Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie

Dovnload 0.56 Mb.

Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie



Pagina14/16
Datum04.04.2017
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   16

§ 5.3 Aanbevelingen en beperkingen van het onderzoek


Voordat de aanbevelingen beschreven zullen worden, wordt er eerst aandacht besteed aan de beperkingen van het onderzoek. Zoals in elk onderzoek zijn er ook in dit onderzoek beperkingen waar rekening mee gehouden moet worden en die bij het lezen van de aanbevelingen in het achterhoofd gehouden moeten worden.

§ 5.3.1 Beperkingen

Het onderzoek bij Du Pont Dodrecht noodzaakt tot een tweetal nuanceringen:



  1. niet te beantwoorden is de vraag in hoeverre Du Pont Dordrecht in onduidelijkheden afwijkt van andere organisaties: is dit nu veel/erg of niet/normaal

  2. de behoefte van de medewerker is van invloed op de mate dat de medewerker onduidelijkheden ervaart bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Dit kan niet meegenomen worden:

    1. dit is enerzijds vervuilend voor de resultaten van het onderzoek

    2. anderzijds maakt het de behoefte van de medewerkers aan duidelijkheid juist sterker.


ad 1 Afwijken Du Pont Dordrecht ten opzichte van andere organisaties
De doelstelling van dit onderzoek is inzicht te verschaffen in de situatie die ontstaat als organisaties niet consistent en integraal organiseren. Gaandeweg het onderzoek bleek dat dit een grijs gebied is, waar, buiten de constatering dat een organisatie niet effectief en efficiënt zal zijn indien men zich niet houdt aan het consistent en integraal organiseren, geen onderzoek naar is verricht en dus ook geen informatie over te vinden is. Naast het feit dat er geen onderzoek naar is verricht, wordt ook uit de theorie niet duidelijk wat de eventuele gevolgen zouden kunnen zijn. Hierdoor is het niet mogelijk een vergelijking te maken tussen de situatie bij Du Pont Dordrecht en een andere organisatie in dezelfde omstandigheden. De resultaten van dit onderzoek laten duidelijk zien dat er sprake is van onduidelijkheden, waardoor weer spanningen, conflicten en negatieve gevolgen ontstaan. Het is echter onmogelijk aan te geven of en in hoeverre de situatie bij Du Pont Dordrecht uitzonderlijk is. Hiervoor dient eerst aanvullend onderzoek te worden verricht, zodat daarna bepaald kan worden hoe de situatie bij Du Pont Dordrecht getypeerd kan worden.
ad 2 Behoefte medewerker bepaalt onduidelijkheid
In hoeverre een medewerker onduidelijkheid ervaart, zal gedeeltelijk afhangen van de behoefte die een medewerker heeft. De ene medewerker zal behoefte hebben aan duidelijke procedures, terwijl de andere medewerker de ruimte neemt zodra dit mogelijk is. Dit betekent dat de resultaten in het OPP en in een DSI in bepaalde mate afhangen van de behoeften van de medewerkers en hoe zij de situatie ervaren.

Dit is aan de ene kant een vervuilend aspect voor de resultaten van dit onderzoek. Helaas is het voor dit onderzoek onmogelijk daar rekening mee te houden, omdat er zowel in het OPP als in een DSI geen rekening met dit feit is gehouden en er geen enkele vraag over is gesteld.

Aan de andere kant echter geeft het nog eens aan hoe belangrijk dit aspect is.

De medewerkers zijn in deze namelijk een extra complicerende factor, waardoor de onduidelijkheden nog onduidelijker worden dan ze al waren. Juist door te zorgen voor duidelijkheden weten de medewerkers waar ze aan toe zijn en wat ze van anderen kunnen verwachten, ongeacht de persoonlijke behoefte van de medewerker.


§ 5.3.2 Aanbevelingen vervolgonderzoek

Dit onderzoek biedt meerdere aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. In deze

paragraaf wordt aandacht besteed aan een drietal van deze aanknopingspunten die vragen om verder onderzoek.
Aanknopingspunt 1

Het eerste aspect gaat over het feit dat nergens in de ontwerptheorieën is beschreven wat er gebeurt indien een organisatie zich niet aan de regels van het consistent en integraal organiseren houdt. Dit onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er hoog nodig onderzoek verricht moet worden naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren.


Door vervolgonderzoek wordt er meer kennis opgebouwd waardoor organisaties beter begrepen kunnen worden en verklaard kan worden waarom en waardoor bepaalde situaties ontstaan. Het vergaren van kennis geeft inzicht waardoor aanknopingspunten ontstaan om bijvoorbeeld spanningen, conflicten en negatieve gevolgen te voorkomen.
Zoals uit dit onderzoek blijkt, proberen organisaties een verandering in gang te zetten door slechts enkele elementen van een productieconcept te implementeren, de elementen slechts in een deel van de organisatie door te voeren of verschillende productieconcepten te combineren. In even zoveel gevallen haken organisaties in op voorbij komende managementhypes.
De oorzaak van dit niet consistent en integraal ontwerpen zou te maken kunnen hebben met het ontbreken van kennis. Blijkbaar is er tot op heden niet duidelijk genoeg aangetoond met welke problemen de organisatie te maken krijgt als men zich niet aan de regels van het consistent en integraal organiseren houdt. Organisaties kunnen de eventuele problemen niet goed overzien of het ontbreekt de organisaties aan de kennis om de gevolgen waar men mee te maken krijgt te koppelen aan de manier van organiseren.

