Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Fiche De Dender Inhoudstafel Beeld van de waterloop

Dovnload 197 Kb.

Fiche De Dender Inhoudstafel Beeld van de waterloop



Pagina1/8
Datum31.07.2017
Grootte197 Kb.

Dovnload 197 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

Fiche De Dender

Inhoudstafel


Beeld van de waterloop



  1. Denderbekken




  1. De Dender van vroeger tot nu




  1. Functies van de rivier

3.1 Natuur

3.2 Toerisme en recreatie

3.4 Scheepvaart

3.5 Industrie



  1. Waterkwantiteit

4.1 Te veel water

4.2 Te weinig water


  1. Waterkwaliteit

5.1 Algemene bespreking van de waterkwaliteit

5.2 RWZI's en hun impact


  1. Steden en gemeenten langs de Dender

6.1 Beschrijving


6.2 Overzicht van de situatie



  1. Water in de stad


1. Het Denderbekken
Het Denderbekken behoort tot het bekken van de Schelde. De Dender begint bij Ath en ontstaat door de samenvloeiing van de oostelijke en westelijke Dender en het Kanaal Blaton – Ath.

De oostelijke Dender ontspringt in een heuvelrug van Erbaut, ten noorden van Bergen, deelgemeente van Jurbise, op een hoogte van 100 m. De westelijke Dender ontspringt in de streek van Barry, deelgemeente van Doornik, op een hoogte van 60 à 70 m. Bij hun samenvloeiing te Ath ligt de Dender nog ongeveer 40 m boven de zeespiegel, aan de monding te Dendermonde is deze hoogte iets minder dan 10 m. De totale lengte van de Dender is 65 km met een verval van 30 m.

De totale oppervlakte van het Denderbekken bedraagt ongeveer 1384 km2, waarvan zich ongeveer 675km² in de provincie Henegouwen (Waals Gewest) situeert en 709 km² in de provincie Oost-Vlaanderen (Vlaams Gewest). Het beheer van de Dender vraagt dus een goede interregionale aanpak.

De belangrijkste zijrivieren van de Dender in Vlaanderen zijn de Marke, de Molenbeek-Terkleppebeek, de Molenbeek (Zandbergen), de Bellebeek, de Molenbeek (Erpe-Mere) en de Vondelbeek.


Op Waals grondgebied, tussen Ath en Deux-Acren, zijn de Sille, de ruisseau de Ligne en de Marke op rechteroever en La Blanche en de ruisseau de Trimpont op linkeroever de belangrijkste zijlopen van de Dender. De loop van de Moosbeek, een kleine zijrivier van de Dender op linkeroever, volgt de taalgrens. Net na Deux-Acren (Lessines) stroomt ze Vlaanderen binnen ter hoogte van de gemeente Geraardsbergen.

Het reliëf van het Denderbekken wordt gekenmerkt door 3 verschillende types, die grilliger worden naar het zuiden toe.



  • In het noorden ligt het bekken in de Zandleemstreek, met een zwak reliëf.

  • Het grootste gedeelte van het bekken ligt in de fysisch-geografische Leemstreek, getypeerd door het golvende landschap van onder meer het Pajottenland.

  • Helemaal in het zuiden van het bekken situeert zich een uitloper van de Vlaamse Ardennen of het Heuvelland met voornamelijk leembodems.

De zandleembodems komen voornamelijk voor in het gebied vanaf Aalst naar het noorden van het bekken. Maar door de insnijdende werking van de Dender, komen deze bodems ook in diens vallei voor en in de benedenstroomse delen van de Bellebeek en de Marke.

