Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen

Dovnload 1.69 Mb.

Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen



Pagina2/10
Datum05.12.2018
Grootte1.69 Mb.

Dovnload 1.69 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Tabel 1 - Oplage, formaat, verschijningsvorm en verspreidingsvorm van de 6 onderzochte Nederlandse dagbladen (bron: Cebuco en STIR)

Krant

Formaat

Verschijning

Verspreiding

Aantal dagen

per week

Oplage (Cebuco)

Bereik

(STIR)

Telegraaf

tabloid

ochtend

landelijk

7

699.602

2.148.000

Algemeen Dagblad

tabloid

ochtend

landelijk

6

465.996

1.535.000

NRC Handelsblad

broadsheet

avond

landelijk

6

221.828

554.000

Volkskrant

broadsheet

ochtend

landelijk

6

263.845

818.000

Eindhovens Dagblad

broadsheet

ochtend

regionaal

6

114.040

322.000

Parool

broadsheet

avond

regionaal

6

87.372

232.000


1.3.4 - Chauvinisme in regionale dagbladen

In dit onderzoek worden er behalve landelijke Nederlandse dagbladen ook twee regionale dagbladen geanalyseerd. Het Parool als Amsterdams dagblad en het Eindhovens Dagblad.

Gerard Dielessen, de huidige hoofdredacteur van Nova en voorheen hoofdredacteur van diverse regionale en regionale dagbladen, schrijft dat ‘bij belangrijke gebeurtenissen één feit het televisienieuws [overheerst] en de kijker geen keus [heeft]. Tijdens de val van De Muur, de Golfoorlog of het conflict in Joegoslavië was in het NOS journaal geen plaats voor onderwerpen waarmee in nieuwsarmere tijden zelfs moeiteloos kon worden geopend. Dat is bij een regionale krant ondenkbaar. Ook tijdens de Golfoorlog werd de lezer gewoon geïnformeerd over de verrichtingen van zijn favoriete plaatselijke voetbalclub (1997, pag. 136).’ Regionale dagbladen zullen dus volgens Dielessen altijd aandacht besteden aan zaken die zich in de regio afspelen. Regionale dagbladen (of plaatselijke, deze termen worden nogal eens door elkaar heen gebruikt) besteden logischerwijs meer aandacht aan nieuws uit ‘hun’ stad, dus Amsterdam voor het Parool en Eindhoven voor het Eindhovens Dagblad.

Wat sport betreft valt de hoeveelheid aandacht voor de plaatselijke voetbalclub op. In het Parool wordt meer aandacht besteed aan Ajax en in het Eindhovens Dagblad aan PSV. Deze hoeveelheid aandacht zit met name in het aantal achtergrondartikelen. De vraag die overblijft is of deze regionale dagbladen behalve het besteden van meer aandacht aan de lokale voetbalclub ook in hun wedstrijdverslagen positiever of juist kritischer over ‘hun’ clubs schrijven. Deze vraag zal in dit onderzoek dan ook worden beantwoord.


1.3.5 - Emotie in Nederlandse dagbladen: kwaliteitskranten, populaire kranten en regionale kranten

In dit onderzoek zal aandacht worden besteed aan de mate waarin emotie een rol speelt in de sportverslaggeving. Dit is interessant omdat er verschillende ‘soorten’ kranten (populaire kranten, kwaliteitskranten en regionale dagbladen) met elkaar worden vergeleken. De verwachting bestaat namelijk dat in kranten die in dit onderzoek onder ‘tabloids’ worden geschaard, de Telegraaf en het Algemeen Dagblad, meer sprake is van ‘emotionalisering’ van sport dan in de zogenaamde kwaliteitskranten. Tabloids staan er om bekend zich in hun verslaggeving meer dan andere kranten te richten op sensatie en emotie. Zo zegt Piet Bakker (2007) dat de Telegraaf en het Algemeen Dagblad ‘wel worden getypeerd als populaire dagbladen’ (pag. 6). Dit in tegenstelling tot de Volkskrant en het NRC, die gerekend kunnen worden tot de kwaliteitskranten.

