Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Erasmus universiteit rotterdam faculteit der Economische Wetenschappen

Dovnload 0.64 Mb.

Erasmus universiteit rotterdam faculteit der Economische Wetenschappen



Pagina1/2
Datum07.11.2017
Grootte0.64 Mb.

Dovnload 0.64 Mb.
  1   2

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

Faculteit der Economische Wetenschappen

Sectie Algemene economie



Bachelorthesis

Kartelvorming: Is ‘cheating’ te bewijzen?

een case over het Nederlandse bierkartel




Begeleider: Dr. B. Visser

Naam: Ashnie Poelloe

Examennr: 287713

Emailadres: 287713ap@student.eur.nl

Voorwoord
Deze thesis is geschreven in het kader van de afstudeeropdracht als onderdeel van de driejarige bacheloropleiding Economie & Bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. De drie betreffende jaren waren voor mij in veel opzichten erg leerzaam en vormen een goede basis voor mijn vervolgopleiding.
Na het raadplegen van vakliteratuur, wetenschappelijke artikelen en het internet, ben ik tot een onderwerp gekomen. Dit onderwerp, concurrentie(beleid), heeft betrekking op een aantal vakken die ik tijdens mijn studie heb gevolgd. Omdat het onderwerp een omvangrijk begrip is, heb ik besloten om een onderdeel van het concurrentiebeleid te bespreken, namelijk kartelvorming.

Uit deze bachelorthesis moet blijken of ‘valsspelen’ binnen een kartel in een oligopolistische markt bewezen kan worden door de ondernemingen. Met behulp van een case over het recente kartel van de Nederlandse bierbrouwers, zijn de algemene achtergronden en de economische theorie die hierop van toepassing zijn, uiteengezet. Daarnaast zal het duidelijk worden dat bij het spreken van de case er vaak gespeculeerd wordt, omdat harde feiten niet aanwezig waren.


Het schrijven van dit onderzoek ging in de eerste instantie niet soepel. Zo was het niet gemakkelijk om een toepasselijke probleemstelling te formuleren, bewijzen te vinden en de gevonden resultaten te analyseren. Ik ben meerdere keren opnieuw begonnen. Bovendien heb ik wegens een aantal omstandigheden vertraging opgelopen. Met als gevolg dat er bij het afronden van de scriptie een krappe tijdsplanning is ontstaan.
Desalniettemin ben ik trots op het eindresultaat, dit is deels te danken aan mijn scriptiebegeleider, dhr. Visser, die mij heeft bijgestaan. Ik wil hem bedanken voor zijn begrip, geduld, inspiratie en ondersteuning.
Tot slot ben ik mijn ouders, familie en vrienden dankbaar dat ze altijd in me blijven geloven en op elk moment voor me klaarstaan.
Ashnie Poelloe,

Rotterdam, augustus 2007
Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1: INLEIDING pag.

1.1 Introductie 4

1.2 Probleemstelling 5

1.3 Opzet van het onderzoek 5

1.4 Structuur van het onderzoek 5

Hoofdstuk 2: ALGEMENE ACHTERGRONDEN

2.1 Het verschil tussen ‘expliciete’ en ‘stilzwijgende’ samenspanning(collusion) 6

2.2 Basis begrip kartel 6

2.3 Relevante factoren kartelvorming 8

2.4 Argumenten voor kartelvorming 11

2.5 Kartel problemen 12

2.6 Handhaving van kartels 13

Hoofdstuk 3: ECONOMISCHE THEORIEVORMING

3.1 Inleiding 16

3.2 De oligopolie:

3.2.1 Kartel theorie 16

3.2.2 Game theorie 20

3.3 Green en Porter: ‘trigger prijs’ strategie 24

Hoofdstuk 4: CASE: HET NEDERLANDSE BIERKARTEL


4.1 Inleiding 27

4.2 Het product bier 28

4.3 De bierbrouwers:

4.3.1 Heineken 28

4.3.2 InBev 29

4.3.3 Grolsch 29

4.3.4 Bavaria 30


    1. Beschrijving van de biermarkt:

4.4.1 Consumenten 30

4.4.2 Producenten 32

4.4.3 Import en export 32

4.5 Relevante factoren van kartelvorming op de biermarkt 33

4.6 Het bewijs en boeteoplegging door de EC 36
4.7 Is er valsgespeeld tijdens het kartel? 40
4.8 Kartels bestrijden- hoe? 42

Hoofdstuk 5: CONCLUSIE 46

Literatuurlijst 48

Bijlage A Artikel 81 van het Verdrag tot de oprichting van de Europese Gemeenschap 51

B Clementieregeling 52

H1 Inleiding


    1. Introductie

Kijkend naar de recente gebeurtenissen op het gebied van het concurrentiebeleid is te zien dat een aantal ondernemingen forse boetes hebben gekregen. Het concurrentiebeleid kent vier facetten. Ten eerste de controle op fusies. Men probeert zo overheersende machtposities op de markt te voorkomen. Het tweede gebied omvat de liberalisering van economische sectoren waarin sprake is van een monopolie. Als derde is het van belang om staatssteun te beperken. En tenslotte moet kartelvorming tegengegaan worden. Deze scriptie zal alleen betrekking hebben op het laatste facet. De kartels zijn – in vergelijking met alle andere concurrentiebeperkende inbreuken – het meest schadelijk. Alle kartelcases zijn uniek. Zo werden de Nederlandse bierbrouwers dit jaar beschuldigd van het maken van illegale prijsafspraken in de periode 1996-1999. Er ging echter zeven jaar aan onderzoek vooraf voordat de mededingingsautoriteiten uiteindelijk een boete hebben opgelegd. Hieruit blijkt maar weer, hoe moeilijk het is om alleen aan te tonen of de illegale prijsafspraken werkelijk bestaan. Het is dus niet gemakkelijk om bewijs te leveren dat een kartel is gevormd. Een van de redenen hiervoor is dat de leden van een kartel in het geheim te werk gaan. Maar het kan ook gebeuren dat enkele participanten uit het kartel stappen. Met als gevolg dat er informatie doorgespeeld kan worden aan overheidsinstanties om te voorkomen dat men een boete opgelegd krijgt, of omdat de participanten op deze manier meer kunnen verdienen. In de gametheorie wordt dit ‘valsspelen’ genoemd( met de Engelse benaming, cheating). De vraag is nu wat dit ondernemingsgedrag veroorzaakt? Welke beweegredenen ondernemingen hebben om kartels te vormen? Hoe kunnen de ondernemingen bewijzen dat er valsgespeeld wordt binnen een kartel?En op welke manier is dit dan af te schrikken? Het is voor de ondernemingen een bijzondere uitdaging om een kartel te vormen, omdat er een heel management achter zit; het gaat om de toedeling van de productie tussen de kartelleden, de allocatie van de winsten tussen de leden en het behouden van de kartelovereenkomst. Deze drie aspecten van kartelvorming staan niet onafhankelijk van elkaar. Zo moet er rekening gehouden worden dat bij het verdelen van de winsten prikkels ontstaan voor enkele leden om zich niet aan de gemaakte afspraken te houden en zelfs het kartel te verlaten. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met mededingingsautoriteiten. Omdat kartels vaak illegaal zijn zullen ze er alles aandoen om deze te verhinderen. Maar welke maatregelen moeten de autoriteiten nemen? En hoe moeten de autoriteiten een mechanisme vinden om de ondernemers die uit het kartel stappen te forceren informatie door te spelen?

