Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Generische naam/stofnaam Werking, farmacodynamiek

Dovnload 0.76 Mb.

Generische naam/stofnaam Werking, farmacodynamiek



Pagina1/9
Datum10.10.2017
Grootte0.76 Mb.

Dovnload 0.76 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9






Generische naam/stofnaam

Werking, farmacodynamiek

Farmacokinetiek (zie legenda)

Indicaties

Nevenwerkingen, interacties, CI



  • Inleiding tot de farmacologie en begrippen van farmacokinetiek

  • Transmissiesystemen in het perifeer en autonoom zenuwstelsel

    • Cholinerge transmissiesystemen

      • Muscarinereceptoragonisten:

        Acetylcholine (ACh)

        • Oog: miosis, accommodatie

        • Speekselklieren, nasofarynxklieren en traanklieren: secretie 

        • Longen: secretie, bronchoconstrictie

        • Hart: - chronotroop effect, - dromotroop effect

        • GI: secretie maag en darmen, spiertonus, motiliteit, tonus sfincters

        • Blaas: contractie fundusspier, relaxatie sfincter

        • Genitaal: erectie

        • BV van huid en skeletspieren: lichte vasodilatatie (door NO)

        • CZS: afhankelijk van doorgankelijkheid van BBB

        (voor werking zie tabel blz. 5)

        TD: oogdruppels

        T1/2: Zeer kort (o.a. afgebroken in plasma door pseudocholinesterasen)




        • Lokaal gebruik in de oogheelkunde: inductie van miosis

        • Gesloten hoek glaucoom (te nauw kanaal van Schlemm, pilocarpine of carbachol in oogdruppels + koolzuuranhydrase remmers parenteraal in de acute situatie)

        -

        Pilocarpine (specifieke muscarinereceptoragonist)


        TD: oogdruppels

        T1/2: langer dan Ach

        Treedt door BBB (tertiair amine)


        • Centrale effecten




        Carbachol (zowel muscarine- als nicotinereceptoragonist)

        TD: oogdruppels

        T1/2: langer dan Ach




        -

        Betanechol (voornamelijk muscarinereceptoragonist)

        TD: per os of s.c.

        T1/2: langer dan Ach




        • Postoperatief om maag-, darm- en blaasatonie tegen te gaan

        • Bij megacolon om motiliteit te bevorderen

        • Bij atone constipatie

        • Bronchoconstrictie (astma!)

        • Bradycardie

        • AV-geleidingsstoornissen

      • Nicotinereceptoragonisten:

Nicotine

Depolarisatie thv: ortho- en parasympathische ganglia, bijniermerg, NMJ, CZS

TD: kauwgom, inhaler, tabletten, transdermaal

Zeer giftig (60mg is dodelijk, voor sommige niet-rokers kan 4 mg dodelijk zijn)

Bupropion



Inhibitie re-uptake NA en DA  antidepressivum (geen nicotinerecptoragonist)

-

CI: epilepsie en associatie met MAO-inhibitor

Varenicline



Partiële agonist van de nicotine ACh-receptor

-

-



      • Cholinesteraseremmers (anticholinesterasen):

Edrofonium (reversibel thv anionische plaats)


  • Oog: miosis, accommodatie

  • Speekselklieren, nasofarynxklieren en traanklieren: secretie 

  • Longen: secretie, bronchoconstrictie

  • Hart: - chronotroop effect, - dromotroop effect

  • GI: secretie maag en darmen, spiertonus, motiliteit, tonus sfincters

  • Blaas: contractie fundusspier, relaxatie sfincter

  • NMJ: spierfasciculaties en spiertrekkingen

  • CZS: afhankelijk van doorgankelijkheid van BBB

(voor werking zie blz. 10 & 11)


T1/2: Enkele minuten

  • Opheffen van het effect van pachycurares na anesthesie

  • Diagnose van myasthenia gravis (na toediening neemt spierkracht toe)

Neostigmine (reversibel thv anionische- en esterase plaats)



WD: lang

  • Opheffen van het effect van pachycurares na anesthesie

  • Postoperatieve maag-, darm-, blaasatonie

  • Behandeling van Myasthenia gravis (+atropine tegen parasympathische stimulatie)

  • Bij intoxicatie: verergerde farmacologische effecten met verstikking tot gevolg (zie blz. 12)

  • Bronchoconstrictie (astma!)

