Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes

Dovnload 4.64 Mb.

Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes



Pagina5/24
Datum25.10.2017
Grootte4.64 Mb.

Dovnload 4.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

1.3 Opbouw en inhoud van de scriptie

Rond de problematiek rondom de liberalisering van de handel in landbouwproducten zijn verschillende niveaus aan te wijzen. Waarbij het hoogste niveau het moeilijkste lijkt te veranderen, en het laagste niveau het ‘makkelijkste’. Deze verschillende niveaus komen achtereenvolgens aan de orde in deze scriptie. Dit zijn (met bijbehorende hoofdstukken):



  • de achterliggende visies voor liberalisering, de vrije-markt-theorie en de alternatieven hiervoor (Hoofdstuk 3);

  • de huidige ongelijke economische verhoudingen in de wereld gebaseerd op de dominante neoliberale visie; beginnend bij schuldenlasten en daaraan gekoppeld beleid van Wereldbank en IMF (Hoofdstuk 4), en de afnemende rol van de natiestaten ten opzichte van het multinationale bedrijfsleven (dit loopt als een rode draad door de scriptie);

  • de op de export georiënteerde landbouw en de rol van de bijbehorende multinationals zijn mede een gevolg van deze economische verhoudingen (Hoofdstuk 5);

  • om de op de export gerichte landbouw en bijbehorende bedrijfsleven verder te stimuleren en te verstevigen worden er zoveel mogelijk handelsbelemmeringen weggewerkt, dit gebeurt via de liberalisering van de handel in landbouwproducten. De laatste decennia heeft deze liberalisering van de handel in landbouwproducten een grote vlucht genomen. Dit gebeurde mondiaal op drie manieren (die in bijgenoemde hoofdstukken aan de orde zullen komen) namelijk:

  • via Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP’s) en ander beleid van Wereldbank en IMF; een onderdeel hiervan is onder andere dat betrokken ontwikkelingslanden hun marktbelemmeringen voor importen afschaften en export georiënteerd beleid ontwikkelen (Hoofdstuk 4);

  • de opzet van regionale handelsblokken zoals de EU en de NAFTA (tussen de VS, Canada en Mexico) (Hoofdstuk 6);

  • via de General Agreement on Trade and Tarifs (GATT) wat sinds 1994 is overgegaan in de World Trade Organisation (WTO) (Hoofdstuk 6).

Na deze inleiding volgt in Hoofdstuk 2 de gevolgde onderzoeksmethodologie. In Hoofdstuk 3 vindt u het theoretisch kader, waarbij ik de kernbegrippen van mijn studie definieer met bijbehorende aspecten en kenmerken, en inga op de achterliggende politieke en economische theorieën. Hierdoor wordt duidelijk wat de achtergronden achter de huidige problematiek rondom de huidige neoliberale economische globalisering zijn. Ook behandel ik enkele alternatieven hiervoor, zoals de zelfvoorzienende economie, en een integratie van meer democratisering van onderaf en een grotere macht van de overheid. In dit hoofdstuk komt ook aan de orde waarom landbouw een speciale economische sector is die overheidsingrijpen noodzakelijk maakt. In dit hoofdstuk en bij de conclusies (Hoofdstuk 7) wil ik beredeneren of de huidige praktijk rondom productie en de handel in landbouwproducten, zich wel houdt aan deze economische theorieën, zoals de vrije markt theorie. Daarnaast behandel ik in dit hoofdstuk de verschillende visies op de liberalisering in de landbouw van de verschillende betrokken actoren. Ik heb hiertoe interviews gehouden met een aantal vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, de uitwerking hiervan kunt u in de bijlagen vinden. Ik sluit af met een koppeling tussen dit theoretisch hoofdstuk en de empirische hoofdstukken 4 t/m 6.

