Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Generieke implementatiehandleiding care provision d-mim

Dovnload 4.78 Mb.

Generieke implementatiehandleiding care provision d-mim



Pagina4/20
Datum25.10.2017
Grootte4.78 Mb.

Dovnload 4.78 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

Care Provision D-MIM Walk-through




      1. CareProvision Focal Class3


De Care Provision Act wordt gebruikt om alle aspecten van zorgverlening aan te duiden, zoals de naam van een zorgprofessional en de details van de patiënten/cliënten. Deze centrale Act heeft relaties met zichzelf en met vele andere acts. De meeste van deze relaties zijn direct verbonden aan acts van de Care Statement, bijvoorbeeld observaties, activiteiten en afspraken. Het heeft ook Participaties die rollen en entiteiten definiëren, bijvoorbeeld de rol van patiënt of zorgverlener. De details van het domein Care Provision worden hierna beschreven, te beginnen met de attributen van de focale klasse Care Provision.
      1. CareProvision Focal Class: Attributen



classCode

Het vocabulaire domein dat is gespecificeerd voor Act.classCode bevat Patient Care Provision (PCPR) als een specialisatie van de Act klasse.


moodCode

Zoals alle Acts in het RIM, kan ook de Care Provision Act in verschillende mood codes worden aangeduid. Deze moods onderscheiden de verschillende aspecten van de business lifecycle van een Care Provision Act. Deze moods, die de centrale concepten voor het D-MIM zijn, zijn als volgt gedefinieerd:



  • request RQO (verzoek);

  • promise PRMS (belofte);

  • event EVN (gebeurtenis);

  • definition DEF (definitie) ;

  • intention INT (intentie);

  • goal (GOL) (doel);

  • proposal PRP (voorstel).


request

Een Care Transfer Request of verwijzing is een vraag aan een andere zorgverlener met betrekking tot de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid voor zorg aan een subject over te nemen. Een dergelijk verzoek of dergelijke verwijzing wordt gedaan door een zorgverlener, gedocumenteerd in een computersysteem, gecommuniceerd met een ander computer systeem en door de ontvangende zorgverlener geanalyseerd en beantwoord. Maar, deze mood code kan ook worden gebruikt voor zelfverwijzing door patiënten. Een verwijzende verantwoordelijke partij, zoals een regering of rechtbank, kan een Care Transfer Request doen. In een Care Transfer Request wordt de ontvangende zorgverlener getypeerd als de performer (uitvoerder). De scope van de verant­woorde­lijkheid, inclusief CareProvision.code, reden voor zorgverlening, en de zorgplannen die de specifieke verwachtingen voor zorg uitdrukken vallen hier onder voor de ontvanger van de verwijzing.


promise

Een Care Provision Promise is de bewering of afspraak om de verantwoordelijkheid voor Care Provision te accepteren zoals die in de promise wordt gespecificeerd. De aanname is dat de ontvangst van een verwijzing of verwijsbericht de Promise triggert via een berichtenuitwisseling met de verwijzende partij. Vanwege de implicaties voor de patiëntveiligheid wordt geen gebruik gemaakt van de Implicit Promise zoals in het Laboratorium Domein van HL7 v3. De acceptatie van de verantwoordelijkheid moet worden gecommuniceerd als een expliciete Promise. In dit geval is de performer de zender van de Promise. Ook hier zijn de scope van de verantwoordelijkheid, inclusief de CareProvision.code, de reden voor zorg en zorgplannen die de verwachtingen voor zorg bevatten onderdeel van de verantwoordelijkheid van de zender van de promise.


event

Volgens het RIM is een Event een service die daadwerkelijk plaatsvindt, het kan een nog voortdurende service zijn of een documentatie van een service uit het verleden.

Een Care Provision in Event mood beschrijft (een deel van) de periode waarin een zorgverlener aaneengesloten verantwoordelijk is (geweest) voor de zorg, inclusief alle relevante toestanden en gebeurtenissen uit die periode. Een auteur van de Care Provision Event documenteert en vat de gebeurtenissen (events) samen. De uitvoerder is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de zorg-events. De auteur en de uitvoerder kunnen dezelfde persoon zijn. Er kunnen ook meerdere auteurs zijn. Care Provision in Event mood berichten kunnen gedurende de zorg worden verzonden om de voortgang van de zorg te rapporteren of om het einde van de zorg aan te geven en alle activiteiten te beschrijven die gedurende het verlening van zorg hebben plaatsgevonden. In dit geval is de uitvoerder de zendende partij.
definition mood

Definition mood kan gebruikt worden om een richtlijn of protocol uit te drukken.
Een voorbeeld van een definition is een specificatie van een bepaalde observatie, bijvoorbeeld het meten van de lichaamslengte. De klasse lichaamslengte geeft dan aan hoe gemeten moet worden, in welke eenheid de waarde moet worden vastgelegd met welk datatype en welke code uit welk codestelsel moet worden gebruikt. De definition mood staat het toe om alle gegevens die uitgewisseld worden te specificeren zoals ze in een bericht moeten worden opgenomen.
goal mood

De Goal mood wordt in de Care Planning gebruikt om bijvoorbeeld een doelwaarde van een observatie te definiëren die op een later tijdstip leidt tot observatie en kan leiden tot vergelijking van de dan actuele situatie met het doel. Dit wordt in de Care Plan topic uitgelegd en vormt geen deel van deze algemene beschrijving van Care Provision.


Bij lichaamgewicht kan bijvoorbeeld een streefgewicht voor over 4 weken worden gedefinieerd.
intention mood

intention mood

De Care Provision in intention mood wordt gebruikt om voorgenomen activiteiten in een zorgplan op te nemen. Het gaat specifiek om de toepasselijke selectie van observaties en activiteiten die vanuit een richtlijn in een zorgplan worden opgenomen voor een specifieke patiënt. Met andere woorden de intented acts worden geïndividualiseerd vanuit de richtlijn.

