Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


End product Wing Lok

Dovnload 0.87 Mb.

End product Wing Lok



Pagina6/12
Datum05.12.2018
Grootte0.87 Mb.

Dovnload 0.87 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

Contents Mariska



Verkoudheid en griep

Wat is verkoudheid en griep?

Griep is een besmettelijke ziekte van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door het griepvirus (influenzavirus). In het dagelijks spraakgebruik worden allerlei ziekten waarbij verkoudheid, hoesten en koorts optreden ‘griep’ genoemd. Deze informatie gaat uitsluitend over de echte griep (veroorzaakt door het influenzavirus). Griep komt in Nederland elk jaar voor, meestal in de wintermaanden. Omdat er verschillende soorten griepvirussen zijn die steeds veranderen, kan iemand telkens opnieuw griep krijgen.


Verkoudheid is een ontsteking van het slijmvlies in de neus, de bijholten en de keel wat veroorzaakt wordt door een virus. Omdat er verschillende verkoudheidsvirussen zijn die steeds veranderen, kan iemand telkens opnieuw verkouden worden.

Hoe herken je verkoudheid en griep?

Griep is een ziekte waarbij het slijmvlies in de luchtwegen ontstoken is. Het begint vaak zeer plotseling met:


- koude rillingen
- hoofdpijn
- heftige spierpijn en vermoeidheid
- keelpijn en droge hoest
- (hoge) koorts
De veroorzaker van griep is een influenzavirus. Dit virus kan ontstekingen geven in het slijmvlies van de neus-, keel- of bijholten, maar ook van de luchtpijp of de longen.
De koorts kan binnen 12 uur oplopen tot 39 °C of hoger en duurt meestal 3 tot 5 dagen.

Verschijnselen van een verkoudheid:

- Bij een ontstoken slijmvlies, zwelt het slijmvlies op en produceert het veel slijm (snot) waardoor uw neus verstopt kan raken.

- Doordat het slijmvlies ontstoken is, is het ook geïrriteerd. Hierdoor kunt u in uw neus een niesprikkel krijgen en in uw keel of luchtpijp een hoestprikkel.

- Daarnaast kunt u door het ontstoken slijmvlies ook keelpijn krijgen. Wanneer de stembanden ook ontstoken zijn, kunt u hees worden.

- Eventueel kunt u bij een verkoudheid ook last krijgen van oorpijn. Dit komt doordat de neus-keelholte, waar er zich een ontsteking bevindt, in verbinding staat met het middenoor.



Wat te doen bij verkoudheid en griep?

Meestal is griep onschuldig de meeste mensen genezen zonder medische behandeling. Tegen griep kun je worden ingeënt (de griepprik). De griepprik wordt gratis aangeboden aan kinderen, aan volwassenen die extra risico lopen om ernstig ziek te worden door griep en aan alle mensen ouder dan 60 jaar.

Een gewone verkoudheid gaat in principe vanzelf weer over, hiervoor heeft u geen medicatie nodig. Eventueel zou u wel neusdruppels of –spray kunnen gebruiken met het bestandsdeel xylometazoline erin. Dit zorgt voor een vermindering van de zwelling van het slijmvlies waardoor het ademen wordt vergemakkelijkt. Ook stomen kan de klachten verminderen maar het versnelt niet de genezing.

Wat nu?

Volledig herstel duurt 1 tot 3 weken. Meestal is griep onschuldig de meeste mensen genezen zonder medische behandeling. Maar sommige mensen hebben een grotere kans op ernstige klachten als ze griep krijgen. Dit geldt voor ouderen en mensen met een chronische ziekte. Mensen die al hart- en longklachten hebben kunnen door de griep daar meer last van krijgen.

Een gewone verkoudheid gaat in principe vanzelf weer over, al kunnen de verschijnselen wel een paar weken merkbaar zijn.


Wie is het aanspreekpunt?

Voor een gewone griep hoeft u geen contact op te nemen met de huisarts.


Mocht u naast de griep ook last krijgen van kortademigheid, opvallend veel slijm wat loskomt bij het hoesten, sufheid, weinig drinken of plassen, koorts die langer dan vijf dagen blijft of koorts die na enkele dagen terugkomt dan is het wel raadzaam om contact op te nemen met de huisarts.

