Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (1)

Dovnload 60.61 Kb.

Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (1)



Datum05.12.2018
Grootte60.61 Kb.

Dovnload 60.61 Kb.






Intro
Dit eerste artikel gaat over de vraag of er een verband is tussen onze persoonlijkheid en onze manier van geloven. Nadat die vraag bevestigend beantwoord wordt, worden mogelijke koppelingen benoemd. De volgende keer wordt daarop dieper ingegaan.

Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (1)
Unieke mensen

U bent u, jij bent jij, ik ben ik. Alle mensen zijn unieke schepselen van God. Iedereen heeft veel eigenschappen in een bijzondere mix. Die mix geeft vorm aan onze persoonlijkheid of ons karakter (ik gebruik deze termen voor het gemak door elkaar, dat kan ook anders). Daarom doet u bepaalde dingen op uw manier, jij op de jouwe en ik op de mijne. U bent misschien zakelijk en doet het daarom goed in uw bedrijf. Of u bent zorgzaam en geniet daarom van het omgaan met verstandelijk gehandicapten. Jij bent mogelijk dapper ingesteld en gaat ’s zomers in je eentje de bergen in. Of jij bent juist wat voorzichtiger. Je onderneemt niet zoveel en houdt het graag bij het vertrouwde.

Kun je zeggen dat persoonlijkheden niet alleen van invloed zijn op wat je doet in de vakantie maar ook op je manier van geloven? Ik denk het wel. Kijk maar om u heen. Een lieve man is in de manier waarop hij met het geloof omgaat ook vriendelijk, voorzichtig. Een standvastige vrouw is ook in de dingen van het geloof vasthoudend. Ze laat zich niet zomaar ompraten.
Geloof beïnvloedt het karakter

Beïnvloedt bekering ons karakter? Die vraag werd in het Reformatorisch Dagblad van 27 -02-2009 gesteld aan ds Vinogradsky uit Oekraïne. Hij zei: ‘Ja, maar niet van de ene dag op de andere. Wie een driftige natuur heeft, moet groeien in geduld en zachtmoedigheid. Dat gaat niet vanzelf. God kan iemands karakter bovendien gebruiken voor zijn dienst. Zo heetgebakerd iemand is voor zijn bekering, zo charismatisch is hij na zijn vernieuwing’. Met andere woorden: de Heilige Geest doet mensen groeien in het geloof. Dat betekent ook dat ze gevormd en waar nodig bijgeschaafd worden. De oude mens moet een nieuwe mens worden. Krijg ik echter door het geloof een andere persoonlijkheid? Wordt een driftkikker een rustig type en de zachtmoedige persoon een krachtig leider? Nee, een driftkikker blijft dezelfde persoon, maar hij leert anders met zijn drift omgaan. Daarvoor heeft hij misschien hulp nodig. Daarvoor is gebed nodig. Een onzekere persoon kan door het geloof meer zelfvertrouwen leren. Hij of zij wordt daardoor niet een andere persoonlijkheid. De ‘nieuwe mens’ waarvan Paulus spreekt (Ef. 4:17vv) is de mens die naar God geschapen is en naar Christus leeft en daarom dagelijks wil wandelen als navolger van God, mét zijn eigen karakter. De apostel Petrus is daarvan een prachtig voorbeeld. Hij is een haantje de voorste. Hij loopt daardoor Jezus meer dan eens voor de voeten (Matth. 16:23). Na het herstel van zijn relatie met de Heere Jezus (Joh. 21) blijft Petrus nog steeds een haantje de voorste type. Alleen staat dat nu in dienst van zijn Heiland en in dienst van de gemeente. Lees de Handelingen der Apostelen maar!


Het karakter beïnvloedt het geloof

Het geloof kan onze persoonlijkheid bijschaven. We zien dus ook het omgekeerde: onze persoonlijkheid kleurt de manier waarop we uitdrukking geven aan ons geloof. Soms heeft zelfs wát we willen of kunnen geloven met ons karakter te maken. Analytisch denkende mensen zijn ook analytisch denkende gelovigen. Vrijgevochten types zijn niet de meest volgzame gelovigen. Dit is geen bedreigende gedachte, integendeel. Geloof staat niet los van ons mens zijn, het zweeft niet ergens boven ons hoofd. Het daalt in in ons mens zijn. Onze persoonlijkheid wordt niet afgeschaft maar vernieuwd en ingeschakeld in de dienst van God. Ik zeg wel dat we tegenover God ons nooit mogen verschuilen achter ons karakter. ‘Ik ben nu eenmaal zo…’ Het zou kunnen dat ik moeite heb met uitkomen voor de naam van God als ik een bangig karakter heb. Dat mag geen excuus zijn, wel een leerpunt.


