Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Eer en geweten, schaamtecultuur en schuldcultuur

Dovnload 56.25 Kb.

Eer en geweten, schaamtecultuur en schuldcultuur



Datum05.12.2018
Grootte56.25 Kb.

Dovnload 56.25 Kb.


Eer en geweten, schaamtecultuur en schuldcultuur

Eer is van alle tijden en culturen en heeft te maken met sociale erkenning. Het gaat om de mening die anderen over ons hebben en wij over anderen hebben. Iedereen heeft behoefte aan erkenning, aan waardevol gevonden worden en dus geëerd worden. Niemand wil vernederd, afgewezen, onteerd worden. Ieder wil situaties vermijden waarin hij zich moet schamen tegenover anderen. Eergevoel is van altijd en overal maar toch wordt de ene cultuur er meer door gestempeld dan de andere. Verlangen naar eer en angst voor schaamte staan tegenover het verlangen naar een zuiver geweten en de angst voor schuld. Dat laatste kan de cultuur ook stempelen. Beide invalshoeken hebben consequenties voor de ethiek en het morele handelen.



Schuldcultuur en schaamtecultuur
Enige hedendaagse voorbeelden waarin het verschil tussen eerethiek (passend bij een schaamtecultuur) en gewetensethiek (passend bij een schuldcultuur) zichtbaar wordt.


  1. Een Turkse vader komt niet meer in het Turkse koffiehuis ergens in een Nederlandse stad. Zijn dochter heeft zonder zijn toestemming een relatie met een Nederlandse jongen. Hij schaamt zich voor zijn landgenoten. De vader bespreekt met zijn mannelijke familieleden hoe hij zijn eer kan redden. Al die mannen vinden dat de vader zijn macht moet uitoefenen over zijn dochter. Ze regelen een gedwongen huwelijk voor de dochter in de zomervakantie met iemand in Turkije. Het meisje verschijnt na de vakantie om onduidelijke redenen niet meer op het ROC en de school maakt er werk van. Als de docenten de ware reden horen, worden sommigen kwaad. ‘Belachelijk dat een vader het niet goed vindt dat zijn dochter zich gewoon ontwikkelt tot een volwassen vrouw en experimenteert met vrienden. Dat is geen overtreding van de wet of een religieuze zonde! Wat die vader nu doet, dat is fout. Je mag in Nederland niemand dwingen te trouwen tegen haar wil. Moslims moeten nog leren dat dochters dóchters zijn en niet alleen maar een stukje van hun eer!’ 1

  2. Op een middelbare school worden de namen van leerlingen, die straf verdienen of bij wie een andere noodzaak is om zich te melden bij een coördinator, per intercom omgeroepen. Op een dag levert dat problemen op met een moslimleerling. Hij moest een papiertje ophalen waarop toestemming gegeven werd om een dag vrij te zijn. Toen hij dat ging ophalen was hij agressief tegen de coördinator. Hij bleek in zijn eer aangetast te zijn dat zijn naam in het rijtje van allerlei ‘geboefte’ was opgenoemd. Anderen zouden nu kunnen denken dat hij op het matje moest komen. In zijn beleving had die coördinator een grote fout gemaakt. Die man vond dat werkelijk onzinnig. ‘Jij hebt niks fout gedaan. Ik heb niks fout gedaan. Maar de grote mond die jij me nu geeft, dat is wel een fout van jou!’

  3. Een Marokkaans meisje heeft het met keihard werken geschopt tot HAVO 5. Dan gaat het echt niet meer. Ze is zo faalangstig dat ze bij alle toetsen blokkeert. Elke vorm van hulp wijst ze af. Er mag geen contact met thuis worden opgenomen door de school. Het enige wat ze wil is: nog harder werken om haar diploma te halen. ‘Als ik niet slaag, zal mijn vader zich heel erg schamen in de familie. Hij moet zich toch al verantwoorden dat ik het enige meisje van de familie ben dat mag studeren. Dus hij moet alleen maar denken dat het goed gaat met mij!’ Haar mentor kan haar niet duidelijk maken dat er geen enkele reden is om je te schamen voor slechte resultaten als je zo je best doet als zij.

  4. In 2009 stortte bij Schiphol een toestel neer van Turkish Airlines. Er vielen doden (onder wie de piloten) en gewonden. De piloten werden bij hun begrafenis geëerd als helden. Dankzij hun goede optreden hadden zij vele mensen het leven gered. In Turkije wenste men niet te horen (zelfs al voorafgaand aan het onderzoek) van een mogelijk menselijk falen. (Achteraf was het ongeval inderdaad een gevolg van niet goed reageren van de piloten op een technisch mankement.) Het toestel bleef enige tijd liggen op de plaats van ongeval in verband met het onderzoek. De letters van Turkish Airlines werden echter wel overgeschilderd zodat niemand kon zien waar het verongelukte vliegtuig vandaan kwam. Veel Nederlanders waren verbaasd over het eergevoelige optreden van de Turken.

  5. Een predikant uit Florida wilde korans verbranden op 11 september 2010. Hij deed volgens de Amerikaanse wet niets fout. Boekverbrandingen vallen onder vrijheid van meningsuiting. De voorganger zou zich nergens schuldig aan maken. Toch reageerde de halve wereld op zijn plan. Moslims zouden, naar verwachting, wraak nemen. De koran verbranden is diep kwetsend. Wraak, hoe bloedig ook, is voor sommigen dan gerechtvaardigd. (In maart 2011 is er toch een Koran verbrand in Florida en vooral in Afghanistan is er wraak genomen, met tientallen doden als gevolg.)

  6. Er is in de stad Zwolle een ernstig auto-ongeval gebeurd. In één van de betrokken auto’s zitten en man en vrouw van Egyptische afkomst. Die zijn zwaar gewond en overlijden beiden kort erna. Bij de controle van de persoonsgegevens blijken zij geen echtpaar te zijn, maar collega’s. De politie-agenten zijn goed opgeleid. Ze weten dat ze nu voorzichtig moeten communiceren met twee families. Die zullen zich namelijk vreselijk schamen voor elkaar en ook boos zijn dat een ongehuwde vrouw met een gehuwde man samen in één auto zat. De politie zorgt ervoor dat de familieleden elkaar niet ontmoeten door ze gescheiden van elkaar te informeren over het ongeval. Zo hoeven ze elkaar niet onder ogen te komen.

