Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Gedragsbiologie week 2 Dag 1: hoofdstuk 9 en 10

Dovnload 31.54 Kb.

Gedragsbiologie week 2 Dag 1: hoofdstuk 9 en 10



Datum21.06.2017
Grootte31.54 Kb.

Dovnload 31.54 Kb.

Gedragsbiologie week 2

Dag 1: hoofdstuk 9 en 10


Kinship

Het fenomeen dat fitness ook afhangt van het voorplantingssucces van verwanten. (fitness = de mate waarin genen van een individu doorgegeven worden naar de volgende generatie.) Het feit dat je verwanten liever helpt dan niet verwanten of dat je jezelf in gevaar brengt voor je verwanten. Voorbeeld de grondeekhoorns die alarmroepen bij een predator. De alarmroeper riskeert zijn leven voor de anderen, hun predatie risico gaat omhoog. Waarom doen ze dit?

Hamilton’s rule: rb-c > 0, waarbij r de coëfficient van verwantschap, dus in hoeverre je verwant bent aan elkaar. Kun je uitrekenen door: Σ (0,5)generation links. Generation links is in hoeverre je verwant bent aan elkaar. Dit is wel een gemiddelde, de 0,5. Met behulp van markers kun je echt zien in hoeverre je verwant bent aan elkaar. B is benefit (indirect fitness), dus hoeveel de fitness van je groepsgenoten omhoog gaat. C is cost ( in temrs of ‘direct’ fitness), dit is wat het jezelf kost. De bate die je groepsgenoten hebben moet groter zijn dan de kosten die jij hebt.

Dus kin selectie is belangrijk, aangezien je daarmee je eigen genen kunt beschermen.


Herkenning

Herkennen dieren hun verwanten? Er zijn aanwijzingen dat ze dit kunnen. Voorbeeld bij de white fronted bee eaters is bekend dat als hun eigen nest kapot is, dat ze andere koppeltjes helpen met hun nest. Dit doen ze bij de koppeltjes met de meeste verwantschap, dus bij hun broer of zus. Dit is ook onderzocht bij staartmezen. Ze hadden nesten die verwant waren en die niet verwant waren even ver van het koppeltje neergezet waarvan hun nest kapot was. Hieruit bleek dat ze 100% naar de meest verwante gingen. Ook blijkt dat de vogels het geluid van hun moeder na kunnen doen, dit is wel de moeder waarmee ze zijn opgegroeid. Wat vaak wel hun eigen moeder is.

Herkenning kan dus op veel verschillende manier, bijvoorbeeld roep, locatie, geur.

Herkenning zonder leren kan ook. Voorbeeld de pauwen in het park, waarbij de mannetjes uit het park waren gehaald en random zijn gepaard met een vrouwtje. De eieren zijn apart gehouden, zodat het jong niet kon weten wie zijn ouders zijn. Achteraf blijkt dat als ze na 1 jaar in het park worden uitgezet, ze vaak bij hun ouders zitten. Dit is zinvol, want als je leg groter is, dan trekken ze meer vrouwen aan. Dus als je met je broer zit, dan is je leg groter en dus meer kans op jongen.

Dus het kan zijn dat verwante dieren hetzelfde microhabitat prefereren, dat ze samen opgroeien en elkaar zo herkennen of dat het ze elkaar herkennen door hetzelfde uiterlijk. Dat laatste is dus het geval bij de pauwen. c:\users\inge\pictures\gedragsbiologie 2.1.jpg
Parent offspring conflict

De optimale investering in een nakomeling is hoger vanuit het perspectief van de nakomeling dan vanuit het perspectief van de ouders. Er is dus een conflict. Het jong heeft een bepaald idee van hoeveel de ouders moeten investeren in het jong en de ouders moeten hier voor ‘boeten’. Zij hebben kosten. Ze willen dan ook het verschil maximaliseren. Dus zoveel mogelijk benefit met de minste kosten. Als er nu een nieuw jong komt, wordt de lijn van de ouders gehalveerd (als het een volle broer/zus is). Dit houdt dus in dat de ouders volgens het jong meer tijd aan het oudere jong moet besteden. Hier ontstaat dus een conflict zone. Waarin de ouders een ander idee hebben dan het jong.

