Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Gedragsprotocol Paragraaf 1

Dovnload 1.81 Mb.

Gedragsprotocol Paragraaf 1



Pagina2/7
Datum05.12.2018
Grootte1.81 Mb.

Dovnload 1.81 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

Paragraaf 1

Uitgangspunten ‘normen en waarden’

In het Schoolplan en de Schoolgids van RK BS Paus Joannes zijn de uitgangspunten bij onze normen en waarden opgenomen. Hier staan we voor. Deze uitgangspunten (missie - visie) vormen de leidraad voor dit protocol en dus ook voor ons handelen. Het is gewenst de kern van de uitgangspunten bij de aanmelding van kinderen op onze school aan de orde te laten komen.
Normen en waarden


  • Op onze school is iedereen welkom, die de uitgangspunten van de school respecteert, ongeacht de maatschappelijke, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond.

  • Wij streven er op school bewust naar een ontmoetingsplaats voor iedereen te zijn. Een ontmoetingsplaats waar kinderen, ouders en medewerkers zich veilig voelen en gerespecteerd weten. De kinderen leren er van jongs af aan op een goede manier met anderen om te gaan. Ze ontwikkelen op deze wijze respect en weerbaarheid, positieve eigenschappen om zich te kunnen handhaven in onze veelzijdige samenleving.

  • De rk bs Paus Joannes kiest er voor een school te zijn die op vele manieren, maar met name door het geven van kwalitatief goed onderwijs, een bijdrage te leveren aan het welzijn en welbevinden van alle kinderen.


Onze uitgangspunten hierbij zijn:

  • De school speelt in op de individuele ontwikkeling en behoeften van het kind.

  • Alle vaardigheden, de cognitieve en de expressieve, van de leerlingen worden optimaal ontwikkeld en benut.

  • De school staat open voor alle kinderen met hun capaciteiten en mogelijkheden.

  • Alle kinderen en volwassenen voelen zich veilig.

  • Taken en verantwoordelijkheden geven we vorm in een goede samenwerking met de ouders. We hechten hierbij aan een open communicatie.


Het klimaat van de school

Veel mensen beseffen dat de sfeer waarin een kind moet opgroeien van groot belang is om een volwaardig mens te worden. Wij streven daarom naar een vriendelijk en veilig klimaat met orde en regelmaat. Pas als het kind zich veilig voelt, kan het zich ontwikkelen. Rust en regelmaat geven het kind kansen. Samen met ouders speelt de school een belangrijke rol in de ontwikkeling van het kind op lichamelijk en geestelijk gebied. De school dient mede een stuk van de opvoeding voor haar rekening te nemen. We proberen met ons onderwijs nauw aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau van elk kind.

Uitgaande van de kinderlijke belevingswereld zal de school helpen bij het inzichtelijk maken van die wereld, proberen die wereld van het kind te verbreden en te verdiepen. De school tracht gelijke kansen voor iedereen te bewerkstelligen door leerlingen met welke achtergrond dan ook als gelijkwaardig te beschouwen.

Volledige acceptatie is nodig om aan te kunnen sluiten bij de ervarings- en belevingswereld van de

kinderen. Zo is het mogelijk om voor zowel leerlingen, leerkrachten als ouders een herkenbaar klimaat te scheppen, waarbinnen een optimale ontwikkeling mogelijk wordt.
Algemene gedragsregels binnen onze school

De belangrijkste regel op school is natuurlijk dat wij normaal doen. Met ‘wij’ bedoelen we alle medewerkers, ouders, kinderen, studenten en bezoekers. Maar ja, wat is normaal?

Wellicht ten overvloede en zonder volledig te willen zijn geven we hier een paar voorbeelden:


  • Iedereen wordt geaccepteerd zoals hij/zij is, doet of eruit ziet.

  • We zeggen ‘stop, hou op’ als er iets gebeurt wat je niet wil; als dit niet werkt vraag je een ander om hulp.

  • Iedereen is aardig en behulpzaam en ook eerlijk en open.

  • We luisteren naar elkaar en laten iedereen uitpraten.

  • Conflicten worden uitgepraat.

  • Spullen van een ander worden gevraagd, als je die wil gebruiken; iedereen is zuinig op alle spullen.

  • We komen rustig de school binnen en lopen rustig door de gang en de lokalen.

  • Iedereen houdt zich aan de schoolafspraken.

Paragraaf 2

Gedragsregels binnen de groep en de school

Aan de hand van deze basislijst wordt er aan het begin van een nieuw schooljaar en bij de start in januari in iedere groep aandacht besteed aan gedragsregels.

Alle leerlingen van de school krijgen jaarlijks ‘drie kapstokregels’ aangeboden. Deze klassenregels c.q. schoolregels zijn voor iedereen van buiten te leren en verschaffen kinderen veel duidelijkheid.

De drie basisregels waar het om gaat zijn:


  • Een regel over het respectvol omgaan met elkaar:
    ”Voor groot en klein
    zullen we aardig zijn.”


  • Een regel voor het respectvol omgaan met materialen:
    ”We zullen goed voor de spullen zorgen,
    dan zijn ze weer te gebruiken, morgen.”


  • Een regel voor het bewegen binnen en buiten de school:
    ”De school is van binnen een wandelgebied
    en buiten hoeft dat lekker niet!”


Bij de lagere groepen kan gebruik gemaakt worden van de bijbehorende visuele ondersteuning.

Aanvullend worden de leerlingen ook zelf betrokken bij het opstellen van gedragsregels voor hun eigen klas. De regels formuleren we positief. De leerlingen worden mede verantwoordelijk voor de afsprakenlijst waaraan de klas zich heeft te houden. Deze afspraken hebben specifiek te maken met ‘respectvol omgaan’ met elkaar. De lijst hangt duidelijk zichtbaar aan de Datamuur in het lokaal.

