Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een Kerk die niet voor zichzelf leeft. Het is een grote eer voor mij hier deze avond te zijn en mij tot u te richten in het kader van de «Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen»

Dovnload 43.61 Kb.

Een Kerk die niet voor zichzelf leeft. Het is een grote eer voor mij hier deze avond te zijn en mij tot u te richten in het kader van de «Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen»



Datum24.09.2018
Grootte43.61 Kb.

Dovnload 43.61 Kb.

Een Kerk die niet voor zichzelf leeft.

Het is een grote eer voor mij hier deze avond te zijn en mij tot u te richten in het kader van de « Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen » die dit jaar in het teken van de verzoening staat. In de tekst gekozen voor deze 2e dag, spoort Paulus ons aan tot het actief streven naar verzoening door afstand te doen van onszelf.

C'est pour moi un honneur d'être ici ce soir et de pouvoir m'adresser à vous dans le cadre de la Semaine de Prière pour l’Unité des Chrétiens qui est placée cette année sous le signe de la réconciliation. Dans le texte choisi pour ce 2e jour, St Paul nous exhorte notamment à exercer le ministère de la réconciliation en renonçant à nous-mêmes.

Zoals voor elke heilsdaad, lijkt het alsof het klassieke christelijk orthodoxe recept van de verzoening slechts twee elementen vergt : veel goddelijke genade en een beetje menselijke goede wil. Dit laatste, hoe onbeduidend ook, verzekert het welslagen van het recept door het een specifieke smaak te geven.

Comme pour tout acte de salut, il paraît que la recette classique chrétienne orthodoxe de la réconciliation ne demande que deux éléments : beaucoup de grâce divine et une goutte de volonté humaine. Cette dernière, aussi insignifiante soit-elle, assure toutefois la réussite de la recette en lui donnant toute la saveur spécifique.

Met jullie toestemming, zou ik deze avond met jullie enkele spirituele dimensies willen delen die mij belangrijk lijken voor het voorgestelde thema.

Avec votre permission, je voudrais partager avec vous ce soir quelques dimensions spirituelles qui me paraissent importantes pour le thème abordé.

1. Een van de gekendste parabels van Jezus, die van de verloren zoon, vormt voor ons een icoon van spirituele ommekeer, en bijgevolg van verzoening. Het is in elk geval betekenisvol dat van de drie personages in de parabel, twee er niet toe komen zich te verzoenen. Het gaat om de twee broers.


1. L'une des paraboles les plus connues de Jésus, celle du Fils prodigue constitue pour nous une icône de la métanoia, et par conséquent de la réconciliation. Il est toutefois significatif que parmi les trois personnages mis en scène par la parabole, deux d’entre eux n’arrivent pas à se réconcilier. Il s’agit de deux frères.

De oudste zoon weigert te delen in de vreugde van zijn vader. Hij is niet in staat de zo milde en belangeloze uiting van liefde tegenover zijn zondige broer te begrijpen. Zelfs als zijn vader naar buiten komt en hem verzoekt deel te nemen aan het festijn, hem er nogmaals op wijzend dat alles wat van de vader is ook hem toebehoort, weigert hij binnen te komen. De oudste zoon is tenslotte een « gelovige ongelovige » (Olivier Clément), want zelfs trouw aan zijn vader en zijn erfenis, is hij niet in staat te vergeven en belangeloos lief te hebben.

Le fils aîné refuse de prendre part à la joie de son père. Il est incapable de comprendre la manifestation tellement généreuse et gratuite de l’amour envers son frère pécheur. Même si son père sortit et le pria d'entrer au festin, en lui déclarant de nouveau que tout ce qu’il a lui appartient, il refuse d’entrer. Le fils aîné est finalement un « fidèle athée » (Olivier Clément), car même si fidèle à son père et à son héritage, il est incapable de renoncer à soi-même, incapable de pardonner et d’aimer gratuitement.