Dit conflict wordt heviger naarmate de verwantschap (r) tussen een nakomeling en toekomstige nakomelingen lager is, dus als er bijvoorbeeld half broertjes/zusjes worden geboren. Dan is de lijn van de kosten ouders nog maar ¼ (de jongen zijn dan voor ¼ verwant aan elkaar) van bij het eerste kind en verwacht het kind meer investering in zichzelf. Het gaat er hier alleen om het maximaliseren van de fitness.
Sibling rivalry

Rivaliteit tussen broer en zus. Als er bijvoorbeeld maar eten is voor 1 persoon, dan zal je jezelf boven de ander stellen, want je bent 1 verwant aan jezelf en 0,5 aan je broer/zus. Dit kan ook veel ruzies verklaren.


Cooperatie

Het probleem bij de evolutie van coöperatie is dat het meestal aantrekkelijker is om een uitvreter te zijn dan om (ook) een uitvoeder te zijn. Je kunt dit categoriseren bij fitness consquenties:






Effect op jezelf




Negatief effect

Positief effect

Effect op de ontvanger

Negatief effect

Spitefullness

Selfishness

Positief effect

Altruïsme

cooperation

Reputatie speelt ook een rol bij het tot stand komen van coöperatie. Als jij een goede reputatie hebt willen mensen sneller met je samenwerken, dan als je geen goede reputatie hebt.


Byproduct mutualism

Als het gaat om dingen die je niet in je eentje kunt doen, dus wel met twee moet doen.


Prisoner’s dilemma

Als twee gevangenen los van elkaar worden verhoord in relatie tot dezelfde misdaad en ze moeten kiezen tussen niks zeggen of de andere gevangene verraden. Dan ga je kijken na wat de korts mogelijke periode is dat je in de gevangenis moet. Dan is het beter om samen te werken, dus allebei toegeven. Dit is beter dan hopen dat de ander ook stil blijft, als jij ook stil bent, aangezien als de ander wel toegeeft dan zit jij 20 jaar. Anders zit je max 5 jaar. https://deathbytrolley.files.wordpress.com/2013/01/prisoners_dilemma_23.gif


Iterated prisoner’s dillema

Als men vaker moet kiezen. Uit onderzoek blijkt dat tit for tat het beste is. Je begint met aardig zijn, dus dat je wilt samenwerken. Als de ander niet wil samenwerken ga je retaliatory, dus dan ga je de volgende ronde ook niet samenwerken. Als de ander dan wel weer wil samenwerken, ga jij de volgende ronde weer vergeven en ben je dus forgiving. Je doet dus continu die ander na.


Social grooming/allogrooming

Het schoonmaken van een ander. Dus bijvoorbeeld het vlooien bij apen. Het voordeel hiervan is, is dat degene die aan het vlooien is het testosteron gehalte van de ander naar beneden haalt en er zo dus minder agressiviteit is. Dus de vlooier heeft er zelf ook wat aan.



Dag 2: Hoofdstuk 14 & 15


Territorialiteit

Gedefinieerd als het bezitten en verdedigen van een bepaald gebied. Als de benefits groter zijn dan de kosten, dan is het verdedigen logisch. Als je hier een grafiek van zou maken, zou je op de x-as de territorium grootte neerzetten en op de y-as de kosten of benefits. Je krijgt dan twee lijnen, de maximale winst is als het verschil tussen de lijnen het grootst is, dus zo min mogelijk kosten met zoveel mogelijk benefits.

