Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Een verklaring voor de relatie tussen sensation seeking en alcohol- en cannabisgebruik op Duitse scholen De medierende rol van de Theory of Planned Behavior en het Prototype Willingness Model

Dovnload 0.66 Mb.

Een verklaring voor de relatie tussen sensation seeking en alcohol- en cannabisgebruik op Duitse scholen De medierende rol van de Theory of Planned Behavior en het Prototype Willingness Model



Pagina1/11
Datum14.10.2017
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Een verklaring voor de relatie tussen sensation seeking en alcohol- en cannabisgebruik op Duitse scholen
De medierende rol van de Theory of Planned Behavior en het Prototype Willingness Model

Universiteit Twente

Auteur:

K.D. Wittwer



Begeleiders:

Dr. M.E. Pieterse

Dr. H. Boer

Augustus 2007


Samenvatting
Hoewel Duitse jongeren weten om de aanzienlijke risico’s van binge drinken en op de hoogte zijn van het wettelijke verbod van cannabis in Duitsland, stoppen zij niet met deze risicogedragingen. Door Hoyle et al. (2002) wordt aangetoond dat er een samenhang bestaat tussen sensation seeking en risicogedrag. In dit onderzoek wordt met behulp van de Theory of Planned Behavior (TPB; Ajzen, 1991) en het Prototype Willingness Model (PWM; Gibbons et al., 1998) nagegaan hoe deze relatie kan worden verklaard. Daarvoor zijn vragenlijsten afgenomen onder 305 Duitse scholieren (16-27 jaar). De resultaten voor alcoholgebruik laten zien dat sensation seeking correleert met affectieve en cognitieve attitudes, descriptieve normen, willingness, prototype waardering, prototype gelijkenis en gedragsintentie. Voor cannabisgebruik is er aanvullend een relatie van sensation seeking met waargenomen gedragscontrole maar niet met gedragsintentie gevonden. Uit regressieanalyses blijkt dat een significant deel van de variantie in de risicogedragingen in de afgelopen 4 weken en in de intentie om in de toekomst matig alcohol en geen cannabis te gebruiken, verklaard wordt door de variabelen van de Theory of Planned Behavior en het Prototype Willingness Model. De TPB en het PWM spelen dus een medierende rol bij het verklaren van de relatie tussen sensation seeking en alcohol- en cannabisgebruik.

Inhoudsopgave


1. Inleiding 5

1.1 De risicogedragingen 5



2. Determinanten die samenhangen met middelengebruik 9

2.1 Sensation Seeking 9

2.2 Theory of Planned Behavior 11

2.3 Prototype Willingness Model 13

2.4 Opbouw eigen onderzoek 15

3. Methode 17

3.1 Respondenten 17

3.2 Procedure 17

3.3 Vragenlijst 18

3.4 Statistische verwerking 24

4. Resultaten 25

4.1 Karakteristieken van de onderzoeksgroep 25

4.2 Variabelen over alcoholgebruik 25

4.3 Variabelen over cannabisgebruik 28

4.4 Sensation seeking per groep 31

4.5 Correlaties 31



4.5.1 Sensation seeking en demografische variabelen 31

4.5.2 Sensation seeking en alcoholgebruik 32

4.5.3 Sensation seeking en cannabisgebruik 33

4.5.4 Correlaties tussen de risicogedragingen in de afgelopen 4 weken en de intenties tot matig alcohol- en geen cannabisgebruik 35

4.6 Regressieanalyse 37



4.6.1 Regressieanalyse voor de vertoonde risicogedragingen binge drinken en cannabisgebruik 37

4.6.2 Regressieanalyse voor de intenties tot matig alcoholgebruik en geen cannabisgebruik 39

5. Discussie 43

5.1 Omvang en spreiding van de risicogedragingen 43



5.1.1 Zijn er in de resultaten verschillen tussen mannen en vrouwen? 44

5.1.2 Hangen de risicogedragingen en de -intenties onderling samen? 45

5.2 Is er een directe samenhang tussen sensation seeking en de vertoonde risicogedragingen respectievelijk de intentie matig alcohol te drinken en geen cannabis te gebruiken? 45

5.3 Wat zijn de verklarende factoren van de risicogedragingen en de gedragsintenties? 47

5.3.1 Verklarende factoren van de risicogedragingen binge drinken en cannabisgebruik in de afgelopen 4 weken (“past behavior”) 47