Als daar de succesverhalen van een managementhype bij op worden geteld, dan is het logische gevolg daarvan dat organisaties eerder meeliften op een managementhype, dan dat de organisatie consistent en integraal wordt georganiseerd. Consistent en integraal organiseren is immers veel ingrijpender en geeft resultaat op de langere termijn, terwijl een managementhype veelal op succes op de korte termijn is gericht.


Het uitgangspunt van dit onderzoek zijn de ontwerptheorieën die pleiten voor consistent en integraal organiseren. Door dit onderzoek ontstond tevens de mogelijkheid deze theorieën te bevestigen of te ontkrachten. Dit laatste is een optie die niet vergeten mag worden. In het geval van bevestiging maakt het de theorieën krachtiger, bij ontkrachting van de theorieën wordt er een onbekend terrein ontdekt en dat maakt het mogelijk nog interessanter.

Wetenschap is immers het systematisch opbouwen van kennis en het reconstrueren van de werkelijkheid. Dat maakt een onbekend terrein tot een uitdaging voor iedere wetenschapper.


Aanknopingspunt 2

Het tweede aspect betreft het uitvoeren van een vergelijkende casestudy naar het consistent en integraal organiseren. Eén van de beperkingen van dit onderzoek is het feit dat de vraag in hoeverre Du Pont Dordrecht in onduidelijkheden afwijkt van andere organisaties niet beantwoord kon worden. Uit de ontwerptheorieën wordt niet duidelijk wat de gevolgen zijn van het niet consistent en integraal organiseren. Tot op heden is daar ook geen onderzoek naar verricht.

Alleen door aanvullend onderzoek en door uitkomsten met elkaar te vergelijken krijgen we een beter en dieper inzicht over wat er werkelijk aan de hand is en met welke variabelen we te maken hebben en rekening moeten houden.
Aanknopingspunt 3

Het laatste aspect betreft de vraag of het invoeren van zelfsturend teams en de chemische procesindustrie samen kunnen gaan.

De chemische procesindustrie vormt een aparte sector binnen de industrie. Er ligt een grote nadruk op het borgen van de veiligheid en het zo klein mogelijk houden van de risico’s. Het gevolg hiervan is dat deze organisaties hun procedures zeer uitgebreid beschrijven en formaliseren, zodat deze exact zoals beschreven uitgevoerd kunnen worden. Mintzberg (2000) spreekt in dit geval van een veiligheidsbureaucratie. In een bureaucratie is het primaire coördinatiemechanisme de standaardisatie van werkzaamheden. Deze standaardisatie van werkzaamheden staat min of meer lijnrecht tegenover de zelfsturende teams zoals deze bedoeld zijn volgens de Moderne Sociotechniek. Het is interessant te onderzoeken of en in hoeverre zelfsturing en de chemische industrie te combineren zijn.
De aangedragen vervolgonderzoeken zijn zowel theoretisch als maatschappelijk relevant. Het is theoretisch interessant, omdat het bestaande theorieën aanvult. Het is maatschappelijk relevant, omdat organisaties onderdeel zijn van de maatschappij en onder andere zorgen voor de werkgelegenheid.

§ 5.3.3 Aanbevelingen Du Pont

Du Pont moet zichzelf de vraag stellen: ‘Wat willen we en hoe willen we dit bereiken?’.

Er moet een keuze gemaakt worden ten aanzien van de verschillende productieconcepten. Welke keuze er gemaakt wordt, is uiteindelijk niet belangrijk. Zaak is dat er gekozen wordt, zodat er daarna consistent en integraal georganiseerd kan worden. De verwachting is dat daarmee een deel van de huidige problemen waar men mee te maken heeft, kan worden opgelost.
Als voorbeeld kunnen we het element ‘belonen en waarderen’ nemen. Door een keuze te maken, zal de duidelijkheid voor de medewerkers toenemen. De belangrijkste vraag of men als team of als individu wordt beoordeeld, zal beantwoord worden. Dit gegeven vormt de basis van dit element. HR-systemen worden afgestemd op het feit of men het individu of het team als uitgangspunt neemt en leidinggevenden baseren hier de beoordelings- en functioneringsgesprekken op.
Als hier duidelijkheid in komt, dan spelen de medewerkers in dit element weer een rol. Als medewerker weet je immers waar je aan moet voldoen en dus kan je zelf invloed uitoefenen. Dit zal onder andere een positieve invloed hebben op de betrokkenheid van de medewerkers. En betrokkenheid van de medewerkers is voor de organisatie noodzakelijk om strategisch voordeel te behalen.


1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   16

  • § 5.3.1 Beperkingen
  • § 5.3.2 Aanbevelingen vervolgonderzoek
  • § 5.3.3 Aanbevelingen Du Pont

  • Dovnload 0.56 Mb.