Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Geef een beknopte omschrijving van je huidige onderwijs- en vakvisie door vijf kernpunten van je huidige onderwijs- en vakvisie en toe te lichten

Dovnload 54.29 Kb.

Geef een beknopte omschrijving van je huidige onderwijs- en vakvisie door vijf kernpunten van je huidige onderwijs- en vakvisie en toe te lichten



Datum10.01.2019
Grootte54.29 Kb.

Dovnload 54.29 Kb.

afstudeerplan 2012-2013

Robin Gerris

opleiding docent beeldende kunst en vormgeving - voltijd




Geef een beknopte omschrijving van je huidige onderwijs- en vakvisie door vijf kernpunten van je huidige onderwijs- en vakvisie en toe te lichten.



  1. Communicatie, gesprek, discussie.

Een van de vaste leselementen is de discussie, of het gesprek. Het is een les element waarin ik verschillende doelen voor mijzelf heb gesteld. Het centrale doel is om de communicatie tussen de leerlingen te vergroten, hierbij maak ik onderscheid tussen schoolgerichte communicatie en buitenschoolse communicatie. Bij schoolgerichte communicatie gaat het om praten over eigen werk, theoretische kennis en de overdracht van feedback. Bij buitenschoolse communicatie gaat het om het creeëren van een groep, het delen van problemen en elkaar beter leren kennen. Bij de buitenschoolse communicatie is de uiteindelijke doel het bereiken van een veilig leerklimaat waarbij het vormen van een vertrouwensband centraal staat.
Het gesprek hoeft niet altijd in groepsverband plaats te vinden, dit kan ook inindividueel verband of met tweetallen, zolang het maar mogelijk is om te communiceren met iemand via tekst, of mondeling. Het liefst mondeling omdat het veel intuïtiever en de eerste reactie kan onderdrukt worden als het op papier uitgeschreven moet worden.


  1. Vertrouwensband, Delen, Creeëren.

Het is voor mij van essentieël belang om je eigen verhalen te delen met de leerlingen. Hierdoor krijgen ze namelijk een kijk op hoe jou leven in elkaar zit en vormt er een wederzijds respect. Dit omdat er een persoonlijk raakvlak is tussen de docent en de leerling. De docent deelt namelijk verhalen uit privé situaties met duidelijk aangegeven grenzen, hierdoor openen leerlingen zichzelf sneller omdat de docent zichzelf ook openstelt voor de leerlingen.
Het creeëren van verhalen doe je samen met de leerlingen tijdens de les. Ze zijn er namelijk ook om plezier te hebben en nieuwe ervaringen op te doen. Door steeds nieuwe dingen te ontdekken samen met de leerlingen vorm je hun persoonlijkheid en creeër je herinneringen met hun samen. Dit bevordert de vertrouwensband enorm omdat je dit met hun als individu mee maakt. Door ze normaal te begeleiden in de les zien de leerlingen dit als een soort groepsproces waar ze onderdeel van zijn. Het is juist ook van essentieël belang dat ze nieuwe ervaringen ook op doen als individu, Dit is een stuk persoonlijker terwijl je eigenlijk niet volledig aandacht aan de leerling als individu besteedt.



  1. Kunstenaar in de klas.

De rol van de docent als kunstenaar is voor mij zeer duidelijk. De scheidingslijn is er voor mij 1 met veel gaten zodat het elkaar ruimschoots beïnvloed. Het is belangrijk om het beeldend onderzoek wat je verricht als kunstenaar mee te nemen naar de klas omdat het op verschillende manieren jezelf en de leerlingen kan verrijken. Voor jezelf als kunstenaar leer je het onderzoek vanuit een ander perspectief te benaderen omdat de leerlingen een andere blik er op hebben. Tevens verhoog je de vertrouwensband met de leerlingen omdat je jezelf op deze manier iets meer bloot geeft. De leerlingen leren op deze manier ook op een andere manier naar kunst kijken en zien dat het geen hooggegrepen iets is. De docent is er namelijk zelf ook mee bezig, dit verlaagt de drempel tussen kunst en de leerlingen enorm.



