Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Gemeente ingelmunster

Dovnload 1.14 Mb.

Gemeente ingelmunster



Pagina7/7
Datum05.12.2018
Grootte1.14 Mb.

Dovnload 1.14 Mb.
1   2   3   4   5   6   7
STANDPUNT 2: UNIZO PLEIT VOOR EEN GEMEENTE DIE GOED IN ELKAAR ZIT

2.1. Wanneer zit een gemeente goed in elkaar?

Een ondernemer is met meer bezig dan enkel zijn eigen zaak. Hij is met zijn onderneming alvast een heel actieve stakeholder in de gemeente. Niet alleen geeft hij met zijn onderneming een toegevoegde waarde aan de gemeente, bovendien zijn heel wat ondernemers aangewezen op de gemeentelijke dynamiek. Zo heeft een handelaar er alle belang bij dat het bevolkingsaantal groeit, dat de koopkracht toeneemt, dat de handelskern bereikbaar is, dat wonen in de binnenstad wordt gepromoot, … Een hotelier wil dat toeristische attracties aanwezig zijn, dat er evenementen worden georganiseerd. Een bedrijfsleider wil dat zijn bestaand en toekomstig personeel graag wil en kan wonen dichtbij het bedrijf. En zo kan men voor elke ondernemer argumenten verzamelen die pleiten voor een aantrekkelijke, dynamische gemeente. Vandaar dat UNIZO met dit standpunt wil aangeven dat iedere gemeente zich moet gedragen als een ondernemende gemeente, in het belang van de ondernemer maar vooral in het belang van de gemeente zelf.

Er zijn volgens UNIZO zeven belangrijke bouwstenen om een dynamische, ondernemende gemeente te kunnen realiseren. Ten eerste een sterke handel in kern en periferie. De handelskern is dé motor van de gemeente, hou die draaiend en de toekomst van de gemeente is verzekerd. De handel in de periferie speelt een rol die de kern niet kan verwezenlijken, ook dit complementair aanbod moet een plaats krijgen. Ten tweede een doordachte ruimtelijke ordening waarbij niet zomaar iedere activiteit in een aparte zone wordt gestopt maar waar vanuit een kernversterkende visie gestreefd wordt naar het opladen van gebieden met verschillende functies en waarbij flexibiliteit en pragmatisme constante reflexen zijn. Ten derde een realistische kijk op mobiliteit, niet zomaar herleid tot het verbannen van gemotoriseerd verkeer uit de kern en het omleiden ervan naar de volgende gemeente maar een mobiliteit die ervoor zorgt dat zowel kern en periferie met alle vervoersmodi vlot bereikbaar zijn. Ten vierde, een duurzaam woonbeleid waarbij de financiële draagkracht van de gemeente in rekening wordt genomen: van klein rijhuis tot exclusieve villa, voor elke woontypologie wordt ruimte voorzien. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat wonen en werken perfect samen kunnen gaan. Ten vijfde, werkgelegenheidsbeleid, iedere zichzelf respecterende gemeente wil aan haar bevolking de kans geven om te werken in eigen streek. De gemeente kan een sleutelrol spelen in het afstemmen van de werkloosheid op de werkgelegenheid door coördinerend op te treden in de waaier aan organisaties die actief zijn rond begeleiding, opleiding en sociale economie. Ten zesde, toerisme en horeca, een belangrijke bouwsteen waar steeds meer ondernemers zich in manifesteren. Deze ambassadeurs van de gemeente zijn essentieel om van een dynamische, aantrekkelijke gemeente te spreken. Ten zevende, uitstraling, een bouwsteen die moeilijk te vatten is maar die zowel zichtbaar als voelbaar is: netheid, veiligheid, goed gevoel, ambiance en imago komen hier ter sprake.

Een belangrijke schakel in de ketting, of om in onze beeldspraak te blijven, de mortel waarmee de bouwstenen tot een stevige muur worden gestapeld, is de ondernemende mens. De ondernemende mens die zich verenigt in de straat, de buurt, de vereniging, de politieke partij en de onderneming. Deze mensen zorgen ervoor dat een gemeente écht een dynamische gemeente wordt. Zij zijn het die kleur geven aan de straat, de tent opzetten voor het buurtfeest, tot laat vergaderen boven het café, de voetbalclub sponsoren met tijd en geld, enz.

Activeer, moedig aan, ondersteun en beloon de ondernemerszin in alle burgers van een gemeente. Dit is een noodzakelijke voorwaarde die als een rode draad doorheen het gemeentebeleid moet lopen. Zonder dynamische mensen ontstaat er geen levendige gemeente. Zoals een leraar de ondernemingszin van zijn leerlingen kan bemoedigen die met nieuwe ideeën komen aandraven of zich niet zomaar neerleggen bij bestaande gewoontes, zo kan ook het gemeentebestuur burgers met ideeën, initiatieven, plannen bemoedigen. Maar vaak zien we ondernemingszin ontmoedigd worden. Het lijkt immers gemakkelijker als leerlingen en burgers braaf in het rijtje lopen. Maar dat is een gevaarlijke vergissing.

Kortom, een gemeente moet er alles aan doen opdat deze groep van dynamische mensen alle kansen krijgt om hun ondernemerszin in te zetten ten dienste van de gemeenschap.

2.1.1. HANDELSBELEID



- waarover gaat het? -



Handelsbeleid is een gemeentelijke bevoegdheid

Hoe de handel zich ruimtelijk het best organiseert leest men in de tekst over de bouwsteen ‘2.1.2. ruimtelijke ordening’. In deze bouwsteen wijzen we op het belang van handel voor de gemeente.

Sinds de lancering van het Vlaams Mercuriusproject in de jaren ’90 is bij vele steden en gemeenten het inzicht gekomen dat zij wel degelijk instrumenten en hefbomen in handen hebben om een handelsbeleid te voeren. Voorheen bestond nog teveel de mentaliteit dat handel geleid wordt door de economische krachten van de markt en dat men als overheid alleen maar kon toekijken hoe een handelsstraat floreerde of in verval kwam.

Intussen staat in iedere gemeente handel op de agenda van het college. Helaas niet altijd op een goede manier. Bij vele gemeenten is de slinger in de verkeerde richting doorgeslagen en worden de instrumenten om een handelsbeleid te voeren op een ondoordachte manier ingezet. Zo hebben we in de voorbije decennia vele handelskernen zien wegkwijnen door het ongebreideld toelaten van nieuwe baanwinkels in de periferie of door het onverantwoord wegsnoeien van parkeergelegenheid, door het ontmoedigen en afsnijden van autoverkeer, door het verwaarlozen van het openbaar domein, enz.

De recente winkelnota van Minister-President Peeters biedt een kader en mogelijkheden om een onderbouwd handelsbeleid te ontwikkelen.

Een kader voor de economische krachten

Veel gemeenten zijn er helaas van overtuigd dat handelsbeleid ‘maakbaar’ is zoals cultuur- of sportbeleid. Zij zijn echter vergeten dat handelsbeleid rekening moet houden met economische krachten die niet altijd evolueren in de richting die de gemeente voor ogen heeft. Het mooiste voorbeeld is de beslissing van vele gemeenten om onder het mom van bijkomende jobs grote handelscomplexen toe te laten in de rand met als gevolg dat de handelskern na verloop van tijd wegkwijnt. Vele steden en gemeenten hebben in de voorbije decennia door schade en schande deze beslissing als een boemerang in hun gezicht terug gekregen. Hoewel velen tegen deze economische logica aangelopen zijn, wordt tot op vandaag nog altijd hiertegen gezondigd. Het is aan de overheid om de lijnen te trekken waarbinnen deze economische krachten zich kunnen manifesteren om zo het beste resultaat voor de gemeente, en uiteindelijk ook voor de ondernemer, neer te zetten.

Vandaar dat UNIZO een opdracht ziet voor zowel handel in de kern als handel in de periferie. Beiden hebben een specifiek aanbod en een rol te spelen in de dynamiek van de gemeente. Alleen moet voor beiden een duidelijke plek en kader gecreëerd worden waarbinnen zij zich kunnen ontwikkelen.

Intrinsieke en extrinsieke dynamiek

Van zodra het kader vastligt, is het belangrijk om de intrinsieke dynamiek te laten spelen. Regeldrift en regelneverij zijn in het handelsbeleid uit den boze. Geef ondernemers vertrouwen door het scheppen van duidelijkheid omtrent de contouren waarbinnen wordt gewerkt en geef aan diezelfde ondernemers alle kansen om hun zaak te ontwikkelen. Subsidies (vb. renovatiepremie) en belastingen (vb. leegstandsheffing) kunnen handig zijn om een bepaald gedrag aan te moedigen of te ontraden maar uiteindelijk is de meest duurzame dynamiek deze die van binnenuit op gang komt. Kortom, zorg dat de krijtlijnen duidelijk zichtbaar zijn, geef binnen die lijnen alle beweegruimte aan de handelaars, ga in permanent overleg met hen, motiveer hen financieel en logistiek waar nodig. Ondernemers nemen risico’s maar ze proberen deze risico’s zo goed als mogelijk in te schatten. Geef hen vertrouwen en wij garanderen op die manier voor het handelsbeleid de grootste kans op succes.



- hoe pakt u dit in de gemeente het beste aan? -

Een sterke handelskern in het hart van de gemeente

Een handelskern is voor een kleine gemeente een (deel van een) straat, voor een grotere gemeente een winkelstraat en voor een stad een cluster van verschillende straten. De gemeenschappelijke opdracht voor iedere stad en gemeente die haar handelskern veilig wil stellen, is de opmaak van een plan omtrent de toekomst ervan. Doe dit met de steun van mensen die hierin ervaring en deskundigheid hebben.

