Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Er was eens…

Dovnload 398.88 Kb.

Er was eens…



Pagina1/9
Datum31.07.2017
Grootte398.88 Kb.

Dovnload 398.88 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9




Er was eens…
Lang geleden zag de wereld er helemaal anders uit. Meer dan 250 miljoen jaar geleden was er één groot continent: Pangea, dat dreef in één reusachtige oceaan: de Panthalassa.

Toen in de zestiende eeuw de Portugezen kaarten aan het tekenen waren van Brazilië, hebben ze eerder toevallig ontdekt dat de oostkust van Brazilië en de westkust van Afrika in elkaar pasten als een puzzel.

In de negentiende eeuw vond men nog gekkere dingen, zoals identieke gesteenten en planten- en dierenfossielen, maar dan wel op totaal andere plaatsen op de aarde, India en Antarctica bijvoorbeeld. Hoe kon dat? Dat kon geen toeval meer zijn…

Ene Alfred Wegener, een Duitse meteoroloog –dat is iemand die alles weet over het weer-, besloot in 1912 dat de continenten eigenlijk losse aardplaten waren die van elkaar weg bewogen doordat de aarde vanbinnen beweegt. Hij is beginnen te puzzelen en besloot dat onze aarde vroeger maar uit één groot continent bestond, Pangea, omgeven door één reusachtige zee en… dat de aarde er ook niet zal blijven uitzien zoals nu. Nu zijn er vijf continenten: Europa, Azië, Afrika, Oceanië en Amerika.

Doordat die aardplaten blijven bewegen en tegen elkaar botsen, zullen er steeds nieuwe gebergten ontstaan, zullen de vulkanen blijven uitbarsten en zal de wereld er over 250 miljoen jaar weer helemaal anders uitzien. Over miljoenen jaren zullen alle continenten weer naar elkaar toe gedreven zijn en krijgen we opnieuw zo’n groot supercontinent: Pangea Ultima.



Nu, wat heeft dat allemaal met Remi en Lamya te maken?Wel.

Dat kom je in de volgende … pg te weten....


De Man met twee gezichten
‘Ies dat duidelijk voor iedereen ier aanwezik? Oui?’

Gianfranco Chaudfontaine kijkt de vergaderzaal rond. Hij is de directeur van de Hogeschool voor Vergevorderde technieken waar zo’n 251 mensen werken. Hij is van Franse afkomst en het Nederlands wil zelfs na twintig jaar nóg niet lukken. Elke week is er vergadering. Dan wordt de voorbije week geëvalueerd en de komende projecten besproken. Vandaag zijn daar een aantal aantal nieuwe gezichten op aanwezig die absoluut niet passen op de Hogeschool. Robert, de vader van Remi, kijkt aandachtig rond en luistert. Zwijgend nipt hij van het glaasje champagne dat de directeur hem aanbiedt om zijn terugkeer te vieren. Hij voelt meteen dat er iets niet klopt.

Vóór hij werd teruggevonden in het Omgekeerde Land na een vreemde verdwijning van zeven jaar, werkte Robert hier al als specialist in de verschuiving van de continenten. Sinds een paar dagen is hij terug op post en hij is al meteen tot baas gebombardeerd van een groots project. Ook dat vind hij maar raar. Hij had gehoopt zich rustig wat te kunnen inwerken.

‘Goed, dan kuunnen uwije dees vergaderink afsluiten en kan iedereen naar uis. Ennem, Robèèèrt, uwije zijn ekt vereugd u uweer aan boord te ebben van onze team. U ruustpauze ies voorbij, vanaf maandak begient u uweer voltijds. Iek oop dat u èr klaar voor bent uwant èr wakten ons zuware uweken. De regeringen van tien landen, de NASA en een eleboel privé bedrijven rekenen op onze kuunde. De reddink van de aarde angt èrvan af. Eren, iek dank u.’


Een beetje op haar tenen getrapt omdat de vrouwen weer genegeerd worden, staat Evelien als eerste recht. Ze is pas zesentwintig maar heeft meerdere diploma’s op zak en ze is een experte op het vlak van de verschuiving van de aardplaten en onderwatervulkanen.

