Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Dovnload 14.61 Kb.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus



Datum30.10.2018
Grootte14.61 Kb.

Dovnload 14.61 Kb.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Ieder mens kent knagende vragen. Zolang alles voor de wind gaat, zijn ze op de achtergrond. We zijn dan vol van onze plannen, we ontwikkelen onze mogelijkheden en geven aandacht aan de mensen om ons heen. Maar er zijn momenten dat de knagende vragen naar voren komen. Als we iemand moeten missen aan wie we erg gehecht waren, of als we ons ongerust maken over onze gezondheid. Ook als we ons erg ingezet hebben, maar zonder resultaat. Dan vraag je je af: waar doe ik eigenlijk zo mijn best voor? Dan komen de knagende vragen op. Als hamsters of bevers schrapen ze en ze knagen steeds een stukje bast weg van je zekerheden. En steeds dichter komen ze bij de kern.

Ze knagen aan de basis. Die basis wordt gevormd door dingen waarop je vertrouwt al kun je ze niet bewijzen. Ik noem een paar van die grondzekerheden: het leven is in aanleg goed en harmonieus. Wie goed doet, goed ont­­moet. Uiteindelijk wint de liefde. God is getrouw. Je komt door de zorgen heen. Het leven is zinvol. Onze wereld kan groeien naar vrede en harmonie.

Mooie uitspraken. En je hebt ze ook nodig om perspectief te houden en steeds weer op weg te gaan. Maar soms zijn er die knagende vragen, die zulke goede gedachten ondermijnen. Er zijn filosofen en zelfs bijbelschrijvers die die de knagende vragen zelfs in alle hevigheid stellen. Dan storten heilige huisjes in. Zoiets gebeurt in het boek Job. Gebruikelijk was in die tijd de gedachte, zoals die verwoord wordt door de vrienden van Job: wij mensen maken fouten en God rekent ons daarop af. Natuurlijk met de beste bedoelingen, want zo wil God ons weer in het gareel krijgen. Het klinkt heel vroom, maar bij Job knaagt het. Dit kàn niet. Zo mag je je God niet voorstellen. En in het bijbelverhaal is het Job die gelijk krijgt. Maar met dat alles valt wel de zekerheid weg, dat het lijden door God bedoeld is en dat hij het wel weer zal opheffen.

Vandaag hebben we gelezen uit het boek Prediker. Daar knaagt het overal. Allerlei grondzekerheden waarop wij ons leven gebaseerd hebben, lijken hier onderuit gehaald te worden. Tientallen heilige huisjes worden gesloopt. Prediker begint met de stelling: Het leven is leeg, een luchtstroom, niet meer dan een ademtocht, najagen van wind, vergeefse moeite.

Dat is nogal ondermijnend. En het hoeft ons dan ook niet te verbazen, dat de rabbijnen een tijd geaarzeld hebben of ze dit geschrift wel in de bijbel op moesten nemen. Uiteindelijk hebben ze het gedaan, want in het begin van het boek gaat het erover dat Prediker koning is in Jeruzalem. De suggestie is dus, dat het hier waarschijnlijk om de wijze koning Salomo gaat. En zijn wijsheden kun je niet zomaar links laten liggen. Dus het mocht in de bijbel. Maar is het ook werkelijk van Salomo? Latere bijbelgeleerden hebben gezegd: als we kijken naar het taalgebruik en naar de gedachten die hier ontwikkeld worden, is het veel waarschijnlijker dat dit boek uit later tijd is: Laten we zeggen, zo rond het jaar 250 voor Christus. En dat is wel zo’n zeven eeuwen na Salomo (die leefde rond 950 voor Christus). Nu gebeurde het in de tijd van Prediker wel vaker dat mensen hun eigen wijsheden toeschreven aan een grote wijze uit vroeger tijden. Dat is niet zo schokkend. Uiteindelijk gaat het om de boodschap van het bijbelboek. En die is: probeer eens om allerlei vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen. Laat de vragen eens echt tot je doordringen. Dat is een weg naar een oprecht geloof. Neem niet voetstoots aan dat al het kwaad in de wereld wel een bedoeling heeft. Ga er niet zomaar van uit dat iemand die wijs is en eerlijk leeft daar ook de vruchten van plukt. En van een rechtvaardig bestuur van de wereld door God merk je ook vaak niets.

Alles is ijl als lucht. In het Hebreeuws kun je het hoogste van iets uitdrukken door het woord er nog eens (in de genitief) in het meervoud bij te noemen: Het heilige der heiligen is de allerheiligste plaats, de hemel der hemelen is de allerhoogste hemel, de Heer der Heren is de allerhoogste Heer – God dus – en het lied der liederen is het allerhoogste lied, het Hooglied. En zo begin Prediker met de woorden, dat alles de ademtocht der ademtochten is. Of zoals oudere vertalingen zeggen: ijdelheid der ijdelheden. Interessant is ook dat hier het woord ‘havel’=‘Abel’ gebruikt wordt. Abel die ook niet meer was dan een ademtocht, die weggevaagd werd door zijn broer Kain.