  • Bradycardie

  • AV-geleidingsstoornissen

Pyridostigmine (reversibel thv anionische- en esterase plaats)



Fysostigmine (reversibel thv esterase plaats)


Vd: Treedt door BBB (tertiair amine)

  • Opheffen van het effect van pachycurares na anesthesie

  • Inductie van miosis bij gesloten hoek glaucoom (TD: oogdruppels)

  • Antidotum bij intoxicatie met atropine of andere anticholinergica met tertiaire amine structuur)




  • Bij intoxicatie: verergerde farmacologische effecten met verstikking tot gevolg (zie blz. 12)

  • Centrale effecten: angst zenuwachtigheid, excitatie (bij intoxicatie: depressie van ademhalingscentrum en vasomotorcentrum met shock, coma en areflexie)




Ecothiopaat (irreversibel door fosforylering op esterase plaats)

TD: oogdruppels

(Meerdere irreversibele cholinesterase-



remmers dringen door de BBB)

  • Induceren van langdurige miosis bij glaucoom

  • Bij intoxicatie: verergerde farmacologische effecten met verstikking tot gevolg (zie blz. 12)

Donezepil, rivastigmine en galantamine bij behandeling van de ziekte van Alzheimer (zie verder)



      • Muscarinereceptorblokkers (antimuscarinica, anticholinergica):

Atropine


  • Gladde spieren: relaxatie (GI motiliteit, mydriase, accomodatiestoornissen, bronchoconstrictiereflex, tonus blaasfundus)

  • Sfincters: contractie

  • Klieren: speeksel- en zweetsecretie

  • Hart: + chronotroop, + dromotroop

  • maagzuursecretie (matig)

  • EZS: GI motiliteit

  • erectie

  • CZS: geen effecten bij quarternaire amines (quarternaire amines dringen ook minder goed door in het oog)

-

  • Pre-anesthesie: om bronchussecretie en salivatie tegen te gaan bij intubatie

  • Tijdens anesthesie: om vagale reflexen op het hart (door manipulatie van ingewanden) tegen te gaan

  • Na de anesthesie: om de muscarine-effecten van cholinesteraseremmers tegen te gaan bij het opheffen van pachycurares

  • Om mydriase te verkrijgen voor oogonderzoek (nadeel: werkt 2 tot 5 dagen)

  • Om salivatie tegen te gaan bij heelkundige ingrepen in de mondholte

  • Behandeling van extreme bradycardie en AV-geleidingsstoornissen door overdreven vagale tonus of bij overdosage met -blokkers

  • Behandeling van GI-spasmen, galblaas- en ureterkolieken

  • Behandeling van functionele diarree (door overdreven actie van het parasympathisch ZS bij bv. stress)

  • Ziekte van Parkinson (zie verder)

  • Door D2-receptor blokkers verwekte extrapyramidale symptomen (zie verder)

  • Bij intoxicatie met cholinesteraseremmers

Nevenwerkingen

  • Visusstoornissen

  • Droge mond

  • Indikken van longsecretie

  • Tachycardie en palpitaties

  • Obstipatie en vertraagde maaglediging

  • Bemoeilijkte mictie

  • Potentiestoornissen

  • Hyperthermie (vnl bij kinderen)

  • lage dosis atropine  Geen effect of tekenen van lichte excitatie, lage/middelhoge dosis scopolamine  sedatie en anterograde amnesie, hoge dosis atropine of scopolamine  agitatie en hallucinaties

CI:


  • Glaucoom (Ab CI)

  • Zware astma-aanval

  • Obstipatie (relatieve CI)

  • Refluxoesophagitis

  • Prostaathypertrofie (Ab CI)




Scopolamine

-

  • Pre-anesthesie (zie boven)

  • Reisziekte (inhibitie van braakcentrum)

Eucatropine

-

  • Om mydriase te verkrijgen voor oogonderzoek (werkt 30 min)

Biperideen

-

-

Trihexyfenidyl

-

-

Tiotropium (relatief specifiek voor M3)

-

  • Onderhoudstherapie van COPD

Methylatropine (quarternaire amine)

-

-

Ipratropium (quarternaire amine)

Methylscopolamine (quarternaire amine)



-

-


  • Onderhoudstherapie van COPD

  • Als adjuvans bij astma (zie CI)

-


Butylscopolamine (quarternaire amine)

-

-




Propantheline (quarternaire amine)

-

-

Isopropamide (quarternaire amine)

-

-

Pirenzepine (M1 selectief)

  • Maagzuursecretie en GI motiliteit zonder invloed op andere systemen (behalve in hoge dosis)

-

  • Maag- en duodenumulcus (zeker geen eerste keus, in België niet beschikbaar)