Handelaars, of ze nu zelfstandig zijn dan wel tot een internationale winkelketen behoren, hebben zekerheid nodig, een kader waarin ze kunnen werken. Vandaar dat het belangrijk is dat hun een houvast wordt aangereikt door een duidelijke visie te formuleren rond dé winkelkern van de gemeente. Wees realistisch bij het stellen van de ambities door deze te baseren op een duidelijke swot-analyse en een scherpe geografische afbakening van de handelskern. In dit plan zullen over de handelskern uitspraken worden gedaan over:

- pandenbeleid: aanpak van de strijd tegen leegstand, wonen boven winkels, bestand met beschikbare panden,…

- veiligheid en netheid: aanpak van zwerfvuil, blauw op straat, …

- bereikbaarheid en parkeren: link met mobiliteitsplan, parkeercapaciteit, bewegwijzering,

- openbaar domein: renovatie en inrichting van de winkelstraten, bebloeming, verlichting,…

- overleg en samenwerking: organisatie van evenementen, promotionele acties, aantrekken van nieuwe winkels,…


  • Voer het plan uit in samenwerking met de handelaars

Dit plan wordt best opgemaakt in samenspraak met de handelaars en wordt na de goedkeuring ervan duidelijk gecommuniceerd, zowel binnen als buiten de gemeente. Als de handelaars dit plan ervaren als ‘hun’ plan, dan is de realisatie ervan reeds voor de helft verwezenlijkt. Zij moeten uiteindelijk zorgen voor de dynamiek, het enthousiasme in de winkelkern. Niettemin is de ultieme fase van een plan nog altijd de uitvoering: de gemeente moet dit plan vertalen door inzet van financiële middelen en mankracht, zo niet blijft het dode letter en verliest de handelaar zijn vertrouwen. Het is belangrijk dat de gemeente een ambtenaar hiervoor verantwoordelijk stelt. Lees hierover meer in 3.1. basisvoorwaarden in de gemeentelijke organisatie.

De complementaire rol van handel in de periferie

  • Bouw een complementaire handelspool uit in de periferie

De opdracht omtrent planmatige aanpak die omschreven werd voor de handelskern wordt best overgedaan voor de handel in de periferie. Zoals in de aanhef van - 2.2.1. Handelsbeleid - wordt vermeld is het belangrijk om de beide handelspolen in de gemeente in evenwicht te houden. Ook hier wordt een duidelijke visie verwacht die zich vertaalt in een helder plan van aanpak, zo niet zal deze handelszone een ongecontroleerde groei kennen die zich uiteindelijk tegen de gemeente zal keren.

Deze complementaire handelsactiviteit wordt best verankerd in een kleinhandelszone wat een stedenbouwkundig instrument is om deze winkelketens rechtmatig te lokaliseren. Opnieuw moet deze zone berekend worden op basis van de grootte van de gemeente, haar aantrekkingsgebied en de impact op de handelskern.

Deze zone wordt vastgelegd in een Ruimtelijk Uitvoeringsplan met minimum de volgende voorschriften :


  • hoofdzakelijk bestemd voor ruimtebehoevende kleinhandel, waaronder kleinhandel in vervoermiddelen, bouwmaterialen, doe-het-zelf-artikelen, tuincentra, kleinhandel in woninginrichting (meubelen, keukens, …), kantoorinrichting

  • minimum bruto-oppervlakte van 1000 m² per unit – niet opdeelbaar in kleinere units

  • weigeren van horeca op deze locaties

  • op vlak van mobiliteit gelegen zijn op goed ontsloten locaties

Aanvragen van nieuwe solitaire winkels (“baanwinkels”) langs gewest- en invalswegen van steden en gemeenten voor stedenbouwkundige en socio-economische vergunningen worden daarom het best geweigerd. Moedig hen aan om, ook in hun eigenbelang, zich binnen de kleinhandelszone te vestigen.



  • Wees alert voor de impact van shoppingcentra

UNIZO hanteert hier dezelfde maatstaven als voor alle andere grootschalige handelsvestigingen. Indien het gaat om geïsoleerde, perifere projecten met een wezenlijk aanbod van typische shoppingartikelen is dit voor ons onaanvaardbaar. Dit heeft immers een te grote negatieve impact op de eigen en omliggende handelskernen. Er zijn in Vlaanderen intussen voldoende voorbeelden van de schade die verkeerd gelokaliseerde shoppingcentra kunnen aanrichten. Shoppingcentra moeten maximaal verweven worden of dicht aansluiten op bestaande handelscentra.

  • Geef voldoende aandacht aan buurtwinkels

Voor landelijke, uitgestrekte gemeenten is het wenselijk dat in de opmaak van bovenstaande plannen ruimte wordt voorzien voor buurtwinkels. Deze winkels die uitgebaat worden door zelfstandigen en voornamelijk voedingsproducten verkopen hebben een belangrijke rol in kleine kernen: zowel een buurtverzorgende rol alsook een sociale rol. Zij zijn meestal de ontmoetingsplaats van de buurt en voorzien in de basisbehoeften van de lokale bevolking. Dit type van winkels moet gesteund en gestimuleerd worden. Bij de beslissing over socio-economische vergunningen dient in ieder geval het effect op deze buurtwinkels duidelijk overwogen worden. Een gemeente kan zelfs verder gaan met een financiële stimulus in de vorm van een buurtwinkelpremie.

Wij zijn ervan overtuigd dat door de nabijheid, de service, de sociale verwevenheid en de daarmee gepaarde tijdswinst, de buurtwinkel op termijn terug in de lift zal zitten.



- Bijzondere aandacht voor volgende prioriteiten -

2.1.2 RUIMTELIJKE ORDENING

- waarover gaat het?-

Ruimtelijke ordening is op gemeentelijk vlak een van de belangrijkste beleidsdomeinen omdat hier de kaart wordt getekend waarop iedere burger, organisatie of onderneming die zich wil vestigen, zijn plaats toegewezen krijgt.

Het ‘ajuinmodel’

UNIZO verdedigt op stedenbouwkundig vlak al jarenlang het ‘ajuinmodel’. Dit is geen wetenschappelijk onderbouwde theorie maar is als metafoor handig om het principe van kernversterkend beleid uit te leggen. Een gemeente ontwikkelde zich doorheen de eeuwen vanuit haar historische kern en telkenmale groeide een nieuwe schil er omheen. Essentieel in deze visie is de ontwikkeling van een sterke kern en een complementaire periferie die als pool en anti-pool een evenwicht moeten bereiken.



Een sterke kern

Een sterke kern betekent dat in het hart van de gemeente een aantrekkelijke, dynamische sfeer heerst. De kern is meer dan winkels alleen en mag zeker niet beperkt blijven tot die ene functie. Integendeel, de vermenging van handel met functies als horeca, wonen, diensten, cultuur en recreatie laden de kern op met bijkomende energie en ambiance. Dé motor is echter de handelskern, het hart van de ajuin: zonder sterke handelskern, geen sterke kern. Een handelskern is een duidelijk afgebakend gebied waar een aaneengesloten gevelrij van handel en horeca op het gelijkvloers aanwezig is. Andere functies worden voorzien boven deze handelszaken en aan de rand van dit winkelgebied. Enkel door concentratie van de handelszaken kan dit handelsapparaat als motor fungeren, zo niet verwatert het duidelijk profiel en verliest het aan kracht. Om in de beeldspraak van het ajuinmodel te blijven: als de kern van de ajuin wegrot, dan sterft op den duur de hele plant af.

De complementaire rol van de periferie

De periferie is het gebied dat zich heeft ontwikkeld rond het historisch centrum van de gemeente. Iedere gemeente en stad heeft zich rondom haar historisch hart met nieuwe cirkels en lintbebouwing uitgebreid. Telkens ontstond een nieuwe periferie, in de 19de eeuw met de industriële revolutie, in de 20ste eeuw met de buitenwijken en ringen en in de 21ste eeuw wordt een nieuw gebied aangesneden. Doorheen de eeuwen was telkens de uitdaging om het centrum van de gemeente in het centrum te houden en niet te laten verschuiven naar de periferie. De handelsfunctie is hierbij essentieel. Wanneer het handelsapparaat naar de rand wordt gezogen, verliest de gemeente haar dynamische hefboom en loopt het centrum letterlijk leeg. In de periferie is plaats voor functies die niet bijdragen tot de versterking van de kern omwille van de nood aan grote oppervlaktes of omwille van de druk die ze uitoefenen op de leefbaarheid van de dichte kern. Deze periferie is de uitgelezen omgeving voor sportinfrastructuur, bedrijventerreinen en grootschalige detailhandel. De spanning zit hem echter in die laatste. De economische dynamiek van deze grootschalige handel kan zo sterk worden dat zij een verstikkend effect heeft op de handelszaken in de kern en hiermee de motor van de kern stil kan leggen. De uitdaging bestaat erin om dit spanningsveld onder controle te krijgen en aan de perifere handel een opdracht te geven die aanvullend, complementair is. Meer nog, een goed gekozen programma voor die periferie kan zelfs versterkend werken voor de kern.

Zowel in de kern als in de periferie moet ook aandacht en ruimte zijn voor kleinere productieondernemingen die perfect inpasbaar zijn en die de band tussen wonen en werken kunnen versterken.

Een laatste schil rondom de periferie moet vrijgehouden worden voor open ruimte en landbouw. De eventuele inname van deze schaarse ruimte moet goed overwogen worden en kan slechts na efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte binnen de bestaande schillen.

Een goede doorstroom

Een belangrijke voorwaarde om het hart blijvend te doen kloppen is de toevoer van klanten, bewoners, toeristen en leveranciers. De doorstroom binnen zowel de periferie als de kern maar nog meer vanuit de periferie naar de kern is essentieel. Daarom moet gestreefd worden naar een optimale bereikbaarheid via alle vervoersmodi naar de kern, zo niet wordt de toevoer vernauwd en op termijn afgesneden.



Dit ontwikkelingsmodel voor de gemeente is volgens ons de enige juiste strategie. De voorbeelden van steden en gemeenten die gezondigd hebben tegen dit model zijn legio. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ is bij deze letterlijk te nemen. Steden die in verval zijn geraakt hebben een lange herstelperiode ondergaan om de economische krachten in de gemeente terug op hun plaats te krijgen.

Daarom pleit UNIZO voor een sterke kern en een complementaire rol voor de periferie.