  7. Een Irakese vrouw van goede komaf zit in grote geldnood. Ze zou op haar eigen familie in Nederland kunnen terugvallen voor financiële hulp, maar doet dat niet. Daarvoor schaamt ze zich en ze wil haar man niet beschamen. Het zou dan lijken dat hij niet goed voor haar kan zorgen. Ze gaat werken als schoonmaakster bij een uitzendbureau. Ze vertelt er nooit iets over aan haar familie. Die vraagt er ook niet naar (hoewel ze het vermoeden of weten) om haar (en haar man) niet te beschamen. Het is gewoon een geheim.

  8. Een Nederlandse familie wil uit evangelische bewogenheid meeleven met de Afghaanse buren. Die hebben weinig contacten. Tijdens de ramadan bedenken ze dat het leuk is om eten te brengen dat de buren als break-fast kunnen eten. Twee keer gaat de man ’s avonds naar de buren. Hij belt aan. Hij weet zeker dat de vrouw thuis is, want dat is ze altijd. Twee keer doet ze niet open. Dan geeft hij het op. Later zegt iemand tegen hem dat de vrouw waarschijnlijk alleen thuis was en niet open deed omdat hij een man was. Zijn eigen vrouw had het eten beter kunnen brengen.

Hier zie je nu een hedendaagse botsing tussen een schuld- en een schaamtecultuur. In een schuldcultuur heeft men regels als richtlijn van goed en kwaad. Als je die overtreedt ben je schuldig. Als je je aan de regels houdt, zit je goed, ook al gedraag je je schaamteloos. (Als je je maar aan de wet houdt, mag je zo dronken zijn als je zelf wilt, het bed delen met wie je wilt en sterven hoe en wanneer je wilt!) In een schaamtecultuur is eer het kompas voor goed en kwaad. Iets is fout als het jou (je familie, je land) van je eer berooft en iets is goed als het je eer versterkt of herstelt. Het plegen van een moord kan vanuit die benadering soms goed gevonden worden. Slechts een verkeerd gebaar maken kan vanuit de eeroptiek daarentegen een misdaad zijn. In een schaamtecultuur is liegen om de eer te redden niet verkeerd en dat gebeurt dus ook veelvuldig. In een schuldcultuur hoor je juist de waarheid te spreken, al zou je iets vertellen dat jou zelf een rood hoofd bezorgt van schaamte. Want liegen mag niet.


Een Indonesische jongen mag niet roken van zijn vader, maar hij doet het toch. Als zijn vader vraagt: ‘Rook jij?’ antwoordt de knaap: ‘Nee, vader!’ Hij ‘moet’ wel liegen, want als hij de waarheid zou spreken, zou hij bekennen dat hij zelf te kort schiet. Dat is zijn eer te na. Bovendien zou hij zijn vader beledigen. Die zou zich dan schamen wegens zijn gebrek aan gezag over zijn zoon. Dat wil hij zijn vader besparen.
Een Syrische vrouw pleegt een bomaanslag in Libanon op tegenstanders van het toenmalige Syrische gezag over dat land. De bomaanslag mislukt. De vrouw komt om en er is slechts één gewonde omstander. In Syrische kranten wordt de vrouw als heldhaftige martelaar geprezen en gemeld dat er bij de bomaanslag tientallen vijanden zijn omgekomen. De landseer en de familie-eer zijn zo gered.
Van Europa richting het Oosten en Zuiden
Je zou het volgende kunnen zeggen. Een Westerse cultuur oriënteert zich op wat rechtvaardig is (vooral voor het individu). Een Nederlander kan diep geraakt worden en woedend zijn als hij onrecht ziet en als hij zelf, individueel, door onrecht getroffen wordt. Een Aziaat of Afrikaan oriënteert zich op wat eervol is (vooral voor de groep, het land). Hij kan tot in zijn botten voelen wanneer zijn eer wordt aangetast of die van zijn groep of stam en zal waar mogelijk in boze actie reageren. Het Russische volk is in dit opzicht al Oosters te noemen. Net als in bijvoorbeeld Turkije geldt daar: kom niet aan de grote leider, kom niet aan het moederland! Als je in Turkije de president beledigt word je daar al snel uitgescholden voor een hoer of hoerenzoon: mensen die geen eigen eer hebben en de groep te schande maken. (Oftewel: wie eer aantast wordt dan ook van zijn eigen eer beroofd.)
De klassiek oudheid kende een schaamtecultuur
Andreas Kinneging schrijft in zijn boek ‘Geografie van goed en kwaad’ over het thema eer en geweten in de klassieke oudheid (blz. 85-99), uitg. Spectrum, Utrecht, 2005. Hier volgt daarvan een vrije samenvatting met diverse actuele toepassingen.
In onze samenleving speelt eer nauwelijks een rol als oriëntatiepunt voor het handelen. Dat was vroeger anders. Nog in de 19e eeuw hebben mensen bijvoorbeeld hun eer gered door zelfmoord te plegen. Daarmee werd zelfmoord dus goedgekeurd. In de literatuur wordt maar zelden de relatie gelegd tussen eer en ethiek. Als het aan de orde gesteld wordt, is het meestal onder een andere term (die er nauw mee samenhangt): schaamte.