-


      • Nicotinereceptorblokkers (van NMJ):

Tubocurarine



Niet depolariserende blokkers of pachycurares zijn competitieve antagonisten van de nicotinereceptor  slappe spierparalyse (oogleden eerst, ademhalingsspieren laatst)

Effect wordt opgeheven door cholinesterase-inhibitoren



-

Spierparalyse verwekken bij anesthesie (orthopedische en abdominale chirurgische ingrepen of inbrengen van instrumenten in bronchus of oesophagus)
Na de ingreep wordt het effect van pachycurares geneutraliseerd door het toedienen van cholinesteraseremmer (+atropine)

-

Atracurium



-

-

Pancuronium



-

-

Decamethonium

Depolariserende blokkers of leptocurares verwekken blok door continue depolarisatie van de NMJ (worden itt Ach niet voldoende snel afgebroken)  slappe spierparalyse

Effect wordt niet opgeheven door cholinesterase-inhibitoren (maar juist versneld)



-

-

Suxamethonium

WD: enkele minuten

(afbraak door pseudocholinesterase)



-

Blokkers van nicotinereceptoren in ganglia hebben geen therapeutische toepassingen daar zowel ortho- als parasympathische functies worden geremd



      • Cholinesterasereactivatoren:

Pralidoxime


De oximes breken de fosfo-enzymbinding als ze binnen 2 uur toegediend worden (hierna heeft het enzym een conformatieverandering ondergaan)

Vd: Dringt niet door de BBB (=nadeel)

Bij intoxicatie met irreversibele cholinesteraseremmers die organofosforverbindingen met de enzymen maken

-

DAM (DiAcetylMonoxime)


Vd: Dringt goed door de BBB

-

MINA (MonoIsoNitroAcetone)


Vd: Dringt goed door de BBB

-



    • Adrenerge transmissiesystemen

      • -receptor agonisten:

Fenylefrine


1-receptor agonisten (op de postsynaptische cel):

  • constrictie van arteriolen en venen (preload  slagvolume)

  • GI: relaxatie propulsieve spieren, contractie sfincters

  • Contractie uterus

  • Contractie blaassfincter

  • Ejaculatie

  • Mydriase (zonder accomodatiestoornissen)

  • BD  baroreceptoren  bradycardie

  • Glycogenolyse in lever

  • reninesecretie

  • TD: per os



  • TD: neusdruppels


  • TD: oogdruppels

  • Chronische hypotensie en orthostatische hypotensie (alleen bij ernstige klachten als alternatieven niet werken)

  • Verkrijgen van neusdecongestie bij verkoudheid (fenylefrine, nafazoline en tramazoline)

  • Induceren van mydriase







  • Opletten bij kinderen wegens het centraal sedatief effect, bij te lang gebruik kan na-congestie ontstaan (rhinitis medicamentosa)

  • Hypertensie met reflexbradycardie

  • Angor

  • oogdruk  nauwe hoek glaucoom

Metaraminol


Nafazoline (?)


Tramazoline (?)


Clonidine

2-receptor agonisten (in het perifeer ZS op de presynaps):

  • insulinesecretie

  • NA vrijzetting in orthosympathische neuroeffectorjunctie BD

  • Orthosympathisch outflow uit CZS  BD

-

  • Essentiële hypertensie

  • Open hoek glaucoom (effect op outflow en vochtproductie)

  • Clonidine: onderdrukken van dervingverschijnselen door afbouw van opoid agonisten (onderdrukken van de LC) (zie verder)

  • Orthostatische hypotensie

  • Bradycardie

  • Sedatie, droge mond

  • Sexuele stoornissen

  • “Clonidine-withdrawal” syndroom (orthostatische tonus  1-receptoren  ernstige hypertensie bij stoppen clonidine)

Guanfacine

-

Exogeen NA



Combinatie van 1 en 2 effecten (er ontstaat BD-stijging en bradycardie doch minder dan met fenylefrine)

-

  • Hypovolemische shock (in initieel stadium samen met herstellen van het bloedvolume)

  • Reflectoire vasoconstrictie + vasoconstrictor kan leiden tot necrose



      • -receptor agonisten:

Adrenaline

Combinatie van 1 en 2 effecten:

Lage concentratie: -effect:



  • diastolische BD (2 effect)

  • systolische BD gelijk of gestegen (hartdebiet)

  • tachycardie

Hoge concentratie: + effect:

  • Diastolische BD

  • Systolische BD

  • Minder tachycardie (baroreceptor reflex)




