Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Geen jota of tittel eraf

Dovnload 63.47 Kb.

Geen jota of tittel eraf



Datum05.12.2018
Grootte63.47 Kb.

Dovnload 63.47 Kb.

GEEN JOTA OF TITTEL ERAF

(Enkele kanttekeningen bij de Bergrede)




Brak Jezus met de wet?

Uit het beeld dat de Evangeliën (Mattheüs en Lukas) ons schetsen met betrekking tot het onderwijs dat Jezus aan de schare gaf, in het bijzonder in Zijn zogenaamde Bergrede, zouden wij gemakkelijk de indruk kunnen krijgen,dat Jezus tamelijk vrij met de wet van Mozes omging. De vraag is echter, of Hij dat ook werkelijk heeft gedaan. Heeft Jezus gebroken met de Thora?


Vele malen horen we Jezus zeggen:’Gij hebt gehoord, dat tot/ van de ouden gezegd is...; maar Ik zeg u...' (Matth.5: 21v, 27v, 31v, 33vv). Daarmee stelt Hij Zich zonder twijfel bewust op tegen de traditie van de uitleg van de wet, zoals die vooral in het Farizese Jodendom van Zijn dagen te vinden was. Hij hield Zich dus in bepaalde opzichten zeker niet aan de traditionele uitleg van de Thora, door 'de ouden' (de rabbijnse geleerden vóór en tijdens Jezus’ leven) gegeven. Hij hekelde hun angstvallige wijze van sabbatsviering (zie o.a. Joh.7 : 23). Hij zag in de vele afleidingsregels, door de Joodse leidslieden gemaakt, vaak een poging om aan de eigenlijke klem en ernst van het gebod van God te ontsnappen (zie o.a. Mark.7 : 11). Die regels waren voor Jezus meer een heining die Gods wet niet beschermde, maar veeleer beperkte. Jezus kritiseerde de veruitwendiging, het formalisme en de prestatiezucht, het hoogmoedig boven anderen staan, dat Hij waarnam juist bij hen die zich erop lieten voorstaan de wet te houden.
Maar bij al deze profetische kritiek van Jezus op de traditie, moet het voor Hemzelf en voor Zijn volgelingen hebben vastgestaan,dat Hij geen jota of tittel van de wet 1(wij zouden zeggen: geen punt noch komma) wilde afdoen. ‘Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden: Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen...Zo wie dan één van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.’ (Matth.5 :17,19)

Geen ontbinding van de wet, maar vervulling


Het is vooral in de zogenaamde Bergrede (Matth.5 - 7; Luk.6 : 17 -49), dat we Jezus één aanhoudend pleidooi horen voeren voor de handhaving van de heilige wet van God. ‘En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg en als hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem’ (Matth.5 : 1). Met het zicht op de schare die de wet niet kende - Zijn jongeren aan Zijn voeten (als in een leerhuis) - leerde Hij. Als machthebbende. En dat was een zeer concreet onderwijs.
U zult niet doden. Ja, maar u zult ook niet met uw broeder overhoop liggen. U zult niet echtbreken; maar ook geen vrouw aanzien om haar te begeren. En uw eigen vrouw zult u niet – om allerlei redenen – met een scheidbrief de deur uitsturen.U zult niet zweren; in het geheel niet.Het moet bij u niet wezen: oog om oog, tand om tand; maar als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe. Heb uw naaste lief, maar ook als dat uw vijand is. Zegen hen die u vervloeken. Doe wel degenen die u haten en bidt voor degenen die u geweld doen en die u vervolgen...
Wees volmaakt. Geef geen aalmoezen om door de mensen gezien te worden, maar laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet. Bid, maar niet om door de mensen gezien of gehoord te worden. Vast, maar met een gezalfd hoofd en een gewassen aangezicht. Dient de Mammon niet, maar wees onbezorgd als de vogeltjes en de leliën op het veld. Haal niet de splinter uit het oog van uw broeder, terwijl u de balk in uw eigen oog niet eens ziet. Ga in door de enge poort. Wees niet maar een hoorder van het Woord alleen. Wees een wijze bouwer die Mijn Woorden hoort en ook doet. In één adem. Met de gelijkenis van de wijze en dwaze bouwer besluiten zowel Mattheüs als Lukas hun weergave van de Bergrede (Matth.7 : 24vv en Luk.6:47vv).
Al deze woorden uit de Bergrede van Jezus (volgens het Mattheüs-evangelie) zijn er even zovele bewijzen van, hoe dodelijk ernstig en radicaal concreet Hij met de wet is omgegaan. Hij radicaliseerde het gebod van God. Hij ging ermee tot de wortel van de liefde. Hij brak niet met de wet. Hij ging er vierkant achter staan. Als een tweede Mozes.