‘Twintig jaar in België! Dan zou je toch denken dat een Fransman ondertussen vlot Nederlands zou spreken maar neen hoor…ér wakten ons zuware uweken…’, doet Evelien haar directeur na met haar zware basstem.

Robert moet lachen. Hij moet altijd om Evelien lachen ook al kent hij haar nog maar pas want toen hij spoorloos verdween zeven jaar geleden, werkte Evelien nog niet op de Hogeschool voor Vergevorderde Technieken. Hij mocht haar meteen. Ze is volslank, staat vol met sproeten en heeft prachtig, lang vuurrood haar. Haar kleren zijn een shockerende mengeling van kleuren en laagjes en ze is altijd behangen met zware namaakjuwelen uit verre landen. Als ze voorbijloopt, klingelt het minuten later nog in de gangen en blijft er een zweem van zware parfum hangen. De meeste mannen in maatpak weten niet hoe ze moeten omgaan met ‘dat rare vrouwmens met die lage stem’ maar Robert vindt dat net leuk. Ze is rechtdoorzee, grappig, zeer intelligent en staat haar mannetje op een afdeling vol mannen. Een man heeft ze niet en voor kinderen heeft ze geen tijd, zegt ze.

‘Iek vertrouw die man voor geen aar’, fluistert ze Robert grappend in het half Frans - half Nederlands van Chaudfontaine toe, terwijl ze samen de vergaderzaal uitwandelen. Maar ze wordt gauw weer bloedserieus.


‘Die Chaudfontaine, dàt is nu eens echt mannetje zonder ruggegraat, zo één die meewaait met de wind, weet je wel, Robert? Die geen eigen mening heeft maar wel een neus voor zaakjes, geld en ellebogenpolitiek. En dat is dan directeur van een Hogeschool! Trouwens, hij liegt. Ik voel aan mijn oorlelletjes. Je hebt er geen idee van hoeveel geld hiermee gemoeid is. Mensen gaan over lijken. Dit project is een vergiftigd geschenk. Het is gedoemd om te mislukken. Ze gebruiken ons als dekmantel, voor de schone schijn. Wij moeten de pers en de bevolking zoet houden terwijl zij aan net het omgekeerde werken.’

‘Je spreekt in raadsels, Evelien. Ik ben pas een week terug op het werk. Dit was mijn eerste vergadering.’

‘Wacht maar af, volgende week nodigt hij je uit voor een gesprek en dan zal de aap uit de mouw komen. Je zal wel zien…’, waarschuwt Evelien hem geheimzinnig.

‘Ik begrijp er niets van, Evelien. Ben je zeker dat je geen spoken ziet?’ vraagt Robert, ‘tja, ik ken die mannen natuurlijk niet. De meeste zijn allemaal nieuw, heb ik de indruk. Directeur Chaudfontaine ken ik wel van vroeger, al werkte hij toen op een andere afdeling. Hij was zo snel als een luiaard en even onzichtbaar als een zwart gat in de ruimte. Van hem kan ik dus weinig zeggen. Die Warza, dié vertrouw ik voor geen haar. Erg moet dat zijn, zo’n lelijk gezicht hebben. Heb je opgemerkt dat niemand hem recht aankijkt? Precies een maffiabaas, met zijn chique kostuum. En die ouwe man in zijn politiepak, Mauser! Hij moet wel honderd zijn en zo doof als een pasgeboren vleermuis. Zo gek als een deur ook, als je ’t mij vraagt maar goed, een absolute autoriteit in zijn vakgebied. Vroeger dan toch. Volgens mij kent hij zelfs noord en zuid niet meer uit elkaar. Vreemd dat hij er was op deze vergadering… Wat willen ze met dat gekke, oude mannetje voor dit onderzoek? Zeg, is die lelijke maffioso eigenlijk een wetenschapper want hij heeft niks gezegd.’

‘Ze zeggen van wel maar volgens mij niet. Ik heb hem op ’t onverwacht een simpele vraag gesteld en hij wist het antwoord niet. Beeld je in! Een wetenschapper die Gondwanaland niet zou kennen!’

