Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Eh opdrachten vooraf

Dovnload 78.55 Kb.

Eh opdrachten vooraf



Datum25.10.2017
Grootte78.55 Kb.

Dovnload 78.55 Kb.

WAT IS KUNST?


The EARTH without ART is just EH




Opdrachten vooraf


  • Print niet alles, dat is zonde van al die dure inkt en belast het milieu onnodig. Neem alleen deze pagina ingevuld mee naar Enschede op maandag.

  1. Lees de teksten (vanaf pagina 2)

  2. Zijn de volgende voorbeelden voor jou kunst of niet? Geef aan volgens welke criteria je dat beoordeelt.


Voorbeeld


Wel of Geen kunst

volgens welk criterium, genoemd in één van de artikelen, is dit voorbeeld wel of geen kunst?

De kok van een vijfsterrenrestaurant creëert n.a.v. een staatsbezoek van de Duitse bondskanselier een nieuw gerecht







Een Amerikaans designer ontwerpt de eerste coca-cola fles








Een goudsmid ontwerpt een nieuwe ring








Een onbekende schilder maakt een perfecte kopie van een schilderij van Karel Appel







Picasso schetst in vijf seconden een tekening op een servet








Een kind tekent op de kleuterschool mannetjes die precies lijken op die van Keith Haring







Een kunstenaar hangt een wc-bril om zijn nek en loopt naakt door Amsterdam







Een kunstenaar bakt een embryo en eet hem op








Wat is volgens jou een bruikbare definitie van ‘Kunst’?







My Bed was recently resold at auction to Charles Saatchi for £150,000

TRACEY EMIN IN HET STEDELIJK naar Kees Keijer
De zenuwen waren van de gezichten van de medewerkers van het Stedelijk af te lezen, tijdens de persconferentie die het museum had belegd voor de tentoonstelling van Tracey Emin. Niet omdat het museum nu een onzekere toekomst tegemoet gaat en dit de laatste expositie is die het Stedelijk gepland had voor de verbouwing, uitbreiding of verhuizing.
Nee, de hoofdpersoon van de opening, de Engelse kunstenares Tracey Emin (1963), was nog steeds niet verschenen. En iedereen kent haar reputatie: ooit, tijdens een live debat op Channel Four verscheen ze stomdronken, om vervolgens de discussie flink te verstoren en jankend de zaal te verlaten.
Ze groeide uit tot de belangrijkste exponent van een tendens in de beeldende kunst waarin autobiografische elementen vrij spel kregen (met dank aan de grootmoeder van deze tendens, Louise Bourgeois). Tracey Emin ging verder dan menig ander in het verweven van kunst en het
alledaagse leven, waarbij zij Narcissus naar de kroon stak. Sterker nog, vaak leek het erop dat Emins leven voorop stond en dat haar werk daaraan ondergeschikt werd gemaakt. Het meest spraakmakende voorbeeld van die houding is overigens niet in het Stedelijk te zien. My Bed bestaat uit een onopgemaakt tweepersoonsbed met vuile lakens, tampons en bebloede slipjes, sigarettenpakjes, volle asbakken, lege wodkaflessen en een gebruikt condoom. Een stilleven als getuigenis
van drie dagen uit haar leven, waarin ze zelfmoord overwoog
Haar eerste solotentoonstelling in de Londense White Cube Gallery in 1994 betekende een doorbraak in de gevestigde kunstwereld. De tentoonstelling droeg het karakter van een catharsis; Emin gebruikte haar werk als een vorm van therapie. Ze stelde bebloede tissues, medicijnen, ingelijste memorabilia en dagboekfragmenten tentoon, waarin ze openhartig en onbeschaamd getuigde van haar verkrachting op dertienjarige leeftijd, haar abortussen, haar promiscue seksleven en de gewelddadige dood van een oom.
Des te verbazingwekkender dat de tentoonstelling in het Stedelijk nu zo museaal en clean oogt. Dat was de kunstenares zelf ook opgevallen: ''Als ik nu door die zalen loop, is het alsof ik een tentoonstelling zie van een 75-jarige kunstenaar.''
Die uitspraak illustreert Emins veranderde positie ten opzichte van haar werk. In het begin van de jaren negentig vernietigde ze alle schilderijen, die ze tot dan toe gemaakt had. In plaats daarvan ontpopte Emin zich als een verhalenverteller. Ze schrijft emotionele brieven en boeken en presenteert korte hartenkreten in de vorm van neonsculpturen.
Daarnaast naait Emin losse woorden en zinnen als geborduurde graffiti op grote dekens; zo ongekunsteld mogelijk zijn ze, vol spelfouten - dat duidt niet alleen op dichterlijke vrijheid, maar verraadt ook haar working-class achtergrond.
Schilderen doet Emin nog steeds niet, maar haar recente werk sluit wel aan bij andere kunstdisciplines. Zo is een aantal sculpturale werken op de tentoonstelling te zien, waarvan vooral Zelfportret overtuigt. De doorzichtige constructie verwijst zowel naar Tatlins