Vanaf 1950 kennen we in de literatuur het onderscheid tussen schuldcultuur en schaamtecultuur. Ruth Benedict heeft dit als eerste zo omschreven. Bij schaamtecultuur dacht zij vooral aan de klassieke, Grieks-Romeinse cultuur en aan de Oosterse culturen (ook in onze tijd). Denk aan de cultuur van de Arabieren, Indiërs, Japanners. Bij schuldcultuur dacht ze aan de Westerse, door het christendom gestempelde cultuur. 2



Kinneging stelt dan dat een schaamtecultuur een eerethiek kent en een schuldcultuur een gewetensethiek. Hij zegt ook dat de schaamtecultuur nooit helemaal weggeweest is in Europa, ondanks de aanwezigheid van het christendom. Hij spreekt in zijn artikel alleen over de klassieke schaamtecultuur. Voorbeelden zoals hierboven gegeven van eerethiek bij moslims geeft hij niet.
Goed is volgens de eerethiek: in aanzien staan, respect genieten, geacht worden, ontzag inboezemen, waardering krijgen, eerbied afdwingen, bewondering oogsten, roem verwerven, vrees inboezemen.
Slecht is volgens de eerethiek: geminacht worden, veracht worden, vernederd, beledigd, gekrenkt, gegriefd, gekwetst, gekleineerd, bespot en beschaamd worden, belachelijk gemaakt worden, onbekend en ongevreesd zijn.
Het handelen is er op gericht om dit goede te bevorderen en dit kwade te vermijden. Dat doe je in de Griekse cultuur door kracht en macht en zo nodig bijbehorend geweld te tonen. Moord en doodslag laten zien dat jij de meester bent, superieur aan anderen. Je bent geen held als je een ander helpt, maar als je iets uitzonderlijks presteert waartegen anderen opzien. Niet voor niets zijn de Olympische spelen een Griekse uitvinding. Die zijn niet bedoeld als sociale activiteit maar om medemensen te overtreffen en zo eer te ontvangen.
Het huidige Israël heeft als probleem dat het omringd word door volken met een schaamtecultuur en een eerethiek. Israël kiest er daarom voor om keihard op te treden. Een inschikkelijke instelling van Israël zou uitgelegd worden als een zwaktebod. (Volgens de gewetensethiek kan inschikkelijkheid juist een uitstekende opstelling zijn.) Elke keer als de volken rondom Israël in hun eer gekrenkt worden, zullen zij des te meer inspanningen verrichten om de sterkste te worden. Let eens op de taal van regeringsleiders uit het Midden Oosten tegenover Israël. Die staat bol van eerethiek.
In de loop der tijd werd het behalen van eer en roem uitgebreid met het verrichten van grote geestelijke prestaties (dus niet alleen krachtpatserij). Uiteindelijk kon daar de bijna onmogelijk grote prestatie bij horen van een ander helpen. De superieure persoon is dan zo superieur dat hij degene die hij kan vermorzelen in bescherming neemt, al mag die dan slavenwerk verrichten uit dank voor ontvangen genade!
Dat laatste zie je bijvoorbeeld in landen met een schaamtecultuur in de omgang met minderheden. Een machtige, zelfbewuste meerderheid voelt zich superieur aan de minderheden. Die zouden vernietigd kunnen worden. De goedhartige, hoogverheven meerderheid doet dat niet. Minderheden moeten dan wel uit dankbaarheid accepteren dat ze tweederangsburgers zijn, bepaalde beroepen niet mogen uitoefenen en hun godsdienstige gewoonten maar beperkt mogen nakomen. Als die daarover klagen krijgen ze de wind van voren. Ze zijn al zo bevoorrecht dat ze überhaupt mogen bestaan!
In eerethiek draait het om competitie, om de beste te zijn. Dus om de buitenkant waarmee je kunt scoren. Het gaat om zien en gezien worden, horen en gehoord worden. De mening van anderen telt heel zwaar. Door hen wil je geëerd worden en dan uiteraard vooral door degenen aan wie jij zelf veel eer toekent. Gewetensethiek hecht juist belang aan innerlijke gedachten en gevoelens. Gewetensethiek is niet uit op het ontvangen van eer van mensen. Jezus verzet zich tegen de uiterlijke, indrukwekkende vroomheid van Farizeers en pleit voor oprechte vroomheid in de binnenkamer. (Een voorbeeld van Kinneging!)

Als mensen in de eerethiek goed gevonden willen worden door grote personen die al overleden zijn, gaat zich een deel van de ethiek echter ook naar binnen verplaatsen. Dan ontvangen ze geen zichtbare eer, maar zijn ze toch tevreden dat ze die wel zouden ontvangen hebben als bijvoorbeeld hun voorvader nog geleefd zou hebben. Zo gezien kun je wel spreken van het geweten in de eerethiek. Ook dan staat echter centraal dat iemand overdenkt bij zichzelf welk gedrag van zichzelf tot eer of tot schande strekt. Het christelijke geweten zit anders in elkaar. De christen vraagt zich af: ben ik schuldig of onschuldig, heb ik gezondigd tegen de geboden of niet?

Grieken en Romeinen konden er trouwens niet goed tegen als ze mensen ontmoetten die geen eergevoeligheid ten toon spreidden, zoals de christenen. Tegenover zulke ‘eerloze’ of ‘schaamteloze’ lieden traden ze hard op. Parallel daaraan hadden christenen moeite met mensen die gewetenloos handelden tegenover God en medemensen.
Iemand uit de gewetensethiek voelt zich schuldig als hij een ander tekort gedaan heeft. Hij is dus op het welzijn van de ander gericht. De boosheid van een ander geeft hem een schuldgevoel. Of een ander terecht boos is en iemand zich terecht schuldig voelt wordt bepaald door afgesproken regels, geboden of wetten. In de gewetensethiek vindt iemand het verschrikkelijk als hij gezondigd heeft.

Iemand uit de eerethiek kijkt precies andersom. Die is op zichzelf gericht. Hij wil scoren. Er wordt hem iets aangedaan, waardoor hij van eer beroofd wordt. Of hij ontvangt eer. Daarbij is dus het criterium hoe de ander naar hem kijkt.

Iemand vraagt zich vanuit de gewetensethiek af: wat heb ik de ander aangedaan? Moet ik berouw hebben of niet? Heb ik de verantwoordelijkheid om iets goed te maken? In de gewetensethiek past het om terechte kritiek te accepteren en zelfs openlijk zelfkritiek te hebben of schuld te belijden.