‘Dat was de grote landmassa die miljoenen jaren geleden, tijdens het Jura tijdperk, Zuid Amerika, Afrika, India, Australië en Antarctica bevatte, juist? Ja, ik moet mijn kennis wat opfrissen, het is voor mij jaren geleden.’

Evelien lacht. ‘Eén pluspunt, profesoortje en een bank vooruit’

‘En een kus van de juf?’

‘Je bent een getrouwd man, Robert’, plaagt ze hem en ze maakt aanstalten te vertrekken.

‘Hé, moet ik met die mysteries naar huis? Ga je me niet vertellen wat er hier volgens jou allemaal aan de hand is?’ roep Robert haar na.

Hij is toch wel geschrokken van wat ze zegt.

‘See you on Monday! Veel plezier vanavond, op je feestje!’ roept ze hem nog na.

Klingelend stapt ze in haar chique, gifgroene sportwagen die helemaal niet bij haar past en zoeft weg.

Robert kijkt haar lachend maar toch ook wel bezorgd na. Wat zou er aan de hand zijn? Nou ja, dat zijn zorgen voor maandag, eerst feest!




Stressmeter op 10
Remi’s moeder loopt zenuwachtig de living in en uit. Ze moet haar nagels nog lakken en ze is diep ongelukkig met haar nieuwe haarkleur. Haar beste vriendin Iris heeft het ‘indianenzwart’ geverfd, ‘met een vleugje blauw’. Wel, als ze het licht uitdoet in de badkamer, is haar haar fluorescerend blauw. En dat voor een kapster. Diep ongelukkig is ze. Op zo’n belangrijke dag dan nog. En ze moet nog aan de hapjes beginnen.

Robert is in de keuken champagne aan het koelen en ijslimonade aan het maken. Hij heeft het hele gesprek met Evelien uit zijn hoofd gezet en zich voorgenomen er vanavond niet meer aan te denken.

Remi probeert zoveel mogelijk uit de buurt van zijn moeder te blijven. Hij is aan het chatten met één van zijn beste internet vrienden uit Maleisië. Een jongen die net als hij heel erg geïnteresseerd is in astronomie. Maar hij kan zich niet concentreren. Hij vindt het ook wel spannend. Zijn vader is nu al een poosje terug uit het Omgekeerde Land en vanavond komt de hele familie Laksjmi-Stervonk op bezoek om hem te ontmoeten, de familie van zijn vriendinnetje Lamya. Zijn beste vriendinnetje. Zijn allerbeste vriendinnetje. Zijn…nou ja, je snapt het wel…
‘Schatje!’ roept zijn moeder van beneden.

Ze is zo over haar toeren dat haar stem de hele tijd overslaat, als een plaat die blijft hangen. Ze is al toe aan haar tweede vodka-cola om te proberen kalmeren.

‘Komen al die dochters nu mee, alle zeven?’

‘Neen mam, Zamya en Famya zijn ergens gaan logeren. Dat heb ik je al gezegd. Ze zijn dus met z’n zevenen.’

‘Hoe kan dat nu? En je zegt net dat er twee van de zeven niet komen?’

‘Zeven in totaal, mam. Meneer en mevrouw Laksjmi meegeteld’, legt Remi nogmaals rustig uit.

Zijn moeder is een echte schat maar van zodra haar dagdagelijkse leventje in de war gestuurd wordt, staan haar zenuwen op springen. Dan spreekt ze een paar octaven hoger, krijgt ze rode vlekken in haar nek en praat ze voor ze nadenkt wat al voor zeer pijnlijke situaties heeft gezorgd. Remi zou dan liefst terplekke veranderen in een vliegende mier.
‘Schatje! Ben je zeker dat Devi en die halfbloedkinderen mijn champignon soufflé wel gaan lusten? Ik kan nog altijd snel een varkenshaasje gaan halen. Of eten ze geen vlees?’ roept ze nerveus van onder aan de trap.