Op enkele momenten in het jaar worden de afspraken met de klas nagelopen. Voorbeelden zijn:

Als leerling van de klas houd ik me aan de volgende regels:

1. Ik accepteer en respecteer iedereen zoals hij is.

2. Ik kom alleen met toestemming aan de spullen van iemand anders.

3. Ik praat op een nette manier met iemand anders, ook al hebben we een verschillende mening.

4. Ik zeg alleen positieve dingen over anderen.
Paragraaf 3

‘Kijk naar jezelf’



Op persoonlijk niveau

Anderen aanspreken op gedrag verliest iedere overtuigingskracht wanneer je de regels zelf binnen je eigen samenwerkingsverband(en) nalaat. Analoog aan de met kinderen op te stellen voorbeeldregels betekent dit voor iedere medewerker van de school dat die zich aan de regels houdt en het goede voorbeeld geeft.


Op preventief niveau

Ter bevordering van gewenst gedrag zijn de volgende punten van belang:



  • We hanteren schoolregels; bij de start van een schooljaar worden deze besproken en uitgelegd.

  • In het gedragsprotocol ligt vast wat de schoolregels zijn waaraan ieder teamlid, leerling en ouder zich dient te houden.

  • De leerkracht én de kinderen stellen ieder schooljaar samen een aantal klassenregels vast.

  • De leerkrachten houden toezicht bij het binnenkomen en verlaten van de school, en tijdens de speeltijden en pauzes.

  • De leerkrachten blijven zich scholen wat betreft het pedagogisch klimaat op de eigen studiedag of door middel van een cursus.

  • Op school hebben we twee vertrouwenspersonen, bij wie kinderen, ouders en leerkrachten terecht kunnen.

  • Bij uitingen van gedrag, waarover wij ons zorgen maken, nemen wij in een zo vroeg mogelijk stadium contact op met de ouders.

  • We nodigen de ouders steeds weer uit hun zorgen op dit punt in een zo vroeg mogelijk stadium met

ons te delen.

  • We voeren preventief overleg met de ouders bij dreigend pestgedrag. Ondersteuning van schoolmaatschappelijk werk of verwijzing naar training sociale vaardigheid is altijd bespreekbaar.

  • Op school ligt dit gedragsprotocol ter inzage bij de directie.

  • Het Agora beleidsdocument ‘Toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen’ ligt op school ter inzage.

Desgewenst kunnen de ouders hiervan kennis nemen.
Op individueel professioneel niveau

Kinderen aanspreken op hun gedrag betekent dat we ook goed zicht hebben op ons eigen gedrag, oftewel ons eigen en gezamenlijke functioneren:



  • Geef zelf het goede voorbeeld.

  • Bewaak de gedragsregels bij alle kinderen, dus niet alleen bij de kinderen van je eigen groep of bouw.

  • Spreek elkaar aan op het optreden of het nalaten daarvan.

  • Bewaak de gedrags- en fatsoensregels altijd, bij jezelf en bij de kinderen. Dus ook buiten een conflict om met twee woorden spreken, beleefd taalgebruik, handen uit de zakken, aankijken, praten als je het woord krijgt, geen laatste woord, niet erbij hangen, positieve houding uitstralen etc.

  • Ken de samen opgestelde schoolregels (regels en afspraken) en pas deze ook consequent toe (zoals speelplaatsregels, snoepen, enz.).

  • Bespreek conflicten volgens de aanpak van de Vreedzame School.

  • Bespreek met je collega(e) je eigen gedrag waarvan je even niet zeker bent/was.

  • Houd je lokaal transparant, zodat collegae jou en de kinderen kunnen zien (eigen waarneming van collegae is jou tot steun bij je contacten met het kind of met ouders).

  • Voorkom dat kinderen in de fout gaan (zoals tijdig surveilleren; kinderen tijdig ontvangen en naar buiten begeleiden).

  • Blijf in conflictsituaties van kinderen af, tenzij de veiligheid in het geding is.

  • Stel je op als leerkracht of medewerker, niet als ‘vriendje’.

  • Raadpleeg de leerkrachten van de vorige klas(sen) voor eventueel advies in de aanpak.

  • Bespreek met de leerling het stukje gedrag dat aanleiding geeft tot het probleem. Veroordeel dat gedrag en dus niet de leerling. Biedt de leerling perspectief door aan te haken bij een of meer positieve persoonskenmerken van de leerling.

  • Neem contact op met ouders en deel ze je zorg mee. Wacht hiermee niet te lang. Houd in Parnassys de oudercontacten en zorgelijke gebeurtenissen bij.

Op collectief niveau

Daarnaast moeten we zicht krijgen en houden op sociaal-emotionele ontwikkeling en gedragsproblemen.



  • Breng het gedrag van een leerling tijdig in bij de intern begeleider, leerlingbespreking of intervisie (collegiaal overleg). Het is belangrijk een probleem door iedereen van alle kanten te laten bekijken teneinde draagvlak te creëren (vooraf of achteraf) voor je eigen handelwijze, voor die van je collegae en uiteindelijk voor die van de directie. Uiteindelijk moeten we het pedagogisch klimaat voor het kind samen vormgeven.

  • Reflecteer op de gezamenlijke afspraken of cursussen, zoals die van de Vreedzame School. Hierbij hebben we geleerd goed zicht te krijgen op ons zelf en op de kinderen. Dit moet bijdragen aan gewenste pedagogische situaties met een minimum aan gedragsproblemen.

We proberen adequaat hulp te bieden door:

1. het actief toepassen van dit gedragsprotocol, incl. mogelijke tussentijdse bijstellingen.

2. het gezamenlijk opstellen van en tussentijds herbeleven van de eigen bouwregels.

3. dagelijks de dag met de kinderen te evalueren en bij een positieve beoordeling een veer van de duif te


kleuren. De gekleurde duiven worden elke maandviering opgehangen en besproken.

4. na een zelf goed opgelost conflict een veer van de klassenpauw te kleuren.

5. als het niet lukt een conflict zelf uit te praten, dan wordt de hulp ingeroepen van de mediatoren.

6. een systematische aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met behulp van de


methode Vreedzame School en de bijbehorende aanpak.

7. de vertrouwenspersonen een belangrijke en zichtbare plaats voor ouders en leerlingen te geven. De


vertrouwenspersonen stellen zich aan het begin van het schooljaar voor in de groepen 5 t/m 8.

