Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes

Dovnload 4.64 Mb.

Een onderzoek naar de gevolgen van de liberalisering van de handel in landbouwproducten voor milieu en de voorziening van basisbehoeftes



Pagina7/24
Datum25.10.2017
Grootte4.64 Mb.

Dovnload 4.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   24

2.4 Externe, interne en operationele geldigheid en betrouwbaarheid

In deze paragraaf behandel ik in hoeverre ik hier naar mijn mening aan heb voldaan.


Externe geldigheid: in hoeverre zijn de onderzoeksresultaten ook generaliseerbaar naar de gehele populatie?

Door de brede keuze van onderzoeksobjecten, hoop ik uitspraken te kunnen te doen over de gehele ‘populatie’ van landbouwproducten, op gebied van de gevolgen voor milieu en voorziening in basisbehoeftes van de liberalisering van de handel in landbouwproducten.

Het was daarbij ook mogelijk om uitspraken te doen over producten buiten de landbouw.

Interne geldigheid: kunnen de gevolgen die de onderzoeker aan een bepaalde oorzaak toeschrijft ook werkelijk hiervan worden afgeleid?

Door verschillende landbouwproducten te behandelen neem ik aan dat de conclusies een valide beeld geven over de gevolgen van liberalisering dan wel protectie. Ik houd er wel rekening mee dat de indeling tussen traditionele en moderne op westerse technieken gebaseerde landbouw, niet altijd dezelfde is als tussen zelfvoorzienende en exportlandbouw. Deze exportlandbouw kan ik weer splitsen in geliberaliseerd en niet-geliberaliseerd. Soms zal het echter moeilijk zijn om bepaalde gegevens rechtstreeks toe te schrijven aan liberalisering, als dit gemoderniseerde landbouw betreft. Via triangulatie (onderzoeken van het probleemgebied vanuit verschillende richtingen) vanuit verschillende bronnen hoop ik dit bezwaar op te kunnen heffen.

Daarnaast heb ik op het gebied van de liberalisering zowel achterliggende visies, economische theorieën, als de invloed en het beleid van verschillende organisaties (WTO, Wereldbank, IMF, EU), meegenomen. Op deze manier hoop ik een overzicht te geven van alle relevante factoren op het gebied van de liberalisering van de handel in landbouwproducten.

Operationele geldigheid: het nemen van de correcte operationele maatregelen tijdens onderzoeksontwerp, materiaalverzameling, analyse en verslaglegging, zodat de onderzoeksresultaten na analyse een antwoord geven op de vraagstelling.

Deze is nauwelijks aan de orde binnen een literatuurstudie.



Betrouwbaarheid: zou een andere onderzoeker die hetzelfde onderzoek zou uitvoeren tot dezelfde onderzoeksresultaten komen?

Doordat ik verschillende bronnen gebruik hoop ik via triangulatie tot betrouwbare goed onderbouwde conclusies en aanbevelingen te zijn gekomen.


Hoofdstuk 3 Theoretisch kader




3.1 Inleiding

Ik begin in paragraaf 3.2 met de milieu-effectketen uitgaande van mijn doelstelling, om een kader te scheppen voor de relevante theorieën, en om een overzicht te krijgen van alle relevante kernbegrippen. Deze kernbegrippen met bijbehorende aspecten behandel ik in paragraaf 3.3. In paragraaf 3.4 behandel ik politiek filosofische en economische theorieën die de drang tot liberalisering en protectie mede verklaren. Ook bekijk ik hoe de vrije markttheorie en protectie in de praktijk (zouden moeten) worden toegepast, en behandel een ontwikkelingstheorie die binnen de huidige modernisering valt. Tenslotte behandel ik alternatieven voor het nu overheersende neoliberalisme. In paragraaf 3.5 pas ik de gebruikte theorieën toe in de landbouw, en ga ik in op haar specifieke kenmerken. In paragraaf 3.6 ga ik in op de verschillende visies van betrokken actoren op de liberalisering binnen de landbouw. Ik zal hierbij uitgebreid ingaan op de huidige argumenten binnen de heersende neoliberale visie dat de liberalisering moet worden doorgezet, en met alternatieven hiervoor komen. In paragraaf 3.7 tenslotte maak ik uitgaande van het voorafgaande een aanzet tot de empirische hoofdstukken 4 t/m 6, met behulp van stellingen.