Voor een gewone verkoudheid hoeft u geen contact op te nemen met de huisarts.


Mocht u naast de verkoudheid ook last krijgen van benauwdheid, een piepende ademhaling, sufheid, koorts die langer dan vijf dagen blijft of koorts die na enkele dagen terugkomt dan is het wel raadzaam om contact op te nemen met de huisarts.

Meer weten over?
Kijk voor meer informatie over griep op: http://www.rivm.nl/Onderwerpen/C of https://www.thuisarts.nl/griep
Deze sites zijn geraadpleegd op 16 december 2015 en 16 januari 2016.

Kijk voor meer informatie op: https://www.thuisarts.nl/verkouden/ik-ben-verkouden

Deze site is geraadpleegd op 16 januari 2016.

Oogaandoeningen: staar

Wat is staar?

Vóór in het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naarmate we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Daardoor lijken de dingen die we zien waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens wordt 'staar' of 'cataract' genoemd.


Hoe herken je staar?

Ouderdomsstaar is een 'normaal' verouderingsproces. Sommige mensen merken al rond hun veertigste dat het zicht vermindert, maar meestal doen de eerste verschijnselen van ouderdomsstaar zich pas later voor. Of men het merkt, hangt af van op welke plek in de ooglens de troebeling zich ontwikkelt en hoe groot en ernstig die troebeling is. Zit de troebele plek in het midden van de lens of daar vlakbij, dan krijgt men al snel klachten. Men gaat bijvoorbeeld wazig zien, dubbelzien, kleuren worden doffer of/en men krijgt last van licht of schitteringen. Als men binnen korte tijd opeens veel sterkere of zwakkere brillenglazen nodig heeft, kan dat ook wijzen op ouderdomsstaar. Andere brillenglazen kunnen het zicht soms tijdelijk wel, maar op den duur niet meer verbeteren.



Wat te doen bij staar?

Doorgaans neemt de staar in de loop van de tijd toe. Het gezichtsvermogen wordt daarmee steeds slechter. Een bezoek aan de oogarts is dan noodzakelijk. Wie nog goed genoeg ziet om zonder problemen dagelijkse werkzaamheden, hobby’s en taken zoals autorijden (en voldoet aan de eisen voor een rijbewijs) te kunnen uitoefenen, hoeft zich (nog) niet te laten behandelen. Een operatie is dan nog niet direct noodzakelijk. Het is echter wel realistisch om rekening te houden met een staaroperatie in de toekomst. Staar wordt immers nooit minder; het gezichtsvermogen gaat langzaam maar zeker toch achteruit. Is (beginnende) staar eenmaal ontdekt, dan is controle nodig indien de klachten erger worden. Zodra de staar te hinderlijk wordt, kan uw gezichtsvermogen weer worden verbeterd met een staaroperatie. Wanneer dit moet gebeuren, kan in overleg met de behandelende oogarts worden bepaald.



Wat nu?

Ouderdomsstaar is goed te behandelen. Een staaroperatie kan, wanneer de rest van het oog gezond is, het gezichtsvermogen vrijwel volledig herstellen.



Wie is het aanspreekpunt?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw eigen oogarts.



Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Staar (cataract) http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting

Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

Oogaandoeningen: suikerziekte en het oog

Wat is diabetische retinopathie?

Ten gevolge van suikerziekte (diabetes mellitus) kunnen er beschadigingen optreden binnen in het oog, deze beschadigingen hebben niet altijd invloed op het zicht. Men noemt dit diabetische retinopathie.



Hoe herken je diabetische retinopathie?

Het risico van het krijgen van retinopathie neemt toe naarmate de suikerziekte langer bestaat, en de instelling van de diabetes mellitus minder goed is. Omdat het mogelijk is al geruime tijd aan suikerziekte te lijden zonder dat men daar iets van heeft gemerkt, is het verstandig de ogen te laten controleren zodra er suikerziekte is vastgesteld. Er kunnen afwijkingen optreden in de ogen die (nog) geen klachten geven maar wel behandeld moeten worden om verdere beschadiging te stoppen.


Uw oogarts kan u vertellen hoe vaak u op controle moet komen.

Wat te doen bij diabetische retinopathie?