2

beroemde ontwerp voor het Monument voor de Derde Internationale (1919-1920), als naar Emins jeugd in de Engelse kustplaats Margate. Het beeld wordt gedomineerd door een spiraalvormige glijbaan: een zelfportret in de vorm van een spel van vallen en opstaan - een treffende metafoor voor Emins roerige leven.
Het Parool, 22-10-2002
Her tent installation entitled Everyone I Have Ever Slept With, openly ambiguous, had embroidered into it the names of everyone she had ever shared a bed with, including her brother and her aborted feotus. Mining her childhood, adolescence, and lost innocence for source material, Emin's work came to notoriety in the mid 1990s for its provocatively personal nature


De terreur van de dilettant
OPINIE, ELLEN GRAEL
Gepubliceerd op 10 februari 1996 00:00, bijgewerkt op 16 januari 2009 00:09
'TEGENWOORDIG denkt iedere Nederlander een flinke schaatstocht te kunnen volbrengen.' Aldus verslaggever Sietse van der Hoek in de Volkskrant van 6 februari over de chaos tijdens de IJsselmeertocht van Enkhuizen naar Stavoren, waar maar liefst 120 gewonden vielen.

Van der Hoeks verzuchting 'Tegenwoordig denkt iedere Nederlander. . .', kun je voor veel meer gebruiken. Vul maar in: '. . .te kunnen schilderen, te kunnen schrijven, te kunnen zingen, te kunnen dansen.' Iedereen die iets kan wat niet iedereen kan (maar wel zou willen), wordt er tot gek makens toe mee geconfronteerd.


Iedereen schildert (dankzij Ravensburger of het buurthuis), iedereen schrijft (dankzij de goedkope tekstverwerker), iedereen musiceert (dankzij Stef Meeder & de LOI), iedereen schaatst (dankzij de elfstedenkoorts) enzovoort.
Ben je beeldend kunstenaar? Dan hoor je op ieder feestje wel van een arts die in zijn praktijkruimte de eigen aquarellen exposeert: 'Oh, schilder jij ook?' Ben je journalist of schrijver, dan hoor je onvermijdelijk van een of andere notabele: 'Ik heb zo veel meegemaakt, ik zou ook wel een boek/serie artikelen kunnen schrijven.'
Soms lijkt het alsof 'de ijdelen' zich wreken op de 'ijverigen'. In de VPRO-gids van 3 februari constateert de house-muzikant (?) Ebo Man over de mogelijkheden van samplers: 'Er zijn geen grenzen meer, alles is mogelijk. Trompet en piano betekenen niets meer. Je kunt muziek maken (. . .) zonder dat je daarvoor tien jaar op een instrument hoeft te oefenen.'
Eigenlijk, zo lees je tussen de regels door, was het oneerlijk dat in het tijdperk vóór de sampler muziek alleen gemaakt kon worden door mensen die een instrument konden bespelen. Terwijl degenen die daar niet de puf voor hadden, 'werkeloos' moesten toezien.
Kortom: dit is het tijdperk van het dilettantisme. Let wel, dilettantisme is niet: hobbyisme. Hobbyisten zijn mensen die een liefhebberij hebben, maar daar geen pretenties over koesteren. De vraag is: waar komt het dilettantisme vandaan? Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Allereerst een maatschappelijke: we hebben veel vrije tijd. Dus zoeken we vrijetijdsbestedingen,