Bij de spirituele dageraad van de mensheid, stelt de Bijbel ons een nog dramatischer verhaal voor dat gaat over andere broers, de zonen van Adam en Eva: Kaïn en Abel, waar de jaloersheid Kaïn ertoe drijft zijn broer te doden. Dit verhaal toont ons dat de oudste broer evenmin in staat was te leven voor en te verlangen naar het welzijn van de andere – zijn broer. Hij was niet in staat zich te verzoenen met zijn broer, want vóór alles leefde hij niet in vrede met God en met zichzelf. Daarom benadrukken de kerkvaders dat « de oorlog in de wereld zijn oorsprong vindt in het hart van de mens. »

À l’aube spirituelle de l’humanité, la Bible nous présente une histoire plus dramatique encore qui concerne d’autres frères, fils d’Adam et Eve : Caïn et Abel, où la jalousie poussa Caïn à tuer son frère. Cette histoire nous montre que le frère aîné était lui-aussi incapable de vivre pour et désirer le bien de l’autre – son frère. Il était incapable de se réconcilier avec son frère, car avant tout il n’était pas en paix avec Dieu et avec lui-même. Pour cette raison, les pères de l’Eglise soulignent que « la guerre dans le monde tire sa source dans le cœur de l’homme ».

Vandaag, zijn velen onder ons de gevangene van een gesloten referentiekader, dat beweert de enige waarheid in petto te hebben en zogezegd pertinente motieven aanhaalt om de andere te verwerpen. Tegelijkertijd, maakt de ontreddering van Kaïn ons tot slaaf, wanneer we het goede niet kunnen begrijpen, noch het succes van onze broer.

Aujourd’hui, une bonne partie d’entre nous, prisonnière d’un système de référence clos, qui se veut possédant la vérité unique, fabrique des motifs soi-disant pertinents pour rejeter l’autre. En même temps, le désarroi de Caïn nous asservit lorsque nous ne pouvons pas comprendre le bien, ni accepter la réussite de notre frère.

Natuurlijk is het geen gemakkelijke onderneming om de andere, die misschien zo verschillend is, te beminnen, want we moeten de ganse tijd afstand doen van onszelf , dag na dag en minuut na minuut. We zien en beleven dat in onze samenleving, op onze werkplek en zelfs in onze families, tussen echtgenoten, tussen broers, tussen ouders en kinderen, op alle niveaus en in alle aspecten van ons menselijk leven. Maar dan, hoe moeten we de wil van onze naaste liefdevol aanvaarden ? Alleen kunnen we dit niet. We zijn daar niet toe in staat. Nochtans is Christus daar om ons te helpen afstand te doen van onszelf. Wat God ons vraagt is dat we de opofferende liefde van Christus leren. Want zijn naaste beminnen is tot de dood de kenosis delen van de liefde van God zelf, die zich gaf door zijn enige Zoon. (O. Clément).



Bien sûr ce n’est pas une entreprise facile d’aimer l’autre qui est peut être tellement diffèrent, car on doit renoncer à nous-mêmes tout le temps, jour après jour et minute après minute. On voit et on vit cela dans nos sociétés, au lieu de notre travail, et même dans nos familles, entre époux, entre frères, entre parents et enfants, à tous les niveaux et dans tous les aspects de la vie humaine. Mais alors, comment vivre l’amour de la volonté de notre prochain ? Seuls nous ne le pouvons pas. Nous en sommes incapables. Pourtant le Christ est là pour nous aider à renoncer à nous-mêmes. Ce que nous demande Dieu est de se mettre à l’école de l’amour sacrificiel du Christ. Car aimer son prochain c’est partager jusqu’à la mort la kénose d’amour de Dieu lui-même se donnant dans son Fils unique (O. Clément).

