Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie

Dovnload 0.56 Mb.

Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie



Pagina10/16
Datum04.04.2017
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   16

§ 3.6 De wijze van data-analyse

Voor de beschikbare data zullen de indicatoren bepaald worden aan de hand van het kader dat gehanteerd wordt bij het onderzoeken van de spanningen, conflicten en negatieve gevolgen, te weten de taak-/functiestructuur en de leiderschapsstijl/relatie leidinggevende-medewerker. Deze indicatoren zijn reeds grotendeels naar voren gekomen bij de verwachtingen. Tevens is de verwachting dat tijdens het analyseproces

uit de beschikbare data aanvullende indicatoren of trefwoorden naar voren zullen komen. Aan de hand van deze indicatoren is het mogelijk de data aan de juiste dimensie te koppelen en te categoriseren en te labelen. Het doel van dit categoriseren en labelen is de data te reduceren, waardoor er een overzichtelijk geheel wordt gevormd.
De data zullen zoveel mogelijk geanalyseerd en in de bijlagen gepresenteerd worden met behulp van tabellen. Door het hanteren van tabellen is het mogelijk de uitgebreide dataverzameling in hoeveelheid terug te dringen en te concentreren. Doel is uiteindelijk het vrij eenvoudig af kunnen lezen van de kwalitatieve data, waardoor de betrouwbaarheid van de analyse toeneemt (Miles & Huberman, 1994). Het gaat hier echter om een kwalitatief onderzoek, dus de resultaten van de analyse zullen met quotes ondersteund worden.

§ 3.7 Kwaliteitscriteria

Een onderzoek moet aan een bepaalde wetenschappelijke kwaliteit voldoen. Om deze kwaliteit te kunnen beoordelen noemt Braster (2000) onder andere de volgende criteria:



  1. Controleerbaarheid

  2. Validiteit

  3. Betrouwbaarheid



§ 3.7.1 Controleerbaarheid

De uitkomsten van een onderzoek moeten controleerbaar zijn. Het moet voor anderen mogelijk zijn het onderzoek te reconstrueren en eventueel kritiek te kunnen leveren. Dit betekent dat er vastgelegd moet worden hoe het onderzoek is verlopen en welke data zijn gebruikt. Hoe het onderzoek is verlopen kan vastgelegd worden in een casestudy protocol en welke data zijn gebruikt in een casestudy database (Yin zoals geciteerd in Braster, 2000).


Voor dit onderzoek is een casestudy protocol (bijlage 3.1) opgesteld, zij het niet heel uitgebreid. De gegevens over de achtergrond, de doelstelling, de onderzoeksvragen, de interviewschema’s en de veldoperaties zijn hierin echter wel terug te vinden. Hiermee is een aantal essentiële gegevens vastgelegd.
Voor dit onderzoek is tevens een casestudy database (bijlage 3.2) opgebouwd. In deze casestudy database zijn onder andere de verslagen, documentatie, interviewverslagen en notities terug te vinden en bestaat zowel uit digitale gegevens en informatie, als uit papieren stukken.

§ 3.7.2 Validiteit

Bij validiteit gaat het om een juiste vertaling van de theorie naar de empirische variabelen (Braster, 2000). Validiteit heeft betrekking op de vraag hoe goed de sociale realiteit die gemeten wordt door het onderzoek overeenkomt met de constructie die de onderzoeker gebruikt om het te begrijpen (Neuman, 2000). Simpel gezegd gaat het om de vraag: ‘Meet ik wat ik wil meten?’.


Validiteit kent vele verschillende vormen. Voor dit onderzoek is het volgende in acht genomen om de validiteit te verhogen:

  • Construct validiteit heeft betrekking op het meten met meerdere indicatoren. Zoals in voorgaande paragraaf reeds aangegeven is er in dit onderzoek sprake van data- en methodetriangulatie. Hierdoor wordt de validiteit van het onderzoek verhoogd.

  • Interne validiteit heeft betrekking op het kunnen vaststellen van causale verbanden tussen de theorie en de empirie (Braster, 2000). Om dit te verhogen hebben we in dit onderzoek gebruik gemaakt van ‘pattern matching’. Hierbij worden empirische uitkomsten vergeleken met de vooraf verwachte uitkomsten. Deze verwachtingen zijn opgesteld in § 2.5 en vergeleken met de empirie in hoofdstuk 4.



§ 3.7.3 Betrouwbaarheid

Als de betrouwbaarheid van een onderzoek hoog is, dan betekent dit dat als het onderzoek opnieuw uitgevoerd zou worden er dezelfde resultaten uit zouden komen. Dit is bij een casestudy een lastig element, omdat er vaak processen worden onderzocht die niet stabiel zijn over een langere periode (Neuman, 2000).

De casestudy kenmerkt zich door een bepaalde mate van flexibiliteit en de beschrijvingen worden getypeerd door rijkdom en niet zo zeer door precisie (Braster, 2000).
Helaas is het onmogelijk iets te zeggen over de mate van betrouwbaarheid van reeds bestaande databronnen. Er is altijd enige beïnvloeding van de interviewer op de geïnterviewde. Wat enigszins in het voordeel van de betrouwbaarheid pleit, is het feit dat de partijen geen weet hebben gehad van het uiteindelijke onderwerp of onderzoek waar de data voor gebruikt gaat worden. Hierdoor zal de beïnvloeding van het onderwerp of enige sturing in de richting van het onderwerp afwezig zijn.
In dit onderzoek is de betrouwbaarheid verhoogd door een casestudy protocol en casestudy database aan te leggen. Aan de hand hiervan zou het onderzoek grotendeels kunnen worden over gedaan.

