Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes

Dovnload 4.64 Mb.

Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes



Pagina6/24
Datum25.10.2017
Grootte4.64 Mb.

Dovnload 4.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

2.3 Het onderzoektechnisch ontwerp



2.3.1 De onderzoeksstrategie

De onderzoeksstrategie is het geheel van met elkaar samenhangende beslissingen over de wijze waarop het onderzoek uitgevoerd gaat worden. Deze uitvoering betreft het verzamelen van relevant materiaal en de verwerking van dit materiaal via ordening en analyse tot antwoorden op de vragen uit de vraagstelling. (Verschuren, 2000, p.147)

Om te bepalen welke onderzoeksstrategie het meest geschikt is moest ik het antwoord geven op de volgende vragen:


  1. Wil ik breedte of diepgang?

  2. Betreft het een kwalitatief of een kwantitatief onderzoek?

  3. Betreft het een empirisch of en bureauonderzoek?

Mijn onderzoek is er in eerste instantie op gericht om de effecten van de liberalisering van de handel landbouwproducten te inventariseren op gebied van milieu en de voorziening van basisbehoeftes.

Ik zal dit onder andere doen door een aantal geliberaliseerde en niet-geliberaliseerde producten als cases (met name suiker, graan en koffie) te behandelen, en te beoordelen op de opgestelde criteria. Daarnaast bekijk in een aantal landen wat de gevolgen van WTO-, Wereldbank- en IMF-beleid zijn geweest op het gebied van landbouw en liberalisering.

Daarnaast ga ik binnen mijn onderzoek in op:



- het achterliggend EU- en WTO-beleid met relevante verdragen;

  • de invloed van betrokken actoren met name multinationals;

  • de visies van betrokken actoren met name NGO’s, boerenorganisaties, een multinational en de Nederlandse politiek;

  • het doen van aanbevelingen op alle genoemde terreinen.


Ad 1. Gezien deze achtergrond heb ik gekozen voor breedte in plaats van diepgang. Een voordeel is ook dat ik hierdoor gemakkelijker kon generaliseren naar een grotere populatie. In mijn geval naar andere landbouwproducten dan die ik specifiek heb meegenomen in mijn onderzoek. Ook zijn hierdoor eventueel uitspraken mogelijk over de liberalisering buiten de landbouw, indien deze gevolgen hebben voor milieu en/of de voorziening in basisbehoeftes. Ik zal echter door deze keuze moeten opletten dat de hechtheid van mijn onderbouwing niet te gebrekkig wordt. Om dit te voorkomen heb ik meerdere cases verder uitgewerkt.

Ad 2. Ik werk zowel met kwalitatieve gegevens bijvoorbeeld bij basisbehoeftes, als kwantitatieve gegevens bijvoorbeeld schade voor het milieu is uit te drukken in getallen. Over het geheel zal echter de kwalitatieve benadering overheersen.

Ad 3. Ik heb mijn onderzoek vooral achter mijn bureau uitgevoerd, waarbij ik gebruik maakte van literatuur, documenten, internet en eerdere onderzoeksgegevens, en dus minder in de empirie zelf. Wel heb ik deelgenomen aan relevante bijeenkomsten en enkele interviews afgenomen als onderdeel van mijn onderzoek. Deze waren er vooral opgericht om de mening van betrokken actoren te achterhalen, met name op gebied van de liberalisering van akkerbouwproducten. Deze mening heb ik ook meegenomen in mijn aanbevelingen.
Op basis van deze drie beslissingen heb ik gekozen voor het bureauonderzoek als onderzoeksstrategie. Kenmerken hiervan zijn:

  • het gebruik maken van bestaand materiaal;

  • er is geen direct contact met het onderzoeksobject;

  • het gebruik maken van het materiaal vanuit een ander perspectief dan waarmee het werd geproduceerd. (Verschuren, 2000, p.184)

Omdat ik toch deskundigen en betrokkenen heb geïnterviewd heb ik me niet zuiver aan deze strategie gehouden. Deze interviewgegevens zijn echter vooral bedoeld als aanvulling en onderbouwing van de gegevens die ik al via bureauonderzoek heb verkregen.

Bureauonderzoek kan via twee varianten worden uitgevoerd namelijk literatuuronderzoek en secundair onderzoek. Ik heb bureauonderzoek gebruikt om de achtergronden van liberalisering, beleid door EU, WTO, Wereldbank en IMF, invloed en visies van betrokken actoren, maar ook de gevolgen voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes in kaart te brengen. Hier is al voldoende informatie over verschenen.

Ik was echter ook geïnteresseerd in specifieke agrarische producten. Gegevens hierover heb ik onder andere gevonden via secundair onderzoek, waarbij ik data uit eerdere onderzoeken herordende, en analyseerde met oogpunt op liberalisering versus protectie, en exportlandbouw versus eigen voedselproductie, met het oog op gevolgen voor milieu en voorziening van basisbehoeftes.
2.3.2 Onderzoeksmateriaal

Ik maakte voor de keuze van het onderzoeksmateriaal gebruik van de schema’s uit ‘Het onderwerpen van een onderzoek’ van Verschuren en Doorewaard (p. 113-146, 2000).

De objecten van mijn onderzoek waren vooral situaties; de achtergronden, oorzaken, betrokken actoren, maar vooral de gevolgen van de liberalisering van landbouwproducten.