Het maken van prijs, productie, -en verdelingsafspraken tussen concurrenten onderling zijn binnen de Nederlandse, maar ook binnen de Europese wetgeving dus verboden. Door de vrije Europese markt wordt onderlinge concurrentie bevorderd. Deze concurrentie is essentieel om ondernemingen alert te houden. Zo worden ze gestimuleerd om de producten en diensten beter af te stemmen op de behoeften van de consument. Bovendien worden de ondernemingen genoodzaakt om effectiever en efficiënter te produceren. De consument profiteert uiteindelijk van de lagere prijzen die hiervan het resultaat zijn.

Het is de bedoeling om met deze scriptie te verklaren of valsspelen binnen een kartel bewezen kan worden. Aan de hand van de algemene achtergronden en economische theorieën omtrent kartelvorming, gezamenlijk met de case over het Nederlandse bierkartel wil ik dit duidelijk maken.

1.2 Probleemstelling



Doelstelling: Inzicht krijgen of ondernemingen die een kartel hebben gevormd, ‘valsspelen’ van hun mede- kartelleden kunnen bewijzen en afschrikken.

Vraagstelling: Is ‘valsspelen’ binnen een kartel in een oligopolistische markt te bewijzen door de ondernemingen die deelnemen aan het kartel?

1.3 Opzet van het onderzoek

Deze scriptie heeft de vorm van een literatuuronderzoek en is analytisch van aard. Het onderzoek bestaat uit een analyse van secundaire bronnen. Tot deze bronnen behoren voornamelijk wetenschappelijke artikelen, recente krantenartikelen, boeken en jaarverslagen. Het materiaal is afkomstig uit bibliotheken, databanken, het internet en van andere organisaties die voor dit onderzoek van belang zijn. Ik heb gekozen voor deze opzet, omdat de tijdsplanning van de thesis niet de mogelijkheid biedt de informatie op een andere wijze te vergaren. Eventueel zou ik nog een survey of interview kunnen uitvoeren met de betrokken ondernemingen, maar deze zouden niet meewerken, omdat geen enkele onderneming beschuldigd wil worden van kartelvorming, daar heb ik dan ook van afgezien.

De empirische gegevens beperken zich tot een analyse van het Nederlandse bierkartel, bestaande uit vier onafhankelijke bierbrouwers, te weten Heineken, InBev, Grolsch en Bavaria. Er is gekozen voor dit kartel, omdat het recente informatie bevat en zich tevens op Nederlandse bodem heeft afgespeeld. Met behulp de case over het bierkartel wil ik de theorie verduidelijken.

1.4 Structuur van het onderzoek
Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de algemene achtergronden van kartelvorming waartoe ik me beperk. Het basisbegrip, de factoren, de argumenten en de problemen van kartelvorming worden hier besproken.

Hoofdstuk 3 is volledig gewijd aan de geselecteerde economische theorieën die van belang zijn om de probleemstelling te beantwoorden. In hoofdstuk 4 zal de empirie uiteengezet worden aan de hand van een korte casestudy. Eerst volgt een korte uiteenzetting over de betrokken ondernemingen van het kartel. Daarna zal er dieper op algemenere achtergronden en de theorie worden ingegaan en vervolgens wordt een link gelegd met de te onderzoeken vraag. Aan de hand van de bevindingen en mijn eigen inzicht wordt bekeken of de probleemstelling kan worden weerlegd, of niet. Tenslotte zal ik in hoofdstuk 5 de conclusie uiteenzetten.


H2 Algemene achtergronden

2.1 Het verschil tussen ‘expliciete’ en ‘stilzwijgende’ samenspanning(collusion) ‘Samenspanning’(collusion)ontstaat als ondernemingen overeenkomen om op een manier te handelen waardoor alle ondernemingen die deelnemen aan de samenspanning er voordelen uit kunnen halen. Als ondernemingen direct met elkaar communiceren om een onderling resultaat te bereiken, wordt dit ‘expliciete samenspanning’ genoemd. Ondernemingen kunnen bijvoorbeeld vertegenwoordigers sturen om direct een overeenkomst te bereiken. Daarnaast zouden de ondernemingen over de telefoon, de fax of e-mail kunnen communiceren. Wanneer ondernemingen op een markt samen komen om prijs, output- en marktverdelingsafspraken te maken wordt het een ‘kartel’ genoemd. Het begrip kartel heeft dus alles te maken met het expliciet zijn van communicatie. Ondernemingen kunnen informatie delen over kosten, vraag en dergelijke. Door de Europese Commissie is deze vorm van samenspanning verboden. Volgens de wet is er ook nog een andere vorm van samenspanning, die onderscheiden moeten worden van ‘expliciete samenspanning’, namelijk ‘stilzwijgende samenspanning’(tacit collusion). Dit wil zeggen dat sommige ondernemingen een onderling resultaat bereiken zonder direct met elkaar te communiceren, en dus zonder dat er overeenkomsten zijn. Zolang ondernemingen die samenspannen niet direct communiceren, kunnen ze niet aansprakelijk worden gesteld dat ze de wet hebben overtreden. Deze vorm van samenspanning is niet verboden door de EC.