5.3.2 Verklarende factoren van intentie tot matig alcoholgebruik en geen cannabisgebruik 48

5.4 Kanttekeningen 50



Referentielijst 51

Bijlage 1. Fragebogen Persönlichkeit und Risikoverhalten 57



1. Inleiding

Mensen vertonen bepaald gedrag hoewel er aanzienlijke risico’s aan zijn verbonden. In Duitsland wordt binge drinken en cannabisgebruik onder jongeren tussen 12 en 25 steeds populairder. In totaal drinken ongeveer 51 % van de Duitse jongeren regelmatig meer dan 5 glazen alcohol op één avond (BZgA, 2007a). 63 % van de mannen en 37 % van de vrouwen drinken overmatig alcohol (BZgA, 2007a). Hoewel cannabis in Duitsland wettelijk is verboden, heeft bijna elk tweede 18-24 jarige ervaring opgedaan met cannabisgebruik (DHS, Basisinformationen) en 6,9 % van de mannen en 1,7 % van de vrouwen consumeren regelmatig (BZgA, 2007b). De vraag is vooral waarom jongeren tussen 12 en 25 jaar doorgaan met deze risicogedragingen, ondanks dat deze wettelijk zijn verboden en er veel voorlichting- en preventieprogramma’s bestaan.



1.1 De risicogedragingen

In dit onderzoek zijn twee risicogedragingen van belang: binge drinken en cannabisgebruik.

Binge drinken of “Koma saufen” onder jongeren vormt in Duitsland een groot voortdurend probleem. Het risicogedrag wordt over het algemeen gedefinieerd als de consumptie van vijf of meer glazen alcohol op één avond. Binge drinken komt onder jongeren in Duitsland veel voor. Het aantal jongeren tussen 16 en 17 jaar, die regelmatig binge drinken is, na een daling in de jaren 2004/05, in 2007 weer naar 51 % gestegen (‘Bundeszentrale für gesundheitliche Aufklärung’ (BZgA), 2007a). Uit het onderzoek van de BZgA (2007a) blijkt dat deze duidelijke toename vooral bij de mannelijke jongeren te zien is. In 2004 gebruiken 52 % van de jongens overmatig veel alcohol, in 2005 48 % en in 2007 stijgt het percentage mannelijke binge drinkers tot 63 %. Volgens de BZgA (2007a) zijn er in 2007 37 % van de vrouwelijke jongeren in de leeftijd van 16 tot 17 binge drinkers. Volgens andere studies van de BZgA (2004) en het Jahrbuch Sucht (2003) drinkt van de 12-25 jarigen ongeveer een derde regelmatig, d.w.z. minstens één keer per week, alcohol. Op dat tijdstip is het regelmatige alcoholgebruik bij de mannelijke jongeren zelfs twee keer zo hoog (39 %) als bij de vrouwelijke (20 %).

Het aantal binge drinkende jongeren neemt dus vooral in de laatste jaren continu toe. Dit is erop terug te voeren dat er een substitutie van breezers door sterke drank heeft plaats gevonden. Voor 2004/05 hebben jongeren vooral zoete ‘Alcopops’ geconsumeerd. Dan kwam in Duitsland versterkt kritische discussie over het alcoholgebruik van jongeren op en een zogenoemde ‘Sondersteuer für spirituosenhaltige Alcopops’ (extra belasting voor alcoholhoudende breezers) werd ingevoerd. Sinds die jaren stijgt de per jongeren gebruikte hoeveelheid aan alcohol weer. Breezers worden vervangen door andere goedkopere en vaak sterkere drankjes. Er worden toenemend meer bier, mixdrankjes met bier en wijn, en sterke drank door de jongeren, vooral mannen, geconsumeerd (BZgA, 2007a). Binge drinken wordt ook in het sociale leven integreert: De ‘Flatrate-Party’ is schering en inslag. Dit zijn feestjes, waar één keer entree moet worden betaald en dan mag iedereen zoveel drinken als hij maar wil. Ook beginnen de jongeren vaak al voor een feestje met drinken. Dit wordt ‘Vorsaufen’ genoemd. Het doel ervan is al voor het feestje zo veel alcohol te hebben gedronken dat je op het feestje niet de dure drank hoeft te kopen en van tevoren al een “goede stemming opkomt”.

Frequent drinken van alcohol geldt als riskant en problematisch alcoholgebruik. Aan binge drinken zijn hoge risico’s verbonden, die zware gevolgen kunnen hebben, zoals volgt: Het concentratie-, reactie- en beoordelingsvermogen is beperkt en er kunnen black-outs optreden. Daardoor is er een verhoogd ongevalrisico voor de persoon zelf maar ook voor anderen, als deze persoon bijvoorbeeld onder invloed rijdt. Aangaande alcohol in het wegverkeer zijn in Duitsland in 2005 22.004 ongevallen gebeurd. Er waren 603 dodelijke slachtoffers en 22.345 betrokkenen onder invloed (DHS). Binge drinken bevordert agressie en geweld. Zware lichamelijke gevolgen zijn ook acute schade aan alle organen (veranderingen van lever, alvleesklier, hart, centrale en perifere zenuwstelsel, en musculatuur) en een verhoogd kankerrisico. Jaarlijks overlijden in Duitsland ca. 42.000 personen, wier dood in directe samenhang staat met alcohol (DHS). Binge drinken verhoogt het risico op een alcoholvergiftiging. In Duitsland werden in 2005 19.400 kinderen, jongeren en jong volwassenen tussen 10 en 20 jaar opgenomen in het ziekenhuis met de diagnose acute alcoholvergiftiging (Deutsches Ärzteblatt, 2007). 62 % daarvan waren mannen en 38 % vrouwen.