8. te spreken over het gedragsprotocol in plaats van over het pestprotocol, waarmee we ons impliciet en


systematisch richten op gewenst positief gedrag (preventief).
Paragraaf 4

De vertrouwenspersoon is er ook voor mij

In dit stuk willen we kinderen informeren over de taak van een vertrouwenspersoon op school en wanneer ze daarvan gebruik kunnen maken.
Wat is een vertrouwenspersoon?

Een vertrouwenspersoon is iemand op school, die kan helpen bij problemen.

Hij of zij kan naar je luisteren en samen kijken jullie wat er gedaan kan worden om problemen op te lossen.

In onze school zijn de vertrouwenspersonen juffrouw Bianca en juffrouw Mary. De vertrouwenspersoon kan ingeschakeld worden wanneer je te maken krijgt met ongewenst gedrag of wanneer je zelf niet lekker in je vel zit, bijvoorbeeld door de thuissituatie of doordat je iets vervelends hebt meegemaakt, bijvoorbeeld:



    • overlijden van een dierbaar persoon

    • ruzie tussen je ouders

    • ruzie met je ouders, broer(s) of zus(sen)


Wat is ongewenst gedrag eigenlijk?

Ongewenst gedrag is gedrag waar je last van hebt. Sommige vormen van ongewenst gedrag zijn voor iedereen duidelijk:



    • discriminatie

    • bedreigingen

    • pesten

    • roddelen

    • handtastelijkheden

    • allerlei vormen van lichamelijk en geestelijk geweld

Er zijn situaties, die voor anderen minder opvallen, maar die voor jou je plezier op school sterk verminderen.

Je kunt dan denken aan:



    • vervelende opmerkingen over jou, die telkens opnieuw worden gemaakt

    • je krijgt bedreigende sms’jes, mailtjes of MSN-berichten

    • jouw opdrachten of spullen raken steeds kwijt

    • steeds aandacht krijgen van iemand, waarbij jij je niet prettig voelt.

Wat ongewenst is, bepaal je in eerste instantie zelf. Wat voor de één ongewenst is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Het wordt pas een probleem als je er samen niet meer uitkomt.
Wat zou je daaraan kunnen doen?

Vraag de ander of hij/ zij ermee wil stoppen en leg duidelijk uit dat je er last van hebt. Soms helpt dat.

Misschien had de ander niet door, dat zijn/haar grapjes echt niet leuk zijn voor jou.

Als dat niet helpt, kun je iemand - die je vertrouwt - vragen om je te helpen.

Dat kan een vriend of vriendin zijn, de mediatoren van school, of je ouders, je juf of je meester. Ook dat kan helpen.

Maar misschien vind je dat moeilijk. Dan kun je naar de vertrouwenspersoon gaan. Hij of zij helpt je dan

verder.

Paragraaf 5

Conflicten

Daar waar mensen samenwerken zijn er conflicten. Dat is niet erg. Die spreken we uit. Dat doen wij op de volgende wijze:

Een kind of volwassene die het gedrag van een ander als lastig of storend ervaart, zegt een keer: “Ho stop.” Dit is het signaal voor de ander om er mee te stoppen. Gebeurt dat niet dan waarschuwt het kind een volwassene in de buurt. De volwassene zoekt ook hulp bij een andere volwassene.

Bij een groter conflict gaan we eerst samen via de aanpak van de Vreedzame School in gesprek. Lukt het niet om het conflict zelf op te lossen, maken we een afspraak met de opgeleide mediatoren van de school.

In principe worden conflicten op de dag zelf op school uitgesproken.

Komen de kinderen niet tot een echte win-win oplossing, dan wordt met een leerkracht een mediatief gesprek gehouden. Voor de volwassene geldt dat ze een andere collega kunnen vragen om te helpen bij het gesprek.
Paragraaf 6A

Crisistraject ongewenst gedrag


De school stelt grenzen aan kinderen die zich niet aan de schoolregels houden.

Doel van onderstaande aanpak is dat kinderen leren van hun vergissingen.



Als een leerling zich niet aan de regels houdt, waarschuwt de leerkracht de leerling. Hij benoemt het gedrag dat de leerling wel moet laten zien. Leerkracht en /of kind kunnen ervoor kiezen om gebruik te maken van de afkoelplek in de klas. Later wordt besproken waarom hij daar moest of ging zitten.
Als de leerling daarna opnieuw een regel overtreedt:

Stap 1

      • De leerling wordt buiten de klas gestuurd en vult bij andere leerkracht een ‘oepsblad’ in. Door de vragen op de kaart denkt het kind na over wat er mis ging, welke gedragsregel erbij hoort, hoe hij kan zorgen dat het volgende keer wel goed gaat, en hoe hij het goed kan maken met de betrokken personen. Doel is dat het kind leert van zijn fouten.

      • Als het ‘oepsblad’ is ingevuld mag het kind de klas weer in.

      • Na schooltijd bespreekt de leerkracht het ‘oepsblad’ met de leerling. Het kind bedenkt samen met de leerkracht hoe hij kan zorgen dat het voortaan beter gaat in de betreffende situatie.

      • De groepsleerkracht licht de ouders/verzorgers in, maakt een notitie in ParnasSys, bewaart het ‘oepsblad’ in het leerlingdossier en neemt contact op met de intern begeleider als dat nodig is.


Stap 2

      • Als de leerling binnen een maand opnieuw een schoolregel overtreedt, vult hij opnieuw bij andere leerkracht een ‘oepsblad’ in. Daarna mag hij de klas weer in.

      • Na schooltijd bespreekt de leerkracht het ‘oepsblad’ met de leerling en de IB of directie.

      • De leerkracht licht de ouders van de leerling in, bewaart het ‘oepsblad’ in het leerlingdossier en maakt een notitie in ParnasSys.

      • De leerkracht en de intern begeleider maken een plan om te voorkomen dat een leerling opnieuw de regels overtreedt (stappenplan zorg: observatie, gesprek met leerling, advies specialist inwinnen, …).


Stap 3

      • Als de leerling binnen een maand voor de derde keer een schoolregel overtreedt vult hij opnieuw bij andere leerkracht een ‘oepsblad’ in. Daarna mag hij de klas weer in.

      • Na schooltijd bespreekt de leerkracht het ‘oepsblad’ met de leerling en de directie en bewaart het ‘oepsblad’ in het leerlingdossier.