Het kan ook zijn dat er coöperatie is in een territorium. Voorbeeld kwikstaarten lopen een rondje om een oever, dat is hun territorium. Als er genoeg voedsel is, kan het territorium gedeeld worden, dan komt er een satelliet bij. En lopen twee vogels hetzelfde rondje. Nu komt de vraag onder wat voor omstandigheden zou het optimaal zijn voor kwikstaarten om een territorium te verdedigen?


Voedselbeschikbaarheid (van laag naar hoog)

Kosten en baten

territorium

1

Weinig baten en kosten

Geen territorium

2

Hogere baten, kosten ok

Wel territorium

3

Hogere baten dan nodig, kosten ok

Wel territorium, en satelliet

4

Baten laag

Geen territorium (er is veel eten, dus het is niet nodig om energie in verdedigen te stoppen)

Het voordeel van een satelliet is, dat je met zijn tweeën het territorium verdedigd. Het kost jou dus minder energie om het te verdedigen.
Optimal skew theory

Onderzoek naar hoeveel er broeden in een groep en of er coöperatie is of juist conflict. Het kan namelijk zijn dat de ouders de kinderen naar hun eigen plek willen hebben, terwijl de kinderen nog bij de ouders willen blijven of net andersom. Het kan voor de ouders beter zijn dat de kinderen nog even bij het nest blijven, zodat ze kunnen helpen met het volgende nest. Waardoor de ouders meer verwante nakomelingen krijgen, want als het jong nakomelingen krijgen zijn die nog maar 0,25 verwant.


Agressie

Gebeurd als dieren een uitdagend signaal afgeven en/of wordt uitgedaagd tot een vorm van lichamelijke gevecht. Dieren hebben zich ontwikkelt om te verdedigen. Denk aan hoorns. Ze willen deze tools liever alleen maar mee dreigen. Agressie kan namelijk tot hoge kosten leiden. Dominantie heeft een grote rol bij agressie. Dominantie betekent meer ‘resources’. Dus het is voordeliger om dominant te zijn? Nee, dat hangt van de kosten en baten af. Vaak is het ook zo dat het dominantie gedrag sterk wordt bepaald door wat er op het spel staat. Voorbeeld de bosspitzmuizen waarvan 1 eerste veel eten kreeg, ook in zijn huisje en de ander weinig. Als ze dan moesten vechten om het eten won de hongerige vaak, aangezien het eten voor hem veel meer waard is dan voor degene die genoeg eten heeft.



Despotisme  als je de baas ben van iedereen

Lineaire rangorde  A  B  C  D

Circulair  iedereen is de baas over iemand, soort driehoeksverhouding

Alliantie  als 2 de baas zijn over 1. Er is dus een samenwerking in de dominantie
Game theorie modellen

Consensus  degene die er als eerste is wint. Denk aan stoelendans, wie het eerst op de stoel zit wint.

Sequential assesment  het verzamelen van informatie over de tegenstander door geleidelijk oplopende escalatie tot één het opgeeft. Dit gebeurd ook bij de scholekster, waarvan we de film hebben gezien. Ze gaan meestal niet vechten, maar bouwen de spanning op tot dat één door heeft dat de ander sterker is en dan opgeeft. Zo beperk je de kosten.

Bystander effect  Het leren van gevechten tussen anderen en zo weten wie er sterker is. Voorbeeld er is een gevecht tussen twee vissen en een derde vis zit in een aquarium ernaast. De ene keer kan vis 3 mee kijken met het gevecht. Als vis 3 daarna bij vis 2 en 1 wordt gezet, gaat hij minder snel het gevecht aan met de winnaar. Als vis 3 niet kan zien wat er gebeurd, weet vis 3 vaak nog steeds wie de winner was en wie hij dus niet moet aanvallen.

Winner-loser effect  als je het gevecht verliest, de kans groot is dat je het volgende gevecht ook gaat verliezen en visa versa.

