Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Erasmus universiteit rotterdam nadruk verboden Faculteit der Economische Wetenschappen Bachelorscriptie

Dovnload 164.61 Kb.

Erasmus universiteit rotterdam nadruk verboden Faculteit der Economische Wetenschappen Bachelorscriptie



Pagina4/9
Datum05.12.2018
Grootte164.61 Kb.

Dovnload 164.61 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Banksparen


Voor de aflossing van de eigenwoningschuld en de opbouw van oudedagsvoorzieningen waren belastingplichtigen tot voor kort veelal aangewezen op verzekeraars. Met de invoering van de Wet banksparen wensten de initiatiefnemers van het wetsvoorstel een einde te maken aan deze gedwongen winkelnering bij verzekeringsmaatschappijen. Verzekeraars brengen over het algemeen hoge en diffuse kosten in rekening. De initiatiefnemers verwachtten dat door de invoering van het banksparen er meer keuzemogelijkheid voor belastingplichtigen ontstaat, wat tot grotere concurrentie bij financiële aanbieders zal leiden en een bijdrage zal leveren aan meer transparantie in de kostenstructuur van financiële producten.
    1. Aflossing eigenwoningschuld


Het banksparen biedt vanaf 1 januari 2008 een alternatief voor de KEW bij een verzekeraar. Voor de aflossing van de eigenwoningschuld is het nu ook mogelijk om bij een bank gefacilieerd te sparen op een spaarrekening eigen woning (hierna: SEW) of gefacilieerd te beleggen in een geblokkeerd beleggingsrecht eigen woning (BEW) bij een beheerder van een beleggingsinstelling. Evenals bij de KEW is het voordeel van de kwalificatie als SEW of BEW dat het spaartegoed of het beleggingsrecht niet tot de rendementsgrondslag van box 3 behoort. Hierdoor is er jaarlijks geen vermogensrendementsheffing verschuldigd over het tegoed of de rechten. Bij deblokkering van het spaartegoed of het beleggingsrecht worden deze in de heffing van box 1 betrokken.
      1. Voorwaarden kwalificatie SEW/BEW


Om te kunnen spreken van een SEW geldt een aantal voorwaarden66. Deze voorwaarden sluiten zo veel mogelijk aan bij de voorwaarden die gelden voor een KEW. Allereerst moet de rekeninghouder een eigen woning hebben met een eigenwoningschuld. De rekening moet geblokkeerd zijn evenals de genoten rente-inkomsten die worden bijgeboekt op de rekening. Bij deblokkering in de loop van het tijdvak waarover inkomsten worden genoten, vindt eerst nog bijboeking van die rente-inkomsten plaats voordat tot deblokkering wordt overgegaan. De rekening mag slechts eenmalig gedeblokkeerd worden ter aflossing van de eigenwoningschuld. Voorts moet gedurende minimaal 15 jaar67, of tot het moment van overlijden van de rekeninghouder, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, jaarlijks een bedrag naar de rekening worden overgemaakt. Ook hier geldt een bandbreedte van 10:1, het hoogste totaal van in een jaar overgemaakte bedragen mag niet meer bedragen dan het tienvoud van het laagste totaal van in enig jaar overgemaakte bedragen. Wanneer een bestaande spaarrekening op enig moment wordt aangemerkt als SEW, dan geldt het op dat tijdstip aanwezige tegoed als eerste overmaking die meetelt voor de bandbreedte. Tevens vangt de termijn voor de minimale looptijd van de SEW op dat moment aan68. Tot slot moet de rekening bij een kredietinstelling worden aangehouden die kwalificeert als een financiële onderneming die ingevolge de Wft in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen. Als bank wordt gedefinieerd ‘degene die zijn bedrijf maakt van het buiten besloten kring ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen’69.
Voor de kwalificatie als BEW gelden nagenoeg dezelfde voorwaarden70. De eigenaar van het beleggingsrecht moet een eigen woning hebben met een eigenwoningschuld. Het beleggingsrecht met de genoten beleggingsopbrengsten is geblokkeerd en mag slechts eenmalig gedeblokkeerd worden ter aflossing van de eigenwoningschuld. Een verschil met de SEW is echter dat bij deblokkering van een BEW het vastgestelde, maar nog niet uitgekeerde dividend niet tot het geblokkeerde vermogen behoort71. Gedurende minimaal 15 jaar, of tot het moment van overlijden van de rekeninghouder, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, moet jaarlijks een bedrag overgemaakt worden naar de beheerder ter verkrijging van rechten van deelneming. Hier geldt eveneens een bandbreedte van 10:1. Wanneer een bestaand beleggingsrecht op enig moment wordt aangemerkt als BEW, wordt de waarde in het economische verkeer van het desbetreffende recht op dat tijdstip aangemerkt als eerste overmaking die meetelt voor de bandbreedte. De termijn voor de minimale looptijd van de BEW vangt ook op dat moment aan. Tot slot moet de beheerder van de beleggingsinstelling aan te merken zijn als een financiële onderneming die ingevolge de Wft in Nederland het bedrijf van beleggingsinstelling mag uitoefenen. Als beleggingsinstelling wordt gedefinieerd ‘een beleggingsmaatschappij of beleggingsfonds’72. Een beheerder is volgens de Wft ‘een rechtspersoon die het beheer voert over één of meer beleggingsinstellingen’. Voor zowel een SEW als een BEW geldt dat ingeval wordt belegd in aandelen, het recht op verrekening van ingehouden Nederlandse dividendbelasting niet aan de rekeninghouder of belegger toekomt, maar aan de bank of de beheerder van een beleggingsinstelling. Deze compenseren de spaarder of belegger hiervoor door een bedrag gelijk aan die dividendbelasting bij te boeken op de betreffende SEW of extra geblokkeerde rechten toe te kennen aan het betreffende BEW73.
      1. Vrijstelling SEW/BEW