Remi heeft er bijna medelijden mee. Ze staat daar handenwringend en hulpeloos. Ze had zo graag Iris erbij gehad om haar goede raad te geven maar die heeft last van ‘water in haar benen’, zoals Iris het zelf plastisch uitdrukt. Dat heeft ze blijkbaar altijd in de lente. Oef, denkt Remi want Iris is rondborstig, breedsprakerig, bemoeizuchtig én…ze heeft een oogje op Matiz Stervonk, de papa van Lamya. Remi heeft nu niet bepaald zin in een scène uit een slechte Amerikaanse soap serie. Bovendien klemt ze Remi altijd tussen haar borsten in plaats van een gewone kus te geven. Jakkes, hij haat het. Kon zijn moeder nu echt geen andere beste vriendin uitkiezen. Misschien Lamya’s moeder, Devi Laksjmi? Dat is pas een vrouw. Melkchocoladen huid zoals haar dochters, ruglang ravenzwart haar, zwartomrande hazelnoot ogen en de liefste glimlach. Lamya lijkt in alles op haar. Mevrouw Laksjmi draagt ook altijd kleurrijke sari’s, gouden juwelen en haar stem klinkt als een fris beekje in de lente. Een groter contrast met Iris is nauwelijks denkbaar.


‘Schatje! Wat denk je? Zou mevrouw Laksjmi geïnteresseerd zijn in een paar verhalen uit het kapsalon? Of hou ik me liever op de vlakte? Een beetje over het weer praten? Ze ziet er zo intelligent en stijlvol uit. Ik weet nooit wat ik tegen haar moet zeggen.’

Zijn vader heeft vanuit de keuken alles gehoord en komt haar steunen. Zacht legt Robert zijn armen om haar schouders en blaast in haar nek. Daar kalmeert ze van.

‘Lieve vrouw, je bent fantastisch zoals je bent. Doe wat je voelt en zeg wat je wilt. De Laksmji’s zijn gewone mensen, zoals jij en ik. Maak je nou maar geen zorgen.’

‘Ik ben er niks gerust in, niks. Ik ken daar niks van, van dat Hindu gedoe en zo. Wat als ik iets fout zeg of doe? Toentertijd, toen onze kinderen in India zaten (zie ‘De Blauwe tempel’), toen hadden we gespreksstof genoeg maar nu…Ik heb niet eens voldoende stoelen voor iedereen! Wacht, even tellen: ik, jij, Remi, Lamya en vier van haar zussen, Devi en Matiz, euh…Aan hoeveel zit ik dan al? Acht? Neen, tien. Zie je wel, en ik heb maar acht stoelen! Zou ik niet beter mijn glazen kastje weg zetten? En voor alle zekerheid ga ik die diepblauwe foulard over mijn Louis XXIVX stoel leggen. Dat stofje is toch zó gevoelig aan vlekken.’

Ze dribbelt heen en weer als een kip zonder kop. Remi en zijn vader kijken naar elkaar en glimlachen. Ze zien haar allebei doodgraag.
Remi geniet nog elke ochtend van het besef dat zijn vader terug is, na zeven jaren. Zijn dag kan niet meer stuk als zijn vader zijn slaapkop door de deur steekt om hem wakker te fluiten, zoals hij vroeger altijd deed. Ze staan weer samen voor de spiegel om hun weerbarstige zwarte strohaar te proberen fatsoeneren. Als ze in lachen uitbarsten, flitst er even een gouden glans door hun donkere ogen. En als zijn moeder op zo’n moment durft binnenkomen, wordt ze meegezogen in hun plezier. Ook haar ogen stralen weer. Remi was vergeten hoe mooi ze wel kan zijn als ze gelukkig is.

Trots als een pauw heeft hij zijn vader al één keer meegenomen naar een oudercontact op school. Hij was altijd ‘die zonder vader’. Iedereen zat met grote ogen te staren, alsof hij net een vader had gekocht in de supermarkt. Vrank keek hij terug. Wat er in het Omgekeerde Land was gebeurd waren hun zaken niet. Directeur Dreunder barstte bijna uit zijn toch al te klein saai grijs kostuum van nieuwsgierigheid en zijn zoon Dimitri verliest Remi nog altijd geen moment uit het oog. Die wil voor de schoolkrant het verhaal brengen van de spectaculaire ‘verrijzenis’ van zijn vader. Hij heeft ook Lamya al proberen omkopen met bloemen en CD bonnen en op een keer is hij gewoon langsgegaan in het kapsalon waar zijn moeder en Iris werken. Terwijl Iris zijn haar waste en zijn moeder het knipte en föhnde, is hij net genoeg te weten gekomen om nog nieuwsgieriger te worden.