3



zoals daar zijn: tennissen, schaatsen, wandelen, of 'geestelijke' bezigheden zoals aura-reading, chakra-speurtochten en wat nog meer zij. Of. . . we worden 'creatief'.
Dat zo veel mensen deze vrijetijdsbesteding durven te zien als hun tweede, geheime carrière, heeft een direct verband met het centrale dogma van het dilettantisme: 'Het gaat niet om het ambacht, maar om spontaniteit en inspiratie.'
De kunstenaar Joseph Beuys zei begin jaren zeventig: 'Jeder ist ein Kunstler.' De dilettant verstond dit verkeerd, en dacht: 'Ik ben ook creatief - dus ben ik een kunstenaar.' Dit misverstand was al eerder in de hand gewerkt door de Franse kunstenaar Marcel Duchamp. Die zond al in 1917 een omgekeerde wc-pot (De 'ready made' Fountain) in voor een expositie in New York. Sindsdien verdedigt elke kunstenaar die een roestige fiets exposeert zich met: 'En Duchamp dan! Die hing een wc-pot op'
Inderdaad, maar wat de dilettant vergeet is dat Marcel Duchamp eerst had leren schilderen, en pas daarna de kunstwereld op zijn kop zette met l'objects d'art, zoals zijn flessenrek en andere 'ready mades'.
Zij die kort na Duchamp kwamen, keerden zich niet af van het ambachtelijke, zij koesterden het omdat hen dat hielp het onbekende nieuwe te creëren. Maar in de driekwart eeuw die volgde, kwamen er steeds meer die niet na een denkproces uitkwamen op een wc-pot, maar er mee begonnen. 'Waarom zouden we leren tekenen en schilderen', stelden zij, 'als we toch creatief zijn?'
Niet alleen in de beeldende kunst trad dit fenomeen op. Zo bracht jazz improvisatie in de muziek, en steeds vrijere improvisatie. Maar om te kunnen improviseren moet je eerst oefenen op die ouderwetse toonladders. Dagen, maanden, jaren, tot de buren huilend komen vragen in godsnaam op te houden. Maar de 'ijdelen' zagen deze transpiratie niet achter de inspiratie. Zij zagen alleen maar jazz-musici 'spontaan' hun 'dingen' doen.
Zo kwam het, voetje voor voetje, dat het ambachtelijke in de kunsten iets vies werd, een blokkade van het spontane, kortom, alles wat met inspiratie had te maken. De bekende uitdrukking 'creativiteit is voor 99 procent transpiratie en voor 1 procent inspiratie' werd niet meer gehoord. Er werd een mythe gecreëerd waarin alles wat spontaan was, goed was.
De onderwijsinstellingen in de kunsten ontkwamen ook niet aan deze tijdgeest. Alleen de muziek en -danswereld ontsnapte er enigszins aan, omdat naast de scholen die zich vernieuwden de klassieke conservatoria bleven bestaan. Zij hielden vast aan de 'klassieke' eisen aan studenten. Hiermee verzekerden zij dat ook de nieuwe, vrije studierichtingen de ambachtelijke kant van het musiceren en dansen niet loslieten. Er is ten slotte geen groter strijd dan broeder- en zusterstrijd.
Het beeldend kunstonderwijs werd veel meer in negatieve zin door deze ontwikkelingen beïnvloed - vooral de schilderkunst leed er onder. Bij de selectie aan de poort ging het niet langer om 'wat kun je?', maar 'wat voel je?'
Zo werd spontaniteit een dogma, dat sluipenderwijs alle creatieve uitingen in zijn greep kreeg. De muziek houdt nog even stand, maar krijgt heden ten dage door de studio-technologie haar grootste aanval te verduren. Op de meeste gebieden kunnen hobbyisten zich nu al gelijk wanen