In hoofdstuk 4 behandel ik de schuldenproblematiek en het beleid van Wereldbank en IMF, die via het gedwongen opheffen van importheffingen op landbouwproducten, gerichtheid op exportlandbouw, landhervorming en andere maatregelen, gevolgen hebben voor de voorziening van basisbehoeftes en het milieu.

In Hoofdstuk 5 ga ik in op de milieu- en sociaal-economische gevolgen van landbouw gericht op export, omdat bij een geliberaliseerde markt volgens de theorie elk land die producten produceert waar hij goed in is en die exporteert, de overige producten verkrijgt hij via import. Hierbij komt onder andere ook de toenemende macht van multinationals in de toeleverende, verwerkende industrie en in de handel van producten aan de orde.

De huidige situatie rond de liberalisering van landbouwproducten via de World Trade Organisation (WTO), en de relatie hiervan met het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid van de EU, wordt in Hoofdstuk 6 behandeld. Hierbij komen de relevante WTO-verdragen aan de orde, en komen de gevolgen van het huidige WTO-verdrag aan de orde voor milieu en voorziening van basisbehoeftes. Daarna bespreek ik situatie rondom suiker, een product waarvan de handel nu nog niet geliberaliseerd is binnen de EU. Ik zal suiker vergelijken met graan en koffie, waarvan de handel wel grotendeels geliberaliseerd is.

In hoofdstuk 7 sluit ik af met de conclusies en aanbevelingen. In de bijlagen tenslotte vindt u onder andere aanvullende informatie uit mijn onderzoek, en een aantal verhelderende artikelen rondom mijn onderwerp.


Hoofdstuk 2 Onderzoeksmethodologie




2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk volg ik vooral de werkwijze uit het boek ‘Het ontwerpen van een onderzoek’ van Verschuren en Doorewaard (2000, p.16-21). Waarbij een onderverdeling is te maken in conceptueel ontwerp (paragraaf 2.2) en onderzoektechnisch ontwerp (paragraaf 2.3). In paragraaf 2.2 worden het onderzoeksmodel en de vraagstelling behandeld, en verder de kernbegrippen gedefinieerd. In paragraaf 2.3 komen de gebruikte methodes aan de orde, met onder andere de onderzoeksstrategie en het gebruikte onderzoeksmateriaal. In paragraaf 2.4 ga ik in op geldigheid en betrouwbaarheid van mijn onderzoek.



2.2 Conceptueel ontwerp

In deze paragraaf behandel ik het conceptueel ontwerp. Het projectkader, de maatschappelijke en de doelstelling heb ik al grotendeels in Hoofdstuk 1 behandeld, en komt hier nog kort terug. Vanuit de doelstelling heb ik het onderzoeksmodel ontworpen wat in dit hoofdstuk aan de orde komt. Dit onderzoeksmodel heb ik gebruikt om te bepalen wat het theoretisch kader was en welke theorieën ik kon gebruiken tijdens mijn onderzoek. Ik behandel in Hoofdstuk 3 deze theorieën met hun relevantie voor het onderzoek, ook beschrijf ik hier de relevante kernbegrippen. In deze paragraaf behandel ik verder de vraagstelling die volgt uit mijn doelstelling.


2.2.1 Projectkader

De scriptie heb ik geschreven, nadat ik een onderzoek had uitgevoerd met genoemde doelstelling bij Milieudefensie te Amsterdam. Dit onderzoek heb ik uitgevoerd gedurende een stage van januari tot en met mei 2002.

De eerste fase in het conceptueel ontwerp van mijn onderzoek was de opstelling van het projectkader en de daaruit volgende doelstelling. Dit kwam in nauw overleg met mijn begeleider Bertram Zagema van het campagneteam Globalisering en Milieu bij Milieudefensie, Kees Kodde van het campagneteam Landbouw en Voedsel (Milieudefensie) en mijn afstudeerprojectbegeleider Luuk Knippenberg van de KUN tot stand. In Hoofdstuk 1 De inleiding heb ik mijn motivatie en de maatschappelijke relevantie van mijn scriptieonderwerp al behandeld, dit is tevens mijn projectkader.
2.2.2 Het onderzoeksmodel

Hierbij moet allereerste een keuze worden gemaakt tussen een theoriegericht of praktijkgericht onderzoek. Mijn onderzoek is vooral een praktijkgericht onderzoek, hoewel ik ook aanbevelingen zal doen voor het beter gebruik in de praktijk van (economische) theorieën.