Economen daarentegen maken meestal geen onderscheid tussen deze twee vormen. In deze scriptie gaat het hoofdzakelijk over kartels, ofwel expliciete samenspanning, maar bij het bespreken van de economische theorieën wordt hier echter geen verschil in gemaakt.


    1. Basisbegrip kartel

Kartels zijn er in alle vormen en maten. In de simpelste vorm kan een kartel omschreven worden als “een overeenkomst tussen twee of meer ondernemingen met als doel onderling niet te concurreren”. Kartelvorming is een vorm van samenspanning(zie 2.1), dat geregeld is via overeenkomsten en is daarom ‘onderling’ niet stilzwijgend. De nadruk is gelegd op ‘onderling’ niet stilzwijgend, omdat kartels voor de buitenwereld( consumenten, mededingingsautoriteiten etc.) juist wel stilzwijgend kunnen zijn.

Dit onderzoek limiteert zich echter alleen tot de zogenaamde ‘hardcore kartels’. Deze kartels staan recht tegenover de ‘softcore kartels’, die niet direct concurrentiebeperking beogen.

De hardcore kartels, kennen een drietal gemeenschappelijke componenten:

1) Een overeenkomst

2) Tussen concurrenten

3) Concurrentiebeperking

De overeenkomst die gesloten wordt bij het vormen van een kartel zijn meestal in het geheim, verbaal en vaak ook informeel.1 De term concurrenten refereert naar een groep nauw verwante bedrijven die rechtstreeks met elkaar mededingen voor de verkoop van goederen en het verlenen van diensten. Hierbij valt te denken aan fabrikanten, distributeurs en detailhandelaren. De derde component, concurrentiebeperking, is een feit die bij elke illegale overeenkomst tussen ondernemingen terugkomt.
Verdergaande met de beschrijving van de hardcore kartels, hierna gewoon aangeduid als kartels, worden er vier categorieën door de jurisprudentie geïdentificeerd, namelijk;


  • Prijsafspraken

  • Output beperkingen;

  • Marktallocatie/verdeling; en

  • Bid rigging

Als er gesproken wordt over prijsafspraken, dan betekent dit dat concurrenten onderling de prijzen verhogen, vaststellen of handhaven. Het kan bijvoorbeeld gaan om het invoeren van minimumprijzen, het elimineren van kortingen, of het aannemen van een standaardformule voor het berekenen van prijzen, enz. Output beperkingen kunnen betrekking hebben op de restrictie van de hoeveelheid productie, verkoopvolumes en marktgroei. Met marktallocatie wordt bedoeld dat concurrenten de markt onder elkaar verdelen, waardoor er specifieke klanten, producten en gebieden/ rayons toegewezen worden. Bij bid rigging gaat het om verboden aanbestedingsafspraken. Het is een manier waarop samenzwerende concurrenten effectief hun prijzen kunnen verhogen, en waar kopers – vaak de staat, of lokale regeringen– de goederen en services tegen de concurrerende prijzen kunnen verkrijgen.2
Kartels kan men praktisch in alle sectoren van het economisch leven aantreffen - zowel voor diensten als voor grondstoffen, levensmiddelen en luxe goederen - op alle niveaus van de waardeketen( fabricage, distributie en retail). Sommige sectoren zijn echter sneller vatbaar voor de vorming van kartels dan anderen, wegens de structuur of de manier waarop ze georganiseerd zijn en opereren. In de volgende paragraaf hierover meer.
2.3 Relevante factoren kartelvorming

Zoals uit het voorgaande blijkt, kunnen alle sectoren in de markt gevoelig zijn voor (stilzwijgende) kartelvorming. Maar het hangt van enkele verschillende factoren en per sector/markt af in welke mate ze hiervoor vatbaar zijn. Tevens hebben deze factoren invloed op de duurzaamheid van de kartel als deze is gevormd. Er zijn aantal structurele algemene variabelen die kartelgedrag bemoedigen, zoals het aantal concurrenten op de markt, toetredingsbarrières en markt transparantie. Daarnaast zijn er een aantal karakteristieken, die de vraagkant betreffen: is de markt aan het groeien, stagneren of verkleinen? Is er sprake van marktfluctuaties? Natuurlijk zijn er ook factoren die te maken hebben met de aanbodkant: Is een markt gedreven door technologie of innovatie? Gaat het om het aanbod van homogene of heterogene producten?Enzovoorts.

Deze paragraaf bespreekt de belangrijkste factoren die kartelvorming kunnen bevorderen of beperken.3

Te beginnen met de structurele factoren:




  • Het aantal concurrenten op de markt

Een markt met weinig spelers loopt het risico op kartelvorming. Want hoe groter het aantal spelers is die willen deelnemen aan het kartel, des te moeilijker de coördinatie ervan wordt. En aangezien het aantal ondernemingen toeneemt, zal elke onderneming een kleiner aandeel van de winst krijgen die behaald is door het kartel. Hierdoor kan het voor sommige ondernemingen verleidelijk zijn om vals te spelen.

  • Toetredingsbarrières

Geheime afspraken over de prijs-en marktontwikkelingen zullen niet voorkomen op markten waar er geen toetredingsbarrières zijn. Anders gezegd: het wordt moeilijker om kartelafspraken te maken als de barrières om op de markt toe te treden laag zijn. In een markt waar er geen toetredingsbarrières zijn, dus wanneer de markt vrij is om toe te treden, kan een kartel alleen behouden worden door de prijzen heel laag te houden of door hoogwaardige producten aan te bieden.



  • Interactie tussen ondernemingen

Er is meer ruimte voor geheime overeenkomsten als dezelfde ondernemingen herhaaldelijk met elkaar concurreren. Ondernemingen vinden het gemakkelijk om afspraken onderling overeen te komen als ze regelmatig met elkaar te maken hebben. De reden hiervoor is dat indien één van de spelers zich niet aan de gestelde afspraken houdt, er sneller gehandeld kan worden. En bovendien heeft de frequente interactie tussen ondernemingen als voordeel dat er sneller vergelding kan plaatsvinden.

