Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Geachte leden van de Tweede Kamer

Dovnload 8.53 Kb.

Geachte leden van de Tweede Kamer



Datum08.12.2018
Grootte8.53 Kb.

Dovnload 8.53 Kb.

Geachte leden van de Tweede Kamer,


Dank u voor de gelegenheid om wat gedachten uit te wisselen over de uitgangspuntenbrief van de minister.
Het gaat goed met de musea in Nederland. De musea laten jaarlijks groeicijfers zien en de kwaliteit van het museale aanbod mag uitstekend genoemd worden.
Toch zijn er zorgen voor de toekomst. Het overgrote deel van de Nederlanders bezoekt geen musea. Groei van museumbezoek wordt voor een belangrijk deel gerealiseerd door toeristen en herhaalbezoek van hoog opgeleide ouderen. Er is meer sprake van een toename van bezoeken dan bezoekers. Bovendien verwacht de Raad voor Cultuur dat het publieksbereik van traditionele cultuuruitingen (= onder andere musea) in de toekomst zal stagneren en afnemen. Dat komt omdat bijvoorbeeld Nederlanders met een niet Westerse cultuurachtergrond, en jongeren in het algemeen, zich niet makkelijk laten verleiden om musea te bezoeken. De drempel is te hoog. Onbekend maakt onbemind. Wat de boer niet kent dat eet hij niet.
Terecht legt de minister dus nadruk op het belang van bereiken van nieuwe doelgroepen. Vooral buitenlandse toeristen en Nederlandse cultuurminnaars bereiken is niet genoeg. De rijks gesubsidieerde musea zijn voor en van alle Nederlanders.
Dat is niet nieuw. Veel musea zoeken natuurlijk al jaren naar manieren om hun publiek te verbreden en uit te breiden. Voorbeelden van ons museum uit 2014 zijn de tentoonstellingen ‘Mekka’, ‘Zwart & Wit’ en jongerenevenementen zoals het ‘Good Hair Festival’. Ook zijn we regelmatig de straat op gegaan met gratis tentoonstellingen en diverse promotiestunts met bijvoorbeeld Maori en Indianen. Het levert steevast resultaat op: awareness, bezoekintenties en daadwerkelijk nieuwe bezoekers aan het museum.
Onze Mekka tentoonstelling trok minder traditionele museumbezoekers dan normaal, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door een enorme toename van nieuwe bezoekers, waardoor het aandeel moslims zo’n 45% van het totaal aantal bezoekers uitmaakte. De waardering voor de tentoonstelling was enorm hoog. En het leverde zelfs een marketingprijs op.
Dat is een mooi verhaal. Maar deze activiteiten en programmering brengen ook zakelijke risico’s met zich mee. De kosten zijn relatief hoog en de opbrengsten laag. De oude marketingwet geldt ook hier: ‘het is 5 keer duurder een klant te werven dan een oude te behouden’.

Voor de Mekka tentoonstelling hebben wij bijvoorbeeld een extra groot marketingbudget vrijgemaakt, waarmee we gericht en actief groepen Nederlandse moslims zijn gaan activeren. Juist omdat we wisten dat deze doelgroep veel onervaren museumbezoekers bevat. Er was een uitgebreide randprogrammering, en we hebben flink moeten stunten met toegangsprijzen. De kosten bleken uiteindelijk flink hoger dan een reguliere tentoonstelling. Bovendien zakten de verkoopcijfers in winkel en café significant in deze periode.


Herhaalbezoek stimuleren onder cultuurminnaars levert doorgaans veel meer financieel rendement op. 1 kleine gratis advertentie in het blad van de NS leverde ruim een jaar geleden een enorme extra stroom hoger opgeleiden ‘grijze’ medeburgers op. Meer van hetzelfde publiek dus. Het werven onder deze doelgroep kost minder inspanning en budget en levert ook nog eens meer inkomsten op in de eigen Winkel, Café en als Vriend.
Dus ook al weten musea donders goed dat het publiek moet verjongen en verbreden, onder druk van verplicht groeiende eigen inkomsten en bezuinigingen op programmering is de keuze voor doelgroepen snel gemaakt. Ook al leidt dat onvermijdelijk tot overbevissing in dezelfde visvijver van de canonieke cultuur.
De uitgangspuntenbrief van de minister geeft ruimte om minder krampachtig te zoeken naar financieel rendement en meer naar ‘maatschappelijke waarde’. Dat is mooi.
Maar we moeten er voor waken dat dit een omgekeerde beweging in gang zal zetten. Namelijk dat instellingen onder druk van een verplichte ‘profilering’ (want dat lijkt de nieuwe prestatienorm), zich volledig gaan storten op het bereiken van de groepen onervaren museumbezoeker en de ervaren bezoeker verwaarlozen.
Wij pleiten ervoor om de groei in aantallen te behouden door tegelijkertijd te verbreden. Dat kan door actief te sturen op de ‘kwaliteit’ van de bezoekersaantallen: het nastreven van een gezonde ‘doelgroepenmix’. Zodat musea niet kiezen voor de kwetsbaarheid van een afzonderlijk doelgroepenbeleid, maar voor de kracht van een structurele uitbreiding en verbreding van een gemeenschappelijke groep cultuurminnaars in Nederland. De rijksgesubsidieerde musea zijn per slot van rekening van en voor alle Nederlanders.
Met vriendelijke groet,
John Sijmonsbergen
Plaatsvervangend directeur Tropenmuseum, Museum Volkenkunde, Afrika Museum

Amsterdam, 17 juni 2015


Dovnload 8.53 Kb.