare. Jarenlang behoorde het aan baronnen en baronessen; de laatste bewoners waren twee freules, Justine Thérèse Civile en Cécile Alexandrine.



Het familiedomein is in 1936 overgedragen aan de Stichting 'Het Gelders Landschap'. Na de oorlog was van het landhuis slechts een ruïne over. Ook de bomen hebben toen zwaar geleden. Ondanks de enorme beschadigingen kocht de Landbouwhogeschool het terrein. Ze wilde haar botanische tuin 'De Dreijen', die uit zijn jasje was gegroeid, uitbreiden. Op 9 oktober 1951 werd de Landbouwhogeschool officieel de nieuwe eigenaar van Belmonte. Het landgoed werd voor een klein bedrag gekocht.

Het was niet niets om Belmonte te herstellen en een arboretum aan te leggen. De ideeën voor het ontwerp en de beplanting van het nieuwe Belmonte waren van professor Bijhouwer en professor Venema. Het moest in ieder geval een tuin worden met loofbomen, want van coniferen en andere naaldbomen bestonden al vele collecties. Vandaar dat u hier nauwelijks naaldbomen tegenkomt. Al in 1954 openden 'de deuren' van het arboretum zich. Er stonden toen, behalve de oorspronkelijke bomenstrook in het midden van de tuin, alleen nog maar kleine bomen.

Een stukje bergafwaarts vanaf de plaats waar het oude buitenhuis heeft gestaan liggen drie rozenperken. Hier staan forse, struikachtige rozen (Rosa). Een uitgebreidere rozencollectie vindt u in de andere botanische tuin: De Dreijen.


E Belmonte, mooie berg


Alleen al de bijzondere ligging van Belmonte maakt een bezoek aan deze tuin de moeite waard. Niet voor niets kreeg het landgoed de naam Belmonte, wat mooie berg betekent. Wanneer u langs de bergrand aan de zuidkant van de tuin wandelt, wordt u verrast door schitterende vergezichten. Hier kunt u genieten van het uitzicht over de Nederrijn, met aan de overkant het karakteristieke Betuwse land: de dijken, de weilanden met knotwilgen en de boerderijen. Bij helder weer kunt u tot aan de Waalstad Nijmegen kijken.

U vraagt zich misschien af hoe het komt dat de Wageningse berg aan deze kant van Belmonte zo steil is. Hiervoor moeten we ver terug in de tijd. In de derde ijstijd liep een ijstong door de Gelderse vallei. Deze ijstong stuwde de weke bodem van de vallei aan beide kanten omhoog en voor zich uit. In het oosten ontstond zo het Veluwe massief met de Wageningse berg. De Utrechtse Heuvelrug kwam in het westen tot stand met de Grebbeberg. Doordat het ijs in de rivierbedding lag, kon de Rijn niet meer naar het noorden stromen. De rivier is toen afgebogen naar het westen. Later werd het warmer, het ijs smolt. De voor de ijstong uitgeduwde grond werd afgevoerd door de rivier. Zo ontstonden de steile wanden van de Wageningse berg en de Grebbeberg.




F Stoere bomen


Sommige bomen vallen op door hun fraaie bloemen, andere door hun robuuste uiterlijk. Dit laatste geldt zeker voor de Eik (Quercus). Hoewel er ook struiken zijn die zich eik mogen noemen, zijn eiken meestal grote stoere bomen. In totaal zijn er zo'n 450 soorten, waarvan er bijna 100 in Belmonte te vinden zijn. Een flinke eik heeft ongeveer 250000 bladeren.

De Eik (Quercus × hispanica 'Wageningen') is een kruising tussen de Kurkeik (Quercus suber) en de Moseik (Quercus cerris). Van deze boom is stekmateriaal de handel ingegaan. Wanneer een boom verder gekweekt wordt, krijgt hij een cultivarnaam. Voor deze Eik is dat 'Wageningen'.

Over Quercus × hispanica doet een grappig verhaal de ronde. Een zekere Lucombe, de kweker die de boom ontdekte, liet uit deze eerste Spaanse eik planken voor zijn doodkist zagen. Hij bewaarde het hout onder zijn bed. Daar hebben de planken jaren op hun bestemming moeten wachten, want Lucombe werd 94 jaar.