4



aan vaklui, omdat zo velen dat alleen nog maar in naam zijn. De mensen die werkelijk 'eelt' hebben, op hun handen en hun ziel, verdwijnen in de massa.
Momenteel worden kunstenaars met een bijstandsuitkering onder zware druk gezet zich te laten omscholen tot stadswacht of tramconducteur. De redenatie van de uitkeringsinstanties is koud en simpel: 'U verkoopt niet (genoeg), dus u bent geen goede kunstenaar.' Je kunt het de uitkeringsinstanties niet eens kwalijk nemen: hoe zouden zij, of all people, de dilettanten van de talenten moeten scheiden?
Dit nu illustreert treffend welke schade het dilettantisme aanricht. Omdat het overvloedige kaf gelijkwaardig lijkt aan het schaarse koren, ontstaat er een koude, onverschillige houding ten opzichte van mensen die leven met en voor hun vak. 'Echte kunstenaars, echte zangers, echte schrijvers, echte acteurs, echte sporters' zo wordt geredeneerd, 'dat zijn mensen die goed verkopen of winnen. Die hebben geen steun (in elk opzicht) nodig.'
Deze koude muur kan wellicht worden geslecht indien we weer het ambachtelijke durven te waarderen - zonder de creativiteit te verliezen. Inhoud, gevoel èn techniek: er zijn gelukkig al een aantal scholen in het kunstonderwijs die deze aanpak niet meer schuwen.
Als we het dogma 'spontaan is goed' maar durven loslaten. Oftewel, de Amerikaanse advocaat Louis Nizer parafraserend: 'Wie werkt met de handen, verricht arbeid. Wie werkt met de handen en de geest, verricht ambacht. Wie werkt met de handen, de geest èn het hart, verricht kunst.'
Ellen Grael
(De auteur is beeldend kunstenaar)
ESTHETICA
Al sinds Plato denken filosofen na over schoonheid, de waarde van esthetische oordelen, en de mogelijkheid - of onmogelijkheid! - kunstwerken te interpreteren. Hoewel elk van ons vele uitingen van muziek, literatuur of beeldende kunst apprecieert, is het een filosofische vraag bij uitstek waarin zo'n appreciatie nu precies bestaat. Wat zeg je of bedoel je als je de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan prachtig vindt? En hoe zit het met je buurman die er niets in ziet? Zien jullie een ander kunstwerk? Of kijken jullie met andere ogen? Hadden de mensen vroeger andere smaken? Zullen we wat we nu mooi vinden, later nog steeds aantrekkelijk vinden? Waarom vinden we het zo belangrijk dat we een 'echte' Van Gogh kopen, en geen vervalsing, terwijl tegelijkertijd de poster die op je kamer hangt even mooi is als het originele schilderij? Dat zijn vragen waarop de filosofie van de kunst een antwoord wil formuleren.
Onder 'filosofie van de kunst' valt een breed spectrum van filosofisch onderzoek. Meestal maakt men onderscheid tussen de filosofie van de esthetische ervaring en de eigenlijke kunstfilosofie. De esthetica onderzoekt het wezen van de esthetische ervaring. De grote Duitse filosoof Immanuel Kant heeft hierover twee belangrijke inzichten geformuleerd. Zijn eerste stelling, die nog steeds aanvaard wordt, is dat de esthetische ervaring een persoonlijke reactie is op een kunstwerk. Die reactie kan oprecht of onoprecht zijn, vermeend of authentiek. In principe kun je zo'n ervaring pas formuleren als je

5

met het kunstwerk geconfronteerd wordt. Dat heeft te maken met het feit dat de esthetische ervaring berust op een zintuiglijke waarneming - muziek wordt gehoord, een schilderij wordt gezien.
Een tweede inzicht is dat er voor esthetische ervaringen geen regels bestaan. Daarmee wordt meestal bedoeld dat er geen 'standaarden' zijn waaraan we goede of slechte kunst af kunnen meten. Als je Rembrandt of Vermeer mooi vindt, kun je niet zeggen dat je een soort algemene regel bezit waarmee je beoordelingen van hun individuele kunstwerken voltrekt. Natuurlijk zijn er personen die klassieke muziek mooier vinden dan rock 'n roll, of abstracte kunst prefereren boven figuratieve. Maar dat zijn generaliseringen die altijd gebaseerd zijn op beoordelingen van individuele kunstwerken.
Een veel onderzocht probleem is dan het volgende: als voor de beoordeling van kunst geen regels bestaan - elk smaakoordeel is persoonlijk - en een esthetisch oordeel altijd betrekking heeft op individuele kunstwerken, is dan het esthetisch oordeel niet puur subjectief? Heeft het dan nog zin om over smaak te twisten? Objectivisten - die de objectiviteit van het esthetische oordeel verdedigen - verwijzen vaak naar harmonie, evenwicht, het subtiele spel van verhoudingen in kunstwerken. Tegelijk zie je echter dat in veel moderne kunst, bijvoorbeeld pop art, dat soort kenmerken juist zelden of nooit terug te vinden zijn. Toch vinden we die mooi - soms zelfs mooier dan 'klassieke' kunst. Dit is koren op de molen van subjectivisten. Wanneer je een waardering uitdrukt voor een kunstwerk, dan is dat een waardering van een ervaring die je hebt bij het zien of horen van dat kunstwerk. Maar, zo zegt de objectivist, als je alleen maar je ervaring waardeert, gaat die beoordeling toch niet over het kunstwerk zelf?
Kunstfilosofie is nogal delicaat. Veel kunstfilosofen zijn tevens goede kunsthistorici of zelfs beoefenaars van kunsten, zoals literatuur, of schilderkunst. Dit maakt de hele zaak nog delicater: hoe kun je nu aan kunstfilosofie gaan doen als je zelf ook tot over je oren in de kunst zit? Toch hebben velen het geprobeerd - met veel succes. Elke grote filosoof heeft wel een filosofie van de kunst. Net zoals ons leven niet volledig is zonder kunst, zo is ook filosofie niet volledig zonder kunstfilosofie.
site UvT kunstfilosofie