Overeenkomsten

Alle eeuwen door hebben filosofen en psychologen en hobbyisten geprobeerd menselijke persoonlijkheden in te delen in groepen. Mensen lijken op elkaar. Daarom kunnen we karakters van mensen best in groepen indelen. Dan nog blijft staan: elk mens is uniek. Er zijn diverse cursussen die het zelfinzicht van mensen willen bevorderen door middel van een persoonlijkheidstest (‘the Big Five’, ’Enneagram’, ‘DISC’). Dan gaat het over extraverte en introverte persoonlijkheden en dergelijke. Dat laat ik verder rusten. Ik noem het, om bij voorbaat te laten weten dat het ook anders kan dan ik hier doe. Ik sluit mij namelijk aan bij een vierdeling uit de dieptepsychologie. Voor zover ik weet is die voor het laatst enthousiast beschreven door Dr W.Zijlstra, de man achter de klinisch pastorale vorming. In zijn boek ‘Op zoek naar een nieuwe horizon’ uit 1989 (Callenbach) werkt hij de psycho-analytische beschrijving van menselijke persoonlijkheden uit in de richting van de geloofsbeleving.


Pscho-analytische indeling

De officiële benamingen wil ik hier wel noemen maar snel vergeten. Zijlstra spreekt over de schizoïde, depressieve, dwangneurotische en hysterische persoonlijkheid. Dat zijn formuleringen die vanuit de scheefgroei zijn bedacht. Ik praat liever over



  1. Zelfstandige mensen. Die zijn onafhankelijk in hun doen en laten, maar daardoor ook afstandelijk.

  2. Afhankelijke mensen. Die zijn lief in hun doen en laten maar daardoor ook onzeker.

  3. Onveranderlijke mensen. Die zijn betrouwbaar in hun doen en laten, maar daardoor ook eigenwijs.

  4. Veranderlijke mensen. Die zijn levendig in hun doen en laten, maar daardoor ook wispelturig.

Deze karakters sluiten aan bij onze grondbehoeften. 1. Een eigen persoon ontwikkelen. 2. In relaties met anderen leven. 3. Wat belangrijk is bewaren, plichten doen. 4. Ontspannen, nieuwe dingen oppakken, genieten. De eerste en tweede spiegelen elkaar en de derde en de vierde ook. Ze spiegelen elkaar niet alleen, maar vullen elkaar ook aan.

Mensen zijn altijd een mengsel van de vier grondtypen, al overweegt er één type. U of jij die dit leest, bent dus een unieke mix: een beetje zelfstandig, een beetje afhankelijk een beetje onveranderlijk en een beetje veranderlijk. Dat moet ook wel, want anders kunt u niet functioneren. Maar: één van deze karakters stempelt u het meest. Dat is ook normaal. U kunt vertellen wat u het meeste van de vier en wat u het minste van de vier hebt.


Vier verschillende belevingen van het geloof

De persoonlijkheid van mensen heeft, zoals gezegd, haar uitwerking op alle levensterreinen. Ieder gelooft dus ook op een manier die niet losstaat van zijn karakter. Vervolgens kunnen we ook de manieren van geloven groeperen. Ik plak de belangrijkste stromingen uit het Jodendom ten tijde van het Nieuwe Testament op de vierdeling van de psycho-analyse. Daarmee doe ik ze geen recht. Ik gebruik ze slechts als kapstok. Kijk om u heen naar anderen, kijk naar u zelf. Hoe beleeft u vanuit uw persoonlijkheid het geloof? Alle varianten en mixen die mogelijk zijn komen uit in het genoemde grondpatroon van vier mogelijkheden. Er zijn:


1. Zelfstandige mensen. Zij zijn de denkers, die het geloof verstandelijk beleven. Vaak zijn ze eigentijds-kritisch. Die zijn de sadduceeërs in Jezus’dagen. Zij waren toen de moderne, verstandsgelovigen.