Iemand uit de eerethiek vraagt zich af: hoe denkt de ander over mij? Veracht hij mij of acht hij mij hoog? In de schaamtecultuur vindt iemand het verschrikkelijk als hij gezichtsverlies lijdt. Overtredingen of fouten zal hij ontkennen of toedekken om de schaamte niet nog groter te maken. Er verantwoordelijkheid voor nemen is onmogelijk. Openlijke zelfkritiek en publieke schuldbelijdenis zijn binnen de eerethiek onbestaanbaar.


In een eerethiek / schaamtecultuur is geen vijandsliefde. Als jij de beste wilt zijn, ben je blij als je vijand ten onder gaat en zal je zelfs je dode vijand nog proberen te vernederen.
Toen kolonel Ghadaffi in Lybië in 2011 door zijn tegenstanders gepakt werd, werd hij gelyncht en met een stok verkracht (alleen het verhaal erover past al in een schaamtecultuur waarin tegenstanders vernederd worden, of het verhaal waar is of niet) en zijn lichaam werd ongeveer een week ten toon gesteld. De Lybiërs vonden het maar vreemd dat mensen uit het Westen (de schuldcultuur dus) dit gedrag een oorlogsmisdaad noemden.
In een eer- en schaamtecultuur kennen mensen geen zelfspot en geen humor over eigen standpunten. Zelfrelativering ontwikkelt zich niet in een eercultuur. Integendeel, als je zelf groot en sterk wilt zijn, is de beste humor het bespotten van anderen, van de losers (in jouw ogen). Dat is dus leedvermaak. Je bent boos als er grapjes over jou gemaakt worden.
Dit is ook een opmerkelijk verschil tussen Joden en hun tegenstanders. Er is geen volk met zoveel humor en zelfspot als het Joodse. Bij hun tegenstanders vind je die niet. Kijk ook eens hoe er in de moslimwereld gereageerd wordt op spotprenten over de Islam in Westerse media. Die roepen diepe woede op en zetten niet aan tot nadenken. Intussen kunnen kranten in moslimlanden zelf wel karikaturen plaatsen van het Westen of Israël..

