Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Gerdi Verbeet (PvdA)

Dovnload 12.5 Kb.

Gerdi Verbeet (PvdA)



Datum05.12.2018
Grootte12.5 Kb.

Dovnload 12.5 Kb.

Gerdi Verbeet (PvdA)
‘Tijd is de mogelijkheid om iets zinnigs te doen’

‘De mensen denken soms van ‘waarom zit ze hen zo op te jagen’, maar dat doe ik omdat het dan de enige manier is om ervoor te zorgen dat we ook afronden’

‘Voor spoeddebatten bepaal ik de tijd, hoewel uiteindelijk een Kamermeerderheid mij altijd kan overrulen’
De enige volksvertegenwoordiger die voor 150 Kamerleden de tijd bijhoudt, is PvdA-Kamerlid Gerdi Verbeet, Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Stipt, zonder onderscheid, onverbiddelijk wanneer het moet. ‘In mijn werk heb ik drie vrienden: de klok, het Reglement van Orde en m’n goeie humeur. Bij uitstek gaat het hier om de tijd. Het is objectief, bijna al het andere is subjectief. Mij is het erom te doen dat we de agenda, die we iedere week bij de regeling van werkzaamheden bij meerderheid vaststellen, met elkaar bewaken.’
‘We zijn niet de NS, maar het moet voor de mensen wanneer ze televisie kijken wel voorspelbaar zijn dat ze een bepaald debat kunnen zien. Behalve dat Kamerleden in de zaal hun verplichtingen hebben, moet ik ze ook de gelegenheid geven hun andere commissievergaderingen te kunnen bijwonen en hun verplichtingen in de samenleving te vervullen. Op het moment dat zij druk in een debat zijn, nemen ze daar alle tijd voor, maar op dat moment moet ik ook de belangen behartigen van degenen die het volgende debat moeten doen. De mensen denken soms van ‘waarom zit ze hen zo op te jagen’, maar dat doe ik omdat het dan de enige manier is om ervoor te zorgen dat we ook afronden.’

Gisteren was de dag van het plenaire Afghanistan-debat, dat tot half drie ’s nachts zou duren. Ook was het Gedichtendag 2011, met Nacht als thema. De middagvergadering opende zij met ‘Alleen nog dit’ van Remco Campert, beginnend met de woorden:


Wilt u nu afronden?
u overschrijdt uw tijd
ja, alleen nog even dit
heel kort dan
‘Dit is echt Kamertaal. Ik vind het mooi dat iemand van de statuur van Campert ons blijkbaar heeft gevolgd. Dat is goed, want ik ben heel trots op wat we hier doen. En dat het dan ook nog eindigt in een gedicht… Vooral dat laatste zinnetje: u heeft uw punt gemaakt. Het zou zomaar kunnen dat hij het mij heeft horen zeggen. Ik ben me in deze functie nog bewuster geworden dat alles z’n tijd heeft. Dit was een moment van reflectie. Dan moet je er een tijdje overheen laten gaan voordat je weer aan iets anders kan beginnen, anders volgt het bot op elkaar. Ik had gisterenavond heel graag nog iets aardigs willen zeggen tegen een collega die weer opnieuw oma geworden is. Maar het debat over Afghanistan leende zich echt niet voor een uitstapje, daar was het de tijd niet voor. Dat luistert hier wel nauw.’

‘Wat ik ook in deze functie heb geleerd is dat je soms ook de tijd moet nemen om iets uit te leggen. In het begin ging ik ervan uit dat iedereen het reglement wel kende. Nu leg ik bijvoorbeeld voordat ik begin aan een interpellatiedebat - in de wetenschap dat we dat al lang niet hebben gedaan en er ook veel nieuwe leden zijn - even uit wat we gaan doen en op welke manier. Daar neem ik de tijd voor. Dat moet je ook durven, want ik wil natuurlijk ook dat ik zelf niet te veel tijd neem. Ik heb vastgesteld dat het heel goed is om het te doen, omdat dan iedereen veel beter weet wat we van elkaar verwachten en er dan ook een gemeenschappelijke focus in het debat zit.’


