Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Eerste bundel

Dovnload 0.72 Mb.

Eerste bundel



Pagina1/17
Datum28.10.2017
Grootte0.72 Mb.

Dovnload 0.72 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17



EERSTE BUNDEL


GETROUW TOT DE DOOD

EERSTE BUNDEL
VIJFTIEN PREKEN
Over
VRIJE STOFFEN

Door
Dr. H. F. Kohlbrugge

1803-1875

Predikant te

Elberfeld, Duitsland

STICHTING DE GIHONBRON

Voltaweg 18

MIDDELBURG

2010


INHOUD

1. GOD EREN



Die Mij eren, zal Ik eren. 1 Samuël 2 : 30b
2. JABEZ

Jabez nu was heerlijker dan zijn broeders; en zijn moeder noemde hem Jabez, want zij sprak: Ik heb hem met kommer gebaard. En Jabez riep de God Israëls aan, enz.

1 Kronieken 4: 9, 10.


3. MANASSE

En toen hij in de angst was, smeekte hij voor den Heere, zijn God, en hij verootmoedigde zich zeer voor den God zijner vaderen. Enz. 2 Kro­nieken 33:12, 13
4. CHRISTUS’ BRUID

Mijn zuster, lieve bruid, gij zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein. Enz. Hooglied 4:12-16.
5. VERNIEUWDE BEKERING

HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn. Klaagliederen van Jeremia 5: 21a.
6. DE GOUDEN KANDELAAR

En de Engel, Die met mij sprak, kwam weder; en Hij wekte mij op, gelijk een man, die van zijn slaap opgewekt wordt. En Hij zeide tot mij: wat ziet gij? En ik zeide: ik zie en ziet, een geheel gouden kan­delaar en een oliekruikje boven deszelfs hoofd en zijn zeven lampen daarop; enz. Zacharia 4
7. JEZUS EN DE ZONDARES

En één der Farizeeën nodigde Hem bij zich ten eten. En Hij ging het huis van de Farizeeër binnen en zette Zich aan tafel. Lucas 7 : 36
8. GENEZING VAN EEN SAMARITAAN

En het geschiedde, toen Hij reisde naar Jeruzalem, dat Hij midden door Samaria en Galiléa trok. Lucas 17 : 11
9. ENKELE AANTEKENINGEN VOOR HET VERSTAAN VAN HET EVANGELIE VAN JOHANNES, HOOFDSTUK 1, VERS 1-18

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord. Dit was in den beginne bij God. Enz.


10. DE HEERE, FILIPPUS EN NATHANAËL

Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Ga­liléa en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij. Joannes 1:43
11. HET GESPREK VAN JEZUS MET DE SAMARITAANSE VROUW

Toen nu de Heere gewaar werd, dat liet de Farizeeën ter ore gekomen was, dat Jezus méér discipelen maakte en doopte dan Johannes (hoewel Jezus Zelf niet doopte, maar Zijn dis­cipelen), verliet Hij het land Judea en trok weer naar Galiléa. En Hij moest door Samaria reizen. Enz. Johannes 4: 1-6
12. JEZUS DE RECHTER

En Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te getuigen, dat Hij door God is aangesteld tot een rechter van levenden en doden. Aangaande deze (Jezus) leggen alle profeten getuigenis af, dat door Zijn Naam allen die in Hem geloven, ver­geving van zonden zullen ontvangen. Handelingen 10: 42 en 43.
13. BEKERING TOT GOD

en betuigd heb, beiden de Joden en Grieken, de boete (bekering) tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus. Handelingen 20: 21

14. GODS EED

Daarom heb Ik een afkeer gekregen van dit geslacht en Ik heb gezegd. Altijd dwalen zij met hun hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend, zodat Ik gezworen heb in Mijn toorn: Nooit zullen zij tot Mijn rust ingaan. Hebreeën 3: 10-11
15. De verhouding van man en vrouw in het huwelijk

Desgelijks behoren de vrouwen haar mannen onderdanig te zijn, opdat ook diegenen, die aan het Woord geen geloof hechten, door de wan­del der vrouwen zonder woord gewonnen worden, wanneer zij haar kuise wandel in de vrees aanschouwen. (…) Desgelijks gij mannen, woont bij haar met verstand, en geeft aan het vrouwelijke vat als het zwakste, zijn eer, als aan mede-erfgenamen van de genade des levens, opdat uw gebed niet ver­hinderd worde. I Petrus 3: 1-7