2. Afhankelijke mensen. Zij zijnde stille-tijd mensen, de gevoelsgelovigen. De mensen die het geloof samen met anderen beleven. Die zijn de essenen, de kloosterbroeders bij de Dode Zee in Jezus’dagen. Die aten samen, prezen samen God en studeerden samen in de boekrollen.

3. Onveranderlijke mensen. De plichtsgetrouwe gelovigen, de traditie-gelovigen, de wetskenners, de waakhonden. Zij willen vasthouden en bewaren. Die zijn de farizeeërs, met wie de Heere Jezus zo vaak botste.

4. Veranderlijke mensen. De vernieuwers, de vooruitstrevende gelovigen, de koplopers, de geestelijke avontu­riers, de mensen die in actie durven te komen. Die zijn de zeloten, die we ook tegenkomen in het evangelie, als verzetsmensen tegen de Romeinen.


Elke godsdienst, elke kerk kent sadduceeërs, essenen, farizeeërs en zeloten, al is het per groep of tijd verschillend wie dominant zijn. In onszelf zit ook de sadduceeër, esseen, farizeeër en zeloot. Wie daarvan dominant is, dat heeft met onze persoonlijkheid te maken. Het mooiste is als ze elkaar in evenwicht houden.
Waarschuwing

Wat ik doe lijkt gevaarlijk. Als we de psychologie op het geloof loslaten blijft er op het eerste gezicht niet zoveel van over. Dan wordt alles betrekkelijk, alleen al omdat er psychologisch geen onderscheid kan zijn tussen een christelijke of niet-christelijke manier van geloven. Ook de verschillen tussen christenen worden betrekkelijk. Is er bijvoorbeeld verschil tussen een onveranderlijke rooms-katholiek die alles bij het oude wil laten en een onveranderlijke reformatorische broeder die ook nooit van gedachten wil verande­ren? Psychologisch is er geen verschil. Ze houden beiden aan het eigen geloof vast omdat ze een hekel aan veranderingen hebben.

Psychologie kan daardoor ook wel schijnvroomheid ontmaskeren. Dat is een goede zaak. Het dode hout mag best uit de bomen waaien. Gaat de boom zelf niet om? Nee, niet als zij in de goede grond geplant en diep geworteld is. Houd dit vast: psycholo­gie beschrijft slechts de buitenkant van het leven, al gaat het over het onderbewustzijn. Psychologie is nooit meer dan beschrijving van verschijnselen. De psyche van een mens wordt ontrafeld, maar het hart van de mens blijft voor de psycholoog onvindbaar. Al is het honderd keer waar dat een mens op een zelfstandige, afhankelijke, onveranderlijke of veranderlijke manier gelooft, toch heeft het hart daar dwars doorheen zijn eigen reden om het geloof vast te houden. Die reden komt niet uit de mens voort: het is de liefde-verklaring van God voor een zondaar!

Intro
In dit tweede artikel wordt het verband tussen onze persoonlijkheid en onze manier van geloven nader uitgewerkt. In het eerste artikel is een vierdeling gemaakt tussen zelfstandige, afhankelijke onveranderlijke en veranderlijke persoonlijkheidstypen.
Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (2)
De zelfstandige persoonlijkheid

Zelfstandige mensen geloven op een verstandelijke, rationele manier. Bij hen zullen niet gauw de tranen over de wangen lopen bij het aanhoren van de 's zondagse preek. Ze hebben liever een nuchtere manier van geloven. Ze hebben weinig behoefte om het geloof samen met anderen te beleven. Deze mensen zijn dikwijls op het intellectuele niveau geïnteresseerd in geloofs­vraagstukken. Er zitten daarom theologen onder. Ze gaan zelfstandig om met de kerkelijke tradities en zullen zich niet door emoties laten leiden bij het handhaven of afschaffen ervan.

Dit kan gevolgen hebben naar twee kanten toe.

1. De moderne theologie, die gebroken heeft met het bevinde­­lij­ke (= gevoelsmatige) bijbelgetrouwe geloof, slaat bij deze mensen daarom nogal eens aan.

2. Zelfstandige mensen kunnen geloof en leven goed scheiden (soms te goed), ook de orthodoxe mensen. Op het verstands-niveau handhaven ze hun geloofsovertuiging, ze beleven daar misschien zelf niet zoveel van en gaan intussen in wereld en werkkring hun eigen gang, die vrij los staat van hun geloofsopvatting.