Onuitvoerbaar?


Wie echter al deze woorden - in al hun radicaliteit - ernstig neemt, komt wel voor de vraag te staan, of Jezus het door Zijn Thora-onderwijs Zijn volgelingen niet veel moeilijker heeft gemaakt dan menige Joodse rabbi van Zijn dagen?
Aan de voet van de zgn Berg der Zaligsprekingen (in het zicht ven het Meer van Galilea)
Al die indringende en diepingrijpende woorden van de Bergrede, zijn die eigenlijk niet veel te hoog gegrepen? Is dat alles wel haalbaar voor een mens, in een wereld die vol is van geweld en bedrog? Staat dit alles niet als een onbereikbaar ideaal haaks op het harde leven van alle dag? Wat moet men aan met dat: De ander ook de linkerwang toekeren? Intussen slaat de hele wereld er maar op los. Met zoiets kan men ook in een rechtsstaat met politie, justitie en militie toch maar weinig aan. En wat moet men aan met dat ‘Leen aan ieder die van u lenen wil’, als men bankdirecteur is en bepaald een hoge rente moet eisen van zijn klanten?
Laat Jezus waarschuwen tegen schijnheiligheid, akkoord. Maar de puntjes zo op de i zetten als Hij doet in de Bergrede, dat is toch lichtelijk veel gevraagd. Zo iets lukt niemand. Als dit allemaal van christenen wordt gevraagd, zal Christus Zelf wel de laatste christen zijn geweest? Moet men niet - wil het leven een beetje leefbaar blijven – noodzakelijkerwijs wel met het heilig gebod van God wat de hand lichten? Zullen wij in de praktijk van alledag niet door allerlei mazen heen moeten zwemmen, om enigszins aan het ideaal dat ons in de Bergrede wordt voorgesteld, te voldoen? Jezus brak niet met de wet van God. Zeker, maar stelde Hij Zijn eisen daarentegen niet veel te hoog?

Niet hier en nu?


Het is om die reden, dat velen met de Bergrede maar moeilijk uit de voeten hebben gekund.
a. Velen hebben al deze geboden en verboden van Jezus uit het geheel van Zijn onderwijs los gepeld. Zij meenden, dat het allemaal wel goed was voor kloosterlingen die de kortste weg naar de hemel denken te kunnen bewandelen (goede raadgevingen, ‘consilia’), maar niet voor mensen midden in de praktijk van het dagelijkse bestaan (dus geen geboden, ‘precepta’ voor iedereen).
b. Anderen hebben er een soort ‘interims-ethiek’ in gezien (A. Schweizer). Goed voor het allerlaatst der dagen, onmiddellijk voorafgaand aan het einde van de wereldgeschiedenis. Als christenen buiten alle aardse levensverbanden zouden komen te staan, als een verdrukte en vervolgde minderheid.In die dagen zouden immers de dingen van de politiek, van het staatsleven, van de cultuur, van huwelijk en eigendom zo gerelativeerd worden als in de Bergrede geschied. Vooreerst echter - zo menen zij - kunnen we er maar moeilijk mee uit de voeten.

c. Nog weer anderen (M.Luther bijvoorbeeld)hebben de woorden van de Bergrede gelezen als woorden voor de private levenssfeer. Als christen bijvoorbeeld moet men weerloos willen zijn. Maar als overheidspersoon zal men toch het zwaard moeten hanteren. 2.
Een humanistisch ideaal?