KUNST IS EEN UITING VAN MENSELIJKE CREATIVITEIT DIE PRIMAIR BESTAANSRECHT HEEFT DOOR DE WAARDERING VAN ANDEREN.




Deze definitie heb ik ooit eens bedacht omdat kunst niet te definiëren valt. Natuurlijk wordt het dan onmiddellijk een sport voor me om zo'n definitie toch op te stellen. Niets mooiers dan onmogelijke puzzels.


FIETSWIEL
Aan m'n definitie moest ik een paar weken geleden terugdenken, kijkend naar een expositie van moderne kunst in Keulen

Veel van de tentoongestelde werken waren niet aan mij besteed. Ik zag er niets creatiefs in. Een omgekeerd fietswiel op een kruk had ik een paar weken daarvoor ook al gezien, in het Philadelphia Museum of Art. Is dit nu een kopie of kijk ik naar de originele, creatieve gedachte?


Origineel of niet, voor mij is het geen kunst. Toch staat het hier tentoongesteld. Er zijn genoeg anderen die er wel waardering voor hebben.
KAYAK
Onderin hetzelfde museum draait een video. Een uitvoerend artiest zit in een kayak die over een grindpad sleept, met een touw achter een auto gebonden. Meer dan een kwartier staar ik wezenloos naar het beeld. Het geschuur is niet om aan te horen. Aan het eind van de video herkent de uitvoerend kunstenaar zijn eigen achterwerk in de twee uitgeschuurde gaten in de bodem.
Mis ik iets? Het is zeker origineel. Nog niet eerder zag ik deze act. Maar is het kunst? Voor mij niet. Voor anderen kennelijk ook niet. De videoruimte blijft leeg achter.
RARE TEKENINGEN
De kunstenaar Luc Seebroek was de afgelopen week te gast in het cultuurprogramma Kunstst. Zelfs een radiointerview wordt een heerlijke creatieve woordenstroom, waar de fantasie constant strijdt met de werkelijkheid. Een uur lang zit ik ademloos te luisteren naar deze kunstenaar die zich maar niet in een hokje laat stoppen.
Zijn Kamagurka strips zijn bizar. Geïnterviewde bezoekers van een stripbeurs kunnen zijn werk niet waarderen. Voor hen zijn het slechts rare tekeningen. Vreemd, want genoeg anderen, waaronder ikzelf, kunnen diezelfde tekeningen wel waarderen (zie de dagelijkse Kamatoon).
Henk Jan Nootenboom

WAT IS KUNST

Wat is kunst ? Ik denk er zelf niet vaak over; over wat er nou wel kunst genoemd mag worden en wat niet. Meestal als ik een kunstwerk bekijk, denk ik alleen: "dat vind ik nou mooi", of "Dat vind ik vreselijk". Ik vraag me eigenlijk nooit af of ik het wel kunst vind, ik neem het vaak aan dat iets kunst is. Toen ik dan ook deze opdracht kreeg moest ik zelf eens goed nadenken over wat ik nou kunst vind en wat niet. Ik heb me eerst verdiept in andere essays over kunst. Ook heb ik gezocht naar uitspraken van kunstenaars over (hun) kunst. Ik ben me gaan afvragen of alles wat ik mooi vind, daarom ook kunst vind. Ik kwam tot de conclusie dat dat niet zo is.
Ten eerste, omdat ik de zee ook mooi vind, maar dat vind ik geen kunst, dus kunst is iets dat door de mensen gemaakt moet zijn. Ten tweede, omdat dingen die ik niet mooi vind, soms wel als kunst beschouw, bijvoorbeeld dingen die wat bij me oproepen, maar wat ik niet mooi vind. Een (kunst)voorwerp wordt pas kunst als het iets bij me oproept. Originaliteit vind ik ook een belangrijk criteria voor een kunstwerk. Het moet iets nieuws brengen. Dit kan een nieuw idee zijn, dat via oude technieken naar buiten worden gebracht. Het kan ook iets ouds zeggen met een nieuwe stem (een nieuwe techniek.). Het mooiste is het als het een nieuw idee is dat met een nieuwe stem/techniek naar buiten wordt gebracht. Dit kan echter moeilijk zijn en steeds moeilijker worden, aangezien er al zoveel ideeën op zoveel manieren naar buiten zijn gebracht. Heel belangrijk vind ik dat het een uiting van de kunstenaar moet zijn.