Met laserbehandeling is het mogelijk bijzondere lichtstralen op het netvlies te richten. Hierbij wordt bij een behandeling een deel van het netvlies uitgeschakeld zodat de vraag naar zuurstof daalt en er geen groeifactoren meer geproduceerd worden: de (beginnende) vaatnieuwvorming komt dan tot stilstaan en/ of lekkage neemt af. Afhankelijk van de aard van de afwijkingen zijn één of meerdere laserbehandelingen nodig. Aangezien de beschadiging van het netvlies door suikerziekte gedurende langere tijd kan doorgaan, kan aanvul‐ lende behandeling later nodig zijn. Het doel van de behandeling is de retinopathie af te remmen en zo slechtziendheid te voorkomen of te beperken.


Wat nu?

Helaas geeft suikerziekte nogal eens problemen met het zien. Door de steeds betere onderzoeks‐ en behandelingsmethoden is het tegenwoordig vaak mogelijk de retinopathie tot staan te brengen. In veel gevallen is het daardoor mogelijk blindheid te voorkomen. Laat daarom bij suikerziekte uw ogen regelmatig onderzoeken!



Wie is het aanspreekpunt?

In deze folder is in het kort weergegeven wat er aan de hand is wanneer er sprake is van diabetische retinopathie. Ook wordt aangegeven wat er aan gedaan kan worden. Verdere vragen kunt u het best aan uw eigen oogarts stellen.



Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Suikerziekte en het oog http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting


Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

Oogaandoeningen: syndroom van Charles Bonnet = pse

Wat is het syndroom van charles bonnet/pse?

Patiënten die om wat voor reden dan ook minder goed zien, zien soms personen of zaken die er niet zijn: ‘er zitten plots mensen in de kamer’. De patiënt is zich ervan bewust, dat wat hij/zij ziet niet echt is, maar durft dit vaak niet aan de omgeving of oogarts te vertellen; de patiënt denkt namelijk dat dit een teken van dementie of een ander hersenprobleem is.

Deze pseudohallucinaties (dus geen echte hallucinaties) zijn echter een bekend en veel voorkomend verschijnsel: de hersenen gaan bij gebrek aan scherpe beelden via het oog, zélf beelden verzinnen. Vergelijk het met slechthorende mensen die voortdurend liedjes denken te horen.

Hoe herken je het syndroom van charles bonnet/pse?

Mensen met het syndroom van Charlet Bonnet zien levensechte beelden die er in de werkelijkheid niet zijn. Dit kunnen zowel realistische als fantasiebeelden zijn en kunnen variëren in grootte of complexiteit. Deze beelden kunnen dagelijks voorkomen maar dit kan ook een incidenteel geval zijn. De beelden zijn daarnaast heel scherp en realistisch terwijl de persoon die ze ziet een (ernstige) visuele beperking heeft.



Wat te doen bij het syndroom van charles bonnet/pse?

Er is geen behandeling voor het Charles Bonnet syndroom. Pseudohallucinaties zijn volkomen onschuldig, en verdwijnen meestal als de patiënt even de ogen sluit, of met de vinger wijst naar de zogenaamde personen die hij ziet. Het verschijnsel kan echter ieder moment weer optreden. Voorkómen is niet mogelijk.



Wat nu?
Er is geen behandeling voor het Charles Bonnet syndroom. Het voorkómen ervan is ook niet mogelijk.

Wie is het aanspreekpunt?

Als u het vermoeden heeft dat u het syndroom van Charles Bonnet heeft, is het aan te raden om hier over met u huisarts in gesprek te gaan.



Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Syndroom van Charles Bonnet = pseudohallucinaties http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting

Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

Kijk voor meer informatie op: http://www.oogartsen.nl/oogartsen/overige_oogziekten/ziekten_verschijnselen/charles_bonnet_illusies_hallucinaties_slechtziendheid/

Deze site is geraadpleegd op 11 januari 2016.

Oogaandoeningen: tranende ogen

Wat zijn tranende ogen?