Een andere vraag die in dit onderzoek wordt beantwoord heeft betrekking op de regionale dagbladen. De regionale dagbladen die worden onderzocht, het Eindhovens Dagblad en het Parool, besteden veel aandacht aan de plaatselijke voetbalclub. Maar schrijven de regionale dagbladen ook ‘emotioneler’ over ‘hun’ voetbalclub? En komt dit tot uiting in de krantenkoppen boven de wedstrijdverslagen?
Paragraaf 1.4 - Sport in de Nederlandse dagbladen

In de Nederlandse dagbladen is sport een steeds belangrijker onderdeel geworden van het journalistieke aanbod. Op de sportpagina worden tegenwoordig niet slechts wedstrijdverslagen gepubliceerd, maar ook foto’s, opiniestukken en achtergrondartikelen maken deel uit van de sportpagina. In deze paragraaf wordt een uiteenzetting gepresenteerd van waar de huidige sportpagina in de Nederlandse dagbladen uit kan bestaan. Aan wedstrijdverslagen wordt speciale aandacht besteed, omdat het wedstrijdverslag gezien kan worden als het meest objectieve onderdeel van de sportverslaggeving.




1.4.1 - De anatomie van de sportpagina: columns, essays, achtergrondartikelen, interviews, statistieken, grafieken, klassementen, uitslagen en wedstrijdverslagen

De column

De column is de opvolger van het ‘cursiefje’, een vaak humoristische observatie die licht van toon is. Sinds de jaren ’60 is de column in de Nederlandse dagbladen te vinden (Wijfjes, 2004, pag. 339). Het woord stamt van het Engelse woord voor ‘kolom’, omdat van oudsher de column één kolom beslaat. De column is een kort stukje proza waarin de auteur zijn mening ventileert over uiteenlopende onderwerpen: van observaties van het dagelijks leven tot politiek of sport. Dagbladen hebben vaak vaste (sport-)columnisten in huis die dagelijks of wekelijks op dezelfde plaats in de krant in hun column hun mening ventileren.


Het essay of opiniestuk

De essay kan worden gezien als een uitgebreide column, waarbij er door de schrijver dieper op een bepaald onderwerp ingegaan kan worden. In de essay wordt de mening van de schrijver van de essay geventileerd, wat voor een zelfde vrijheid van schrijven zorgt als in een column. Het essay is beschouwend en subjectief. Essays of opiniestukken kunnen uiteenlopende onderwerpen hebben, variërend van commentaren op wedstrijden, of beslissingen van clubbesturen tot het signaleren van een maatschappelijke problemen als dopinggebruik in de sport.


Het achtergrondartikel

Een achtergrondartikel is, in tegenstelling tot het opiniestuk, een zo objectief mogelijk artikel waarin de schrijver achtergrondinformatie weergeeft over een bepaald onderwerp. De mening van de schrijver komt, althans in theorie, niet in het achtergrondartikel aan bod. In tegenstelling tot bij een column of opiniestuk wordt een achtergrondartikel niet per definitie ondertekend door de schrijver van het artikel.


Foto

Een foto kan ook als zelfstandig onderdeel voorkomen op de sportpagina. Hierbij dient het onderschrift als ondersteuning van de foto.


Interviews

Interviews met sporters, hun trainers of coaches, besturen van clubs of verenigingen, of andere mensen die enige connectie hebben met sport zijn ook te vinden op de sportpagina van een krant. Soms worden alleen ‘leuke’ uitspraken geplaatst, quotes van mensen over bijvoorbeeld een wedstrijd of een toernooi.



Statistieken en grafieken

Sportverslaggevers zijn dol op statistieken en grafieken. ‘Ajax won reeds 18 keer in de Kuip van Feyenoord, maar Feyenoord maar 17 keer van Ajax,’ bijvoorbeeld. In sommige dagbladen worden dit soort zaken in grafieken of schema’s ter illustratie in een kader geplaatst, al dan niet met een bijbehorende voor- of nabeschouwing van een wedstrijd.


Klassementen en uitslagen

Op de sportpagina worden vaak klassementen en uitslagen geplaatst. Welke club staat er op dit moment eerste in de eredivisie, welke wielrenner heeft de laatste tijdrit gewonnen, et cetera. Soms worden deze klassementen en uitslagen aangekleed met statistieken en grafieken.


1.4.2 - Het wedstrijdverslag

Het wedstrijdverslag bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk de kop boven het wedstrijdverslag en het verslag zelf. Eventueel wordt er een foto bij het wedstrijdverslag geplaatst ter illustratie van het artikel.