Hoe verrichten zelfstandige mensen kerkenwerk? Zij kiezen zelf wat ze willen of kunnen. Ze selecteren zelf uit het aanbod van werkzaamheden. Ze doen als hun dat beter lijkt vervolgens zonder problemen ook afstand van hun taken. Ze bekijken goed of dat nodig is voor henzelf, het gezin of hun baan. Wat ze doen, doen ze meestal goed, bijvoorbeeld leidinggeven.


De afhankelijke persoonlijkheid

Afhankelijke mensen beleven alles in relaties, ook het geloof. Mensen spelen er voor hen daarom een grote rol in (geloofsgesprekken, kringwerk!). In hun eentje hebben deze mensen moeite om gelovig te blijven. In het contact met anderen bloeit hun geloof op. Zij zijn ook aan te spreken op de persoonlijke relatie met God. Het geloof is voor hen een emotionele zaak. Wat ze geloven, willen ze ook beleven. Bovendien proberen ze de eisen van het geloof ook in praktijk te brengen, verantwoorde­lijk als ze zich voelen. Het zijn mensen die moeilijk los kunnen komen van wat de ouders hun hebben meegegeven. Daarom zullen ze de kerk van hun jeugd niet gauw verlaten. Als ze actief zijn in de gemeente ligt hun voorkeur bij het werken met mensen. Ze hebben pastorale gaven.

Deze mensen vragen veel van zichzelf. Zij denken dat anderen en ook God dat hen opleggen. Opofferingsgezind gaan ze door het leven. Ze denken zelf niet echt kritisch, of houden hun kritiek voor zich. Ze willen anderen nooit kwetsen. De troost van het evangelie is soms moeilijk te aanvaarden voor deze mensen omdat zij regelmatig tobben met schuldgevoelens. Ze durven dikwijls niet zoveel ruimte te vragen voor zichzelf. Dat anderen er mogen zijn, staat voor hen vast. Of ze er zelf mogen zijn en voor zichzelf mogen opkomen, vragen ze zich af.
Hoe verrichten afhankelijke mensen kerkenwerk? Ze zijn zo mogelijk altijd present. Zij zijn de enthousiaste kern van de christelijke gemeente. Meestal hebben ze meerdere taken na elkaar en soms een paar tegelijk. Deze mensen zijn ook trouw. Niet aan het baantje maar aan de mensen. Daarom zullen ze niet aan zichzelf denken en altijd bereid zijn tot helpen wanneer dat nodig is. De meest vervelende klusjes knappen ze op. Het gaat de verkeerde kant op als ze, net als Martha, het werk halfhartig gaan doen en klagerig worden. Ze gaan zich reddend slachtoffer voelen. 'Waarom moeten ze mij altijd vragen?' Vergeten wordt dan dat het probleem niet is dat altijd dezelfde mensen ergens voor gevraagd worden, maar dat altijd dezelfde mensen 'ja' zeggen, zelfs als ze eigenlijk 'nee' bedoelen.
De onveranderlijke persoonlijkheid

Onveranderlijke mensen houden van vaste gewoonten, ook in het geloofsleven. Ze slaan de ’s zondagse samenkomsten niet over, lezen altijd een vast aantal keren per dag uit de Bijbel en missen geen van de godsdienstige plichten, die ze zelf eenmaal geleerd en aanvaard hebben. Ze hechten aan tradities en zijn bang voor veranderingen. Dat betekent dat ze in de kerk een conservatieve factor zijn die vernieuwingen doorgaans tegenhouden. Dat doen ze niet om dwars te liggen, maar uit (on)bewuste angst voor chaos. Zij voelen zich veilig bij het oude vertrouwde. Komen er ondanks hun aanwezigheid toch vernieuwingen, dan zullen ze protesteren en zich er slechts met moeite bij neerleggen. De moderne theologie vindt bij deze mensen daarom minder aanhang, tenzij ze daarbij zijn opgevoed. Ongeacht welke opvattingen ze verdedigen, ze zullen dat altijd op een enigszins eigenwij­ze manier doen. Geloven in God valt voor hen soms samen met: alles bij het oude laten en de regels van kerk en geloof handhaven. Op bewaren gerichte mensen hebben iets onverzettelijks en hebben moeite om zich echt in te leven in andere mensen. Gevoelens zijn onzekere factoren en daarom een beetje bedreigend. Daarom zal pastoraal werk niet hun grootste gave zijn. Dingen uitleggen, ordenen, doceren en dergelijke gaat meestal beter.