Een boom die goed tegen extreme kou kan, is de Berk (Betula). Naast Elzen zijn Berken de enige inheemse bomen van Groenland en IJsland. De Berk herkent u aan de witte schors. In de lente hangen bungelende katjes in de boom, in de herfst goudgele bladeren. De Berk was vroeger voor sommige volken onmisbaar. De waterdichte schors vormde voor de indianen het ideale materiaal om hun kano's te bekleden. De Noren gebruikten de schors als dakbedekking.




Ontluikende knop en vrucht van Paardekastanje

Wanneer u door dit deel van de tuin loopt, valt de Paardekastanje (Aesculus) vast en zeker op. Deze boom heeft heel wat karakteristieke kenmerken: de enorme handvormige bladeren, de hoge kaarsen van bloemen, en de stekelige vrucht. De meeste Paardekastanjes bloeien half mei.



G Betoverende kleuren


Belmonte heeft een grote collectie Rhododendrons. Al vroeg in het voorjaar overweldigen deze struiken u door hun uitbundige bloei: sierlijke bloemen in vooral paarse en purperroze tinten. Prachtig in combinatie met de heide, die daar vlakbij groeit. Deze is globaal in te delen in Struikheide (Calluna), Dopheide (Erica) en lerse heide (Daboecia).

Ver voordat de meeste bomen hun bladeren ontvouwen en de Rhododendrons hun eerste bloemen tonen, bloeien de Toverhazelaars (Hamamelis). 'Tover', omdat de gele en rode lintjes van de bloemen van deze struiken u al in de wintermaanden weten te betoveren. Ook heeft de Toverhazelaar een betoverende werking op de huid. Bekende schoonheidspreparaten worden ervan gemaakt. 'Hazelaar', omdat de zachte, ovale bladeren van de Toverhazelaar lijken op die van de Hazelnoot. Naast de Toverhazelaars staat de Hemelboom (Ailanthus altissima); een boom waarvan de schors een gevlochten patroon heeft.



De Beuk (Fagus) is een statige boom. Veel Beuken reiken hoog en hebben een gladde stam. Er zijn ook Beuken die een minder fier uiterlijk vertonen, bijvoorbeeld Fagus sylvatica 'Pendula'. Dat is een Treurbeuk, die met hangende takken verdrietig lijkt. Het is niet verwonderlijk dat, vooral in de vorige eeuw, treurbomen op begraafplaatsen werden geplant. Niet alleen Beuken kennen treurvormen, maar ook Eiken, Wilgen, Ceders en Sierappels.

Aan de andere kant van de Rhododendrons, in de buurt van de Sierappels, vindt u de Gelderse roos (Viburnum opulus) en de Sneeuwballenboom (onder andere Viburnum x carlcephalum). Hun bloemen hebben veel weg van die van de Hortensia, met zijn bolvormige bloeiwijzen, die bestaan uit hele kleine bloemetjes met daaromheen grote bloemen om insekten te lokken.

De Trompetboom (Catalpa) en de Anna Paulownaboom (Paulownia) lijken in sommige opzichten op elkaar. De bomen hebben bijna dezelfde bast en bladeren. De bloeitijd, de bloemen en de vruchten zijn heel verschillend.

Van de Paulownia zien we de paars-lilakleurige bloemen helaas niet vaak. De knoppen vormen zich in de nazomer en bevriezen dikwijls in het vroege voorjaar. De Trompetboom gedijt het best in een warmer klimaat. De witte trompetvormige bloemen met gele aders en een paarse vlek aan de binnenzijde zijn een lust voor het oog. Eind augustus groeien aan deze boom langgerekte vruchten van wel veertig centimeter. Dan zien we het verschil tussen de Trompetboom en de Paulownia pas goed.