  • TD: i.m (i.v. kan cardiale aritmien uitlokken)



  • TD: Toevoegen aan lokaal anestheticum

(Exogeen toegediend adrenaline heeft een bifasisch effect eerst 2 dan 1)




  • Anafylactische shock (BD herstel, hartdebiet, bronchoconstrictie, degranulatie mestcellen)

  • Verlengen van lokale anesthesie (door lokale vasoconstrictie  vertraagde resorptie)

  • Tachycardie, extrasystolen, tachyaritmieen

  • Hypertensie

  • Angor




isopropylNA

Combinatie van 1 en 2 effecten

  • Vasodilatatie thv arteriën

  • Tachycardie

  • Contractiekracht hart

Zorgen samen voor

  • Diastolische BD

  • Systolische BD gelijk of gestegen

  • tachycardie

-

  • Extreme bradycardie

  • AV-geleidingsstoornissen (als aanvangsbehandeling, nadien pacemaker plaatsen)

  • Hartstilstand (intracardiaal toedienen)

-

Dopamine *



1-receptor agonisten (op postsynaptische cel)

  • GI: relaxatie propulsieve spieren

  • Hart: + chronotroop,

+ dromotroop,

+ bathmotroop, + inotroop






TD: i.v. infuus

  • Dopamine: Cardiogene shock en milde vormen van acute hartdecompensatie (bindt ook op de D1-receptor  vasodilatatie in nier en splanchnische vaten  urinedebiet, Na-excretie

  • Bepaalde vormen van hartdecompensatie (+ inotroop effect is relatief sterker dan + chronotroop) effect)

  • 1 en 1 effecten afhankelijk van de dosis

Xamoterol



-

-

Dobutamine



-

-

Ibopamine


-

-

Isoxuprine


2-receptor agonisten (op de post- en presynaptische cel)

  • BV: dilatatie (vooral in skeletspier en hartspier) 

BD

  • Bronchodilatatie

  • Uterus relaxatie

  • Blaas relaxatie

  • Zaadblaasjes en vas deferens: relaxatie

  • M. Ciliaris: relaxatie

  • Skeletspieren: tremor, glycogenolyse

  • Renine vrijzetting  AngII

  • insulinesecretie

  • NA vrijzetting in orthosympathische neuroeffectorjunctie

  • Histaminevrijzetting uit mestcellen

-

  • Essentiële arteriële vaatspasmen (isoxuprine heeft bovendien -receptor blokkerende werking)

-

Fenoterol


-

  • Behandeling van astma

  • Behandeling van premature baarmoedercontracties tijdens de zwangerschap (eerste lijn behandeling is atosiban, een oxytocine-antagonist, vanwege zijn betere safety profile)

-

Terbutaline


-




-

Salbutamol


-

-

Ritodrine

-

-

-



      • Indirect –werkende sympathomimetica:

        • Stimulatoren van NA vrijzetting

Amfetamine


Verdrijven NA uit de secretiegranulen, inhiberen Uptake-1 van NA, hebben invloed op het MAO en bezitten zwakke intrinsieke activiteit op - en -receptoren (zetten ook dopamine en serotonine vrij)

Vd: Dringen door de BBB

  • Geen indicaties thv het perifere ZS (zie verder)

Bij continue of kort opeenvolgende toedieningen verliezen ze grotendeels hun activiteit omdat de voorraden NA uitgeput raken


Efedrine


  • Neusdecongestie en bronchodilatatie



        • Inhibitoren van Uptake-1 tricyclische antidepressiva (zie verder)

        • MAO-inhibitoren (zie verder)



      • -receptor blokkers:

Fentolamine


1 blokkering:

  • vasodilatatie van arteriolen en venen (sterker bij verhoogde adrenerge tonus, bv rechtop staan)

  • BD  reflextachycardie (via baroreceptoren)

  • preload en afterload  einddiastolysch volume en BD

  • renine (door NA op 2, wegvallen van inhibitie op , gedaalde BD)  Na en waterretentie

  • GI motiliteit

  • Relaxeren van blaashalsspier en prostaatkapsel

  • Inhibitie ejaculatie

  • Miose

2 blokkering:

  • NA vrijzetting in neuroeffectorjunctie van hart , nieren en BV  sterkere reflextachycardie, meer reninevrijzetting afzwakken van “1” vasodilatatie  minder en kortere BD




-

  • Feochromocytoom: preoperatief om de BD te normaliseren, peroperatief om de hypertensieve opstoten door tumormanipulatie te voorkomen, postoperatief ter behandeling van resterend tumorweefsel (prazosine + -blokker ter voorkoming van tachycardie en ritmestoornissen)

  • Hypertensieve crisis door overdosage met -agonisten, kaasreactie (zie verder) of clonidine-withdrawal syndroom (fentolamine of prazosine i.v.)