      • De leerkracht en de directeur hebben een gesprek met de ouders van de leerling.

      • Doel is: inlichten over het voorval, samen met ouders een oplossing zoeken om het gedrag van het kind te verbeteren en tijdpad schetsen: als er niets verbetert gaan we richting schorsing/verwijdering.

      • De groepsleerkracht maakt een notitie in ParnasSys en licht de IB in.

      • De leerling wordt besproken in het zorgteam.


Stap 4

      • Als de leerling binnen een maand voor de vierde keer een schoolregel overtreedt wordt hij naar de directeur gestuurd. Hij vult daar het ‘oepsblad’ in. Daarna mag hij een dag de klas niet in. De leerling zit in een aparte ruimte in de school en maakt schoolwerk.

      • De leerkracht en de directeur hebben een gesprek met de ouders van de leerling. Doel is: inlichten over het voorval, samen met ouders een oplossing zoeken om het gedrag van het kind te verbeteren en tijdpad schetsen: als er niets verbetert gaan we richting schorsing/verwijdering.

      • De groepsleerkracht maakt een notitie in ParnasSys, bewaart het ‘oepsblad’ in het leerlingdossier en licht de IB in.


Stap 5

      • Als de leerling binnen een maand voor de vijfde keer een schoolregel overtreedt wordt hij naar de directeur gestuurd. Hij vult een ‘oepsblad’ in. Daarna mag hij twee dagen de klas niet in. De leerling zit in een aparte ruimte in de school en maakt schoolwerk.

      • De leerkracht en de directeur hebben een gesprek met de ouders van de leerling. Doel is: inlichten over het voorval, samen met ouders een oplossing zoeken om het gedrag van het kind te verbeteren en tijdpad schetsen: als er niets verbetert gaan we richting schorsing/verwijdering.

      • De groepsleerkracht maakt een notitie in ParnasSys, bewaart het ‘oepsblad’ in het leerlingdossier en licht de IB in.

      • Info naar bestuur.


Stap 6

      • Als de leerling binnen een maand voor de zesde keer een schoolregel overtreedt wordt hij naar de directeur gestuurd. Hij vult een ‘oepsblad’ in. Daarna mag hij drie dagen de klas niet meer in. De leerling zit in een aparte ruimte in de school en maakt schoolwerk.

      • De leerkracht en de directeur hebben een gesprek met de ouders van de leerling. Doel is: inlichten over het voorval, melden: bij volgende overtreding wordt leerling geschorst.

      • De groepsleerkracht maakt een notitie in ParnasSys, bewaart het ‘oepsblad’ in het leerlingdossier en licht de IB in.

      • De directeur licht de leerplichtambtenaar en het bestuur in.

Bij de volgende overtreding gaat het protocol schorsing en verwijdering in.



Procedure bij ongewenst gedrag




Interrumperen tijdens kringgesprekken, ruzie maken en daarbij schelden op elkaar, een ongeïnteresseerde houding tonen, geluidjes maken, opmerkingen maken over gedrag werk van kinderen etc.




Eerst binnen de groep

  • Even buiten de kring/de groep zetten; uitzoeken wat er aan de hand is.

  • Op eigen plaats alternatieven bespreken.

  • Op afkoelplek gaan zitten (vrijwillig / verplicht). Nadenken over hoe het gedrag wel moet.

  • Hanteren van ontspanningsoefening.




Buiten de groep; 1e keer.

  • Leerling vult ‘Oepsblad’ in bij andere leerkracht. (Wordt vanaf nu steeds vastgelegd in ParnasSys.)




Buiten de groep; 2e keer.

  • Leerling vult ‘Oepsblad’ in bij andere leerkracht.

  • Ouders worden op de hoogte gebracht.

  • Leerkracht bespreekt leerling met Intern Begeleider.




Buiten de groep; 3e keer.

  • Leerling vult ‘Oepsblad’ in bij andere leerkracht.

  • Leerkracht bespreekt gedrag van leerling met directie en ouders. IB-er wordt geïnformeerd.




Buiten de groep; 4e keer.

  • Leerling vult ‘Oepsblad’ in bij andere directie.

  • Leerling is dag uit de klas met werk.

  • Leerkracht bespreekt gedrag van leerling met directie en ouders. IB-er wordt geïnformeerd.




Buiten de groep; 5e keer.

  • Leerling vult “Oepsblad” in bij directie.

  • Leerling is twee dagen uit de klas met werk.

  • Leerkracht bespreekt gedrag van leerling met directie en ouders. IB-er wordt geïnformeerd.

  • Bestuur wordt op de hoogte gebracht.




Buiten de groep; 6e keer.

  • Leerling vult ‘Oepsblad’ in bij directie.

  • Leerling is drie dagen uit de klas met werk.

  • Leerkracht bespreekt gedrag van leerling met directie en ouders. Volgende keer schorsing.

  • IB-er wordt geïnformeerd.

  • Bestuur en leerplichtambtenaar worden op de hoogte gebracht.




Buiten de groep; 7e keer.

  • Leerling vult ‘Oepsblad’ in bij directie.

  • Leerkracht bespreekt gedrag van leerling met directie en ouders.

  • IB-er wordt geïnformeerd.

  • Protocol van schorsing en verwijdering treedt in werking.


Paragraaf 6B

Crisistraject onacceptabel gedrag


Er zijn grenzen ….. punt uit !!!

Ongewenst gedrag voorkomen is beter dan genezen, echter …. ‘Er zijn grenzen, punt uit !!!’

Het ene ongewenste gedrag is het andere niet.

Soms is bij één uiting de maat al vol, vaker is het een optelsom van negatief gedrag waarbij je het gevoel hebt dat jouw inspanningen niet tot het gewenste resultaat leiden.

Een kind dat bij voortduring de grenzen verregaand overschrijdt heeft een probleem.

Precies aangeven aan welk soort gedrag je moet denken is erg moeilijk. Aan de hand van een aantal voorbeelden maken we duidelijk waar we dan aan kunnen denken:



  • Net binnengekomen vierjarigen slaan of bijten andere kinderen, ogenschijnlijk zonder directe aanleiding.

