Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie

Dovnload 0.56 Mb.

Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie



Pagina1/16
Datum04.04.2017
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

De ‘chemie’ van DPS



Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie

Naam: Boudien van der Steen

Studentnummer: 263388

Studie: Sociologie

Master: Arbeid, Organisatie en Management

Universiteit: Erasmus Universiteit Rotterdam

Datum: Februari 2011

Begeleider: Drs. B. Jetten

2e beoordelaar: Dr. P. Mascini


Inhoudsopgave




Hoofdstuk 1 Inleiding 4

§ 1.1 Aanleiding 4

§ 1.2 Doelstelling 5

§ 1.3 Vraagstelling 5

§ 1.3.1 Onderzoeksvragen 6

§ 1.4 De relevantie van het onderzoek 6

§ 1.4.1 Theoretische relevantie 6

§ 1.4.2 Maatschappelijke relevantie 7

§ 1.5 Leeswijzer 7

Hoofdstuk 2 Theoretisch Kader 8

§ 2.1 Consistent integraal organiseren 8

§ 2.1.1 Theorieën en pleidooien consistent integraal organiseren 10

§ 2.2 Inleiding Lean Production en Sociotechniek 15

§ 2.2.1 Wat is Lean Production 15

§ 2.2.2 Wat is Sociotechniek 20

§ 2.3 Typering Lean Production en de Moderne Sociotechniek 22

§ 2.3.1 Kader typering 22

§ 2.3.2 Typering en vergelijking Lean Production en de Moderne Sociotechniek 24

§ 2.5 Verwachtingen op basis van theoretisch kader 40

§ 2.5.1 Het conceptueel model en de hypothesen 41

§ 2.5.2 Spanningsvelden: verwachtingen en veronderstellingen 43

Hoofdstuk 3 Onderzoeksverantwoording 50

§ 3.1 Het Du Pont ProductieSysteem 51

§ 3.1.1 Inleiding organisatieontwikkeling Du Pont Dordrecht 51

§ 3.1.2 Het Du Pont ProductieSysteem bij Du Pont Dordrecht 56

§ 3.1.3 Elementen Du Pont ProductieSysteem 61

§ 3.2 Vertaling theoretische concepten in empirische variabelen 65

§ 3.3 Het selecteren van de onderzoekseenheden 76

§ 3.4 Het plaatsen van het onderzoek in de tijd 76

§ 3.5 De wijze van data-verzameling 77

§ 3.5.1 Typering van de data 80

§ 3.6 De wijze van data-analyse 83

§ 3.7 Kwaliteitscriteria 83

§ 3.7.1 Controleerbaarheid 83

§ 3.7.2 Validiteit 84

§ 3.7.3 Betrouwbaarheid 84

§ 3.8 Methodologische verantwoording aanvullend onderzoek 86

Hoofdstuk 4 Analyse onderzoeksgegevens 89

§ 4.1 Analyse onderzoek spanningen, conflicten en negatieve gevolgen 89

§ 4.2 Analyse implementatie productieconcepten 101

§ 4.2.1 Analyse aanvullende data 102

Hoofdstuk 5 Conclusie en aanbevelingen 110

§ 5.1 Korte terugblik 110

§ 5.2 Conclusies 111

§ 5.2.1 Eindconclusie 111

§ 5.2.2 Wat betekent dit voor Du Pont Dordrecht? 115

§ 5.3 Aanbevelingen en beperkingen van het onderzoek 116

§ 5.3.1 Beperkingen 117

§ 5.3.2 Aanbevelingen vervolgonderzoek 118

§ 5.3.3 Aanbevelingen Du Pont 121

Nawoord en dankbetuiging 122

Literatuurlijst en bronvermelding 123

Bijlagen 126

Bijlage 3.1 Casestudy Protocol versie 1 126

Bijlage 3.2 Casestudy database versie 1 129

Interviewverslagen 130

Verslag week 18 t/m 21 januari 2010 Analyse OPP McKinsey door Focusgroep DP 141

Resultaten overzicht analyseweek Du Pont (M&B) 143

Verslag mirrorworkshop 15 maart 2010 146

Bijlage 4.1 Resultaten vraag 6 gesloten vragen OPP 2009 147

Bijlage 4.2 Resultaten vraag 6 spanningsvelden DSI 2009 148

Bijlage 4.3 Dordrecht DPS Principes ingevoerd ja/nee 149




Hoofdstuk 1 Inleiding




§ 1.1 Aanleiding

