Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes

Dovnload 4.64 Mb.

Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes



Pagina13/24
Datum25.10.2017
Grootte4.64 Mb.

Dovnload 4.64 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   24

4.2 De schuldenproblematiek



4.2.1 Historie van de schuldencrisis

De schuldencrisis vindt zijn oorsprong in de jaren zeventig, toen er een grote stijging van de olieprijzen plaatsvond, waardoor de OPEC-landen hun overschoten aan financiën op westerse banken wegzetten. Deze wilden natuurlijk verdienen aan deze gelden zodat men onder gunstige condities geld uitleende ook aan ontwikkelingslanden, echter met een variabele rente. Hoewel men geen garanties had dat er terugbetaald werd. Er werd ook geld geleend aan dictatoriale regimes, die het geld over het algemeen niet gebruikten voor de ontwikkeling van hun land en soms geld naar privé-bankrekeningen in het buitenland sluisden. Zoals aan Mobutu van het voormalige Zaïre, nu Kongo. (www.50years.org) Verder werd er veel geld gestoken in prestigeprojecten van de machtshebbers, en waren veel van de leningen dus niet ontwikkelingsrelevant. Ook werden er met deze gelden oorlogen en andere militaire uitgaven gefinancierd. Hierbij speelde de koude oorlog een rol omdat vooral de VS geallieerden zocht in de derde wereld tegen het ‘dreigende’ communisme.

In de jaren tachtig onder het bewind van Reagan werd de betalingsbalans van de VS negatief door de hoge defensie-uitgaven. Dit had een rentestijging tot gevolg.

Ook waren de landen gestimuleerd om te produceren voor de export met de geleende gelden, maar door het grote aanbod van verschillende landen daalde de wereldmarktprijzen van deze voornamelijk primaire producten. Vanaf 1981 is er dan ook sprake van een schuldencrisis. (Oikos, 1999, Third World Network, www.twnside.org.sg/)

De Wereldbank heeft ook bijgedragen aan de schuldenproblematiek. Vanaf het begin van de jaren ‘70 t/m 1992 is het door haar uitgeleende geld vijfmaal vergroot, van 5 miljard dollar naar 25 miljard dollar. Volgens de Worldwatch Institute (WWI) was er een druk om zoveel mogelijk geld uit te lenen. Er werden doeleinden per land opgesteld op gebied van hoeveelheid uit te lenen geld. (WWI, 1994, p.169) Daarbij werd veel van dit uitgeleende geld gebruikt voor grote infrastructurele projecten als waterdammen, die niet direct ontwikkelingsrelevant waren voor de armste bevolking (zie paragraaf 4.3.4). In bijlage 3 (case India) blijkt hoe multinationals die nieuwe markten zochten voor hun Groene Revolutie-pakket met steun van de Wereldbank, zorgden voor een schuldenlast in India.
4.2.2 Exportkredieten, de verborgen medeveroorzaker van schuldenlasten

Een misstand die ook nu nog speelt zijn de exportkredieten. Deze bestaan uit herverzekeringen die bijvoorbeeld ook Nederlandse bedrijven afsluiten bij de Nederlandse Crediet Maatschappij (NCM) wanneer zij exporteren naar ontwikkelingslanden. Wanneer landen niet kunnen betalen voor de geleverde producten of diensten, krijgt het Nederlandse bedrijf uitgekeerd door de NCM, waardoor het ontwikkelingsland een schuld opbouwt. Zou Nederland deze schuld willen kwijtschelden dan gaat dit ten koste van het budget van Ontwikkelingssamenwerking. Dus dan wordt eigenlijk het Nederlandse bedrijfsleven gesteund met ontwikkelingsgeld. Een groot probleem hierbij is verder dat veel van de geëxporteerde producten of diensten niet ontwikkelingsrelevant zijn, en verder dat het ministerie van Financiën nog geen openheid wil geven in de uitgevoerde transacties.

Het schijnt echter vooral om producten en diensten in de mijnbouw, oliewinning, infrastructuur en energievoorziening te gaan.

Internationale Export Credit Agencies (ECA’s) subsidiëren bijna tien procent van alle handel in de wereld, wat in totaal neerkomt op zo’n $500 miljard per jaar. In tegenstelling tot de Wereldbank, die onder druk enige sociale normen heeft opgesteld voor de projecten die ze financiert, ‘financieren ECA’s de meest weerzinwekkende exporten en investeringen, overleggen nooit met de lokale bevolking en niemand weet wat ze doen. Alle ECA’s tezamen vormen de grootste publieke financier van allerlei controversiële projecten in de wereld. Tussen 1994 en 1999 verzekerden de ECA’s met zo’n $44 miljard projecten in olie, gas en andere fossiele brandstoffen. Dat is gigantisch in vergelijking met de $1,2 miljard die de Wereldbank aan die sector uitgeeft.’ Ook investeert men in nucleaire projecten, stuwdammen, en worden er wapens verkocht via ECA’s aan landen als Indonesië en Colombia. Men investeert vaak in die projecten die de Wereldbank (om milieu- of sociale redenen) niet uitvoert. (Ravage, 2002)