In dit onderzoek wordt de verslaggeving naar aanleiding van voetbalwedstrijden uit de eredivisie onderzocht. Omdat wedstrijdverslagen gezien kunnen worden als het meest objectief, zal er onderzoek worden gedaan naar de wedstrijdverslagen en de daarbij behorende krantenkoppen die zijn geschreven naar aanleiding van de gekozen voetbalwedstrijden.
De krantenkop

In de krantenkop wordt in theorie in zo min mogelijk woorden zo veel mogelijk duidelijk over het desbetreffende artikel. Door beperkingen aan het aantal woorden wordt de maker van de kop in zijn vrijheid verkleind. De krantenkop wordt bepaald door de vorm, de inhoud en de structuur. De ruimte van de kop wordt bepaald door de lay-out van de pagina en de grootte van het lettertype. Niet alleen geeft de krantenkop in het kort de inhoud van het artikel weer, maar de kop dient ook om de lezer te verleiden om het artikel te lezen. Wanneer de kop op de voorpagina staat heeft de krantenkop ook als doel de lezer te overtuigen om de krant te kopen. Deze functies kunnen met elkaar conflicteren. Door het zogenaamde ‘koppensnellen’ zou de lezer idealiter een overzicht moeten kunnen krijgen van het nieuws van die dag en een globaal idee kunnen krijgen van de relatieve impact en belangrijkheid van het nieuws. Door een bepaalde kop groter te plaatsen dan een andere, wordt door de krant een bepaalde gebeurtenis een zekere belangrijkheid meegegeven. Door verschillen in woordkeuze, het spelen met woorden, toonzetting en het weglaten van woorden (zoals bijvoorbeeld lidwoorden) kunnen verslaggevers en editors van kranten effectieve koppen construeren. Een voorbeeld van verschillen in woordkeuze is bijvoorbeeld het gebruik van woorden als ‘laken’, ‘ontberen’ of ‘het morsen van punten’. De toonzetting kan ook van krant tot krant en van artikel tot artikel verschillen. Een wedstrijd kan bijvoorbeeld door de journalist worden beschreven als ‘belabberde klassieker’ of als ‘vermakelijk voor de neutrale toeschouwer’.


De inhoud van het wedstrijdverslag

Het schrijven van een wedstrijdverslag is een van de belangrijkste taken van de sportjournalist. Een sportjournalist moet snel en accuraat kunnen schrijven en zich strikt aan het aantal woorden kunnen houden (Andrews, 2005). Het wedstrijdverslag is zowel de essentie als het meest verwaarloosde onderdeel van de sportjournalistiek, zegt Rob Steen (2008). Dit komt, zo stelt hij, omdat er tegenwoordig zoveel om de wedstrijd heen gebeurt en hier weer over geschreven moet worden, dat het wedstrijdverslag niet langer de aandacht krijgt die het verdient. Er verschijnen voorbeschouwingen, nabeschouwingen, follow-up verhalen evenals stukken over transfers, blessures, corruptie, drugs en seksschandalen. Ook internet, televisie en de mobiele telefoon hebben de sportjournalistiek in aard en perceptie veranderd. Steen stelt zichzelf de vraag waarom kranten en tijdschriften nog steeds de moeite nemen om een wedstrijdverslag te schrijven en af te drukken. Hiervoor bestaan volgens Steen (ook tegenwoordig) verschillende redenen. Allereerst is het wedstrijdverslag een vorm van zekerheid. Ook al is het voor een toeschouwer niet mogelijk bij een bepaalde wedstrijd aanwezig te zijn, de zekerheid van het na afloop kunnen lezen van het wedstrijdverslag garandeert de lezer een vorm van aanwezigheid en zekerheid. Een tweede reden is de tijdsfactor. De meeste wedstrijdverslagen worden niet direct na de wedstrijd geschreven maar enkele uren daarna (omdat zij toch pas in de krant van maandag geplaatst zullen worden), om zo een objectiever verslag te garanderen. Het adrenalinepeil is inmiddels gezakt en men kan met een kritischer blik de wedstrijd beschouwen. Een derde en laatste reden voor het bestaansrecht van het wedstrijdverslag, zo stelt Steen, is de diepte van detail en inzicht. Hij zegt dat een kort verslag van 200 woorden meer inzicht kan bieden dan 30 seconden van de wedstrijd op televisie.

Het wedstrijdverslag beschrijft in principe hoe een wedstrijd is verlopen. De lezer verwacht een verslag te lezen van de gespeelde wedstrijd. In de praktijk lijkt het erop dat de sportverslaggever in het wedstrijdverslag niet alleen verslag doet van de gespeelde wedstrijd, maar ook over verschillende andere zaken schrijft in het artikel.

Voorbeelden hiervan zijn het noemen van het aantal toeschouwers, beschrijvingen van de sfeer in het stadion, het gedrag van de supporters, stukken over de historie van de club en de toekomstmogelijkheden van de club.