Het ruimtelijk ordenen van dynamiek

Planologen worstelen in het ruimtelijk ordenen meermaals met de groeidynamiek van de maatschappij. Geregeld wordt het planningsproces ingehaald door de tijd wanneer nieuwe ontwikkelingen vragen om een onmiddellijke reactie vanuit ruimtelijke ordening. De Vlaamse en gemeentelijke economie is constant in beweging. Zo heeft de de-industrialisering ervoor gezorgd dat de planologische termen uit de jaren ’70 zoals ‘industriezone met milieubelastend karakter’ en ‘ambachtelijke zone’ vervangen werden door ‘regionaal en lokaal bedrijventerrein’ waarbij zuivere productie helemaal niet meer de hoofdbestemming is. Daarnaast zijn er voorbeelden als de schaalvergroting in de landbouwsector waarbij sommige boerderijen heuse bedrijfscomplexen zijn geworden, de opgang van de vrijetijdseconomie heeft dan weer de vraag naar plaats en ruimte voor de toeristische- en recreatiesector doen ontstaan. Het meest sprekende voorbeeld zijn de historisch gegroeide zonevreemde bedrijven. Meestal zijn zij als eerste in een buurt neergestreken maar zijn ze wegens succes gegroeid tot een schaal waardoor de woonbuurt, die zich in de jaren rond het bedrijf heeft gevestigd, zich tegen dat bedrijf is gaan keren. Telkens gaat dit gepaard met spanning en weerstand maar telkens moet op een of andere manier deze dynamiek ruimtelijk gekanaliseerd worden.



- hoe pakt u dit in de gemeente het beste aan? –

  • Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan met economische inslag

Het GRS of gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is misschien wel het belangrijkste plan van de gemeente. Het is belangrijk omdat in dit plan de ruimtelijke vertaling staat van de toekomstvisie van de gemeente. Dit GRS moet ambitieus zijn in die toekomstvisie door aan te geven hoe de gemeente klaar is om nieuwe groeikansen te grijpen. Ook ambitieus door aan te geven dat de gemeente klaar is om de steeds evoluerende maatschappij voor te zijn door het definiëren van verschillende scenario’s. Na het lezen van het voorgaande moet duidelijk zijn dat UNIZO verwacht dat het principe van kernversterkend beleid verankerd wordt in het GRS.

Een GRS opmaken is werk voor een studiebureau. Het is echter aan de gemeente om regisseur te blijven van het werkstuk en de format van opmaak, en meestal ook de inhoud, die het studiebureau voorstelt niet als enige waarheid aan te nemen. Het ambitieniveau van het GRS ligt tevens in het onderscheidend karakter dat het heeft ten opzichte van andere gemeenten. Bovendien hebben de meeste studiebureaus niet de economische reflex binnen hun manier van aanpak waardoor hun planologie veelal prioriteit geeft aan de woonfunctie, zachtere sectoren en waar ecologische overwegingen primeren.



  • Het inbouwen van flexibiliteit en vermenging van functies

Op basis van het GRS worden ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) opgemaakt die de grote beleidskeuzes vertalen in concrete plannen voor deelgebieden en deelsectoren van de gemeente. Het is belangrijk om in de opmaak van deze plannen telkens voldoende flexibiliteit in te bouwen en niet vast te rijden in stringente voorwaarden die slechts één mogelijk scenario of functie toelaten. Ook moet voldoende aandacht zijn voor het toelaten dat functies zich kunnen mengen binnen een ruimtelijke zone. Het laten samenkomen van verschillende functies als wonen, werken en vrije tijd zorgt voor een interessante synergie die te verkiezen is boven een strikt afbakenen van eendimensionale zones waar wonen, werken en ontspanning op een onnatuurlijke manier afgeschermd zijn.

  • Informeren en communiceren is essentieel

Het is vanzelfsprekend dat de burger en ondernemer in de gemeente bijzonder goed op de hoogte moeten zijn van wat op til is op het vlak van ruimtelijk ordening. Echter, vanzelfsprekend is dit in de praktijk helemaal niet. Daarom vragen wij aan de gemeente om zich niet te verschuilen achter de wettelijk voorziene informatieplicht die zowel naar vorm als naar inhoud decretaal is bepaald. De doelstelling is om duidelijk te informeren wat er aangevraagd of in behandeling is. Kies daarom voor een open communicatie waarbij alle kanalen worden ingezet om heldere informatie, in ‘mensentaal’, te geven en waarbij tevens de mogelijkheid tot vraag en antwoord wordt voorgesteld. Het NIMBY-syndroom (‘not in my backyard’) waarmee sommige ondernemers te maken krijgen, wordt meestal veroorzaakt door het verstrekken van gebrekkige of niet correcte informatie.

We zien in Vlaanderen grote verschillen in de rol die toebedeeld wordt aan de GECORO. Waar in sommige gemeenten de GECORO wordt ingezet om goed te kunnen aftoetsen of stedenbouwkundige plannen voldoende draagvlak hebben, zien we in andere gemeenten dan weer dat de GECORO een verplichte, pro forma bijeenkomst is. We hoeven niet uit te leggen dat UNIZO pleit voor de eerste keuze. Slechts op die manier zijn wij zeker dat de UNIZO ondernemersvereniging een duidelijke inbreng kan doen in belangrijke plannen en projecten die een impact hebben op vele ondernemers. UNIZO doet dan ook een oproep om de GECORO met de nodige ernst samen te stellen, de leden – vrijwilligers, burgers zonder planologische kennis - goed te helpen in het realiseren van hun rol, structureel in te zetten en telkens rekening te houden met hun onderbouwd advies.

- Bijzondere aandacht voor volgende prioriteiten -

2.1.3. MOBILITEIT



- waarover gaat het? -

Mobiliteit is geen doel op zich

De functies die een gemeente wil uitoefenen, zullen slechts slagen als de mobiliteit in de gemeente in orde is. Toch is mobiliteit geen doel op zich, maar een essentieel middel om de doelen te kunnen bereiken. Mobiliteit is veel meer dan verkeerskunde of vervoerskunde.



Mobiliteit moet domeinoverschrijdend bekeken worden

Mobiliteit is onlosmakelijk verbonden met ruimtelijke ordening: zij dient tot het verbinden van de functies van het gebied. Dit kan best gegroepeerd worden in een globale visie, in een mobiliteitsplan, dat geïntegreerd wordt in de ruimtelijke uitvoeringsplannen. In alle andere plannen die de gemeente maakt, moeten de keuzes op gebied van ruimtelijke ordening, én dus van mobiliteit, een belangrijke factor uitmaken. In het mobiliteitsplan wordt rekening gehouden worden met de keuzes die voor de andere plannen gemaakt worden. Een permanente wisselwerking dus.



Mobiliteit moet grensoverschrijdend bekeken worden

Qua mobiliteit kijkt de gemeente ook verder dan haar eigen gemeentegrenzen. Fietspaden of routes voor zwaar verkeer stoppen daar nu eenmaal niet. Openbaar vervoer, beleveringen, .. worden gebiedsgebonden aangepakt. In goederenvervoer-plannen, omleidingsplannen, .. wordt intergemeentelijk samengewerkt.



Ondernemers worden betrokken

Bij elke maatregel die een effect heeft op ondernemingen, wordt er eerst overlegd met de ondernemers. Er is een goed participatietraject uitgewerkt, dat verder gaat dan het louter informeren van de ondernemers.



De gemeente als regisseur

De gemeente is de regisseur van het verkeer op haar wegen. Zij zorgt ervoor dat openbare en private werken vlot kunnen uitgevoerd worden, maar beperkt de lasten voor de andere ondernemers. Zij coördineert alle werken, zowel van private aannemers, als van nutsmaatschappijen, en alle andere actoren, met een consequent vergunningenbeleid.



- Hoe pakt u dit in de gemeente het beste aan? -

  • Ondernemers worden betrokken bij de opmaak van het mobiliteitsbeleid

Een ondernemersvriendelijke gemeente zal bij de opmaak van het mobiliteitsbeleid rekening houden met de noden en verzuchtingen van de handelaars en bedrijven. Concreet moet een ondernemersvriendelijke gemeente er bij het opmaken van een (intergemeentelijke) mobiliteitsconvenant en eventueel mobiliteitsplan over waken dat de lokale handelaren en bedrijven voldoende betrokken zijn gedurende het hele proces. Dit kan het best via de Gemeentelijke Begeleidingscommissie. Essentieel is dat het om een wisselwerking gaat tussen de verschillende partijen. In die zin is een loutere informatiedoorstroming onvoldoende, maar enkel een startpunt om het mobiliteitsbeleid in samenspraak met de ondernemerswereld uit te werken.

  • Mobiliteit moet domeinoverschrijdend bekeken worden

Elk plan dat in de gemeente opgemaakt wordt, bevat ook een luik mobiliteit. De Schepen of Ambtenaar van Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en/of Economie toetst de afstemming van de plannen op elkaar grondig af.

  • Mobiliteit moet grensoverschrijdend bekeken worden

Er wordt een structureel overleg georganiseerd met betrekking tot materies die grensoverschrijdend moeten bekeken worden. Enerzijds is er een algemeen overleg op vaste tijdstippen, anderzijds wordt er voor bepaalde materies extra overleg in specifieke werkgroepen georganiseerd. De Schepen of ambtenaar bevoegd voor Economie wordt bij deze overlegvergaderingen betrokken.

  • Beschouw bereikbaarheid als troef voor de gemeente

De gemeente maakt er een erezaak van haar goede bereikbaarheid als troef uit te spelen. Via dynamische systemen zorgt zij voor real-time informatie en signalisatie over de bereikbaarheid. Ook de bereikbaarheid van bedrijventerreinen met onder andere openbaar vervoer moet een aandachtspunt zijn voor de gemeente. Zo kan de gemeente doordacht nieuwe stopplaatsen mee (financieel) ondersteunen.

  • Duid een minder-hinder-coördinator aan voor bovenlokale werken

De gemeentelijke minder-hinder-coördinator volgt ook de grensoverschrijdende werken, of werken op een ander grondgebied die gevolgen hebben voor de ondernemers op het eigen grondgebied op. In die optiek is het belangrijk dat hijzelf alle werken binnen de gemeente, ook die van de nutsmaatschappijen, tijdig en correct invoert in de website www.wegenwerken.be.

Hij bewaakt de omleidingsroutes en signalisatie, en zorgt voor een goede communicatie naar de ondernemers toe.