Kleine klieren van het slijmvlies en van de ooglidranden produceren het traanvocht, zodoende wordt de buitenkant van ons oog beschermd voor uitdroging. De traanklier, gelegen onder het bovenooglid, reageert bij emotie of oogirritatie en produceert dan extra traanvocht. De geproduceerde tranen worden afgevoerd via 2 traanpuntjes naar de traankanaaltjes. Bij het knipperen van de oogleden wordt het traanvocht samen met afvalstoffen en het stof uit de buitenlucht langs deze weg afgevoerd naar de neusholte. Een belangrijke functie van het traanvocht is de afweer, waarbij /‐door bacteriën en virus worden vernietigd. Vanaf de traanpuntjes via de traankanaaltjes, traanzak en neustraankanaal komt het traanvocht in de neusholten (links en rechts) terecht. Bij een verstopt traankanaal afvoersysteem gaat dit niet en kunnen ziektekiemen een ontsteking veroorzaken.  Dit veroorzaakt dan een zeer pijnlijke verdikking van de traanzak.



Hoe herken je tranende ogen?

Bij een verstopt traankanaal afvoersysteem gaat dit niet en kunnen ziektekiemen een ontsteking veroorzaken. Dit veroorzaakt dan een zeer pijnlijke verdikking van de traanzak.



Wat te doen bij tranende ogen?

Behandeling:



  • Bron van irritatie behandelen, b.v. haartjes verwijderen.

  • Een ooglidoperatie kan worden gedaan wanneer de traanpunten en/of het ooglid niet goed aanliggen. De ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving. Bloed verdunnende medicijnen dienen meestal tevoren te worden gestopt.

  • Wanneer het traankanaaltje dichtzit, is het soms mogelijk met een metalen staafje het kanaaltje op te rekken (sonderen) al of niet met achterlating van een siliconen slangetje.

  • Bij volledig dichtzitten van het traankanaaltje is het aanbrengen van een glazen buisje (van Jones) dat van de neushoek rechtstreeks in de traanzak uitmondt, mogelijk. Bij een verstopping in de traanzak of neustraankanaal kan er een verbinding gemaakt worden tussen de traanzak en de neusholte.(Dacryocystorhinostomie, afgekort als DCR). Meestal worden er siliconenslangetjes geplaatst zodat de traankanaaltjes goed open blijven. De slangetjes moeten 3‐6 maanden blijven zitten. Het plaatsen van een buisje van Jones of een DCR‐operatie gebeurt meestal onder narcose. Soms is plaatselijke verdoving mogelijk.  Bloed verdunnende medicijnen dienen meestal te worden gestopt. Bij ingrepen als een DCR of een buisje van Jones kan er wel eens een nabloeding ontstaan.

  • Ten slotte is er de dotter methode: een klein ballonnetje wordt op de plaats van de verstopping opgeblazen met de bedoeling de verstopping op te rekken.

Wat nu?
De gevolgen zijn per oorzaak, ernst van de oorzaak en behandeling verschillend. Informeer hierover bij uw oogarts.

Wie is het aanspreekpunt?

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw eigen oogarts.



Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Tranende ogen http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting

Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

Oogaandoeningen: uveitis

Wat is uveitis?

Uveitis is een ontsteking van het vaatvlies in het oog. Uveitis wordt gebruikt als een verzamelnaam voor inwendige oogontstekingen. De uitleg is algemeen gehouden, omdat de variatie hierin groot is.



Hoe herken je uveitis?

Uveitis‐patiënten klagen vaak over een vermindering van het gezichtsvermogen van één of beide ogen. Ze zien wazig, hebben last van zwarte vlekjes of slierten in het beeld. Een aantal patiënten kan het licht niet goed verdragen. Uveitis kan heel plotseling beginnen met een pijnlijk, rood oog of met geleidelijk waziger zien. Het kan in één oog voorkomen of afwisselend in één van beide ogen, of in beide ogen tegelijkertijd.




Met een normaal oogheelkundig onderzoek kan de oogarts vaststellen of er sprake is van uveitis. Bij dit onderzoek zullen de pupillen met oogdruppels verwijd worden. Dit geeft tijdelijk wat waziger zien. Het is vaak niet mogelijk bij dit eerste onderzoek vast te stellen wat de oorzaak is. Daarvoor is verder onderzoek nodig.
Dit onderzoek kan bestaan uit bloedonderzoek en röntgenfoto's. Soms wordt ook oogvocht onderzocht. Dit wordt onder plaatselijke verdoving met een kleine naald uit het oog gehaald. Wanneer dit gebeurt, krijgt u tijdelijk een oogverband.
Wat te doen bij uveitis?