Tegenover al deze opvattingen van de Bergrede waarin de woorden van Jezus in meerdere of mindere mate worden weggehaald uit het leven van hier en nu, staat nog weer een geheel andere opvatting die wel volle ernst wil maken met de boodschap van de Bergrede, maar die deze tegelijk isoleert van het totaal van de boodschap die Jezus bracht. Ik denk hier aan Tolstoi onder andere met zijn appèl op het geweten van de mens om weerloos en ontwapen(en)d door het leven te gaan? ‘Wedersta de boze niet.’ ‘Geen politie, justitie, gevangenis, leger, oorlog, staat.’



De woorden van Jezus sluiten op deze manier goed aan bij het gevoel van mensen die ‘met het gebroken geweertje’ door het leven gaan.3
Liever Paulus dan de Bergrede?

Nog op een andere manier echter kunnen wij proberen om aan de klem van de Bergrede te ontsnappen. Uit een zekere vrees voor wetticisme en perfectionisme laten wij dan al deze woorden maar voor wat ze zijn. We wenden ons liever tot Paulus en tot diens boodschap van de vreemde gerechtigheid die ons wordt toegerekend. In plaats van door de Bergrede herinnerd te worden aan onze roeping om christenen van de daad te zijn. De Bergrede kan er goed voor zijn om ons aan te klagen. Meer echter niet. Ze is er niet om in praktijk gebracht te worden. Want dat gelukt ons immers toch nooit.



Liever Paulus met Zijn kruisevangelie dan de Bergrede met zijn Mozaïsche Jezus.
Het kan duidelijk zijn, dat deze opvattingen van de Bergrede geen recht doen aan Jezus’ eigenlijke bedoelingen. Ze maken ook van Jezus een andere Jezus dan de Evangeliën ons verkondigen. Ze halen dit stuk onderricht van Jezus weg uit het volle leven of ze isoleren de Bergrede uit het geheel van Zijn onderwijs. In feite kunnen we er derhalve op geen enkele manier mee uit de voeten. Dit stuk van de Bijbel is nagenoeg uit de dagelijkse levenspraktijk van de kerk en van de christen verdwenen. Blijkbaar hebben wij de Bijbel dan toch wel heel selectief gelezen. Bedenken we tenslotte vooral ook, dat de ‘zaligsprekingen’ de inzet van de Bergrede vormen.

De Knecht des Heeren die Gods recht op aarde bestelt


Niet voor niets echter staat de Bergrede aan het begin van het Evangelie naar Mattheüs, een Evangelie dat als het ware een brug vormt van het Oude naar het Nieuwe Testament. Hier worden de lijnen doorgetrokken Hier wordt ons een Jezus aangewezen en aangeprezen die de lang beloofde en langverwachte Knecht des Heeren is, van Wie Jesaja zei, dat Hij het recht van God op aarde zou bestellen. Hier staat een Profeet voor ons, van Wie Mozes zei: ‘Een profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, ,als mij, zal u de Heere, uw God,verwekken; naar Hem zult gij horen’ (Deut.18 :15). ‘En Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal.’ (Deut.18:18b)
In Jezus - ook die van de Bergrede - zien we de Messias voor ons die door de ijver voor Gods heilige wet en voor de heiliging van Gods Naam op de aarde wordt verslonden. Vandaar Zijn vurige pleidooi voor een daadwerkelijk leven van zelfverloochening en onbaatzuchtig liefdebetoon. Dat is overigens ook kenmerkend voor heel het optreden van Jezus. Er is wel verondersteld, dat de evangelisten in de Bergrede spreuken van Jezus bijeen hebben gebracht, waarmee heel Zijn onderwijs gedurende de drie jaren van Zijn openbare optreden onder Israël als het ware doorweven was. Een gedurige oproep aan het adres van Zijn volgelingen tot een daadwerkelijk discipelschap.

