Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Erasmus universiteit rotterdam nadruk verboden Faculteit der Economische Wetenschappen Bachelorscriptie

Dovnload 164.61 Kb.

Erasmus universiteit rotterdam nadruk verboden Faculteit der Economische Wetenschappen Bachelorscriptie



Pagina8/9
Datum05.12.2018
Grootte164.61 Kb.

Dovnload 164.61 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Transparantie, kosten en concurrentie


De mogelijkheid bestaat om een bestaande spaarrekening om te zetten in een SEW. Het al aanwezige tegoed op de rekening wordt in dat geval als eerste storting aangemerkt die meetelt voor bandbreedte. De historie van de spaarrekening wordt dus niet meegenomen voor de SEW. Als een bestaande kapitaalverzekering wordt omgezet in KEW, dan wordt de historie echter wel meegenomen. De reeds verstreken looptijd en de premiebetalingen van de bestaande kapitaalverzekeringen tellen mee voor de KEW. De historie van een spaarrekening is lastiger vast te stellen, vandaar dit verschil. Deze restrictie geldt niet indien een KEW, SEW of BEW wordt omgezet in een andere van deze drie vormen. Hetzelfde geldt voor de lijfrenteverzekering, LSR of LBR. De wet gaat bij een omzetting in die gevallen uit van een voortzetting van de oude variant122. Ten behoeve van de pensioenopbouw geeft de uitbreiding met het banksparen de belastingplichtige niet alleen meer keuzes bij het aangaan van een overeenkomst, maar ook op het moment dat men overgaat van de opbouwfase naar de afbouwfase. In de literatuur wordt ook wel betoogd dat dit tot gevolg heeft dat mensen met een goede gezondheid na de opbouwfase zullen kiezen voor een lijfrenteverzekering om zo het langlevenrisico op te vangen. De minder gezonde personen zullen na de opbouwfase juist voor een uitkering in termijnen bij de bank gaan. Bij vroegtijdig overlijden gaat het opgebouwde kapitaal dan immers niet verloren, maar over op de erfgenamen. Lavrijssen123 geeft aan dat de verzekeraars hierdoor alleen de ‘slechte risico’s’ krijgen en de tarieven daarop aan zullen moeten passen. Hij vraagt zich af of de initiatiefnemers het op deze wijze verdwijnen van de solidariteit tussen gezond en ongezond wel voor ogen hebben gehad en dat dit uiteindelijk ook ten koste zal gaan van de beoogde marktwerking. Meerdere malen is aangehaald dat de initiatiefnemers menen dat het wetsvoorstel door marktwerking zal leiden tot meer concurrentie, grotere transparantie in de kostenstructuren van financiële producten en daarmee tot een kostenverlaging voor de gebruikers van deze producten. Zoals Kastelein124 terecht opmerkt, gaat de theorie dat toenemende concurrentie leidt tot een verlaging van de kosten het beste op bij volkomen concurrentie, ook wel volledige mededinging genoemd. Wil er sprake zijn van deze perfecte marktvorm, dan moet er aan vier voorwaarden worden voldaan125:

Door de invoering van het banksparen zijn er meer aanbieders bijgekomen op de markt. Banken als de Rabobank, SNB Bank en ABN-AMRO, maar ook verzekeraars als Delta Lloyd en Aegon bieden bancaire producten aan voor opbouw van oudedagsvoorzieningen of aflossing van de eigenwoningschuld. Er kan echter niet gesproken worden van homogene goederen. Hierboven is reeds een aantal belangrijke verschillen behandeld tussen de verzekeringsproducten en de bankspaarproducten. Of de markt als transparant bestempeld kan worden, is ook nog maar de vraag. Bij bancaire producten is er over het algemeen geen sprake van ‘verborgen’ kosten. Voor de verzekeringsproducten blijft dit gedeelte echter vaak vaag en bestaat er niet altijd openheid van zaken. Tot slot moet er sprake zijn van vrije toe- en uittreding tot de markt. Fiscaal gezien is het mogelijk om van aanbieder te switchen en een verzekeringsproduct om te zetten in een bankspaarproduct en andersom. Verzekeraars brengen echter hoge kosten in rekening wanneer men over wil stappen, wat belemmerend kan werken. Als aanbieder is toe- en uittreding tot de markt evenmin eenvoudig. Duidelijk is dat aan de vier voorwaarden voor de marktvorm volkomen concurrentie in de praktijk niet voldaan wordt. Het is daarom de vraag in hoeverre de veronderstelling van de initiatiefnemers dat het wetsvoorstel door marktwerking zal leiden tot meer concurrentie, grotere transparantie en kostenverlaging realistisch is. Vereniging Eigen Huis (VEH) stelde in september 2008 dat het banksparen in de praktijk doelbewust niet geadviseerd werd, omdat adviseurs daar veel minder provisie mee zouden verdienen in vergelijking tot de verzekeringsproducten126. Er bestaat ook een verschil in de fiscale behandeling van de fee of provisie van de adviseur. Indien men kiest voor een verzekeringsproduct, is deze provisie in aftrek te brengen als premie. Dit is echter niet mogelijk bij de bancaire producten, een verschil dat niet beoogd lijkt te zijn. Organisaties als VEH en de Consumentenbond hebben het banksparen met veel gejuich ontvangen, met name omdat daarmee tegenwicht werd geboden aan de hoge en meestal diffuse kosten die verzekeringsmaatschappijen in rekening brachten. Staats127 ziet een kostenvoordeel voor de banken, omdat die - anders dan verzekeraars veelal - geen tussenpersoon hoeven te belonen. Daar tegenover staat dat banken door het aanbieden van bankspaarproducten ook verplichtingen krijgen als renseignering, inhoudingen op uitkeringen en uitvoering van de contracten, wat weer een kostenverhogend effect heeft. MoneyView deed halverwege 2008 een vergelijkend onderzoek naar de verschillen tussen banksparen en verzekeren128. Daaruit bleek dat het banksparen in de meeste situaties goedkoper was dan verzekeren, maar ook dat het overgrote deel van de aanbieders van bankspaarproducten offertes uitbrachten op basis van netto rendementen. Dit betekent dat in het rendement nog niet de kostenopslag voor de bank begrepen zit. Het percentage waartegen de inleg daadwerkelijk moet renderen om tot het gewenste kapitaal te komen, ligt daardoor hoger. MoneyView concludeerde dan ook dat de invoering van het banksparen nog niet tot de gewenste transparantie op de markt had geleid. In 2009 heeft de regering een pakket maatregelen ingevoerd waarmee beloningstransparantie van tussenpersonen en kostentransparantie van aanbieders wordt geregeld. Tussenpersonen moeten aan de consument de door hen ontvangen provisie bekend maken en met betrekking tot de kostentransparantie van aanbieders zijn eveneens nadere regels vastgesteld. Deze regelgeving zal ook op de markt van producten voor opbouw van oudedagsvoorzieningen en aflossing van de eigenwoningschuld tot meer transparantie leiden. Inmiddels blijkt dat het banksparen bijna twee jaar na invoering toch aan terrein wint, al lijkt dit niet ten koste te gaan van de verzekeringsproducten129. We kunnen ons echter afvragen in hoeverre we nu al kunnen concluderen dat de verzekeraars geen last hebben van het banksparen. Het is goed denkbaar dat belastingplichtigen die reeds een lopende verzekering hebben niet overstappen naar het banksparen vanwege de daarmee gepaard gaande kosten. De wetgever zou er goed aan doen om deze kosten aan banden te leggen als hij het banksparen daadwerkelijk een concurrent wil laten zijn voor de verzekeringsproducten. Uit vergelijkende onderzoeken blijkt over het algemeen dat het banksparen goedkoper is dan verzekeringsproducten. In dit hoofdstuk is echter uiteengezet dat om te kunnen beoordelen wat voor een individuele belastingplichtige de beste variant is, er duidelijk meer meespeelt dan enkel het kostenaspect.


1   2   3   4   5   6   7   8   9


Dovnload 164.61 Kb.