Bijvoorbeeld: in een zorgplan wordt opgenomen dat bij een diabeet de HbA1c waarde over 3 weken weer bepaald wordt. (In de definition mode staat dan dat het een labbepaling betreft met een bepaalde LOINC code en in een bepaalde unit moet worden uitgedrukt).
proposal

De Proposal mood wordt gebruikt om een ander een suggestie te doen, maar zonder de formele status van een request (verwijzing). Het wordt verder gebruikt als een plaatshouder voor het gebruik in het Care Plan R-MIM. Het kan bijvoorbeeld worden gebruikt door een consultant om een bepaalde aanpak voor te stellen. Care Provision Acts in verschillende moods worden aaneengeschakeld door het feit dat promises (beloften) gecreëerd worden om een verzoek te vervullen en events (gebeurtenissen) worden gecreerd ol promises (beloften) en/of requests (verzoeken) te vevullen.


id:

Dit attribuut identificeert een bepaalde Care Provision. Identifier moet worden gebruikt om een instantiatie van een klasse te indentificeren. Soms is meer dan één attribuut nodig om een instantiatie van een klasse te identificeren. Het identifier attribuut heeft altijd een waarde. De waarden van identifier attributen zijn uniek onder alle instantiaties van de klasse. Omdat identiteit statisch is veranderen waarden van identifier attributen niet. Identifier attributen zijn van het datatype instantiatie indenfiers (SET) en hebben over het algemeen de naam “id” die het toestaat dat meerdere indentifiers gespecificeerd worden. Het identifier attribuut is een set van instantiatie identifiers. Dit geeft aan dat er meerdere, unieke identifiers kunnen zijn voor een Act. In de CareProvision Act wordt de “id” gebruikt om een unieke id te geven aan alle informatie die bij elkaar hoort. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt om de huidige zorgverlening voor een patiënt met een bepaalde conditie en de verantwoordelijke verleners te identificeren. Het wordt verder gebruikt in queries en om informatie van eerdere zorgverleningen te identificeren en terug te vinden voor bijvoorbeeld voorgaande condities of gerelateerde condities en dergelijke.



code:

Dit attribuut beschrijft een soort van Care Provision Act, in overeenstemming met de definitie van Act.code in het RIM. Op dit moment is het attribuut CWE4 en is er geen waardenset gedefinieerd. CareProvision.code representeert de soort zorgverlening en de persoon die er verantwoordelijk voor is. Deze begeleiding geldt: Care Provision is een statement van verantwoordelijkheid. De code voor dit statement zou van toepassing moeten zijn op een algemeen geaccepteerde legale/regulerende/accrediterende standaard scope voor verant­woorde­lijkheid. Het is bekend dat deze kunnen variëren per jurisdictie.

In de Verenigde Staten omvatten de voorbeelden het volgende: JCAHO5; staten geven vergunningen aan ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties; medisch en verpleegkundige specialismen commissies; etc.

Voor Nederland kan dit bijvoorbeeld worden gebruikt door aan te geven of een ziekenhuis of zorginstelling erkend is, of dat een verantwoordelijk zorgverlener gecertificeerd is. Deze code moet niet geïnterpreteerd worden als een code voor een context of een code voor een afspraak, maar moet consistent zijn met uitgegeven vergunningen of accreditaties van een deelnemende (zorg)verlener. Een algemene waardenset voor deze concepten (waarvan verwacht kan worden dat ze uitgebreid worden door lokale overeenkomsten) zullen gedefinieerd worden door HL7, omdat externe vocabulaires dit concept op dit moment niet ondersteunen.


De intentie voor het gebruik van CareProvision.code is het definiëren van een traditionele scope van domeinexpertise, bijvoorbeeld orthopedische zorg; oncologische zorg; acute zorg; zorg voor lange termijn, etc. Deze scope, beschreven door zijn algemeen domein van expertise, zou dan verder beperkt worden door de lijst van Condities genoteerd als Redenen voor zorg en de Zorgplannen geïdentificeerd als componenten van de Care Provision Act. Deze gehele scope van zorg wordt dan geïncludeerd in het bepaalde verzoek, belofte of levering van zorg vertegenwoordigd door de mood codes die gebruikt worden in de Care Provsion Act.

Voorlopig kan elke act.code van elke codestelsel hier geïncludeerd worden. Bijvoorbeeld de codes van SNOMED CT:



  • Preventive care:169443000: preventive procedure

  • Surgery: 257556004: surgery

  • Delivery: 386216000: human parturition, function

Elke codestelsel wordt geïdentificeerd door de Object Identifier (OID), bijvoorbeeld voor SNOMED CT is dit: 2.16.840.1.113883.6.5

Voor Nederland wordt hierbij aangesloten bij de Aorta infrastructuur en wordt naar de implementatiegidsen daarvoor verwezen. Zo zijn er unieke coderingen voor specialismen vastgesteld.


derivationExpr:.

Het derivation expression attribuut biedt de mogelijkheid een afleiding op te nemen van de manier waarop een gegeven tot stant komt. Technisch gezien: het staat een string expressie toe waarin de afleiding van een gegeven wordt aangegeven en wordt ondersteund in een observatie instantiatie. De derivationExpr zal in de nabije toekomst worden vervangen door een datatype. Voor het gebruik door Decision support (beslissingsondersteuning) worden Use cases in een later stadium toegevoegd. Ook in het Care Plan wordt dit gebruikt. De DSS werkgroep van HL7 zal binnenkort use cases verstrekken en bepalen hoe beslissingen over dit attribuut het gebruik ervan beïnvloeden. Binnen Care Provision wordt het in de Care Statements gebruikt om relaties tussen observaties aan te geven (zoals somscores, formule voor Body Mass index en dergelijke).


negationInd:

Er zijn twee antwoordmogelijkheden voor de negation indicator: true, false. True betekent zorg is geleverd, false betekent er is geen zorg is geleverd. Echter, het gebruik van de negation indicator in Care Provision Act wordt niet aangemoedigd. Als het gebruikt wordt, moet voorzien worden in een duidelijke use case en expliciete interpretatierichtlijnen om medische fouten te voorkomen. Zie terminfo project voor toekomstige richtlijnen voor toepassing van negation.indicator.


