Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Eeuw cultureel

Dovnload 32.98 Kb.

Eeuw cultureel



Datum05.12.2018
Grootte32.98 Kb.

Dovnload 32.98 Kb.

REMEDIËRINGSOEFENINGEN BESTEMMING 1: CULTUREEL


BESTEMMING 1: DE LANGE 16de EEUW – CULTUREEL

HUMANISME



  1. Antropos is Grieks voor mens. Wat betekent dan antropocentrisme?

  2. Haal uit doc 40-43 vier concrete voorbeelden van de invloed van het antropocentrisme op de samenleving.

  3. Doc 44.

  1. Wat moet Pantagruel allemaal leren?

  2. Er is sprake van homo universalis. Wat wordt hiermee bedoeld?

  3. Betekende de oplomst van het humanisme dat je niet meer gelovig moest zijn?

  1. Doc 45-46

  1. Waaraan ergerde Erasmus zich?

  2. Wat was volgens Erasmus de oplossing?



WETENSCHAP

  1. Op welke manieren kan een leerling volgens Montaigne het meest leren? (doc 47)

  2. Hoe heet de wetenschappelijke methode die Bacon beschrijft? (doc 48)

  3. Hoe doe je volgens Descartes het best een onderzoek? Hoe heet deze methode? (doc 49)

  4. Wat Vesalius een rationalist of empirist? Gebruikte hij de methode van inductie of deductie? (doc 50)

REFORMATIE

  1. Op welke vier wantoestanden binnen de kerk gaf Erasmus kritiek? (doc 51-52)

Met betrekking tot bepaalde lieden van de lage clerus




Met betrekking tot de hoge clerus




Met betrekking tot de paus






  1. Doc 53-54

  1. Wie wordt op de linkse spotprent afgebeeld? Wat doet hij? (doc 53)

  2. Wat wordt er op de rechtse spotprent afgebeeld?

  3. De twee spotprenten werden door Lucas Cranach samen gepubliceerd. Wat zou ermee bedoeld worden?

  4. Welke regel uit het Bijbelverhaal bevestigt de visie van Cranach.



  1. Doc 55-57

  1. Wie was Maarten Luther?

  2. Wat was een aflaat?

  3. Waarom paste het concept van een aflaat perfect in het plaatje van de laatmiddeleeuwse optelvroomheid.

  4. Wat was Luthers reactie op de verkoop van aflaten?

  5. In intro 4 heb je nog een wantoestand binnen de katholieke kerk bestudeerd. Wat ging er mis?

  6. Wat moesten christenen wel doen?

  7. Welke stelling van Luther zal de paus in het bijzonder geërgerd hebben?



  1. Boek p. 51

  1. Welke twee problemen moest Luther overwinnen om zijn sola-scritureprincipe in de praktijk om te zetten?

  2. Hoe stond Luther tegenover heiligenverering?



  1. Boek p. 52

  1. Wie wordt links afgebeeld? Hoe zie je dat?

  2. Welk principe van Luthers leer wordt hier afgebeeld?



  1. Waarom versnipperde de protestante beweging zo snel in zo veel groeperingen? (doc 58)



  1. Doc 59-61

  1. Welke opvatting tref je zowel aan bij Luther als bij Calvijn?

  2. Welke twee opvattingen zijn kenmerkend voor Calvijn?



  1. Doc 62

  1. De Engelse kerk werd in de 16de eeuw een staatskerk. Waarom scheidde de Engelse kerk zich af?

  2. Omschrijf het begrip staatskerk.

CONTRAREFORMATIE & KATHOLIEKE REFORMATIE

  1. Doc 63-69

  1. Met welke twee belangrijke doelen ging het Concilie van Trente van start?

  2. Vat het antwoord van de kerk samen.

Protestantse standpunten

Antwoord van de katholieke kerk

Sola- scriptura-principe




Sola-fide-principe




Kritieken op wantoestanden lage clerus




Kritiek op aflatenverkoop




Afkeuren heiligenverering






  1. Welke strategieën gebruikte de katholieke kerk om de reformatie tegen te gaan?



  1. Haal de vier belangrijke religieuze strekkingen in de 16de eeuw uit doc 70.

RENAISSANCE

  1. Wat betekent ‘renaissance’ letterlijk?

  2. Wat wordt daarmee bedoeld?

  3. Vergelijk gotische kunst met renaissancekunst. In welke opzichten verschillen ze?

  4. Markeer de onderdelen van de klassieke tempel (Klassieke Oudheid) die je herkent in de gevel van de Santa maria Novella.

  5. Welke invloed had het humanisme op de renaissancekunstenaar?

Antropocentrisme



Bewondering voor de Klassieke Oudheid





  1. Haal de vier belangrijke religieuze strekkingen in de 16de eeuw uit doc 70.

SAMENVATTEND

  1. Wat zijn de vier kenmerken van het humanisme

  2. Pas de kenmerken van het humanisme toe op Vesalius

  3. Omschrijf het begrip reformatie.

  4. Maak een lijstje van de wantoestanden in de kerk.

  5. Geef een definitie van Contrareformatie. Breng het begrip in verband met de reformatie.

  6. Wat was het verschil tussen de Contrareformatie en katholieke reformatie.

  7. Waar horen deze begrippen thuis?






Katholicisme

Lutheranisme

Calvinisme

Anglicanisme

Voorbestemming of predestinatieleer













Aflatenhandel













Huwelijkskwestie













Sola scriptura













Paus













Bijbel in de volkstaal













Bijbel in het Latijn













95 stellingen













Theocentrisme













Heiligen













Sola fide















  1. Je hebt nu het culturele domein van de lange 16de eeuw bestudeerd. Denk even terug aan de stelling van Braudel over de lange 16de eeuw. Welke argumenten heb je voor en tegen deze stelling gevonden?

Voor

Tegen







Dovnload 32.98 Kb.