De behandeling van de meest voorkomende vorm (uveitis anterior) bestaat uit ontstekingsremmende (corticosteroïden) druppels.  Bij een bekende oorzaak kan een doelgerichte therapie worden voorgeschreven.



Wat nu?

Alle vormen van uveitis kunnen leiden tot een tijdelijke of blijvende vermindering van het gezichtsvermogen. Uveitis kan zeer wisselend verlopen; het kan eenmalig optreden zonder blijvende gevolgen, maar ook langdurig aanwezig zijn met afwisselend rustige perioden en perioden waarin het ontstekingsproces toeneemt. De ontsteking kan verschillende delen van het oog beschadigen. Bekende problemen zijn: hoornvlies‐afwijkingen, staar (cataract), verhoogde oogboldruk (glaucoom) en netvliesschade.



Wie is het aanspreekpunt?

Om bij langdurige uveitis complicaties tijdig op te sporen en te behandelen is regelmatige controle noodzakelijk. Tijdens deze controles is overleg tussen patiënt en oogarts over de behandeling van belang.



Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Uveitis http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting

Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

Oogaandoeningen: veneuze vaatafsluiting in het oog

Wat is een veneuze vaatafsluiting in het oog?

Een veneuze afsluiting is een afsluiting van een ader, ook wel thrombose genoemd. Hierbij kan het bloed niet meer afgevoerd worden, de vaten gaan lekken waardoor er bloed/ vocht en eiwit in het netvlies vrijkomt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een venetak‐thrombose waarbij slechts een deel van het netvlies is betrokken, en een thrombose van de centrale ader (vena centralis thrombose) waarbij het hele netvlies is aangedaan.



Hoe herken je een veneuze vaatafsluiting in het oog?

Bij veneuze afsluitingen ziet de patiënt wazig of veel slechter maar niet totaal donker. Door naar het netvlies te kijken kan de oogarts zien of het een venetakthrombose betreft of een vena centralis thrombose.  



Wat te doen bij een veneuze vaatafsluiting in het oog?

Er wordt onderzocht of diabetes mellitus of hypertensie of hoge oogdruk een oorzaak is, en eventueel wordt de patiënt doorgestuurd naar de internist. Vaak wordt er echter ook geen oorzaak gevonden. Bij een thrombose wordt de patiënt regelmatig op controle gevraagd om te kijken of er complicaties zoals vaatnieuwvorming optreden. De kans op vaatnieuwvorming is bij een totale venethrombose wat groter dan bij een venetakthrombose. Indien er vaatnieuwvorming ontstaat, is er kans op verhoogde oogdruk (neovasculair glaucoom); dit moet met laser voorkomen worden. Soms gaat de vaatnieuwvorming zo snel dat de laserbehandeling niet snel genoeg effect heeft, er wordt dan tegenwoordig “anti‐VEGF” in het glasvocht gespoten (zie folder Intravitreale injecties), al dan niet gevolgd door laser. Bij venetakthrombose is de kans op vaatnieuwvorming kleiner, maar als de gezichtsscherpte afgenomen is door vocht onder de gele vlek (maculaoedeem) kan ook dan besloten worden tot het injecteren van anti‐VEGF waardoor het vocht vermindert, of er kan getracht worden dit met laser te bereiken. Vermindering van vocht hoeft echter niet altijd te betekenen dat het gezichtsvermogen verbetert. De behandeling met injecties bij veneuze afsluitingen is deels nog in ontwikkeling.



Wat nu?

De gevolgen zijn per oorzaak, ernst van de oorzaak en behandeling verschillend. Informeer hierover bij uw oogarts.



Wie is het aanspreekpunt?

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw eigen oogarts.



Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Veneuze vaatafsluitingen in het oog http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting


Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

Oogaandoeningen: vitrectomie

Wat is vitrectomie?
Een vitrectomie is een operatie die uitgevoerd wordt ter behandeling van een aandoening van het glasvocht of het netvlies.  

Waarom wordt een vitrectomie uitgevoerd?