title:

Care Provision kan één titel krijgen in vrije tekst.


text:

Dit attribuut kan worden gebruikt om een kort label te geven aan de Care Provision of een korte bewering over het type van Care Provision. Het is niet bedoeld voor een vrije tekst toelichting van alles dat is uitgevoerd of de reden ervoor of het verzoek. Zulke zaken worden uitgewerkt via de expliciete relaties naar de Care Statement.


statusCode:

Het statusCode attribuut wordt gebruikt om de huidige status van de Care Provision klasse aan te geven. Het statusCode attribuut correspondeert met de mogelijke statussen van de Act en heeft voor de Care Provision Act de volgende valide waarden:




Code

Definitie

active

De care provision kan uitgevoerd worden of wordt uitgevoerd

suspended

Een care provision die geactiveerd was (acties konden uitgevoerd worden of zijn uitgevoerd), maar tijdelijk is uitgeschakeld. Er moet hier geen verdere actie ondernomen worden totdat het weer wordt voortgezet.

completed

Een care provision die normaal geëindigd is nadat al zijnonderdelen zijn uitgevoerd.

aborted

De care provision is geëindigd voordat de van origine bedoelde voltooiing plaats heeft gevonden.

obsolete

Deze care provision record is vervangen door een nieuwe instantiatie.

nullify

Deze care provision record werd foutief gecreeerd en is ‘verwijderd’ en wordt behandeld alsof het nooit bestaan heft. Een record wordt enkel bewaard voor doeleinden m.b.t. de account.

De afhandeling van de status wordt in de implementatiehandleiding bij de verschillende R-MIM’s expliciet gemaakt. Dan is het gekoppeld aan de feitelijke toepassing van een specifiek bericht.



effectiveTime:

Het effectiveTime attribuut vertegenwoordigt het tijdsinterval waarvoor de zorgverlening is of wordt geleverd. Voor bijvoorbeeld intent zorgverleningen zal, waar van toepassing, de voorgestelde start en eind tijd/datum zijn, terwijl voor zorgverlening in event mood de tijd de daadwerkelijke start en eind datum/tijd zal zijn. Voor een meer algemene beschrijving van effectiveTime wordt u verwezen naar het RIM).



priorityCode:

Het priorityCode attribuut wordt gebruikt om de urgentie aan te geven weermee moet worden gereageerd op een verzoek of Act.Het gebruik van dit attribuut heeft een potentiele overlap met enkele vocabulaires. De priorityCode kan dan iets aangeven dat door de vocabulaire wordt ontkent.

Deze poten­tiele conflicten worden als volgt opgelost:

  • De priorityCode zou alleen gebruikt moeten worden om de urgentie waarmee de cummuncatie-ontvanger zou moeten reageren op de informatie in de Act aan te duiden. Bijvoorbeeld : het verzoek voor een procedure zou behandeld moeten worden als urgent. Derhalve is het wenselijk dat het gebruik van de priorityCode gelimiteerd zou moeten zijn aan acts die in de ‘intent’ mood verkeren.

Om de klinische urgentie uit te drukken, moet men gebruik maken van de mogelijkheden in Act.code’. Bijvoorbeeld: het concept ‘een spoed verwijdering van de blinde darm’ zou in z’n geheel uitgedrukt moeten worden binnen een Act.code. Hiervoor kan dan b.v. met SNOMED CT een precoordinatie plaatsvinden van de drie concepten ‘blinde darm’, ‘chirurgische verwijdering’ en ‘spoed’.


Code

Definitie

S (stat)

With highest priority (met de hoogst prioriteit) (dus spoed).

A (ASAP)

As soon as possible (zo spoedig mogelijk), de hoogste prioriteit na stat.

R (routine)

Routine service, doen in normale werktijd.



confidentiality.Code Het ConfidentialityCode attribuut

Code

Definitie

ConfidentialityByAccessKind

Een waardenset die toegang tot informatie toe staat door op rol en relatie gebaseerde rechten. (Deze concepten sluiten elkaar uit, één en slechts één is vereist voor een valide vertrouwelijke codering).

ConfidentialityModifiers

Wijzigende factoren van op rollen gebaseerde toegangsrechten (veelvoud toegestaan).


reasonCode:

Het reasonCode attribuut specificeert de motivatie, de oorzaak of de reden van een Care Provision, wanneer zo’n reden niet redelijkerwijs gerepresenteerd wordt als een has reason (heeft reden) gelinkt aan een Observation waarin de reden kan worden verwoord.





Code

Definitie

PAT (patient request)

De patiënt heeft de zorgverlening aangevraagd.

MEDNEC (Medical Necessity)

Vereist vanwege medische reden(en).

ActBillableClinicalServiceReason

Een abstract vocabulaire domein gelinkt aan een externe codeset die de reden voor een Klinische Service die uitgevoerd wordt vertegenwoordigt.
Dit domein sluit redenen die gespecificeerd zijn door gediagnosticeerde condities uit. Voorbeelden van waarden uit dit domein omvatten dubbele therapie en valse recepten.


De CareProvision Focal Act heeft zes verschillende Entry points:
Elk Entry Point kan fungeren als de ingang voor een concreet bericht, afgestemd op de moodcodes hierboven of op een specifieke invulling of toepassing. Elk van deze Entry Points leidt tot een of meer Refined Message Information Models (R-MIMs), die het generieke
D-MIM naar de concrete praktijk van gegevensuitwisseling in een bepaald domein vertalen.