Dit punt zie je trouwens ook terug in de competitieve sportwereld. Een sporter lacht hard als zijn tegenstander verliest of op z’n gezicht valt en hij zelf wint. Hij kan geen grappen verdragen over een eigen sportieve fout die tot z’n verlies leidde. Hij schaamt zich nog jarenlang voor z’n sportieve blunder en durft misschien zelfs niet meer te verschijnen bij succesvolle collega’s.
Een citaat uit het Nederlands Dagblad (14-06-2011): Tegenover de Nederlandse cultuur, die gericht is op het individu of kerngezin, mondigheid, verantwoordelijkheid nemen en schuld erkennen, staat de Marokkaanse cultuur die traditioneel gericht is op het collectief, de ‘extended family’ met ooms, tantes, neven, nichten en grootouders, behoud van eer en sociaal aanzien, aanpassing, zwijgen en het hanteren van het schaamtegevoel (‘hashouma’) als een correctiemechanisme. Als een Marokkaanse oudere zegt ‘Schaam je!’, weet iedere jongere waar hij aan toe is. Maar over schuld of verantwoordelijkheid wordt dan niet gepraat. Het collectief masseert een probleem met de schaamtereflex weg. Aldus Sheid Novin, een promovenda op de vraag hoe Marokkaanse jongeren met de tweespalt in hun leven tussen een schuld- en schaamtecultuur omgaan.
Westerlingen roemen de Oosterse gastvrijheid. Als ze bij mensen thuis eten in Azië worden ze overladen met voedsel en drank. Vanuit de gewetensethiek lijkt dit geweldig: de Oosterlingen hebben zelfs onbekende buitenlanders lief. In werkelijkheid is er iets anders gaande. De Oosterse gastheer wil geen gezichtsverlies lijden. Zijn vrouw heeft zich urenlang afgebeuld om een rijke maaltijd te maken. Hij heeft zijn laatste schaap geslacht, zodat zijn kinderen nu honger gaan lijden. Maar zijn eer is gered! Dan moet de Westerse gast de zure paardenmelk wel drinken en kant en klare schapenkop wel opeten, want anders lijdt de gastheer alsnog gezichtsverlies. Hij zal als zijn gast niet eet of vroeg stopt met eten beleefd blijven knikken en intussen heel boos zijn.
In de gewetensethiek is sprake van verdriet en boosheid over aangedaan onrecht. Je hoort medelijden te hebben met slachtoffers. In de eerethiek gaat het om minachting van lafheid, laagheid, slapheid en hoogachting voor moed en voortreffelijkheid. Mensen die in de gewetensethiek medelijden oproepen, armen of gehandicapten bijvoorbeeld, kunnen dus vanuit de eerethiek veracht worden.
Daarom is het bijvoorbeeld ook zo lastig om Hindoes positief te laten denken over mensen uit de laagste kaste in de samenleving. Die roepen geen medelijden maar verachting op. En daarom is het te begrijpen dat juist de mensen uit de laagste kaste, de dalits, open staan voor het Evangelie en de gewetensethiek die daarbij past!
Gewetensethiek leert bewogenheid te hebben – en die mag je ook tonen – voor slachtoffers. Iemand in de eerethiek let niet zozeer op leed van anderen. Hij zal eerder zichzelf slachtoffer voelen, namelijk als hij in eigen ogen minachting ontvangt. Hij hoort daarop overigens met zelfbeheersing te reageren. Verdriet tonen over jezelf is teken van zwakte.
Als je dan in het Midden Oosten op oneerlijke gronden ter dood veroordeeld wordt, houd je zo mogelijk nog een vlammende protesttoespraak en met opgeheven hoofd ga je je dood tegemoet.
Vanuit de gewetensethiek is iemand of een bevolkingsgroep doorgaans bereid tot vergeven of vergeten, als hem of de hele groep onrecht is aangedaan. En anders heelt de tijd de wonden. Vanuit de eerethiek vergeet je nooit wat een ander jou of jouw familie of jouw groep heeft aangedaan. Verlangen naar wraak blijft spelen om het gezichtsverlies goed te maken.
In de moslimcultuur bezorgen de kruistochten van duizend jaar geleden de mensen / sommige mensen nog steeds een trauma. Alleen het woord kruistocht (crusade) uit de mond van een Amerikaanse president kan hen al woedend maken. Het bloedbad dat de christenen toen hebben aangericht in en rond Palestina vinden ze nog steeds verschrikkelijk. Wij in het Westen zijn de kruistochten allang vergeten. Bovendien: wij zijn ook al lang vergeten op welke afschuwelijke wijze moslims het christelijke Oost-Romeinse rijk verwoest hebben. Het bloedbad dat moslims in Constantinopel hebben aangericht was net zo luguber als de verwoesting van Jeruzalem door de kruisvaarders. Wij horen de moslims daar ook niet over. Dat klopt. Binnen een schaamtecultuur onthoud je je ondergane vernederingen. Dat jij anderen wreedheden hebt aangedaan bij het veroveren van de macht, draagt juist bij aan je glorie.
Gewetensethiek formuleert concrete wetten en regels om zo het goede denken, spreken en doen te bereiken. De uitkomst is duidelijk: dit mag wel en dat mag niet. Het gaat om WAT je doet. Eerethiek richt zich op HOE je het doet. Eerethiek maakt daarbij gebruik van deugden die nooit zo scherp geformuleerd worden als geboden. Denk aan de klassieke deugden: wijsheid, moed, rechtvaardigheid en gematigdheid. De stoïcijnen leerden dat je daarnaar moest leven maar dat slaat meer op de manier waarop je leeft dan op concrete uitkomsten van het gedrag.
Grote woorden
Christelijk en daardoor een beetje Westers is: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Wees maar bescheiden over wat je zelf allemaal gepresteerd hebt en bescheiden in je kritiek op anderen. Oosters is: grote woorden gebruiken (inclusief onwaarheden) om jezelf te presenteren en even grote woorden (inclusief leugens) gebruiken om je tegenstanders onderuit te halen. Let maar op politici uit de eerculturen. Die maken zich daaraan schuldig (zeggen wij!) maar de mensen lopen massaal achter hen aan. Het blijkt ook bij andere gelegenheden. Als een Westerse christelijke spreker bijvoorbeeld in India een grote groep mensen moet toespreken, wordt hij zo indrukwekkend mogelijk geïntroduceerd (‘hij is de auteur van tien belangrijke boeken!’) en moet hij over zichzelf vervolgens niet bescheiden doen. Mensen nemen hem dan niet serieus. Ze willen onder de indruk zijn, delen in de eer van de beroemde spreker.
Gedeeltelijke verschuiving van schaamte- naar schuldcultuur
Hoe is het na de klassieke Oudheid verder gegaan in Europa met de gewetens- en de eerethiek? In het christelijke Westen is de eerethiek in de Rooms-Katholieke traditie altijd verbonden gebleven met de gewetensethiek. (Denk aan Thomas van Aquino en zijn deugdenleer). Luther, Calvijn en andere protestanten hebben eenzijdig de nadruk gelegd op gewetensethiek. De belangrijkste vraag die we ons volgens de reformatoren kunnen stellen is: ‘Hoe krijg ik een genadige God voor de overtreding van Gods geboden? Hoe krijg ik verzoening van mijn zonden?’
De protestantse ethiek heeft in het Westen de eerethiek teruggedrongen. Ze is echter nooit weg geweest. Je vindt eerethiek nu nog bijvoorbeeld in het leger, in de sport, in de politieke cultuur, in de onderwereld. Vergeet ook niet de immigrantengroepen uit Oosterse culturen . Daarvan zijn al veel voorbeelden genoemd. Eerethiek speelt een rol waar mensen de competitie aangaan en lintjes kunnen verdienen. Ze past bij een haantjes- en machomentaliteit. List en bedrog, anderen vernederen en zelf verhoogd worden drukken de rol van wetten en regels soms (tijdelijk) naar achteren. Om de eer van de gouden plak en de eeuwige roem te bereiken, kan een sportman besluiten de regels van dopinggebruik aan zijn laars te lappen. De gewetensfunctie schakelt hij even uit. Militairen kunnen om de eer van de overwinning in de strijd regels van rechtvaardigheid schenden. Politici kunnen met modder gooien naar collega politici om zo zelf beter te komen staan in opiniepeilingen. Ze kunnen gewetenloos (corrupt bijvoorbeeld) handelen om maar te blijven zitten op een eervolle post. Tegelijkertijd kunnen we voorbeelden bedenken van mensen die omwille van de eer deugdzaam handelen. Denk aan de nummer één van een sportwedstrijd, die zich inhoudt, om nummer twee, die materiaalpech heeft, ook een eerlijke kans te geven op de overwinning. Denk aan de generaal die de vijanden niet verplettert maar ze een eervolle aftocht aanbiedt als ze de strijd staken.
Stadsopvoeders bedenken van alles om het criminele gedrag van Marokkaanse jongeren terug te dringen. Onder hen zijn mensen die het liefst die jongeren zouden willen vernederen. Dat is immers een echte straf binnen een schaamtecultuur. ‘We moeten ze in roze boevenpakken de straat laten aanvegen!’ Of het ooit in praktijk gebracht wordt is de vraag. Want het vernederen van die jongeren roept immers bij hen alleen maar de wens op om wraak te nemen. Ze zullen de Nederlandse gezagsdragers meer verachten dan ooit. Dat past ook bij een schaamtecultuur.

Verschuiving terug van schuld- naar schaamtecultuur
Wat is het effect van de secularisatie op de spanning tussen eerethiek en gewetensethiek? Sommigen zien dat als volgt: de secularisatie heeft weliswaar de geboden van God aan de zijlijn geplaatst, maar de gewetensethiek is gebleven. Gods stem is alleen vervangen door de stem van het menselijke individu. In dienst van het eigen ik is men de schaamte voorbij.