- Bijzondere aandacht voor volgende prioriteiten -

2.1.4. TOERISME EN HORECA



- waarover gaat het? -

Horeca & Toerisme = gemeentelijke economie

Toerisme is een moeilijk te vatten, complex product want het bestaat uit de samenstelling van verschillende elementen zoals erfgoed (cultuurhistorische bezienswaardigheden en lokale volkscultuur), vrije tijds- en recreatie-aanbod (fietsen en wandelen, sport, wellness, shopping, plaatselijke evenementen, verenigingsleven,… ) maar ook alle ondernemers in de toeristische sector.

Toerisme is geen duidelijk afgelijnd product en zit verweven in verschillende beleidsdomeinen (mobiliteit, milieu, cultureel erfgoed, economie, …). Voor UNIZO hoort toerismebeleid eigenlijk bij economisch beleid. Het doel van toerismebeleid moet namelijk zijn: het creëren van toegevoegde waarde, zowel voor de gemeente als voor de ondernemers.

De toeristische sector op gemeentelijk vlak zijn de hotels, restaurants, cafés, B&B’s maar ook alle ondernemers in de vrijetijdsfeer zoals wellness, fitness, pretpark, …

Niet alleen de toeristische sector zélf moet aandacht hebben voor de ontwikkeling van toerisme, ook de andere ondernemers hebben er alle belang bij om actief mee te denken en te werken aan de toeristische kwaliteiten en aantrekkingskracht van hun omgeving. Een gemeente of een streek wordt slechts interessant voor de bezoeker, als de bewoners en ondernemers de verblijfskwaliteit ervan zelf hoog inschatten.

Toerisme creëert opportuniteiten voor alle ondernemers

Het ontwikkelen van een totaalpakket voor toerisme waarbij alle ondernemers een bijdrage leveren, creëert opportuniteiten. Het is belangrijk dat ondernemers de mogelijkheden die binnen een gemeente zijn optimaal benutten. Zo kan de horeca bijvoorbeeld inspelen op wellness of streekproducten door samenwerking en uitbouw van creatieve en aanlokkelijke arrangementen met andere ondernemers, zo kan de fietsenmaker een verhuur van fietsen voor toeristen starten, zo kan de handelaar een lokaal product naar voor schuiven.



- Hoe pakt u dit in de gemeente het beste aan? -

  • Beschouw toerisme en horeca als een volwaardig beleidsdomein

In een dynamische gemeente zijn horeca en toerisme volwaardige beleidsdomeinen die au sérieux worden genomen. In het toeristisch beleid komen zowel elementen van cultuur, sport, evenementen, ruimtelijke ordening, milieu, mobiliteit als economie samen in één bevoegdheidsgebied. Dit vraagt een duidelijke bevoegdheidstoewijzing binnen het schepencollege en om een specifieke beleidsnota ‘Toerisme’ waarin speciale aandacht wordt besteed aan horeca. Dit zou zich zelfs kunnen vertalen in een schepen met zowel de bevoegdheid economie als toerisme.

Aangezien toerisme zich steeds afspeelt in een ruimere omgeving, de toerist bezoekt zelden slechts één gemeente maar eerder een streek, is het belangrijk dat het toeristisch beleid van de gemeente geënt is op de toeristische streekvisie.



  • Zorg voor een sterke samenwerking en goede inspraak

Om te komen tot een toeristisch aantrekkelijke gemeente is samenwerking inzake het ontwikkelen van zowel nieuwe toeristische producten als het streven naar een goede kwaliteit de boodschap. De gemeente moet de rol van regisseur opnemen en de verschillende actoren uit de private sector en de bovenlokale overheid op regelmatige basis bijeen brengen in het zoeken naar nieuwe opportuniteiten.

  • Ontwikkel samen nieuwe toeristische producten

De gemeente moet haar taak opnemen om de uitbouw van arrangementen te stimuleren en op die manier de toeristische productontwikkeling bevorderen. Belangrijk hierbij is om de toeristische bezienswaardigheden te koppelen aan een commerciële activiteit. Bijvoorbeeld, zorg ervoor dat de recreatieve verplaatsingen (fiets- en wandelroutes, ruiterpaden, …) voldoende gelinkt zijn aan de handel en horeca in de gemeente.

Streekproducten dienen tevens opgenomen te worden in de toeristische productontwikkeling. Verkoop en promotie van streekproducten is belangrijk voor de beleving van een streek en gemeente. Het legt een onmiddellijk verband tussen toerisme en de gemeentelijke economische activiteit. De gemeente heeft hierin een belangrijke rol te spelen via begeleiding en sensibilisering. Het is bijvoorbeeld belangrijk om ook de horeca aan te moedigen om streekproducten naar voor te schuiven op hun menukaart.



  • Kies de horeca als bondgenoot

Horeca vervult niet alleen een sociale rol maar heeft ook een belangrijke opdracht als verzamelpunt van mensen met diverse achtergrond, bovendien vervult zij een belangrijke opdracht als eerste aanspreekpunt voor bezoekers en toeristen. Als toeristische ambassadeurs bepalen zij door hun aanbod, klantvriendelijkheid maar ook met het uitzicht van hun zaak, mee de aantrekkelijkheid van de gemeente. Overweeg daarom om samen met hen een horecabeleidsplan te schrijven.

Een horecabeleidsplan is een document dat een kader schept voor de ontwikkeling van horeca in de gemeente en een antwoord biedt op de vraag hoe we het horecabeleid kunnen verbeteren en welke acties we hiervoor zullen ondernemen.



Hierin staan doelstellingen rond het gezamenlijk aantrekken van klanten/bezoekers naar de horecazaken, het afspreken van kwaliteitseisen, het afstemmen van horeca op evenementen, het gebruik en inrichten van terrassen, het vermijden van overlast.

Gemeentelijke economie wordt best geïntegreerd in de toeristische communicatie van en over de gemeente. Ook de toeristische sector maakt op haar beurt de link naar de gemeente door zowel in communicatie als in promotie telkens te verwijzen naar het toeristisch aanbod. Op die manier wordt een win-winrelatie opgebouwd.

- Bijzondere aandacht voor volgende prioriteiten -

2.1.5. WOONBELEID

De inwoners zijn vanzelfsprekend het menselijk kapitaal van de gemeente. Zij zijn als het ware de aandeelhouders van de gemeente en verwachten van de verkozenen dat zij zich voluit inzetten om maatschappelijke winst te creëren. Maatschappelijke winst vertaalt zich in de realisatie van een aantrekkelijke, dynamische gemeente.

Voor de ondernemers zijn deze inwoners een essentiële bron, ofwel als potentiële klanten voor hun commerciële activiteit, ofwel als potentiële werknemer van hun bedrijf. Zowel in hoedanigheid van klant als van werknemer zijn de inwoners van de eigen gemeente de meest loyale groep. De nabijheid zorgt ervoor dat klanten gemakkelijkst te bereiken zijn voor hun regelmatige aankopen en dat werknemers een job verkiezen die dichtbij hun woonplaats is gesitueerd.



De gemeente als microkosmos

De gemeente is in België de kleinste institutionele eenheid waarin mensen worden verzameld. Een gemeente groepeert binnen haar grenzen mensen en biedt hun een eigen uitgebreid pakket op het vlak van welzijn, vrijetijd, wonen, veiligheid, economie, … aan. De financiering van dit volledig aanbod aan dienstverlening gebeurt voor het grootste deel uit eigen middelen, gegenereerd uit belastingen. Het is daarom noodzakelijk om een financieel evenwichtig draagvlak te hebben in de gemeente. Dit draagvlak moet zich daarom vertalen in een evenwichtig aanbod van verschillende woontypologieën. Het is daarom belangrijk om op het vlak van woonbeleid het volledig palet aan woningen, van bescheiden rijhuis tot exclusieve villa te kunnen aanbieden op het grondgebied. Dit evenwicht is tevens te vertalen naar de belangen voor de ondernemer. Ook hij heeft nood aan een aanbod van klanten met verschillende koopkracht en behoeften maar ook aan personeel met een divers opleidingsniveau en ervaring. Bovendien moet de gemeente ook in haar woonbeleid rekening houden met de verschillende doelgroepen: sociaal zwakkeren, studenten, hulpbehoevende ouderen,… die wordt vertaald in sociale huisvesting, studentenkamers, serviceflats,…



De gemeente als laboratorium

De schaal van een gemeente leent zich ook perfect tot het uittesten van ideeën en maatregelen. In het voorwoord schreven we al dat in een gemeente het nog mogelijk is de polsslag van de ondernemer te voelen. In een gemeente horen en voelen de beleidsmensen heel snel of iets al dan niet goed zit. Burgemeesters en schepenen weten sneller en beter dan hun Vlaamse en Federale collega’s welke samenlevingsproblemen er zijn en of een maatregel al dan niet effect heeft en geapprecieerd wordt door de bevolking. Op die manier is de gemeente een laboratorium waar de grote maatschappelijke problemen en uitdagingen waarvoor Vlaanderen staat op het terrein uitgetest en aangepakt kunnen worden. Het garanderen van de leefbaarheid voor haar burgers is voor de beleidsmakers dan ook dé grootste opdracht waarvoor zij staan.



Wonen én de woonomgeving

Wonen in de gemeente beperkt zich voor nieuwe inwoners niet alleen tot het vinden van een bouwgrond of een geschikt huis aan een goede prijs. Wat even belangrijk is, is de omgeving waarin de woning is gevestigd. Hiermee bedoelen we niet enkel de fysieke omgeving met factoren als verkeersveiligheid, netheid, groene omgeving en vrij van vandalisme en criminaliteit maar ook het uitrustingsniveau van de gemeente: het aanbod aan onderwijs, cultuur, sport, jeugd, recreatie, handel, welzijn en jobs.



- Hoe pakt u dit in de gemeente het beste aan? -

  • Werk aan een evenwichtig woonpatrimonium

Of eenvoudig geformuleerd: zorg ervoor dat iedereen naar eigen vermogen een huis kan vinden in de gemeente. Zorg er als gemeente voor dat de verschillende woontypologieën voorzien zijn die zich op hun beurt vertalen in een waaier aan woningen in verschillende prijscategorieën. Voor UNIZO is het essentieel dat het wonen in de kern versterkt en gepromoot wordt. Zoals in ‘2.1.3. Ruimtelijke Ordening’ vermeld, is het belangrijk dat de vermenging van functies zoals wonen, werken en vrijetijd zoveel mogelijk aangemoedigd wordt. Een minimum aan goede woonkwaliteit is vanzelfsprekend de ondergrens.

