Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes

Dovnload 4.64 Mb.

Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes



Pagina4/24
Datum25.10.2017
Grootte4.64 Mb.

Dovnload 4.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24


Hoofdstuk 1 Inleiding




1.1 Inleiding

In dit hoofdstuk ga ik in op de motivatie en maatschappelijke relevantie van mijn scriptieonderwerp, dit doe ik in paragraaf 1.2. Vervolgens ga ik in paragraaf 1.3 in op de verdere inhoud en opbouw van deze scriptie.



1.2 Motivatie en maatschappelijke relevantie, actuele ontwikkelingen en relevantie voor Milieudefensie



Motivatie en maatschappelijke relevantie

De keuze voor mijn scriptieonderwerp hangt nauw samen met mijn mening dat vooral in het Noorden de oorzaken en dus ook de oplossingen voor de internationale milieu- en ontwikkelingsproblematiek liggen. Deze komen ook tot uiting rondom de liberalisering van de handel in landbouwproducten. Te denken valt dan aan:



  • De naar verhouding hoge productie- en consumptieniveaus van het Noorden in vergelijking tot het Zuiden, terwijl wel een groot deel van onze benodigde grondstoffen, landbouwproducten en fossiele brandstoffen afkomstig zijn uit het Zuiden. Via internationaal economisch -, financieel -, handels- en landbouwbeleid krijgen we toegang tot deze zuidelijke hulpbronnen. Dit veroorzaakt toenemende uitputting van natuurlijke hulpbronnen voornamelijk in het Zuiden, en toenemende vervuiling met name van lucht (broeikaseffect) door vooral het Noorden, en van lucht, bodem en water (chemische middelen en overbemesting) in Noord en Zuid.

  • Het feit dat de hoofdkantoren van multinationals voornamelijk in westerse landen gevestigd zijn, waar dus ook het bedrijfsbeleid gemaakt wordt en men toegang heeft tot allerlei gouvermentele - en non-gouvermentele instellingen om haar belangen te verdedigen.

  • De grote invloed van Noordelijke landen (afzonderlijk en in bijvoorbeeld EU-verband) in internationale organisaties als de Wereldbank, IMF, WTO en allerlei VN-organen in vergelijking met de invloed van ontwikkelingslanden. Het beleid van deze instellingen is dan ook vooral op de behartiging van de belangen van Noordelijke staten en bedrijven en de elite in het Zuiden gericht.

  • De grote invloed van de OESO en de G7+Rusland op de wereldeconomie.


Ik realiseer me dat een deel van de problematiek ook in de ontwikkelingslanden zelf wordt veroorzaakt, in het theoretisch hoofdstuk 3 zal ik hierop ingaan.

Aan de andere kant worden de nadelige gevolgen van de internationale milieu- en ontwikkelingsproblematiek vooral ervaren in ontwikkelingslanden, met name bij grote delen van de bevolking daar. Daarnaast zijn juist in deze landen de meeste diversiteit van planten- en diersoorten te vinden. Ook vinden we in deze landen het overgrote deel van de inheemse volkeren. Zowel deze biodiversiteit als het voortbestaan van inheemse culturen worden echter in toenemend tempo bedreigd onder andere door de huidige globalisering. Persoonlijk wil ik me vooral inzetten om teruggang van biodiversiteit en inheemse volkeren te beperken, omdat hiermee de evolutie van miljoenen jaren en de kennis en cultuur van duizenden jaren verloren gaat.

De productie van - en handel in landbouwproducten, en de voedselvoorziening als basisbehoefte van de mens, neemt een centrale plaats in op alle genoemde gebieden. Door mijn agrarische achtergrond als zoon van een melkveehouder en agrarische opleidingen (middelbaar en hoger), heb ik van oudsher belangstelling gehad voor de landbouw. Daarnaast heb ik gedurende mijn verblijf van in totaal 2 jaar in het buitenland vele ontwikkelingslanden bezocht, waarbij ik ook in contact ben gekomen met verschillende inheemse volkeren.

