Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Eifel, een mini-staat waarover ze het bewind voerden als soevereine heerser. Nog voor de Nassau’s en de Liechtensteins werden de Arenbergs als rijksvorsten

Dovnload 11.56 Kb.

Eifel, een mini-staat waarover ze het bewind voerden als soevereine heerser. Nog voor de Nassau’s en de Liechtensteins werden de Arenbergs als rijksvorsten



Datum05.12.2018
Grootte11.56 Kb.

Dovnload 11.56 Kb.
    Navigeren deze pagina:
  • Eifel

De Arenbergs
Adel spreekt tot de verbeelding. Zeker de hoge adel, die toegang heeft tot de vorstenhuizen, de royalty van regerende en niet langer regerende geslachten. Er hangt een aura omheen van glamour en luxe zoals bij de tegenwoordige jetset, maar ook een aureool van cultuur en historie.
Het huis Arenberg maakt deel uit van de hoge Europese adel, die van standswege kan introuwen in de koninklijke families en die van nature graviteert naar het hof. Het geslacht wordt gerekend tot de

Duitse oeradel, met een stamboom die opklimt tot de vijfde eeuw. Hun positie hadden de Arenbergs aanvankelijk te danken aan het bezit van een klein vorstendom in de Eifel, een mini-staat waarover ze het bewind voerden als soevereine heerser. Nog voor de Nassau’s en de Liechtensteins werden de Arenbergs als rijksvorsten opgenomen in de Rijksdag (1576). Protocollair genoten ze daardoor de voorrang aan het hof in Wenen, en tevens in Brussel, maar ook in Versailles en later in Berlijn gingen alle deuren voor ze open.


In Duitsland waren ze vorsten (Fürst), in het Frans heetten ze prins. De kroon op het werk was de

hertogshoed (1644). Het congres van Wenen brak echter de staf over hun soevereiniteit; voortaan was Arenberg een vorst zonder land. Maar hun grondbezit bleef immens en hun status navenant. In de Almanach de Gotha, de Who’s Who van de aristocratie, voeren de Arenbergs nog steeds de lijst van voormalige soevereine vorstenhuizen aan. Tot vandaag behoren ze tot de handvol families die in België aanspraak kan maken op de titels van hertog en prins.
De Eifel vormde een ideale uitvalsbasis voor de uitbreiding van hun bezit westwaarts en noordwaarts

over de Lage Landen. Een expansie die zich voltrok in de zestiende en zeventiende eeuw. Het gros van hun bezittingen lag dan verspreid over de Nederlanden, van het Ardenner woud (Neufchâteau) tot de Waddenzee (Terschelling), met als meest winstgevende domeinen het land van Aarschot en de Scheldepolders in het land van Beveren. Aan al dat vastgoed waren in het ancien régime bovendien heerlijke rechten verbonden én door de bank ook bestuurs- en rechtsmacht. Wat grondbezit betreft en levenstandaard zijn de Arenbergs in onze contreien in feite de enigen die de vergelijking met een Engelse lord of een Pruisische jonker konden doorstaan. Ook na de Franse Revolutie in het nieuwe koninkrijk België, bleven ze de kampioenen van het grootgrondbezit.


Lange tijd was Arenberg een naam die klonk als een klok. Niet enkel in Leuven, en Heverlee, waar het

nog steeds al Arenberg is wat de klok slaat, maar ook in Antwerpen en Brussel én in Edingen, de voornaamste residentie op het land. In Brussel hadden ze een prestigieus woonverblijf, in de hofwijk tussen de andere aristocraten. In de zomer en de herfst weken ze uit naar hun landgoederen in Edingen en Heverlee, ook voor de jacht. Daar waakten ze jaloers over hun revier maar dat zorgde er ook voor dat het uitgestrekte jachtdomein van Heverleebos en Meerdaalwoud ongerept bleef en nu als een reusachtige groene long de stad van zuurstof voorziet. Behalve in de bosbouw hadden de Arenbergs altijd uitgeblonken in mijnbouw, met van in de middeleeuwen ijzerertsontginning in de Eifel en in de negentiende eeuw kolenwinning in de Ruhr, waarmee ze pas echt steenrijk werden en in de belle époque tot de industriemagnaten van het Duitse rijk werden gerekend. De Franse tak stond pondertussen mee aan het roer van de maatschappij die het Suez-kanaal had aangelegd.


In de Eifel heersten de Arenbergs als soeverein, zonder bovenbaas. Maar het leeuwendeel van hun openbare leven speelde zich in de Nederlanden af; eigenlijk was de hertog de eerste edelman in den lande en een paar keer scheen zelfs de troon binnen bereik te komen. De Arenbergs waren hier echter nooit soeverein. Wel oefenden ze publiek gezag uit en als vooraanstaande leden van de bevoorrechte stand bezetten ze daadwerkelijk sleutelposities in de samenleving. De vorst besteedde regeringstaken aan ze uit, bij de centrale overheid in de grote raden, of als stadhouder in de provincie, of in het leger of in de buitenlandse dienst. Op de keper beschouwd werken zowel de Croÿ’s als de Arenbergs in onderaanneming voor Habsburg. En Habsburg beloont ze met het lidmaatschap van de exclusieve Orde van het Gulden Vlies en ronkende titels als Grande van Spanje, of in het geval van Arenberg met de promotie tot veldmaarschalk.