We kunnen ons met elkaar en met God verzoenen. We kunnen onze liefde aan elkaar geven, en aan God, want God heeft ons tot een dergelijke onderneming in staat gesteld. Het is juist dat « wij deze schat in aarden vaten hebben » (2 Co. 4,7 ). De apostel Paulus gebruikt dit beeld om de kwetsbaarheid van het menszijn te benadrukken. Wij zijn toch in staat deze te dragen door de genade van God. We hebben deze spirituele ondersteuning in ons die ons in staat stelt tot de gemeenschap en die ons de mogelijkheid geeft de goddelijke oproep te beantwoorden. Het christelijk antropologisch optimisme is zo gebaseerd op het geloof dat « de immense goedheid van God in de mens een wezen ontmoet, geschapen naar zijn beeld »

(P. Nellas). Een realiteit die helemaal niet individueel is maar katholiek, naar het beeld van de drievuldige God, gemeenschap van eeuwige Personen.

Nous pouvons nous réconcilier entre nous et avec Dieu. Nous pouvons donner notre amour les uns envers les autres, et notre amour pour Dieu, car Dieu nous a fait capables d’une telle entreprise. Il est vrai que « nous portons ce trésor dans des vases de terre » (2 Co. 4,7). L’apôtre Paul utilise cette image pour mettre en évidence la fragilité de la condition humaine. Nous sommes quand même capables de le porter par la grâce de Dieu. Nous avons en nous ce support spirituel qui nous fait capables pour la communion et qui nous donne la possibilité de répondre à l’appel divin. L’optimisme anthropologique chrétien est fondé ainsi sur la foi que « la bonté immense de Dieu rencontre en l’homme un être créé à l’image » (P. Nellas). Une réalité qui n'est pas du tout individuelle mais catholique, à l'image du Dieu trinitaire, communion des Personnes éternelles.
2. Wij hebben dorst naar God, maar we zijn zwak. Uit onszelf zijn we niet in staat ons te verzoenen met onszelf, met de anderen en met God ; we hebben behoefte aan God om een nieuw wezen te worden. Dit is enkel mogelijk door de genade van God, door de gemeenschap, door Zijn heiligende aanwezigheid in ons leven, « opdat het sterfelijke door het leven verslonden worde »(2 Co 5,4). Zonder haar, zonder de genade, is onze vernieuwing niets meer dan een eenvoudige verandering, teweeggebracht door enkele esthetische behandelingen, die ons dreigt te veranderen in zombies waarbij we onze menselijkheid verliezen. Vandaag nog, met de opkomst van het transhumanisme en theorieën van deze aard, lijken het egoïsme en het individualisme van de mens verheven te worden tot nieuwe stadia van onze « evolutie ».
2. Nous avons soif de Dieu, mais nous sommes faibles. Incapables de nous réconcilier avec nous, avec les autres et avec Dieu par nous-mêmes, nous avons besoin de Dieu pour devenir un être nouveau. Cela est possible uniquement par la grâce de Dieu, par la communion, par Sa présence sanctifiante dans nos vies, « afin que ce qui est mortel soit englouti par la vie » (2 Co 5,4). Sans elle, sans la grâce, notre renouveau n’est pas plus qu’un simple changement réalisé par plusieurs opérations esthétiques qui risque de nous transformer en des zombies, en perdant toute notre humanité. Aujourd'hui encore, avec l'émergence du transhumanisme et des théories du genre, l'égoïsme et l'individualisme de l'homme semblent être élevés à des nouveaux stades de notre "évolution".

Volgens een zekere spirituele interpretatie van de Heilige Schrift, weerspiegelde de zonde van de eerste mens ook een tendens tot onafhankelijkheid van de mens ten opzichte van zijn Schepper. De kerkvaders bevestigen dat het menselijk wezen « geprogrammeerd » is om God te worden door de genade, geschapen volgens het beeld van God en voorbestemd om de gelijkenis met Hem af te wachten. Het is dus natuurlijk voor de mensen aangetrokken te zijn tot het leven van God. De bekoring van de eerste menselijk wezens heeft precies dit natuurlijk elan van de mens naar de goddelijkheid gebruikt, maar door hem het idee te suggereren dat het mogelijk is er te geraken zonder al te veel inspaningen en vooral zonder langs God te gaan. Met andere woorden, de mens had zich afgescheiden van God door te willen zijn zoals God maar zonder God (St Maxime le Confesseur).

