Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Dovnload 11.47 Kb.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus



Datum14.06.2018
Grootte11.47 Kb.

Dovnload 11.47 Kb.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
In bijbelse kinderboekjes kom je het vaak tegen, veelal met mooie plaatjes: het verhaal van het huisje dat gebouwd is op de rots. Het huisje dat stevig staat. Daarbij staat ook de afbeelding van dat andere, ingestorte huis, dat gebouwd is op zand, omdat het geen stevig fundament heeft. Het blijft ook voor volwassenen een bijzonder beeld dat ons aanspoort: bouw op de rots, want dan ben je bestand tegen allerlei onheil. Bouw niet op zand, want dan ondergraven regen en wind je fundament en stort het huis in. Nu is het alleen de vraag: waar gaat dit beeldverhaal over? Als we het verhaal horen, denken we al gauw: De rots zal wel God zijn, of misschien Jezus. Hij is de vaste grond. En allerlei andere zaken waarop je je leven fundeert, geven geen stevige basis, maar kunnen leiden tot ontregeling en onzekerheid. Nu wordt, in andere teksten, God inderdaad Rots of Vesting (Psalm 18:2; 71:3) genoemd en Jezus wordt wel aangeduid als hoeksteen om op te bouwen. (Mattheus 21:42, Handelingen 4:11). Maar hier gaat het toch echt om iets anders. Hier gaat het om de vraag: Wat doe je als je naar de woorden van Jezus luistert? Hoor je ze alleen maar aan en laat je ze verder voor wat ze zijn? – dat is bouwen op zand. Dat bouwsel stort in. Of neem je de woorden van Jezus ter harte en ga je er iets mee gaan doen? – dat is bouwen op de rots. Dan worden Jezus’ woorden ‘waar’. Zand is dus: Jezus’ woorden gaan het ene oor in, het andere uit. Rots is: je luistert en gaat aan de slag.

Wat Jezus hier vertelt, heeft al oude wortels in het Joodse geloof. In de opvattingen van Israël en in alles wat de rabbijnen leren gaat het steeds om het ‘doen’. Je kunt allerlei goede bedoelingen hebben, maar daarmee verander je de wereld niet Het gaat om wat je echt gedaan hebt. De Thora is daarbij heel belangrijk. Ze geeft je de gereedschappen om te werken aan een wereld van vrijheid en rechtvaardigheid. Maar aan jou is het om ermee aan de slag te gaan. Als Mozes zijn laatste woorden spreekt tot het volk Israël in de woestijn, zegt hij: denk er nu over na, wat je straks werkelijk een goed en heilzaam leven brengt, als je je gevestigd hebt in het land aan de andere kant van de Jordaan. Als je de goede dingen gaat doen, zoals ik jullie voorgehouden heb, dan zul je een waardevol leven in vrede hebben, maar als je niets met deze woorden doet, stort de zaak in en loopt je weg dood. Het gaat om een keuze voor leven of dood – kies maar. Woorden van Mozes, die sterk doen denken aan wat Jezus zegt. Kies je voor rots of zand?

En Mozes legt nog iets uit: De leefregels van de Thora, hoef je niet van ver weg te halen. Ze zijn niet in de hemel, zodat je daarnaartoe zou moeten opstijgen om ze naar jezelf toe te brengen. Dat is interessant. Want nu kun je niet zomaar zeggen: ik heb een stem uit de hemel gehoord en God wil het zo. Toch is het wel vaak gebeurd, dat mensen zeiden: God staat achter ons! Zo moet het! Ik denk aan het begin van de kruistochten, toen Paus Urbanus II in 1095 de mensen aanspoorde om op te trekken tegen de Moslims. God zelf, zou dit, volgens hem, willen. En daarbij is het niet gebleven: de geschiedenis door hebben mensen als het ware hun eigen leefregels uit de hemel gehaald om ze anderen op te leggen.

De rabbijnen hebben dit gevaar onderkend en er werd een bijzonder verhaal over geschreven: Eens waren verschillende rabbijnen in discussie over hoe je de leefregels van God zou moeten toepassen in het gewone leven. Rabbi Eliëzer was het niet eens met de anderen. Toen zei hij: ‘Wanneer ik gelijk heb, dan zal deze Johannes­broodboom het bewijzen.’ En de boom verplaatste zich honderd el van waar hij stond. […] Maar de anderen zeiden: ‘Een Johannesbroodboom kan geen bewijzen leveren.’ Toen zei hij: ‘Wanneer ik gelijk heb, dan zal dit beekje het bewijzen.’ En het beekje stroomde de andere kant op. Maar de anderen zeiden: ‘Een beekje levert geen bewijs.’ Toen zei hij: ‘Dan zullen de muren van dit leerhuis het bewijzen.’ De muren bogen naar binnen en dreigden in te storten. […] Uiteindelijk zei hij: ‘Dan zal het bewijs uit de Hemel komen.’ Toen klonk een stem uit de Hemel, die zei: ‘Wat hebben jullie tegen Rabbi Eliëzer? De goede uitleg is steeds zoals hij beslist.’ Daarop stond Rabbi Jehosjoea op en zei: Zij [de Thora] is niet in de hemel. (Deuteronomium 30:12): De Thora is op de berg Sinaï gegeven (Exodus 20). Wij slaan geen acht op hemelse stemmen. De beslissing gaat volgens de meerderheid.