Hoe doen zij het kerkenwerk? Deze mensen zijn trouw in het volbrengen van hun taak. Daarvan hebben gemeentes dus veel plezier! Ze zijn zo trouw, niet omdat ze zoveel van mensen houden maar uit plichtsbesef. Dat ze niet zozeer op mensen gericht zijn, blijkt soms uit hun soms bazige optreden. Ze kunnen zelfs aan hun taak vastroesten. Veertig jaar of nog langer zijn ze secretaris, organist of koster. Ze vinden hun taak belangrijk en voeren die nauwgezet uit. Dat is hun bescherming tegen al te veel werkdruk. Hun tijd is met hun ene taak al zo gevuld dat ze makkelijk ander werk van zich afhouden. Ze moeten bovendien niet teveel aan hun hoofd hebben. Dan verliezen ze hun overzicht. Dit zijn ook de mensen die soms met enige druk uit hun functie verwijderd worden. Uit zichzelf blijven ze te lang zitten. Hun onttroning kunnen ze nooit vergeten. Het kan hun oude dag vergal­len.
De veranderlijke persoonlijkheid

Veranderlijke mensen hebben een wispelturige manier van geloven. Trouw en ontrouw in de manier van geloven en van het kerkbezoek wisselen elkaar af, evenals de verstandelijke en de emotionele manier van het geloof beleven. Als teveel van hen gevraagd wordt aan gods­dienstige plichten haken ze liever af. Het moet allemaal een beetje vrijwillig blijven. Het dwangmatige en starre in het rechtzinnige geloof stoot hen af. Ze hebben een hekel aan een strakke orde van dienst en willen daarin graag experimenteren. Deze mensen denken nogal eens het in een andere groep of kerk beter te kunnen vinden dan in die van de opvoeding. Vaak is hun keuze dan nog tijdelijk. Ze veranderen ongetwijfeld nog wel eens van gemeente.

Zijn ze vurige gelovigen, dan zijn ze ook goede zendelingen (dan echt in het oerwoud of een achterbuurt, niet op een rustige plek) en evangelisten. Enthousiast, fantasierijk en moedig doen ze hun werk (en stoten hun hoofd zo menigmaal!) Ze vechten zich erdoorheen. Een zekere zucht naar avontuur, ijdelheid en soms ook opdringe­righeid kan hen hierbij niet ontzegd worden. Ze zijn graag zelf aan het woord. Als hun geloof gestempeld wordt door hun negatieve eigenschappen, zijn ze dweperig en fanatiek en lijkt hun manier van geloven op een vroom toneelstuk. Ze zijn dan erg vatbaar voor geloven in een roes, zo mogelijk in een massa mensen. Daarna volgt nog wel eens een kater.
In het kerkenwerk kun je genieten van het enthousiasme van deze mensen. Helaas kun je soms niet op hen bouwen. Het ene jaar zijn ze vurig enthousiast voor een taak in de gemeente, het andere jaar zie je hen niet meer. Ze missen soms een beleidslijn en trouw. Ze houden van variatie. Ze lijken het meest op een strovuurtje. Het is makkelijk aan te steken, brandt goed, laait hoog op en is zo weer uit. Ze kunnen ook de mooiste plannen opperen, maar lang niet altijd komt er iets van terecht.
Zelfstandige mensen hebben moeite met de emoties van het geloven en liefhebben en gaan verstandelijk en zelfstandig om met het al dan niet aanvaarden van Gods geboden. Afhankelijke mensen hebben niet zoveel moeite met het liefdegebod en de eis om trouw te zijn. Onveranderlijke mensen, hebben, plichtsgetrouw als ze zijn, geen moeite met geboden. Zij hebben wel moeite om echte liefde weg te schenken.Veranderlijke mensen hebben zowel moeite met geboden, als met trouw zijn in het liefhebben. Dus bij hen gaat bij uitstek op, dat de eis van het evangelie niet naar de mens is. Dat kan zwaar voor hen zijn!
Acceptatie