Schakel het sociaal woningbeleid tevens in die opdracht van kernversterking. Kies niet meer voor de grootschalige sociale woningbouw maar ga eerder gericht te werk via kleinschaligere inbreidingsprojecten in de kern van de gemeente. Pak op die manier verloederde panden en achtergestelde straten aan. Die gerichte ingrepen kunnen een hefboom teweeg brengen voor de straat en zorgen alvast voor een goede sociale mix in de gemeente, eerder dan de sociale klassen in de gemeente zonaal te gaan indelen. Zorg er in ieder geval voor dat die sociale mix gehandhaafd blijft en voel tijdig aan wanneer een straat of buurt gaat afglijden naar een verpauperde uitstraling met woningen van lage kwaliteit.



Het karakter en herkenbaarheid van een gemeente wordt voor een groot stuk bepaald door het historisch patrimonium waarover zij beschikt. De gemeente moet er alles aan doen om het architecturaal erfgoed zoveel als mogelijk in eer te houden. Zij doet dit best door eigen initiatieven te nemen maar vooral door het stimuleren en waarderen van privaat initiatief om oude woningen met karakter een nieuwe functie te geven. Deze doelstelling heeft opnieuw zijn effect op het kernversterkend beleid waarvoor UNIZO pleit: deze historische panden liggen voornamelijk in het historisch centrum van de gemeente. Deze panden renoveren is een essentiële opdracht in de herwaardering van de kern. De gemeente moet in deze opdracht echter voldoende realisme aan de dag leggen en ervoor zorgen dat deze ambitie niet doorslaat in regelneverij zonder rekening te houden met de financiële gevolgen voor de eigenaar van het betreffende pand.

Wees kritisch en ambitieus op het vlak van kwaliteit in architectuur en publieke ruimte. Nog teveel gemeenten tonen weinig durf en moed om architecturaal hun nek uit te steken. Tenslotte, kwalitatief hoogwaardige moderne architectuur is het erfgoed van de toekomst. Een combinatie waarbij de oudere bouwstijl naast en in nieuwbouw wordt geïntegreerd, kan prachtige resultaten geven om het wonen in oude woningen mogelijk te maken. Met deze ingesteldheid wordt zinloze sloop en verval voorkomen en is er behoud van het gemeentelijk karakter zodat ook toekomstige generaties hiervan kunnen blijven genieten.



  • Schakel de bouwsector in als partner

De bouwsector is een bijzonder interessante partner in de doelstellingen die hierboven werden geformuleerd. Gemeenten maken nog te weinig gebruik van dit potentieel dat meestal heel nabij aanwezig is. Het is belangrijk dat de visie rond woonbeleid duidelijk gecommuniceerd wordt aan alle actoren die actief zijn in de bouw: bouwondernemingen, projectontwikkelaars, architecten, notarissen, immomakelaars, … Zij zijn het die dagdagelijks werken met het woonpatrimonium van uw gemeente. Laat hen weten wat de gemeentelijke ambities zijn op het vlak van wonen in de kern en in de rand. Laat hen meedenken, moedig hen aan in het realiseren van bouwplannen die bijdragen tot het bereiken van gestelde doelen. Een bouwsector die vertrouwen heeft in een gemeente durft ook risico’s nemen. Deze oproep kadert in een internationale tendens die al een tiental jaar aan de gang is in de Vlaamse centrumsteden waarbij vormen van PPS, publiek-private samenwerking, uitgetest worden. Intussen is hier rond voldoende deskundigheid en ervaring opgebouwd zodat de kleinere steden en gemeenten in Vlaanderen hiervan volop gebruik moeten maken. Het komt er telkens op neer dat het potentieel, de know-how, de ervaring en de financiële middelen in de bouwsector zoveel maal hoger liggen dan in de publieke sector. En dan denken we niet aan de grote projectontwikkelaars maar aan de vele kmo’s en zelfstandigen in de bouwsector die de gemeentelijke context veel beter kennen en aanvoelen. Het is aan de gemeente om deze sector te overtuigen van de gemeentelijke ambities, hen duidelijk te maken waar welke plannen en projecten in de pijplijn zitten en op te roepen om samen hieraan te werken.

  • Voer een actief beleid rond het aantrekken van nieuwe inwoners

Het is al verschillende malen aangehaald: niet de vierkante-meter-prijs bepaalt waar mensen hun leven willen uitbouwen, wel de sfeer, de uitstraling en het uitrustingsniveau van de gemeente. Een koppel met kinderen op zoek naar een woning, stelt zich de vraag of het er veilig is, of er voldoende groenruimte is, of kwalitatief onderwijs en vrijetijdsaanbod is, enz. Een gemeente moet op alle terreinen inzetten en hierrond een communicatie naar deze doelgroep uitbouwen. Een gemeente waar het aangenaam is om te wonen is ook een gemeente die zoveel mogelijk diensten kan aanbieden aan haar inwoners. De economische actoren zoals de bouwsector, handelaars, horeca, dienstensector en werkgevers hebben hierin vanzelfsprekend een belangrijke bijdrage te leveren. Betrek hen in deze opdracht, overtuig hen van het gemeenschappelijk belang en realiseer dit in een constructieve samenwerking.

- Bijzondere aandacht voor volgende prioriteiten -

2.1.6. WERKGELEGENHEIDSBELEID



- waarover gaat het ? -

Werken betekent zoveel meer dan alleen een job hebben en is veel meer dan een bron van inkomsten. Werken is ook een bron van zelfontplooiing en persoonlijkheidsvorming. Een goed gemeentelijk werkgelegenheidsbeleid bekijkt werken dan ook ruimer dan alleen de job op zich. Als lokaal bestuur kan een gemeente een breed werkgelegenheidsbeleid voeren in aanvulling op het Vlaamse beleid en zonder dat ze zelf jobs moet creëren.

Een ondernemer vindt het belangrijk om de juiste mensen te vinden, maar het is ook belangrijk dat deze personeelsleden goed op het werk geraken en dat ze voldoende kinderopvang hebben. Want een werknemer die niet tijdig op zijn werk geraakt is een gestresseerde werknemer en als er een probleem is met de kinderopvang dan is het een ‘afwezige’ werknemer.

Daarnaast is het ook belangrijk de nodige dienstverlening in de buurt te hebben. Een ‘moderne’ werknemer is een werknemer die verschillende taken combineert, en naast werknemer is hij/zij ook vader, partner of vriendin. Een mix aan functies maakt een gemeente ook aantrekkelijker voor potentiële werknemers en als vestigingsplaats voor ondernemingen. Tot slot zijn werknemers, net als ondernemers, potentiële klanten.

De ideale gemeente of stad is een plaats waar:

… het leuk is om te werken;

… een ondernemer makkelijk de juiste werknemers vindt;

… men makkelijk en op tijd op het werk geraakt;

… voldoende kinderopvang is en scholen zijn;

… voldoende werk is.

- Hoe pakt u dit in de gemeente het beste aan? –


  • Analyseer de gemeentelijke arbeidsmarkt en voer een beleid

De kern van het arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsbeleid wordt niet gevoerd op gemeentelijk niveau en toch kan een gemeente veel doen op dit vlak. Een gemeente met een duidelijk profiel en mogelijkheden zal tewerkstellingskansen op maat van de gemeente aantrekken. In partnerschap met VDAB en andere actoren kan een gemeente de nodige dienstverlening voor zijn burgers aanbieden. Het is daarom van belang dat de gemeente weet wie zijn inwoners zijn en waar ze tewerkgesteld zijn, maar ook wie er elke dag naar de gemeente komt om te werken.

  • Ontwikkel voldoende ondersteunende diensten

Om een optimale afstemming te hebben tussen werk en privé-leven hebben werknemers nood aan ondersteunende diensten, zoals kinderopvang, poetsdienst ed. Deze ondersteunende diensten moeten niet geleverd worden door de gemeente zelf, maar deze kan dit wel faciliteren door ondernemers aan te trekken die actief zijn op dit terrein. Deze win-win, ondersteuning van de werkenden en bijkomende tewerkstelling voor veelal kansengroepen, maakt de gemeente interessant voor (andere) ondernemers en werkenden.

  • Geef de kansengroepen échte kansen

Het tijdperk van de Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen (PWA) is voorbij, PWA beantwoordt niet meer aan de noden van deze tijd. De PWA’s zijn 20 jaar geleden gecreëerd in functie van nieuwe noden en behoeften zowel qua dienstverlening als qua doelgroepen. Vandaag zijn er evenwel andere maatregelen en kanalen om aan deze behoeften en noden te voldoen. UNIZO pleit voor een afbouw van het PWA-stelsel, zonder evenwel de doelgroep, zowel werknemers als gebruikers, in de kou te laten staan.

- Bijzondere aandacht voor volgende prioriteiten -

2.1.7. UITSTRALING



- waarover gaat het? -

Het is interessant om vast te stellen dat wanneer men een ondernemer de vraag stelt wat voor hem of haar belangrijk is, in zijn antwoord zeker de noodzaak van een aantrekkelijke gemeente vermeld zal worden. Niet alleen de vierkante-meter-prijs, de beschikbare ruimte of de goede ontsluiting maar ook de uitstraling van de gemeente is voor de ondernemer belangrijk.

Eigenlijk is dit helemaal niet merkwaardig. Iedere ondernemer zonder uitzondering heeft er belang bij dat de gemeente een dynamisch en ondernemende uitstraling toont. Voor de handelaar is de gemeentelijke uitstraling belangrijk naar zijn klanten toe, voor de werkgever naar zijn personeel en leveranciers toe, voor de hotelier naar zijn toeristen toe, voor de bouwondernemer, de architect, de projectontwikkelaar, de notaris en de makelaar naar hun potentiële kopers toe, en zo kunnen we dit voor iedere ondernemer wel aantonen.

Het mooie aan deze ambitie is dat het een gezamenlijke opdracht is, een mooie vorm van publiek-private samenwerking.