De praktijkgerichte onderzoeken zijn onder te verdelen in probleemsignalerende, diagnostische onderzoeken, ontwerpgerichte onderzoeken, verandergerichte onderzoeken en evaluatieonderzoeken. Ik ben vooral geïnteresseerd in de (mogelijke) problemen die ontstaan (zijn) bij de liberalisering van landbouwproducten. Vanuit de analyse van deze problematiek doe ik aanbevelingen voor aanpassingen in het nationaal en internationaal beleid omtrent de productie van – en handel in landbouwproducten. Omdat de inventarisatie van de gevolgen en mogelijke problemen voorop staat in mijn onderzoek, is mijn onderzoek vooral probleemsignalerend van aard. Doordat ik ook in de achtergronden van de liberalisering geïnteresseerd ben, en de opvattingen van verschillende belangrijke betrokken actoren met elkaar vergelijk is echter ook sprake van diagnose. Door analyse van zowel probleemsignalering als diagnose kom ik tot tenslotte tot aanbevelingen, die behoren tot het ontwerpgerichte onderzoek. Het zal dus een combinatie worden van deze drie praktijkgerichte onderzoeken worden.
Uitgaande van de genoemde doelstelling werd het onderzoeksmodel opgesteld, dit ziet er als volgt uit:
* theorieën

* gesprekken met deskundigen  * onderzoeksoptiek; theorieën

* eigen kennis en ervaring (beoordelingscriteria) ↓

↕ -------------------------- aanbevelingen

”  * onderzoeksobject 1 ↑

↕ opvattingen van actoren

”  * onderzoeksobject 2

”  * onderzoeksobject 3



”  * onderzoeksobject 4


In mijn onderzoek wordt dit onderzoeksmodel als volgt ingevuld:
* theorieën:  * onderzoeksoptiek; theorieën

- politiek beoordelingscriteria ↓

- economisch ↕--------------------------- aanbevelingen

- internationale handel  * achterliggende wereldvisies ↑

- milieufuncties ↕ opvattingen van actoren

- basisbehoeftes  * Wereldbank- en IMF-beleid

- landbouwproducten ↕

* gesprekken met deskundigen  * EU- en WTO-beleid

* eigen kennis en ervaring ↕
 * specifieke landbouwproducten
Figuur 1. Onderzoeksmodel op basis van Verschuren (2000, p.57)

Ik gebruik de theorieën, gesprekken met deskundigen en/of eigen kennis en ervaring voor het opstellen van mijn beoordelingscriteria op gebied van milieu en de voorziening van basisbehoeftes, voor het achterhalen van de achterliggende visies voor liberalisering en alternatieven hiervoor, om de specifieke kenmerken van landbouwproducten te achterhalen, het beleid van Wereldbank, IMF, WTO en EU te achterhalen en te beoordelen, bij de beoordeling van de productie en handel van specifieke landbouwproducten, en tenslotte bij het vergelijken van mijn analyseresultaten uit de praktijk met deze theorieën, om tot aanbevelingen te komen.

Mijn onderzoeksobjecten zijn de achterliggende wereldvisies, en de gevolgen voor milieu en voorziening van basisbehoeftes van EU- en WTO-beleid, Wereldbank- en IMF-beleid, en bij de productie en handel van specifieke landbouwproducten (met name in de akkerbouw). Ik ben natuurlijk vooral geïnteresseerd in beleid op gebied van landbouw. Hierbij vergelijk het beleid van genoemde organisaties niet met elkaar, maar beschouw ze als organisaties die elkaars beleid vooral versterken of beïnvloeden.