Naast binge drinken is cannabisgebruik eveneens een risicogedrag dat door veel Duitse jongeren wordt vertoond. Sinds de jaren ’70 is cannabis in Duitsland en andere industrielanden na tabak en alcohol de meest gebruikte substantie. Uit een onderzoek van Kraus & Augustin (2004) blijkt dat het cannabisgebruik in (West)Duitsland sinds die jaren sterk heeft toegenomen. Terwijl in 1980 14,4 % van de tussen de 18 en 24 jarige jongeren ervaring heeft in het gebruik van cannabis, heeft in 2003 bijna elk tweede (42,7 %) van deze leeftijd deze ervaringen al gemaakt. Cannabisgebruik is volgens de DHS een gedrag dat in het algemeen meer vertoond wordt door jongeren. Gemiddeld gebruiken Duitsers cannabis voor de eerste keer met een leeftijd van 15,4 en het wordt het meest geconsumeerd door jongeren tussen 18 en 20 jaar. De BZgA heeft in 2007 (b) 14-19 jarige jongeren bevraagd aangaande het thema cannabisgebruik. Het is gebleken dat het aantal jongeren, dat ooit cannabis heeft gebruikt, continu is gestegen tot 2004 (b.v. 14-17 jarige: van 4 % in 1986 tot 22 % in 2004 en 18-19 jarige: van 13,3 % tot 40,1 %). Tussen 2004 en 2007 is er een duidelijke afname vast te stellen. In 2007 hebben 12,8 % van de 14-17 jarige en 32,3 % van de 18 en 19 jarige ooit cannabis gebruikt. Zoals bij alcoholgebruik zijn er ook bij cannabisgebruik verschillen tussen mannen en vrouwen. 38,9 % van de mannelijke resp. 25,3 % van de vrouwelijke jongeren (18-19 jaar) heeft ooit cannabis gebruikt en 6,9 % van deze mannen resp. 1,7 % van deze vrouwen, consumeren regelmatig (meer dan zes keer in het afgelopen jaar) (BZgA, 2007 b).

De directe risico’s van cannabisgebruik zijn in de eerste plaats van psychische aard. Problematisch is de partiele onvoorspelbaarheid van de uitwerking. Cannabisgebruik op lange termijn hangt samen met psychische, sociale (b.v. van sociaal terugtrekken tot sociale isolatie) en lichamelijke (b.v. beschadiging van ademwegen; bij gebruik in de puberteit ongunstige uitwerking op ontwikkeling) risico’s. Volgens de ‘DHS Basisinformationen’ kan een regelmatig gebruik van cannabis leiden tot zowel een psychische alsook lichamelijke verslaving. Ongeveer één op de tien mensen die cannabis gebruiken zijn verslaafd, maar dit risico is veel hoger voor mensen die dagelijks gebruiken en mensen die op jonge leeftijd (onder 16 jaar) zijn begonnen (Chen, O’Brien, & Anthony, 2005). Andere psychosociale risicofactoren voor een verslavingsontwikkeling zijn een labiele psychische gezondheid, uitsluitend vrienden die cannabis gebruiken, sociale steun ontbreekt, algemene sociale perspectiefloosheid (b.v. werkloosheid), en kritische levensgebeurtenissen (b.v. scheiding) (DHS). De minderheid van de cannabisverslaafden zoekt hulp, maar van deze groep slaagt minder dan de helft erin om langer dan een jaar niet te gebruiken (Copeland, Swift, & Reese, 2001). Naast de directe risico’s van cannabisgebruik zijn er ook een aantal indirecte risico’s. Talrijke studies laten zien dat cannabisgebruikers vaker dan niet-gebruikers ook alcohol en andere drugs gebruiken (Jessor, 1978; Smart & Whitehead, 1974). In feite wordt alcohol gewoonlijk vroeger dan cannabis gebruikt (Kandel, Kessler, & Margulies, 1978; Whitehead, 1974).

Hoewel jongeren van de risico’s van alcohol- en cannabisgebruik weten, blijven zij vaak het risicogedrag vertonen. Vooral voor cannabisgebruik geldt in Duitsland vaak: “Spaß macht erst, was verboten ist”, want volgens § 29 van het ‘Betäubungsmittelgesetz’ (BtMG) is onder andere het bezit van; de verbouw en aanmaak van; de handel in; de invoer, uitvoer en afgifte van; het in omloop brengen en de verwerving van cannabis strafbaar.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • 1. Inleiding
  • 1.1 De risicogedragingen

  • Dovnload 0.66 Mb.