W.G.Rietkerk, schreef over schuld en schaamte in zijn boekje ‘Ik wou dat ik kon geloven’ (Kampen 1993). Je kunt volgens hem wel zeggen dat de gewetensethiek (zij het in geseculariseerde vorm) gebleven is. Tegelijk is ook waar dat steeds minder mensen zich druk maken om hun zonden en overtredingen. Wie worstelt er nu nog om vergeving van zonden? Mensen maken zich wel steeds drukker om hoe ze overkomen op anderen. Schuldgevoel wordt ingeruild voor faalangst: ik schiet tekort, ik heb het niet gehaald, ik ben niet de moeite waard, ik ga af. 3
Een sportman als Sven Kramer die vier jaar getraind heeft om de 10 kilometer op de schaats te winnen en dan één keertje verkeerd van baan wisselt, ontvangt geen enkele eer, al is hij in 2010 nog steeds de allersnelste van de hele wereld op die afstand. Dat geeft een enorme kater en een diep gevoel van falen, zowel van hem als van zijn trainer. Als Kramer vervolgens respectvol blijft spreken over zijn trainer, getuigt dat van karakter en ontvangt hij daarvoor wel eer.
Veel mensen worden volgens Rietkerk niet meer terneer gedrukt door schuldbesef maar door schaamte. Om het iets ingewikkelder te maken: veel mensen noemen hun schaamtegevoelens dan ook nog eens schuldgevoelens! Ze zeggen: ik voel me schuldig, maar ze bedoelen dat ze niet aan de hoge lat voldoen. Ze schamen zich daarom voor anderen. Hiermee krijgt het thema ‘schuld en schaamte’ niet alleen een ethische, maar ook een pastorale dimensie!
Onze samenleving wordt, onder invloed van de Amerikaanse cultuur, steeds competitiever. Wie niet keihard werkt in een proces van levenslang leren krijgt het gevoel dat hij zich moet… schamen. Die persoon heeft niets fout gedaan en toch heeft hij het niet goed gedaan. Wie binnen een bedrijf niet meedoet om meer targets te halen, wordt in functie teruggezet en het hele gezin kan zich schamen voor een pa of ma die mislukt. Schoolmeesters moeten steeds voorzichtiger worden om mee te delen aan ouders dat hun kind niet goed kan meekomen op school: ouders worden dan in hun eer aangetast, omdat hun kind en dus zijzelf niet aan de eisen kunnen voldoen. Ze schamen zich daarvoor. In een nieuwe schaamtecultuur is iedereen bezig zijn eigen WK te spelen, daarin te slagen of daarin te mislukken en af te gaan.
Uitspraak van een beroemde persoon: ‘Als ik op mijn sterfbed al mijn doelen behaald heb, beschouw ik mijn leven als mislukt’. Hier horen we dat iemand voor zichzelf een extreem hoge lat heeft. Nooit mag er een moment in zijn leven komen om op zijn lauweren te gaan rusten omdat hij voldoende bereikt heeft. Hij zou zich dan op zijn sterfbed nog schamen.
De bijbel is een Oosters boek
Even een citaat uit het ND van 04-01-2014. Missioloog Kees Haak (Kampen) is aan het woord:

Hoe ga je bijvoorbeeld om met een schaamtecultuur, een cultuur waarin relaties belangrijker zijn dan waarheid en werkelijkheid en waarin angst een centrale emotie is? Daar zijn we in Nederland hard naar op weg. Relaties gaan tegenwoordig boven waarheid. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de manier waarop Nederlanders met elkaar omgaan in de sociale media (facebook, twitter). Het is ook de reden dat de gelijkenis van de verloren zoon de moderne mens zo aanspreekt. In de gelijkenis komt het kruis niet voor en ook geen voldoening van schuld. Het verhaal past naadloos in een schaamtecultuur, waar relaties leidend zijn. In veel bijbelverhalen zit de schaamtecultuur van het oude Israël verweven. Westerse christenen kijken daar zomaar overheen. Dat David overspel pleegt met Bathseba roept bij een Afrikaanse christen meer op dan bij een Nederlander. Hoe kon het dat de badende Bathseba zo zichtbaar was voor de koning? Waarom sprak niemand de koning daarop aan? Dat doe je niet in een schaamtecultuur. Iedereen weet ervan, maar iedereen houdt ook zijn mond uit angst de relatie op het spel te zetten.’


Als Westerse christenen lezen wij wel de woorden ‘geboden’ en ‘zonden’ in de bijbel. Dat ‘schaamte’ en ‘eer’ woorden zijn die ook vaak in de bijbel voorkomen (denk eens aan de psalmen!) merken wij niet eens op! Als wij zien dat de bijbel geschreven is in een schaamtecultuur met bijbehorende eerethiek, begrijpen we sommige Bijbelgedeelten beter. Zomaar wat voorbeelden.
David vernedert zich met het gewone volk (2 Sam. 6). Dat is onbestaanbaar in een Oosterse samenleving. Michal, de koningsdochter heeft er dus begrijpelijke kritiek op! Vervolgens neemt David geen wraak op z’n vrouw omdat zij hem op haar beurt vernederde. Ahasveros stuurt later Zijn vrouw Vasti wel weg als zij niet doet wat hij wil (Esther 1). Dát past wel bij eerethiek. Wat ook opvalt bij David en Michal is dat God Michal straft. Daarmee laat God zien dat Michal er met haar eer- en schaamtegevoel naast zit. Bovendien past dat bij het Oude Testament dat niemand wraak mag nemen die in zijn eer aangetast is. Als het nodig is, neemt God wraak. Dat doet God dus hier voor David. God nam het in Num. 12 voor Mozes op, toen die in zijn eer werd aangetast door Mirjam en Aäron. Dat iemand niet vecht voor zijn eigen eer, nadat hij vernederd is, is in een schaamtecultuur onmogelijk.

In 2 Sam. 9 neemt David Mefiboseth, de gehandicapte kleinzoon van Saul, op in zijn gezin. Dat is voor Mefiboseth eervol. Voor David verhoogt het zijn eer niet. David is hier meer dan een hoogverheven vorst die zich ontfermt over een nietige sterveling (zoals het in de Griekse eerethiek kon gebeuren). Er lijkt sprake te zijn van echte liefde van David, omwille van Jonathan. Mefiboseth wordt ook niet in een positie van nederige dankbaarheid gedrongen. Dat zou weer passen bij de schaamtecultuur. Mefiboseth reageert zelf wel vanuit de schaamtecultuur door zichzelf een dode hond (een diepe belediging – nóg in het Midden-Oosten!) te noemen die het niet waard is door David ontvangen te worden.