In dit onderzoek komt de precieze inhoud van het wedstrijdverslag van eredivisie voetbalwedstrijden aan de orde. Welke zaken er daadwerkelijk worden beschreven in het wedstrijdverslag, dus ook welke niets te maken hebben met de gespeelde wedstrijd, worden in kaart gebracht.
De foto

De foto’s in dagbladen zeggen vaak meer dan duizend woorden. Foto’s dienen meestal ter illustratie van een artikel, maar zij kunnen ook op zichzelf staan. ‘Losse’ foto’s zijn bijvoorbeeld vaak te vinden op de voorpagina, met slechts een kort onderschrift ter verklaring. Hierbij dient de tekst ter ondersteuning van de foto. Vaker dient de foto ter ondersteuning of ter illustratie van een artikel. Welke foto er precies bij een artikel wordt geplaatst, hangt af van keuze van de krant. Wordt er een foto geplaatst van de gebeurtenis zelf, of van wat er achteraf gebeurt? Ingezoomd of een overzichtsshot? Emotie of juist actie? Foto’s kunnen een bepaald gewicht geven aan een gebeurtenis. Hieronder is een voorbeeld te zien van welke keuzes een krant moet maken.





Origineel onderschrift bij foto: Jon Dahl Tomasson scoort voor de tweede keer in klassieker.

Foto: ANP (geplaatst in de Volkskrant, 21 september 2008)

De foto is een illustratie bij het artikel “Ajax en Feyenoord in evenwicht in klassieker”.

Op deze foto is de emotie te zien na afloop van de actie.





Origineel onderschrift bij foto: Gabri passeert Kelvin Leerdam van Feyenoord.

Foto: ANP/Marcel Antonisse (geplaatst in Trouw, 16 februari 2009)

De foto is een illustratie bij het artikel “Van Basten zoekt signatuur”, door Jop van Kempen.

Deze foto toont actie, een speler die een andere speler passeert tijdens de wedstrijd.

‘Als er één medium is waar sport wel bij vaart is het wel televisie,’ zegt journalist Rob Schouten in Trouw (11 november 2008). Radioverslaggeving is inmiddels achterhaald en wanneer men een sportgebeurtenis niet kan bekijken op televisie, kun je altijd nog op internet de wedstrijd terug zien. Tegenover het bewegende beeld en de radio staat het stilstaande beeld, de sportfotografie. ‘Geen krant doet het zonder,’ zegt Schouten. Toch vraagt hij zich af wat de functie ervan precies is. Volgens Schouten draait sportfotografie, meer dan andere vormen van vastlegging, om de esthetiek van het product. Hij vindt de mooiste sportfotografie ‘…die zonder anekdote, onpersoonlijk haast, puur. Fotografie die niet doet of je erbij bent geweest of ook maar had kunnen zijn.’ De foto’s die bij een sportartikel geplaatst worden dienen vaak meer ter illustratie van het artikel dan dat zij op zichzelf staan in de Nederlandse kranten. Hoewel het interessant zou zijn om sportfotografie in kranten onder de loep te nemen, is er in dit onderzoek voor gekozen om sportfoto’s niet nader te onderzoeken.
Paragraaf 1.5 - De sportjournalist

De sportjournalist heeft niet altijd bestaan. Tegenwoordig heeft bijna elk dagblad zijn eigen sportjournalisten in dienst, journalisten die zich alleen bezighouden met sport en zich soms zelfs ‘specialiseren’ in één bepaalde sport, zoals bijvoorbeeld voetbal.

De sporters waar de sportjournalist van nu mee te maken krijgt zijn ook niet meer dezelfde als vroeger. Waar sporters vroeger werden geacht zich op de achtergrond te houden en zich te richten op de sport en de sport alleen, is er nu sprake van sporters met sterrenstatus. Sporters zijn publieke figuren geworden die miljoenen kunnen verdienen door hun naam te verbinden aan een bepaald sportdrankje of kledingmerk. De ontwikkelingen die het sportjournalistieke vak heeft doorgemaakt en de sporters waarmee de sportjournalisten in hun vak te maken krijgen, komen in deze paragraaf naar voren.