De lijdende Knecht des Heeren van Jesaja 53


Tegelijk echter moeten we de boodschap van de Bergrede nog op een andere wijze verweven zien met het totaal van Jezus’ onderwijs. Jezus heeft meer gezegd dan wat ons in de Bergrede is bewaard. Hij trad niet slechts op als Leraar der gerechtigheid; met de wet van Mozes, tot in de wortel verklaard. Hij toonde ook in al Zijn woorden en daden de grote Heilskoning te zijn, in Wie het Koningschap van God op de aarde doorbrak. Hij ontzenuwde de machten. Hij nam het op voor het recht van de armen en verdrukten. Maar ook dat niet alleen. In Hem openbaarde zich tevens de lijdende Knecht des Heeren van Jesaja 53. Hij stelde Zijn ziel (= leven) tot een losprijs voor velen (Mark.10 : 45). 4 Hij was Zelf de Rechtvaardige van de Bergrede die stuk ging aan het recht van God. En dat niet zoals dat nu eenmaal altijd het geval is met iemand die de wet van zijn God serieus neemt. Nee, Hij nam dat lijden aan het recht van God op Zich als een plaatsvervangend lijden en sterven.

Overvloediger gerechtigheid

Op dat fundament - dat van Zijn verlossend handelen - rust ook de Bergrede. En alleen in de geloofverbondenheid met deze Leraar, Koning en Hogepriester krijgt ook de Bergrede zijn plaats in het leven van Zijn volgelingen. De wijze bouwer is hij die de woorden van Jezus hoort en doet (Matth.7 : 24vv). Want als Hij ons voor Zijn rekening neemt en wij Hem op het spoor komen, willen wij immers niet maar leven van Zijn beloften die ons genade en leven schenken. We gaan ook teren op Zijn bevelen waarmee Hij ons de weg wijst door het leven. We zien Hem, onze Bruidegom naar de ogen. ‘Hij kusse mij met de kussen van Zijn mond’ (Hoogl.1 : 2).


Wat dat betekent, zien we op de Pinksterdag (Hand.2). Daar krijgen al die kostelijke woorden van Jezus, ook van de Bergrede hun uitstraling. Staande in de volle gemeenschap met hun verheerlijkte Zaligmaker, met het vuur van Zijn Geest in hun hart en op hun hoofd, spreken zij de grote werken Gods uit. Hun aangezichten blinken als dat van Mozes, toen hij uit de onmiddellijke gemeenschap met God wegkwam op de Sinaï. En nu behoeven zij hun gelaat niet langer te bedekken (vgl. 2 Kor.3 : 12v). Nu kan het recht van God doorbreken en uitstralen. In woorden, maar ook in daden. De Heilige Geest schrijft hun Gods wet in het hart. Zij gaan met elkaar om, zoals Jezus het hen in de Bergrede had voorgehouden. Al die wijze Woorden van de Meester krijgen gestalte in het leven van alledag. Ja, hier hebben wij dan ook die overvloediger gerechtigheid waar Jezus over sprak.5

In de weg van de eschatologische heilsgave van de wederbarende Geest van Pinksteren wordt de Bergrede levenspraktijk. Doordat mensen, verslagen in het hart gaan roepen: ‘Wat zullen wij doen?’ (Hand.2:37b). Dan geen ongebreidelde zelfhandhaving meer, geen machts- en bezitsdrang die het leven beheersen, maar een uitdelen van de goederen aan elkaar. Niet de bezorgdheid van ‘wat zullen wij eten en wat zullen wij drinken en waarmee zullen wij ons kleden?’ Maar een leven als de vogels van de hemel die niet zaaien noch maaien en een leven als van de leliën op het veld. ‘Zie, hoe schoon zij bloeien.’ (Matth.6 : 25vv). Zo krijgt het recht van God gestalte in het leven, ook van alledag.6

Ondoenlijk?