The hawk dove game  individu heeft keuze tussen 2 strategieën: 1. Hawk, laat eerst agressie zien en gaat daarna vechten tot hij of gewonnen heeft of gewond is. 2. Dove, soort bluffen. Laat eerst agressie zien maar als hij geconfronteerd word, dus moet vecht, zal hij willen delen. Hierbij is v = waarde van resource en C = kosten van het gevecht. Voorbeeld de vlinders die vechten om een plekje, als ze eenmaal dat plekje hebben winnen ze altijd. Totdat de beheerder van die plek wordt weggehaald, dan komt er een nieuwe beheerder.

War of attrition model  alleen het laten zien van agressie, maar geen echt gevecht tot stand laten komen. De duur van dit gebeuren is random, hoe langer het duurt, hoe meer energie het gaat kosten. Hier hoort een formule bij: . Waarbij V = de waarde van de resource en x = lengte van de wedstrijd.

Dag 3: hoofdstuk 7


Seksuele selectie

Seksuele selectie ontstaat door competitie of kieskeurigheid. Wat opvalt is dat bij veel diersoorten de mannetjes aantrekkelijker zijn dan de vrouwtjes. Waarom is dit zo? Het kan zijn doordat vrouwtjes een grotere investering maken in hun nakomelingen, zij zitten op het nest en zorgen voor de jongen. Ook is dit al te zien door anisogamy (ongelijke geslachtscellen). Als een vrouwtje eenmaal eieren heeft gelegd kan ze voorlopig niet beginnen aan een nieuw nestje. Ze is dus een tijdje uit de running. De mannetjes kunnen meteen weer verder naar een volgend vrouwtje. Vrouwtjes zijn vaak kieskeuriger doordat zij minder vaak de kans hebben om zich voort te planten.

Seksuele selectie is een onderdeel van natuurlijke selectie. Het is handig om te begrijpen hoe variatie in fitness kan ontstaan. Dus dat er diversiteit is.
Bateman’s principe

Het geslacht dat het meest investeert in de nakomelingen zal een gelimiteerde resource zijn voor het andere geslacht en dus competeert dit geslacht voor het andere geslacht. Dit verklaart dus ook waarom mannetjes over het algemeen vechten voor een vrouwtje.



Voorbeeld onderzoek bij guppies laat zien dat alle vrouwtje nakomelingen krijgen, maar niet alle mannetjes. De vrouwtjes hebben een gelijkmatig patroon, terwijl de mannetjes dit niet hebben. De ‘zwakste’ mannetjes planten zich niet voort, die winnen het gevecht niet.
Seks role reversal

Bij zeepaardjes is de investering anders verdeeld. Daar produceert het vrouwtje wel de eitjes, maar geeft ze op een bepaald moment door aan de vader. Die draagt ze. Hierdoor houdt het vrouwtje meer energie over en kan ze sneller aan een nieuw nest beginnen.


Alfres Russell Wallace

Geloofde niet in seksuele selectie. Hij dacht dat de verschillen tussen de geslachten kwam door dat beide geslachten bijvoorbeeld wat anders aten. De omgeving bepaald dus de verschillen in uiterlijk. Hij had deels gelijk, aangezien in de natuur het wel voorkomt, dat de omgeving de grote verschillen tussen de geslachten bepaald.


Intraseksuele selectie

Competitie tussen hetzelfde geslacht. Dit is dus over het algemeen tussen twee mannetjes die vechten om een vrouwtje.


Interseksuele selectie

Competitie tussen twee verschillende geslachten. Dit gaat vaak over de kieskeurigheid van het vrouwtje. Want waarom heeft een vrouwtje voorkeur voor de onhandige versieringen van een man?