1.5.1 - Van simpele sportliefhebber tot ‘starkisser’

In de negentiende eeuw werd er voor het eerst in de pers melding gemaakt van feestelijke gebeurtenissen waarbij sportwedstrijden werden gehouden. Deze gebeurtenissen vielen onder het algemene nieuws en werden beschreven door sportliefhebbers die in hun vrije tijd een stukje over sport schreven. Pas vanaf 1900, toen het voetbalpubliek enorm in omvang toenam, werd er in de pers regelmatiger aandacht besteed aan sport. Sommige kranten namen een speciale sportredacteur aan. Vanaf de jaren ’40 ontstond er meer concurrentie op de markt van de media. De schrijvende pers moest de competitie aan met de radio en later met de televisie. Ook steunde de pers in het begin van de jaren ’50 het streven om op voetbalgebied tot betaald voetbal te komen. De journalisten conformeerden zich minder aan de sportbestuurders, zoals in voorgaande jaren het geval was. Men streefde ernaar meer aandacht te besteden aan de sportwereld in het algemeen. Half jaren ’60 waren de journalisten op zoek naar een nieuwe manier om over sport te kunnen schrijven. Dit resulteerde in het zoeken van toenadering tot de sporters. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de zogenaamde ‘quote-journalistiek’, waarbij de gezichtspunten van de sporters centraal werden gesteld. Sinds eind jaren ’80 werd de afhankelijkheid van de sportjournalist ten opzichte van de sporter steeds groter. Toegang tot de sporter werd onmisbaar voor het uitoefenen van het beroep van sportjournalist (Stokvis, 2007). Deze ontwikkeling hangt nauw samen met het ‘sterrendom’ van de sporters, iets dat met de komst van de televisie is versterkt. De sporter is behalve sporter ook een ‘ster’ geworden.



1.5.2 - Sporters met sterrenstatus

Sinds sportprestaties in de wereld serieus worden genomen, wordt de claim op roem op basis van deze prestaties niet meer betwist, zegt Ruud Stokvis (2007). De sporter kan een sterrenstatus verkrijgen die vergelijkbaar is met de status die voorheen voornamelijk door acteurs, zangers of fotomodellen bereikt kon worden. Dit komt ook door de commerciële betekenis van de

(sport-)sterren. Zij treden op in reclames en zijn ook naast hun sportuitoefening op televisie zichtbaar. Globalisering door de vergroting van het bereik van de massamedia en de opkomst van multinationals met wereldwijde afzetmarkten, dragen hieraan bij, zo stelt Stokvis. Dankzij de door massamedia mogelijk gemaakte internationalisering van sport is ook de rol van sportsterren als representanten van hun land gegroeid. Wanneer een sportster succes behaalt roept deze gevoelens van nationaal chauvinisme op bij de bevolking van het land dat deze representeert, zegt Stokvis. Ook de behoefte van het publiek om zich met de sportster te kunnen identificeren en deze te bewonderen en koesteren draagt bij aan de status van de sporter.

Het optreden van sportsterren hangt in de meeste landen van de wereld samen met gevoelens van nationale trots die prestaties van sterren in internationaal verband opriepen, stelt Stokvis. Maar behalve chauvinisme zijn het vooral de superieure prestaties en de persoonlijke uitstraling die sporters tot sterren maken. Sporters worden sterren voor de mensen die hun superioriteit kunnen waarderen en dit hangt dus samen met de populariteit van een bepaalde sport in de wereld. Commercie en het optreden van sporters in bijvoorbeeld reclame vergroten dit sterrendom (Stokvis, 2007). Aangezien de sportjournalist tegenwoordig de sporter nodig heeft om zijn beroep goed uit te kunnen oefenen, is de invloed van de sporter tegenwoordig erg groot.


Paragraaf 1.6 – De ‘falende’ sportjournalistiek

De sportjournalistiek ligt constant onder vuur. De sportjournalistiek ‘faalt’ en wordt door velen gezien als minderwaardig en amateuristisch. Is er in de sportjournalistiek wel sprake van echte, serieuze journalistiek? En waarom wordt de sportjournalistiek minder serieus genomen? Is deze zienswijze wel terecht? In deze paragraaf wordt de positie van de sportjournalistiek als ondergeschoven kindje besproken. Tevens wordt de term ‘scorebordjournalistiek’ geïntroduceerd.


1.6.1 - Sportjournalistiek als ondergeschoven kindje

Sportjournalistiek wordt binnen de journalistiek vaak niet geheel serieus genomen. ‘Als je niets kan, kun je altijd nog sportjournalist worden’, schijnt een Volkskrantredacteur ooit gezegd te hebben (Van Zoonen, 2002). Er wordt gezegd dat de meeste mensen geen kennis nodig hebben van sportieve gebeurtenissen om beter geïnformeerd te kunnen handelen, behalve dan bij het voeren van gesprekken over sport. Bovendien zijn sportwedstrijden eenmalige gebeurtenissen, waarbij een verslag ervan wel toe kan leiden dat de lezer besluit de wedstrijden van een sporter of van een team meer van nabij te gaan volgen, maar meestal blijft het bij kennisname van het verslag of commentaar via de media. Sportjournalistiek wordt hierdoor soms gezien als amusement en heeft een recreatieve functie. Dit maakt het lastig voor een sportjournalist die de rationaliteitsfunctie niet uit het oog moet verliezen. Dit is een van de belangrijkste grondslagen van de journalistiek. Net als de scheiding van verslaggeving en meningsuiting, hoor en wederhoor toepassen en de controleerbaarheid van feitelijke mededelingen (Bardoel, et al., 2002).