1. GOD EREN 1 Samuël 2 : 30b



Gepreekt 11 Januari 1852 te Elberfeld.
Gezongen: Psalm 84 : 4, 5 en 6

Psalm 101 : 3 en 4

Psalm 13 : 5.
Wij lezen eerst de geschiedenis: 1 Samuël 2 vers 12-17 en dan vers 22-30.
Tekst: „Die Mij eren, zal Ik eren". 1 Samuël 2 : 30b
Eli kende de stem van de Heere. God spreekt binnen in het hart van Zijn kind door Zijn Heilige Geest vanuit dit Bijbelblad en nochtans zo luid en duidelijk, dat Gods kind het heel goed kan weten: Dat is de stem van de Heere God, dat is de stem van mijn Vader. Dat doet de Heere één-, twee-, drie-, viermaal, al naar de omstandig-heden. Zo sprak God tot Abraham, tot Izak en Jakob door Zijn Heilige Geest; een ander kan daar misschien naast staan en verneemt niets. En nadat God zo met Zijn kind gesproken heeft, vaart Hij weer op en zegt: „Nu, mijn jongen, kunt ge weer alleen lopen".

Samuël, ofschoon hij de Heere toegeheiligd was, ken­de toch de stem des Heeren nog niet, zoals wij in hoofd­stuk 3 zien.

Eli had zijn zonen wel met woorden bestraft maar hij had hen van hun ambt moeten afzetten.

Stellen wij nu de volgende vragen:



  1. Wat is het: God te eren?

  2. Wanneer eert men Hem?

  3. Hoe eert God degenen, die Hem eren?



  1. Wat is het: God te eren?

Dus: Wat is het: God te eren? Dat zal ons duidelijk worden, als wij ons een weegschaal voorstellen. In de ene schaal ligt iets dat in onze ogen schoon, begeerlijk, noodzakelijk is; in de andere slechts een stuk papier. De laatste schaal gaat omhoog. Wanneer nu echter op het blad papier een ernstige waarschuwing geschreven staat dan is naar het zichtbare het eerste wel zwaarder; maar er komt een dag waarop al het zichtbare iemand in de steek laat, en men met schrik inziet, dat men de ge­trouwe waarschuwing in de wind geslagen heeft. Dan zal deze veel zwaarder wegen.

„Eer" betekent eigenlijk: zwaarte, gewicht. „Eren" wil dus zeggen: waarde aan iemand hechten. Wat vindt een mens nu zwaarder, gewichtiger; God en Zijn Woord, of hetgeen dat gezien wordt? „Eren" bete­kent dus: iemand voor volwichtig houden (iemand naar waarde schatten). Wat vindt de mens nu zwaarder, gewichtiger, belangrijker: God en Zijn Woord, of het­geen gezien wordt? God wordt niet gehoord of gezien, de hemel ziet men niet, en dat er een hel is gelooft men ook niet. Men wil zijn begeerte bevredigen, men jaagt naar vermaak en genot. En dan ja dan zal men wel zien of het Woord waar is of niet. Houdt het zinne­beeld van de weegschaal goed in gedachte. In de ene weegschaal ligt Gods Woord. Gods gebod en belofte. In de andere: rijkdom, eer, huiselijke vrede, vrouw, kind, genot, vermaak. Wat kiest u nu? Wie oprecht is voor God, voor God niet liegt, zichzelf ook niets wijsmaakt, die zal het bij zichzelf wel gewaar worden en belijden hoe het er bij hem uitziet, terwijl hij voor al het zichtbare staat, hoe bang het hem wordt als hij in aanvechting komt. Ook daar heeft hij toch de Heere en Zijn Woord voor zich, - en nu zou hij toch graag willen verkiezen, wat naar het zichtbare zo gewichtig en belangrijk is.

Iedereen is echter niet zo eerlijk om dit van zichzelf te bekennen. Men wil vroom zijn, meent God te eren, en men doet toch tegelijkertijd allerlei dingen, die erger zijn dan hetgeen de zonen van Eli deden. Dat is echter God eren, wanneer men God en Zijn Woord voor gewich­tiger en belangrijker houdt dan al hetgeen gezien wordt en waarop een mens zo graag met zijn hart vertrouwt. Wat wij hier van Eli lezen, dat hij de nek brak en dat zijn zonen op het slagveld vielen, dat zijn niet zo maar oude geschiedenissen, maar zij behelzen eeuwige waar­heden, de waarheid, dat wanneer men God en Zijn Woord voor zichzelf niet als het gewichtigste verkiest, men in Gods oordeel gestraft wordt.

Wie door Gods Wet gearresteerd is en in de afgrond der hel ligt, die zal God eren, wanneer hij God recht­vaardigt, wanneer hij zichzelf aanklaagt en verdoemt en op alle vloeken der Wet „Amen" schrijft. Klaag uzelf bij God aan, dat gij Hem niet geëerd hebt. Iedereen mo­ge het ter harte nemen en niet zo licht denken, dat hij God eert. In de gehele handel en wandel van de mens komt het aan het licht waarop hij in de grond der zaak uit is.