Belangrijke landschapselementen in Vlaanderen zijn de getuigenheuvels. Deze heuvels zijn ontstaan in het Mioceen (ongeveer 7 miljoen jaar geleden). In deze periode steeg de zeespiegel en kwam heel Vlaanderen onder water te liggen. De zandduinen die toen gevormd werden, werden, bij terugtrekking van de zee oxideerde het bovenste laagje van de duinen tot ijzerzandsteen. Hierin zijn meerdere mariene fossielen (bv. ammonieten, zeelelies,…) terug te vinden. De noord-zuid-oriëntatie van de meeste van onze waterlopen getuigt van de regressie van de zee. Door de hoge resistentie van ijzerzandsteen tegen erosie ontstond een typisch heuvellandschap dat nog steeds zichtbaar is. De heuvels zijn de resten van de oude kustlijn van de Diestiaanzee. De heuvels verspreiden zich van Frankrijk tot Limburg. Voorbeelden in de Dendervallei zijn de Oudenberg (asymmetrisch: een steile noordwestflank (cfr. de Muur) en een zacht stijgende zuidoostflank), de Kemmelberg, de Kluisberg, het Pajottenland, …



2. De Dender van vroeger tot nu

Al heel vroeg ontstonden Romeinse vestigingen langs de Dender. De Germaanse volksstammen drongen langs deze rivier binnen en plunderden de Romeinse nederzettingen. In Aalst en Hofstade werden resten van deze Romeinse aanwezigheid teruggevonden.


Voor de kanalisatie had de Dender een erg kronkelend verloop. In de zomer was het waterpeil vrij laag, zo laag dat men met opgestroopte broekspijpen de overkant kon bereiken. In de winter zette de rivier de omliggende weiden onder water. De Dender wordt een regenrivier genoemd. Tegenstrijdige belangen leidden soms tot heftige ruzies onder de verschillende gebruikers van de rivier: schippers wilden een zo hoog mogelijke waterstand, landbouwers wilden na de winter een zo laag mogelijke waterstand (opdat hun weiden niet zouden verzuren) en de molenaars eisten ook een deel van het water voor hun molens op.

Vanaf 1185 zijn verschillende opeenvolgende kanalisaties uitgevoerd ten voordele van de scheepvaart. Tussen de 12de en de 15e eeuw kende de Denderstreek een economische bloei door de ontwikkeling van de internationale handel in Brabant en de landbouw en het ambachtswezen in Henegouwen. In de 15de eeuw werden (volgens een keure) granen, steen, kalk, hout, ijzer, laken, wijn, bier, hop, huiden, kaas, haring, olie, boter, look en ajuinen vervoerd.

Maar godsdienstoorlogen en de opstand tegen Spanje zorgden voor de ontvolking van de streek.

In de 17de eeuw hernam de economische bloei en werd de Dender opnieuw aangepast.

Maar nadat de exploitatie en het onderhoud van de Dender tussen 1868 en1938 aan de Compagnie de la Dendre werd toevertrouwd, werd de rivier 70 jaar lang vrijwel volledig verwaarloosd en de weiden eromheen verzuurden.

Vanaf de 19de eeuw ontstonden nieuwe industrietakken: in Ninove en Geraardsbergen de luciferfabrieken, in de hele Denderstreek textiel- en voedingsindustrieën (o.a. brouwerijen).

De Dender zelf als waterweg werd ondertussen sterk verwaarloosd.

Vóór de tweede wereldoorlog moest een einde komen aan de Denderperikelen, maar door de oorlog vielen deze plannen in het water. Pas in 1978 werd de monding van de Dender verlegd: de Nieuwe Dender. Een tijsluis in Dendermonde zorgt voor de verbinding met de Zeeschelde.


Ondertussen ging in de Denderstreek veel industrie verloren, waardoor de scheepvaart verder terugliep. De Dender speelt qua scheepvaart een ondergeschikte rol. Schepen tot 600 ton kunnen tot Aalst varen. Vanaf de sluis van Aalst en verder stroomopwaarts zijn de sluizen aangepast aan spitsen (350 ton). Dat deel van de Dender wordt niet meer gebruikt voor de beroepsvaart. Het heeft wel een nieuwe functie voor de recreatievaart en passagiersvaart.