Ik hoop dat bovenstaande kennis tot meer acceptatie leidt. Laten we van elkaar aanvaarden dat we niet alleen verschillend zijn qua persoonlijkheden maar (dus!) ook in de manier waarop we geloven. In Gods gemeente hebben we elkaar allemaal nodig. Zonder zelfstandige gelovigen zou het in de kerk te kritiekloos, soft worden. Er zou te weinig goed doordachte visie zijn. We zouden elkaar weinig te leren hebben. Zonder afhankelijke gelovigen zou het er te kil en liefdeloos worden. Onderling pastoraat zou niet leven. Zonder op bewaren gerichte gelovigen zouden we ons uitleveren aan de tijdgeest en veel goeds kwijtraken. We zouden het zicht op de traditie verliezen. Zonder op veranderen gerichte gelovigen zou de kerk een gesloten burcht worden in plaats van een reddingsboot voor de wereld. Er zou te weinig beweging en vernieuwing zijn.

Ik hoop dit echt, maar ik weet dat niet iedereen deze visie wil overnemen. Bijvoorbeeld onveranderlijke gelovigen en veranderlijke gelovigen willen helemaal niet in één schuitje zitten…

Intro
In dit derde artikel wordt het belang van kennis over persoonlijkheidstypen onderstreept. Vervolgens wordt naar een balans gezocht tussen de genoemde typen.
Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (3)
Persoonlijkheden en kerkgeschiedenis

Ik begrijp mijn kerkgeschiedenis beter als ik de vier persoonlijkheidstypen en geloofsstijlen ken. Hoogtepunten en dieptepunten in de kerkgeschiedenis hebben met Gods werk en het werk van de Boze te maken. Dat ging en gaat echter dwars door het functioneren van mensen heen. En die mensen hebben bepaalde persoonlijkheden. Dat blijft meestal onderbelicht. Elke reformatie, maar ook elke kerkscheuring en kerkenfusie heeft te maken met persoonlijkheden van mensen. Kersten en Schilder hadden bijvoorbeeld een uitgesproken persoonlijkheid en daarmee hebben ze grote invloed uitgeoefend op hun medestanders en ook flink gebotst met tegenstanders.

Ik begrijp ook verschillende kerken en groepen beter en waarom de ene groep groeit en de andere kleiner wordt. Niet iedere persoonlijkheid voelt zich immers thuis in een kerkelijke gemeente met bepaalde kenmerken. Bijvoorbeeld reformatorische kerken vinden hun aanhang vooral bij afhankelijke en onveranderlijke mensen. Dat maakt die kerken stabiel. Er zijn geen grote veranderingen (soms zelfs geen kleine) en het pastoraat loopt meestal goed. Toch zijn ze niet erg aantrekkelijk voor de buitenwacht. In onze tijd propageert onze samenleving namelijk zelfstandigheid en verandering, precies het omgekeerde. Dat zuigt veel mensen uit de orthodoxie weg. Evangelische gemeenten zijn bijvoorbeeld aantrekkelijker voor moderne, zelfstandige en op verandering ingestelde mensen.

Pastoraat

Ik vind de onderscheidingen ook belangrijk voor het pastoraat. Dan gaat het erom de neurotische vormen die bij de verschillende persoonlijkheden horen te kennen. Dat zijn als het ware de pijnlijke ontsporingen. Zijlstra bespreekt ze uitgebreid in zijn al genoemde boek ‘Op zoek naar een nieuwe horizon’. Als bijvoorbeeld de afhankelijke persoonlijkheid verwordt tot een depressieve persoonlijkheid, heeft dat gevolgen voor de geloofsbeleving. De pastor moet zo iemand dan niet bevestigen in gelovige afhankelijkheid maar juist stimuleren tot zelfstandigheid. Als de veranderlijke persoonlijkheid narcistische trekken krijgt, kijk dan uit dat zo’n persoon niet de leiding krijgt in de gemeente! De neurotische ontsporingen moet een pastor ook onderkennen in bijvoorbeeld het huwelijks- en gezinspastoraat. Als de onveranderlijke persoonlijkheid tiranniek is voor partner en gezinsleden en dat verdedigt met een beroep op de bijbel, moet een pastor toch maar niet al te veel eerbied hebben voor die vroomheid. Kortom: enige kennis van persoonlijkheden en scheefgroei daarvan is onmisbaar in het pastoraat. H.J.Bodisco Massink doet een onderzoek naar de verwevenheid tussen geloof en persoonskenmerken in ‘Met meer dan hart en ziel, levensbeschouwelijke diagnostiek, geestelijke zorgverlening en context’ (onder redactie van dr Johan Bouwer, Ecclesia, Gorinchem 2000). Hij koppelt geloofskenmerken aan de persoonlijkheidsstoornissen van de DSM-IV lijst (het wereldwijde classificatiesysteem van psychische problemen uit de geestelijke gezondheidszorg). Dat sluit aan bij Zijlstra’s betoog en is nog weer gedetailleerder.