  • Markttransparantie

Regelmatige prijsveranderingen geven ondernemingen de mogelijkheid om gelijk te kunnen ingrijpen als een marktdeelnemer zich niet aan de afspraken houdt en bijvoorbeeld de prijs onder de kartelprijs zet. Maar deze afwijking moet dan wel eerst herkend worden door de deelnemers. Zo wordt het moeilijk om kartels te vormen als de individuele prijzen niet geobserveerd en afgeleid kunnen worden van bestaande marktgegevens. In het kort, het gebrek aan transparantie van prijzen en verkopen kan er voor zorgen dat kartelvorming minder aantrekkelijk is.

  • Handelsorganisatie

Vaak vinden kartels een basis in de reeds bestaande handelsorganisaties. Deze organisaties kunnen verkoopcoördinatie en marktallocatie bevorderen. Maar ook hebben ze als doel om als overkoepelende organisatie de algemene belangen van de desbetreffende bedrijfstak te behartigen tegenover de overheid en werknemers.4 Hierdoor kan samenspanning makkelijker plaatsvinden.

  • Overheidsbemoeienis

Het wordt eenvoudiger voor ondernemingen om een kartel te vormen op een markt waar de overheid geen concurrentiebeleid hanteert en er niet op de markt wordt reguleert door het stellen van productie-eisen en geven van extra belastingen. In een aantal gevallen worden kartels zelfs niet als een bedreiging gezien door autoriteiten. In veel landen wordt het echter wel verplicht gesteld door de overheid om samenwerking tussen ondernemingen en kartels openbaar te maken en te registreren. Deze publiciteit kan bijdragen aan betere marktprestaties doordat managers van ondernemingen die kartels vormen hun reputatie geen schade willen toebrengen waardoor ze hun gedrag zullen veranderen. In Nederland zijn kartels pas sinds 1998 verboden, dat staat in de Mededingingswet van 1998. De Nma is de instelling die controleert of ondernemingen die op het Nederlandse grondgebied actief zijn, zich aan de wet houden. Daarnaast zullen Nederlandse ondernemingen zich ook moeten houden aan het Europese concurrentiebeleid. De Europese Commissie zorgt ervoor dat dit beleid gehandhaafd wordt.
Als tweede de karakteristieken die de vraagkant betreffen:

  • Groei van de vraag

Kartels worden eerder gevormd als de korte termijn verdiensten van een afwijking klein zijn in vergelijking met de toekomstige kosten van de vergelding. Daarom is voor een vast aantal marktparticipanten, kartelvorming makkelijker te handhaven in een groeiende markt, waar de winsten van vandaag kleiner zijn ten opzichte van die van morgen.

  • Afwezigheid van vraagschommelingen

Kartelafspraken in markten die onderworpen zijn aan conjunctuurschommelingen zijn minder duurzaam.

  • Vraagelasticiteit

De vraagelasticiteit heeft geen direct effect op de duurzaamheid van kartels, maar kartelvorming is winstgevender als de vraagelasticiteit laag is. Tegelijkertijd zorgt kartelvorming voor meer verontwaardiging bij de consumenten als de vraag inelastisch is, dit omdat er meer ruimte is om prijzen te verhogen.

  • Koopkracht

Zelfs met een perfecte kartel, kan het moeilijk zijn om hoge prijzen te bewerkstellen aan kopers

die veel marktmacht hebben, dit maakt kartelvorming minder winstgevend en tevens fragiel


Ten slotte bespreek ik de factoren die te maken hebben met de aanbodkant:

  • Innovatieve markten

Innovatie zorgt ervoor dat kartellering problematischer wordt. Door innovatie wordt het mogelijk om relatieve voordelen te behalen ten gunste van de concurrenten, waardoor er spelers eerder zullen afwijken van de gemaakte afspraken. Kartelvorming in een markt die door innovatie wordt gedreven, krijgt daardoor minder regulering van antitrust autoriteiten.

  • Asymmetrie in kosten en productiecapaciteit

De aanwezigheid van asymmetrie in kosten heeft verschillende implicaties. Ten eerste is het niet gemakkelijk voor ondernemingen om een gemeenschappelijk prijsbeleid te hanteren. Immers, ondernemingen met geringe marginale kosten zullen aandringen om prijzen lager te houden, dan de andere participanten in gedachten hadden. Ten tweede, al komen de ondernemingen tot een gemeenschappelijk prijsbeleid, lage-kosten ondernemingen zullen toch minder gedisciplineerd zijn om deze prijzen te behouden, omdat door lagere prijzen te stellen dan hun rivalen ze meer kunnen verdienen en daarnaast zijn ze minder bang voor een vergeldingsactie van ondernemingen die veel hogere kosten hebben.

Verder leidt een asymmetrische distributie van de productiecapaciteit ook tot hindernissen voor

Kartelvorming. Aangezien de onderneming met de grootste productiecapaciteit meer motivatie heeft om lager te zitten met de prijs dan haar rivalen, in het bijzonder als hun productiecapaciteit de vergeldingsmacht

beperkt.




  • Productdifferentiatie

Tot nu toe is er aangenomen dat alle ondernemingen dezelfde producten aanbieden, ofwel homogene producten. Maar men kan een verschil maken door productdifferentiatie toe te passen. De onderneming die een kwalitatief beter product aanbiedt ten opzichte van haar concurrenten zal een hogere marge behalen en daardoor bereid zijn om consumenten van de concurrenten af te pakken. Dus als een bedrijf zich onderscheidt van de rest met een hoog niveau van differentiatie, zal dit bedrijf een comparatief voordeel verwerven, en op deze manier kartelvorming bemoeilijken. Ook omdat door differentiatie het nodig is om te controleren of de deelnemers van het kartel niet zullen valsspelen op grond van productkwaliteit en design, in plaats van op basis van prijzen. Dit zorgt voor hogere kosten voor het kartel als geheel.