  • Care Provision: D-MIM voor Care Provision berichten;

  • CareRecord: voor overdragen van een Care Record;

  • Care Transfer Request: verzoek tot zorgoverdracht;

  • Care Transfer Promise: acceptatie van zorgoverdracht (Care Transfer);

  • Care Plan: Care Plan Structuur;

  • A_PrincipalCareProvision: dit definieert de hoofduitvoerder van een gespecificeerde zorgverlening. De uitvoerder van zorgverlening kan over het algemeen de hoofdbehandelaar zijn of alleen binnen een specifieke zorgfaciliteit. De relatie is meestal solide in de tijd en wordt alleen voor administratieve doeleinden vastgelegd; de daadwerkelijke zorg die door deze zorgverlener geleverd wordt, wordt met behulp van een aparte Care Provision vastgelegd.

Deze Entry points zullen gedetailleerder beschreven worden om uit te leggen welke doel elke van deze Entry points heeft en hoe ze refereren aan het R-MIM dat voor elk Entry Point gecreëerd wordt. In de toekomst kunnen aanvullende Entry points worden verwacht .


De attributen van CareProvision, de codering, waarden, cardinaliteiten en korte beschrijving zijn in onderstaande tabel samengevat.

      1. CareProvision Associations

In de Care Provision D-MIM is de Care Provision Act omgeven door associaties. De associaties die noodzakelijk zijn voor verantwoorde communicatie bij Care Provision zijn:



  • participaties naar Provider keuzebox (author, performer, primaryInformationRecipient);

  • participaties naar Target keuzebox (subject, recordTarget);

  • participaties naar R_AssignedPerson CMET (author, performer, verifier, dataEnterer);

  • recursieve relatie via “ ActRelatie” voor "SequelTo", waarin een eerdere of latere zorgverleningsrelatie vastgesteld kan worden. (sequel to);

  • recursieve relatie via “Has Component” ActRelationship (component 3);

  • recursieve relatie via “Has Pertinent Information” ActRelationship (pertinentInformation3);

  • de "Refers To" ActRelationship naar huidige Encounter (reference);

  • de Care Provision "Has Reason" ActRelationship naar Concerns (reason)

  • de "Has Component" ActRelationship naar Care Statements (component1)

  • de "Has Component" ActRelationship naar StatementCollector (component2)

  • de "Has Pertinent Information" ActRelationship naar StatementCollector (pertinentInformation1)

  • de "Has Subject Of" ActRelationship naar Care Statements (subjectOf)

  • de "Has Final Objective" ActRelationship naar Care Statements (final goal)



Deze associaties samen met de Care Provision Act zelf leveren alle relaties die nodig zijn voor het communiceren van:

  • wie is de verantwoordelijke zorgverlener?

  • voor wat of wie is de zorgverlener verantwoordelijk?;

  • welke eerdere levenscyclus “Act van Care Provision” wordt vervuld door deze “ Care Provision” instantiatie, als dit van toepassing is?;

  • welke eerdere instantiatie van dezelfde “ Care Provision Act” wordt vervangen door deze instantiatie, als dit van toepassing is?;

  • in wat voor encounter wordt deze “ Care Provision Act” gecreëerd, als dit van toepassing is?;

  • welke Conditie(s), bijvoorbeeld “ Reasons for Care” (Redenen voor zorg), worden (via de Concern tracking structuur) toegevoegd aan dat wat binnen de verantwoordelijkheid valt van de zorgverlener?;

  • wat voor Care Plan activiteiten worden toegevoegd aan dat wat binnen de verantwoordelijkheid valt van de zorgverlener?;

  • wat voor Observaties en “ Acts” zijn uitgevoerd in deze zorgverlening of in eerdere zorgverleningen?

De associaties worden hieronder beschreven.


Algemene Associatie Attributen
contextControlCode:

De “ contextControlCode specificeert hoe participanten bijdragen aan de context van een Act en of de context geleid kan worden naar gerelateerde “ child “ (kind) acts.

Het attribuut is een tweeletterige code die het leidende gedrag specificeert:

'AN'– gerelateerd aan context en niet gerelateerd aan een “ child” Act

'AP' - gerelateerd aan context en mogelijk gerelateerd aan een of meerdere “ child” Act(s)

‘ON'- elke associatie van hetzelfde of meer specifieke type die geleid wordt van de “parent” (ouder of hoger in hierarchie) wordt vervangen door deze associatie die niet gerelateerd is aan een “child” (kind, of lager in hierarchie) Act. (met andere woorden: de relatie tussen een hoofdact en subact).

'OP'- elke associatie van hetzelfde of meer specifieke type die geleid wordt door de ouder wordt vervangen door deze associatie die mogelijk gerelateerd is aan een kind Act.


recordTarget:

De “record target” is de entiteit waarvoor de Care Provision wordt vastgelegd, zoals de details van de baby die in het dossier van de moeder worden vastgelegd. Er kan maar één doel van vastlegging zijn voor een Care Provision. De “target” (doel) entiteit informatie wordt vastgelegd binnen de R_Patient CMET of een “Maintained Entity” provided in the “Target choice”. De Maintained Entity kan of een Apparaat of Plaats zijn welke verder worden beschreven in het R_CaredEntity gedeelte van de Care Structures.


Nota bene: voor domein specifieke uitwerkingen in Nederland wordt verwezen naar de aanvullingen op deze implementatiegids die voor dat domein wordt uitgewerkt.

Attributen

typeCode: De type code is RCT (record target).

contextControlCode: Zie bovenstaande beschrijving in “Common Participation” (Algemene associatie) attributen. De default waarde is "OP" (overriding, propagating).

subject:

De subject is het hoofddoel van de zorgverlening wanneer de subject niet het record target is, bijvoorbeeld de patiënt tijdens het lichamelijk onderzoek, een monster in een laboratorium. Het kan ook een familielid van de patiënt zijn (bijvoorbeeld bij voorlichting) of een apparaat of kamer (schoonmaken, desinfecteren, huishouden). De subject informatie wordt vastgelegd binnen de R_Patient CMET of een “ Maintained Entity” in the Target choice. De Maintained Entity kan of een apparaat of plaats zijn welke verder worden beschreven in het R_CaredEntity gedeelte van de Care Structures.