Via mijn studie Milieu en Ontwikkeling en andere activiteiten, heb ik me de laatste twee jaren vooral bezig gehouden met de problematiek rond de globalisering, op gebied van milieu en de voorziening van basisbehoeftes. Ik heb hierbij een zeer kritische houding ontwikkeld ten aanzien van deze economische globalisering, en zou me een anders-globalist of anti-modernist willen noemen. Deze laatste stroming kwam op na het modernisme en voor het post-modernisme, in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Anti-modernisme wordt wat mij betreft uitgelegd als: een visie tegen een modernisering die opgelegd wordt door een westerse neoliberale cultuur die zich superieur acht ten opzichte van andere culturen en religies, en leidt tot uitbuiting en milieuvervuiling. Naar mijn mening zijn de visies en oplossingen van het anti-modernisme ook in de 21e eeuw nog steeds actueel en toepasbaar. Dit zal dan ook terugkomen in de keuze van mijn onderzoeksdoelstelling, theoretisch kader, onderzoeksobjecten en conclusies en aanbevelingen.


Via mijn onderzoek en scriptie kreeg ik de mogelijkheid om de beleidsterreinen landbouw, milieu en internationale solidariteit, te koppelen door een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten.
Mijn doelstelling voor zowel mijn afstudeeronderzoek tijdens mijn stage als de scriptie ziet er als volgt uit:

Het doel van het onderzoek en de scriptie is het doen van aanbevelingen voor het nationaal en internationaal beleid omtrent de productie van – en handel in landbouwproducten, door een inventarisatie en analyse van de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor het milieu en de mogelijkheden van de bevolking in Noord en Zuid om in hun basisbehoeftes te voorzien.


Toelichting:

Bij de definiëring van de kernbegrippen (H.3) zal ik uitleggen wat voor mij de begrippen milieu, basisbehoeftes, liberalisering en protectie inhouden. Ook zal ik hier aangeven waarom de landbouw niet te vergelijken is met andere economische sectoren, en daardoor overheidsingrijpen via handelsbelemmeringen rechtvaardigt.

In mijn onderzoek zal ik mij vooral richten op plantaardige (akkerbouw)producten waarbij ik een vergelijking zal maken tussen suiker, koffie en graan (H.6) Ik zal onderzoeken in hoeverre de markt geliberaliseerd dan wel beschermd is via protectiemaatregelen. Vervolgens geef ik aan wat de milieugevolgen en de gevolgen voor de voorziening van basisbehoeftes zijn, in de huidige situatie bij een beschermde en bij een meer geliberaliseerde markt. Ik neem hierbij zowel de basisbehoeftes van mensen in ontwikkelde - als ontwikkelingslanden mee.

Liberalisering van de internationale handel hangt nauw samen met het produceren voor de export. Tegenover productie van landbouwproducten voor de export, komt het in veel landen met name ontwikkelingslanden voor dat men vooral produceert voor de eigen regio of soms zelfs alleen voor de eigen familie of dorp. Het kan echter ook voorkomen dat externe factoren als schuldenlasten, en beleid van IMF en/of Wereldbank landen er toe brengen om meer te produceren voor de wereldmarkt in plaats van voor de eigen bevolking (H.4).

Centraal staan binnen het onderzoek het liberaliserings- en/of protectiebeleid van de EU en de WTO (H.6) De rol van multinationals als machtsfactor, en bij de beïnvloeding van alle genoemde instellingen loopt hierbij als rode draad door mijn scriptie. De vraag is nu of liberalisering wel de gewenste effecten heeft op gebied van armoedebestrijding, waarbij met name de eis van een grotere markttoegang voor landbouwproducten van ontwikkelingslanden tot het Noorden, tot felle discussies heeft geleid. Deze scriptie wil hier een bijdrage aan leveren.