In de literatuur zijn er meerdere ontwerptheorieën en pleidooien te vinden die duidelijk maken dat er sprake moet zijn van een consistente integrale benadering bij het inrichten en veranderen van organisaties. Met integraal wordt bedoeld dat in alle onderdelen van de organisatie de verandering in gang gezet moet worden en dat alle elementen van een bepaald productieconcept meegenomen moeten worden. Consistent betekent dat de verschillende elementen en onderdelen een logisch en samenhangend geheel moeten vormen. Uit deze ontwerptheorieën en pleidooien blijkt, dat indien een organisatie zich niet aan deze regels houdt er spanningen en conflicten zullen ontstaan waardoor de organisatie onmogelijk effectief en efficiënt kan zijn.


Binnen deze ontwerptheorieën en pleidooien wordt de organisatie als een totaal systeem gezien waarbij het van belang is dat er een onderlinge samenhang is tussen de verschillende aspecten.

Dit uitgangspunt is duidelijk terug te zien in de configuratiehypothese van Mintzberg, maar ook Steijn (2001) laat in ‘Werken in de informatiesamenleving’ duidelijk de relatie tussen technologie, organisatie en arbeid zien. Deze theorieën bevestigen dat alleen een consistente en integrale manier van organiseren een effectieve en efficiënte organisatie tot gevolg heeft. Of een organisatieverandering of –vernieuwing succesvol is, hangt mede hier van af.


Maar er zijn er ook andere signalen. Van Ruysseveldt en Van Hoof (2006) geven aan dat organisaties veelvuldig experimenteren met organisatievernieuwing, maar dat een integrale organisatievernieuwing zelden voor komt. Zij geven aan dat organisaties veeleer elementen van productieconcepten doorvoeren in beperkte onderdelen van de organisatie en dat deze mengvormen kennelijk toch levensvatbaar zijn. Vaak gaat het om een selectieve invoer van bepaalde elementen van een productieconcept of om het invoeren van een productieconcept in bepaalde onderdelen van de organisatie.

Dit staat min of meer haaks op de theorieën die een consistente en integrale benadering bepleiten. Het gevolg hiervan is een theoretische discussie. Om deze theoretische discussie te kunnen beslechten, danwel om duidelijkheid te verschaffen, is empirisch onderzoek noodzakelijk.


Om een bijdrage te kunnen leveren aan deze theoretische discussie wordt er een casestudy verricht bij Du Pont de Nemours te Dordrecht.
Sinds 2008 heeft men bij Du Pont Dordrecht het Du Pont ProductieSysteem (DPS) ingevoerd. Dit productiesysteem is grotendeels gebaseerd op het Toyota ProductieSysteem (TPS) oftewel Lean Production.
Voordat men echter in 2008 begon met de invoering van DPS waren er bij Du Pont Dordrecht al meerdere organisatieveranderingen in gang gezet. In 1997 resulteerde dit in een veranderingsproces genaamd ‘Werken in Rollen’. Dit veranderingsproces is begeleid door de ST-groep uit Vlijmen en is gebaseerd op de (Moderne) Sociotechniek. Tot op heden wordt er gewerkt volgens dit ‘Werken in rollen’.

Het invoeren van DPS, dat grotendeels gebaseerd is op Lean Production, en het tegelijkertijd handhaven van het “Werken in rollen’, dat gebaseerd is op de Sociotechniek, betekent dat Du Pont Dordrecht zich niet houdt aan de regels van het consistent en integraal organiseren. Hierdoor wordt het een interessante casus.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

  • Inhoudsopgave
  • Hoofdstuk 1 Inleiding § 1.1 Aanleiding

  • Dovnload 0.56 Mb.