1.6.2 - ‘Scorebordjournalistiek’ als symptoom van de ‘falende’ sportjournalistiek

De term ‘scorebordjournalistiek’ wordt over het algemeen toegeschreven aan trainer Co Adriaanse (Holland, 2008). Hij schijnt dit woord voor het eerst gebruikt te hebben in 2003, na de wedstrijd Roda JC-AZ. Daarmee bedoelde hij dat alleen het resultaat (de uitslag) wordt beoordeeld en niet de speelwijze. De wedstrijd wordt als het ware geanalyseerd op basis van het scorebord. AZ verloor die dag met 5-1, terwijl AZ volgens Adriaanse wel degelijk een goede wedstrijd had gespeeld.


Van Dale (Boon & Geeraets, 2005) beschrijft deze term als volgt:

scorebordjournalistiek: (de(v.); g.mv.) (ongunstig) journalistiek die in haar beoordeling slechts afgaat op het eindresultaat van de wedstrijd en niet kijkt naar de manier waarop dat tot stand is gekomen. Gemunt door de Nederlandse voetbaltrainer Co Adriaanse.

Zoeken op Google op het woord ‘scorebordjournalistiek’ levert meer dan 3040 hits op (op 28 juli 2009). In het Engelse taalgebied is de term nog bekender: de zoekterm ‘scoreboard journalism’ levert op Google meer dan 134 duizend hits op. Echter, hoewel de term scorebordjournalistiek pas een paar jaar, althans in Nederland, wordt gebruikt, is het fenomeen waarop gedoeld wordt met de term al veel langer aanwezig in de journalistiek. Het redeneren van een (sport-)journalist aan de hand van een uitslag is van alle tijden. Een redenatie als ‘McCain heeft de verkiezingen verloren, dus heeft hij een slechte campagne gevoerd’ kan ook gezien worden als voorbeeld van scorebordjournalistiek. Zo zegt Bert Wagendorp in zijn column in de Volkskrant (2 maart 2009): ‘…opiniepeilers zijn meestal ook maar gesjeesde politicologen, dus die zien de uitslag van hun peiling en beginnen er vrolijk op los te interpreteren. Ze verschillen in niets van voetbalanalytici, meestal gesjeesde trainers. Die passen hun analyse ook altijd keurig aan de uitslag aan, zodat het lijkt alsof ze er verdomd veel kijk op hebben. Uitslagen van voetbalwedstrijden en opiniepeilingen zijn achteraf volkomen logisch te verklaren.’ Wagendorp pleit dan ook voor het omgekeerde: ‘Eerst analyseren, daarna het aantal zetels voorspellen en dan pas peilen. Zodat we weten wat de analyse echt waard was. Daarna verkiezingen; weten we wat de peiling waard was. Geheid dat pontificale waarheden minder robuust blijken te zijn – zo niet onwaarheden.’ Hij gebruikt in zijn column in plaats van het woord ‘scorebordjournalistiek’ het woord ‘hineininterpretieren’.

Wanneer in een wedstrijdverslag de beoordeling van de kwaliteit van de wedstrijd en het door de afzonderlijke clubs gespeelde spel afhangt van de uitslag, kan men spreken van een zekere mate van scorebordjournalistiek.

In dit onderzoek wordt gekeken naar in hoeverre Nederlandse sportjournalisten hun kwaliteitsbeoordeling van de gespeelde wedstrijd en het door de elftallen gespeelde spel bepaald wordt door de uitslag van de wedstrijd. Wanneer de kwaliteitsbeoordeling van de uitslag van de wedstrijd afhankelijk blijkt te zijn, is er sprake van een zekere mate van scorebordjournalistiek. Wanneer de kwaliteitsbeoordeling van de journalist af blijkt te hangen van andere zaken, is er minder sprake van scorebordjournalistiek in de wedstrijdverslagen. Dit verband zal dus worden onderzocht.