  • Multi marktcontacten

Het wordt makkelijker voor ondernemingen om heimelijke afspraken te maken als ze opereren op meerdere markten en samenwerken op alle niveaus in het distributiekanaal. Zo kan er samengewerkt worden met de toeleveranciers van grondstoffen, distributeurs en detailhandelaren. Allereerst zorgen de contacten met meerdere markten ervoor dat er regelmatige interactie kan plaatsvinden. Door de contacten in individuele markten verkleinen marktasymmetries. Het internationale vitaminekartel is een goed voorbeeld, omdat het op meerdere markten opereert

  • Coöperatieve en andere contractuele overeenkomsten

Over het algemeen kunnen ondernemingen hun contractuele overeenkomsten, of onderling of met derden aanpassen, om zo kartelvorming te vergemakkelijken. Overeenkomsten op het gebied van marketing zijn hier een goed voorbeeld van
Dit korte overzicht is voldoende om aan te tonen dat vele factoren het werkingsgebied voor kartelvorming kunnen beïnvloeden. In de meeste gevallen, zal een specifieke markt karakteristieken vertonen die kartelvorming bevorderen dan wel ontmoedigen. Deze verschillende factoren helpen om die markten te identificeren waarin kartelvorming aantrekkelijk of uitvoerbaar kan zijn, maar het geeft echter nog geen garantie dat bedrijven ook werkelijk samenspannen ofwel kartels vormen.


    1. Argumenten voor kartelvorming

Nu dat de relevante factoren besproken zijn die het vormen van kartels op een bepaalde markt bevorderen of ontmoedigen, is het van belang om te begrijpen waarom ondernemingen deelnemen aan kartels. Elke onderneming heeft natuurlijk andere beweegredenen. In het algemeen zijn er drie argumenten te onderscheiden die voor elke onderneming afzonderlijk een motivatie kan zijn:

  • Concurrentie beperken op de markt waarop de onderneming vertegenwoordigt is door de prijzen te laten stijgen. Ondernemingen doen dit doordat ze niet verzeild willen raken in een hevige prijzenoorlog, in deze situatie zet de concurrent zijn prijzen voor een langere periode beneden de kostprijs, ‘Cut-throat competition’ wordt dit genoemd. De vrees voor zo’n prijzenslag is zo groot dat ze het risico wel willen nemen om illegale prijskartels te vormen. Volgens Harrington(2004) is dit voor de meeste ondernemingen de voornaamste reden om over te gaan tot kartelvorming.5

  • Het wegnemen van onzekerheden als risico6. Ondernemingen die deel uit maken van een kartel kunnen zich bijvoorbeeld op hun toegewezen marktaandeel focussen en de verwachting is dat er op deze manier hogere winsten worden binnen gehaald.

  • Het verhogen van de toetredingsbarrières voor nieuwe toetreders. De kartelleden zullen er alles aan doen om voor de nieuwe ondernemingen de entree op de markt te verhinderen.

2.5 Kartel problemen

Een onderneming neemt deel aan een kartel omdat het een positieve bijdrage levert aan de winstgevendheid en de duurzaamheid van deze onderneming. Jammer genoeg zijn er verscheidene problemen waarmee ondernemingen te kampen krijgen, die geassocieerd worden met het vormen en het handhaven van kartels.

1. De problemen van het vormen van een kartel – In de meeste gevallen zijn kartels illegaal. (de hardcore kartels zijn echter volstrekt onwettig). Maar al zouden in een aantal landen kartels legaal zijn, dan zijn de kosten die daarmee gepaard gaan erg hoog. Vooral de organisatorische kosten, onder andere om het kartel geheim te houden en voor onderhandelingen, zijn hoog. Zulke kosten kunnen alleen laag zijn als het kartel weinig deelnemers betreft, marktaandelen geconcentreerd zijn en de markt homogene producten kent, Wanneer het aantal aanbieders op de markt echter groot is, zal het nog moeilijker zijn om een goed, betrouwbaar netwerk op te zetten. Bovendien is er altijd de kans dat potentiële kartelleden zich tegen de individuele kosten zullen verzetten, waardoor zij kunnen profiteren van het kartel als ‘free rider’


2. Problemen met de formulering van het kartelbeleid – Zodra het kartel is gevormd, zal elk lid de eigen individuele prioriteiten voorkeur geven. Zo zal het ook met de prijs gaan, elke deelnemer wil de optimale prijs bepalen. Daarom kan het problematisch zijn om een beleid te vormen voor het kartel in haar geheel.

3. Problemen bij het toetreden van de markt Zelfs als het de kartelleden gelukt is om een algemeen beleid te creëren en monopolistische winsten binnen te halen, dan nog zorgt dit voor problemen. Die hoge winsten kunnen nieuwe bedrijven in de industrie aantrekken. Alleen als de winsten hoog genoeg zijn, zijn de potentiële barrières voor toetreding gemakkelijk te overzien. Wanneer dit niet geval is, en de kartelleden kunnen nieuwe toetreders niet verhinderen dan zullen ze hun productiedoelstellingen door de aanwezigheid van meer aanbieders moeten wijzigen.

4. Gebrek aan vertrouwen - Een kartel zal alleen gevormd worden als de deelnemers elkaar vertrouwen en steunen. Als dit niet het geval is zal geen enkele onderneming zich aan de gemaakte afspraken houden.

5. Problemen van het ‘valsspelen’(Cheating) en het handhaven van het kartel 7 – De uitkomst van een kartel is niet ‘self-enforcing’. ‘Self enforcing’ wilt zeggen dat niemand er baat bij heeft om de uitkomst achteraf te wijzigen. Als het kartel eenmaal gevormd is, hebben sommige kartelleden de neiging om toch af te wijken van de overeenkomst door het verkopen van een extra output, als de overige kartelleden hetzelfde blijven produceren. Zolang de kartelprijs intact blijft, kan de valsspelende onderneming meer verkopen tegen dezelfde kartelprijs en zo extra winst genereren. Tevens kan valsspelen de vorm aannemen van kwaliteitsverbeteringen door de concurrent. Dit alles heeft ook te maken met punt 4, het gebrek aan vertrouwen. Het is dus belangrijk voor ondernemingen om valsspelen te herkennen en monitoren, want anders zal het kartel uiteindelijk uiteenvallen.