Geen noodlot

Hoe wordt een mens zoals hij is? Waar komt onze persoonlijkheid / ons karakter vandaan? Onze persoonlijkheid is niet ons noodlot. Ieder normaal mens – helaas zijn er ook mensen psychisch beperkt of ziek – krijgt of vormt zijn persoonlijkheid van drie kanten.

1. Ieder mens krijgt elementen van zijn karakter mee in de genen. We hebben allemaal trekjes van vader of moeder.

2. Ieder mens wordt gevormd door zijn of haar omgeving (gezin, school, kerk, samenleving), met name in de jeugd.

3. Ieder mens heeft eigen creativiteit waarmee hij zelf werkt aan zijn persoonlijkheid. Op dit punt kan ik ook zeggen: gelovigen ontvangen visie en kracht van God om zo nodig te werken aan zichzelf. (Denk maar weer aan de driftkikker die geduldiger moet worden.)

Ik durf niet te zeggen voor hoeveel procent een mens gevormd wordt door erfelijkheid, vorming in de jeugd en eigen creativiteit. Het zal niet netjes drie keer 33 procent zijn. Dat doet er ook niet zoveel toe. Het kan zo zijn dat ik prachtige bouwstenen geërfd heb van mijn ouders, redelijke bouwstenen heb meegekregen vanuit mijn omgeving en dat ik toch een krotje maak van mijn levenshuis. Bij punt drie gaat het mis. Het kan ook zo zijn dat ik matige bouwstenen geërfd heb, dat ik beschadigde stenen heb meegekregen vanuit mijn jeugd en dat ik toch een redelijk geriefelijk levenshuis weet op te bouwen. De Heilige Geest verandert mijn geërfde karaktertrekken niet. Hij maakt wat er gebeurt is in mijn jeugd niet ongedaan. Hij kan mij er wel mee leren leven, al moeten er de nodige stenen voor op de schaafbank. Al heb ik er therapie voor nodig.

Omdat onze persoonlijkheid niet ons noodlot is, is het zinvol om te werken aan een evenwichtige persoonlijkheid. Daarbij kan wat wij in de gemeente doen helpend zijn. Prediking, pastoraat, vorming en toerusting. Mits theologie en visie in de gemeente zelf niet al te eenzijdig zijn… Dat is wel een lastig punt, mede omdat we ook voorzichtig moeten zijn om daarover een oordeel uit te spreken.
Een christelijke levenshouding

In de gemeente mogen wij elkaar in de prediking, in het pastoraat en in het kringwerk voorhouden wat hoort bij een evenwichtige christelijke levenshouding. U bent misschien bijna vergeten dat ik gezegd heb dat ieder mens een mix is van de persoonlijkheidstypen, maar dat één type meestal overheersend aanwezig is. Al blijven wij onszelf, we kunnen elkaar helpen te zoeken naar een (meer) evenwichtige mix. Zijlstra werkt die ook uit in zijn boek (blz. 259-269). Laten wij zelfstandigheid en afhankelijkheid, onveranderlijkheid en veranderlijkheid in evenwicht proberen te brengen. Het is mooi om eraan bij te dragen dat een zelfstandig mens niet ontspoort in onverschillige afstandelijkheid, maar leert om hartelijk lief te hebben. Ook andersom is het geweldig. Een afhankelijke persoonlijkheid werkt aan de eigen, gezonde autonomie en daar mag een pastor bij helpen. Onveranderlijke, verkrampte mensen kunnen open gaan voor ontspanning en nieuwe uitdagingen. Onrustige, altijd maar op verandering gerichte mensen, kunnen leren gehoorzamen en leren waarderen wat de traditie te bieden heeft.