  1. Vaste les-elementen > Structuur.

Voor mij is het van belang dat ik de leerlingen begeleid vanuit een web van les-elementen. Deze elementen zijn steeds terugkerend in de lessen maar niet vanuit een volledig vormgegeven structuur. Dat zou een te groot stramien veroorzaken en zijn de lessen niet interessant meer. Wat ik hiermee wil bewerkstelligen is dat de leerlingen weten waar ze aan toen zijn zodra ik een discussie met ze aan wil gaan, maar dat er ook voldoende ruimte is voor de leerlingen om zelf te experimenteren. Ze hoeven namelijk niet altijd aan alle activiteiten deel te nemen. Soms is het namelijk belangrijker voor een leerling om zelf gaan te experimenteren en een discussiemoment over te slaan.



  1. Mondelinge reflectie vs. schriftelijke reflectie

Omdat mondelinge communicatie en reflectie een van de dingen is die centraal staat in mijn les heb ik ook een methode van vastlegging nodig. De belangrijkste vorm van vastlegging is voor mij de Dummy, het wordt gebruikt om een aantal dingen vast te leggen:


  • Logboek van de les

  • Beeldbeschrijving (fysieke laag, afbeelding en Metalaag).

  • Inspiratiebronnen.

  • Noteren van ervaringen (Dagboek).

  • Noteren van fascinaties.

  • Materiaal/beeldexperiment.

Er is wederom geen volledig vastgelegde structuur voor de leerlingen om alles in te noteren, het is de bedoeling dat er gekozen wordt voor een bijpassende manier van noteren voor de bepaalde situatie. Dit gebeurt onder mijn begeleiding en input. Tevens zal ik de logboeken van de leerlingen met hun doornemen tijdens de les, en er zelf naar kijken na afloop van de lessen. Ook noteer ik een aantal dingen in het logboek ter illustratie van mijn mening op hun onderzoek. Dit is een vorm van persoonlijke begeleiding waardoor de leerling zich sneller begrepen voelt. Het is namelijk een vorm van individuele begeleiding die procesgericht is, waarbij de uiteindelijke vorm van het resultaat minder relevant hoeft te zijn.




Geef een schets van je toekomstperspectief. Omschrijf een mogelijke synthese van theorie en praktijk, met het zwaartepunt wat je daarin wilt aanbrengen [binnenschoolse- of buitenschoolse kunsteducatie]. Betrek hierbij eventueel ook je actuele belangstelling en/of je belangrijkste ervaringen van de afgelopen drie jaar en/of je gewenste vervolgstudie.
Ik wil afstuderen op buitenschoolse educatie. Dit omdat ik merk dat mijn visie op educatie in een binnenschoolse omgeving al vrij ver aan het vormen is, hierdoor ben ik ben op zoek naar een nieuwe prikkeling die een andere connectie met mijn beeldend werk heeft. Omdat ik met mijn werk een verhaal wil vertellen zou ik graag deze verhalen willen delen met andere mensen. Uiteraard wil ik ook graag nieuwe verhalen van andere mensen horen zodat dit mij kan inspireren om mijn eigen beeldend proces voort te zetten. Vandaar dat ik gekozen heb voor een stageproject wat Judith Boessen heeft opgezet genaamd tree of life/memory lane. Hierbij is het de bedoeling om d.m.v. Kunst en cultuur educatie een onderzoek samen met ouderen te verrichten en a.d.v. dit onderzoek een expositie op te bouwen. Het onderwerp herinneringen staat hierbij centraal, en wij gaan samen met hun herinneringen ophalen d.m.v. voorwerpen uit een eerdere periode van hun leven. Dit spreekt mij heel erg aan omdat ik zelf ook met voorwerpen werk en vanuit een verhaalvertelling werk die een zeer duidelijke koppeling heeft met mijn eigen levenservaringen. Ik zal hieronder kort vertellen wat voor ervaringen een impact hebben gehad op mijn beeldend onderzoek.
Overlijden oma