De strekking van dit verhaal is: je moet geen beroep doen op een hoger inzicht, op Gods wil of iets dergelijks. De leefregels over vrijheid en respect en zorg voor achtergestelden, staan tot onze beschikking. En waar het om gaat is, dat je steeds met elkaar in gesprek blijft over hoe je met behulp daarvan een wereld schept met meer liefde en rechtvaardigheid.

Je hoeft niet naar de hemel op te stijgen – zegt Mozes. Je hoeft ook niet naar de overkant van de zee te gaan om de Thora te halen. Je hoeft dus niet de hele wereld af te gaan om erachter te komen hoe je goed zou moeten leven. Maar hoe moet het dan wel?

Daarover lezen we in de tekst bijzondere woorden. Letterlijk staat er: Want dichtbij je is het Woord [Hebr. davar: ook: de daad], heel dichtbij je mond en bij je hart, om het te doen. Dat betekent: je moet over de leefregels van de Eeuwige praten en je moet ze verbinden met je hele persoon: alles wat je wilt en kunt en voelt. Bouwen op een rots betekent: hou je nu eens voor waar het uiteindelijk in de Thora om gaat en ga dan aan de slag, volgens je hart, je geweten, je hele persoon.

Dat is wat Jezus ook deed: Hij nam de oude leefregels op. Maar wilde ze niet naar voren brengen als een serie wetten. Het ging niet om de woorden, maar om de daden. Daarom wilde hij de oude woorden terugbrengen naar het hart, naar de persoon. Met de vraag: wat doe je nu in de praktijk?

Jezus zei: Je moet niet doodslaan – staat er in de Thora. Maar wat houdt dat nu voor het gewone leven in. Natuurlijk, de meeste mensen zijn niet crimineel en zullen dus een ander niet neerslaan. Maar als je intussen wel iemand vernedert, uitscheldt, het leven zuur maakt, of voor gek verklaard, dan is dat ook een manier van iemand doodmaken. En hij vervolgde: De Thora wijst het af als je, in je terwijl je leeft in een liefdesrelatie, zomaar een verhouding met een ander begint. Maar bedenk eens hoeveel je zelfs al kapot maakt als je in die richting de eerste stappen zet. En hij ging verder: De Thora wijst erop dat het erom gaat een ander liefdevol te benaderen. Maar bedenk zelf eens: hoe ver kan dat gaan? Kun je misschien bij een persoon die je niet mag iets bijzonders bereiken als je ook naar hem of haar sympathie en acceptatie uitstraalt? Met deze uitspraken uit de Bergrede in Mattheus 5 laat Jezus ons zien: maak de leefregels van God tot iets van je hart en leef ernaar. Dat is bouwen op de rots.

Woorden waarmaken in daden. Jezus stelt in dat verband een heel uitdagende vraag: Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” De zoon antwoordde: “Ik wil niet, ”maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader,” maar ging niet. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ (Mattheus 21:28-31a).

Het gaat natuurlijk om het laatste: wat je doet. Het gaat om de praktijk. Het gaat om de rots. Pas als je wat Jezus bedoelt gaat doen, bouw je op harde steen.

Paulus schrijft: Het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht. (1 Corinthiërs 4:20). Het is een waarschuwing gericht tegen mensen die hoog van de toren blazen, maar niet leven naar wat ze zeggen. Dat is het zand, waarop je niet kunt bouwen. Voor Jezus gaat het om dat andere: de kracht. Gods Nieuwe Wereld van liefde en vrede, die nu al door alles heen breekt. Aan ons de vraag: hoe doe je mee? Jezus zegt over dat Rijk: God is met zijn zorg om ons heen. Hij is bron van liefde en vergeving voor iedereen. Maar dat moet zichtbaar worden, ook in wat wij doen. Hoe bouw je een huis op die rots? Dat is voor ieder persoonlijk: zorg voor een ziek familielid, iemand helpen bij een dagelijkse klus, luisteren naar een verdrietig verhaal dat zich steeds herhaalt, inzet voor dieren die respectloos behandeld worden, aandacht voor vluchtelingen. In kleine, gewone dingen wordt Gods Rijk opgebouwd. Door daden gefundeerd en gemetseld op de rots. En al die kleine dingen die wij in oprechtheid doen, tellen mee, dragen bij tot het geheel. Doorstaan de stomen van de tijd. En vallen niet.



De Thora is niet in de hemel. De inzet voor een wereld waar het eerlijker en rechtvaardiger toegaat, is dichtbij ons: begint in ons hart en bij onze mond: waar we samen in gesprek zijn en echt iets op willen bouwen voor de nieuwe wereld die komt. In Gods naam.

  • Ze zijn niet in de hemel
  • Want dichtbij je is het Woord

  • Dovnload 11.47 Kb.