Attributen
typeCode: de type code is SBJ (subject).
contextControlCode: “OP”. Zie beschrijving hierboven onder ‘Algemene participatie Attributen’. De default waarde is “OP” (overriding, propagating).
author

Degene die Care Provision vraagt, toezegt of invoert. Dit kan zijn een toegewezen persoon/zorgverlener of organisatie (R_AssignedParty), een gerelateerde partij in de zin van familie/jurist (R_RelatedParty), of de patiënt zelf (R_Patient).


Attributen
typeCode: de type code is AUT (author (originator)).
contextControlCode: “OP”. Zie beschrijving hierboven onder ‘Algemene participatie Attributen’.
noteText: commentaar inzake auteur participatie.

tijd: moment waarop de author de documentatie tekent of compleet maakt die betrekking heeft op de care provision act..


modeCode: specificeert hoe informatie is verkregen, bijvoorbeeld verbaal, elektronisch of handgeschreven (waarden komen uit ParticipatieMode domein).
signatureCode: code die author specificeert.



code

Beschrijving

I

(intended)



The author intends to provide a signature.
De auteur heeft de intentie een handtekening te plaatsen.

S (signed)

Signature has been affixed, either written on file, or electronic (incl. digital) signature in signatureText.
De handtekening van de auteur is toegevoegd, hetzij op papier in een dossier of een elektronische (inclusief digitale) handtekening.

X (required)

A signature for the care provision act is required of this author.
Een handtekening van de auteur is noodzakelijk voor het verlenen van zorg.


signatureText: een code die specificeert of the auteur heeft, vereist is of de intentie heeft om in te staan voor de care provision act door gebruik te maken van een handtekening.
dataEnterer

De transcriptionist die de informatie van de Care Provision invoert. De data enterer informatie wordt opgeslagen binnen de “R_AssignedPerson CMET” .
Attributen
typeCode: the type code is ENT (data entry person).
contextControlCode: Zie de beschrijving die hierboven gegeven is in de Algemene Participatie attributen. De default waarde is “OP”.
tijd: Het tijdstip waarop de “ dataEnterer” de documentatie in relatie tot de “ Care Provision Act” getekend of gecomplementeerd heeft.
modeCode: Specificeert hoe de persoon die de data invoert de informatie heeft geleverd. De default waarde is ELECTRONIC (elektronische data). Alternatieve waarden kunnen komen uit het “ ParticipatieModeWritten” domein.
signatureCode: De code die specificeert of de “ dataEnterer” de Care Provision Act officieel goedgekeurd heeft of dat goedkeuring hiervoor vereist is.


code

Beschrijving

S (signed)

Signature has been affixed, either written on file, or electronic (incl. digital) signature in signatureText.
De handtekening van de auteur is toegevoegd, hetzij op papier in een dossier of een elektronische (inclusief digitale) handtekening.

X (required)

A signature for the care provision act is required of this author.

Een handtekening van de auteur is noodzakelijk voor het verlenen van zorg.


signatureText: Een digitale ondertekening of multimedia representatie van de handtekening geleverd door de data entry persoon, de care provision act goedkeurend.

Verifier (validator)

De supervisor die de aanvraag voor “ Care Provision” (zorgverlening) verifieert (validator), de toezegging voor zorgverlening doet of informatie over verleende zorg vastlegt.
Attributen
typeCode: Waarde uit ParticipationVerifier domein.


code

Beschrijving

VRF (verifier)

A person who verifies the correctness and appropriateness of the care provision act (plan, request, event, etc.) and hence takes on accountability.
Iemand die de juistheid? en toepasselijkheid van de care provision act verifieert (plan, verzoek, gebeurtenis, etc.) en de verantwoordelijkheid op zich neemt.

AUTHEN (authenticator)

A verifier who attests to the accuracy of an care provision act, but who does not have privileges to legally authenticate the act. An example would be a resident physician who sees a patient and dictates a note, then later signs it. Their signature constitutes an authentication.
Iemand die de accuraatheid van een zorgverlening beoordeelt, maar die geen privileges heeft voor het wettelijk authentiseren van de act.

LA

(legal authenticator)



A verifier who legally authenticates the accuracy of a care provision act. An example would be a staff physician who sees a patient and dictates a note, then later signs it. Their signature constitutes a legal authentication.
Iemand die wettelijk de accuraatheid van een zorgverlening authentiseert.Een voorbeeld is een arts ide de patient ziet, notities dicteert, deze later van een handtekening voorziet. De handtekening is een wettelijke authenticatie.


contextControlCode: Zie de beschrijving die hierboven gegeven is in de Algemene Participatie attributen. De default waarde is “OP”.
noteText: Commentaar inzake validatorparticipatie.
time: Tijdstip waarop de validator de “ Care Provision Act” getekend of geaccepteerd heeft.
modeCode: Specificeert hoe de validator heeft geaccepteerd, bijvoorbeeld mondeling, elektronisch of schriftelijk. Gebruik elke waarde van de ParticipationModeWritten,

ParticipationModeVerbal or ParticipationModeElectronicData.


signatureCode: Code die specificeert of de validator de Care Provision Act officieel goedgekeurd heeft of dat goedkeuring hiervoor vereist is.


code

Beschrijving

I (intended)

The author intends to provide a signature.
De auteur heeft de intentie om te voorzien van een handtekening.

S (signed)

Signature has been affixed, either written on file, or electronic (incl. digital) signature in signatureText.

De handtekening van de auteur is toegevoegd, hetzij op papier in een dossier of een elektronische (inclusief digitale) handtekening.

X (required)

A signature for the care provision act is required of this author.
Een handtekening van de auteur is noodzakelijk voor het verlenen van zorg.


signatureText: Een digitale ondertekening of multimedia representatie van de handtekening geleverd door de validator, die care provision act goedkeurend.
performer

De partij of partijen die verantwoordelijk zijn voor de scope van de zorg geïdentificeerd door de “ Care Provision Act” en zijn gerelateerde condities en zorgplannen. Echter, deze persoon of organisatie kan ‘supervisors’ of ‘monitors’ hebben die gerelateerd management of regulerende verantwoordelijkheden voor de zorg dragen.