Bloeikalender/Flowering calendar


Januari/Februari - January/February

Erica carnea - Winterheide

Hamamelis - Toverhazelaar

Viburnum farreri - Sneeuwbal

Maart/April - March/April

Acer - Esdoorn

Betula - Berk

Corylopsis - Schijnhazelaar

Forsythia - Chinees klokje

Kerria - Ranonkelstruik

Magnolia - Beverboom

Mahonia - Mahoniestruik

Narcissus - Narcis

Prunus - Kers

Rhododendron × praecox

Scilla - Sterhyacint

Mei/Juni - May/June

Aesculus - Paardekastanje

Chaenomeles - Dwergkwee

Catalpa - Trompetboom

Davidia - Zakdoekenboom

Exochorda

Halesia - Sneeuwklokjesboom

Magnolia - Beverboom

Malus - Sierappel

Philadelphus - Boerenjasmijn

Prunus - Kers

Rhododendron

Rosa - Roos

Syringa - Sering

Juli/Augustus - July/August

Clethra - Schijnels

Spiraea

September/Oktober - September/October



Calluna - Struikheide

Hibiscus syriacus - Altheastruik

November/December - November/December

Prunus subhirtella 'Autumnalis Rosea' - Najaarskers


Vruchten - fruits


Augustus/September - August/September

Acer - Esdoorn

Crataegus - Meidoorn

Malus - Sierappel

Rosa - Roos

Sorbus - Lijsterbes

Oktober/November - October/November

Cotoneaster - Dwergmispel

Euonymus - Kardinaalsmuts

Ilex - Hulst

December/Februari - December/February

Crataegus × lavallei - Meidoorn

Crataegus nitida - Meidoorn

Crataegus × grignonensis - Meidoorn

Sorbus 'Joseph Rock'

Viscum album - Maretak


Botanische tuin De Dreijen





A En de klok tikt verder..


Op 3 oktober 1896 opende de toenmalige minister van Binnenlandse Zakee proeftuin die hoorde bij de Rijkstuinbouwschool. Het vier hectare grote gebied zou het tuinbouwonderwijs gaan ondersteunen. Daarvoor beschikte de tuin ondermeer over een bloemisterij, een warmoezerij (groentetuin), een pomologische tuin (fruittuin) en een boomkwekerijtje. De Haarlemse tuinarchitect Springer tekende het ontwerp.

De tuin lag bij het schoolgebouw. Sinds 1900 prijkt daar een klok aan de voorgevel. Daarom staat het bekend als 'het gebouw met de klok'. Oudere Wageningers noemen het nog steeds 'De tuinbouwschool'. De klok is in bezit van de gemeente Wageningen; zij zorgt ervoor dat de wijzers altijd de juiste tijd aanwijzen.

Het karakter van de schooltuin en het gebouw veranderde in de loop der jaren. Verschillende instituten bevolkten het oude bouwwerk. Nu biedt het onderdak aan de vakgroep Plantentaxonomie van de Landbouwuniversiteit. Van het oorspronkelijke werk van rijksbouwmeester Lokhorst bleef weinig over.
Het gebouw onderging een complete gedaanteverwisseling; het werd volledig aangepast aan de eisen van de moderne tijd. De tuin verloor grotendeels zijn proefveldachtige opzet. Door bemoeienis van de Landbouwuniversiteit werd de schooltuin een 'Hortus Botanicus', in dienst van de wetenschap. De Tweede Wereldoorlog richtte veel schade aan. Dankzij schenkingen van andere tuinen kon de ravage hersteld worden. Daardoor veranderde de tuin verder van karakter. Sinds 1945 heet de tuin 'De Dreijen'. Het oorspronkelijke arboretum (bomentuin) vinden we nog terug in het zuidoostelijke deel: 'de boshoek'.

Professor Ritzema Bos was één van de eerste directeuren van de Wageningse Rijkstuinbouwschool. Hij woonde in het westelijk deel van het schoolgebouw. Als grondlegger van de plantenziektekunde heeft zijn borstbeeld een plaatsje op De Dreijen verdiend. Tevreden kijkt hij in de richting van het gebouw, waar hij tot aan zijn pensionering gewoond heeft.

Vlak voor de rotstuin vindt u de Tulpebomen (Liriodendron tulipifera). Ze vallen op door hun grote tulpvormige bloemen en bladeren. De bomen zijn vrij hoog, daarom is het moeilijk om de prachtige bloemen van dichtbij te bekijken. Het is een sterke soort; deze is goed bestand tegen luchtverontreiniging en ziektes.

Ook staan hier Magnolia's. Beiden behoren tot de dezelfde Familie: de Magnoliaceae. Ziet u de gelijkenis?