Laat die gezindheid bij u zijn, die in Christus Jezus was (Fil.2 : 1vv). Wees een mens die met een volvaardig gemoed midden in het volle leven uw God dient. Is dat ondoenlijk?
J.de Graaf (De Bergrede, 58vv) geeft een indrukwekkend voorbeeld van wat het betekent om naar deze gulden regels, de grondwet van Gods Koninkrijk te handelen. Hij vertelt van een stel gevangenen tijdens de tweede wereldoorlog in een barak van een Duits concentratiekamp. Elke avond kwam een bewaker de barak binnen en iedere avond zocht hij dezelfde man uit om af te ranselen. Iedereen zag dit steeds in machteloze woede aan. Pogingen om hun medegevangene te beschermen, zouden tot geweld tegen allen leiden. De terreur was niet te doorbreken. Een ‘gesloten situatie’.

Op een avond echter stapte één van de gevangenen op de bewaker af en zei: ‘Als u dan beslist iedere avond iemand moet afranselen, neem dan vanavond mij eens voor de variatie’. De bewaker, aanvankelijk in verwarring over dit onverwachte spreken, reageerde: ‘Goed, ik zal vanavond jou nemen en niet die ander. En omdat je zo flink bent om jezelf aan te bieden, mag je zelf zeggen, hoeveel slagen ik je geven zal’. Waarop de gevangene antwoordde: ‘Dat laat ik graag aan uw geweten over’. ‘Ik heb geen geweten’, aldus de bewaker. ‘Natuurlijk hebt u een geweten’, zei de gevangene, ’anders had u mij allang afgeranseld’.

Daarna vertrok de bewaker. En hij kwam niet weer terug. Ook niet de volgende avonden. De aardigheid was er voor hem kennelijk af. Iemand had het bestaan om hem ook de linkerwang toe te keren.
Is dan toch de Bergrede er goed voor om christelijk in het leven van alledag te staan? Anders, liefhebbend, weerloos, kwetsbaar en ontwap(en)end tegelijk?

Juist in de gruwelijkste knelsituaties, juist in onze tijd waarin iedereen slechts voor eigen rechten meent te moeten strijden, juist dan komt het erop aan, dat er mensen blijven rondlopen op de aarde, die van vergeven weten en die zoveel hebben ontvangen, dat ze het niet laten kunnen om uit te delen. Opdat het Koninkrijk van God als gist (een zuurdeeg) alle verbanden van de samenleving zou doortrekken.


Dos moi poe stoo kai kinoo tèn gèn’- ‘geef mij een punt (standplaats) en ik kan de aarde bewe­gen’. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan de bekende Archimedes, de grootste wiskun­dige van de Griekse oudheid (3e eeuw v Chr.). Bekend is het verhaal over zijn ont­dekking van de zgn. waterverplaatsing, terwijl hij in bad zat. Daarbij riep hij uit: ‘Heurèka’ – ‘ik heb het gevonden’. Minder bekend is, dat hij ook de hefboom heeft uitge­vonden. Daaraan herinnert boven genoemde trotse uitspraak. Er moet een punt te vinden zijn, van waaruit men met een hefboom de aarde uit zijn voegen kan tillen.

Jezus onderwijst Zijn jongeren.