Om de intra-betrouwbaarheid van het onderzoek te vergroten zijn de opmerkingen/suggesties van het OPP 2009 en de resultaten van de DSI’s twee maal onafhankelijk van elkaar geanalyseerd. De resultaten van deze analyses kwamen grotendeels met elkaar overeen. Uiteraard kwamen er enkele verschillen naar boven. Deze verschillen zijn nogmaals apart bekeken en alsnog in een bepaalde categorie ingedeeld.


Als laatste punt ter verhoging van de betrouwbaarheid, zullen de data waar mogelijk gepresenteerd worden met behulp van matrices. Hierdoor is het mogelijk de uitgebreide dataverzameling in hoeveelheid terug te dringen en te concentreren. Doel is uiteindelijk het vrij eenvoudig af kunnen lezen van de kwalitatieve data (Miles & Huberman, 1994).

§ 3.8 Methodologische verantwoording aanvullend onderzoek

In de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk is gekeken naar de opzet van het onderzoek, de wijze van dataverzameling, uitvoering en data-analyse. Tijdens het onderzoek bleek dat de onderzoeksvragen niet volledig met de bestaande databronnen beantwoord konden worden en dus was er een aanvullend onderzoek nodig. Voor ieder onderzoek behoort een methodologische verantwoording te worden afgelegd, zo ook voor dit vervolgonderzoek.


Voor de methodologische verantwoording van het aanvullende onderzoek wordt overwegend het onderzoeksontwerp van Braster (2000:11) aangehouden. Vervolgens komt de wetenschappelijke kwaliteit kort aan de orde.


  1. Het selecteren van de onderzoekseenheden

Om de vragen van het aanvullende onderzoek beantwoord te krijgen, was het noodzakelijk dat de geïnterviewden meer dan gemiddeld kennis hadden van het ‘Werken in rollen’ en/of DPS. De geïnterviewden zijn dan ook niet random geselecteerd, maar bewust uitgekozen in overleg met de DPS Site Lead. Daarbij is in acht genomen dat er voorkomen moest worden dat het een eenzijdige afspiegeling zou worden. De geïnterviewden zijn werkzaam binnen verschillende fabrieken in Dordrecht, kennen de situatie op de werkvloer en zijn nauw betrokken geweest bij de invoering van het ‘Werken in rollen’ en/of DPS. Uiteindelijk zijn vijf medewerkers geïnterviewd. Na vijf respondenten kwamen er geen nieuwe feiten meer naar boven en werd duidelijk dat het verzadigingspunt bereikt was. De enige nuanceverschillen die nog te vinden waren, zaten in de mate waarin de aanpassingen van DPS en het ‘Werken in rollen’ hadden plaatsgevonden volgens de respondenten. In deze scriptie moet echter alleen de vraag beantwoord worden of DPS en het ‘Werken in rollen’ zo geïmplementeerd is als ontworpen. Het ligt buiten het bereik van deze scriptie om de exacte mate waarin er aanpassingen zijn geweest vast te stellen.


  1. Het plaatsen van het onderzoek in de tijd

De data zijn eenmalig binnen een kort tijdsbestek verzameld. De interviews hebben eind september en begin oktober 2010 plaats gevonden.



  1. De wijze van data-verzameling

Zoals reeds eerder aangegeven, zijn de data verzameld met behulp van half-gestructureerde interviews. De vragen zijn voorgelegd aan een vijftal respondenten. Aan een tweetal respondenten zijn tevens de Dordrecht DPS Principes voorgelegd. Omdat het hier een duidelijk afgebakend onderzoeksgebied betrof, waren dit geen lange interviews. Gemiddeld duurde een interview 35 minuten.


  1. De wijze van data-analyse

De data zullen met behulp van een tabel gepresenteerd worden in de bijlagen. Met name de uitkomsten van het voorleggen van de Dordrecht DPS Principes lenen zich hiervoor.


  1. Controleerbaarheid en de betrouwbaarheid

In het casestudy protocol en de casestudy database van dit onderzoek zijn de meest essentiële gegevens vastgelegd. Dat geldt ook voor dit deel van het onderzoek. Hiermee zijn zowel de controleerbaarheid als de betrouwbaarheid verhoogd.
Met de uitwerking van de methodologische onderzoeksverantwoording voor het aanvullende onderzoek is de methodologische onderzoeksverantwoording compleet en het hoofdstuk afgerond.
In het volgende hoofdstuk zal de analyse van de onderzoeksgegevens plaats vinden.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   16

  • § 3.7 Kwaliteitscriteria
  • § 3.7.1 Controleerbaarheid
  • § 3.7.2 Validiteit
  • § 3.7.3 Betrouwbaarheid
  • § 3.8 Methodologische verantwoording aanvullend onderzoek

  • Dovnload 0.56 Mb.