Zelf rekenden de Arenbergs zich tot de vechtende stand. Ze behoren vanouds tot de zwaardadel en

dragen vervaarlijke bijnamen (Everzwijn der Ardennen, Robrecht de Duivel, Schrik der Zee) en later

voeren ze trots de titel van admiraal van de Vlaamse vloot, kapitein-generaal van Henegouwen, veldmaarschalk in de keizerlijke troepen. Het meest in hun element lijken ze als veldheer op het slagveld en als ze dat overleven naderhand als diplomaat aan de onderhandelingstafel. In de zeventiende en achttiende eeuw waren ze prominent aanwezig op het Europese strijdtoneel én op het schaakbord van de Europese diplomatie.


De Arenbergs verplaatsden zich met verbazingwekkend gemak over het continent en zo geraakte het huis verzwagerd met aristocratische geslachten over half Europa: Hohenzollern, Pignatelli, Schwarzenberg, Wittelsbach… Over de grenzen heen werden familiebanden gesmeed die de grondslag legden van de Europese adelsrepubliek. De Arenbergs verwierven landerijen in Bohemen en in Bretagne en de Franche-Comté en in de negentiende eeuw zouden ze mijnen ontginnen in Duitsland en Noord-Frankrijk. Ze bezaten een jachtslot in Emsland, een stadspaleis in Wenen en een paleisachtige villa in de Veneto. Entourage en culturele codes waren Europees. Ze correspondeerden met Voltaire en met Frederik de Grote van Pruisen. Zo ontwikkelde zich een kosmopolitische levensstijl. De zogeheten blinde hertog kreeg in 1775 een lading hagel in het gezicht uit het jachtgeweer van de Engelse gezant en een vooraanstaande Duitse schrijfster bracht er verslag over uit bij Goethe. Ook politiek is de horizon Europees. Aristocraten zijn het meest in hun sas in een breed Europees verband, in een Europa dat de herinnering aan het Romeinse imperium oproept, het Heilige Roomse Rijk, de Westerse christenheid, het keizerrijk, Habsburg...
Het moderne nationale bewustzijn kreeg weinig greep op die transnationale bovenlaag. De blauwe

internationale had geen vaderland net zo min als de rode internationale die later beweerde te kennen. Eeuwenlang gold de hertog van Arenberg als de aanzienlijkste edelman in de Zuidelijke Nederlanden maar na de Franse revolutie verhuist hij naar het achterplan. In het negentiende-eeuwse België verdwenen de Arenbergs van het politieke forum. Hoe stevig ze hier ook lokaal verworteld waren, ze beschouwden zichzelf toch nog altijd in de eerste plaats als Duitse rijksvorsten De Eerste Wereldoorlog deed ze helemaal de das om.


Tegen het nieuwe Belgische koninkrijk had de hertog trouwens altijd enigszins vreemd aangekeken. Het zwaartepunt van de economische activiteit van het huis leek in de negentiende eeuw weer in oostwaartse richting te verschuiven met de zetel van fortuin in de Ruhr. Marcheerden de Arenbergs ooit voor Habsburg, dan dienden ze voortaan onder Pruisen en de hertog zocht het hof op in Berlijn. De familiebelangen moesten immers ook politiek voldoende worden beschermd. Dat kwam Arenberg na de Eerste Wereldoorlog duur te staan. In 1918 werden de Belgische bezittingen van Duitse ingezetenen aangeslagen. Het Arenbergpaleis in Brussel werd weer omgedoopt tot Egmontpaleis en op het landgoed in Heverlee verrees tijdens het interbellum een campus naar Amerikaans model. De Arenbergs zelf verdwenen voor lange tijd van het publieke toneel.
Kunst verzamelen en kunstenaars begunstigen was standaard onderdeel van de verfijnde levensstijl

waarmee edelen zich onderscheidden. De kunstverzamelingen zijn van superieure kwaliteit (Rubens, Van Dyck, Jordaens maar evenzeer Watteau). De collecties volgen elkaar op, onderhevig als ze zijn aan allerhande verwikkelingen in de familie of in de politiek, oorlog of boedelscheiding, maar vooral ook aan wisselende modes en veranderende smaak en de aflossing van de wacht .De echte blikvangers zijn de stukken die ooit in bezit zijn geweest van de Arenbergs en die in de loop der tijden bekend zijn geraakt onder de naam Arenberg en waarbij de herkomstvermelding een heus keurmerk is geworden.


Literatuur: Arenberg. Portret van een familie, verhaal van een verzameling (onder redactie van Mark Derez, Soetkin Vanhauwaert, Anne Verbrugge), Brepols Publishers, 2018, 400 p.

  • Eifel

  • Dovnload 11.56 Kb.