Het onderhoud van, de tuin is erg arbeidsintensief. Het zal u opvallen dat er veel bodembedekkende planten voorkomen. Zo worden de kosten van het onderhoud binnen de perken gehouden. De tuinverzorgers hoeven niet vaak te schoffelen, omdat bodembedekkers het onkruid minder kans geven. Het boomschors dat u hier en daar op de grond ziet liggen heeft dezelfde functie.

B Van forse bomen en kleine bergen


In 'de boshoek' vinden we nog veel van het oorspronkelijke ontwerp van Springer terug. Dit arboretum is vooral prachtig als de voorjaarsbloemen hun kleurenpracht tonen. Inheemse bomen hebben hier de overhand. De keuze viel destijds niet op naaldbomen, omdat deze bomen in de Nederlandse bossen al nadrukkelijk aanwezig zijn.

Hier treft u onder andere aan de Rode of Groene beuk: Fagus sylvatica. Met Fagus sylvatica 'Atropurpurea' is iets bijzondders aan de hand. Bekijkt u de boom vanaf een afstand dan lijkt hij rood, staat u eronder dan ziet u een groene boom.

In de boshoek staan verschillende notebomen (o.a. Juglans) bij elkaar, bijvoorbeeld de Wal- en Vleugelnoten. Zo krijgt u een indruk van de belangrijkste vertegenwoordigers van de notenfamilie. U vindt ze aan de rand van de systeemtuin.

Het grappige grillige boompje met hangende takken is een Witte moerbei (Morus alba 'Pendula') die een Chinese oorsprong heeft. De Moerbei is bekend als voedselplant voor zijderupsen.




Hier en daar ziet u een Iep (Ulmus) in de tuin. In de loop der jaren zijn de meeste Iepen geveld door de beruchte iepziekte, een schimmelziekte die wordt overgebracht door de iepespintkever of via het wortelstelsel van de bomen. De Iep is een uitstervende soort in het Hollandse landschap. Ook aan de Amsterdamse grachten wemelde het vroeger van deze vooraanstaande laanbomen; nu zijn er nog heel weinig van over. Wetenschappers zijn naarstig op zoek naar Iepen dieresistent zijn tegen deze ziekte. De Iep heeft een bezemachtige vorm, de takken lijken op veertjes; dat maakt de Iep ook in de winter een aantrekkelijke boom.

De rotstuin grenst aan de boshoek. Deze is eind jaren zeventig veranderd om onder andere bergplanten uit de Pyreneeën te kunnen bestuderen. Een deel van de rotstuin is opgebouwd uit zuur gesteente, een ander deel uit kalkrijke stenen. Beide delen hebben hun specifieke begroeiing. Bergplanten nemen nu een minder prominente plaats in, omdat die veel onderhoud vragen, en daar is helaas geen ruimte meer voor. Tegenwoordig worden er bodembedekkers aangeplant die minder verzorging nodig hebben.

C Over familie gesproken


In de systeemtuin zijn plantensoorten per familie op alfabet bij elkaar geplaatst. Hier kunt u zien welke planten aan elkaar verwant zijn. Als u bijvoorbeeld bij de Lipbloemenfamilie (Labiatae) een kijkje neemt ziet u dat Dovenetel (Lamium), Lavendel (Lavandula) en Salie (Salvia) tot dezelfde familie behoren.

De reeks begint bij de familie van de Acanthaceae en eindigt bij Violaceae. Studenten en liefhebbers zijn hier regelmatig te vinden.

Naast de systeemtuin ziet u de kruidentuin. Hier komen kruiden voor met verschillende toepassingen. U vindt hier medicinale kruiden die onder andere helpen bij koorts, reumatiek en spierpijn. Achterin staan de verfkruiden, zoals Meekrap (Rubia tinctorum) en Verfbrem (Genista tinctoria) en keukenkruiden. Sommige planten worden gebruikt om de smaak, kleur of geur van geneesmiddelen te verbeteren. Dit gebeurt onder andere met Pepermunt (Mentha x piperita) en Klaproos (Papaver rhoeas). Bij elk kruid is aangegeven waarvoor het gebruikt kan worden.

De meeste kruiden vragen om een speciale bereidingswijze. Sommige soorten zijn uitermate giftig.