Waarom is het leven leegte in het kwadraat? Omdat je denkt: ik zet mij in om iets voor elkaar te krijgen, maar het blijkt dat je nooit een steek verder komt. Wat levert de mens al dat gezwoeg op? Prediker maakt duidelijk, dat dat niet alleen te maken heeft met je persoonlijke onvermogen. Het feit, dat je niet verder komt heeft te maken met hoe onze werkelijkheid in elkaar zit. Alles bestaat alleen uit cirkels en begint steeds weer opnieuw en daarom kom je nooit vooruit: er is geen echte ontwikkeling. Kijk maar: Er worden mensen geboren en ze gaan dood, maar intussen zijn er ook anderen geboren die ook weer doodgaan. De zon gaat onder en ze haast zich hijgend naar de plaats waar ze weer op zal komen. De wind blijft ook maar draaien. De rivieren stromen naar de zee, maar de zee wordt nooit vol. Dus keren ze om en proberen het opnieuw, maar het helpt niet. Het is allemaal zo vermoeiend dat er geen woorden voor zijn.

Neem nu eens onze ogen: je wilt altijd meer zien en ontdekken, op reis gaan, van alles lezen en bekijken. Nooit ben je verzadigd. En neem onze oren: je wilt steeds weer luisteren: mooie muziek, verhalen van anderen, het fluiten van vogels. Waarom houdt dat verlangen nooit op? Er blijft een leegte die nooit gevuld wordt.

En altijd weer lijken mensen opnieuw het wiel uit te vinden. Wat vroeger in de mode was, wordt weer modern. Eigenlijk is er nooit echt iets nieuws. Maar we vergeten de oude culturen en de mensen die lang voor ons geleefd hebben. En zo zal het altijd gaan.

We zouden heel graag echt iets nieuws ontwikkelen en tot stand brengen, maar – zo houdt Prediker ons voor – dat is een illusie. Je maakt jezelf alleen maar moe. Dat kan natuurlijk een geruststellende gedachte zijn: laten we maar niet ongelofelijk veel energie in iets steken, keihard werken, alsof de wereld daarvan afhangt. Prediker helpt ons relativeren: wat je doet heeft maar beperkt effect. En daarom zal Prediker ons ook voorhouden: geniet maar gewoon van de dingen. Beter één hand gevuld met rust dan beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind. (Prediker 4:6). En als een mens zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. (Prediker 3:13).

Zo helpt Prediker ons door ons te leren op een goede manier om te gaan met levensvragen: stel je niet tevreden met al te gemakkelijke antwoorden. Laat de raadsels op je weg tot je doordringen, zie de vluchtigheid van het bestaan onder ogen, meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. (Prediker 7:16) en geniet van het leven dat God je geeft.

Het is allemaal prachtig. En toch zal er ook iets in ons gaan knagen als we al deze woorden van Prediker horen. Is het ‘vergeefse ploeteren’ alles wat je van ons leven kunt zeggen? Nee, zegt Prediker: boven alles uit is God er en de mens zal zich tot hem moeten verhouden.

Wat dat geloof in God betekent voor ons leven wordt in andere delen van de bijbel op een verderstrekkender manier uitgewerkt dan bij Prediker. Bij Jezus betekent in God geloven: je leven activeren en inzetten. Ook Jezus beseft, dat er veel dingen zijn die altijd weer zich herhalen en mensen vervallen steeds weer in dezelfde fouten. Maar toch kun je alles wat er is ook zien als groei. Jezus houdt ons voor: Onze inzet mag zijn: zaadkorrels strooien voor de nieuwe toekomst van God. Ook dan zul je wel eens de vraag stellen: wat zal het opleveren? Wat is het resultaat van alle gezwoeg? Ook dan kun je ook nog wel eens aanlopen tegen leegte en onvervuld verlangen. Maar je hebt gezaaid: liefde, hoop, trouw. En God weet wanneer het opkomt.

Zo opgevat is er wezenlijk iets te doen voor ons en Gods Geest helpt ons om dat tot vervulling te brengen, wat werkelijk iets toevoegt. Al zou het weinig zijn, het is onmisbaar in het geheel. Wij zullen dat geheel nooit kunnen overzien: het is te groot, te hoog, te ver. Maar voor ons leven geldt: wees je ervan bewust, dat alles wat je in oprechtheid doet, meetelt. Dat elke daad van liefde en betrokkenheid iets bijdraagt. Dat onze inzet voor behoud van deze aarde er wèl toe doet. Met de woorden van Adriaan Roland Holst: Doe mij in den oogst geloven, waarvoor ik dien. (Gedicht: De Ploeger).



Prediker maakt ons bewust van de knagende vragen van het leven, van de leegte en de vergeefsheid. En het is van waarde om je dat te realiseren. Toch gaat er vanuit geloofsperspectief iets bovenuit: De nieuwe wereld van God die zich baanbreekt, vaak door pijn en zinloosheid heen. En al onze liefde en inzet bouwen daaraan mee.


Dovnload 14.61 Kb.