Ik ga nu wat punten op een rijtje zetten. Ik geef deels andere termen, om dichter bij bijbelse woorden te komen. Zonder volledig te kunnen zijn, noem ik enige aspecten van de christelijke deugden (karaktertrekken!) zelfstandigheid, liefde, gehoorzaamheid en vrijheid.
Zelfstandigheid is:

a) mensen, dingen en zichzelf kritisch kunnen beoordelen;

b) keuzes maken en verantwoordelijkheid dragen voor zichzelf;

c) bereid zijn tegenover de ander verantwoording af te leggen;

d) enkeling durven zijn in de navolging van Christus.
Liefde (de goede afhankelijkheid!) is:

a) zich openstellen voor de ander, zonder façades;

b) de ander liefhebben, zichzelf kunnen verloochenen;

c) zichzelf aan de ander toevertrouwen, zonder zich uit te leveren;

d) zich openstellen voor de kritiek en de lof van de ander.
Gehoorzaamheid (de goede onveranderlijkheid!) is:

a) de ander 'horen', naar hem luisteren;

b) de grenzen van de levensruimte van de ander niet overschrijden uit machtsbegeerte of egoïsme;

c) de geboden in acht nemen, niet om de geboden op zich, maar om in vrijheid en liefde te leven;

d) volharden in het geloof en de christelijke levenswandel, zonder perfectionistisch-verdienstelijk te willen zijn.
Vrijheid (de goede veranderlijkheid!) is:

a) zichzelf en de ander ruimte geven om zich te ontplooien;

b) vrij zijn tót en niet vrij zijn ván leven met de ander;

c) vandaag kunnen genieten;

d) biddend en werkend vóórtgaan en open staan voor nieuwe dingen.
Echte zelfstandigheid is onmogelijk zonder eerlijke overgave, gehoorzaamheid en vrijheid. Echte overgave is onmogelijk zonder de goede zelfstandigheid, gehoorzaamheid en vrijheid. Zo hebben ook de gehoorzaamheid en de vrijheid de andere eigenschappen nodig om evenwichtig te kunnen zijn. Zelfstandigheid, overgave, gehoorzaamheid en vrijheid zijn op alle terreinen van het leven nodig, thuis in de opvoeding en ook in het samenleven in de gemeente.
Paulus

We moeten geen psychologische inzichten van vandaag in de bijbel inlezen. Het is wel zo dat door psychologische inzichten van nu, bepaalde bijbelwoorden gaan opvallen. Paulus zocht al naar de balans tussen zelfstandigheid, liefde, gehoorzaamheid en vrijheid. Tegen de vreesachtige Timotheüs zegt hij (2 Tim. 1:7): wees niet zo bangig, maar wees krachtig (zelfstandig!), liefdevol en gematigd, dat is in evenwicht. En, bijvoorbeeld in Galaten 5 roept hij op om in de vrijheid te staan en vervolgens koppelt hij de vrijheid aan dienstbaarheid en liefhebben en houdt hij de vrijheid ver van losbandigheid.

De Grieken voedden hun kinderen op tot autonome, zelfstandige mensen. Daartegenover plaatst het Nieuwe Testament het opvoeden in liefhebben, zonder dat de zelfstandigheid van mensen daarmee genegeerd wordt. Die wordt in balans gebracht. De Joden voedden hun kinderen op tot zonen en dochters der wet: gehoorzaamheid en onveranderlijkheid staan centraal. Daartegenover plaatst het Nieuwe Testament: leven in de vrijheid van Christus. Een méér open, op verandering en vernieuwing gericht leven is er niet. Toch gaat de gehoorzaamheid niet overboord en ook de traditie niet. Ook hier gaat het om de balans.

Als wij die balans weten te bewaren in onszelf, in onze gezinnen en in de gemeente, is dat geen verdienste maar vrucht van de Heilige Geest.


Te beknopt

Ik heb deze artikelen met vreugde en aarzeling geschreven. De aarzeling zit ‘m in de beknoptheid. Ik kan de dingen nauwelijks evenwichtig uitwerken. U krijgt al lezend vragen, maar die heb ik, al schrijvend, ook. Ondanks dat, hoop ik dat u aan het denken gezet bent over de relatie tussen onze persoonlijkheid en onze manier van geloven. Gebruik het als spiegel en niet om een ander te veroordelen.








  • Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (1)
  • Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (2)
  • Geestelijk leven en onze persoonlijkheid (3)

  • Dovnload 60.61 Kb.