Op het achterste veld, naast de kruidentuin staat een referentiecollectie van Asters. Kwekers zijn voortdurend op zoek naar nieuwe soorten. Het gebeurt nogal eens dat 'ontdekkingen' een verkeerde naam krijgen. Twee kwekers ontdekken dezelfde variëteit, maar geven haar eik een eigen naam.

Referentiecollecties moeten aan deze verwarring een einde maken. In een geaccepteerde collectie staan de planten correct op naam. Als een kweker wil weten hoe een bepaalde Aster heet, kan hij in de botanische tuin de juiste naam van de plant achterhalen. Tegenwoordig krijgen planten vaak een keurmerk of certificaat, toegekend door de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Bloemisterij- en Boomkwekerijgewassen (NAKB), als ze deel uitmaken van een erkende collectie.



D Rozen in alle gedaanten


De botanische tuin heeft een uitgebreide collectie rozen. In dit deel van de tuin komen onder meer wilde en moderne rozen voor. Rozen staan bekend om hun grote variatie; dat is hier goed te zien. U kunt rozen uit ondermeer het Middellandse Zeegebied, Noord-Amerika en Azië bewonderen.

De botanische tuin heeft een collectie inlandse rozen, waarvan de Duinroos (Rosa pimpinellifolia) de meest opvallende is. Een mooie groep vormt de Doorenbosselectie, genoemd naar de vroegere directeur van het Zuiderpark, de heer Doorenbos. Hij heeft veel voor de sierteelt betekend.

In de collectie komen ook bottelrozen voor. Van deze rozen hebben we dubbel plezier: als ze in bloei staan en als ze rozebottels dragen. In september en oktober zijn de bottels prachtig van kleur. De flesvormige of ronde bottels staan bol van de vitamine C. Fabrikanten van siroop en jam bezochten De Dreijen om uit te zoeken welke bottels het meeste vitamine C bevatten.

De Kastanjeroos (Rosa roxburghii), rechts achter de vijver, is een wilde roos. Hij wordt Kastanjeroos genoemd, omdat de knoppen en de vruchten lijken op de bolster van een Paardekastanje. De roos heeft het uiterlijk van een struik, groot en grillig. Het is een echte botanische roos, die u niet snel in tuincentra zult tegenkomen. Wilde rozen zijn niet zo geliefd bij het publiek. Ze hebben een kortere bloeiperiode en zijn stekeliger. Roossoorten worden vaak op een wilde onderstam geënt.



Tussen de rozen staat klaver. Klaver bindt stikstof en rozen kunnen stikstof goed gebruiken. Het heeft nog twee andere voordelen. Waar klaver staat groeit minder onkruid. Bovendien eten de konijnen ervan, zodat ze van de andere planten afblijven. Konijnen zijn vaste bezoekers van de tuin.



E De stijlvolle Baas Beckingtuin


Deze gracieuze tuin is genoemd naar de tuinarchitecte Baas Becking. Hier staat op een zwarte marmeren kubus het borstbeeld van Linnaeus. De beroemde achttiende eeuwse Zweedse plantkundige is de grondlegger van de wetenschappelijke plantennaamgeving, die nog steeds gebruikt wordt.

Rechts van het borstbeeld ziet u een indrukwekkende naald boom: de Libanonceder (Cedrus libani). In de bijbel wordt met veel respect gesproken over deze gigant als 'de machtige ceder'. De boom symboliseert daar vruchtbaarheid en kracht. Het feit dat koning Salomo de tempel van Jeruzalem met het cederhout van het Libanongebergte bouwde, zegt genoeg over de kwaliteiten van het hout. De Libanonceder komt ook voor op de vlag van Libanon.

De boom links van de Libanonceder is een Atlasceder (Cedrus atlantica). Deze naaldboom komt uit het Atlasgebergte in Algerije en Marokko. Uiterlijk heeft hij veel weg van zijn Libanese soortgenoot. Alleen een echte bomenkenner zal deze twee uit elkaar kunnen houden.

In deze tuin staan cultuurrozen zoals die in de vorige eeuwen al voorkwamen. Deze oude rozen zijn te herkennen aan hun weelderige bloemblaadjes en dunne stelen. Als de rozen bloeien verspreiden ze een zalige geur die onze moderne rozen ontberen. De kwekers die de bloemen eerst van hun geur beroofden, proberen nu door kruisingen rozen weer hun lekkere geur terug te geven.

