Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Eigen initiatief Model Bijlage A2 as. 8B

Dovnload 13.84 Kb.

Eigen initiatief Model Bijlage A2 as. 8B



Datum05.12.2018
Grootte13.84 Kb.

Dovnload 13.84 Kb.

Eigen initiatief Model

Bijlage A2 AS.8B

Uit Eigen initiatief Model .J.t. Timmer, K.A Dekker en H.Voortman (NIZW) ________________________

1.4 Uitgangspunten EIM


EIM gaat er vanuit dat mensen met een verstandelijke beperking door training hun inzicht in eigen mogelijkheden en beperkingen kunnen vergroten. Daarmee worden gangbare theorieën en opvattingen over leren, instructie en verstandelijke beperking ter discussie gesteld. De belangrijkste stelling van EIM is namelijk dat de problemen, die mensen met een verstandelijke beperking hebben met het toepassen van aangeleerde vaardigheden, voor een belangrijk deel voortkomen uit een gebrek aan leerervaringen. Een tweede uitgangspunt is dat trainingen zich moeten richten op het aanleren van die vaardigheden die mensen in staat stellen om te generaliseren. Een maatstaf voor succes van trainingen is de toepassing van aangeleerde praktische vaardigheden in het dagelijks leven. EIM gaat ervan uit dat mensen niet alleen praktische kennis en vaardigheden moeten leren, maar ook hoe zij nieuwe situaties kunnen benaderen. Zij moeten dus leren generaliseren. Dit houdt in dat zij in een training leren nadenken over de manier waarop aangeleerde kennis en vaardigheden gebruikt kunnen worden in alledaagse situaties. Het derde uitgangspunt heeft betrekking op de opvattingen (praktijktheorieën) van begeleiders, ouders, werkleiders en docenten. Veelal gaan zij er van uit dat mensen met een verstandelijke beperking niet zelf kunnen nadenken. De begeleider zorgt er daarom voor dat hij situaties duidelijk houdt voor mensen, lost problemen waar zij mee te maken krijgen bij voorbaat op, wijst hen op eventuele fouten en zegt zoveel mogelijk wat zij concreet moeten doen of hoe zij moeten handelen. Daarmee werkt hij onbedoeld aangeleerde afhankelijkheid in de hand. Mensen leren dat zij, als iets moeilijk is, afhankelijk zijn van hun begeleiders en vooral niet zelf moeten nadenken en proberen een eigen oplossing te vinden.

_________________________



    1. Pijlers EIM

De ervaring leert dat toepassing van EIM een fundamentele omslag vraagt in het denken over en werken met mensen met een verstandelijke beperking. Als men wil gaan werken met EIM, dan dient men aandacht te besteden aan 5 pijlers. De eerste drie pijlers vormen tezamen de kern van EIM. De laatste pijlers zijn te beschouwen als de randvoorwaarden.



  1. Algemene Vaardigheden

  2. Leren van Algemene Vaardigheden

  3. Coaching bij de toepassing van vaardigheden in het dagelijks leven

  4. Training als onderdeel van een meeromvattend toekomstplan

  5. Inbedding van EIM in de organisatie

Hierna wordt op elk van deze pijlers kort ingegaan. In het tweede deel van dit boek wordt elke pijler meer gedetailleerd toegelicht en geïllustreerd met voorbeelden. De nadruk zal daarbij liggen op de eerste drie pijlers.
1.5.1
Algemene vaardigheden zijn denkvaardigheden waarmee iemand zijn handelen bepaalt en reguleert. EIM onderscheidt drie verschillende algemene vaardigheden:

  1. Oriënteren: nadenken voor je begint en een plan maken;

  2. Uitvoeren: nadenken terwijl je bezig bent en in de gaten houden of je bereikt wat je wilt bereiken;

  3. Evalueren: controleren of je hebt bereikt wat je wilde bereiken en terugkijken op en leren van de manier waarop je het hebt aangepakt.

________________________
In veel situaties is het belangrijk – voor je iets doet - eerst goed na te denken over wat van je wordt verwacht, wat je al weet en wat je moet doen in plaats van impulsief te handelen zonder er verder over na te denken. Dit geldt zeker als mensen zelf meer eigen verantwoordelijkheden willen en zelfstandiger willen worden, bijvoorbeeld thuis of op het werk. Dit vraagt van mensen dat zij zelf kunnen bedenken hoe zij moeten handelen in bepaalde situaties en op welke manier zij bepaalde problemen kunnen oplossen.

EIM geeft mensen inzicht in hun eigen benadering en reikt hen kennis en leerervaringen aan om deze benadering te verbeteren zodat ze beter kunnen omgaan met uiteenlopende situaties en allerlei soorten problemen die ze in hun dagelijks leven kunnen tegenkomen.

In een EIM training zijn mensen wel praktisch bezig, maar praktijkopdrachten zijn nadrukkelijk middel om te leren: iemand bakt bijvoorbeeld een appeltaart in de eerste plaats om algemene vaardigheden te leren en pas in de tweede instantie om te leren hoe een appeltaart te bakken.


