Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie

Dovnload 0.56 Mb.

Een casestudy naar de gevolgen van het niet consistent en integraal organiseren in de chemische procesindustrie



Pagina9/16
Datum04.04.2017
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   16

§ 3.3 Het selecteren van de onderzoekseenheden

Op basis van een pragmatische selectie zijn de onderzoekseenheden bepaald. De selectie van de onderzoekseenheden is bepaald aan de hand van de volgende twee selectiecriteria:



  1. vestigingsplaats is Dordrecht

  2. DPS is ingevoerd.



§ 3.4 Het plaatsen van het onderzoek in de tijd

Een deel van de data is afkomstig van Du Pont en is in het najaar van 2009 verzameld, eenmalig binnen een kort tijdsbestek. Daarnaast zijn er data door middel van diepte-interviews binnen een kort tijdsbestek verzameld. Dit heeft eenmalig in september en oktober 2010 plaats gevonden.



§ 3.5 De wijze van data-verzameling

De volgende methoden zijn gebruikt om de benodigde data te verzamelen voor het beantwoorden van de deelvragen en de probleemstelling.




  • Wetenschappelijke literatuur

    • Er is gebruikt gemaakt van relevante artikelen, publicaties, scripties en wetenschappelijke boeken.

    • Deze relevante artikelen, publicaties, scripties en wetenschappelijke boeken zijn gebruikt om het theoretisch kader te kunnen creëren. Dit vormt de basis van de studie en is dus een essentieel onderdeel.

    • De theoretische deelvragen konden hiermee beantwoord worden.

  • Interviews/vragenlijst

    • Een belangrijke databron die wordt gebruikt is de uitkomst van het OPP 2009 uitgevoerd door McKinsey. Dit onderzoek is uitgezet onder alle 850 medewerkers van Du Pont Dordrecht. Het responspercentage bedraagt 44 (n=372). Het bestaat uit een gesloten schriftelijke vragenlijst met drie antwoordcategorieën, te weten Zelden-Nooit/Soms/Vaak-Altijd. De antwoorden worden weergegeven in een bepaald % en zijn dus kwantitatief van aard.

    • Aan het eind van de vragenlijst was er de mogelijkheid voor de medewerkers om een tweetal open vragen te beantwoorden en suggesties/opmerkingen te plaatsen.

    • Deze databron is met name gebruikt om de vraag welke spanningen, conflicten en negatieve gevolgen zich voor doen wanneer beide productieconcepten gelijktijdig worden toegepast te beantwoorden.

  • Deskresearch

    • Ik ben meerdere malen bij Du Pont geweest en heb diverse interne stukken verzameld, waaronder diverse powerpoint-presentaties voor en van het management, documentatie, workshop-materiaal en informatie van het DPS-team.

    • Dit materiaal is met name gebruikt om de inleiding te kunnen schrijven en de eerste twee empirische vragen te beantwoorden.

  • Diepte-interviews

De eerste databron binnen de diepte-interviews zijn de resultaten van de Deep Structured Interviews (DSI), welke gehouden zijn door diverse DPS-betrokkenen vanuit het gehele bedrijf. Deze zijn gehouden in 2009 nadat op de betreffende afdeling DPS was ingevoerd. Deze diepte-interviews waren open van aard en zijn mondeling afgenomen. Doordat de verslaglegging plaats heeft gevonden in een standaardsjabloon was de kans aanwezig dat er gegevens weg zouden vallen en de kern van de boodschap af zou wijken van hetgeen de respondent bedoelde.





    • Dit zou ten koste gaan van de betrouwbaarheid en de validiteit van de DSI. Dit heeft men ondervangen door de interviewer zijn verslaglegging te laten parafraseren, reflecteren en op te sommen aan de geïnterviewde. Deze databron is gebruikt om de vraag of er sprake is van spanningen, conflicten en negatieve gevolgen en zo ja, welke, te beantwoorden. Daarnaast is deze databron gebruikt om een antwoord te vinden op de vraag of DPS en het ‘Werken in rollen’ geïmplementeerd is zoals ontworpen.