7



Hij moet er als het ware zijn ziel in hebben gelegd. Daarom mag je bij kunst gerust wel andermans technieken gebruiken, als het maar een uiting van jezelf is en waardoor het iets 'eigens' krijgt. Daarom ben ik het ook eens met een uitspraak die ik iemand ooit heb horen zeggen, namelijk: "Art is an extention of your ego.". Dit bepaalt tevens hoe je kunst ziet. Ik ben het dan ook niet geheel eens met Keith Haring, hij stelt namelijk dat de ideeën van de kunstenaar over het kunstwerk en zijn betekenis niet essentieel zijn voor kunst. Het gaat volgens hem om de betekenis die de aanschouwer van het kunstwerk eraan geeft. Met dit laatste ben ik het wel eens, maar ik wil niet zeggen dat de ideeën van de kunstenaar niet essentieel zijn. Ik vind het belangrijk dat de ideeën van de kunstenaar origineel zijn en iets willen uitdragen. Zelf zie ik ook muziek als kunst. Niet alleen opera en musical muziek, maar ook pop, hiphop en zelfs trance. Ik zie alle muziekstijlen eigenlijk wel als kunstvorm. Niet dat allen muzieknummers kunst zijn, nee, dat zijn er in mijn ogen maar zelden. Maar muziek kan ook gevoelens, emoties bij iemand oproepen. Een kunstenaar kan ook in muziek zijn gevoelens uitdrukken. Zo ook in trance. Ik kan in een nummer als Silence-Delirium namelijk de bass tonen als negatieve gevoelens, bijvoorbeeld woede, zien die in gevecht kunnen zijn met de gevoelens van vreugde, de hoge 'happy' tonen, bijvoorbeeld keyboard. Dit kan misschien wel vergezocht zijn, maar zulke muziek kan toch bij bepaalde mensen emoties of herinneringen oproepen. Het is eigenlijk onmogelijk om een omschrijving van kunst te maken. Iedereen ziet het wel weer anders, maar voor mij moet het in ieder geval aan een paar van de volgende criteria voldoen: ü Kunst moet door mensen zijn gemaakt. ü Het moet iets bij me oproepen, een gevoel, emotie of herinnering. ü Het moet enigszins origineel zijn. ü Het moet iets van de kunstenaar zelf bevatten, of het moet voor de aanschouwer iets van zichzelf in zich hebben. Ik zal nu ook nog een aantal vormen van kunst bespreken die ik zelf als kunst zie en een paar voorbeelden van dingen wat ik zeker kunst vind. Toneel vind ik een goed voorbeeld van kunst. Het verhaal wat op het toneel wordt verteld of uitgebeeld is vaak een uiting van de schrijver en de uitvoerders. Bij het uitvoeren van een toneelstuk brengen de vertolkers namelijk ook iets van henzelf in het toneelstuk. Hun eigen visie op de karakters bijvoorbeeld. De uiting van de karakters, de emoties zijn heel belangrijk. Zo is het ook met de film, maar dan een stuk minder. In de commerciële film is de kunst meestal ver te zoeken, ze dienen meestal alleen maar ter vermaak, maar ander films, zoals die van DOGMA '95, brengen een speciaal visie uit. Ze zetten meestal een dogmatisch beeld neer. Ook cabaret is in mijn ogen een belangrijke vorm van kunst. Het brengt meestal de visie van een cabaretier over de dingen des levens naar voren. Een groot favoriet van mij op dit gebied is Harry Jekkers. In een van zijn optreden laat hij zien hoe hij op verschillende leeftijden over dingen dacht. Hij probeerde over te brengen dat de mens zijn ideeën constant bijstelt. Hij bracht ook in deze voorstelling goed zijn ideeën en emoties tegenover zijn ome Jan goed naar voren. Ook ballet zie ik als kunst. Ik vind het knap hoe met bewegen vormen en emoties worden uitgebeeld. Dat wil niet zeggen dat ik het mooi vind en dat het met interesseert. In tegendeel, ik vind het juist een oninteressante kunstvorm. De meest interessante en mooie kunstvorm vind ik toch de schilderkunst. Vooral het expressionisme. Bij het expressionisme gaat het namelijk om het uitdrukken van gevoelens door de schilder in zijn schilderij. Vooral de expressionistisch schilderijen van Vincent van Gogh vind ik fantastisch en dan vooral de sterrennacht. Het mooiste hieraan vind ik de beweging die hij aan de sterren geeft. Het kleurgebruik is ook heel mooi. Zijn schildertechniek vind ik ook heel apart, origineel en mooi. De abstracte schilderkunst vind ik niet mooi, maar omdat in sommige schilderijen toch emoties zijn verwerkt versta ik het toch als kunst, maar heel weinig abstracte werken zie ik als kunst, omdat het mij gewoon niets doet. Toch zie ik kunst wel als een abstract kunstwerk, iedereen ziet er wat anders of helemaal niets in. Tot slot nog een paar opmerkelijke of bijzondere uitspraken over kunst: " All my life I have worked to be able to earn my living, but I thought that one could do good painting without attracting attention to one's private life. Certainly, an artist wishes to raise himself intellectually as much as possible, but the man must remain obscure. The pleasure must be found in the work." -Cézanne, 1896- "..one says more and perhaps better things about painting when facing the motif than when discussing purely speculative theories--in which as often as not one loses oneself." -Paul Cézanne, 1902- ―Kunst is het creëren van vormen die symbolisch zijn voor het menselijk voelen.‖ –