Zo’n punt is er inderdaad. Ergens anders dan Archimedes vermoedde. Zo’n punt waarmee de aarde bewogen is, is het kruis van Golgotha. Daar heeft onze Heere Jezus Christus ver­zoening tot stand gebracht door Zijn bloed­storting. Het is daardoor, dat de wereld­geschiedenis uit haar voegen is getild.
Maar ook het geloof in het Woord van de verzoening dat in ons is gelegd, is zo’n punt. Immers, dat geloof is het, dat de wereld overwint?! Door het geloof in een Zaligmaker als Jezus veranderen de dingen. In mijn eigen leven en in de wereld om mij heen. Terecht verwijst G. N. Stanton in zijn bijdrage over de Bergrede (Sermon on the Mount) in Dictionary of Jesus and the Gospels naar het meest radicale hart en de korte samenvatting van de Bergrede: ‘Maar Ik zeg u: heb uw vijanden lief … en bid voor hen die u geweld doen en die u vervolgen’ (Matth.5 : 44). En hij voegt er treffend aan toe, dat dit nog steeds relevant is voor ons zo goed als het dat was voor de mensen van de eerste eeuw. 7.
Ja en straks is er dan tenslotte weer zo’n punt. ‘Nog eenmaal zal Ik bewegen niet alleen de aarde, maar ook de hemel’ (Hebr.12 : 26). Hij komt eraan, Jezus, onze Verlosser. Om het ganse schepsel dat tezamen zucht en tezamen als in barensnood is tot nu toe, te bevrijden van de dienstbaarheid der verderfenis (Rom.8 : 18vv). ‘Komt, reis­genoten, ’t hoofd omhoog.’ Dan zal de aarde met al haar inwoners eruit zien, zoals de Bergrede ons voorhoudt.
Nee, de Bergrede is geen ‘overtollig aanhangsel’. Ze is de grondwet van Gods Koninkrijk. De smalle weg, de onderste weg.
Wees volmaakt (Hebr.’tamim’). Perfect? Nee, maar dat betekent dat woord ook niet. Het wil zeggen: wees een gaaf en toegewijd mens, een mens met een hart dat is samengevoegd tot de vrees van Gods Naam. ‘Helemaal toegewijd zijn, helemaal gericht zijn op God en de mensen.’ (W.R. van der Zee, Uit de bergrede; werkschrift van een gemeente bij Matteüs 5 tot 7; ’s Gravenhage 2e dr. 1977; blz.58)

Neem mijn leven,

Laat het Heer'

Toegewijd zijn aan Uw eer.



11.Zie H. L. Strack - P. Billerbeck, Kommentar zum NT aus Talmud und Midrasch, Leipzig 1926, I, S.244 ff. ‘De jod is de kleinste letter in het zgn. quadraatschrift; een tittel is een streepje of haakje, het minstbeduidend bestanddeel van de Schrift’(als een kroon op bepaalde letters geplaatst).’
De uitdrukking die Jezus hier gebruikt, is een aanduiding van de eeuwige duur van de Thora, naar Joodse opvatting het gevolg van haar hemelse preëxistentie.
In genoemde commentaar wordt verteld van rabbi Schimeon b.Jochai (plm.15O)die eens vertelde: ‘De jod welke God uit de naam van Sarai wegnam (Gen.17 : 15), vloog snel naar de troon van God en sprak: ’Heer der wereld, omdat ik de kleinste onder de letters ben, hebt U mij weggenomen van de rechtvaardige Sara’. Maar God antwoordde: ‘Te voren was jij in de naam van een vrouw en dan ook nog aan het einde van de letters, Sarai; maar nu zal Ik jou in de naam van een man plaatsen en dan als eerste van de letters; vgl.Num.13 : 16: ‘En Mozes noemde Hoséa, zoon van Nun, Jehosjoeah.’
Uit het woordenboek van de Online Bijbel: ‘Een tittel is een stip of letterstreep, een van de kleine schrifttekens waardoor sommige Hebreeuwse medeklinkers van elkaar onderscheiden worden. Nog kleiner dan de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet, de jod. Natuurlijk kan hierbij niet gedacht worden aan de klinkers en de accenten, die pas in de 6e of 7e eeuw toegevoegd werden.

Met de ‘jota’ wordt bedoeld de kleinste letter van het Griekse alfabet, zoals de ‘jod de kleinste is van het Hebreeuwse alfabet.




2.Zie J.de Graaf, In gesprek met de Bergrede; ’s Gravenhage 1957, blz. 33v.