Selon une certaine interprétation spirituelle de l’Ecriture, le péché du premier homme reflétait aussi une tendance à l’autonomisation de l’homme par rapport à son Créateur. Les pères de l’Eglise affirment que l’être humain à été "programmé" à devenir dieu par la grâce étant crée selon l’image de Dieu et destiné à attendre la ressemblance avec Lui. Il est donc naturel pour l'homme d'être attiré vers la vie de Dieu. La tentation des premiers êtres humains a utilisé justement cet élan naturel de l'homme vers la divinité, mais en lui suggérant l'idée qu'il est possible d'y arriver sans trop d'efforts et surtout en se passant du Dieu. En d’autres mots, l’homme s'était séparé de Dieu se voulant être comme Dieu mais sans Dieu (St Maxime le Confesseur).

En wij dragen in ons de gevolgen van deze daad die zich manifesteert in een tendens tot zelfvergoddelijking. En het is misschien hier, in het interval tussen de trouwe oproep van God en ons menselijk antwoord, dat zich het ganse drama van het atheïstische humanisme afspeelt. Zich bevrijden van wat men noemt « het schuldcomplex », zich onafhankelijk maken, zich verwezenlijken, zijn geluk vinden, altijd de initiële schoonheid en het eeuwige leven zoekend, maar alleen, zonder God. Welnu, het plan van God is dat zijn Leven het onze wordt (cf. Jn 10,10).

Et nous portons en nous les conséquences de cet acte qui se manifeste par une tendance à l'autodéification. Et c’est peut être ici, dans l’intervalle entre l’appel fidèle de Dieu et notre réponse humaine, que se passe tout le drame de l’humanisme athée. Se libérer de ce qu’on appelle « le complexe de culpabilité », s’autonomiser, s’accomplir, trouver son bonheur, cherchant toujours la beauté initiale et la vie éternelle, mais seuls, sans Dieu. Or, le plan de Dieu est que sa Vie devienne la notre (cf. Jn 10,10).

Al enige tijd, trekken wij, Europese christenen, in onze geest een echte « Chinese muur » op die ons soms, bijna « op natuurlijke wijze », een scheiding doet maken tussen de goddelijke en menselijke ruimte ofwel tussen de werken van God en de daden van de mens. Laten we niet vergeten dat elke zonde een scheiding is. En elke scheiding die voortkomt uit een gebrek aan liefde is een zonde. Welnu, de verzoening veronderstelt de afbraak van die hinderpalen of grenzen. Want het is onmogelijk zich te verzoenen met God, te leven in gemeenschap met hem, zonder zich verzoend te hebben met zijn naaste (1 Jn 4,20), zoals het helemaal onmogelijk is zichzelf en de andere te begrijpen, zonder langs God te gaan. De heiligheid is voor ons de vervulling van de mens. Daarom brengt ons avontuur in het geloof ons ertoe te zoeken naar de goddelijke schoonheid van de mens eerder dan naar zijn menselijke schoonheid. Het is deze schoonheid die voorgesteld wordt in de orthodoxe iconen.