De herinnering aan zijn avontuur in het Omgekeerde Land doet Remi aan zijn zes gekke vrienden denken. Hij kijkt snel even door zijn telescoop, want het is ondertussen beginnen duisteren en ja hoor, daar staan ze te schitteren in hun sterrenhoop 6Mys99: Buik, Valentijn, Alfa, de Chef, Hazel en Charel de Sjansaar Junior. Ze zijn alle zes Levend Dood of Dood Levend en zitten op een sterrenstaart te wachten tot ze een vallende ster worden. Dan zijn ze echt Dood Dood of worden ze herboren, geen mens op aarde die het raadsel van leven of dood ooit zal ontrafelen. Het kan Remi ook niet veel schelen. Hij is dol op zijn vrienden en wie of wat ze zijn, is van geen belang. Ze zijn gek en grappig en lief en vrolijk. Gewone mensen kunnen hen alleen maar zien als ze geloven dat er meer is tussen hemel en aarde, voor alle anderen zijn ze onzichtbaar. Zulke vrienden heeft hij nergens anders, behalve Lamya natuurlijk.
Ook al ziet hij haar elke dag op school, het idee dat ze straks komt, bezorgt hem rode wangen. Hij haat er zichzelf om maar kan er niks aan doen. In zijn dromen is hij de meest charmante, doorwinterde versierder maar overdag durft hij haar nauwelijks aan te raken. Ze hebben in Zuid Afrika al één keer een ‘fase twee kus’ uitgewisseld die Remi nu nog doet zweven als hij eraan terugdenkt (zie ‘Het verloren Hoofd’), maar verder zijn ze nog niet geraakt. Zijn grote rivaal Boni zou al in ‘fase zes’ zitten, zégt hij. Van Gaston weet Remi het zeker. Dat is de stoerste en oudste jongen uit hun klas. Binnenkort is Lamya jarig en dan plant Remi zijn grote verleidingsplan. Hij gaat zichzelf als cadeau geven. Hoe hij het precies gaat aanpakken, weet hij wel nog niet. Hij is nu dertien, Lamya veertien al, het wordt de hoogste tijd, toch zeker voor ‘fase drie en vier’. Zijn wangen gloeien nog meer, alleen al bij het vooruitzicht.
Hé…bedenkt Remi zich ineens…het is dankzij zijn vrienden dat zijn vader terug thuis is. En ze zijn niet eens uitgenodigd op het feest. Op dat moment voelt hij een koude gloed door het raam zijn oor binnendringen. Het is een Boodschapwolkje van Alfa dat zegt: ‘Oké dan, omdat je zo aandringt. We zullen er zijn’

Hoe kan dat? Remi heeft het hen nog niet eens gevraagd? Maar dan moet hij lachen. Alfa kan gedachten lezen. Hij had nochtans beloofd het niet meer te doen. Foei! En weer vliegt een Wolkje zijn oor binnen: ‘Sorry, ik beloof dat ik het vanaf nu nooit meer zal doen’

En dag gaat de bel. Zijn moeder moet zich vasthouden aan de muur van het schrikken. Ze zijn er al!

waar ben ik aan begonnen…
‘Eindelijk, blij dat die dwazen allemaal buiten zijn. Stel je voor! Dat gekke vrouwmens vroeg mij deze week of ik een kaart had van Gowandada land! Ik ben de man van het geld en de actie, ik hoef al die nonsens niet te weten. Ik heb geantwoord dat ik geen stripverhalen lees.’

Warza vind zichzelf bijzonder geestig, zoals altijd. Humor is zijn wapen want hij is zo lelijk dat zelfs de ratten weglopen als ze hem zien.

‘Wat zei hij?’ vraagt Mauser met zijn hand aan zijn oorschelp.