De uitstraling is zowel zichtbaar als voelbaar.

Orde en Netheid

De netheid van de straten, parken, pleinen en gebouwen zorgt voor een mooi en verzorgd straatbeeld en levert een bijdrage aan een positieve uitstraling. De aanpak van leegstaande, verwaarloosde gevels, de strijd tegen zwerfvuil, de realisatie van ambitieuze projecten op het vlak van wonen, cultuur, sport, enz. zijn een uiting van het ambitieniveau van de gemeente en komen het imago ten goede.



Veiligheid

Veiligheid vertaalt zich niet alleen in statistieken maar moet ook zo aangevoeld worden. Wat is de reputatie van de gemeente als het op veiligheid aankomt en doet de gemeente daar iets aan? Een kwalijke reputatie komt er meestal door een combinatie van verloedering, de perceptie van weinig politie in het straatbeeld, rondhangende jongeren in de straat, enz. Onder 1.2.4. Veiligheid, gaan we hier uitgebreid op in.



Evenementen

Een dynamische gemeente programmeert op gezette tijdstippen een evenement met weerklank op haar grondgebied. Doorheen de jaren heeft iedere gemeente wel een budget vrijgemaakt om hierin te investeren. Of het nu de passage van een Vlaamse wielerklassieker is, een opendeurdag voor bedrijven of een Radio2- wandeltocht, telkens komt de gemeente van haar beste zijde in beeld. Bij centrumsteden heerst zelfs een concurrentiestrijd in het binnenhalen van tv-programma’s als ‘Vanthilt’, ‘Mijn restaurant’, ‘Music for Life’,… De achterliggende bedoeling van die investering is om er telkens positieve bekendheid uit te halen: ‘visibility’, ‘branding’, ‘citymarketing’ heet dat dan.



Berichtgeving

Hoe gaat de gemeente om met de pers? Pakt ze dit op een proactieve manier aan of heeft men het gevoel dat enkel de ongevallen en misdaden in de krant komen? Kan men als buitenstaander een positief beeld van de gemeente samenstellen door enkel en alleen de media te volgen? Op zich een belangrijke voorwaarde om uiteindelijk een positief imago te bereiken. Daarom vragen we dat het gemeentebestuur de pers op een proactieve manier benadert door hen consequent en helder te informeren. De pers is vragende partij naar nieuwsmateriaal, doe daarom al het nodige om deze informatiestroom te installeren.



Imago

Werkt de gemeente in haar communicatie hard aan haar imago? Heeft ze een logo, een slogan, een huisstijl, een heldere website? Zit achter al deze initiatieven, een plan, een marketingplan?



- Hoe pakt u dit in de gemeente het beste aan? -

Een dynamische uitstraling komt er niet door een creatief logo te bedenken of een bovenmaatse cultuurtempel te bouwen. Uitstraling verkrijgt men pas wanneer mensen op een positieve manier gaan denken en spreken over de gemeente en uiteindelijk actie ondernemen door een dagje shopping, een bezoek aan een museum, een woning te zoeken, een bedrijfsruimte aan te kopen.

Het is de gecoördineerde aanpak van thema’s als netheid, veiligheid, ambiance, imagobuilding, berichtgeving in de pers, …. die ervoor zorgt dat uiteindelijk de uitstraling goed zit.


  • Meet de uitstraling

Hoewel het over een gevoelsmatige inschatting van een gemeente gaat, is dit perfect te meten. Organiseer een bevraging op maat van de gemeente: dat kan door het inschakelen van een gespecialiseerd bureau, het organiseren van panelavonden, telefonische enquête, straatinterviews,… Het belangrijkste is dat een zo correct mogelijk beeld van het imago van de gemeente wordt gemeten. Alleen door dit te meten, de bestaande perceptie in kaart gebracht en kan men werken aan een ander, beter imago.

  • Stel een communicatie- en marketingplan op

Vele steden en gemeenten hebben het ‘gevoel’ dat ze goed bezig zijn maar lopen er niet mee te koop. Nochtans is het belangrijk om naast de vele beleidsplannen ook een communicatie- en marketingplan te maken. Stel u voor, een onderneming die fantastische producten maakt maar geen marketingafdeling heeft. Resultaat is dat gewoon geen enkel product verkocht geraakt. Ook gemeenten hengelen naar nieuwe inwoners, nieuwe ondernemers en nieuwe toeristen. Deze doelgroepen zijn al lang niet meer alleen geïnteresseerd in de goedkoopste bouwgrond of beste bereikbaarheid. Deze kan men enkel bereiken door vanuit een planmatige aanpak de communicatie en marketing op hen te richten.

  • Schakel inwoners en ondernemers in

Het beste resultaat krijgt men wanneer de eigen inwoners en ondernemers als ambassadeurs gaan reageren. Dan pas verwezenlijkt men een imago van binnenuit en niet door een duur reclamebureau dat eventjes zal aangeven waar de gemeente in de komende jaren naartoe moet met haar imago. Ieder buurtfeest, iedere sportkampioen, ieder nieuw bedrijf, iedere nieuwe B&B, … houdt een positieve nieuwswaarde in die ingeschakeld moet worden in de gemeentelijke marketingmachine. Dit zorgt bovendien voor een win-winrelatie want zowel de betrokken vereniging of onderneming komt in beeld maar ook de gemeente maakt hiermee een dynamische indruk.

  • Vervul de basisvoorwaarden: netheid en veiligheid

Al het bovenstaande blijven loze woorden wanneer de basisvoorwaarden voor een positieve uitstraling niet verwezenlijkt zijn: netheid en veiligheid. Het imago van een gemeente wordt zeer snel onderuit gehaald wanneer bij een eerste indruk de gemeente onveilig en verpauperd aanvoelt en hiermee niet aan de verwachtingen voldoet. Dit is het fundament waarop de uitstraling wordt gebouwd.

- Bijzondere aandacht voor volgende prioriteiten -

Standpunt 3: OPMAAK ECONOMISCH BELEIDSPLAN

Dit standpunt lijkt een evidentie maar dat is het niet. De meeste steden en gemeenten stellen bijzonder goede sport-, cultuur- en sociale beleidsplannen op en meestal omdat dit als verplichting opgelegd wordt door Vlaanderen. Gemeentelijke economische beleidsplannen zijn al veel sporadischer in Vlaanderen. Een commercieel-strategisch plan kan men wel al eens terugvinden, een volwaardig economisch beleidsplan helaas bijna niet. Vandaar dat de ondernemers deze essentiële voorwaarde als apart standpunt naar voor schuiven.

Men kan de opmaak van een economisch beleidsplan het best vergelijken met een ondernemer die zijn ondernemersplan opmaakt. Alvorens te ondernemen moeten een aantal basisvoorwaarden vervuld zijn: is de ondernemer er volledig klaar voor, voldoende opgeleid, bedrijfsruimte beschikbaar, zicht op financiële middelen, capabel personeel,…

Wanneer die basisingrediënten aanwezig zijn, dan pas kan de ondernemer heel diep nadenken waar hij heen wil met zijn onderneming, wat zijn de ambities, welke doelstellingen wil hij halen, wie moet hij hierbij betrekken en wat zijn de financiële implicaties? Hierbij laat de ondernemer zich meermaals informeren en adviseren. En vooral: zijn doelstellingen worden opgemaakt, niet vanuit een dromerige visie maar vanuit een grondige analyse van de markt waarin de ondernemer wil opereren: hoe ziet die markt eruit, wat zijn mijn troeven, mijn zwaktes, hoe en waar kan ik het verschil maken?

En uiteindelijk blijft het bij een goede ondernemer niet bij het plan. Van zodra zijn plan af is, gaat hij over tot actie. Dag na dag zal hij zich volop inzetten om de ambities die hij zichzelf heeft gesteld, te realiseren. Hij doet dat niet alleen, dit gebeurt in samenwerking met zijn personeel, zijn leveranciers en zijn familie. Allemaal werken ze keihard om ten dienste te staan van hun klanten.

Een gemeente moet op een gelijkaardige manier haar economisch beleidsplan opmaken en die klant, zijnde de ondernemer in zijn gemeente, op een zo goed mogelijke manier betrekken bij de opmaak en uitvoering van het beleidsplan.



    1. Basisvoorwaarden in de gemeentelijke organisatie

Het economisch beleid op gemeentelijk niveau is geen afgelijnde bevoegdheid met bijhorend budget, middelen en reglementering zoals andere beleidsdomeinen: ruimtelijke ordening, cultuur, sport,…

De sterkte van het gevoerde economisch beleid zit hem in de synergie met andere beleidsdomeinen als milieu, ruimtelijke ordening, mobiliteit, toerisme, enz. Het economisch beleid is als het ware een deelverzameling van al deze relevante beleidsdomeinen. Dit impliceert dat zowel naar bevoegde schepen, ambtenaar en beschikbaar budget toe telkens deze overweging gemaakt moet worden.



Schepen van Economie

Deze persoon is de regisseur, de coördinator en de bewaker van de opmaak en uitvoering van het economisch beleidsplan. Deze schepen heeft het talent om over de beleidshokjes heen te werken en de collega-schepenen te overtuigen van het belang dat economisch beleid heeft binnen hun beleidsdomein. Zonder de samenwerking van de collega’s binnen het College is hij of zij machteloos. Alleen om deze reden is het belangrijk om over een economisch beleidsplan te beschikken. Op die manier wordt de richting en de daaraan gekoppelde doelstellingen helder geformuleerd en engageert elke schepen zich binnen zijn beleidsdomein om mee te werken aan de uitvoering van overeengekomen economisch beleid. Doet men dit niet, dan bestaat de kans dat de volgende zes jaar een aaneenrijging van discussies wordt over de al dan niet noodzakelijkheid en opportuniteit van een of gene maatregel.

De Schepen van Economie is daarom bij voorkeur de Eerste Schepen, dat maakt de coördinatieopdracht behoorlijk vlotter. Ook bestaat de mogelijkheid dat de burgemeester de bevoegdheid van economie op zich neemt. Vanzelfsprekend is hiermee de bovenstaande voorwaarde meer dan vervuld. Wat zeker moet vermeden worden is de creatie van zowel een Schepen van Economie als een Schepen van Middenstand. Dit soort bevoegdheidsverdeling is volledig achterhaald en creëert onduidelijkheid. Het woord ‘middenstand’ stamt uit de tijd dat de maatschappij in standen, in sociale klassen was verdeeld.