Amnon verkracht Thamar en Absalom neemt eerwraak (2 Sam. 13). Het zou zomaar in een huidige moslimcultuur kunnen spelen. Let er wel op: Absalom wordt echter niet als de held neergezet. Even later komt hij zelfs om het leven, als gevolg van zijn zelfoverschatting in de competitie met zijn vader David. Daarin neemt het Oude Testament toch ook al afstand van de eerethiek.
Een interessante onderzoeksvraag is trouwens: in hoeverre is het handelen van God zoals dat in het Oude Testament verhaald wordt, gericht op zijn eigen eer? Hoe moeten we dat dan plaatsen in de cultuur van die dagen? Als God geweld niet schuwt om zijn eigen eer hoog te houden, wat kunnen we daar dan van denken?
Exegese kan wijzigen! Job 19:25-27, waar Job zegt dat zijn Verlosser leeft en dat hij Hem zien zal, werd altijd uitgelegd vanuit de schuldbenadering. Job meende dan dat zijn zonden vergeven waren en dat hij God zou zien in de hemel. Vanuit de eeroptiek krijg je een andere uitleg. ‘Het gaat hier niet om opstaan uit de dood, maar dat God opstaat om Zijn verantwoordelijkheid te nemen door te getuigen en Job te verdedigen. God zal hem rechtvaardigen, zijn zaak afsluiten en hem in eer herstellen. Het gaat hier niet om de Verlosser die Jobs schuld verzoent maar om de Verlosser Die Jobs onschuld aantoont tegenover de valse beschuldigingen van vrienden die geen echte vrienden blijken te zijn’ (een citaat van dr J.Hoek uit het RD van 1-12-2017). Zie ook de NBV van deze tekst.

We begrijpen ook iets meer het revolutionaire karakter van Jezus’ optreden. Hij lette niet op zijn eer en verbond zich met tollenaren en andere zondaren. Daarvan moest de elite van het land niets weten. Hij ging eten met slechte mensen en gooide zo zijn naam te grabbel. In een schaamtecultuur kijk je minachtend neer op mensen die niet van jouw soort zijn. Die bied je geen tafelgemeenschap aan. Vijanden liefhebben? Ongehoord!

Over het verlangen naar eer en erkenning zegt Jezus kritisch in Joh. 5:44 dat mensen zich wel druk maken om de waardering van medemensen en te weinig om de eer die ze van God kunnen ontvangen. ‘Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven.’ (NBV). Waarvoor valt er bij God eer te behalen? In de erkenning van zijn Zoon. In het navolgen van Jezus, ook al levert dat lijden en verachting op.

De boodschap van Jezus is ook verrassend. God is niet alleen de Vader die mensen zonden vergeeft, maar ook in hun eer herstelt. Denk maar aan de gelijkenis van de verloren zoon. Oosterse Bijbellezers pikken dat eruit! Die zien trouwens nog meer: een jongste zoon die zijn vader beledigt, die schande op zich laadt in het buitenland. Ze zien ook een vader die anders dan een gewone vader, geen wraak neemt maar zelfs de schande van zijn zoon op zich neemt. Dat is een ongekende boodschap in het Oosten! De oudste zoon vindt het niet voor niets bizar wat er gebeurt.



De dwaasheid van het Evangelie
In Johannes 13 staat dat Jezus, die alle macht heeft (mooier is er niet in een eercultuur), die aflegt om de voeten van onwillige discipelen te wassen. Dat werkje was hun eer te na. Petrus die in Jezus de Messias ziet, kan het niet verkroppen dat Hij zijn eer te grabbel gooit door het smerige werk te doen van een slaaf. Hij ergert zich aan Jezus. In het verlengde daarvan ligt de latere ergernis aan de kruisdood van Jezus. Die was zo smadelijk dat een Oosterling daar onmogelijk Gods werk in kon zien. En toch leidt de weg van de vernedering van Jezus tot zijn verhoging en dat is weer tot eer van de Vader (Phil. 2:8-11). Westerlingen zijn daarvan ontroerd, maar geslaagde Oosterlingen moeten wel even slikken voordat ze dit kunnen geloven. De kruisdood van Jezus wordt niet voor niets in de koran ontkend.

Paulus komt meer dan eens op dit thema terug. Hij beseft dat hij met een dwaze boodschap komt (1 Cor. 1), maar hij scháámt zich niet voor het Evangelie ( Rom. 1:17). Hij roemt, anders dan de Grieken, in zwakte en dwaasheid ( 2 Cor. 12:9-11). Lijden voor het evangelie was voor Timotheus ook: staande blijven in een schaamtecultuur met een vreemde boodschap. Timotheus is de vriend van een gevangene (Paulus) die de boodschapper is van een gekruisigde. Dat is in de beleving van de Grieken bizar. Daar moet je niet bij willen horen. Met Gods hulp komt men de schaamte echter te boven (2 Tim. 1:8).



Een missionaire context

Wie in het zendingswerk terecht komt, kan niet zomaar met z’n Westerse gewetensethiek / schuldcultuur binnenwandelen in een schaamtecultuur / eerethiek. Dat gaat tot misverstanden leiden. Je kunt je zelfs afvragen of Westerlingen het bijbelse spreken in die context te kort doen als ze alleen maar hun eigen theologie als uitgangspunt nemen. Ook al is het evangelie een dwaasheid in een eercultuur, er zitten toch ook eer-elementen in de bijbelse boodschap.

Er zijn verschillende bijbelse metaforen over de relatie tussen God en mensen die verbroken is en weer goed komt. Er is een juridische metafoor (straf, vergeving, verzoening), er is een economische (straf betalen, aan de schuldeis voldoen). Die metaforen passen prima in de schuldcultuur / gewetensethiek. Andere metaforen komen daar minder uit de verf: de tempeldienst (rein, onrein, toewijding, offer), het slagveld (strijd, vijandschap, overwinning), de slavenmarkt (gevangen, bevrijd, losgeld) of gezondheidszorg (ziek, heling, medicijn, genezing).