Hij is zo doof als een kwartel maar weigert dat toe te geven. Volgens hemzelf hoort hij zelfs de wind waaien. Warza stopt direct met lachen. Het doof-zijn van Mauser werkt al maanden geweldig op zijn zenuwen.

‘Zei zij. Het is een zij. Volgens mij is die Evelien de gevaarlijkste van allemaal. We gaan er moeten voor oppassen. Wat heb je haar voorgesteld, Gianfranco?’

Chaudfontaine wordt niet graag met zijn voornaam aangesproken. Dat klinkt zo familiair. Hij is tenslotte directeur. Hautain kijkt hij Warza aan en antwoordt: ‘Iek eb aar volledig onder controol. Ik uwacht alleen et juiste mooment af uwant omkopen zal bij aar niet luukken. Maar iek vraag mij af oe zij die sjieke oto kan betalen, miesschienst kan iek daar mijn neus eens insteken en iets louche vinden?’

Maar de zorgelijke trek om zijn wenkbrauwen toont dat hij er helemaal niet zo zeker van is.
Chaudfontaine kijkt Warza nooit aan, niemand doet dat.

Het vel van Warza’s gezicht is grauw, een kraterlandschap heeft er niks aan. Zijn oogranden zien altijd rood en je denkt de hele tijd dat zijn bijna doorzichtige ogen er gaan uitvallen. Hij heeft vieze tanden en littekens rond zijn mond waardoor zijn mond bij elke lettergreep helemaal scheef trekt. Op zijn hoofd staan nog een paar bruine haren die hij er van links naar rechts over kamt om toch maar niet kaal te lijken. Maar hij is altijd onberispelijk gekleed.

Ook nu heeft hij een felblauw hemd aan, een donkergrijs krijtpak en een lichtgrijze zijden das met fijne blauwe blaadjes erop. Zijn schoenen blinken en uit zijn oren zou je kunnen eten. Maar ja, niet dat iemand daar ooit op let. Niemand durft naar hem te kijken. Een combinatie van antibiotica, heet frietvet en de windpokken hebben hem een paar jaar geleden zo gemaakt. Zijn vrouw heeft hem daarom verlaten en zijn kinderen hebben hem niet meer nodig.

Om zich te wreken op de maatschappij, is hij witte-boord-crimineel geworden. Dat zijn de ergste bandieten want je ziet het er niet aan. Ze dragen chique kostuums met frisgewassen, stijfgestreken witte boordjes maar vanbinnen zijn ze door- en door slecht.

Vanuit zijn advocatenkantoor bestiert Warza heel andere zaken dan huis-, tuin-, en keukenproblemen. Dat doen zijn vijftien jonge advocaatjes. Hij doet het grote werk, en haalt ook de grote poen binnen. Zijn kantoor heet kortweg ‘Warza’. Van eerlijk werken wordt een mens niet rijk, is zijn motto. En walgelijk rijk worden is nu nog zijn laatste doel. Zo stinkend rijk dat hij zou kunnen zwemmen in een bad vol biljetten van 500 euro. Zo rijk dat hij de wereld zou kunnen kopen en nóg geld overhouden.
‘En die nieuweling, die Robert? Vanwaar komt die ineens eigenlijk?’ vraagt Warza na zijn dromelarijtje dat hem doet glimlachen, wat zijn mismaakt gezicht nog afzichtelijker maakt. Hun plan is te groots en te belangrijk. Zijn doel is in zicht. Als er ook maar iets of iemand hem een haarbreed in de weg zou durven leggen, gaat die eraan.

‘Robèèèrt ies zeven jaar spoorloos geweest. Ij zekt dat de FBI èm teruuggevonden ebben maar ij zekt niet uwaar of oe. Maar iek ken Robèèèrt nog van vroeger, ook al kent ij mij niet, denk iek. Iek was vroeger directeur van een andere afdelink van et Ministère. Robèrt ies een arde uwerker en zeer betrouwbaar. Volgende week ga iek em omkopen. Ij eeft ook een zoon die miesschienst bruikbaar ies.’

‘Een kleine gijzeling? Ontvoering?’ vraagt Warza zonder verpinken. Het doel heiligt de middelen.