Het is verstandiger om de ondernemer in al zijn gedaanten als doelgroep te beschouwen, hierrond een beleid te voeren en hiervoor een bevoegd Schepen van Economie aan te stellen.

Tot slot willen we pleiten voor een College waar ieder lid zich een ondernemersgeest aankweekt. Ieder lid van het College moet het belang van een goed draaiende gemeentelijke economie naar waarde schatten en zich vanuit zijn eigen beleidsdomein volop inzetten voor de realisatie van het economisch beleidsplan.

Dienst Economie

Deze vraag wordt meermaals door gemeentebesturen aan UNIZO gesteld: is het wenselijk of haalbaar om een ambtenaar economie aan te werven in onze gemeente?

Ons antwoord is telkens genuanceerd. Vooreerst is het een beleidskeuze om al dan niet te opteren voor een ambtenaar economie. Net zoals sommige gemeenten bijvoorbeeld kiezen voor een duurzaamheidsambtenaar, is een ambtenaar economie een weloverwogen keuze om de doelgroep van ondernemers op het grondgebied beter te gaan bedienen. Gevolg hiervan is dat men als gemeente, alvorens deze keuze te overwegen, eerst een duidelijk beeld moet hebben over het economisch profiel en de ambitie van de stad of gemeente.

Vandaar dat bij kleinere gemeenten een ambtenaar economie kan combineren met andere domeinen zoals toerisme. Bij iets grotere gemeenten en steden wordt een ambtenaar aangesteld die ten dienste staat van het volledig palet aan ondernemers. Bij grotere steden mag men al een dienst economie verwachten waar opdrachten onder ambtenaren worden verdeeld rond ondernemersloket, centrummanagement, bedrijvigheid, arbeidsmarktbeleid,…

De belangrijkste voorwaarde is dat iemand binnen de administratie zich aangesproken voelt en de verantwoordelijkheid draagt over de gemeentelijke economie want een schepen zonder administratieve ondersteuning blijft steken bij loze plannen. Meer nog, zelfs bij de opmaak van het economisch beleidsplan is deze ambtenaar essentieel. Deze persoon houdt de pen vast, organiseert de overlegmomenten, doet beleidsvoorstellen en finaliseert het plan.

Deze ambtenaar moet vanzelfsprekend hetzelfde talent hebben om de noodzakelijke informatie vlot doorheen de relevante diensten te kunnen ophalen. Hij of zij moet de collega’s kunnen enthousiasmeren om mee te werken aan de uitvoering van het plan. Om het even scherp te stellen: de gemeente is soms beter af met een ondernemersgezinde stedenbouwkundig ambtenaar, milieu- of mobiliteitsambtenaar dan met een ambtenaar economie die geen enkele gemeentedienst kan doen bewegen.



Budget voor Economie

De twee voorgaande voorwaarden maakten al duidelijk dat ook het budget voor economie veelal ingeschreven wordt in andere beleidsdomeinen: een bedrijventerrein staat wellicht onder ‘technische dienst’, een groots evenement op de Grote Markt staat misschien onder ‘feestelijkheden’, een gemeenschappelijke website voor toerisme staat wellicht onder ‘toerisme’ en toch hebben ze allemaal een economische impact. We vragen niet om al deze uitgaven en investeringen onder het budget economie te plaatsen, wel verwachten we dat ieder jaar, bij de opmaak van de begroting, een horizontale analyse doorheen de begroting wordt gemaakt om na te gaan of alle economische jaardoelstellingen financieel vertaald zijn en of het economisch beleid voldoende gewicht heeft in de algemene begroting.

Daarnaast is er nog altijd een budget noodzakelijk dat specifiek toegewezen wordt aan economie. Een Schepen van Economie moet ervoor pleiten om zelf over een budget te beschikken om economische maatregelen te kunnen lanceren, bijvoorbeeld rond centrummanagement of bedrijvenparkbeheer.

Overlegorgaan gemeentelijke economie

Een economisch beleidsplan maakt men als schepen en ambtenaar nooit alleen op. Iedere stap in dit proces moet in nauw overleg met de doelgroep, zijnde de ondernemers, gebeuren. Doet men dit niet, dan bestaat een grote kans dat het economisch beleidsplan blijft steken in de papierbundel. Dit is eenvoudig te verklaren: een economisch beleidsplan bevat uiteindelijk een arsenaal aan acties en maatregelen waarbij telkens gerekend wordt op een passend gevolg vanuit de ondernemers. Bijvoorbeeld, een actieplan ter bevordering van een bloeiend handelscentrum kan een hele reeks van investeringen en stimulerende maatregelen inhouden maar als uiteindelijk geen handelaar geïnteresseerd is om zich er te komen vestigen, dan zijn alle inspanningen nutteloos geweest. Een tweede voorbeeld: een gemeentebestuur legt een nieuw bedrijventerrein aan en gooit deze terreinen op de markt. Als uiteindelijk niemand reageert omdat de essentiële voorwaarden voor een ondernemer (prijsconform, ontsluiting, bouwvoorwaarden, uitbreidingsmogelijkheden) niet vervuld zijn, dan is dit opnieuw een maat voor niets.

Kortom, wil men resultaat zien bij de uitvoering van het beleidsplan, schakel dan de ondernemers vanaf stap 1 in. Zij zullen het klankbord zijn doorheen het volledige proces van economische beleidsplanning en de garantie dat de acties en maatregelen die gelanceerd worden de ‘ondernemerstest’ zullen doorstaan.

Stel daarom zo snel mogelijk een overlegorgaan gemeentelijke economie samen dat het college begeleidt bij de opmaak van het economisch beleidsplan. Een organisatie zoals UNIZO heeft naast hun gedreven ondernemersvereniging in de gemeente ook een bovenlokale, goed uitgebouwde structuur van specialisten op alle economische thema’s en hierdoor kunnen zij constructieve en onderbouwde input geven. Vul de groep aan met interessante ondernemers die ervoor zorgen dat de groep representatief wordt. Het kan bijvoorbeeld interessant zijn om de stem van vrije beroepen te horen, of de allochtone ondernemer, een ondernemer uit de sociale economie, … Met deze groep gaat men aan de slag en doorloopt men het traject van het beleidsplan. Bij de start van de uitvoeringsfase moet nagegaan worden wat de toekomst wordt van dit overlegorgaan. Het kan blijven bestaan als bewaker van de uitvoering of het kan opgedeeld worden in werkgroepen, commissies of hoe men het ook wilt noemen. De ene groep neemt bijvoorbeeld het handelscentrum voor zijn rekening, de andere groep het bedrijfseconomische luik, nog een andere het werkgelegenheidsbeleid, enz. De context van de gemeente moet duidelijk maken welke overlegorganen gewenst zijn.

Dit overlegmodel kan zich in de uitvoeringsfase zelfs omvormen tot een samenwerkingsmodel waar gemeente en ondernemers samen acties en projecten gaan opzetten. Denk maar aan de realisatie van een groots evenement, een jobbeurs, de oprichting van een bedrijvencentrum, de opstart van een vzw rond bedrijventerreinbeheer, enz.

De boodschap is duidelijk: zorg ervoor dat de ondernemers vanaf dag 1 mee zijn bij de opstart van het plan, werk efficiënt en effectief, en wij garanderen dat de ondernemers klaar zullen staan om, in een publiek-private samenwerking, mee te helpen aan de realisatie ervan.



    1. Grondige analyse en visievorming

Grondige analyse

In de tekst over ‘Overlegorgaan Gemeentelijke Economie’ werd reeds toegelicht waarom het belangrijk is om ondernemers van nabij te betrekken bij de opmaak van het economisch beleidsplan. Een economisch beleid is bovenal het creëren van alle voorwaarden opdat de economische actoren de handschoen opnemen die in het plan zijn beschreven. Wil men de grootste kans op slagen, dan neemt men hen best mee doorheen dit traject.

Een economisch beleidsplan onderscheidt zich van andere beleidsplannen door het feit dat met economische wetmatigheden rekening moet worden gehouden. Hiermee willen we het volgende zeggen: beleidsdomeinen als cultuur, sport, jeugd, welzijn vertrekken voornamelijk vanuit de realisatie van een gemeentelijke infrastructuur, personeelsinzet en subsidies. Het economisch beleidsdomein zit complexer in elkaar. Hier moet bij de opmaak rekening worden gehouden met de bovenlokale, de Vlaamse, zelfs de internationale context. Een voorbeeld: de West-Europese de-industrialisering waarbij productiebedrijven omwille van lagere loonkost gaan delokaliseren heeft een impact op het economisch beleid van eender welke stad of gemeente. Het zorgt er niet alleen voor dat in de gemeente grote bedrijfspanden leeg komen te staan, het zorgt er ook voor dat werkloosheid wordt veroorzaakt. In het beleidsplan moet een antwoord op deze bedreiging staan waarbij zowel de bestaande productiebedrijven in de beste omstandigheden kunnen blijven ondernemen alsook het aantrekken van economische activiteit uit andere sectoren zodat een meer evenwichtige gemeentelijke economie ontstaat. Een ander voorbeeld: de bouw van een shoppingcenter op 20 kilometer van het handelscentrum van mijn gemeente zal een enorme impact hebben op het handelsapparaat. Een gemeente moet zich hiertegen wapenen want anders zijn de gevolgen niet te overzien. Een laatste voorbeeld: de hotels en B&B’s in de gemeente hebben nood aan een duidelijke toeristische profilering van de streek, niet zozeer van de individuele gemeente. De gemeente zou in dit verband samenwerkingsverbanden kunnen aangaan met omliggende gemeenten om zich als toeristische streek te gaan profileren.

Kortom, in het economisch beleidsplan moet een antwoord staan op de bedreigingen en opportuniteiten die zich manifesteren op bovenlokaal niveau.

Met deze voorbeelden willen we duidelijk maken dat een grondige socio-economische swot-analyse van de gemeentelijke economie essentieel is, zo niet bouwt men plannen op los zand die iedere band met de realiteit missen. Deze analyse gebeurt op twee manieren: enerzijds door het verzamelen van socio-economische gegevens via statistieken, tendensen, Vlaamse en Europese beleidskeuzes, anderzijds door het betrekken van de ondernemers binnen de gemeente.