In Oktober 2012 is mijn oma na een relatief lang ziekenbed overleden in het sint Fransciscus Hospice in Weert. Ze had sinds haar 60e al een ziekenbeeld, maar heeft het vol kunnen houden tot haar 81e levensjaar. Ze was een ontzettend sterke en inspirerende vrouw en ik had een zeer goede band met haar. Het heeft dus ontzettend veel impact op mij gemaakt toen ze overleed. Dit was niet alleen op het sterfbed zelf, maar ook de hele weg er om heen. Het was een unieke ervaring om mee te maken. Tijd deed er niet toe als ik bij haar was, en het was alsof het een andere realiteit was die ik kon ervaren, wel gekoppeld aan de normale realitiet. Het ophalen van herinneringen met alle betreffende familieleden, alleen zijn met opa en oma, voor oma zorgen, het bespreken van school alsof er niks aan de hand was. De inhoud deed er niet toe, als ik maar bij oma kon zijn. De band hierdoor is alleen maar sterker geworden in de laatste paar maanden en ik was intens gelukkig als ik bij oma was, en intens verdrietig als ik weer weg moest. Alsof ik iedere keer een stukje van oma mee nam, en een stukje van mijzelf achterliet. Het was een ruilproces van verhalen en dit vormde mij op een geheel nieuwe manier. Ik merkte dat het fysiek steeds slechter ging met mijn oma toen ze in het ziekenhuis lag en dat ze zichzelf gevoelsmatig ook steeds slechter ging voelen. Gelukkig kon ze na een aantal weken terecht in het Hospice in Weert. Dit gaf haar veel meer rust en zorgde er voor dat iedereen het ook meer kon accepteren wat er aan de hand was. Het was een nieuwe stap binnen het proces van acceptatie en afscheid, dat was voor iedereen een rustmoment wat een fijne huiselijke sfeer creeërde. Het personeel van het hospice heeft hier ook zeer goed aan mee geholpen tot het laatste moment, zelfs de nazorg is fenomenaal geweest.


Tijdens het ziektebed van mijn oma in het hospice heb ik veel rust in de tuin van het hospice gevonden. Het was voor mij een plek waar ik mijzelf kon terug trekken en mijzelf kon realiseren wat er eigenlijk gebeurde tijdens deze heftige periode. Ik heb dit als input kunnen gebruiken voor mijn beeldend werk, wat ik tevens als een soort verwerkingsproces ben gaan zien voor mijn herinneringen. Het vastpakken en het loslaten van ervaringen die ik meegemaakt heb, maar niet permanent loslaten.

Reis naar Berlijn

In het einde van het 2de leerjaar heb ik een bepaald thema gevonden voor mijn beeldend werk wat mij erg interesseerde. Dit had te maken met het raakvlak tussen fotografie en schilderen. Het prikkelde mij heel erg omdat het een spanningsveld creeërt waarbij het lastig te zien is of het nu realiteit is, of een pure weergave van mijn visie. Voeg ik dingen toe, laat ik ze weg of is het allemaal bedacht?


De studiereis naar Berlijn in april 2012 gaf mij een zeer duidelijke handvaten om mee verder te gaan. Tijdens deze reis ben ik zeer veel kunstenaars tegen gekomen die mij inspireerde, waaronder Gerhard Richter, Luc Tuymans en David Hockney. Ze hebben een enorme invloed op mijn denk en handelwijze gehad in mijn beeldend werk dat ik er zwaar van onder de indruk was. Met name de overzichtstentoonstelling van Richter in de neue national gallerie. Ik heb hier een lang gesprek met Christianne gehad over het werk van Richter en de keerpunten in zijn ouvre. Dit zorgde ook voor een keerpunt in mijn werk waardoor ik een nieuwe weg in ben geslagen.
Reis naar Londen