Hieruit volgen de volgende bronnen die ik gebruikt heb, met tevens de manier waarop ik die bronnen heb ontsloten:



  1. Personen; via face-to-face en telefonische interviews heb ik informanten (verschaft data) en deskundigen (verschaft kennis) geïnterviewd. Ik interviewde hiertoe Niek Koning, Paul Struik en Roel Jongeneel van Universiteit Wageningen, Theo Vogelzang van het Landbouwkundig Economisch Instituut, Aike Maarsingh voorzitter vakgroep Akkerbouw van LTO Nederland, Joop de Koeijer van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, Friso de Vries van CSM Suiker BV (suikerverwerker) en Gerton Timmermans van Timmermans Agri service (loonwerkbedrijf).

Ook had ik via deelname aan vergaderingen en openbare discussiebijeenkomsten contact met en/of was toehoorder van vertegenwoordigers van Milieudefensie (Bertram Zagema en Kees Kodde), Novib (Sylvia Borren en Rian Fokker), Ministeries van Landbouw en Buitenlandse Zaken (o.a. Otto Genee), Third World Network (Martin Khor en Cecilia Oh), Public Citizen (Lori Wallach), UNEP (Charles Arden Clarke), Europese Commissie (Pascal Lamy), Europees Parlement (Caroline Lucas, Harlem Désir, Alexander de Roo), Unilever (Willem Jan Laan), Nestlé (Coos Hoek), Friends of the Earth International, het Centrum voor Landbouw en Milieu, Stichting Natuur en Milieu (Gijs Küneman), de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (Jan Knook), de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontact (Harjo Hoitink), LTO-Nederland (Gerard Doornbos), Platform Aarde Boer Consument, GroenLinks (Arie van den Brand), de SP (Remi Poppe), de Groep van Brugge, het vorige Kabinet (dhr. Ybema, dhr. Benschop, mevr. Herfkens) en vele anderen.

  1. Media; ik heb zowel gedrukte (kranten, tijdschriften, brochures) als elektronische (internet, e-mail) media gebruikt. Een gedeelte van de benodigde data was al in mijn bezit voordat ik met het onderzoek startte, maar moest nog geordend en geanalyseerd worden. Ook heb ik veel informatie gevonden via het gericht zoeken met trefwoorden op het internet.

  2. Documenten; schriftelijk materiaal voor intern gebruik binnen organisaties, dit is meestal praktijkgerichte informatie. Via de personen die ik interviewde of ontmoette tijdens bijeenkomsten heb ik vele documenten verkregen. Deze zijn vooral nuttig om de visies van organisaties op gebied van liberalisering en landbouwbeleid te achterhalen.

  3. Literatuur; schriftelijk materiaal dat reflectief van aard is, met als doel om bepaalde gegevens of eerdere reflecties op gegevens of andere theorieën in een nieuw licht te bezien (Verschuren, 2000, p.125). Hieronder vallen ook wetenschappelijk artikelen in vaktijdschriften en handboeken op bepaalde specifieke terreinen. Ik heb voor het opstellen van het conceptueel en onderzoekstechnisch ontwerp al veel gerichte literatuur gebruikt. Hierbij ben ik in eerste instantie vooral op zoek gegaan naar de wereldvisies achter liberalisering en zelfvoorziening, economische - en handelstheorieën, en de verschillende milieufuncties en basisbehoeftes die samenhangen met de landbouw. Een gedeelte van de literatuur die ik nodig had in materiaalverzamelings- en analysefase was al in mijn bezit, een ander gedeelte verkreeg ik via mijn begeleiders en (universiteits)bibliotheken.


2.3.3 Analyse, ordening en eindrapportage

Verschuren en Doorewaard (2000, p.198-199) pleiten ervoor het onderzoekstraject en het schrijftraject parallel te laten verlopen. Beide trajecten beginnen met het ontwerpen van het onderzoeksproject, en eindigen met het eindrapport of onderzoeksverslag.

In overleg met mijn begeleiders ben ik dan ook gedurende mijn onderzoek al gaan schrijven. Omdat Milieudefensie vooral geïnteresseerd was in de (mogelijke) gevolgen van (verdere) liberalisering voor milieu en voorziening van basisbehoeftes, van een aantal gewassen (suiker, koffie en graan), ben ik hiermee begonnen. De onderwerpen Wereldbank en IMF en achterliggende visies en economische theorieën van liberalisering of voor alternatieven hiervoor, vond ik persoonlijk zeer nuttig om een goed overzicht te krijgen. De analyse en ordening van deze gegevens en ook het schrijftraject daarvan vonden in een later stadium plaats.

Ook heb ik veel baat gehad van het vak Tutorial als onderdeel van mijn afstudeerproject, dat vooraf ging aan mijn stage, in deze fase heb ik al kunnen werken aan motivatie en maatschappelijke relevantie, het theoretisch kader en het onderzoeksmodel.


Ik heb bij mijn ordening en analyse van de onderzoeksgegevens de hoofdstukindeling gevolgd zoals u die nu aantreft in mijn eindrapportage.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

  • 2.3.2 Onderzoeksmateriaal
  • 2.3.3 Analyse, ordening en eindrapportage

  • Dovnload 4.64 Mb.