8

Suzanne Langer, 1976- ―Kunst is het resultaat van menselijk denken en handelen. Kunst heeft iets bijzonders. Om kunst te zijn, met het in zijn soort wel beter van kleur, rijker van omgeving, oorspronkelijker van compositie, nieuwer van materiaalgebruik zijn om maar iets te noemen, dan vergelijkbare werken. Hoe sterker dit soort kwaliteiten in een werk aanwezig is, des te ‗hoger‘ is de kunstwaarde van het werk. Kunstkenners dienen te beslissen wat kunst is.‖ --Wim C. Dieleman, 1984-- ―Though a living cannot be made art, art makes life worth living. It makes living, living. It makes starving, living. It makes worry, it makes trouble, it makes a life that would be barren of everything—living. It brings lifer to life.‖—John Sloan--
door borgcmd op scholieren.samenvattingen.nl

KUNST


Kunst is een artistieke uiting die zijn waarde niet ontleent aan de mate van de praktische bruikbaarheid ervan.
Kunst is iets bijzonders. Niet als object van verstrooiing of zintuigelijk genoegen, en al helemaal niet als feitelijke weergave van de werkelijkheid. Het ware kunstwerk confronteert en verontrust, brengt de mens tot een inzicht dat nergens anders verworven wordt. Het is een bron van waarheid die fundamenteler is dan wetenschappelijke kennis of de ervaring van alledag. Tezelfdertijd presenteren kunstenaars zich als de nieuwe zieners, bij uitstek toegerust om universele waarheden te aanschouwen en werken te scheppen waarin die waarheden zich kunnen openbaren. Deze visie kwam aan het einde van de achttiende eeuw tot ontwikkeling en is sindsdien een belangrijk aspect geweest van de westerse cultuur.
zie ook .
Enkele kenmerken van Kunst op een rijtje:


  • Kunst moet door mensen zijn gemaakt.




  • Kunst moet een gevoel, emotie of herinnering oproepen.

  • Kunst moet enigszins origineel zijn.




  • Kunst moet iets van de kunstenaar zelf bevatten




  • Kunst moet voor de aanschouwer iets van zichzelf in zich hebben.

Kunst ontstaat in ieder geval uit de typisch menselijke drang tot creëren.


bron: kunstbus.nl



9

  • Voorbeeld Wel of Geen kunst
  • De terreur van de dilettant
  • Victory

  • Dovnload 78.55 Kb.