  • Kinderen schreeuwen, krijsen en roepen voortdurend overal doorheen.

  • Kinderen hebben zodanig ernstige driftbuien dat ze regelmatig door het dolle heen andere kinderen in elkaar slaan of passen andere vormen van fysiek geweld toe.

  • Kinderen hebben zulke ernstige psychische stoornissen, dat ze andere kinderen voortdurend afleiden of lastig vallen met hun gedragingen.

  • Kinderen tarten je door je lachend aan te kijken en gaan ondertussen door met het ongewenste gedrag.

  • Kinderen luisteren systematisch niet naar leerkrachten, medewerkers en andere volwassenen op

school of lopen van school weg.

  • Kinderen hebben een systematisch schrikbewind opgezet van bazen en knechten, dat angst zaait onder de andere kinderen.

  • Kinderen stelen of bekladden spullen van school en maken dingen stelselmatig kapot.

  • Kinderen houden zich willens en wetens niet aan de schoolregels en belemmeren de les.

  • Kinderen bezondigen zich aan schelden, treiteren, spugen, middelvinger opsteken en andere uitingen van minachting.

  • Kinderen bedreigen andere kinderen (ik zal je ….), of wachten ze daadwerkelijk op

Wanneer het bovenstaande bij een leerling van toepassing is spreken we niet meer van ongewenst gedrag, maar van onacceptabel gedrag.
Onacceptabel gedrag dat onwerkbare situaties oplevert

Gedragsregels kunnen zodanig worden overtreden dat er sprake is van onacceptabel gedrag waardoor een onwerkbare situatie ontstaat.

Hieronder wordt verstaan:


  • fysiek geweld naar anderen, verbale agressie, agressie naar goederen en voorwerpen, agressie naar zichzelf

  • niet meer luisteren naar degene die voor hem / haar verantwoordelijk is

  • het verstoren van het werkklimaat in de groep, zodanig dat de groep eronder lijdt.


Aanpak en sancties bij onacceptabel gedrag

Stap 1

Een leerling misdraagt zich verregaand in de klas of op school en is niet tot rede te brengen door de

verantwoordelijke leerkracht.


  • De leerling wordt ter afkoeling kort uit de klas verwijderd en bij een andere groep geplaatst.

Weigert de leerling medewerking aan deze maatregel, dan



  • wordt de assistentie van een collega ingeroepen om samen de leerling te verwijderen, of

  • wordt een medeleerling met een kort briefje (korte omschrijving onacceptabel gedrag) naar de dir/IB gestuurd om het kind te laten ophalen.

Afhankelijk van een snelle inschatting wordt onder leiding van de andere leerkracht of dir/IB de volgende stappen gezet:

A. leerling geeft zelf een omschrijving van het gebeurde (eventueel op schrift)

B. leerling geeft aan hoe het denkt zijn probleem op te lossen (eventueel op schrift)

C. leerling legt - begeleid door volwassene - de gekozen oplossing voor aan de betrokken leerkracht.

D. Directie wordt ingeschakeld.



  • De afkoelingsperiode en de bemoeienis van andere leerkracht of dir/IB (incl. probleemomschrijving door leerling) is erop gericht om de leerling weer in de groep aan het leerproces te laten deelnemen. In de eerstvolgende pauze of na schooltijd vraagt het kind de leraar of die akkoord gaat met de inhoud van de stappen A, B en C.

Indien de stappen A en B schriftelijk zijn vastgelegd, controleert de leerkracht of dit klopt.

  • Ouders worden op de hoogte gebracht:

  • middels een telefoontje

  • middels een brief incl. controlebriefje (klacht, gemiste lestijd, aard straf);

  • middels een gesprek (bij ernstige zaak of bij voortduring onacceptabel gedrag).

  • De directie legt zijn of haar bemoeienissen vast:

  • per kind wordt van iedere bemoeienis aan dossiervorming gedaan. De relevante documenten worden gearchiveerd: teksten van de leerling, brief aan ouders, controlebriefje en ev. strafwerk

  • de problematiek en de gekozen oplossing wordt in het leerlingvolgsysteem vastgelegd.


Stap 2

Wanneer een leerling voor de tweede keer onacceptabel gedrag vertoont, wordt de leerling altijd verwezen naar de directie. De leerling geeft daar:

A. een omschrijving van het gebeurde (groep 1 t/m 3 een tekening en groep 4 t/m 8 op schrift)

B. aan hoe het denkt zijn probleem op te lossen.

De directie meldt telefonisch aan de ouders het gedrag van het kind, met het verzoek per direct hun kind in overleg van school op te halen. De directie beslist over een time-out van één of twee dagen binnen de school. De directie bevestigt het incident, het onacceptabele gedrag en de time-out maatregel aan de ouders/verzorgers en stelt het College van Bestuur op de hoogte. Deze bevestigingsbrief, met bindende afspraken die met de ouders zijn gemaakt, wordt toegevoegd aan het leerlingendossier. Voor het overige wordt verwezen naar de toelichting bij de maatregel van time-out zoals beschreven in dit protocol.
Stap 3

Bij een volgende incident wordt dezelfde werkwijze gevolgd zoals beschreven onder het tweede incident. De directie beslist over een tweede time-out of stelt het College van Bestuur van Agora voor de leerling te schorsen. Nu wordt ook de leerplichtambtenaar geïnformeerd.


Stap 4

Wanneer de leerling na schorsing wederom onwerkbaar gedrag toont, kan de directie het bevoegd gezag adviseren de leerling van school te verwijderen.




Procedure bij onacceptabel gedrag




Hieronder verstaan we gedrag waardoor lesgeven onmogelijk wordt gemaakt of de veiligheid van kinderen en leerkrachten niet gewaarborgd kan worden. Hieronder valt ook ernstig pestgedrag. (Dit wordt meteen steeds vastgelegd in ParnasSys)




Eerste keer.

  • Afkoelen buiten de klas bij directie of IB.

  • Beschrijven van situatie met daarbij eigen gedrag en hoe het anders moet.

  • Directie wordt er meteen bij betrokken; IB-er geïnformeerd.

  • Ouders worden geïnformeerd, aanpak tot verandering besproken.







Tweede keer.