Vervolgens analyseer ik de onderzoeksresultaten van deze onderzoeksobjecten, door deze te vergelijken met mijn beoordelingscriteria.

Het opstellen van de aanbevelingen doe ik aan de hand van drie bronnen:

de analyse van de onderzoeksresultaten,

opvattingen van betrokken actoren en

de gebruikte theorieën.


2.2.3 De vraagstelling

De vraagstelling moet zowel efficiënt als sturend zijn. Efficiëntie slaat op de mate waarin de kennis die beantwoording van de vraagstelling oplevert, dit heeft betrekking op de ontwerpfase van het onderzoek. Het sturend vermogen uit zich in een antwoord op welke kennis nodig is om de doelstelling te kunnen behalen. Hieruit volgt ook welk onderzoeksmateriaal hiervoor noodzakelijk is. De sturendheid heeft betrekking op de uitvoeringsfase van het onderzoek.

Verschuren (2000, p.36-40) geeft aan dat voor de drie soorten onderzoek die ik gebruik heb verschillende vraagsstellingen gelden:


  • Bij een probleemsignalerend onderzoek moet de vraagstelling een antwoord geven op: Wat is precies het probleem, voor wie is het vooral een probleem en waarom is het een probleem?

  • Bij het diagnostische onderzoek is de vraag hoe de problematiek is ontstaan, en wat de achtergronden van de problematiek zijn.

  • Bij het ontwerpgerichte onderzoek tenslotte wordt op basis van de probleemsignalering en de diagnose, een interventieplan gemaakt om tot oplossing van het probleem te komen.

Uitgaande van deze drie soorten onderzoek en mijn doelstelling kom ik tot in de volgende centrale vragen en bijbehorende deelvragen:


Opstellen beoordelingscriteria

  • Wat zijn de criteria waarop ik de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten ga beoordelen?

  • Welke onderdelen van het milieu hangen samen met de productie van – en handel in landbouwproducten?

  • Wat zijn de basisbehoeftes die samenhangen met de productie van – en de handel in landbouwproducten?

  • Wat zijn de criteria voor een vrije markt volgens de theorie?

Diagnostische onderzoek

  • Waardoor wordt de liberalisering van de handel in landbouwproducten, protectie dan wel zelfvoorziening veroorzaakt?

  • Wat zijn de achterliggende theorieën en wereldvisies van liberalisering?

  • Wat is de visie van betrokken actoren zoals VN, WTO, Wereldbank, IMF, staten, multinationals, boeren, burgers, politieke partijen en NGO’s op de liberalisering van de handel in landbouwproducten?

  • Wat is de invloed van genoemde actoren op de liberalisering van de handel in landbouwproducten?

  • Wat is het beleid van de WTO op gebied van de handel in landbouwproducten?

  • Wat is het beleid van de EU op het gebied van de handel in landbouwproducten?

  • Wat is het beleid van de Wereldbank en het IMF op gebied van de handel in landbouwproducten?

Probleemsignalerende onderzoek

  • Wat zijn de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten, op gebied van het milieu en de voorziening van basisbehoeftes?

  • Wat zijn de gevolgen voor het milieu van de handel in geliberaliseerde landbouwproducten?

  • Wat zijn de gevolgen voor de voorziening van basisbehoeftes van de handel in geliberaliseerde landbouwproducten?

Ontwerpgerichte onderzoek

  • Wat zijn de aanbevelingen na analyse van de onderzoeksresultaten en vergelijking met achterliggende theorieën, om nationaal en internationaal beleid te verbeteren?

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

  • Hoofdstuk 2 Onderzoeksmethodologie 2.1 Inleiding
  • 2.2 Conceptueel ontwerp

  • Dovnload 4.64 Mb.