In februari 2013 ben ik op reis gegaan naar Londen, ik ben hier 6 dagen geweeest waarvan ik de eerste 2 en de laatste 2 alleen ben geweest, de andere 2 dagen ben ik samen met een huisgenoot geweest die langskwam. Dit was voor mij een zeer intense ervaring omdat ik nog nooit eerder alleen op vakantie was geweest, het was voor mij een hele stap, aangezien ik een ontzettend groepsdier ben. Tijdens deze reis heb ik veel gereflecteerd over mijn eigen handelen van de afgelopen 2 jaar. Het viel mij op dat ik op dit moment pas echt tijd voor mijzelf had, en dat was erg prettig. Ik heb ontzettend veel beschreven in mijn dummy’s en veel nagedacht over over hoe ik verder moest met mijn handelen. Tevens heb ik de tijd genomen om alle activiteiten die ik geplanned had rustig te doen en hoefde ik met niemand anders dan mijzelf rekening te houden. Dit brengt veel tijd tot nadenken en hier heb ik dan ook veelvuldig van gebruik gemaakt. Het gaf mijzelf rust en duidelijkheid over hoe ik nu verder moest met mijn leven.


Onderzoek Minor

Voor de onderzoeksmodule in mijn minor was het de bedoeling dat er een onderzoek verricht werd naar een bepaald thema waar van je een vraagstelling had. Hierbij heb ik mijn beeldend werk als vraagstuk gepakt om hier vooral een nieuwe, sterke theoretische onderbouwing voor te vinden. Dit is spijtig genoeg niet gelukt dus heb ik een vervangende opdracht moeten maken. Tot mijn grote verbazing heeft deze opdracht mij ontzettend veel nieuwe dingen geleerd en ben ik achteraf blij dat ik mijn onderzoek niet gehaald heb. Het was namelijk de bedoeling om uit 8 teksten 3 teksten te keizen, en alle opdrachten die eigenlijk in het onderzoek zaten te verwerken in de tekst. De teksten die ik gekozen heb waren zeer interessant en hebben mij veel nieuwe dingen bij geleerd. Het interessante was ook dat alle teksten hetzelfde onderwerp hadden, namelijk stilte. Dit is iets wat een zeer grote betekenis heeft in mijn werk, een stilte die duizend woorden spreekt en beelden op roept. Het heeft er dus voor gezorgd dat ik vanuit een nieuwe optiek naar mijn werk kon kijken. Tevens heeft is zijn deze teksten aanknopingspunten geweest om op zoek te gaan naar andere teksten die relevant waren aan mijn werk. Het was een zeer duidelijke opening en dat was zeer vruchtbaar voor mijn onderzoek.



Synthese theorie en beeldend

De synthese die ik tussen theorie en beeldend wil leggen heeft vooral te maken met beeldende aspect. De grens tussen deze twee is echter zeer klein en heeft veel gaten er in zitten. Ik wil dat het elkaar versterkt en dat het hierdoor ook elkaar beïnvloed. Als ik ontdekkingen doe tijdens mijn beeldend werk zorgt dat er voor dat ik op zoek ga naar nieuwe theorie, en als ik nieuwe theorie vind zorgt dat voor een andere uiting in mijn beeldend werk. Uiteindelijk verstrengeld het dus volledig met elkaar terwijl ik het wel zie als 2 losstaande dingen, dit omdat het soms niet relevant is aan elkaar maar wel interessant is om te doen.

Uiteindelijk is mijn beeldend visie wel volledig verbonden met mijn visie op educatie en bezit het dezelfde aspecten. Hiervoor wil ik een verwijzing maken naar mijn theoretische onderbouwing voor het symposium, hierin staat mijn visie volledig beschreven en waarom ik het van belang vind om een theoretische onderbouwing te hebben.