Moderne rozen zijn er in allerlei kleuren, oude rozen hoofdzakelijk in de kleuren paars en roze. In Europa ontstonden pas gele rozen door het inkruisen van de gele kleur uit Chinese rozen.

Oude rozen' komt u tegen op Hollandse schilderijen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Schilders gebruikten daar de Rosa centifolia (letterlijk de 'Honderdbladige roos') voor, een typisch produkt van Hollandse kwekers. Deze roos wordt ook wel de Koolroos genoemd, vanwege zijn pompoenachtig gevulde bloemen. De rozen hebben een korte bloeitijd; de bloemen zijn alleen in mei en juni te bewonderen.

Binnen de collectie Centifoliarozen ziet u Mosrozen. U kunt ze gemakkelijk herkennen aan de mosachtige begroeiing op de kelkbladeren, het vruchtbeginsel en de bloemsteel. De Mosrozen kent u misschien van de afbeeldingen op het befaamde Engelse Wedgewoodservies.

Een andere oude roos is Rosa gallica, een sterkgeurende Franse roos met vuurrood tot violet gekleurde bloemen.Aan de noordkant van deze stijltuin, bij de ingang van het rosarium, ziet u twee grote coniferen staan. Deze altijd groene sierboorn is Taxus baccata oftewel de Venijnboom. Wat opvalt is de dichte groeiwijze van de boom, die hem uitermate geschikt maakt om in een haag te gebruiken. Deze sierboom laat zich gemakkelijk modelleren. Vandaar dat hij in de achttiende eeuw, toen symmetrische tuinen in zwang waren,veel gebruikt werd. Nu is de boom een gewild object voor de wetenschap en farmaceutische industrie. Een Taxus bevat namelijk taxol, dat als een veelbelovend middel tegen kanker te boek staat.



F Een oude mammoetboom kijkt toe


Bij de kas staan de Sierappels (Malus). Groene bolvormige woekerplanten hebben zich genesteld in de takken van deze sierbomen. Het zijn de altijd groene Maretakken (Viscum album) die met hun zuigwortels vastzitten aan de takken van houtige gewassen; ze vertoeven graag in appelbomen.

Naast Maretak heet deze halfparasiet (de plant vormt zelf wel bladgroen) in de volksmond ook wel Vogellijm of Mistletoe. Deze namen hebben eik hun eigen verhaal. De naam Vogellijm heeft de plant te danken aan de vogels die de witte bessen vol kleverig slijm nuttigen. Als de vogels na de maaltijd het zaad uitpoepen of hun snavel aan takken afvegen blijft het zaad daaraan plakken. Zo werken ze onbewust mee aan de voortplanting van Vogellijm.

Mistletoe wordt met Kerstmis gebruikt als versiering. Als twee mensen samen onder de Mistletoe staan, dan moeten ze elkaar naar goed Anglo-Amerikaans gebruik kussen. Vroeger durfden mensen absoluut geen appels te eten van bomen waarop maretakken groeiden. Het woord 'Maretak' betekent namelijk heksentak.

In de buurt van de appelbomen ziet u de Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum). Vroeger liep door de proeftuin een pad, met aan weerszijden coniferen. De Mammoetboom is het enige exemplaar dat daarvan nog over is. Deze van oorsprong Amerikaanse naaldboom reikt zo'n dertig meter hoog en kan nog zeker twee keer zo groot worden. Hij staat hier sinds 1896 en is daarmee één van de oudste bomen van De Dreijen.

Tegenover de Mammoetboom vormen vier vakken een mooi klaverblad. Het hart van dit blad is een kruispunt van twee paden. Op dit klavertje vier bevindt zich de alom geliefde Paulownia.

Koning Willem II trouwde met Anna Paulowna (1795 - 1865), dochter van de Russische tsaar Paul I. Aan haar werd de boom opgedragen. De boom komt oorspronkelijk uit China, maar komt nu in grote delen van de wereld voor. U ziet hem in veel parken, tuinen en lanen staan. Als u ooit de Paulownia heeft zien bloeien begrijpt u deze populariteit. De trompetvormige bloemen zijn een lust voor het oog. Jammer genoeg ziet u deze boom maar zelden in ons land bloeien. De knoppen, die zich al in de nazomer vormen, bevriezen vaak door late nachtvorst.