  • Afkoelen bij directie (of IB).

  • Beschrijven van situatie met daarbij eigen gedrag en hoe het anders moet.

  • Ouders worden verzocht het kind naar huis te halen.

  • Time-out van 1 of 2 dagen buiten de klas.

  • College van Bestuur wordt op de hoogte gebracht.




Derde keer.

  • Afkoelen bij directie (of IB).

  • Beschrijven van situatie met daarbij eigen gedrag en hoe het anders moet.

  • Ouders worden verzocht het kind naar huis te halen.

  • Time-out van 1 of 2 dagen buiten de klas of schorsen van 1 of 2 dagen.

  • College van Bestuur wordt op de hoogte gebracht.

  • Leerplichtambtenaar wordt op de hoogte gebracht.




Vierde keer.

  • Afkoelen bij directie (of IB).

  • Beschrijven van situatie met daarbij eigen gedrag en hoe het anders moet.

  • Ouders worden verzocht het kind naar huis te halen.

  • Time-out van 1 of 2 dagen buiten de klas of schorsen van 1 of 2 dagen. Mogelijk procedure van verwijderen in gang zetten.

  • College van Bestuur wordt op de hoogte gebracht.

  • Leerplichtambtenaar wordt op de hoogte gebracht.



Toelichting bij de maatregel van time out, schorsing en verwijdering

Op rk bs Paus Joannes zijn drie vormen van maatregelen te nemen;



  • time-out is een maatregel die genomen wordt bij een ernstig tweede incident. Bij een time-out heeft de leerling helemaal geen contact meer met de groep. Dus geen gymles, zwemles, klasse-uitjes, etc.

  • schorsing is aan de orde wanneer de directie of het bevoegd gezag bij ernstig wangedrag van leerling en/of ouders onmiddellijk moeten optreden en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing. Leerling is met werk thuis.

  • verwijdering is een maatregel bij zodanig ernstig wangedrag dat het College van Bestuur concludeert dat de relatie tussen school en leerling (ouders) onherstelbaar is verstoord. School en ouders zorgen voor een andere school waar de leerling begeleid gaat worden.


Paragraaf 6C

Crisistraject pest gedrag



Zoals beschreven in het protocol Pesten
Pestgedrag is in feite altijd onacceptabel gedrag. Dan volgen wij ook het protocol van onacceptabel gedrag.

Paragraaf 7

Schorsing en verwijdering van leerlingen

RK Basisschool Paus Joannes valt onder Stichting Agora.

Ten aanzien van schorsing en verwijdering van leerlingen heeft de stichting beleid vastgesteld.

We nemen in dit protocol de hoofdlijnen van dit beleid op. Het gehele beleidsdocument ‘Toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen’ ligt in de directiekamer ter inzage.

Schorsing en verwijdering van een leerling is niet iets waar een school op zit te wachten. We hopen dat deze maatregelen niet hoeven te worden genomen. Niemand voelt zich daar lekker bij. Kind niet, ouders niet, maar ook de onderwijsgevende niet. Helaas kan het gedrag van een leerling zo problematisch zijn dat maatregelen noodzakelijk zijn. Het mag niet zover komen dat andere kinderen de school verlaten vanwege het gedrag van een bepaalde leerling, of dat een leerkracht ten einde raad roept: ”Ik eruit of hij eruit”.

Het onderstaande protocol treedt in werking als er sprake is van ernstig ongewenst gedrag door een leerling, waarbij psychisch en/of lichamelijk letsel aan derden is toegebracht.

In paragraaf 5 is een aantal voorbeelden van onacceptabel gedrag weergegeven.

Laat vooral duidelijk zijn dat het hier om onhoudbare situaties gaat. Een incident behoort hier doorgaans niet toe.

Schorsing

Bij herhalend onacceptabel gedrag, of in het afzonderlijke geval dat het voorgevallen incident zo ernstig is, kan worden overgegaan tot een formele schorsing.

Hierbij worden vanzelfsprekend de wettelijke regels in acht genomen.

Hierbij geldt een aantal voorwaarden. De belangrijkste zijn:



  • Het College van Bestuur wordt voorafgaande aan de schorsing in kennis gesteld van deze maatregel en om goedkeuring gevraagd.

  • Gedurende de schorsing wordt de leerling de toegang tot de school ontzegd. Voor zover mogelijk worden er maatregelen getroffen waardoor de voortgang van het leerproces van de leerling gewaarborgd kan worden. Zo mag een opgelegde schorsing niet verhinderen dat de leerling toetsen aflegt. De school dient dan een passende oplossing te zoeken.

In het beleidsstuk van Agora wordt uitgebreid ingegaan op de te volgen procedure.

Verwijdering

Wanneer zich meermalen een incident voordoet dat ingrijpende gevolgen heeft voor de veiligheid en/of onderwijskundige voortgang van de groep kan besloten worden tot verwijdering. Hierbij worden de wettelijke regels in acht genomen. De belangrijkste zijn:



  • Verwijdering van een leerling van de school is een beslissing van het College van Bestuur.

  • Voordat men een beslissing neemt dient de voorzitter van genoemd College als vertegenwoordiger van het bevoegd gezag de betrokken leerkracht en de directie te horen. Hiervan wordt een verslag gemaakt dat aan de ouders ter kennis wordt gesteld en door de ouders wordt getekend.

  • Het verslag wordt ter kennisgeving opgestuurd aan de onderwijsinspectie.

  • Een besluit tot verwijdering is pas mogelijk nadat een andere basisschool of een andere school voor

speciaal onderwijs bereid is gevonden om de leerling op te nemen of wanneer aantoonbaar is dat het

bevoegd gezag, gedurende acht weken, er alles aan gedaan heeft om de leerling elders geplaatst te

krijgen.
Paragraaf 8

Volwassenen onder elkaar

De Arbeidsinspectie heeft ons verplicht een paragraaf te wijden aan de veiligheid van onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel.

Ook nu weer kijken we eerst naar onszelf: we gaan met de ouders om zoals we wensen dat zij ook met ons omgaan: respectvol, open, eerlijk en op voet van gelijkwaardigheid. Ook voor ouders en medewerkers van de school gelden de algemene gedragsregels zoals vermeld in paragraaf 1.