Uitgaande van de omschreven competenties van de ABV [zie 'Overal ramen']: geef aan op welke competenties, c.q. kwaliteiten, je nadrukkelijk beoordeeld wenst te worden.
Ik zal hier iedere competentie apart benoemen, maar er zal een duidelijke synthese plaats vinden tussen de competenties.



A1/A2 Creeërend vermogen

A3 Creeërend vermogen 3

B Vermogen tot reflectie en ontwikkeling
C Pedagogisch vermogen

E Interpersoonlijk vermogen

De reden waarom ik voor Creeërend vermogen kies, is omdat ik beeldend het belangrijkste aspect van de opleiding vind. Tevens vind ik het communicatie aspect van belang, het is immers een docentopleiding. Gaandeweg de opleiding ben ik er ook achter gekomen dat ik verhalen wil vertellen met mijn beeldend werk, en tijdens het geven van lessen. Ik wil dat mensen gehoord worden, en nieuwe openingen vinden door te vertellen en te luisteren. Diep verstopte verhalen en herinneringen ophalen en met iedereen delen. Dit wil ik doen door in discussie te gaan met mensen over deze herinneringen en steeds verder te vragen zodat er steeds meer naar de oppervlakte raakt, dit is de reden dat ik op Interpersoonlijk beoordeeld wil worden. Hierbij vind ik een goede balans tussen het zelf delen van verhalen en het luisteren naar verhalen van andere mensen. Ik wil mijzelf alleen bewuster worden van mijn rol binnen educatie. Hierbij wil ik vooral weten wanneer ik de verantwoordelijkheid moet nemen om te begeleiden binnen een buitenschoolse context in plaats van een binnenschoolse context. Ik denk dat ik dit al goed kan peilen omdat ik dit bewezen heb binnen een binnenschoolse context, maar het zou meer perspectief kunnen bieden omdat ik het nog nooit vanuit een buitenschoolse optiek heb benaderd. Dit zal daarom van van grote invloed zijn op mijn visie op educatie in het algemeen.


De reden waarom ik op reflectief vermogen beoordeeld wil worden is omdat ik de afgelopen jaren ontzettend veel gereflecteerd heb, maar niet altiijd even concreet gecommuniceerd hebt via papier. Mondeling beheers ik dit echter op een voldoende niveau maar ik wil graag mijn ervaringen delen met iedereen. Ik merk dat ik hier nu aan toe ben door veel gaan te schrijven en theoretische onderbouwing te zoeken voor al mijn ervaringen. Dit wil ik gaan versterken door mijn onderzoek waardoor ik de koppeling kan maken naar competentie A3. Ik wil mijn eigen beeldend werk gaan versterken d.m.v. nieuwe theoretische bronnen die ik via andere mensen en eigen onderzoek aangedragen krijg. Dit heeft dan weer invloed op het onderzoek wat ik wil gaan verrichten naar aanleiding van mijn stage, zo vind er een goede synthese plaats tussen theorie en praktijk.
Het meest centrale punt waar deze synthese plaats zal vinden is in mijn stageperiode. Dit zal een zeer intense periode worden omdat het veel onderzoek vereist. Dit is de reden waarom ik ook graag op mijn pedagogische vermogen getoetst wil worden. Ik wil dat er een veilig leerklimaat ontstaat waarmee ik alles kan delen met de cursisten en de cursisten zich veilig voelen om al hun verhalen te delen. Ik zal aanvoelen hoe iedereen is en iedereen individueel begeleiden. Immers heeft iedereen een eigen achtergrond en emotionele lading aan deze ervaringen. Het is zeer interessant om hier een raakvlak tussen te creeëren zodat ik alles met elkaar kan verbinden. Dit kan alleen als ik zelf lekker in mijn vel zit en ook zorg dat de cursisten goed in hun vel zitten. Vandaar het pedagogisch vermogen wat ik laten toetsen.
Omschrijf de plaats en het belang van het 'beeld' in je afstudeerplan.
Het beeld is de kast binnen mijn afstudeerfase. In deze kast zal ik continu nieuwe informatie stoppen zodat de inhoud veranderd. Denk hierbij aan nieuwe kunstenaars, het bezoeken van exposities, en het lezen van boeken (TdK, Beeldend, (Onderwijs)theorie/psychologie, filosofie.), maar het beeld is hetgene wat zichtbaar is. Ik zal deze kast steeds opnieuw verven en misschien een beetje bijschaven of een nieuw ladeknop erop, maar het blijft wel hetzelfde in essentie.