De UNIZO-prioriteiten die voor liggen zijn alvast een goede basis voor de economische analyse. Dit document werd opgesteld door een uitgelezen groep van ondernemers uit de gemeente. Deze tekst is reeds een eerste barometer van de gemeentelijke economie.



Sterke visievorming

Deze doorgedreven analyse betekent niet dat de gemeente in kwestie niet ambitieus kan zijn of mag dromen. Integendeel, de onderbouwde manier van werken zorgt ervoor dat vanuit die analyse opportuniteiten naar boven komen waarbij zelfs kleinere steden en gemeenten kunnen inspelen op tendensen rond innovatie, creativiteit en duurzaamheid. Een grondige analyse zorgt ervoor dat met kennis van zaken een nieuwe dynamiek op gang wordt gebracht die de gemeente een voorsprong kan geven op de rest.

Een gemeente of stad die zich au serieux neemt, bepaalt in haar economisch beleidsplan een duidelijke visie omtrent:

- het handelsapparaat binnen haar grenzen met een sterke aandacht op het kernversterkend beleid en de complementaire rol voor de handel in de rand.

- het ondernemerschap in al zijn gedaanten. Hier moet een duidelijke visie geformuleerd worden over hoe nieuwe ondernemers worden aangetrokken, hoe het ondernemerschap in de dienstverlening ondersteund zal worden en hoe de tewerkstelling in de gemeente behouden en uitgebreid kan worden.

- de gemeentelijke uitstraling. De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat ondernemers naast het beschikbaar aanbod van bedrijventerreinen en een goede ontsluiting, steeds meer belang hechten aan de aantrekkelijkheid van de stad of gemeente. Ondernemers willen werken in een dynamische, ondernemende gemeente met een sterk imago. Dit straalt niet alleen af op hun eigen onderneming maar ook op de aantrekkelijkheid naar potentiële medewerkers, klanten en leveranciers. Een marketingplan voor de gemeente kan een interessant instrument zijn om een gewenst imago te realiseren. Het aantrekken van nieuwe inwoners, nieuwe ondernemers en nieuwe toeristen moet hierbij de ambitie zijn. Bij deze wordt nogmaals de aandacht gevestigd op de ondernemers in de toeristische sector. Zij zijn een belangrijke ambassadeur in het creëren van een aantrekkelijk uitstraling.


    1. Programma en uitvoering

Het plan, ontwikkeld vanuit een onderbouwde analyse naar een heldere visie, met daaruit voortvloeiend een lijst van duidelijke doelstellingen is niet het eindpunt. Integendeel, het beleid begint pas wanneer het uitgevoerd wordt.

Nog teveel steden en gemeenten hebben alleen voldoening aan de opmaak ervan, de plechtige ondertekening en het persmoment en daarna verdwijnt het op de boekenplank achter het bureau.

Het economisch beleidsplan moet resulteren in een actieprogramma met een duidelijke timing, verantwoordelijkheden, te behalen resultaten en bijhorend budget. Pas dan wordt duidelijk wat het economisch pad is dat de gemeente wil uittekenen. Dit programma moet vertaald worden in de jaarlijkse begrotingen, in de personeelsinzet, in de college- en gemeenteraadsbeslissingen.

De rol van de ondernemers is zoals vermeld niet uitgespeeld bij het afwerken van het beleidsplan. Integendeel, de ondernemers zijn de bevoorrechte partners in de uitvoeringsfase. Maak werkgroepen, projectgroepen of commissies. De naam is niet belangrijk, wel het resultaat dat men ermee wil behalen.



Vergeet niet om op gezette tijdstippen een tussentijdse evaluatie te maken van de uitvoering van het economisch beleidsplan. Op dat ogenblik worden vragen gesteld rond het respecteren van de timing, het realiseren van tussentijdse resultaten, het bijsturen van de doelstellingen, enz. Opnieuw is de ondernemer in de gemeente de beste barometer om de status quaestionis op te maken.

CHECKLIST MET ONDERNEMERSPRIORITEITEN
Standpunt 1: UNIZO PLEIT VOOR EEN ONDERNEMERSVRIENDELIJK KLIMAAT


  • Dienstverlening

  1. Bouw een uniek loket voor ondernemers uit

  2. interne afstemming en afspraken maken

  3. Investeer in kennis en deskundigheid

  4. Administratief vereenvoudigen is de opdracht

  • Ruimte voor ondernemers

  1. Heb een duidelijke visie over wie waar in de gemeente kan ondernemen

  2. Ontwikkel een databank van beschikbare bedrijfspercelen en –gebouwen

  3. Geef zonevreemde bedrijven een definitieve oplossing

  4. Realiseer het digitaal vergunningenloket

  • Bereikbaarheid

  1. Lever maatwerk voor een goede bereikbaarheid

  2. Zorg voor een bewegwijzering die heel duidelijk en efficiënt is

  3. Maak route- en parkeerplannen op

  4. Duid een minder-hinder-coördinator aan

  • Veiligheid

  1. Ga voor een integrale en geïntegreerde aanpak

  2. Zorg voor meer blauw op straat, vooral tijdens de solden- en eindejaarsperiode

  3. Geef voldoende aandacht aan preventie

  4. Ontwikkeling een eigen vervolgingsbeleid

  • Milieu

  1. Stel het containerpark open voor ondernemers

  2. Ga voor een efficiënt en oplossingsgericht milieuvergunningenbeleid

  3. Wees redelijk in het rioleringsbeleid en de bijhorende tarifering

  • Financiën

  1. Informeer helder over belastingen en subsidies

  2. Verminder de administratieve lasten tot het strikte minimum

  3. Controleer of de belastingen economisch verantwoord zijn

  4. Geef een degelijke dienstverlening in return

  • Participatie

  1. Werk pragmatisch bij het bedenken van overlegstructuren

  2. Geef inspraak over hun toekomst

  3. Stel het juiste team samen

  4. Schakel ondernemers in als expert



Standpunt 2: UNIZO PLEIT VOOR EEN GEMEENTE DIE GOED IN ELKAAR ZIT


  • Handelsbeleid

  1. Maak een plan over de toekomst van de handelskern

  2. Voer het plan uit in samenwerking met de handelaars

  3. Bouw een complementaire handelspool uit in de periferie

  4. Wees alert voor de impact van shoppingcenters

  5. Geef voldoende aandacht aan buurtwinkels

  • Ruimtelijke Ordening

  1. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan met economische inslag

  2. Het inbouwen van flexibiliteit en vermenging van functies

  3. Informeren en communiceren is essentieel

  4. De GECORO moet de vinger aan de pols houden

  1. Ondernemers worden betrokken bij de opmaak van het mobiliteitsbeleid

  2. Mobiliteit moet domeinoverschrijdend bekeken worden

  3. Mobiliteit moet grensoverschrijdend bekeken worden

  4. Beschouw bereikbaarheid als troef voor de gemeente

  5. Duid een minder-hinder-coördinator aan voor bovenlokale werken

  • Horeca en toerisme

  1. Beschouw toerisme en horeca als een volwaardig beleidsdomein

  2. Zorg voor een sterke samenwerking en goede inspraak

  3. Ontwikkel samen nieuwe toeristische producten

  4. Kies de horeca als bondgenoot

  5. Stem communicatie en promotie op elkaar af

  • Woonbeleid

  1. Werk aan een evenwichtig woonpatrimonium

  2. Heb respect voor het historisch patrimonium, heb aandacht voor architecturale kwaliteit

  3. Schakel de bouwsector in als partner

  4. Voer een actief beleid in het aantrekken van nieuwe inwoners

  • Werkgelegenheidsbeleid

  1. Analyseer de gemeentelijke arbeidsmarkt en voer een beleid

  2. Ontwikkel voldoende ondersteunende diensten

  3. Geef de kansengroepen échte kansen

  • Uitstraling

  1. Meet de uitstraling

  2. Stel een communicatie- en marketingplan op

  3. Schakel inwoners en ondernemers in

  4. Vervul de basisvoorwaarden: netheid en veiligheid


Standpunt 3: UNIZO PLEIT VOOR DE OPMAAK VAN EEN ECONOMISCH BELEIDSPLAN


  • Basisvoorwaarden in de gemeentelijke organisatie

  1. Schepen van Economie

  2. Dienst Economie

  3. Budget voor Gemeentelijke Economie

  4. Overlegorgaan Gemeentelijke Economie




  • Grondige analyse en visievorming

  1. Grondige analyse

  2. Sterke visievorming




  • Programma en uitvoeringsplan

CONCLUSIE

We hopen dat de UNIZO-ondernemersvereniging van (gemeente X) met dit document duidelijk heeft gemaakt wat we met deze UNIZO-prioriteiten willen bereiken.

Economie is de motor van iedere gemeente en die motor wordt aangedreven door alle ondernemers, in alle sectoren, van klein naar groot, van jong tot oud. Elk van deze ondernemers die gevestigd is in onze gemeente wil het beste voor zijn onderneming.

Wij, ondernemers, vragen aan het gemeentebestuur om een krachtig economisch beleid te voeren want enkel op die manier kunnen wij in de beste omstandigheden functioneren.

Wij, ondernemers, geven aan de gemeente ook iets in de plaats. De gemeente kan op ons rekenen voor het creëren van arbeidsplaatsen, het aanbieden van producten en diensten, het voorzien van hotels, restaurants en cafés, het vrijetijdsaanbod, het financieel ondersteunen van de lokale verenigingen, het organiseren van evenementen, het aantrekken van nieuwe inwoners, bezoekers en toeristen en nog zoveel meer.

UNIZO (gemeente X) staat klaar om, met zij die starten op 1 januari 2013, de handschoen op te nemen en de volgende zes jaar constructief mee te werken aan een sterk economisch beleid voor onze gemeente.

Dit document is voor ons alvast een duidelijke houvast.

Tot 1 januari 2013,

Voorzitter

UNIZO (gemeente)


UNIZO-prioriteiten p.



1   2   3   4   5   6   7


Dovnload 1.14 Mb.