Het glasvocht kan troebel worden, spontaan of door een bloeding. Een vitrectomie kan in sommige gevallen nuttig zijn om het troebele glasvocht te verwijderen om het licht weer ongehinderd in het oog te laten.

Maar meestal wordt een vitrectomie uitgevoerd voor een afwijking aan het netvlies. Soms groeit er een vliesje over het netvlies (epiretinale membraan/cellofaan retinopathie). Dit kan vervorming van de gele vlek (macula, het centrum van het netvlies) veroorzaken, dan wordt het een pucker genoemd. Hierdoor kan men ook vervormd gaan zien. Er kan ook een gaatje in de gele vlek ontstaan waardoor het scherpe zien ernstig vermindert (maculagat).  Een veel voorkomende reden om een vitrectomie te ondergaan is een netvlies loslating.

Hoe wordt de vitrectomie verricht?
Bij een vitrectomie worden er drie kleine openingen in de harde oogrok vlak naast het hoornvlies gemaakt. Het glasvocht wordt meestal vervangen door een speciale vloeistof, maar soms door gas of olie. Gas en olie worden gebruikt om het netvlies na de operatie enige tijd steun te geven. De ernst en aard van de oogafwijking bepalen de keuze tussen vloeistof, gas en olie. De keuze wordt voor de operatie met u besproken. Soms zal de arts tijdens de operatie moeten besluiten van deze keuze af te wijken.

Aanvullende informatie

- De speciale vloeistof wordt snel vervangen door vocht dat het oog zelf maakt.

- Ook gas wordt door eigen vocht vervangen, maar blijft langer in het oog. Zolang er een grote gasbel in het oog zit, kunt u weinig zien. Na verloop van tijd merkt u dat u over de gasbel heen kunt kijken en de bel langzaam uit het oog verdwijnt. Bij gebruik van gas is het meestal nodig dat u gedurende een aantal dagen na de operatie een bepaalde houding aanneemt. Zolang er gas in uw oog aanwezig is, moet u drukverschillen mijden, dat wil zeggen niet vliegen, duiken of bergbeklimmen. Als u onverhoopt binnen één maand na het inbrengen van het gas een operatie onder algehele anesthesie moet ondergaan dient u dit te melden aan de anesthesist. Er mag dan namelijk geen lachgas worden gebruikt.

- Olie verdwijnt niet vanzelf, maar moet met een tweede operatie verwijderd worden. Deze operatie zal meestal enkele maanden na de eerste operatie plaats vinden.

- De operatie vindt meestal in dagbehandeling plaats.  

-. Afhankelijk van de ernst van de afwijking kan de operatie van een half uur tot enkele uren duren. De meeste operaties kunnen met een locale verdoving uitgevoerd worden. Soms is een narcose nodig. De wijze van verdoving zal tijdens het voorafgaande bezoek bij de oogarts met u besproken worden.

- Zoals bij iedere operatie kan ook na een vitrectomie een nabloeding of infectie optreden. Bij een bloeding wordt het beeld plotseling wazig. Een bloeding verdwijnt meestal vanzelf. Een infectie komt zelden voor, maar kan ernstige gevolgen hebben.

- Als u nog niet aan staar geopereerd bent, zal enige tijd na een vitrectomie een staaroperatie nodig zijn. De termijn waarop staar zich bij u zal ontwikkelen is zeer variabel (een maand tot meerdere jaren, sneller op hogere leeftijd). Het ontstaan van staar merkt u door een langzame achteruitgang van de gezichtsscherpte.  

- Soms is na de operatie de oogdruk tijdelijk te hoog. De oogdrukverhoging wordt meestal met extra oogdruppels behandeld.

- Soms treedt na de operatie ter behandeling van een netvliesloslating opnieuw een netvliesloslating op. Bij een netvliesloslating valt een deel van het gezichtsveld weg. De kans op een netvliesloslating is het grootst in de eerste maanden na de vitrectomie. Het is verstandig in deze periode het gezichtsveld af en toe zelf te controleren. Dit kunt u doen door uw hand in het gezichtsveld te bewegen, terwijl u recht vooruit blijft kijken en het niet geopereerde oog dicht houdt. Uw hand moet rondom overal evengoed zichtbaar zijn. Bij een netvliesloslating is meestal een nieuwe operatie nodig.



