Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes

Dovnload 4.64 Mb.

Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes



Pagina12/24
Datum25.10.2017
Grootte4.64 Mb.

Dovnload 4.64 Mb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   24

3.7 Een aanzet tot de volgende empirische hoofdstukken

Aan het eind van dit hoofdstuk is het volgende duidelijk geworden:



  • op basis van welke kenmerken ik in de volgende hoofdstukken ga beoordelen wat de gevolgen voor het milieu en de voorziening van basisbehoeftes zijn van een (verdere) liberalisering van de handel in landbouwproducten;

  • wat de kenmerken zijn van de neoliberale benadering en aan welke voorwaarden de vrije-markt-theorie moet voldoen in de praktijk;

  • dat er zowel interne als externe barrières voor een succesvolle ontwikkeling zijn binnen ontwikkelingslanden, mijn scriptie richt zich vooral op de externe barrières;

  • dat landbouwproducten om een aantal redenen niet vergelijkbaar zijn met andere producten, waardoor de vrije-markt-theorie zelfs als aan alle theoretische voorwaarden zou worden voldaan, toch een groter overheidsingrijpen noodzakelijk maakt;

  • dat er vele visies bestaan op de liberalisering van de handel in landbouwproducten, die gebaseerd zijn op:

  • het al dan niet onderkennen van landbouw als een aparte economische sector,

  • het al dan niet accepteren van de neoliberale wereldvisie als enige juiste visie die al dan niet nog enige bijsturing behoeft,

  • het al dan niet erkennen de voorziening van basisbehoeftes en het milieu als cruciale factoren boven macro-economische kengetallen,

  • het reductionistisch dan wel holistisch en integraal benaderen van de problematiek.

Als hypotheses die ik in de volgende hoofdstukken wil bewijzen, heb ik d



e volgende stellingen opgesteld op basis van dit theoretische hoofdstuk:



  • In het algemeen wordt er niet voldaan aan de voorwaarden die gelden volgens de vrije-markt-theorie, zowel binnen als buiten de landbouw.

  • Het is mogelijk om de vrije-markt-theorie wel effectief toe te passen in de praktijk, waardoor een deel van de problematiek kan worden opgelost op gebied van milieu en basisbehoeftes. Hiervoor is er wel een sterke (inter)nationale overheid noodzakelijk die zorgt voor bindende regelgeving, en effectieve financiële beleidsinstrumenten.

  • Naast het effectief in de praktijk brengen van de vrije-markt-theorie, zijn er alternatieven die de voorziening van basisbehoeftes en het belang van het milieu nog verder kunnen verbeteren. Hiervoor is het noodzakelijk dat afscheid wordt genomen van de neoliberale wereldvisie.



  • Het is uit het oogpunt van milieu en de voorziening van basisbehoeftes noodzakelijk, dat landbouwproducten zoveel mogelijk zelfvoorzienend (lokaal, regionaal, nationaal of maximaal ter grote van handelsblokken als de EU) worden voortgebracht. De grootte van deze zelfvoorzienende regio is afhankelijk van de capaciteit van betreffende regio om op een democratische basis de belangen van alle delen van de bevolking en het milieu te behartigen.



  • Schuldenlasten en het (daarop volgend) neoliberale beleid van Wereldbank en IMF, vormen een belemmering voor de voorziening van basisbehoeftes en het milieu (zie Hoofdstuk 4).

  • De exportgeoriënteerde benadering in de landbouw levert over het algemeen vooral nadelen op voor de voorziening van basisbehoeftes en het milieu (zie Hoofdstuk 5).

  • ;De WTO en in mindere mate de EU zorgen ervoor dat nog steeds de exportgeoriënteerde benadering prevaleert boven de zelfvoorzienende benadering, met bijbehorende nadelen (zie Hoofdstuk 6).

  • Multinationals in de toevoer, verwerking en handel hebben een grote invloed op het beleid van nationale staten, Wereldbank, IMF en WTO, waardoor het streven naar winst (bij verdere liberalisering) prevaleert boven de voorziening van basisbehoeftes en het milieu (zie Hoofdstuk 4, 5 en 6).