Ook de Vijg komt voor op het klaverblad. Het is een boom uit warmere streken, veel voorkomend in Bijbelse verhalen. De Ficus carica is de meest winterharde vijgesoort. In ons land kan hij nog net overleven, maar wordt hij niet groter dan een struik. Vijgebomen zijn in warmere streken veel forser. Daar leveren ze zoete vruchten die rauw, gedroogd of gesuikerd worden gegeten. Deze struik hoeft in de winter niet ingepakt te worden en dat is wel heel bijzonder voor een Vijg.

Aan de noordkant staan de altijd groene Buxus struiken (Buxus sempervirens). De meeste mensen kennen deze planten als sierstruiken in parken en tuinen, waar ze veel voorkomen. Ze heten ook wel Palmboompjes, omdat de takken met Palmpasen gebruikt worden. Deze worden op de zondag voor Pasen gewijd en rondgedeeld als herinnering aan de intocht van Jezus in Jeruzalem.

Nabij de Buxussen staan de Sneeuwklokjesbomen (Halesia), die hun naam danken aan de witte klokvormige bloemen. Zij hebben hun bloeiperiode in mei en juni.

Bloeikalender/Flowering calendar


Januari/Februari - January/February

Cornus mas - Gele kornoelje

Calanthus - Sneeuwhlokje

Hamamelis - Toverhazelaar

Helleborus - Kerstroos

Lonicera fragantissima

Maart/April - March/April

Acer - Esdoorn

Betula - Berk

Bergenia - Schoenlappersplant

Chimonanthus praecox

Magnolia - Beverboom

Mahonia - Mahoniestruik

Narcissus - Narcis

Parrotia persica

Pieris


Prunus - Kers

Pulmonaria - Longkruid

Scilla - Sterhyacint

Trollius - Kogelbloem

Mei/Juni - May/June

Catalpa - Trompetboom

Chaenomeles - Dwergkwee

Davidia - Zakdoekenboom

Deutzia - Bruidsbloem

Diervilla / Weigela - Weigelia

Exochorda

Halesia - Sneeuwklokjesboom

Iris - Lis

Lonicera - Kamperfoelie

Magnolia - Beverboom

Malus - Sierappel

Prunus - Kers

Rhododendron

Rosa - Roos

Syringa - Sering

Juli/Augustus - July/August

diverse vaste planten - various perennial plants

Buddleja - Vlinderstruik

Clethra - Schijnels

Hydrangea - Hortensia

Hypericum - Hertshooi

Spiraea

September/Oktober - September/October



Aralia

Duivelswandelstok

Aster

Caryoptis



Ceratostigma

Perovskia

November/December - November/December

Hamamelis virginiana - Toverhazelaar


Vruchten - fruits


Augustus/September - August/September

Acer - Esdoorn

Crataegus - Meidoorn

Malus - Sierappel

Rosa - Roos

Sorbus - Lijsterbes

Oktober/November - October/November

Berberis - Zuurbes

Cotoneaster - Dwergmispel

Euonymus - Kardinaalsmuts

Ilex - Hulst

December/Februari - December/February



Viscum album - Maretak


Contactadres:

Botanische Tuinen Wageningen Universiteit
Generaal Foulkesweg 37 (GEBOUW nummer 351)
6703 BL Wageningen



tel.:

+31 (0)317 (4)83182

e-mail:

Henk.deLeeuw@wur.nl




Adres Botanische Tuin Belmonte
Generaal Foulkesweg 94
6703 DS Wageningen

Adres Botanische Tuin De Dreijen
Generaal Foulkesweg 37
6703 BL Wageningen

  • Botanische tuin Belmonte
  • B Reusachtige bloemen en honingdauw
  • C Kersen, doodsbeenderen en kardinaalsmutsen
  • D Van landgoed tot arboretum
  • Bloeikalender/Flowering calendar
  • Botanische tuin De Dreijen A En de klok tikt verder..
  • B Van forse bomen en kleine bergen
  • C Over familie gesproken
  • D Rozen in alle gedaanten
  • E De stijlvolle Baas Beckingtuin
  • F Een oude mammoetboom kijkt toe

  • Dovnload 61.04 Kb.