Zorg kan worden geleverd door een breed spectrum van zorgverleners (providers) . In een voorbeeld uit de patiëntenzorg kan zorg geleverd worden door de patiënt zelf (R_Patient), familie of mantelzorg (R_RelatedParty), ontelbare individuele professionele zorgverleners/-organisaties (R_AssignedParty). Medische apparaten kunnen deelnemen aan de zorg, maar kunnen duidelijk geen verantwoordelijkheid nemen voor de zorg. In een niet-patiëntenzorg scenario kan zorg gelverd worden aan geografische plaatsen door omgevingsingenieurs (R_AssignedParty).


Vaak zijn de ” author” en de ”performer” dezelfde partij. Echter, in een verzoek tot zorg is de auteur degene die verzoekt en de ‘performer’ degene die de verantwoordelijkheid voor zorg zal nemen.
Attributen
typeCode: waarde uit onderstaande lijst uit “ ParticipationPhysicalPerfomrer” domein.


code

Beschrijving

PRF (performer)

A person who actually and principally carries out the care provision. Need not be the principal responsible actor, e.g. a surgery resident operating under supervision of attending surgeon, and may be the patient in self-care.
Degene die feitelijk de zorg verleent. Dit hoeft niet de hoofdbehandelaar te zij, maar bijvoorbeeld een assistent chirurg die opereert onder supervisie van een hoofdchirurg,

PPRF (primary performer)

The principal or primary performer of the care provision.
De hoofdbehandelaar van de “Care Provision”.

SPRF (secondary performer)

A person assisting in care provision through his substantial presence and involvement.
Degene die assisteert bij het uitvoeren van de “Care Provision” door substantiele aanwezigheiden betrokkenheid.


functionCode: Een optionele code die aanvullende details specificeert over de functie die de “ performer” heeft in de zorgverlening, bijvoorbeeld de huisarts, hoofd chirurg, asisterende chirurg, anesthesist, verpleegkundige, waarnemende arts.
contextControlCode: Zie beschrijving hierboven onder ‘Algemene participatie Attributen’.
tijd: Begin- en eindtijd van verantwoordelijkheid van “performer” voor de zorg aan een subject.

modeCode: Specificeert hoe de “performer” de zorg heeft verleend, en omvat meer dan alleen de communicatie. De defaultwaarde is "PHYSICAL" (physical presence). Andere toegestane waarden zijn:


code

Beschrijving

PHYSICAL (physical presence)

Participation by direct action where subject and actor are in the same location.
Een participatie door directe actie waarbij subject en actor in elkaars fysieke aanwezigheid zijn.

REMOTE (remote presence)

Participation by direct action where subject and actor are in separate locations, and the actions of the actor are transmitted by electronic or mechanical means.
Een participatie door directe actie waarbij subject en actorop verschillende locaties en waarbij de acties van de actor via electronische of mechanische wijze verstuurd worden.


PrimaryInformationRecipient

De toekomstige partij die het verzoek voor zorgoverdrachten of bevestigingen zal ontvangen. In het geval van een verzoek tot zorgoverdracht is de ontvanger niet de verzochte “performer” van de zorgverlening, maar ontvangt het verzoek voor de informatie van de ontvanger. Zij hoeven niet te handelen naar aanleiding van dit verzoek. Een andere mogelijkheid is dat de toekomstige ontvanger van een bevestiging van zorgoverdracht (promise) meestal de auteur van een corresponderend verzoek is maar ook een ‘copy to’ ontvanger kan zijn. De toekomstige ontvanger kan een toegewezen persoon of organisatie zijn (R_AssignedParty), zoals een zorgverlener, een gerelateerde partij (R_RelatedParty), bijvoorbeelde een familielid of rechter, of de patiënt zelf (R_Patient).
Attributen
typeCode: De type code is PRCP (primary information recipient).
contextControlCode: Zie de beschrijving die hierboven gegeven is in de Algemene Participatie attributen. De default waarde is “OP”.
In dit domein gaat de in een bericht verstuurde pertinente informatie van patiënten variëren, afhankelijk van de behoeften van de patiënt en de behoeften van de zorgverleners. Dienovereenkomstig is dit domein georganiseerd in “Care Structures” die het toestaan dat “Partial Information Models” gebruikt worden als bouwstenen in het construeren van het grotere informatiemodel voor een specifieker communicatie. Dit zijn R-MIMs of soms CMETs. Dit laatste wordt in de diverse projecten geoperationaliseerd door zogenaamde zorginformatiemodellen, zie www.zorginformatiemodel.nl. Inmiddels wordt internationaal ook de term Detailed Clinical Models (DCM) gebruikt. Het gaat om gestandaardiseerde specificaties van klinische gegevens die naar keuze in de Care Statement kunnen worden opgenomen. In een DCM zijn de kennis, classificaties en codering en modellering en technische specificatie geïntegreerd.
Algemene ActRelationship Attributen

De volgende “ActRelationship” attributen worden meestal gebruikt in “Act Relationships” die gerelateerd zijn aan de focale “CareProvision Act” en andere gerelateerde Acts. De attributen zullen hier in algemene zin worden beschreven en beschreven in de context met de specifieke Act Relationship waar meer specifieke details nodig zijn.


contextConductionInd: Wanneer het “Context Conduction Indicator” attribuut op ‘true’ gezet wordt, wordt alle context van de “parent act” ,die gemarkeerd is als ‘propagating’, naar de gerelateerde “child act” geleid. Het alternatief is dat wanneer deze op ‘false’ gezet er geen context geleid wordt naar de gerelateerde “child act”.
contextControlCode: Specificeert hoe een “child act” bijdraagt aan de context van de “parent act”. Als context wordt geleid naar andere “child acts” dan specificeert dit attribuut ook of de context die door de “child” geleverd wordt, leidt naar ander “children”. Dit attribuut is een code van twee karakters die in elke combinatie gebruikt kan worden en het leidende gedrag specificeren:

'AN': de associatie wordt alleen toegevoegd aan de context van deze act en word niet geleid door een “child act”.