Depuis quelque temps, nous, chrétiens européens, portons en notre esprit et manifestons un vrai « mur de Chine » qui nous fait séparer parfois presque « naturellement » entre l’espace de Dieu et l’espace de l’homme ou bien entre les œuvres de Dieu et les actions de l’homme. N'oublions pas que tout péché est séparation. Et toute séparation provenant d'un manque d'amour est péché. Or, la réconciliation présuppose la démolition de ces barrières ou frontières. Car il est impossible de se réconcilier avec Dieu, de vivre en communion avec lui, sans être réconcilié avec son proche (1 Jn 4,20), comme il est tout à fait impossible de se comprendre soi-même et de comprendre l’autre en se passant de Dieu. La sainteté est pour nous l’accomplissement de l’humain. Pour cette raison, notre aventure dans la foi nous amène à chercher la beauté divine de l’homme plutôt que la beauté humaine de l’homme. C’est elle qui est représentée dans les icônes orthodoxes.
Beste vrienden,

3. Het leven, ons aangeboden door Christus, sterker dan de dood, is een nieuw bestaan: in Christus en in de Kerk, voor Christus en voor de anderen, voor mij. Ons ganse leven in Christus en in de Kerk is gebaseerd op de verzoening die Hij ons gebracht heeft door zijn kenosis en zijn Leven aan de wereld geschonken. Gans onze inspanning tot verzoening in Christus en de Kerk gaat langs het « sacrament van de broeder » (Sint Jan Chrysostomos), in het bewustzijn dat « de andere naar het beeld van God is en niet naar het onze ». Reeds aanwezig in de behoeftigen van deze wereld, biedt Christus ons zijn leven doorheen het leven van de Kerk, zijn lichaam en zijn bruid, « het huis van God bij de mensen » (Ap 21,2-3). Daarom zeggen wij dat het leven van de Kerk deelname is aan het Goddelijk leven. Zij is getuigenis/martyria, ministerie/diakonia, solidariteit/koinonia, offer voor de gemeenschap van het Leven. De opdracht van de Kerk, is niet anders dan deze van het plaatsen van het menselijk wezen in de horizon van de vrijheid van de Liefde van God, een barmhartige God, gericht naar de mensen en altijd klaar, dankzij Zijn Liefde, om ons kruis te dragen om ons te verheffen tot de gemeenschap met Hem. Dit is recent nog duidelijk uitgedrukt door de kerkvaders, verzameld in het Grote en Heilige Concilie van de Orthodoxe Kerk wanneer zij zeggen : « de Kerk leeft niet voor zichzelf. Zij offert zich op voor de gehele mensheid, voor de verheffing en de vernieuwing van de wereld in de nieuwe hemelen en in een nieuwe aarde » (cf. Openbaring 21,1). De verzoening is een gave van God die de Kerk aanbiedt aan de wereld, daarbij zichzelf aanbiedend aan de wereld. Zij vraagt ons vandaag mensen van God te zijn, het is te zeggen, mensen van de vrede (Es 52,7), en te getuigen van ons geloof door onze liefde (Jn 13,35).



Chers amis,

3. La vie offerte par le Christ, plus forte que la mort, est une existence nouvelle : en Christ et en Eglise, pour le Christ et pour les autres, pour moi. Toute notre vie dans le Christ et dans l’Église est fondée sur la réconciliation qu’Il nous a apportée par sa kénose et sa Vie offerte au monde. Tout notre effort pour la réconciliation dans le Christ et dans l’Église passe par le « sacrement du frère » (St Jean Chrysostome), conscients que « l’autre est à l’image de Dieu, et non à la notre ». Présent déjà dans les nécessiteux de ce monde, le Christ nous offre sa vie à travers la vie de l’Eglise, son Corps et son épouse, « la demeure de Dieu avec les hommes » (Ap 21,2-3). Pour cette raison, nous disons que la vie de l’Eglise est participation à la vie de Dieu. Elle est témoignage/martyria, ministère/diakonia, solidarité/koinonia, sacrifice pour la communion de Vie. La mission de l’Eglise n’est autre que celle de placer l’être humain dans l’horizon de la liberté de l’Amour de Dieu, un Dieu miséricordieux, tourné vers les hommes et toujours prêt, grâce à son Amour, à porter notre croix pour nous élever à la communion avec Lui. Ceci a été récemment bien exprimé par les pères rassemblés en Grand et Saint Concile de l’Eglise Orthodoxe quand ils disent : « l’Église ne vit pas pour elle-même. Elle s’offre pour l’humanité tout entière, pour l’élévation et le renouveau du monde dans des cieux nouveaux et une terre nouvelle » (cf. Ap 1, 21). La réconciliation est un don de Dieu que l'Eglise offre au monde, tout en s'offrant elle-même au monde. Elle demande aujourd'hui d'être hommes de Dieu, c'est-à-dire hommes de paix (Es 52,7), et de témoigner de notre foi par notre amour (Jn 13,35).