De genoemde instellingen hebben dit beleid vorm gegeven vanuit een bepaalde visie (H.3). Deze achterliggende visie en opvattingen zijn zo belangrijk omdat deze de oplossingsrichting al dan niet dichterbij brengen. De momenteel overheersende neoliberale visie bij politiek, internationale instellingen, maar ook de meeste ontwikkelings- en milieuorganisaties zorgt naar mijn mening dat we steeds verder geraken van de oplossing.

Zoals zal blijken zullen mijn aanbevelingen meer richting protectie en voedselsoevereiniteit gaan, een standpunt dat momenteel wordt gedeeld door maar één politieke partij (de SP), en een zeer beperkt aantal (internationale) boerenorganisaties en ontwikkelingsorganisaties. Ik wil met mijn scriptie dus ook een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat rondom liberalisering, EU landbouwbeleid, en opstelling ten opzichte van de Wereldbank, IMF en WTO.
Naast mijn al genoemde motivering, wil ik de volgende andere argumenten aandragen voor de keuze van mijn onderzoeksonderwerp:


  • Genoemde internationale instellingen liggen momenteel hevig onder vuur van verschillende internationale maatschappelijke groeperingen, bijvoorbeeld tijdens de topconferenties (Seatle, Praag). In hoeverre is deze kritiek op gebied van milieu en armoedebestrijding ook terecht (op gebied van de landbouw)?

  • Hoewel er momenteel hevig kritiek is op deze instellingen, wordt er naar mijn mening in de Nederlandse media, buiten de rellen rond topconferenties, nog veel te weinig aandacht geschonken aan de rol van deze instellingen in genoemde problematiek.

  • Niet alleen in de media maar ook tijdens de opleiding Milieu en Ontwikkeling aan de KUN die ik momenteel volg is de aandacht voor deze instellingen minimaal. Internationaal milieubeleid beperkt zich bijvoorbeeld tot de EU en de VN. Binnen enkele vakken bij Ontwikkelingsstudies wordt hier gelukkig iets meer aandacht aan besteed, maar naar mijn mening nog niet voldoende.

Ik hoop met deze scriptie een bijdrage te leveren aan de coherentie tussen boerenbelangen zowel in het Noorden als Zuiden, het milieu en de voorziening van basisbehoeftes. Elk van deze belangen wordt van oudsher vertegenwoordigd door verschillende belangenorganisaties, er vanuit gaande dat deze belangen merendeels niet verenigbaar waren. De laatste jaren zie je echter op bepaalde gebieden een samenwerking tussen de verschillende groeperingen ontstaan, omdat men inziet dat men ook gedeelde belangen heeft. Ik wil nogmaals onderstrepen met dit onderzoek dat deze belangen inderdaad gemeenschappelijk zijn.


Actuele ontwikkelingen op mijn onderzoeksgebied

Daarbij kan mijn onderzoek maatschappelijk relevant zijn omdat in 2002 er een aantal actuele ontwikkelingen op dit gebied plaatsvonden of nog gaan plaatsvinden:




  • Oxfam (waaronder Novib) startte in april een meerjaarse internationale campagne ‘Make trade fair’, waarbij de handel in landbouwproducten een belangrijke plaats inneemt.

  • EU-landbouwcommissaris Fischler maakte op 10 juli 2002, zijn mid-term review over het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid bekend. Zijn voorstellen zijn geheel WTO-coherent, dus de afgesproken liberalisering (o.a. afbouw van de garantieprijs richting wereldmarktprijs) is uitgangspunt. Ook lijkt er meer aandacht te zijn voor milieu, dierenwelzijn en de inrichting van het platteland. De EU-uitgaven dalen echter niet, en de rol van ontwikkelingslanden komt vrijwel niet aan bod. De landbouwministers van de EU hebben hier vooralsnog geen overeenstemming over bereikt. De verwachting is dat deze overeenstemming in het najaar bereikt zal worden. In verband hiermee startte Milieudefensie met zijn Europese zusterorganisaties van Friends of the Earth Europe, in juni een nieuwe campagne ‘Food and Farming: Time to choose’.