Exportkredieten betreffen 25 % van alle schulden in 1996 (Ravage, 2002), en loopt op tot 50% van de schulden in sommige van de armste Afrikaanse landen. (Jubilee 2000, 2001, p.9) Omdat er ook wapenverkopen onder vallen betreft het echter ook non-productieve investeringen, waarmee geen geld kan worden verdiend om de schuld af te betalen. (Ravage, 2002)

Goldenmann in (Mol, 2001, p.102) bevestigt deze problematiek van gebrek aan transparantie, ‘accountability’ en milieubewustzijn bij nationale exportkredietmaatschappijen.

Wemos en Both End hebben binnen de Jubilee Nederland coalitie een brief gestuurd naar het ministerie van Financiën, waarin ze openheid willen en zich beroepen op de Wet Openbaarheid Bestuur.
4.2.3 Gevolgen van de schuldenproblematiek

Door de schuldencrisis steeg de schuld van de ontwikkelingslanden van $567 miljard in 1980 naar $1400 miljard in 1992, in 2000 bedroeg de schuld $2050 miljard. Volgens Jubilee 2000 (Oikos, 1999) werd er in 1997 $250 miljard betaald aan rente en aflossing van Zuid naar Noord terwijl er dat jaar voor $50 miljard aan ontwikkelingshulp werd gegeven in omgekeerde richting. Er is dus helemaal geen stroom geld van Noord naar Zuid, zoals veel mensen denken. Tussen 1980 en 1992 werd er $1600 miljard betaald aan rente en aflossing, dus veel meer dan de oorspronkelijke schuld in 1980. Hierbij moet echter wel rekening worden gehouden met nieuwe leningen.

Jubilee 2000 richtte haar campagne op het kwijtschelden van de schulden van de armste 52 landen met een gezamenlijke schuld van $370 miljard. De HIPC-landen (Heavely Indebted Poor Countries, zie bijlage 2) bestaan uit 41 landen met een gezamenlijke schuld van $200 miljard. Dit zijn de landen die de Wereldbank in aanmerking wilden laten komen voor schuldverlichting.

Deze schulden waren als volgt verdeeld: 28% via de Wereldbank en regionale ontwikkelingsbanken, 42% bilateraal via andere landen, 10% via commerciële banken en 21% via het IMF, achterstallige rente en kortlopende leningen.

Nog wat andere cijfers: de schuld van de landen in de Sub-Sahara bedroeg $200 miljard, wat drie keer zoveel is als hun totale exportinkomsten. 20% van BNP van deze landen werd gebruikt voor rente en aflossing, dit was vier keer zo groot als hun uitgaven voor gezondheidszorg. In Tanzania was dit zelfs 9 maal zoveel als de uitgaven in de gezondheidszorg. (www.50years.org)

In Honduras wordt 21% van het BNP gebruikt voor rente en aflossing, ten opzichte van 12% voor gezondheidszorg en onderwijs. In Zimbabwe staat $1 aan ontwikkelingshulp vanuit het Noorden tegenover $3 aan rente en aflossing, en wordt voor elke $1 export, $0,3 aan rente en aflossing betaald.

Deze schulden hebben ook grote gevolgen voor het milieu, omdat landen voor het terugbetalen hiervan en om de rente te kunnen opbrengen hun export moeten vergroten. Ik ga hier verder op in bij de negatieve effecten van de structurele aanpassingsprogramma’s.

Friends of the Earth Equador is overigens gekomen met het begrip ecologische schuld van het Noorden aan het Zuiden. Als dit concept geaccepteerd zou worden dan zou dit betekenen dat de huidige schulden worden kwijtgescholden aan ontwikkelingslanden, daarvoor in de plaats komt de ecologische schuld die het Noorden door kolonisatie en nog steeds voortdurende onduurzame onttrekking van Zuidelijke hulpbronnen en vervuiling met (chemisch) afval en broeikasgassen, heeft opgebouwd. Hierbij horen ook de medicinale planten uit het Zuiden die (illegaal) zijn meegenomen, en die minstens $30 miljard opleveren aan de Noordelijke geneesmiddelenindustrie. Deze zullen wij nog moeten aflossen aan het Zuiden, dit betekent een omkering van de geldstromen die met rente en schuldaflossing gemoeid zijn. Ook wil men dat de schade in natura hersteld wordt. (FOEI, 2001b, p.32) (Zie bijlage 1, voor de volledige eisen)


1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   24

  • 4.2.2 Exportkredieten, de verborgen medeveroorzaker van schuldenlasten
  • 4.2.3 Gevolgen van de schuldenproblematiek

  • Dovnload 4.64 Mb.