Enkele afspraken die bijdragen aan een positief gevoel van veiligheid bij het personeel:


  • We verwachten van ouders en schoolvertegenwoordigers dat zij zich mede inzetten voor een prettig en veilig werk-, leef- en leerklimaat in school, teneinde de openheid in communicatie en respect voor elkaar te realiseren.

  • Ouders respecteren het privé-leven van de medewerker en spreken de medewerker binnen ‘werktijd’ aan. Voor een gesprek over de ontwikkeling van hun zoon of dochter wordt na schooltijd een afspraak gemaakt met de groepsleerkracht.

  • Het ontvangen van complimenten wordt gewaardeerd. Het uiten van zorg of kritiek middels vragen, opmerkingen of bedenkingen eveneens. We spreken af dat ouders zich in beide gevallen rechtstreeks tot de betreffende medewerker richt. Op verzoek van de medewerker of de ouder kan een lid van de schoolleiding bij dit gesprek uitgenodigd worden.

Helaas moeten we ook duidelijk zijn indien uitingen van ouders bijdragen aan een negatief gevoel van veiligheid bij medewerkers en kinderen. Enkele voorbeelden hiervan:



  • een bij herhaling blijk geven geen vertrouwen te hebben in het functioneren van het onderwijzend en/of ondersteunend personeel.

  • een bij herhaling blijk geven geen vertrouwen te hebben in de uitgangspunten van de school zoals deze in paragraaf 1 zijn geformuleerd.

  • fysiek geweld, bedreiging of agressief gedrag van ouders, waarbij herhaling niet uitgesloten is, waardoor er sprake is van gegronde redenen voor angst bij leerlingen, medewerkers of andere ouders en er geen sprake meer is van een ongestoorde voortgang van het onderwijs.

Bij een minder respectvol omgaan met de algemene gedragsregels van de school kan een medewerker een ouder daarop aanspreken.
Grensoverschrijdend gedrag van ouders wordt altijd aan de directie gemeld. De directie voert de daarop noodzakelijke gesprekken met de betrokken ouder. Wanneer de directie en/of het team van leerkrachten het gedrag van een ouder/verzorger zo negatief ervaart en er na gesprekken geen positieve wending aan de situatie kan worden gegeven, zal de directie besluiten tot de volgende procedure:

  • Gesprek met de ouder/verzorger door de directie en de leerkracht wanneer het om een situatie gaat, die speelt tussen de ouder/verzorger en de leerkracht. Of een gesprek met de directie en een vertegenwoordiger van Agora als het gaat om een situatie tussen de directie en de ouder/verzorger. Voor dat gesprek wordt de ouder/verzorger schriftelijk uitgenodigd.

  • In dat gesprek wordt duidelijk gemaakt waarom het gedrag van de ouder/verzorger op de school, richting leerkracht(en) en/of directie onacceptabel is en negatief is voor de school.

  • Er wordt gecommuniceerd dat het gedrag moet worden veranderd, omdat bij herhaling (één keer) een tijdelijk schoolverbod zal worden opgelegd en bij overtreding daarvan of wanneer na het beëindigen van het tijdelijke schoolverbod opnieuw een negatieve situatie ontstaat zelfs een permanent schoolverbod zal worden opgelegd.

  • Gedurende een periode van een schoolverbod mag de ouder/verzorger niet meer in het schoolgebouw of op het schoolplein komen. Over de leerprestaties van het kind wordt verder schriftelijk gecommuniceerd.

  • Wanneer een (tijdelijk) schoolverbod wordt opgelegd zal de directie het bestuur van Agora, de leerplichtambtenaar van de Gemeente Zaanstad en de Medezeggenschapsraad daarover informeren.

  • In geval van fysiek geweld, enz. wordt aangifte bij politie gedaan.

  • Afhankelijk van de ernst van de zaak en/of de mate waarin het vertrouwen is geschonden wordt tot schorsing of verwijdering van de leerling overgegaan.

Bijlage 1

Drie regels is genoeg

Uit: Praxisbulletin 1, september 2003



Achtergronden

Het zich niet aan de regels kunnen houden kan te maken hebben met ‘Oppositional Defiant Disorder’: een gedragsstoornis, met negativisme, vijandigheid en uitdagend gedrag als basiskenmerken.

Dat manifesteert zich onder andere in het zich niet aan de regels kunnen houden, ongehoorzaam zijn of uitgestelde gehoorzaamheid. Het gaat niet altijd om individuele kinderen met specifieke problemen. Het zich niet aan de regels kunnen houden kan ook te maken hebben met kenmerken van de thuissituatie van een kind, waarin het niet geleerd heeft zich aan regels te houden. Soms kijkt een kleuter die groep 1 binnenkomt, vreemd op als de leerkracht zegt: 'Dat mag niet.' Dat is deze kleuter niet gewend. Verwennen en gedogen maken het de leerkracht ook niet makkelijk.

We weten uit ervaring echter ook dat een te afwachtend en inconsequent optreden van leerkrachten

een grote rol speelt. Als je op de gang niet mag rennen en als kinderen dat tóch doen, dan mag de leerkracht het kind gerust weer terugsturen naar het begin van de gang en het de binnenkomst laten herhalen.

Sommigen vinden dat soms moeilijk en willen liever niet door kinderen, collega's en ouders als ‘streng’ bestempeld worden. En zo sluipt een sfeer van gedogen en onduidelijkheid de school binnen.


Opzet

Het uitgangspunt in dit artikel is dat men op een basisschool slechts drie klassenregels c.q. schoolregels nodig heeft en dat die duidelijkheid veel kinderen kan helpen zich beter aan de basisregels te houden.

Drie basisregels

De drie basisregels waar het om gaat, zijn:

Regel 1: een regel voor het respectvol omgaan met elkaar

Voor groot en klein zullen we aardig zijn.

Regel 2: een regel voor het respectvol omgaan met materialen

We zullen goed voor de spullen zorgen, dan zijn ze weer te gebruiken morgen.