De Heidelbergse Catechismus gebruikt de juridische en economische metafoor. Het gaat daar over het ‘kruis der verzoening’. De andere metaforen worden niet gebruikt. Dat levert al iets eenzijdigs op in het gereformeerde geloofsonderricht. (Hoe is dat trouwens in evangelische kringen??). Ga de HC vertalen en onderwijzen bij de Papoea’s. Dat sluit niet aan. Zij zijn verwikkeld in een strijd tegen kwade, bovennatuurlijke machten. ‘Strijd’, ‘overwinning’ raken hen veel meer dan juridische beelden. In hun schaamtecultuur hebben ze veel meer belang bij eer en eerherstel dan bij schuld en boete. De evangelieverkondiging kan daarom nooit genoeg accent leggen op de overwinning van Pasen. Toen werden duivel en dood verslagen! Het ethiekonderwijs kan beter aansluiten bij het eerherstel van Gods majesteit. Dát motiveert mensen tot gedragsverandering. Het spreken over schuld en straf doet dat in Irian Yaja minder. (Zie Arnolt Huijgen e.a., Handboek Heidelbergse Catechismus, Utrecht 2013, blz. 366)



  1. Het woord ‘eerlijk’ is op zich al bijzonder. Het staat voor waarheidsgetrouw, oprecht. Blijkbaar heeft dat met eer te maken! Er zijn in het Nederlands veel woorden en uitdrukkingen waarin het woord ‘eer’ zit. Leg ze maar uit!:‘Naar eer en geweten handelen’, ‘Dat is mijn eer te na’, ‘Dat is oneerlijk’, ‘Eerlijk duurt het langst’, ‘Bedanken voor de eer’, ‘Op iemands eergevoel spelen’, ‘Deze vader heeft twee zonen verloren op het veld van eer’, ‘Met militaire eer begraven’, ‘Iemand in zijn eer aantasten’, ‘De eer ophouden’, ‘Op mijn woord van eer’, ’Iemand eren / eer bewijzen’, ‘Iemand de laatste eer bewijzen’, ‘’s Lands wijs, ’s lands eer’, ‘Eervol ontslag’, ‘De eer aan jezelf houden’, ‘In ere herstellen’, ‘Hij is eergevoelig’, ‘Eerwraak’, ‘Een vrouw van haar eer beroven’. ‘Roem’ en ‘eer’ zijn ook een bekend koppel. Er zijn ook diverse woorden en uitdrukkingen waarin ‘schuld’ voorkomt. Let op: ‘schuld’ heeft verschillende betekenissen, een economische, morele en juridische. (Iemand kan er geen schuld aan hebben dat hij schulden heeft!). ‘Schuldloos gescheiden’, ‘Ik ben schuldig’, ‘Ik voel me schuldig’, ‘Buiten iemands schuld’, ‘Belofte maakt schuld’, ‘Iemand de schuld geven’, ‘Schuldbewustzijn’, ‘Schuld belijden’ ‘Daar ben jij schuldig aan’, ‘Ik sta bij jou in de schuld’, ‘Iemand verontschuldigen’, ‘Iemand ontschuldigen’- een term uit de contextuele therapie.

  2. Kun je zeggen dat eerethiek in hoofdzaak gewoon een vorm van doelethiek is en gewetensethiek een ander woord voor plichtethiek/normethiek? Verduidelijk je standpunt.

  3. Kun je zeggen dat schaamtecultuur/eerethiek of schuldcultuur/gewetensethiek getuigen van een lagere of hogere ontwikkeling? Welke is dan de hoogste, welke de laagste? Is dat onzin? Waarom dan?

  4. Waarin herken jij je het meest a of b? Leg uit.

    1. Je geweten spreekt. Je hebt mensen pijn gedaan. Je bent boos op anderen maar nog meer op jezelf. Jij belijdt vervolgens je zonden voor God, maar ook aan jouw ‘slachtoffers’. Je bidt / vraagt om vergeving. Als je die ontvangt, is je geweten gerust gesteld.

    2. Je hebt je doel niet gehaald. Je werd niet nummer één. Je hebt geblunderd. De mensen lachen je uit. Je voelt je gekrenkt. Je bent boos op jezelf maar eigenlijk nog meer op anderen. Je belijdt je tekorten voor God en je vraagt of Hij je in eer zal herstellen. Je gelooft dat God dat doet. Je kunt er vervolgens tegen als je collega’s de andere dag een beetje minzaam glimlachen als je binnenkomt.

  5. Zit er voor ons Westerse christenen in het geloof nog steeds dwaasheid om je voor te schamen? Of zijn wij de schaamte te boven?

  6. Aanstaande zondag mag jij voorgaan in de kerkdienst. Je bidt met en voor de gemeente: ‘Vergeef ons onze schulden!’ Zou je willen toevoegen: ‘Herstel ons weer in onze eer’?




1 Volgens een politierapport waren er in 2016 in Nederland rond de 2500 meldingen over zaken die te maken hadden met eerkwesties. Ongeveer 450 ervan waren complex. Ongeveer 1 tot 3 % daarvan kende ook een dodelijke afloop.

2 Het onderscheid tussen schuld- en schaamteculturen wordt ook wel tegengesproken, bijvoorbeeld door de theoloog J.J. Suurmond in een artikel ‘Schuld en schaamte ‘ in Wapenveld, jaargang 59 nr 6, 2009, blz. 24-29 (digitaal te vinden).

3 Zie ook hiervoor het artikel van Suurmond.

  • Schuldcultuur en schaamtecultuur
  • Van Europa richting het Oosten en Zuiden
  • De klassiek oudheid kende een schaamtecultuur
  • Grote woorden
  • Gedeeltelijke verschuiving van schaamte- naar schuldcultuur
  • Verschuiving terug van schuld- naar schaamtecultuur
  • De bijbel is een Oosters boek
  • De dwaasheid van het Evangelie
  • Een missionaire context

  • Dovnload 56.25 Kb.