'AP' : de associatie wordt toegevoegd aan context van deze act en kan geleid worden door een “child act”

‘ON': elke associatievan hetzelfde of meer specifieke type die geleid worden van de “parent” wordt vervangen door deze associatie en deze associatie wordt niet geleid door elke “child act”.

'OP': elke associatie van hetzelfde of meer specifieke type worden van de parent vervangen door deze associatie en deze associatie kan geleid worden door elke “child act”.
sequenceNumber:Het SequenceNumber attribuut kan gebruikt wroden om de volgorde van elk component aan te geven.


Recursive Care Provision Act Relationships

De focale “Care Provision Act” heeft drie relaties die terugverwijzen naar de centrale “Act” zelf: dit zijn de zognaamde recursieve relaties.


Sequel to

Deze relatie geeft een chronologische volgorde of levenscyclus van “Care Provision Acts aan. Bijvoorbeeld: voor preventieve zorg tijdens een derde zwangerschap zou het relevant kunnen zijn om te verwijzen naar de eerste en tweede zwangerschap die voltooid zijn en naar de kinderen die hiervan het resultaat zijn. Ook kan een “Care Provision Event” gerelateerd zijn aan de “Care provision Request” waarvan de “Event” de invulling is; of een vervangende “Care Provision Event” die een voorgaande beschrijving van het “Event” corrigeert.


Attributen
typeCode: de type code is een subset van de waarden uit het “ActRelationshipSequel” domein (zie tabel hieronder).


code

Beschrijving

SEQL

(is sequel)



An act relationship indicating that the source care provision act follows the target care provision act.
Een “Act” relatie die aangeeft dat de bron “Care Provision Act” de doel “Care ProvisionAct” volgt.

FLFS (fulfills)

The source care provision act fulfills (in whole or in part) the target care provision act. Source must be in a mood equal or more actual than the target.
De bron “Care Provision Act” vervult (geheel of gedeeltelijk) de doel “Care Provision Act”. De bron dient in de “mood equal” of ????? Bron moet in een mood gelijk zijn aan het doel of in een meer actuele mood.???

OCCR (occurrence)

The source care provision act is a single occurrence of a repeatable target care provision act. Source must be in a mood equal or more actual than the target.
De bron “Care Provision Act” is een eenmalige gebeurtenis van een te herhalen doel “Care Provision Act”. Bron moet in een mood gelijk zijn aan het doel of in een meer actuele mood.

RPLC (replaces)

A replacement source care provision act replaces an existing target care provision act. The state of the care provision act being replaced becomes obsolete, but the care provision act is typically still retained in the system for historical reference.
Een bron “Care Provision Act” vervangt een bestaande doel “Care Provision Act”. De status van de “Care Provision Act” die vervangen wordt, wordt obsoleet, maar “Care Provision Act” wordt behouden in het systeem voor historische referentie.

INST (instantiates (master))

Used to capture the link between a potential care provision ("master" or plan) and an actual care provision, where the actual care provision instantiates the potential care provision. The instantiation may override the master's defaults.
Wordt gebruikt om de link tussen mogelijke “Care Provision” en de feitelijke “Care Provision” vast te leggen, waarbij de feitelijke “Care Provision” de potentiele “Care Provision” “ instantieert.

ContextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.


ContextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Component 3

De component3 relatie heeft “CareProvision” als bron en heeft een andere “Care Provision” als doel en wordt gebruikt om groeperingen van “Care Provisions” te maken in een min of meer hiërarchische volgorde. Bijvoorbeeld voor “Care Provision” dat is gegeven aan een patiënt om een complicatie te behandelen, zoals behandeling van een allergie voor antibiotica, als deel van een overall zorgverlening voor een infectie.


Attributen

typeCode: De type code is COMP (has component).


ContextConductionInd : Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
ContextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Sequence number: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Pertinent information 3

De pertinentInformation3 relatie bevestigt een erg onspecifieke relatie van één item van klinische informatie naar een andere. Het geeft geen oordeel over de rol van de pertinente informatie. Het wordt gebruikt om gedetailleerde, bestaande informatie aan de huidige “Care Provision Act” te verbinden. Voorbeelden zijn: operatiegeschiedenis uit het verleden, een familie geschiedenis profiel, historische lijst van vrijgestelde medicatie.


Attributen
typeCode: De type code is de waarde afgeleid van de volgende subset van het ActRelationshipPertains domein (zie tabel hieronder).


code

Beschrijving

PERT

(has pertinent information)



A very unspecific relationship from the source care provision act to another care provision act.
Een ongespecificeerde relatie tussen de bron ”Care Provision Act” naar een andere ”Care Provision Act”.

SAS (starts

after start of)



The source Care Provision Act starts after the start of the target Care Provision Act.
De bron ”Care Provision Act” start na de start van de doel ”Care Provision Act”.

PREV

(has previous instance)



A relationship in which the target Care Provision act is a predecessor instance to the source Care Provision act. Generally each of these instances is similar, but not identical.
Een relatie waarin de doel ”Care Provision Act” een voorloper is van de bron ”Care Provision Act”. Over het algemeen is elke van deze instantiaties gelijk maar niet identiek.

SUMM (summarized by)

A Care Provision act that contains a summary of a list or set of subordinate Care Provision acts.
Een ”Care Provision Act” die een samenvatting van een lijst of set van van ondergeschikte ”Care Provision Acts” bevat.

ContextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.

ContextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Sequence number: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Information related to Care Provision

De overgebleven associaties van de “Act” voor “Care Provision” zijn gericht op het leveren van andere pertinente informatie over het doel van zorg om de samenwerking tussen zorgverleners te ondersteunen. De typen informatie, die verder beschreven worden in de ‘Care Structures topic’, omvatten:



  • “basis care statements”, bijvoorbeeld ruwe data met minimale samenvatting of interpretatie.