      1. Leren van algemene vaardigheden

De tweede pijler van EIM is het leren en de instructie van algemene van algemene vaardigheden. Om het leren te bevorderen ontwerpt men leeropdrachten en gebruikt men specifieke taken of vaardigheden als middel of werkopdracht. In de instructie en bijbehorende leeropdrachten staat nadrukkelijk niet de uitvoering van specifieke taken of vaardigheden centraal maar de kennisoverdracht over en toepassing van algemene vaardigheden. Een persoon leert door deze instructie na te denken over zijn eigen benadering en deze gericht te verbeteren. Het gaat om ‘leren leren’: ‘ik kan mezelf leren hoe ik bijvoorbeeld een maaltijd moet maken maken of boodschappen moet doen’.

De bij EIM behorende instructie is gericht op kennisoverdracht van het hoe, waarom en wanneer van de drie algemene vaardigheden en laat zich globaal het best typeren als directief op denkniveau en non-directief op uitvoeringsniveau. Dat wil zeggen dat men het denken van de persoon stuurt door uit te leggen en informatie te geven, zonder de persoon te zeggen hoe hij de werkopdracht moet uitvoeren. Gedurende de training verandert de instructie van karakter. Naarmate de persoon vaardiger wordt is er namelijk sprake van een overgang van ‘sturing van het denken door de trainer’ naar ‘zelfsturing door de persoon die getraind wordt’. De trainer verdwijnt gedurende de training dus steeds meer naar de achtergrond omdat trainee steeds beter in staat zal zijn volgens de aangeleerde benadering te functioneren.


      1. Coaching in het dagelijks leven

Het trainen van vaardigheden is geen doel op zich, maar een middel ter bevordering van zelfstandigheid, initiatief, flexibiliteit, kwaliteit en verantwoordelijkheid in het dagelijks leven. Aansluitend op het leren van de vaardigheden op zich, volgt de vertaling naar en toepassing van deze vaardigheden in het dagelijks leven: generalisatie. Mensen moeten leren inzien dat wat ze in de instructie bij specifieke werkopdrachten hebben geleerd, ook toepasbaar is in allerlei dagelijks terugkerende situaties. Zij hebben hierbij ondersteuning nodig. Ondersteuning in de vorm van coaching: iemand die hen helpt de situaties te herkennen waarin het verstandig is algemene vaardigheden toe te passen. Coachen betekent mensen de ruimte te geven zelf na te denken en die dingen te doen die zij zelf kunnen (leren) doen. Coachen betekent echter ook tegelijkertijd grenzen stellen en kaders aangeven. Een coach creëert veilige situaties. Een coach spreekt mensen aan op wat ze weten en kunnen en



________________________
ondersteunt hen bij het generaliseren van aangeleerde vaardigheden naar steeds meer verschillende situaties. Een coach sluit steeds aan bij de mogelijkheden van mensen om te leren en vanuit dit startpunt schat hij samen met betrokken personen in waar grenzen moeten liggen en welke ruimte ze nodig hebben om ‘veilig’ te oefenen. Ruimte krijgen om te oefenen betekent ook: ruimte krijgen om fouten te maken en daarvan te leren. Als een coach op deze manier werkt, schuiven de grenzen steeds meer op en leren mensen gaandeweg meer verantwoordelijkheden te dragen, zelfstandiger te zijn, zelf adequaat te handelen en kwaliteit te leveren, initiatieven te nemen en flexibeler te zijn. Tegelijkertijd ‘verdwijnt’ de coach steeds meer naar de achtergrond. Mensen krijgen steeds meer positieve ervaringen en ze leren beter omgaan met situaties waarin iets niet meteen lukt.


      1. Ondersteuningplan


Training en coaching bij EIM zijn gericht op het realiseren van individuele leerdoelen. Afhankelijk van het doel en de mogelijkheden van de betreffende persoon wordt overwogen of EIM is geschikt als men de persoon inzicht wil geven in de manier waarop hij situaties of taken benadert en hem als alternatief algemene vaardigheden wil leren om tot verbetering te komen. Toepassing van EIM mag niet op zichzelf staan, maar moet passen binnen de ontwikkeling van een persoon. De vierde pijler van EIM omschrijven we liefst als Persoonlijke Toekomst Planning (PTP). PTP is geen EIM, maar toepassing van EIM dient verantwoord te worden vanuit een op de toekomst gericht plan. EIM dient aan te sluiten bij de mogelijkheden en bij de ‘gewenste’ toekomst (wonen, werken, vrije tijd) van iemand met een verstandelijke beperking. De betreffende persoon dient hier mee in te stemmen: hij bepaalt immers hoe hij zijn leven wil invullen. Daarbij hoort ook dat iemand, op grond van zijn ervaringen na een bepaalde periode, andere keuzes mag maken en de richting waarin hij zijn leven wil sturen mag veranderen.


Dovnload 13.84 Kb.