Aan deze kast zal duidelijk te zien zijn wat de inhoud er van is omdat deze de kast juist vorm geeft, maar het is ook een wisselwerking omdat de kast ook de inhoudt vormgeeft. Zonder de kast betekent de inhoud namelijk niets, en is het vormloos, soms is de inhoud alleen niet concreet zichtbaar en daar zal ik de aankomende periode hard aan gaan werken. Misschien moet ik wel een vitrinekast gaan maken, maar wel met mat glas, het moet niet te zichtbaar worden.



Omschrijf de door jou gewenste stagemogelijkheden [binnen- of buitenschools], de gewenste omvang ervan, en de rol die de stage heeft in je afstudeerplan, als onderzoeksplek en/of leerplek.
Ik ga een buitenschoolse stage lopen die voor mij een duidelijk verwantschap heeft metmijn beeldend werk. Het is namelijk een cursus voor ouderen waarbij het ophalen van herinneringen centraal staat. Hier zal ik als begeleider optreden en mijn eigen onderzoek en beeldend werk centraal zal stellen. Tevens zit hier een expositie aan gekoppeld waarin ik mag mee helpen met opzetten.

Ik ga deze stage doen na de herfstvakantie en het zal ongeveer 60 contacturen bevatten, waar naast ik +/- 20 uur onderzoek zal verrichten.