  • Liberalisering van de handel in landbouwproducten onder de huidige voorwaarden binnen de WTO, leidt vooral tot nadelen op gebied van het milieu en de voorziening van basisbehoeftes (zie Hoofdstuk 6).

  • Er zijn alternatieven zijn die wel voldoen aan de gestelde criteria voor de voorziening van basisbehoeftes en het milieu, en die tevens minder kosten (op de lange termijn).

Deze alternatieven bevinden zich binnen een combinatie van de zojuist genoemde boeren- en zelfvoorzienende benadering binnen het debat over de liberalisering van de handel in landbouwproducten (zie Hoofdstuk 7).
Na analyse van de onderzoeksresultaten uit hoofdstuk 4 t/m 6 zal ik in hoofdstuk 7 bij de conclusies en aanbevelingen terugkomen op deze stellingen.

Hoofdstuk 4 Schuldenproblematiek, Wereldbank en IMF




4.1 Inleiding

Ik ga in dit hoofdstuk in op de schuldenproblematiek van ontwikkelingslanden, omdat ik dit als één van de basisoorzaken beschouw van de huidige milieuproblematiek in ontwikkelingslanden, en van de problematiek rondom de voorziening van basisbehoeftes. Schuldenlasten hangen om de volgende reden samen met de liberalisering in de landbouw (in dit hoofdstuk zal ik dit verder uitwerken):



  • Door deze schuldenlast is men afhankelijk van het neoliberale en in dienst van multinationals staande beleid van Wereldbank en IMF (het Internationale Monetaire Fonds), waaronder het opheffen van protectie van de eigen voedsellandbouw en grotere oriëntatie op export in de landbouw. De schulden zijn en worden echter mede door deze instellingen en ander beleid van ontwikkelde landen en multinationals veroorzaakt.

  • Zonder deze schulden zou men niet in versneld tempo hun natuurlijke hulpbronnen in de uitverkoop hoeven te doen, via export van grondstoffen, landbouw- en visproducten, en hout, om te kunnen voldoen aan de rente en aflossingsverplichtingen. Deze overexploitatie van hun hulpbronnen komt mijns inziens ten goede aan onze huidige westerse productie- en consumptiemaatschappij, omdat dit vaak leidt tot overproductie en dus lage prijzen (zoals nu bij koffie). Hierbij speelt ook mee dat de milieukosten niet zijn geïnternaliseerd in de verkoopprijs en er nauwelijks bindende internationale milieuwetgeving is.

  • Deze schuldenlasten zorgen er mede voor dat ontwikkelingslanden niet op een gelijk niveau kunnen deelnemen aan de liberaliseringsbesprekingen in de WTO, zij hebben namelijk een veel zwakkere uitgangspositie doordat ze vaak al eerder beschermende maatregelen in de landbouw hebben moeten afschaffen.

  • Ze bezitten door deze schulden en beleid van de Wereldbank en IMF, niet de financiën om op dezelfde manier als het Noorden via subsidies hun landbouw te beschermen.

In paragraaf 4.2 behandel ik de schuldenproblematiek, in paragraaf 4.3 de Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP’s) die de Wereldbank en IMF landen met betalingsbalansproblemen opleggen. Hierbij komen ook de negatieve gevolgen voor milieu en de voorziening in basisbehoeftes aan de orde. Ook ander beleid van Wereldbank en IMF op gebied van de landbouw behandel ik in deze paragraaf. In Hoofdstuk 5 ga ik in op de gevolgen van exportlandbouw, maar dan niet specifiek als onderdeel van beleid van Wereldbank en IMF. In dit hoofdstuk concentreer ik me op de exportgerichtheid binnen de landbouw als gevolg van het beleid van Wereldbank en IMF, en de gevolgen hiervan.



1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   24

  • Hoofdstuk 4 Schuldenproblematiek, Wereldbank en IMF 4.1 Inleiding

  • Dovnload 4.64 Mb.