Vooraleer te eindigen zou ik met u een getuigenis willen delen van een theoloog die me nauw aan het hart ligt, priester Dumitru Stăniloae. Op het einde van zijn leven, na publicatie van een enorm theologisch werk, vertelt hij in een interview, in eenvoudige bewoordingen, zijn eigen zoektocht naar het begrijpen van het enig noodzakelijke in het christelijk bestaan: « Ik heb God gezocht in de mensen van mijn dorp, daarna in de boeken, in de ideeën en symbolen. Maar dat bracht me geen vrede en ook geen liefde. Op een dag ontdekte ik in de geschriften van de Kerkvaders dat het mogelijk is God echt te ontmoeten in het gebed.

Daarna ben ik geduldig aan de slag gegaan. Zo heb ik geleidelijk begrepen dat God nabij is, dat Hij me liefheeft en door mijn hart met Zijn Liefde te laten vervullen, mijn hart zich kon openen voor de anderen. Ik heb begrepen dat de liefde gemeenschap is met God en met de andere. Zonder deze gemeenschap is de wereld slechts droefheid, verwoesting, verlatenheid, ondergang. Mocht de wereld in deze Liefde willen leven, dan zou hij het eeuwig leven ervaren.



Moge God ons allen samen laten groeien in de Liefde van Christus.
Avant de finir, je voudrais vous faire partager un témoignage d'un théologien cher à mon cœur, le père Dumitru Stăniloae. Vers la fin de sa vie, après avoir publié une œuvre théologique énorme, il raconte en quelques mots très simples dans un interview son propre cheminement vers la compréhension de l'unique nécessaire de l'existence chrétienne : « J’ai cherché Dieu dans les êtres humains de mon village, puis dans les livres, dans les idées et les symboles. Mais cela ne me donnait ni paix ni amour. Un jour j’ai découvert, dans les écrits des Pères de l’Église, qu’il est possible de rencontrer Dieu, réellement, par la prière. Alors, patiemment, je me suis mis au travail. Ainsi j’ai progressivement compris que Dieu est proche, qu’Il m’aime, et qu’en me laissant remplir par Son Amour, mon cœur s’ouvrait aux autres. J’ai compris que l’amour est la communion, avec Dieu, et avec l’autre, toi. Et que, sans cette communion, le monde n’est que tristesse, ruine, désolation, massacres. Si seulement le monde voulait vivre dans cet Amour, il connaîtrait la vie éternelle... ».
Que Dieu nous fasse tous grandir ensemble à l’école de l’amour sacrificiel du Christ !







Homilie door priester Sorin SELARU voor de deelnemers aan de wake voor de Eenheid van de Christenen, op donderdag 19 januari 2017 te Brussel.

Homélie adressée par le père Sorin SELARU aux participants à la veillée pour l'Unité des Chrétiens, jeudi le 19 janvier 2017 à Bruxelles.




Encyclique du Saint et Grand Concile de l’Eglise Orthodoxe, Préambule. Voir aussi le Message du même Concile. Encycliek van het Heilig en Groot Concilie van de Orthodoxe Kerk, Inleiding. Zie ook de Boodschap van het zelfde Concilie.









Dumitru Staniloae. Ose comprendre que je t’aime, de Marc-Antoine Costa de Beauregard, Cerf, 2008.




  • afstand doen van onszelf
  • l’Église ne vit pas pour elle-même

  • Dovnload 43.61 Kb.