2.6 De handhaving van kartels.

Bij het formeren van een kartel komt het er heel wat bij kijken. Een kartel vormen is niet kosteloos. Er wordt een ‘set-up’ prijs gevraagd(dit zijn de kosten voor de oprichting van het kartel) aan de ondernemingen die deel willen nemen aan het kartel. De verwachte winsten op lange termijn die behaald kunnen worden, moeten veel groter zijn dan deze ‘set-up’prijs, want anders willen ondernemingen hun geld hier niet in stoppen. De prijs hangt meestal af van het aantal ondernemingen die op de markt aanwezig zijn en van de informatie die beschikbaar is over informele samenwerkingsverbanden uit het verleden in de betreffende markt. Eenmaal een kartel gevormd, zal er door de leden alles aangedaan worden om deze te handhaven. Ook voor het handhaven van het kartel en de organisatie daarvan zijn er kosten. De leden van het kartel moeten wel bereid zijn om deze kosten te dragen, dit zal gemakkelijker zijn als de verwachte monopoliewinsten groter zijn.

Als handhaving blijvend is, zullen alle deelnemers van het kartel profiteren van hogere winsten – ten koste van degene die niet aan het kartel meedoen – dan het geval zou zijn in een concurrerende omgeving. Maar het handhaven van een kartel is voor de ondernemingen geen makkelijke taak. Kartels zijn fragiel. Er bestaan namelijk verschillende meningen tussen de deelnemers over de prijzen, de hoeveelheid productie en de marktaandelen, waarover er collectieve afspraken gemaakt moeten worden. In markten waar meer dan twee aanbieders aanwezig zijn, neemt het vermogen te communiceren af, waardoor dat wederzijdse vertrouwen tussen de leden kan verhinderen. Terwijl het juist belangrijk is voor instandhouding van het kartel, dat de deelnemers elkaar steunen en vertrouwen. Voor het succes en de stabiliteit(duurzaamheid) van het kartel is het noodzakelijk om de vraag te stellen of de groep aanbieders een optimaal gezamenlijke productieniveau kunnen bereiken, akkoord kunnen gaan met de verdeling van output en winsten, rekening kunnen houden met mededingingsautoriteiten en daarnaast een middel vinden om valsspelen op te sporen en af te schrikken. Dit is een vraagstuk waar het kartel als één organisatie antwoord op moet geven. Het ligt er ook aan in welke omgeving het kartel zich heeft gevormd. In een veranderende omgeving, waar er sprake is van beperkte rationaliteit en onzekerheid, zal de handhaving van het kartel bemoeilijkt worden. Ook bij asymmetrie in kosten is het bijvoorbeeld lastig om een kartel prijs te bepalen. Veel kartels houden het maar voor een korte periode uit. Veranderingen in marktvoorwaarden kunnen kartels tegenhouden.

De belangrijkste redenen waardoor het moeilijk is om een kartel te handhaven is het onvermogen van de kartelleden om direct de strategieën of handelingen van elkaar te controleren. Dit zal zich altijd voordoen bij kartels, omdat ze opereren op een oligopolistische markt met onvolkomen informatie. Een onderneming wiens winsten zijn gedaald, kan het slachtoffer zijn van het valspelende gedrag van haar concurrenten, of het is gewoon pech, doordat een ‘benedenwaartse’ exogene vraagschok heeft plaatsgevonden( In 3.3 wordt dit uitgelegd). Dit is een van de lastigste problemen waar een kartel mee te maken krijgt.

Interne spanningen tussen kartelleden zijn gebruikelijk, aangezien elk lid probeert om af te wijken van de onderlinge overeenkomst, zodat er een grotere winst te behalen valt ten koste van de overige kartelleden. Deze spanningen zullen zich zelfs voordoen wanneer kartelleden eerlijk genoeg zijn om zich aan de gemaakte overeenkomst te houden. Maar aangezien de voordelen aan het kartel worden afgeleid door de kunstmatige manipulatie van de vrije markt, zullen er nog grotere voordelen behaald kunnen worden, als er valsgespeeld wordt, door niet aan de overeenkomst te houden. Daarom moet een succesvolle kartel, de valsspelende deelnemer op zo’n manier straffen, dat het niet meer rendabel is voor hem om vals te spelen. Maar vaak is een geloofwaardige bedreiging van een vergelding al genoeg om de valsspelende onderneming in bedwang te houden. Daarnaast moet elke lid verzekerd worden dat de overige deelnemers van het kartel niet zullen valsspelen. Het is duidelijk dat kartels waarin valsspelers niet gepakt en gestraft (kunnen)worden, niet stabiel zijn, waardoor deze uiteenvallen. Het is daarom voor de kartelleden noodzakelijk dat ze hun eigen interne controle- en handhavingsysteem invoeren. Om naleving van de overeenkomsten te controleren, maken veel kartels gebruik van de volgende mogelijkheden:

1) Het gebruik van een scoresheet

Meeste kartels ontwikkelen een ‘scoresheet’ om naleving van de productieovereenkomst te controleren. Elke onderneming meldt zijn maandelijkse verkopen aan één van de andere deelnemers, de zogenaamde ‘controller’. De controller stelt dan een gedetailleerd ‘scoresheet’ op, met daarin de maandelijkse verkopen van elke onderneming, het jaarlijkse budget en de toegewezen marktgebieden en verkoopvolumes. Deze gegevens kunnen gerapporteerd worden op grond van een wereldwijde, nationale of regionale basis. Bij het gebruik van de scoresheet zal elke onderneming van het kartel haar verkoopvolumes of toegewezen marktaandelen aanpassen, als ze niet overeenkomen met de afspraken die gemaakt zijn.8

2) De Regelingen van de compensatie

Kartels maken gebruik van een compensatieregeling om valsspelen tussen de leden te ontmoedigen. Elke onderneming die meer verkocht heeft dan is toegestaan of een groter marktaandelen heeft kunnen verwerven aan het eind van het kalenderjaar, moet de onderneming(en) die minder heeft(hebben) verkocht compenseren, door deze hoeveelheid op te kopen. Door deze regeling verkoopt iedereen weer even veel. En het verhindert tegelijkertijd de prikkels om vals te spelen op output-en prijs.

3) Vergaderingen/Bijeenkomsten

Kartels vergaderen bijna altijd over de begroting die ze hebben samengesteld. Net als afdelingmanagers bijeenkomen om de begroting te spreken van een onderneming, komen hogere stafleden bij elkaar om de begroting van het kartel te bespreken. De leden die deelnemen aan deze besprekingen zullen voornamelijk directeuren zijn, maar ook andere belanghebbenden van het kartel. Het doel van deze vergaderingen is om de prijs-en outputvoorwaarden vast te stellen. En als dit gedaan is, periodiek de werkelijke verkoopcijfers vergelijken met de overeengekomen quota’s. Wanneer deze niet kloppen, moeten er maatregelen genomen worden.