  • samenvattende informatie gecreëerd in lijsten en andere structuren, bijvoorbeeld medicatielijsten, operatielijsten , SOAP aantekeningen;

  • aan beoordeling gerelateerde “Care Statements”, bijvoorbeeld probleemlijsten, allergielijsten.

  • zorgplannen en hun gerelateerde richtlijnen; wat is voorgesteld, wat is besteld of gepland, wat was afgerond en wat moet nog afgerond worden.

  • beweringen over de condities die effect hebben op de verzorgers van de patiënt, zoals familieleden, bijvoorbeeld vermoeidheid van de zorgverlener.


Reason

Deze “ActRelationship” specificeert de klinische reden voor de “Care Provision” gerepresenteerd als een Conditie Observatie. Dit onderwerp wordt verder uitgewerkt in het stuk over Concerns in de “CareStructures topic” document.
Attributen
typeCode: De type code is RSON (has reason).
contextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. Default waarde “true”.
contextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. Default waarde “AN” (Additive, non-propagating).
Reference

Deze “ActRelationship” levert informatie over de “Encounter”die de “Care Provision Act” heeft gegenereerd.
Attributen
typeCode: De type code is REFR (refers to).
contextConductionInd: : Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. Default waarde “false”.
contextControlCode: : Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. Default waarde “OP” (overriding, propagating).
Pertinent information2

De “PertinentInformation2” relatie staat “Care Statements” pertinent toe, maar geen delen van de gerelateerde “Care Provision Act”, zoals relevante pathologie en observaties in de vorm van beeld, klinische bevindingen, familiegeschiedenis en meetschalen. Het doel van de “Act relatie is de “CareStatement” keuze welke in detail besproken wordt in het “ Care Structures topic” .


Attributen
typeCode: de type code is PERT (has pertinent information).
ContextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
ContextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Component1

De ” Component1 Act” relatie staat “Care Statements” pertinent toe die expliciet ddel uit maken van de geassocieerde “ Care Provision Act” , zoals pathologie en beeld observaties, klinische bevindingen, familiegeschiedenis en meetschalen, uitgevoerd tijdens the scope van de bron “ Care Provision Act” Het doel van de “ Act” relatie is de “ CareStatement” keuze welke in detail beschreven wordt in het Care Structures topic.

.

Attributen
typeCode: de type code is COMP,(component).
ContextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. De default: true
ContextControlCode:Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. De default waarde “AN”.
Sequence number: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Pertinent information 1

De “ PertinentInformation1 Act” relatie staat een gemengde collectie toe van “ Care Statements pertinent” die niet direct gerelateerd zijn aan geassocieerde “ Care Provision Act” . Het doel van de “ Act” relatie is de “ StatementCollector” keuze welke in detail wordt besproken in de Care Structures topic.


Attributen
typeCode: de type code is PERT (has pertinent information).
ContextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
ContextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
Sequence number: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen.
SubjectOf

De “ SubjectOf Act” relatie heeft als target van de ” has subject” relatie de “ Care Provision Act” met als bron de “ Care Statement” . Dit maakt het maken van beweringen mogelijk die aanvullende informatie over de “ Care Provision Act” kwalificeren of leveren, zoals aantekeningen en geplande herzieningen van een zorgplan.


Attributen
typeCode: de type code is SUBJ (has subject).
contextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. De default waarde is “true”.
contextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. De default waarde is “AN” (additive, non-propagating).
FinalGoal

De “ FinalGoal Act” relatie staat een klinische bewering toe die het einddoel weergeeft van de “ Care Provision” dat geassocieerd moet worden met de bron act.
Attributen
typeCode: OBJF.
contextConductionInd: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. De default waarde is “true”.
contextControlCode: Zie beschrijving in Common ActRelationship attributen. De default waarde is “AN” (additive, non-propagating).
      1. Domain topics

Het “ Care Provision” domein is verdeeld in een aantal onderwerpen en focust op het deel van het informatiemodel dat de focale klasse van de “Care Provision” omvat. Andere pertinente klinische informatie is te vinden in het “Care Structures topic”. Een lijst van onderwerpen die bedoeld zijn voor het “Care Provision Domein” omvat:



  • “Care Structures topic” . Dit onderwerp omvat CMET’s 6 voor het “Care Provision Domein”. Specifieke “Care Provision” structuren omvatten de “Concern Tracking” structuur, de “Care Plans/Guidelines” structuur en andere specifieke structuren. De “ Care Statement” structuur, welke een bewerkte versie is van het “Clinical Statement Patroon” , is onderdeel van deze sectie;

  • “Care Record topic” . Dit onderwerp bevat de samenvatting en uittreksels van notities uit het dossier die gebruikt worden om de daadwerkelijk gegeven zorg te communiceren, terwijl een subject onder de zorg stond van een verantwoordelijke partij;

  • “Care Record Query topic” . Dit topic omvat de queries en query antwoorden die gerelateerd zijn aan opvragingen over de feitelijk verstrekte zorg tijdens de zorg aan een subject onder de verantwoordelijkheid van een zorgverlener;

  • “Care Transfer topic”. Dit onderwerp bevat de onderhandelingsberichten in de zakelijke cyclus van verzoeken en acceptaties die plaatsvinden wanneer een overdracht van verantwoordelijkheid voor zorg geregeld wordt;

  • “Care Transfer Query topic”. Dit onderwerp bevat de queries en query antwoorden die gerelateerd zijn aan de status van onderhandelingen over zorgoverdracht.

  • “International Affiliate topic”. Deze onderwerpen worden alleen geintroduceerd voor het geven van opmerkingen. Zij kunnen ooit ingediend worden als voorstellen voor de ballot.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

  • CareProvision Focal Class: Attributen
  • CareProvision Associations
  • Domain topics

  • Dovnload 4.78 Mb.