Momenteel heeft het bekken te kampen met een nieuwe uitdaging: zomer- en winteroverstromingen nemen toe waardoor de steden rond de Dender steeds vaker met overstromingen te maken krijgen. In november 2010 werd een uitzonderlijk grote wateroverlast geregistreerd in zowel het Waalse als het Vlaamse deel van het bekken. Snel daarna (januari 2011) stroomde opnieuw het water de huizen binnen. De Dender is dringend aan ‘vernieuwing’ toe. Onder dit begrip worden efficiënte maatregelen verstaan die de steeds groter wordende watertoevoer kunnen opvangen. Om deze maatregelen te bepalen en uit te voeren is communicatie en samenwerking tussen de 2 gewesten uiterst belangrijk. Hier wringt het schoentje nog. Bovendien is het economisch belang van de rivier voor de scheepvaart zeer laag, waardoor investeringen door de waterwegbeheerder reeds gedurende langere tijd uitbleven.

De ‘roep’ van de betrokken bevolking, die vaker te maken krijgt met de wateroverlast, samen met de hulp van verenigingen (Grenzeloze Schelde, Natuurpunt, De Milieuboot, Contrat de rivière Dendre), die samen ijveren voor een verbetering van de toestand en de uitwerking van een visie voor de Dender, doen de situatie veranderen. Zo werden de laatste maanden budgetten vrijgemaakt door de Vlaamse regering (afdelingen mobiliteit en leefmilieu) om te investeren in deze ‘achtergestelde’ rivier.

De beheerder van de bevaarbare Dender (Waterwegen en Zeekanaal NV) beoogt een opwaardering van de tonnage in scheepvaart. Ze hebben plannen om het traject stroomafwaarts van Aalst (zwaaikom Hofstade) toegankelijk te maken voor schepen tot 1350 ton. In het Waalse deel werden de sluizen reeds vernieuwd, het Vlaamse deel zal volgen (start werken : eind 2012 – geplande afronding van de werken : 2018). De beheerders van de onbevaarbare waterlopen (1ste categorie = VMM; 2de categorie = provincie) maken studies en plannen om extra wachtbekkens aan te leggen en bestaande constructies die een knelpunt vormen te verbeteren.

3. Functies van de Dender
Het beperkte gabariet, stroomopwaarts Aalst, de oudere kunstwerken en handbediende sluizen zorgen ervoor dat de Dender niet aangepast is aan de moderne scheepvaart. Het goederentransport is door de jaren heen meer en meer op de achtergrond geraakt, plaats makend voor nieuwe functies, namelijk natuurontwikkeling en zachte recreatie.
3.1 Natuur


  • De oeverstructuur langsheen de Dender

Op de oever kunnen zich karakteristieke leefgemeenschappen ontwikkelen. Voor een deel zijn dit waterplanten, voor een deel ook landplanten zoals wilgen, elzen en grassen. Dieren gebruiken de oevers als voortplantingsplaats of als beschutting en om te foerageren. Op de Dender zijn er verschillende oevers te herkennen:


Natuurlijke oevers
Bij een natuurlijke oever kunnen 2 situaties voorkomen: de holle oever en de bolle oever.
Verschillen in stroomsnelheid, door bijvoorbeeld obstakels in het water, veroorzaken riviermeandering. De stroming van het water wordt verstoord, buigt af en botst tegen de buitenwand van de rivier. De ontstane buitenbochten, waar het water sneller stroomt, worden door de uitschurende werking van het water dieper uitgehold. Deze holle oevers vormen zo schuilplaatsen voor vissen. Op de binnenbochten heeft de rivier weinig invloed, zodat, door sedimentatie, de oever zich kan ontwikkelen tot een bolle oever. Bij deze ondiepe plaatsen is de stroming vrij turbulent, zodat daar veel zuurstof in het water kan komen. De diepe stille plaatsen vormen een stabiel milieu dat rijk is aan organisch materiaal.