Ik zie deze stage als bron van nieuwe ervaringen en informatie. Deze informatie kan ik gebruiken als bevestiging voor mijn eigen beeldend werk, maar het zal ook nieuwe wegen openen en mijzelf vanuit andere ooghoeken laten kijken naar mijn werk. Het zal mij nieuwe dingen leren omdat het een buitenschoolse stage is, en geen binnenschoolse stage. Het is dus een hele andere benaderingswijze van de theorie terwijl het toch ontzettend veel raakvlakken zal hebben. Het blijft immers kunsteducatie. Het prikkelt mij enorm om te zien hoe het voor mij zal uitpakken.
Welke plaats heeft de door jou gevolgde minorstudie?
De minorstudie heeft mij een aantal nieuwe optieken gegeven waar van uit ik kan kijken. Ik heb namelijk de minor Kunst, cultuur en onderzoek gevolgd. Met de modules actuele kunst, Filosofie, onderzoek en conceptontwikkeling. Iedere module leerde mij anders te kijken naar verschillende vormen achtergronden van kunst. Hoe kan je het vormgeven vanuit een bepaalde optiek en hoe betrek je het naar een actuele omgeving. Tevens heb ik altijd de relatie met mijn eigen werk gelegd omdat ik dit belangrijk vind. Het is namelijk een onderzoek waar ik al langer mee bezig ben. Op deze manier heeft de minor altijd invloed gehad op mijn beeldend werk en mijn onderwijsvisie, soms heftiger dan normaal. Deze nieuwe geleerde optieken en contextuele informatie zal ik in het aankomende jaar gebruiken om mijn beeldend/onderwijs visie verder te ontwikkelen. Zelf kan ik ook een aantal handvaten geven vanwaar ik uit kan werken en vertrekken, het geeft meer zelfvertrouwen en houvast.
Geef een schatting van je urenbesteding in een tijdsplanning, uitgezet over het studiejaar van september t/m juni. Je kunt daarbij twee varianten hanteren: een tijdsplanning over een geheel studiejaar of een tijdsplanning in periodes [bijvoorbeeld omdat je een blok-LIO in je afstudeerplan wenst op te nemen].
Ik kies voor een mix tussen beide vormen van planningen. Ik wil het onderverdelen in 3 werkvormen. Beeldend, TdK/onderzoek en stage.
Het hele jaar door wil ik bezig zijn met beeldend, hierbij zet ik mijn beeldend onderzoek voort waar ik de afgelopen 2 jaar mee bezig ben geweest. Het zal ondersteunt worden een bronnen/ kunstenaar onderzoek van TdK en het bezoeken van exposities. Hier zal ik relevante bronnen eruit filteren en mijzelf steeds ondervragen wat relevant is voor mijn beeldend werk.
Na de herfstvakantie wil ik stage gaan lopen bij het project memory lane/tree of life van Judith Boessen. Hierbij zal ik een korte stage van 60 contacturen doen, en +/- 20 uren voor het opstarten/verder ontwikkelen van mijn onderzoek. Hierbij trek ik de koppeling tussen mijn beeldend werk en mijn onderwijsvisie, wat wil ik de cursisten mee geven van mijzelf en wat wil ik dat de cursisten terug geven? Mijn onderzoek heb ik nu nog niet concreet, maar ik wil verder gaan op mijn onderzoek wat ik voor het symposium gemaakt heb. Dit betreft de persoonlijke ruimte van de docent en de leerling, Hoe creeër je een onderzoeksruimte die voor beide vruchtbaar is. Ik zal hierbij de didaktische theorieën betrekken van Jean Piaget en Luc Stevens. De exacte uren van het stage project worden bepaald op woensdag 26 juni. Dan vindt er een gesprek plaats met Judith Boessen om de knopen door te hakken voor het project. Het kan misschien dus veranderen.
Na deze periode zal ik mijn stage ervaringen gaan betrekken in mijn beeldend werk en de praktijkervaring die ik heb op gedaan koppelen aan de theorie voor mijn onderzoek. Hier zal ik de rest van het jaar mee bezig zijn. Ik wil hierbij een duidelijke integratie maken van mijn beeldend visie en mijn visie op educatie.
Tevens zal ik vaste dagen kiezen waarop ik bezig ben met mijn beeldend werk, en mijn onderzoek. Dit doe ik aan het begin van het schooljaar. Dit zorgt dat ik zelf meer discipline heb en ook een duidelijke structuur heb op aan de gang te kunnen met mijn beeldend werk/onderzoek.

Geef een opsomming

van voorlopige relevante bronnen [zowel uit de theorie als praktijk. Denk hierbij aan foto's van eigen werk, verwijzingen naar andermans werk, belangrijke onderwijskundige en kunsttheoretische bronnen, enzovoorts].
Beeldend
Van mijn eigen beeldend werk is alles relevant. Meerdere dingen pak ik opnieuw vast en construeer ik op verder. Het werk blijft steeds verder evolueren naarmate de tijd volgt. Vandaar een linkje naar mijn website. www.robingerris.eu
Verder vind ik het van belang om een prikkelende omgeving met veel materiaal om mij heen te hebben. Vandaar dat ik veel spullen verzamel. Dit doe ik op de rommelmarkt en ik graai veel in bakken met afval die ik bij bouwplaatsen vind. Allerlei materiaal inspireert mij om verder te geraken in mijn eigen werk.


Kunstenaars

Sinds het 2de jaar op de academie ben ik een lijstje bij gaan houden over kunstenaars die mij inspireren. Dit is kan op verschillende raakvlakken zijn, soms is het puur door techniek en vorm, soms puur door inhoud. Dit lijstje is op chronologische volgorde, beginnend achteraan. Met een sterretje ervoor hebben een heftigere invloed dan anderen.