‘Mijn voering zit niet los! Weten jullie wel hoeveel dit kostuum gekost heeft? Dit is nog een ambachtelijk gemaakt kostuum. Al dertig jaar draag ik het en het ziet er nog precies hetzelfde uit’, protesteert Mauser die wanhopig probeert het gesprek te volgen.

Hij ziet er compleet belachelijk uit in zijn politiepakje waarvan de knuppel constant tussen zijn benen bungelt. Op zijn vijfennegentig jaar oude kromme beentjes dribbelt hij mee door de gang, vriendelijk dag zeggend tegen iedereen die hij maar passeert. Ze staren hem allemaal bevreemd na. Wie is dat? Er werken meer dan 250 mensen op de Hogeschool, logisch dat die elkaar allemaal niet kennen. Vooral de dametjes krijgen van Mauser een extra knipoog. In zijn hoofd is hij pas dertig en hoe zotter hij wordt, hoe jonger van geest. Meestal vinden de jonge meisjes dat best charmant en ze staan hem zelfs kusjes op de wang toe en intieme knuffels. Wat zou zo’n uitgedroogd heertje nu nog voor kwaad kunnen doen…Ze hebben er bijna medelijden mee.

Warza zou hem het liefst door elkaar schudden maar Mauser is te waardevol voor hun plan.


Ooit was Mauser een wereldberoemd wetenschapper. Zijn boeken zijn in zevenendertig talen vertaald en worden aan bijna elke universiteit gedoceerd. Hij ligt mee aan de basis van de theorie die zegt dat over 250 miljoen jaar alle zes de continenten één groot geheel zullen vormen: Pangaea Ultima. Maar dan leven er allang geen mensen meer op aarde. Met een beetje geluk, halen we de helft. Als er ondertussen geen meteoor neervalt op de aarde.

Op zijn eenentachtigste begon Mauser echter zo te raaskallen dat hij gek is verklaard. Op voorwaarde dat hij geen waanzinnige ideeën meer zou verkondigen, moest hij niet in een gekkenhuis. Maar hoe gek ook, zijn theoretische kennis is intact. Geen mens ter wereld die meer weet over aardplaten, het diepste binnenste van de aarde en hoe dat zich allemaal beweegt ten opzichte van elkaar. Daarom is hij voor hun misdadig project onmisbaar.

Hij is de enige ter wereld die ervoor kan zorgen dat die platen mekaar sneller raken, veel sneller. Dan komen alle continenten weer bij elkaar en bestaat er nog één groot rijk waarover Warza heer en meester zal zijn. Niet gescheiden door zeeën, overzichtelijk en controleerbaar. Van noord naar zuid, van oost naar west over land bereisbaar. Alle rijkdommen van dat enorme rijk zullen van hem zijn. De overbevolking zal vanzelf uitsterven door de ziektes die ze aan elkaar zullen doorgeven want één groot rijk betekent alle rassen door elkaar, geen grenzen meer. Ze zullen elkaar uitmoorden voor geld, land, olie en goud. Schitterend!

Warza lacht al zijn vieze tanden bloot bij de idee aan zijn komende glorietocht. Hij wordt de nieuwe Caesar. Dat is zijn wraak voor wat de wereld hem heeft aangedaan.

En die arme Mauser heeft er allemaal geen flauw idee van. Hij denkt dat hij mag meewerken aan groots, wetenschappelijk experiment. Warza lacht nu luidop.
Chaudfontaine schrikt als hij het toegetakelde gezicht van Warza per ongeluk aankijkt. Het drukt pure haat uit. Hij is bang van Warza maar die heeft hem zoveel geld belooft dat hij wel moet meedoen. Toch houdt hij zijn hart vast. Zo af en toe twijfelt hij. Wat gaat er met hem gebeuren als uitlekt dat hij hieraan heeft meegewerkt? Stel dat het allemaal mislukt? Kan hij Warza wel vertrouwen? Het koude zweet breekt hem uit. Hij kijkt naar Mauser die het ‘verkeer’ staat te regelen in de gangen en voelt zijn hart samentrekken. Waar is hij aan begonnen…

  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • De Man met twee gezichten
  • Stressmeter op 10

  • Dovnload 398.88 Kb.