Zoals gezegd wordt bij de deblokkering van een SEW of BEW het spaartegoed of het beleggingsrecht betrokken in de heffing van box 1. Het voordeel wordt op dezelfde manier vastgesteld als voor een KEW, namelijk het gedeblokkeerde spaartegoed minus de naar de spaarrekening overgemaakte bedragen respectievelijk de waarde van het gedeblokkeerde beleggingsrecht minus de naar de beheerder van de beleggingsinstelling overgemaakte bedragen74. Ook voor de SEW en de BEW is een aantal fictieve deblokkeringen opgenomen in de wet75. Dit is allereerst het geval indien de spaarrekening of het beleggingsrecht niet meer voldoet aan de voorwaarden die gelden voor kwalificatie als SEW of BEW. Tevens leidt een vervreemding of verdeling van de spaarrekening of het beleggingsrecht tot een fictieve deblokkering76, evenals het inbrengen van de spaarrekening of het beleggingsrecht in het vermogen van een onderneming. Bij een gedeeltelijke deblokkering wordt de gehele SEW of het gehele BEW geacht gedeblokkeerd te zijn en er is eveneens sprake van een fictieve deblokkering indien er 30 jaren zijn verstreken na de eerste overmaking op de spaarrekening of naar de beheerder van de beleggingsinstelling. Ingeval van emigratie van de belastingplichtige wordt de SEW of het BEW op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip geacht te zijn gedeblokkeerd77. Ook wordt deblokkering geacht te hebben plaatsgevonden wanneer de houder van een SEW of de eigenaar van een BEW komt te overlijden. Het voordeel wordt bij de overledene zelf in aanmerking genomen op het moment onmiddellijk voorafgaand aan zijn overlijden. De wet biedt echter de mogelijkheid dat de SEW of het BEW voortgezet wordt door de langstlevende partner of degene met wie de overledene duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde78, mits de voortzetter zelf ook voldoet aan de voorwaarden die gelden voor een SEW of BEW. In dat geval blijft de (fictieve) deblokkering achterwege. Degene die de SEW of het BEW voortzet, moet hiervoor binnen een redelijke termijn een verzoek tot continuering indienen bij de instelling waar de SEW of het BEW wordt aangehouden. Als redelijke termijn wordt een periode van 12 maanden aangemerkt. Als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor het niet mogelijk was het verzoek binnen deze termijn te doen, is een langere termijn mogelijk. Deze bijzondere omstandigheid moet dan wel aannemelijk gemaakt worden bij de inspecteur79.
In de wet is een vrijstelling opgenomen voor het voordeel dat gedeblokkeerd wordt uit een SEW of BEW80. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als die van toepassing zijn op de vrijstelling KEW, zie onderdeel 2.1.2 hiervoor. Per belastingplichtige is sprake van één life-timevrijstelling uit een KEW, SEW en BEW gezamenlijk. Wanneer een SEW of BEW wordt voortgezet na overlijden van de belastingplichtige, verkrijgt degene die voortzet het deel van de vrijstelling dat de overleden belastingplichtige had kunnen benutten bij zijn overlijden. De verhoging van de vrijstelling bij de voortzetter wordt op twee manieren begrensd; enerzijds door het bedrag dat gedeblokkeerd zou worden als gevolg van het overlijden van de belastingplichtige en anderzijds door het bedrag aan vrijstelling dat voor de overledene nog ‘life time’ resteerde, rekening houdend met eventueel eerder gebruikte vrijstellingsbedragen81. Bij het overlijden van belastingplichtige kan zijn partner of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde en waarmee hij een SEW of BEW had, ervoor kiezen ook het eigen deel van de SEW of BEW te laten deblokkeren, mits dit wordt aangewend ter aflossing van de eigenwoningschuld. Ter zake van die deblokkering kan dan de eigen vrijstelling benut worden. In deze situatie is het niet vereist dat minimaal 15 jaar jaarlijks een bedrag overgemaakt is, maar volstaat jaarlijkse inleg tot het moment van overlijden van de partner of degene met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding gevoerd werd82.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Aflossing eigenwoningschuld
  • Voorwaarden kwalificatie SEW/BEW
  • Vrijstelling SEW/BEW

  • Dovnload 164.61 Kb.