3.2 De milieu-effectketen

De theorieën en kernbegrippen die ik behandel in dit hoofdstuk zijn te plaatsen in de milieu-effectketen (Boersema, 1994, p.27) Deze keten ziet er bij de internationale landbouw als volgt uit:




maatschappelijke oorzaken ingrepen milieu-effecten maatschappelijke effecten
* basisoorzaken * aantasting * processen * doelvariabelen

- economische groei * verontreiniging - klimaatverandering - menselijke gezondheid

- bevolkingsgroei * uitputting - verzuring en veiligheid

- technologische ontwikkeling - vermesting - materiële welvaart

* hoofdsectoren - verstoring - immateriële welvaart

- productie - verspreiding - natuurwaarden

- consumptie - verdroging - voorziening van

* economische sectoren en activiteiten - versnippering basisbehoeftes

- landbouw * compartimenten

(exportgericht/zelfvoorzienend) - bodem

- transport en (detail)handel - lucht

- toeleverende en verwerkende industrie - water

* mechanismen - grondstoffen

- de neoliberale wereldvisie, liberalisering - biota

* actoren * aspecten

- invloed van boeren, andere bedrijven en - mate van vervuiling

NGO’s (op politiek en internationale - voorraad grondstoffen/water

instellingen) - biologische biodiversiteit

- beleid van Wereldbank, IMF, WTO, EU,

VN en nationale lidstaten



Figuur 2 De milieueffectketen van de internationale landbouw op basis van Boersema (1994)
Onder de maatschappelijke oorzaken vallen de basisoorzaken, de hoofdsectoren, de sectoren en activiteiten, de mechanismen en de relevante actoren. Vervolgens leiden menselijke ingrepen als verontreiniging, uitputting en aantasting van natuurgebieden tot milieueffecten. De milieu-effecten zijn in te delen in processen (de zogenaamde ‘ver-thema’s), compartimenten en aspecten. De maatschappelijke effecten, zijn de effecten die de samenleving als problematisch ervaart, deze bestaan uit de zogenaamde doelvariabelen.
In deze milieu-effectketen zijn mijn kernbegrippen die ik in paragraaf 3.3 behandel, als volgt ingevuld:



  • milieu komt aan de orde bij de menselijke ingrepen en de milieu-effecten;

  • de voorziening van basisbehoeftes behoren tot de maatschappelijke effecten. Bij de behandeling van het kernbegrip basisbehoeftes, zal ik ingaan op de onderdelen hiervan en de verdeling in materiele en immateriële welvaart.;

  • landbouw en de handel in landbouwproducten behoren tot de sectoren en activiteiten, het transport en de toeleverende - en verwerkende industrie behoren ook tot mijn onderzoeksveld omdat zij direct invloed hebben op de landbouw en dus het vervolg in de keten;

  • liberalisering en de achterliggende neoliberale wereldvisie behoren tot de mechanismen als onderdeel van de maatschappelijke oorzaken.





Politiek filosofische en economische theorieën die ik in paragraaf 3.4 behandel, hebben direct invloed op de basisoorzaken en de mechanismen die vallen onder de maatschappelijke oorzaken, ook bepaalt de wereldvisie hoe de maatschappelijke effecten ervaren worden zoals materiële welvaart ten opzichte van immateriële welvaart en aantasting van natuurwaarden. Ik doel hier vooral op de neoliberale wereldvisie die maatgevend is in het huidige (inter)nationale beleid op alle gebieden, en het feit dat BNP per hoofd van de bevolking prioriteit krijgt boven het voorzien in basisbehoeftes, en andere waarden die niet direct in geld zijn uit te drukken.

Ik behandel in dit hoofdstuk overigens niet de werking van het EU-landbouwbeleid, de WTO, Wereldbank, IMF en de VN en de invloed van de betrokken actoren hierop, omdat ik dit via een beschrijving doe in de volgende empirische hoofdstukken. Dit valt dus buiten de theorieën die ik in dit hoofdstuk behandel.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   24

  • Hoofdstuk 3 Theoretisch kader 3.1 Inleiding
  • 3.2 De milieu-effectketen

  • Dovnload 4.64 Mb.