    • Een tweede databron binnen de diepte-interviews zijn de reeds door mij gehouden interviews, zes in totaal, over de wijze van invoering van Kaizen/DPS, van oktober 2009. Deze interviews waren half-gestructureerd van aard, omdat het specifiek over de invoering van Kaizen/DPS ging. Met behulp van deze databron kon de vraag over wat DPS is, beantwoord worden

    • Een derde databron binnen de diepte-interviews zijn de door mij gehouden diepte-interviews van september en oktober 2010, vijf in totaal. Deze waren half-gestructureerd van aard en zijn mondeling afgenomen. Deze databron is hoofdzakelijk gebruikt om de vraag over de implementatie van DPS te beantwoorden. Daarnaast was het doel de eventuele onduidelijkheden en ontbrekende stukken in te kunnen vullen.

  • Participerende observaties

    • Meerdere malen ben ik aanwezig geweest bij formele en informele bijeenkomsten, waaronder de gehele analyse en synthese van het OPP 2009 en de mirrorworkshops van de teamleiders. Met name tijdens de analyse en synthese was er sprake van participerende observatie.

    • Deze data zijn niet letterlijk terug te vinden, maar zijn door de gehele scriptie verweven.

  • Overige bestaande data

    • Er is gebruik gemaakt van interviews, jaarverslagen en algemene informatie over Du Pont op het internet

    • Deze data zijn ook niet letterlijk terug te vinden, maar zijn door de gehele scriptie verweven.

In tabel 3.1 is bovenstaande voor de duidelijkheid samengevat.




Vraag

Onderwerp

Belangrijkste methoden

1

Wat is consistent en integraal organiseren?

Wetenschappelijke literatuur

2

Wat is Lean Production?

Wetenschappelijke literatuur

3

Wat is Sociotechniek?

Wetenschappelijke literatuur

4

Verschillen en overeenkomsten Lean Production en Sociotechniek?

Wetenschappelijke literatuur

5

Wat is DPS?

Diepte-interviews, deskresearch, bestaande data, participerende observatie

6

Tegenstrijdigheden

Desk-research, bestaande data

7

Spanningen, conflicten

Interviews/vragenlijst, diepte-interviews

TABEL 3.1: overzicht wijze van dataverzameling per vraag



§ 3.5.1 Typering van de data

Het is bij bestaande databronnen van belang te bepalen in hoeverre deze bronnen bruikbaar zijn voor het onderzoek en uitleg te gegeven over hoe de databronnen zijn gebruikt. Voor dit onderzoek wordt er van meerdere bestaande databronnen gebruikt gemaakt, te weten het OPP 2009 uitgevoerd door McKinsey en de diepte-interviews van 2009 uitgevoerd door Du Pont. In deze subparagraaf wordt verantwoording afgelegd voor het gebruik van deze databronnen.


Databron Organizational Performance Profile 2009 (OPP 2009)
De eerste databron betreft de uitkomst van het onderzoek uitgevoerd door McKinsey in 2009. In deze paragraaf is reeds beschreven hoe dit onderzoek is opgebouwd. Het OPP 2009 (n=372) werd volledig anoniem ingevuld en bestond uit 104 gesloten vragen. Aan de hand van het kader dat ontwikkeld is om de vraag ten aanzien van de spanningen, conflicten en negatieve gevolgen te kunnen beantwoorden, zijn de bruikbare vragen geselecteerd. Dit is gedaan door voor elke dimensie de indicatoren te bepalen zoals deze naar voren zijn gekomen bij de verwachtingen. Uiteindelijk bleken er 39 vragen bruikbaar.
De volgende stap was om te bepalen wat het resultaat betekende voor de in § 2.5 neergelegde verwachtingen ten aanzien van de spanningen, conflicten en negatieve gevolgen. Voor de dimensie taak-/functiestructuur is er gekeken of er sprake was van onduidelijkheid op de bepaalde indicator. Voor de dimensie leiderschapsstijl/relatie medewerker-leidinggevende is dit gedaan door per vraag te bepalen van welke leiderschapsstijl er sprake was of dat er sprake was van het verbeteren van de werkinhoud of de arbeidsrelatie.
Aan het eind van de vragenlijst werden de volgende twee open vragen gesteld:

  1. Wat zijn, volgens jou, de sterke punten van Du Pont Dordrecht?

  2. Wat zijn, volgens jou, de minder sterke punten van Du Pont Dordrecht?

Daarnaast was er nog de mogelijkheid om suggesties te geven voor verbetering van het bedrijf of om aanvullingen en/of opmerkingen te plaatsen.