Sam Dillemans

*Francis Alys

George hendrik breitner

Mario Praz, the romantic agony

Leon spilliaert

Victor Hugo

Johan heinrich füssli

John Martin

Edmund burke, the sublime

*Adrian Paci

Laure Albin Guillot

*Wiel Wiersma

Andrew wyeth

Pierre Bonnard

*Armando

Mimmo Rotella

Blumes

Hotel Modern



Marcel Maeyer

Jan de Vliegher

*Michiel paalvast

Hidenori Mitsue

*Koen van den Broek

*Tim Eitel

Frank Bowling

Yelena Popova

*Valery Koshlyakov

Don mccullin

Kurt Schwitters

Elsbeth Juda

*Aldo van den broek

Robbert Fortgens

*Peter Zuur

Vincent Vreke

Ge Karel van der sterren

Maria Smits

Jan Montijn

Maartje Frenken

Fiona Tan

*Tjebbe Beekman

*Koen van de Broucke

Susan hiller

Philip glass

Arthur kempenaer

Neue Wilde

*Michael raedecker

Eric Fischl

Andre Breton

Wade guyton

Ubu.com


Sarah Morris

Hans mann, toverberg

Marc Mulders

Purple.fr/television

Sterling Ruby

Michael wolf

Antoine D'agata

Jason Salavon

Gunter Brus

Jasper johns

Martin creed

*Tina Gillen

Hans mont

Christiaan lieverse

Bonnard

Francis Bacon

*Steven spazuk

Jan altink

Christoph von weyhe

Ilya kabakov

Max ernst

Markus lupertz

Marlene dumas

*Michael borremans

Neo Rauch

Tony craig

Carl André

Emile nolde

Lovis corinth

Max slevogt

*Luc tuymans

*Christian Boltanski

Oskar kokoschka

*Gerhard Richter

Sigmar Polke

Georg baselitz

*David hockney

Jungo shuden



(Kunst)theoretische bronnen

De Grote Stilte, H.J.A. Hofland

Past Lives: Postmemories in Exile, Marianne Hirsch

‘Trying to reach the future through the past’: Murals and memory in Northern Ireland, Bill Rolston

Mediatizing memory: History, affect and identity in Who Do You Think You Are?, Anne-Marie Kramer

Pedagogiek

Jean Piaget

Luc Stevens

Sociaal constructivisme


Filosofie/psychologie

Alessandro Baricco

Carl Gustav Jung
Tijdschriften

Ik lees maandelijks de Vice en om de 2 maanden de Temp van kunstpodium T. Sporadisch koop ik ook wel eens een kunstbeeld als er iets interessants in staat. Verder haal ik wel eens oude tijdschriften van rommelmarkten.


Exposities

Ik heb inmiddels al veel exposities bezocht in de afgelopen paar jaar. Voor een opsomming verwijs ik naar mijn wordpress onder het kopje omgevingsgerichtheid.


Robingerris.wordpress.com

  • Communicatie, gesprek, discussie.
  • Vertrouwensband, Delen, Creeëren.
  • Vaste les-elementen > Structuur.
  • Mondelinge reflectie vs. schriftelijke reflectie
  • Synthese theorie en beeldend
  • Uitgaande van de omschreven competenties van de ABV [zie Overal ramen]: geef aan op welke competenties, c.q. kwaliteiten, je nadrukkelijk beoordeeld wenst te worden.
  • A1/A2 Creeërend vermogen A3 Creeërend vermogen 3 B Vermogen tot reflectie en ontwikkeling C Pedagogisch vermogen
  • Omschrijf de plaats en het belang van het beeld in je afstudeerplan.
  • Omschrijf de door jou gewenste stagemogelijkheden [binnen- of buitenschools], de gewenste omvang ervan, en de rol die de stage heeft in je afstudeerplan, als onderzoeksplek en/of leerplek.
  • Welke plaats heeft de door jou gevolgde minorstudie
  • (Kunst)theoretische bronnen
  • Pedagogiek

  • Dovnload 54.29 Kb.