Regel 3: een regel voor het bewegen binnen en buiten de school

De school is van binnen een wandelgebied en buiten hoeft dat lekker niet.
Visualisatie

In het bovenstaande werden de drie regels weergegeven met behulp van rijmpjes. Dat is meer iets voor jonge kinderen. Bij oudere kinderen kun je volstaan met een basiszin. Belangrijk is dat de regels in de zin van een gebod zijn geformuleerd en niet in termen van een verbod!

Het uitgangspunt is echter dat in de hele school deze drie regels centraal staan. Dat wil zeggen dat je er in groep 1 mee begint en dat de regels ieder jaar aan het begin van het schooljaar (en nóg een keer na de kerstvakantie) uitgebreid besproken en uitgelegd worden.

Maak er eventueel een visualisatie van, met daarop een symbool of een foto van de situatie bij jou in de klas. Je kunt in dit verband gebruik maken van de drie kapstoktekeningen, die als kopieerbIad zijn opgenomen op de pagina hiernaast.


Invoering

Als de basisregels in het team zijn geformuleerd, is het aan te bevelen om die zo spoedig mogelijk na de zomervakantie te introduceren.



Invoeringssuggestie. Neem voor iedere regel een week. Introduceer de regel en praat er ieder dagdeel vijf minuten over.
Het ophangen aan de kapstokken

Na het introduceren van de regels is het aan te bevelen om alle gebeurtenissen die plaatsvinden en die met de drie basisregels te maken hebben aan de drie kapstokregels op te hangen.

De beste benadering is om ongewenste gebeurtenissen die met die drie basisregels te maken hebben

aan een of meer van die kapstokregels op te hangen. Het liefst ook letterlijk! Je moet dan bij een bepaalde gebeurtenis de kinderen vragen bij welke van de drie kapstokregels die gebeurtenis hoort. Eventueel kun je de drie kapstokregels op een prikbord plakken en daaronder de bijbehorende gebeurtenissen op kaartjes noteren.


Individuele aanscherping

Persoonlijke kaart

Als je zo de regels hebt ingeleid en de kinderen hebt laten zien dat je de gebeurtenissen aan een van de drie kapstokregels kunt ophangen, dan zullen er toch nog altijd kinderen zijn die moeite blijven houden met die regels.

In dat geval is er een individuele aanpak nodig. Daarbij neem je een A4-tje en maak je een persoonlijke kaart voor het kind (zie het kopieerblad op de volgende pagina).

Op die kaart zet je de afbeeldingen van de drie kapstokregels. Bij oudere kinderen kan worden volstaan met alleen de schoolregels op te nemen in basiszinnen.

Onder de afbeeldingen (of basiszinnen) worden de concrete dingen genoteerd die het kind deed. Je mag in dit geval wél het ongewenste gedrag noteren, omdat het anders niet tot het kind doordringt. Formuleer een en ander steeds direct achter elkaar. En formuleer alles in de ik-vorm. Dus doe het als volgt: “Ik trapte op de pen van Carla, maar ik moet juist zorgvuldig met de materialen omgaan.”


Straffen mag

Soms is het zich niet aan de regels houden zó hardnekkig dat je moet overgaan tot straffen. Als anderen last van het kind hebben, moet je de grenzen stellen en een straf geven.


Gewenst gedrag belonen moet

Het spreekt vanzelf dat je het kind (of de groep) prijst en/of beloont als het kind (of de groep) het goed doet. Vergeet dus niet om gewenst gedrag te belonen!


Herinneren

Laat het kind met problemen op dit gebied iedere dag even bij je komen en uit het hoofd de drie regels opzeggen.



Veel succes.

Oeps er is iets vervelends gebeurd (groep 1-3)


_____________________________________________________________________________________________



Wat gebeurde er?

_____________________________________________________________________________________________



Wat deed ik?

_____________________________________________________________________________________________



De volgende keer …..

Oeps er is iets vervelends gebeurd (groep 4-8)


Naam: _____________________________________ uit groep ____ Datum: __________________
1. Wanneer gebeurde het:

maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag


Wie waren erbij?
_____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________

2. Waar gebeurde het?

in de klas in de gang op de speelplaats bij de wc’s

ergens anders n.l.: _________________________________________________________

3. Wat gebeurde er?

iemand pestte mij iemand schold mij uit iemand duwde mij

iemand huilde iemand schopte mij iemand maakte iets kapot

iets anders n.l.: ____________________________________________________________________________



4. Wat deed jij?

ik liep weg ik schopte / kneep ik duwde ik huilde ik riep een scheldwoord

ik maakte iets kapot iets anders n.l.: _____________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________
5. Wat gebeurde er daarna?
_____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________

6. Had jij er voor kunnen zorgen dat het niet gebeurd was? Waarom?
_____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________

7. Wat heb je ervan geleerd?
_____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________


8. Is er nog iets belangrijks wat je hierover wilt vertellen? Doe dat dan hier onder.
_____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________

Jouw handtekening: _______________________ Besproken met juf/meneer: ___________________________

Klaar? Echt niks vergeten?
Bedankt voor het invullen.

Bijlage A: Model verslagformulier

VERSLAG INZAKE TIME-OUT, SCHORSING EN/ OF VERWIJDERING VAN LEERLINGEN.
Naam leerling: _____________________________ Geboortedatum: ______________________
Naam leerkracht: ___________________________ Datum incident: _______________________
Het betreft ongewenst gedrag tijdens Het betreft ongewenst gedrag ten aanzien van

o lesuren o leerkracht

o vrije situatie o medeleerlingen

o plein o anderen t.w. _____________________________

o elders
Korte omschrijving van het incident:

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

Ouders/verzorgers op de hoogte gesteld d.m.v.

o huisbezoek

o telefonisch contact


Datum en tijd: _________________________ Gesproken met: ______________________________
De volgende maatregel is genomen:

o time-out

o schorsing

o in gang zetten van een procedure tot verwijdering


Datum gesprek ouders/verzorgers en de school: _______________________________

(zie verder verslag van het gesprek)

Bindende afspraken tussen ouders/verzorgers en de school:

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________

­­­­­­­­­­­­­­­­

____________________________________________________________________________________


Naam ouder/verzorger: _________________


Naam leerkracht: ____________________


1   2   3   4   5   6   7


Dovnload 1.81 Mb.