H3 Economische theorievorming

3.1 Inleiding


Er is veel literatuur te vergaren over kartelvorming. Vooral door economen zijn er talrijke artikelen geschreven over dit onderwerp. Het is onmogelijk om al deze theorieën te behandelen. Ik heb daarom gekozen uit een aantal, die ik belangrijk acht voor het bereiken van het doel (H1.2) van deze scriptie.
3.2 De Oligopolie: Karteltheorie en Gametheorie

Kartels worden gevormd om in specifieke markten concurrentie te beperken. Bij het maken van prijs-en productie afspraken kunnen ondernemingen die deelnemen aan een kartel hun winsten verhogen, maar dit is alleen mogelijk als er geen sprake is van volkomen concurrentie.

Kijkend naar de theorie van kartelvorming, hebben we te maken met een marktvorm waar slechts enkele aanbieders op de markt actief zijn, namelijk de oligopolie.

Het is daarom van belang om de theorie van de oligopolie te bespreken voor kartelvorming.9


Te beginnen met de vier basis veronderstellingen van een oligopolie:

1. Er zijn weinig aanbieders, maar veel vragers – de oligopolie wordt gekarakteriseerd door een kleine groep ondernemingen die een groot marktaandeel in handen hebben. Deze ondernemingen kennen een wederzijdse afhankelijkheid, dat betekent dat elke onderneming bewust is dat de acties die zij ondernemen invloed hebben op het gedrag van de andere ondernemingen en daarmee op de winstgevendheid. Deze ondernemingen zijn noch concurrerende prijsnemers noch monopolistische prijszetters. Hun prijzen en outputs zijn strategische beslissingen in een ‘oligopolistische game’.

2. Ondernemingen produceren of verkopen homogene, dan wel heterogene producten.

3. Het is moeilijk om toe te treden op de markt.

4. Informatie is niet volledig.
3.2.1 Kartel theorie

Om met de analyse te beginnen, kijk ik eerst naar een markt waar een groep ondernemingen opereert waar er sprake is van volkomen concurrentie. Figuur 1 geeft het evenwicht aan(vraag-en aanbod zijn aan elkaar gelijk)



Figuur 1: Volkomen concurrentie

Neem nu aan dat deze ondernemingen met elkaar willen gaan samenwerken. Stel dat er een geheime vergadering plaats vindt tussen de directeuren van de betreffende ondernemingen. Er wordt verteld dat alle ondernemingen te lage winsten binnen halen omdat de markt zo concurrerend is, daarom stellen de leden voor om over te gaan tot geheime afspraken over de prijzen.


Wat moet er door deze ondernemingen gedaan worden om het prijsniveau boven het concurrerende niveau uit te laten komen?

Als eerst zal de optimale prijs en output voor de markt bepaald moeten worden. Dit kan gedaan worden door te kiezen voor een ‘joint monopolie’. Dus wanneer ondernemingen in een oligopolie een perfecte kartel vormen, kunnen ze hun winsten maximaliseren als ze zich gedragen als monopolist en kiezen voor een output waar de marginale opbrengsten gelijk zijn aan de marginale kosten (MO=joint MK).10 Dit is tegelijkertijd ook het doel van een oligopolie, zich gedragen als een monopolie. Maar er zit één verschil tussen; een monopolie bestaat uit één enkele besluitnemer, terwijl een kartel uit een vrijwillige associatie van besluitnemers bestaat, waarvan elk zich er bewust van is dat de winsten afhangen van het gedrag van alle andere aanbieders op de markt.



Figuur 2 laat het optimale prijs- en productie niveau (PF, QF ) zien als de ondernemingen opereren als een “joint monopolie”

Figuur 2: Joint monopolie

Er moet wel een opmerking gemaakt worden wat betreft de tekens. In plaats van QM staat er nu QF . QM stelt de monopolie output voor en maximaliseert de gemeenschappelijke winsten op deze markt, maar het hoeft niet de optimale output te zijn waarmee de kartelvormende ondernemingen mee akkoord gaan.

Het kan zijn dat QM en de daarbij behorende prijs te hoog gevonden wordt, bijvoorbeeld omdat de kans dan groter is om door de mededingingsautoriteiten gepakt te worden. Of omdat nieuwe intreders op deze manier een kans zien om klanten weg te snoepen van de ondernemingen die een kartel hebben gevormd, door veel lagere prijzen te hanteren. Daarom wordt er gebruik gemaakt van de letter F die refereert naar ‘Fix’, ofwel naar de vaste prijs, in plaats van M.

Nu moet er een stap gemaakt worden van de originele output (Q0) naar de gereduceerde output (QF) in figuur 2. Om de prijzen te kunnen verhogen, moeten de kartelleden zorgen dat ze de output verlagen. Vaak wordt dit omschreven als het ‘quota probleem’. De kartelvormende ondernemingen moeten elk apart hun productieniveau verlagen, om als eind resultaat een totale markt reductie van de output te krijgen.

Als dit volbracht is, moet elk bedrijf zich houden aan de productiequota, waardoor op de gehele markt de totale output zal dalen en prijzen zullen stijgen. De daling van de output en de stijging van de prijzen, zullen uiteindelijk leiden tot een stijging van de individuele winsten van de deelnemende ondernemingen van het kartel.

Maar wat is in deze situatie de consequentie voor de consument?

Ik probeer deze vraag te beantwoorden met behulp van figuur 3.

Figuur 3 gaat uit van constante marginale kosten. Wat voor figuur 2 geldt, is ook van toepassing op figuur 3; de ondernemingen vormen een kartel en gedragen zich als monopolie waardoor bij MO=MK maximale winst te behalen is. Het gebied vzyw is in deze situatie de gezamenlijke winst( joint profit) die de ondernemingen behalen. Wanneer dit vergeleken wordt met de situatie van volkomen concurrentie – met de veronderstelling dat kostenvoorwaarden hetzelfde blijven ongeacht de marktstructuur – dan zou bij een langtermijn evenwicht de prijs P0 en de output Q0 zijn. Het gekleurde, blauwe gebied xyz stelt nu het ‘welvaartsverlies’(deadweight loss) voor. Het welvaartsverlies wordt veroorzaakt doordat de bedrijven op deze markt een monopolie vormen in plaats van, dat er sprake is van volkomen concurrentie. Het gebied xyz maakte eerst deel uit van ‘het consumentensurplus’, maar is nu verloren.