Paragraaf 1.7 –Kwaliteitsbeoordeling in voetbal

In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe de kwaliteit van het door een bepaald elftal gespeelde spel en de wedstrijd als geheel zo objectief mogelijk vastgesteld kan worden. De journalist zou zich, in theorie, wanneer hij een zo objectief mogelijk wedstrijdverslag wil schrijven alleen door de ‘objectieve’ factoren moeten laten leiden in zijn kwaliteitsbeoordeling. Toch is het bepalen van de ‘objectieve’ kwaliteit niet zo makkelijk.


1.7.1 - Kwaliteitsbeoordeling van het spel en de wedstrijd als geheel

Het is erg lastig om objectief vast te stellen wat ‘goed voetbal’ is. Wanneer heeft een elftal van een bepaalde club een goede wedstrijd gespeeld? Verschillende factoren beïnvloeden de zogenaamde ‘kwaliteit van het spel’. De kwaliteit van de gespeelde wedstrijd kan worden ondergebracht onder de drie noemers ‘pressie’ (dreiging), ‘overwicht’ (balbezit) en ‘artisticiteit’ (‘mooi’ voetbal, bijvoorbeeld gedurende soloacties en/of goed lopend combinatiespel). Onder ‘pressie’ vallen schoten op doel, corners, reddingen door de keeper, aantal keren buitenspel, schoten naast het doel en vrije trappen. Deze gebeurtenissen geven de mate van druk die een ploeg op de andere ploeg uitoefent aan. Wanneer een bepaalde ploeg bijvoorbeeld veel meer corners krijgt dan de andere, betekent dit dat deze ploeg aanvallender speelt en meer speelt op de speelhelft van de tegenstander. Wat ‘overwicht’ betreft is het percentage balbezit per club een belangrijke indicator. Wanneer een bepaalde ploeg veel meer balbezit heeft dan een andere ploeg, kan men concluderen dat deze ploeg overwicht heeft gehad tijdens de wedstrijd. Artisticiteit is lastiger te beoordelen, maar hier kunnen mooie combinaties onder vallen en bijzondere solo acties van spelers. De journalist kan een mooie actie noemen in het wedstrijdverslag.

Hoewel het moeilijk blijft om objectief vast te stellen wat ‘goed voetbal’ is, herkent elke voetbaltoeschouwer ‘goed voetbal’ wanneer hij het ziet. Wanneer je naar een wedstrijd zit te kijken, weet je of je kijkt naar ‘goed’ of ‘slecht’ voetbal. Dus hoewel het misschien moeilijk te meten is en lastig is om onder woorden te brengen, lijkt er toch zoiets als ‘goed voetbal’ te bestaan.

1.7.2 - Overige factoren in beoordeling

De sportjournalist kan behalve de drie factoren pressie, overwicht en artisticiteit ook andere zaken laten meewegen om de kwaliteit van de wedstrijd en de kwaliteit van het spel te beoordelen.

Deze kunnen met allerlei dingen te maken hebben. De invloed van de uitslag op de stand in de eredivisie bijvoorbeeld kan de journalist beïnvloeden in zijn beoordeling van de wedstrijd. Is gelijkspel voor een bepaalde ploeg genoeg om kampioen te worden, zijn alle prijzen dit seizoen al verdeeld of moet de ploeg de wedstrijd winnen om nog in de race te blijven voor Champions League voetbal? Ook de zogenaamde ‘track record’ van een bepaalde club kan een journalist noemen. Heeft de ploeg de laatste drie gespeelde wedstrijden gewonnen of juist verloren? Worden de laatste gespeelde wedstrijden uitgebreid besproken of slechts kort genoemd? De sportjournalist kan in zijn beoordeling van de wedstrijd ook de stand van de ploeg in de eredivisie meenemen. Staat de ploeg eerste, tweede of vijfde? En is door het winnen of verliezen van deze wedstrijd de positie van de ploeg veranderd, verbeterd, verslechterd of hetzelfde gebleven?

Andere (club-)historische feiten kan de journalist gebruiken in zijn wedstrijdverslag. Is dit de eerste keer dat Heerenveen wint van Ajax in de Arena in de afgelopen acht ontmoetingen? Heeft PSV de laatste drie keer in de Kuip van Feyenoord gewonnen of juist verloren? Hoewel het verleden geenszins garantie biedt voor de toekomst, kan de sportjournalist wel degelijk voorgaande ontmoetingen tussen clubs en de uitslag daarvan meenemen in zijn wedstrijdverslag en de beoordeling van de wedstrijd.