Nabehandeling
Meestal blijft u tot enkele weken na de operatie oogdruppels gebruiken. In de meeste gevallen worden er geen hechtingen gebruikt. Als er wel hechtingen worden gebruikt hoeven deze meestal niet te worden verwijderd, maar ze kunnen vooral de eerste week irritatie geven. Het oog blijft enkele weken wat gevoelig, rood en gezwollen en in die tijd zult u fel licht waarschijnlijk slecht verdragen. Na een tot enkele weken kunt u al uw bezigheden weer hervatten. Wanneer een cerclage‐bandje is aangebracht, wordt na 3 maanden uw brilsterkte aangepast. De brilsterkte kan veranderen, omdat uw oog door het bandje iets van vorm is veranderd.

Wie is het aanspreekpunt?
Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze aan uw eigen oogarts.

Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Vitrectomie http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting

Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

Oogaandoeningen: vlekken en flitsen

Wat zijn vlekken en flitsen?
Heel vaak zijn vlekjes die mensen in of voor hun oog of ogen zien bewegen, het gevolg van troebelingen in het glasvocht. Het glasvocht (of glasachtig lichaam) is een gelei die het achterste gedeelte van het oog, de ruimte tussen ooglens en netvlies, opvult. Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door. Als zich echter verdichtingen of troebelingen in het glasvocht gaan voordoen, kunnen ze een schaduw op het netvlies geven. Dit kan zich voordoen als vlekjes in allerlei vormen: puntjes, cirkels, draden, slierten, spinnenwebben. Een plotseling ontstaan van vlekjes kan gepaard gaan met het optreden van lichtflitsen.

De combinatie van vlekjes en lichtflitsen wijst meestal op een vrij plotseling krimpen van het glasvocht. 



Hoe herken je vlekken en flitsen?
Door oogheelkundig onderzoek kan er onderscheid gemaakt worden of het bij vlekken en flitsen gaat om onschuldige klachten of niet. De oogarts zal het hele oog onderzoeken. Hierbij hoort een onderzoek van het netvlies nadat de pupil met oogdruppels wijd gemaakt is. Deze druppels kunnen, gedurende enkele uren, een verminderd zicht veroorzaken.

Wat te doen bij vlekken en flitsen?

Bij klachten van vlekjes en/of flitsen is het dus allereerst belangrijk vast te stellen wat de oorzaak is. Bij een oogontsteking (uveïtis) is meestal behandeling met medicijnen (oogdruppels) noodzakelijk. Bij glasvochtbloeding door suikerziekte is vaak een uitgebreide laserbehandeling van het netvlies nodig. Bij een glasvochtloslating zonder afwijkingen in het netvlies is er géén behandeling nodig. De ruimte tussen het gekrompen glasvocht en het netvlies wordt van zelf opgevuld door ander vocht. Wanneer er echter een scheurtje in het netvlies is ontstaan is meestal een laserbehandeling nodig, waarmee rondom het scheurtje “puntlasjes” gemaakt worden. Hiermee wordt het netvlies aan de onderlaag vastgezet, om zo een netvliesloslating te voorkomen.



Wat nu?
Glasvochttroebelingen worden op den duur vaak wat kleiner. Sommige troebelingen kunnen van plaats veranderen of zelfs verdwijnen. Mensen raken uiteindelijk meestal ook meer aan gewend aan de vlekjes, waardoor ze minder gaan hinderen. Hier kan wel soms lange tijd (maanden) over heen gaan. Lichtflitsen verdwijnen meestal weer van zelf, hoewel ze soms bij snelle oogbewegingen of in het donker nog wel enige tijd gezien kunnen worden. Echter: bij plotselinge duidelijke verergering van de vlekjes en/of flitsen kunt u het beste weer binnen 24 uur contact opnemen met de huis‐ of oogarts.

Wie is het aanspreekpunt?
Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw eigen oogarts.

Meer weten over?

Zie oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst Vlekken en Flitsen http://www.oogheelkunde.org/patienten/patientenvoorlichting

Deze site is geraadpleegd op 16 december 2015.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


Dovnload 0.87 Mb.