Er kan hieruit geconcludeerd worden dat kartelvorming ongunstig is voor de consumenten, ze betalen immers hogere prijzen voor de producten.

Figuur 3: Welvaartsverlies
Niet alleen voor de consumenten is de verhoging van de prijs nadelig. Eveneens kan het een probleem vormen voor de ondernemingen die deelnemen aan het kartel.

Figuur 4: Afwijking van het kartel

In de situatie van volkomen concurrentie, lag het evenwicht situatie van de bedrijven bij (q0, P0 ). Nu dat het kartel geïmplementeerd is, heeft elke onderneming haar output gereduceerd naar qF 11. Uit figuur 4 is op te maken dat de prijs PF significant hoger is dan de originele prijs. Maar dit vormt juist het probleem.

Terwijl de kartel leden nu meer verdiensten hebben onder de vaste prijs(PF), is het zelfs mogelijk om nog meer te verdienen als er afgeweken wordt van de quota. De productie moet zodanig stijgen dat het net de gestelde quota overschrijdt. In de theorie wordt dit ‘valsspelen’ genoemd. De rode lijn in figuur 4, de afstand tussen punt A en B, geeft dit valsspelen aan. Stigler(1964) benadrukt het ‘valsspelen’ als een bijzondere uitdaging die kartelleden onder de ogen moeten zien, omdat ‘cheating’de belangrijkste bedreiging vormt voor de stabiliteit/duurzaamheid van het kartel.12 De vraag is nu waarom er wordt afgeweken van het kartel? Elk individuele onderneming heeft haar output verlaagd, en tegelijkertijd de marginale kosten. Bovendien zijn de prijzen drastisch omhoog gegaan. Als de onderneming nu, een extra eenheid output kan verkopen, op de marge, zal ze van nog grotere winsten kunnen genieten. In de kartel theorie maakt men meestal onderscheid tussen grote en kleine ondernemingen als het gaat om ‘valsspelen’. Over het algemeen wordt er beweerd dat grotere ondernemingen meestel de voorkeur geven aan kartelbeleid, dat zich richt op de lange termijn, terwijl kleine ondernemingen juist proberen om op de korte termijn zoveel mogelijk van het kartel te profiteren. Vaak zetten grotere ondernemingen lagere kartelprijzen, dan kleinere ondernemingen bepleiten, omdat ze willen dat het kartel duurzaam is en dus op lange termijn er meer winsten te behalen zijn. Grotere en bekende ondernemingen zijn meestal iets terughoudender wat betreft valsspelen, ze hebben meer moeite om van de kartelprijs af te wijken, terwijl de kleinere ondernemingen hier minder moeite mee hebben, voornamelijk omdat ze de kans zien om dit in het geheim te doen.

Om dieper in te gaan op het valsspelen in te gaan, zal in de volgende paragraaf de ‘game theorie’ besproken worden.


3.2.2 Gametheorie

De basis voor de gametheorie is gelegd door de economen von Neumann en Morgenstern met hun boek The Theory of Games and Economic Behavior. In dit boek werd er verondersteld dat elke economische situatie weergegeven kon worden als de uitkomst van een spel met twee of meerdere spelers.

Gametheorie kan simpel samengevat worden als een methode voor ‘de studie van besluitvorming (decision-making) in situaties van conflict’(Shubik, 1959) Ook voor de analyse van kartels in oligopolistische markten is deze theorie een goede benadering. Het gaat hier echter om de niet-coöperatieve gametheorie: elke onderneming die deelneemt aan het kartel, kan afspraken niet afdwingen, waardoor er geen bindende overeenkomsten bestaan en elke onderneming zal zich alleen houden aan de overeenkomst mits het in haar eigen belang is dit te doen. Juristen maken traditioneel onderscheid tussen expliciete(kartels) en stilzwijgende samenspanning. Omdat de wet de eerstgenoemde straft, maar de tweede niet, hierbij is het van belang in welke vorm er gecommuniceerd wordt. Voor economen daarentegen heeft dit onderscheid geen enkele betekenis. In de gametheorie impliceert de term ‘overeenkomst’ niet een formele verklaring/mededeling. Het enige dat nodig is, is dat de kartelleden ‘beseffen’ dat de concurrenten op hun gedrag zullen reageren. Er wordt hier bij de uitleg van de gametheorie ook geen onderscheid gemaakt tussen expliciete en stilzwijgende samenspanning.

Stel een markt voor waarop 2 aanbieders opereren (duopolie), Bedrijf A en Bedrijf B. Ze produceren beide het product X die verkocht wordt op een markt met een dalende vraagcurve. Er zijn veel mogelijke uitkomsten om een productieniveau te kiezen – maar voor dit voorbeeld – wordt er aangenomen dat er slechts twee mogelijke productieniveaus zijn: Hoge Output of Lage Output. In figuur 5 is de pay-off matrix van de 2 bedrijven afgebeeld. Hierin worden de mogelijke winsten voor de bedrijven aangegeven met de daarbij behorende outputs. De regels van dit spel zijn simpel. Elke onderneming beslist gelijktijdig hoeveel ze op de markt willen produceren. Wanneer de twee strategieën aan elkaar kenbaar worden gemaakt, worden de winsten behaald, en is het spel over. Dit wordt echter vermeden bij de ‘herhaalde spelen’, spelen waar de deelnemers weten dat hun gedrag vandaag invloed kan hebben op toekomstige interacties met hun concurrenten. In de realiteit staan spelers ook herhaaldelijk tegenover elkaar. Hier kom ik straks nog op terug.



Bedrijf

B

Bedrijf A

Output

Hoog(H)

Laag(L)

Hoog(H)

A = 5

B = 5


A =  3

B =13


A =13

B = 3


A = 10

B = 10

  1   2


Dovnload 0.64 Mb.