  1. Wanneer eert men Hem?

Een tweede weg om God te eren is, dat men met zijn hart de weg der zaligheid gaat, die God Zelf gelegd heeft; dat men geen andere weg der zaligheid wil, dan deze Ene, dat men met zijn zonden de toevlucht neemt tot de genade, om uit genade gered te worden, dat men God niets anders brengt dan het losgeld, dat alleen voor Hem geldt, dat men zijn zonden legt op het Lam en met dit Lam tot God kome. God eren is: dat men in de heiligmaking afgezien hebbe van alle eigen heiligheid en zelfreiniging, van alle werken om daardoor gerechtvaardigd te worden, dat men afstand gedaan hebbe van zulk een roem, als zou men gelovig, vroom, bekeerd zijn, dat men voor God als een arm zondaar staat zonder meer, niet zoals men vóór de bekering voor God stond, maar duizendmaal meer als een arm zondaar, en dat men in zulk een machteloosheid gelooft in de vol­komen gerechtigheid en heiligheid in het bloed van Jezus Christus.

Daarmee wordt God geëerd, dat zulk een waarheid in een mens waarheden des levens zijn, zodat ze de dagelijkse spijs en drank van de ziel worden. Daarmee, dat men verkiest, wat Ruth zich verkozen heeft.

Verder daarmee, dat men Gods bevel, wet en gebod voor gewichtiger, waarachtiger en duurzamer aan­ziet dan alle lokstemmen en bedreigingen der mensen, zodat men liever in de gloeiende oven gaat, dan dat men het beeld van Nebukadnézar aanbidt. Dat is God eren, dat men onder alle kruis, nood en ellende zich buigt onder de krachtige hand van God, dat men tot zichzelf inkeert en, als God met de roede komt, erkent dat men de straf verdiend heeft, dus eronder buigt, opdat God en Zijn Woord geprezen worde, al zou ook het hart daar­onder breken.

God eren is dus: dat men gelooft dat God is, dat Zijn Woord waar is; en dat men zelf niets is, bekeerd of onbekeerd; en dat ook de eigen gerechtigheid niets is; dat men belijdt: „Ik heb niets, ik weet niets, ik deug niet, ik ben, aan mijzelf overgelaten, verloren en vaar regelrecht ter hel, maar ik houd mij aan het Woord, dat zal mij niet beschamen. Over korter of langer tijd ben ik uit deze wereld weg; en of ik hier beneden nu ook geleden heb en versmaad en vervolgd ben geworden en het met mij door nacht en duisternis gegaan is dan zie ik mijn God in de eeuwige zaligheid.


  1. Hoe eert God degenen, die Hem eren?

Van degene, die God nu zó eert, zegt God: „die zal Ik ook eren.” Hoe een God nu zulk een mens?

Ten eerste voor Zijn Rechterstoel. Wie zichzelf aanklaagt en God recht toeschrijft, die wordt door God aange­nomen.

Ten tweede: degene, die gelooft dat God is en een Beloner is dergenen die Hem zoeken, die onder­vindt het hoe God belonen kan. Wie in de weg van rechtvaardigmaking en heiligmaking zichzelf ten diepste vernedert en God op het hoogst verhoogt, die zal er­varen, dat God met hem doet naar zijn geloof. Wie het belijdt, dat hij zijn weg verdorven heeft, wie er­kent dat het waar is, wat de Heere zegt, dat uit zijn hart voorkomen: „kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onver­stand'', (Mark. 7 : 21 en 22) bedekt zijn aangezicht en valt voor God in het stof, evenals Jesaja toen hij uitriep: ,,Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben", — die zal de heerlijkheid van de Heere Jezus zien.

God zal hem eren, terwijl Hij hem opricht uit het slijk, want voor God geldt alleen het bloed, dat op Golgotha vergoten is. God eert aldus, dat Hij Zijn al­machtige Geest, Die Zijn Zoon verworven heeft, laat neerstromen op al het dorre, dat hij aan de verloren zondaar Zijn liefde en barmhartigheid in Christus Jezus openbaart. God eert ook zo, dat Hij de zijnen door­helpt in dit leven, een ieder naar zijn stand. Het is toch onmogelijk, dat men zich vasthoudt aan het onzichtbare en gelooft dat Hij is, en dan toch moet omkomen. Men mag Hem zijn lichaam, zijn buik, toevertrouwen, - God helpt de ellendigen heerlijk. Hij laat Zijn kind niet varen, maar verhoort zijn gebed. Amen.

Nazang: Psalm 13 : 5.


Heer' U vertrouw', U hang ik aan,

Daar Uw ontferming redden kan

Dikwijls juicht' ik in mijn smarten

Vanwege Uw heil en zing van harte;

Heer', Gij hebt mij steeds welgedaan.
(Naar de Duitse berijming van Matthias Jorissen).


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

  • INHOUD
  • 1. GOD EREN 1 Samuël 2 : 30b

  • Dovnload 0.72 Mb.