3.Zie A.M.Brouwer, De Bergrede, Zeist 1933, blz. 175vv. Ook in de humanistische opvatting van de Bergrede wordt een vertekend beeld gegeven van Jezus’ eigenlijke bedoelingen. De staat b.v. is immers in Jezus’ ogen helemaal geen noodzakelijke institutionalisering van het met geweld verdedigde bezit. Wanneer er geen staat is, is er anarchie en krijgt het boze alleen maar de overhand. Juist ter wille van een samenleving waarin mensen elkaar ook de andere wang kunnen toekeren, is er de overheid. Zie ook, hoe Jezus in de Bergrede de grote raad (het sanhedrin) als de hoedster van de gerechtigheid waardeert.



4. Er is alles voor te zeggen om een tekst als Mark.10 : 45 die slechts op ondeugdelijke gronden als een stuk latere gemeente- theologie kan worden beschouwd, op te vatten als Jezus’ Zelfgetuigenis, waarmee Hij Zijn Messiasschap geïnterpreteerd heeft als vervulling van Jesaja 53 : 10. Zie L. Goppelt, Theologie des Neuen Testaments, Göttingen, 3e Auflage 1978, S.4O2, 421, 618.

Zie voor de verbondenheid van de Bergrede met het totaal van Jezus’ prediking van het Koninkrijk der hemelen: H.Ridderbos, De komst van het Koninkrijk.Kampen 1950. Zie ook A.M.Brouwer, De Bergrede.


5. Met deze uitleg is een andere interpretatie gegeven van het begrip ‘overvloediger gerechtigheid’ dan F. Boerwinkel doet in zijn boek Meer dan het gewone; over Jezus en zijn bergrede; Ambo; 5e aangevulde dr. 1977. Overvloediger is namelijk niet: verder reikend dan het bij de Schriftgeleerden gebruikelijke of dan wat als normaal wordt beschouwd. Het woord ‘overvloedig’ herinnert aan de overvloed van Pinksteren. Boerwinkel ziet het Evangelie vooral als een zaak van sociale betrokkenheid en programmatiseert o.i. de Bergrede tot een politiek en sociaal program. Maar voor de uitvoerbaarheid van de Bergrede is meer nodig dan ‘een gemeente waarin men elkaar warm maakt voor zijn taak in de wereld’.

In onze uiteenzetting over Jezus als Leraar der gerechtigheid wordt ook anders gesproken dan dat gebeurt in de beschouwingen van de Joodse geleerden Pinchas Lapide en David Flusser. Zij isoleren de Jezus van de Bergrede al te zeer van het beeld dat de totale boodschap van het NT ons m.b.t. Jezus biedt. Zie dr. Pinchas Lapide, Wie waren er schuldig aan de dood van Jezus? Ned.vert. Kampen 1988 en David Flusser, Jezus; De Haan Haarlem; 3e dr.1979.

De beslissende vraag blijft, of wij werkelijk op historisch verifieerbare gronden achter het Jezusbeeld dat de Evangeliën ons bieden, kunnen doordringen tot de echte historische Jezus. O.i. is het gesprek met het Jodendom op deze punten nog maar amper gevoerd.




6 En niet als op een eilandje van godzaligen waar het Koninkrijk van God is opgericht, los van alle aardse structuren (de Dopersen). J. Calvijn heeft ooit eens van de Bergrede gezegd, dat ze ‘de eeuwig geldende regel is om vroom en heilig te leven’.


7. G. N. Stanton in The sermon on the Mount/ plain in Dictionary of Jesus and the gospels. InterVarsity Press, U.S.A. 1992; p.735. Zie verder de opgesomde literatuur aan het slot van het artikel van Stanton.



  • Geen ontbinding van de wet, maar vervulling
  • Onuitvoerbaar
  • Niet hier en nu
  • De Knecht des Heeren die Gods recht op aarde bestelt
  • De lijdende Knecht des Heeren van Jesaja 53
  • Ondoenlijk

  • Dovnload 63.47 Kb.