Het imago van de club kan ook door de journalist worden meegenomen. Wanneer er incidenten met supporters zijn geweest kort voor de wedstrijd, kan dit een negatieve lading meegeven aan de beoordeling van de gespeelde wedstrijd. Maar het omgekeerde kan ook voorkomen. Supporters kunnen op een positieve manier invloed hebben op de beoordeling van de journalist van de wedstrijd, bijvoorbeeld wanneer de sfeer in het stadion erg goed is of er wordt door supporters op een door de journalist gewaardeerde manier gezongen. Ook een leeg of juist uitverkocht stadion heeft mogelijk invloed op de beleving van de journalist van de wedstrijd en kan zorgen voor een beïnvloeding van de beoordeling van de wedstrijd door de journalist.

Beslissingen van de scheidsrechter kunnen veel invloed hebben op het verloop van een wedstrijd. Een al dan niet terecht toegekende penalty of vrije trap, het van het veld af sturen met een rode kaart van een speler, het zijn allemaal voorbeelden van de manier waarop de scheidsrechter de wedstrijd kan beïnvloeden. Deze scheidsrechtersbeslissingen kunnen weer hun weerslag hebben op de beoordeling van de journalist van de wedstrijd. Heeft de scheidsrechter de juiste beslissing genomen of is een bepaalde ploeg ernstig door de scheidsrechter benadeeld? Neemt de journalist dit mee in zijn beoordeling van de kwaliteit van de wedstrijd?

Het bestuur van een club kan er voor zorgen dat een trainer wordt ontslagen, dat er bepaalde spelers worden aangekocht , of op een andere manier invloed uitoefenen op het functioneren van de desbetreffende club. De journalist kan onlangs gemaakte beslissingen van het bestuur van de club meenemen in zijn beoordeling van de wedstrijd. Ook interne strubbelingen, zoals ruzies tussen het clubbestuur en de trainer of meningsverschillen tussen trainer en spelers kan de journalist mee laten wegen in zijn beoordeling van het spel van de ploeg.

Een transfer of een blessure van een speler van een bepaalde ploeg kan door de journalist worden meegewogen in zijn oordeel over de wedstrijd. Vindt de journalist een nieuw aangekochte speler een aanwinst of een miskoop? Mist een bepaalde ploeg een belangrijke speler of krijgt een jonge speler juist de kans om te schitteren dankzij de blessure van een speler die normaal in de basis staat?

Tijdens de wedstrijd kunnen ook bepaalde dingen voorkomen die de journalist als positief of negatief kan beoordelen. Wanneer de journalist een wedstrijd bekijkt waarvan hij vindt dat er veel ‘onnodige’ of ‘harde’ overtredingen voorkomen, kan hij dit mee laten wegen in zijn oordeel. Ook het door de trainer gebruikte speelsysteem kan de journalist beoordelen als goed of juist slecht. Is het 4-4-2 systeem de enige juiste manier van spelen voor deze ploeg of had de trainer het beter anders kunnen doen? Wat de journalist beoordeelt als ‘goed’ of ‘slecht’ kan tot uiting komen in zijn beoordeling van de wedstrijd en dus voorkomen in het wedstrijdverslag.

Welke zaken de journalist precies meeneemt in zijn beoordeling van de wedstrijd en beschrijft in zijn wedstrijdverslag en of deze zaken vallen onder de drie basisfactoren pressie, overwicht en artisticiteit of juist ‘overige’ zaken laat meewegen in zijn oordeel, komt in dit onderzoek uitgebreid aan de orde.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Krant Formaat Verschijning Verspreiding
  • 1.3.4 - Chauvinisme in regionale dagbladen
  • 1.3.5 - Emotie in Nederlandse dagbladen: kwaliteitskranten, populaire kranten en regionale kranten
  • Paragraaf 1.4 - Sport in de Nederlandse dagbladen
  • 1.4.1 - De anatomie van de sportpagina: columns, essays, achtergrondartikelen, interviews, statistieken, grafieken, klassementen, uitslagen en wedstrijdverslagen
  • 1.4.2 - Het wedstrijdverslag
  • Paragraaf 1.5 - De sportjournalist
  • 1.5.1 - Van simpele sportliefhebber tot ‘starkisser’
  • 1.5.2 - Sporters met sterrenstatus
  • Paragraaf 1.6 – De ‘falende’ sportjournalistiek
  • 1.6.1 - Sportjournalistiek als ondergeschoven kindje
  • 1.6.2 - ‘Scorebordjournalistiek’ als symptoom van de ‘falende’ sportjournalistiek
  • Paragraaf 1.7 –Kwaliteitsbeoordeling in voetbal
  • 1.7.1 - Kwaliteitsbeoordeling van het spel en de wedstrijd als geheel
  • 1.7.2 - Overige factoren in beoordeling

  • Dovnload 1.69 Mb.