Fisherian runaway  de kieskeurigheid van de vrouwen en het uiterlijk van de mannen gaat samen correleren. Je krijgt dus steeds meer extreme uiterlijken. Voorbeeld vogels waarvan de mannen een extreem lange staart hebben. De vrouwen kregen een voorkeur voor mannen met een lange staart, dus de mannen met de langste staart kregen meer jongen. Zo ontstonden er steeds meer mannen met een lange staart. Maar hoe langer de staart hoe aantrekkelijker de man werd voor de vrouw. Vandaar dat de mannen steeds langere staarten kregen. De voorkeur van de vrouwen wordt door gegeven aan de dochters en de lange staarten van de mannen aan de zonen. Op een gegeven moment loopt het zo uit de hand dat de mannetjes een te lange staart hebben en het niet meer overleven. Dan komt natuurlijke selectie om de hoek kijken en stopt dit proces. Dit kost dus heel veel voor een mannetje, aangezien de aerodynamica slecht is en je wordt gemakkelijker opgegeten door predatoren. Er komt zo ook geen genetische variatie. Maar waarom kiezen vrouwtjes dan nog steeds voor dit uiterlijk als iedereen zo’n lange staart heeft? Dit komt omdat er toch nog wel evolutie is in de groep. Denk aan de pathogenen, als een jong dat heeft moet hij daar tijd in steken en kan hij minder energie steken in de lange staart. Pathogenen evolueren sneller dan de gastheer, dus dit proces zal altijd aan de gang zijn. red queen hypothesis  ‘it takes all the running you can do, to keep in the same place’. Dus je moet veranderen om te overleven met de pathogenen.
Direct  als het direct effect heeft op de fitness van het vrouwtje. Voorbeeld scorpionflies mannetjes brengen voedsel naar het vrouwtje. Hier heeft het vrouwtje dus direct profijt van.
Indirect  als de nakomelingen er wat aan hebben, dus als het mannetje goede genen heeft. Kan zijn dat dit de aantrekkelijkheid is, maar ook gezondheid. Dit kan dan bijvoorbeeld gezien worden door honest indicators, dus dominantie, lichaamslengte, leeftijd. Dit zijn dingen die je niet kunt faken. Het uiterlijk, qua mooie veren, is niet per se een honest indicator. Al wordt over het algemeen dit wel gezien als gezond en fit zijn, aangezien je wel gezond en fit moet zijn om zo’n lange staart mee te sjouwen.
Sensory bias  gaat over zintuigen, dus met behulp van zintuigen wordt je aantrekkelijk gevonden. Voorbeeld er zijn kikkersoorten waarvan het vrouwtje de chuckchuck van een mannetje aantrekkelijk vindt in zijn kwaak. Als een mannetje dat kan is hij aantrekkelijker voor de vrouw en zal deze dus meer nakomelingen krijgen. Hier wordt er vanuit gegaan dat het vrouwtje de chuckchuck eerder aantrekkelijk vond dan dat het mannetje dit had ontwikkelt.
Seksuele inprenting

Als de jongen door interacties met volwassenen leren wat de voortplantingsvoorkeuren zijn.


Mate-choice copying

Als de keuze van het vrouwtje afhangt van de keuze van de rest van de groep. Dus meelopen met de groep. Hier ontstaat dus een cultural transmission, aangezien de hele groep dit gaat doen.



Dag 4: hoofdstuk 4


Communicatie

Een signaler geeft informatie door aan een ontvanger, dus uitwisselen van informatie. Je kunt informatie over jezelf doorgeven, maar ook external informatie. De lijn van communicatie gaat zo: signaal  ontvanger moet het beseffen  ontvangen moet het in proces zetten en beslissen wat hij er mee gaat doen  respons

Communicatie verhoogt de fitness van een individueel door in te spelen op hoe de ander het ontvangt.
Coöperatieve signalering

Voordeel voor de signaler en de ontvanger, omdat ze een gezamenlijke interesse hebben. Conspirational whisper  kosten zijn laag, het kost dus weinig energie.


Manipulator – mind reader relation

Voordeel voor de signaler. De signaler manipuleert de ontvanger. De kunst van de ontvanger is om te weten of hij gemanipuleerd wordt. Bijvoorbeeld een autoverkoper zal hele mooie praatjes hebben zodat jij de auto verkoopt. Aan jou de taak om te filteren wat echt is. Ook kun je denken aan alle versieringen van dieren. Denk ook aan de Rock Ptarmigians. In de winter zijn beide geslachten wit en in het paringsseizoen is het vrouwtje een schutkleur. Het mannetje blijft wit om te laten zien hoe mooi hij is. Dit kost hem wel veel aangezien hij makkelijk te zien is voor predatoren.