  • De onderhandelingen over de toetreding van 10 tot 12 nieuwe EU-lidstaten zullen in het najaar worden afgerond. Het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) en eventuele hervormingen zijn zeer belangrijk bij deze onderhandelingen. Zo wil Nederland de hervorming van het GLB koppelen aan de beslissing over deze uitbreiding.

  • President Bush van de VS maakte in het voorjaar zijn Farmbill betreffende extra subsidies aan Amerikaanse boeren, bekend. Dit leverde veel discussie op binnen de landbouw en maatschappelijke organisaties.

  • De Wereldvoedseltop van de FAO (VN) werd in juni gehouden in Rome.

  • Sinds 1994 bestaat het Agreement on Agriculture binnen de WTO, met als doel op termijn alle handelsbelemmeringen tussen de aangesloten lidstaten te verwijderen. De (niet openbare) WTO-onderhandelingen over de verdere liberalisering van de handel in landbouwproducten startte in juni van dit jaar. In 2005 zouden deze onderhandelingen moeten zijn afgerond.

  • In april werd in Den Haag de VN-conferentie over biodiversiteit gehouden, hierbij kwam ook het recht aan de orde voor boeren om hun eigen zaden te mogen vermeerderen en bewaren, tegenover multinationals die het recht op patent willen hebben.

In augustus en september werd de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling in Johannesburg gehouden. Landbouw, milieu, internationale handel, de rol van multinationals en internationale solidariteit kwamen hier uitgebreid aan de orde. Voorafgaande aan - en na deze conferentie vinden en vonden verschillende landelijke en Europese discussiebijeenkomsten plaats, en verkondigden vele NGO’s hun standpunten op genoemde beleidsterreinen.

  • Tenslotte waren er landelijke verkiezingen op 15 mei. De vraag is in hoeverre en op welke manier landbouw, Europees landbouwbeleid en EU-uitbreiding, milieu, ontwikkelingssamenwerking en de WTO-onderhandelingen op de agenda komen, binnen het nieuwe kabinet. De eerste voortekenen zijn zeer slecht overigens.

De komende jaren worden er dus belangrijke beslissingen genomen op gebied van de landbouw, en haar relatie met onderwerpen als voedselzekerheid, armoedebestrijding, en gevolgen voor natuur en milieu. Binnen deze discussies speelt een belangrijke rol in hoeverre de handel in landbouwproducten al dan niet geliberaliseerd zou moeten worden, in relatie met genoemde onderwerpen. Hierbij zijn niet alleen de WTO en de EU van belang, maar ook instellingen als Wereldbank en IMF die vaak buiten de discussie gehouden worden. Mijn scriptie wil aandacht schenken aan al deze instellingen.


Relevantie voor Milieudefensie

De scriptie heb ik geschreven nadat ik een onderzoek bij Milieudefensie in Amsterdam heb uitgevoerd met genoemde doelstelling. Dit onderzoek heb ik uitgevoerd gedurende een stage van januari tot en met mei 2002. Milieudefensie wil de onderzoeksresultaten eventueel gebruiken in hun standpuntbepaling ten opzichte van de politiek, andere NGO’s en burgers. Momenteel is men in gesprek met andere NGO’s op gebied van milieu, ontwikkelingssamenwerking en landbouw om eventueel tot gezamenlijk standpunten en activiteiten te komen. Het campagneteam Globalisering en Milieu is onder andere in gesprek met Novib, het campagneteam Landbouw en Voedsel is in gesprek met diverse organisaties die zijn aangesloten bij het Platform Aarde Boer Consument, zoals de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontact. Ook wil men de onderzoeksresultaten eventueel gebruiken in huidige of toekomstige campagnes.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

  • 1.2 Motivatie en maatschappelijke relevantie, actuele ontwikkelingen en relevantie voor Milieudefensie

  • Dovnload 4.64 Mb.