Op de natuurlijke oever zijn er struwelen met elzen die tot in het water hangen. Die elzen hebben verschillende functies: de wortels houden de bodem vast en herbergen de viseitjes. De uit de boom vallende insecten bieden voedsel voor de vissen.


Bij de natuurlijke oeveropbouw van een rivier zoals de Dender zijn brede oeverstroken met planten (riet+oeverplanten+struiken) ideaal.
Versterkte oevers

Oeverversterking wordt aangelegd om de oevers te beschermen tegen afkalvingen (o.a. door de golfslag) of om overstromingen tegen te gaan. Na overstromingen werden de oevers te Ninove en Liedekerke zelfs opgehoogd met betonnen blokken. In de toekomst zal dit verder worden uitgebreid in Ninove. Ook andere steden zullen plaatselijk gebruik maken van dit systeem van waterkering (vb: Geraardsbergen).


- Bij milieuvriendelijke oeverconstructies wordt, naast het vastleggen van de oeverzone tegen invloeden van de scheepvaart, ook aandacht besteed aan natuurbehoud en –ontwikkeling. Dit heet natuurtechnische milieubouw (NTMB). Het uitwerken van meer milieuvriendelijke Denderoevers gebeurt in samenwerking met verschillende administraties, o.a. VMM en W&Z. De uitvoering is het werk van de NV Waterwegen en Zeekanaal (W&Z), die verantwoordelijk is voor het onderhoud en beheer van een groot deel van de Vlaamse bevaarbare waterlopen.

In 1999 werden stroomopwaarts de sluis van Denderbelle over ongeveer 1 km milieuvriendelijke oevers aangelegd, oevers met plasbermen om het paaien van de vissen te bevorderen.

Een plasberm is een (smalle) strook op of net iets boven de waterspiegel. Plasbermen maken de taluds niet alleen veiliger, ze vergroten ook het wateroppervlak. De plasberm wordt, waar dat mogelijk is, aangelegd in combinatie met natuurvriendelijke oevers. Plasbermen vergroten het waterbergend vermogen en dragen dus bij in de bestrijding van wateroverlast.
Stroomopwaarts Aalst is slechts één van beide oevers verstevigd. De andere oever is natuurlijk. Stroomafwaarts wordt er meer en meer verstevigd. De nieuwe verstevigingen gebeuren met schanskorven: losse stenen ingepakt in geotextiel waartussen de planten nog wortel kunnen schieten.
- Bij de kunstmatige oever is er echter geen sprake meer van een geleidelijke overgang van land naar water. De betonnen damplaten, die er voor de scheepvaart geplaatst zijn, maken de oever ecologisch waardeloos. Riet kan er niet meer groeien. Vissen hebben geen schuilplaatsen en geen paaiplaatsen meer. Deze soorten oevers komen voor bij aanlegplaatsen, voor en na sluizen of bruggen, om het aanmeren van de schepen te vergemakkelijken.

Aan ingenieurs wordt daarom gevraagd om stuwen, wegbermen, oevers,... op een milieuvriendelijke manier aan te leggen. Schanskorven zijn al een stap in de goede richting.

Dikwijls haalt men aan dat betonnen structuren niet beheerd hoeven te worden. In een ecologische structuur moet voortdurend geld gestoken worden omdat een blijvend beheer (bijvoorbeeld van die elzen) nodig is.

Op de Dender vind je ook een oeverversteviging met een horizontaal stuk waardoor de eenden de mogelijkheid hebben om gemakkelijk uit het water te komen.

Stroomopwaarts van Zandbergen werden op basis van een studie, die routes van herten over de Dender onderzocht, gericht fauna-uitstappen aangelegd.

  1   2   3   4   5   6   7   8

  • Waterkwantiteit 4.1 Te veel water 4.2 Te weinig water Waterkwaliteit
  • Zandleemstreek
  • Vlaamse Ardennen
  • 3. Functies van de Dender

  • Dovnload 197 Kb.