  • Chronische behandeling van essentiële hypertensie (enkel in geval van combinatietherapie)

  • Benigne prostaathypertrofie

  • Hypovolemische shock, na volume correctie

  • Centrale en perifere arteriële circulatiestoornissen (alleen vaatvernauwingen van functionele aard, bv bij de ziekte van Raynaud)

  • Reflextachycardie

  • Na retentie

  • Oedeem

  • Diarree

  • Ejaculatie stoornissen

  • neuscongestie

Fenoxybenzamine

(irreversibele antagonist)

-

  • Zie fentolamine

  • Blokkeert ook muscarine-, serotonine-, en histaminereceptoren

Dihydroergotamine


-

  • Zie fentolamine




Prazosine (1 selectief)


-

  • Na retentie

  • Diarree

  • Ejaculatie stoornissen

  • neuscongestie

Labetalol (1 en selectief)


-

  • Na retentie

  • Diarree

  • Ejaculatie stoornissen

Neuscongestie

  • -bijwerkingen






      • -receptor blokker:

Propranolol



Effecten van niet selectieve -blokkers (alleen duidelijke bij verhoogde adrenerge tonus):

  • hart (1): - chronotroop,

- inotroop, - dromotroop,

- bathmotroop  arbeidsbelasting en hartdebiet (O2 sparend)



  • BV (2): vasoconstricitie  vermoeidheid (door spierdoorbloeding)

  • BD (slagvolume, renine, orthsympathische tonus door effect thv CZS, NA vrijzetting door presynaptische 2-blok)

  • Bronchi (2): bronchoconstrictie

  • GI (1): motaliteit

  • Lever en skeletspier (2): glycogenolyse

  • Vetweefsel (1): lipolyse  serumTG’s

  • Pancreas (2): insulinesecretie (door tegelijk optreden van glycogenolyse ontstaat er zelden hyperglycemie)

  • Nier (2): renine  Na en waterretentie




-

De belangrijkste indicaties:

  • Essentiële hypertensie

  • Angor pectoris (chronisch, niet bij spastische angor)

  • Acuut myocardinfarct (tenzij CI)

  • Ritmestoornissen tgv verhoogde orthsympathische tonus (sinusale tachycardie, paroxismale VKtachycardie, VK-fibrillatie)

  • Hartinsufficientie (beginnen aan extreem lage dosis)

Andere indicaties:

  • Anxiolyse (perifere symptomen  somatopsychische feedback  angstgevoel, vooral bij sociale fobie)

  • Tremor (door adrenerge overstimulatie)

  • Feochromocytoom (zie -receptor blokkers)

  • Open hoek glaucoom (timolol in oogdruppels vermindert oogvocht productie)

  • Preventieve therapie van migraine (zie verder)

  • Obstructieve hypertrofische cardiomyopathie (verminderen van obstructie door verminderde contractiliteit)

Nevenwerkingen:

  • Bradycardie

  • AV-geleidingsstoornissen

  • AV-blok

  • Hartdecompensatie

  • Zelden hypotensie

  • Bronchospasmen

  • Astma-aanval (bij mensen met astma, indien toch nodig  1-blokkers)

  • Koude handen en voeten

  • GI krampen

CI:


  • Reeds bestaande nevenwerkingen (zie boven)

  • Sick Sinus Syndroom (afwisselende periodes van tachy- en bradycardie)

  • Behandeling met verapamil of diltiazem)

  • Longoedeem

  • Circulatiestoornissen (claudicatio, ziekte van Ranaud)

  • Einde van de zwangerschap (-blokkers gaan nog door naar het kind, gevaar voor ischemie en hypoglycemie)

Timolol



-

Sotalol



-

Nadolol



Vd: hydrofiel slecht door BBB

Pindolol (ISA)



-

Oxprenolol (ISA)



Vd: Hydrofiel slecht door BBB

Atenolol (1 specifiek)



Vd: Hydrofiel slecht door BBB

Metoprolol (1 specifiek)



-

Acebutolol (1 specifiek, ISA)



-

Carvedilol ( en specifiek)



-

Bucindolol ( en specifiek)