Alarmroepen

Dit is een vorm van coöperatieve signalering. Aangezien er een groot voordeel is voor de hele groep. En niet alleen voor degene die roept. Voorbeeld velvet apen roepen als er een predator aankomt. De hele groep vliegt alle kanten op. Er zijn verschillende alarmroepen, het blijkt namelijk dat ze bij een slang anders roepen dan bij een roofvogel. Aangezien de apen wat anders doen bij roofvogels dan bij slangen. Ook weten ze wie ze wel en niet kunnen vertrouwen qua alarmroepen. Aangezien ze een onderzoek hebben gedaan en op de alarmroepen waarbij geen predator te zien was reageerden de apen op een gegeven moment bijna niet meer. Ze weten dus wie ze wel en niet kunnen vertrouwen.

Ook kan het zo zijn dat pups minder snel reageren op een alarmroep dan volwassenen, dan leren de pups dat dus in de tijd.
Communicatie voor het vinden van voedsel

Het feit dat men doorgeeft aan de rest van de groep dat er ergens eten is. Waarom zou een individu dit doen? Waarom eet die het niet zelf op? Het moet wel zijn dat de voordelen hoger zijn de kosten, anders zouden ze dit nooit doen. Een verklaring kan zijn dat de dieren die roepen, de dag erna ook worden geroepen door andere groepsgenoten als die eten hebben gevonden. Dus dan hebben ze elke dag iets te eten.



Voorbeeld bijen die een wiggle dance doen en zo laten weten waar het eten is. Ook scheiden ze feromonen uit om te laten weten hoeveel voedsel er is, zodat niet iedereen er heen gaat. Mieren gebruiken ook feromonen, vandaar dat de mieren altijd in een rechte lijn lopen, de voorste leidt het pad naar het eten mbv feromonen. Dit is dus ook een vorm van communicatie voor voedsel. De mieren maken ook een soort klopgeluid met hun achterste als ze een goed blaadje hebben gevonden, zodat de andere mieren weten waar het goede voedsel zit en dan hoeven ze niet de hele boom te doorzoeken.
Communicatie voor het paren

Denk hierbij aan het feit dat mannelijke vogels zingen om de vrouwtjes te imponeren. Het blijkt dus dat het mannetje dat het meest divers kan zingen, het meest aantrekkelijke is. Mannen doen een perched song (PS) en vrouwtjes krijgen dan een copulation sollicitation display (CSD). Zij verstijven als het ware. Het blijkt dat als een mannetje heel divers zingt, de vrouwtjes veel langer verstijft blijven, dan als een mannetje maar één lied heeft.



Ook een voorbeeld hiervan is dat schaatsenrijder/water striders vrouwtjes aantrekken met behulp van golven in het water. Deze golven vinden vrouwtjes aantrekkelijk. Deze signalering maakt wel dat predatoren de mannetjes ook snel vinden, maar daar hebben de mannetjes een manier op gevonden. Aangezien de predatoren van onder aanvallen, gaat het mannetje boven op het vrouwtje zitten. Als er een predator aankomt, wordt dus het vrouwtje opgegeten en blijft het mannetje leven. Dit heeft nog een voordeel voor het mannetje, want het vrouwtje kan niet te lang twijfelen of ze het mannetje wel een goede partner vindt. Zolang ze twijfelt maakt het mannetje golven, dus trekt hij predatoren aan. Als zij te lang twijfelt is het te laat en komt de predator haar opeten.

  • Dag 2: Hoofdstuk 14 15
  • Dag 3: hoofdstuk 7
  • Dag 4: hoofdstuk 4

  • Dovnload 31.54 Kb.