De meeste respondenten hebben hier gebruik van gemaakt. Dit betekent dat er tussen de 800 en 900 antwoorden zijn gegeven. Ook uit deze data zijn wederom aan de hand van het kader dat ontwikkeld is om de vraag ten aanzien van de spanningen, conflicten en negatieve gevolgen te kunnen beantwoorden, de bruikbare vragen geselecteerd.

Hiervoor is gebruik gemaakt van dezelfde dimensies met bijbehorende indicatoren. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in 189 bruikbare antwoorden en/of suggesties en opmerkingen. Deze antwoorden en suggesties zijn verdeeld naar de dimensies taak-/functiestructuur (dimensie 1) en relatie medewerker-leidinggevende/leiderschapsstijl (dimensie 2).

Van deze 189 antwoorden waren er 68 van toepassing voor dimensie 1, 77 voor dimensie 2 en 32 pasten binnen beide dimensies. In totaal maakt dit 177 bruikbare reacties voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van spanningen, conflicten en negatieve gevolgen. De resterende 12 gaven een indicatie over het feit of DPS en het ‘Werken in rollen’ wel zo geïmplementeerd was zoals beoogd. De antwoorden die gegeven zijn, zijn allemaal vrij kort en bondig.
Databron ‘Deep Structured Interviews’ (DSI’s)
De tweede databron betreft de resultaten van de diepte-interviews, welke gehouden zijn na de invoering van DPS. In de zomer van 2009 zijn er diverse DSI’s gehouden met medewerkers van diverse plants. Deze medewerkers zijn niet geheel willekeurig geselecteerd, omdat men een afspiegeling van het medewerkersbestand wilde hebben. De respondenten bestaan uit medewerkers met verschillende functies uit verschillende afdelingen en plants. De verslaglegging gebeurt in een vast sjabloon. In het sjabloon wordt het gesprek samengevat weergegeven door middel van een ‘Key message’, de daarbij behorende quotes en de onderliggende gevoelens.
Het totale databestand bestaat uit 48 DSI’s, waarvan 8 stuks ongeschikt waren om binnen het ontwikkelde kader te gebruiken. Hierbij moet worden opgemerkt dat het hier half gestructureerde diepte-interviews betreft waarin op geen enkele manier verwezen werd naar verantwoordelijkheden, bevoegdheden et cetera. De interviewer had namelijk geen enkele weet van deze scriptie. Afhankelijk hoe het interview zich ontwikkelde, is de uitwerking wel of niet bruikbaar voor dit onderzoek.
Voor de beantwoording van de vraag welke spanningen, conflicten en negatieve gevolgen zich voor doen wanneer beide productieconcepten gelijktijdig worden toegepast, is er per afgenomen interview gekeken naar indicatoren van het kader en vervolgens bepaald of dit overeenkomstig de verwachtingen was of juist niet. Vaak was dit simpel en werd er letterlijk gezegd dat er onduidelijkheid omtrent bevoegdheden en verantwoordelijkheden was. Soms was het iets lastiger, maar boden de indicatoren met bijbehorende uitwerking goede handvatten.
De combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek en het op verschillende manieren verzamelen van de data wordt datatriangulatie en methodetriangulatie genoemd. Hierdoor wordt het risico verkleind dat de conclusies gebaseerd zijn op een systematische bias of beperkt zijn door het gebruik van een bepaalde methode.

Dit komt ten goede aan de validiteit (Maxwell, 1996).



1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   16

  • § 3.4 Het plaatsen van het onderzoek in de tijd
  • § 3.5 De wijze van data-verzameling
  • § 3.5.1 Typering van de data

  • Dovnload 0.56 Mb.