-

ISA= Intrinsieke Sympatomimetische Activiteit  ze verwekken minder bradycardie, perifere vasoconstrictie, lipolyse inhibitie en stijging van serumTG’s dan de anderen



      • Neuronblokkers:

Reserpine

Blok van NA-, dopamine-, en serotonineopslag in granulen  depletie van NT’s  effecten van gecombineerde - en -blokkering

-

Hypertensie (maar het gebruik wordt beperkt door ernstige nevenwerkingen)

  • Orthostatische hypotensie (zowel arteriële als veneuze vasodilatatie)

  • Na- en waterretentie

  • Ejaculatiestoornissen

  • Neuscongestie

  • Psychische depressie (reserpine en

-methyl DOPA)

Guanethidine

Blok van NA-vrijzetting (moet hiervoor via uptake-1 worden opgenomen)  effecten van gecombineerde - en -blokkering

-

-methyltyrosine

Blok van NA-synthese door inhibitie van tyrosine hydroxylase  effecten van gecombineerde - en -blokkering

-

-methyl DOPA

Wordt intraneuronaal omgezet tot -methylNA dat: zich gedraagt als valse NT (met weinig affiniteit), een centrale en perifere 2 antagonist is  effecten van gecombineerde - en -blokkering

-



    • Dopaminerge transmissiesystemen

Dopamine



Dopaminereceptor agonisten:

  • Dilatatie van renale en mesenterische BV (D1)

  • Postprandiale maagledeging (D2)

  • Chemoreceptor trigger zone in MO  braken (D2)

  • Prolactine secretie (D2)




-

  • Caridiogene shock en milde vormen van hartinsufficientie (i.v.)

  • Hyperprolactinemie

  • Prolactineceladenoom

  • Stoppen van melksecretie tijdens lactatie (cabergoline)

  • Parkinsonisme (zie verder)

Zie verder

Bromocriptine (D2 specifiek)



-

Cabergoline (D2 specifiek)



-

Domperidone



D2-receptor blokkers

Vd: Niet of weinig door BBB

  • Nausea, braken

  • Gastro-oesofagale reflux

  • Dyspepsie en gastroparese

  • Vertraagde maagledeging

  • Hyperprolactinemie (domperidone)

  • Extrapyramidale verschijnselen (acute dystonie, bij onvoldoende ontwikkelde BBB)

Metoclopramide



    • Serotoninerge transmissiesystemen

Buspirone (5-HT1 specifiek)



Serotonine-receptor agonisten:

  • GI motaliteit

  • Contractie van grote arteriën en venen (vnl. Splanchnische, renale, pulmonale en cerebrale vaten)

  • Thrombocyten: aggregatie en vasocontrictie bij beschadiging van vasculaire gladde spier

-

  • Anxiolyticum

-

Sumatriptan (5-HT1 specifiek)



-

CI: coronair lijden

Ergotamine (5-HT1- en -specifiek)

-

  • Migraine (zie verder)

-

LSD (lyserginezuur diethylamide) (niet selectieve 5-HT agonist)

-

-

-

Methysergide



5-HT2 antagonist en partiële 5-HT1 agonist

-

  • Carcinoid syndroom (tumorale chromaffiene cellen van GI)

  • Preventieve behandeling van migraine (blokkeren van lokale vasoconstrictie)

-

Cyproheptadine



5-HT2 antagonist en

H1-blokker



-

-

Risperidone



5-HT2 antagonist en

D2-blokker  antipsychoticum



-

  • Schizofrenie (zie verder)

-

Ondansetron



5-HT3 antagonist

-

  • Braken tgv behandeling met cytstatica of vagale stimulatie (postoperatief)

-



    • Purinerge transmissiesystemen

Theofylline



Adenosinereceptor antagonisten ( inhibitie PDE):

  • Centrale excitatie

  • Hart: tachycardie en

  • + inotroop effect

  • Bronchodilatatie (vooral bij astma)

  • Glomerulaire filtratiesnelheid diurese




TV: nauw (plasma-monitoring noodzakelijk)

t1/5 door: erythromycine, ciprofloxacine, cimetidine (leverenzyminhibitoren)

t1/5 door: nicotine, alcohol, barbituraten, rifampicine, fenytoine, carbamazepine (leverenzyminductoren)


(zie verder)


  • Hart: tachycardie en verhoging O2 nood

  • CZS: psychomotorische activiteit, waakzaamheid, slapeloosheid, nervositas, tremor, verlagen convulsiedrempel (vooral bij kinderen)

Aminofylline



Caffeïne





    • Addendum 1: Glaucoom (zie boven)

    • Addendum 2: Geneesmiddelen in verband met het gastrointestinaal stelsel

      • Maag- en duodenumulcera en GERD:

Cimetidine


H2-receptorantagonisten:

  • Maagzuursecretie wordt voor 90% geremd

  • Ook invloed op pepsinesecretie

-

  • Maag- en duodenumulcus (evt. in combinatie met

H. Pylori eradicatie door AB)

  • Gastro-oesofageale reflux (maar voorkeur voor PPI)

  • Preventie van ulcera tgv NSAID gebruik

  • Preventie van bloedingen door stress-ulcera op IC

  • Inhibitie van cytochroom P­450 (vooral klinisch belangrijk voor cimetidine) waardoor inhibitie van metabolisme van: orale anticoagulantia, fenytoine, carbamazepine, kinidine, theofylline

  • Cimetidine: Endocriene effecten (gynecomastie, impotentie, galactorrhee) en centrale effecten

Ranitidine


-

Famotidine


-

Omeprazole (ea PPI)



Irreversibele inhibitoren van de protonpomp van de parietaalcel in de maagmucosa  HCl

TD: per os (1 h voor maaltijd)

T1/2: 1,5 h



WD: 24 h

  • Zie H2-receptorantagonisten

  • Zollinger-Ellison syndroom

  • Goed veiligheidsprofiel (PPI worden door CYP450 snel gemetaboliseerd)

Misopostol



Analoog van prostaglandine E1 (PGE1): zuursecretie, mucosadoorbloeding, mucosaproductie

-

  • Zie H2-receptorantagonisten

Off label indicaties:

  • Na miskraam: expulsie miskraamweefsel

  • Preventie postpartum bloeding

  • Inductie bij mors in utero, mola (+MTX)

  • Nausea, braken

  • Diarree

  • Uteruscontracties en miskraam (Absolute CI)

Antacida: CaCO3, Al(OH)3, Mg(OH)2



Neutraliseren maagzuur  symptomatische verbetering

WD: 2 h

  • Adjuvante behandeling van ulcera

  • Zoutbelasting (let op bij hartfalen!)

  • Secundaire vermeerdering van de zuursecretie

  • Diarree (Mg(OH)2)

  • Obstipatie (Al(OH)3)

  • Interactie met geneesmiddelen in GI

Sucralfaat



Vormt in een zuur-waterig milieu een viskeuze suspensie waardoor de mucosa afgeschermd wordt tegen toxische invloeden

-

  • Preventie van stress-ulcera bij risicopatiënten op een IC

-



      • Stoffen die de maaglediging versnellen:

Domperidone*



D2-receptor blokkers

Vd: Niet of weinig door BBB

  • Nausea, braken

  • Gastro-oesofagale reflux

  • Dyspepsie en gastroparese

  • Vertraagde maagledeging

  • Hyperprolactinemie (domperidone)

  • Extrapyramidale verschijnselen (acute dystonie, bij onvoldoende ontwikkelde BBB)

Metoclopramide*

Cisapride

  • Verhoogt de maagcontractie en versnelt de maaglediging zonder de secretie te beïnvloeden

  • darmperistaltiek

-

  • Verlengen van QT-interval  levensgevaarlijke aritmieen

  • Niet combineren met CYP450 inhibitoren



      • Anti-emetica:

Ondansetron*



5-HT3 antagonist

-

  • Braken tgv behandeling met cytstatica of vagale stimulatie (postoperatief)

-

Dexamethason*

Glucocorticoiden verminderen de peritumorale inflammatie en verminderen PG-synthese

-

  • Nausea/braken bij kankerpatiënten

Zie verder

Fenothiazines*



  • Anti-emetogene eigenschappen (vnl. Via anti-dopamine en anti- muscarine effecten)

  • Sedatieve eigenschappen

antipsychotica

-

  • Nausea/braken

-

Butyrofenonen*



-

  • Nausea/braken

-

Domperidone*



D2-receptor blokkers

Vd: Niet of weinig door BBB

  • Nausea, braken

  • Gastro-oesofagale reflux

  • Dyspepsie en gastroparese

  • Vertraagde maagledeging

  • Hyperprolactinemie (domperidone)

  • Extrapyramidale verschijnselen (acute dystonie, bij onvoldoende ontwikkelde BBB)

Metoclopramide*

Diphenhydramine*


1e generatie H1-antihistaminica: Anticholinerg en sedatief

-

  • Nausea/braken

-

Promethazine*


-

  • Nausea/braken

-

Scopolamine*


Zie muscarinereceptorblokkers

-

  • Pre-anesthesie (zie boven)

  • Reisziekte (inhibitie van braakcentrum)

  • Zie muscarinereceptorblokkers

Aprepitant

Selectieve NK1-receptoragonist

(neurokine)



-

  • Preventie van nausea en braken tgv hoog emetogene therapie (in combinatie met setronen en glucocorticoiden)

-



      • Pancreasenzym-substituut:

Pancreasenzymen

-

TD: per os (bij elke maaltijd)

Pancreasinsuffientie (chronische pancreatitis mucoviscidose, pancreasresectie)

-



      • Laxantia:

Hydrofiele colloïden

Bulk-laxantia en osmotische laxantia blijven meestal in het colonlumen, en zetten het colon uit waardoor peristalsis gestimuleerd wordt.

TD: per os (met voldoende vochtinname)

  • Obstipatie

  • Lactulose: portaalhypertensie

-

Agar

-

Methylcellulose

-

Lactulose

-

Sorbitol

-

Senna

Lokaal irriterende of stimulerende laxantia

-

Obstipatie: vooral bedoeld voor kortdurend, eenmalig gebruik (uitzonderlijk langdurig op medisch advies)

-

Castorolie

-

-

Fenolftaleine

-

-

Bisacodyl

-

-



      • Anti-diarrheica:

Loperamide*

Effect op de opioidreceptor in het enterisch systeem

-

Diarree

-

Difenoxylaat*

Adsorberende stoffen

-

-

Diarree (minder effectief)

-

Antibiotica

-

-

Diarree (bij specifieke indicaties)

-

Galzuurbindende resines

(zie verder)

-

Galzoutdiarree (short bowel)

-



      • Inflammatoir darmlijden (IBD):

Sulfasalazine*

Salicylaten (zie NSAIDs)

TD: per os

  • Colitis ulcerosa

  • Ziekte van Crohn (chronische transmurale ontsteking van de darm)

Zie NSAIDs


Mesalazine (5-ASA)*

TD: per os of zetpil

Corticosteroïden

Immuunsuppresiva

-

-

Cytostatica

-

-

Antibiotica

-

-

-

Infliximab

Monoclonale antistoffen tegen TNF-

-

-

Adalimumab

-

-



    • Addendum 3: Geneesmiddelen gebruikt bij obesitas en centrale stimulantia

      • Obesitas:

Orlistat



Inhibitor van maag- en pancreaslipase  minder absorptie van vet

-

  • Bij BMI > 30 kg/m2

  • Bij BMI > 28 kg/m2 + andere risicofactoren (DM type 2, hyperlipidemie)

  • Steatorrhee (daarom vetinname beperken)

  • Verlies vetoplosbare Vit.

Sibutramine

5HT en NA (en dopamine) reuptake blokker

-

  • Obesitas

  • Beperkte stijging BD en hartfrequentie (mag max. 1 jaar gebruikt worden)

Rimonabant

Cannabinoid receptor antagonist (CB1)

-

  • Bij BMI > 30 kg/m2

  • Bij BMI > 27 kg/m2 + andere risicofactoren (DM type 2, hyperlipidemie)

  • Verdubbelen van aantal depressies

  • CI: depressie of combinatie met antidepressiva



      • Narcolepsie en ADHD:

Modafinil

Derivaat van amfetamine (zonder de nadelige effecten van amfetamines zoals excessieve stemmingswisselingen, slapeloosheid en verslaving)

-

  • Narcolepsie

-

Fenethylline

Is een prodrug die wordt gemetaboliseerd tot amfetamine en theophylline (beide centrale stimulantie)

-

-

  • Gebruik wordt afgeraden

Methylfenidaat

Derivaat van amfetamine die werkt als een dopamine- en NA-heropnameremmer  paradoxaal effect

T1/2: 2-4 h

WD: 3-4 h (tenzij toedieningsvorm met vertraagde vrijzetting)



  • Narcolepsie

  • ADHD

  • Slapeloosheid

  • Verminderde eetlust

  • Emotionele instabiliteit

Dexamfetamine

Alternatief voor methylfenidaat (enkel beschikbaar in magistrale vorm)

-

  • Narcolepsie

  • ADHD

-

Atomoxetine

NA-heropnameremmer zonder centraal-stimulerend effect

T1/2: langer dan amfetamine derivaten

  • ADHD

  • Kan zelfmoordrisico verhogen
  1   2   3   4   5   6   7   8   9


Dovnload 0.76 Mb.