Als Voorzitter is ze waarschijnlijk het enige Kamerlid dat vrijwel elk woord hoort dat klinkt in de vergaderingen die zij leidt. Voor haar geen overleg in de wandelgangen, geen kop koffie tussendoor in het Kamerrestaurant, geen sms’jes of twitteren, geen bilateraaltje met een collega, en ook niet dat heel eventjes mijmeren wat je een Kamerlid soms ziet doen. ‘Het is waar dat ik eigenlijk alles registreer wat er gebeurt. Je krijgt ook een soort radar voor de toonhoogte in een debat. Dat gaat heel intuïtief, dan ga ik extra luisteren en denk ik: nu moet ik oppassen. Bijvoorbeeld op de manier waarop de mensen elkaar aanspreken, omdat ik wil proberen het spel op de bal te houden en niet op de man. Dan ga ik al die instrumenten gebruiken, de klok, het ‘wilt u via de voorzitter spreken’, om ervoor te zorgen dat dingen niet ontsporen.’


Hoe werkt het met spreektijden in al die debatten? ‘Ieder debat heeft z’n eigen karakter. Voor wetgeving is er onbeperkte spreektijd. Men schrijft in voor de tijd die men zelf denkt nodig te hebben om het goed te kunnen behandelen. Op tafel voorin de zaal liggen lijsten waarop je je kunt inschrijven zodra het debat is aangemeld voor plenaire behandeling. Bij begrotingsbehandelingen krijgt men voor alle begrotingen tezamen een aantal minuten. Dat hangt samen met het aantal zetels. Daar ben je heel streng op. Een fractie kan besluiten om op veel begrotingen niet mee te doen, maar op bepaalde begrotingen juist veel. Zo kiest de SP altijd veel tijd voor de begroting van Sociale Zaken, D66 veel voor Onderwijs. Ik heb altijd een razende bewondering voor de SGP, die met heel weinig spreektijd altijd op alle begrotingen meedoet met een bijdrage die compact en relevant is. Voor spoeddebatten bepaal ik de tijd, hoewel uiteindelijk een Kamermeerderheid mij altijd kan overrulen. Maar een spoeddebat moet toch altijd binnen 2 à 2,5 uur afgerond worden.’ Voor het vragenuur loopt nog een experiment om te toetsen of het zinvol is het anders in te richten. ‘Het vragenuur heeft helemaal een beschreven tijd. Nu probeer ik nog meer vragen in dat uur te doen. Dat heeft ook een soort spelelement; het dwingt mensen ook om puntig te zijn.’

Behalve de zaalklokken en het digitale klokje in het knoppenpaneel in de Kamer zijn er ook twee horloges die Gerdi Verbeet dienen in het bijhouden van de tijd. ‘Dit horloge, een stationsklokmodel, vind ik een heel mooi, stoer horloge. Het is echt een werkhorloge, dat ik altijd meeneem als ik presentaties moet houden.’ Het gaat over haar Mondaine, het horloge met de karakteristieke rode secondewijzer met het bolletje. Ernaast ligt een Tissot. ‘Dit is echt een sierlijk horloge. Dat heb ik gekocht in Sint-Maarten, op het vliegveld. Doordat het nogal moeite kostte om het bandje korter te maken, heb ik haast het vliegtuig gemist. Dat had zomaar mis kunnen gaan.’

Aan de wand van haar werkkamer hangen foto’s van oud Amsterdam. Op een ervan staat het straatje waar haar grootmoeder als kind woonde. ‘Ik heb kleinkinderen en dan denk je wel eens: hoe was dat toen? Toen ik heel klein was had ik het gevoel dat tijd eindeloos was; zomers en winters duurden eindeloos. Nu vliegt het. Dat is denk ik het grootste verschil. Ik ga nu toch het laatste kwart van m’n leven in, driekwart zit erop. Hoeveel tijd hebben we nog om onze dromen te vervullen? Ik wil nog zo veel, maar de tijd tikt door. Ik wil mijn uren heel goed besteden. Tijd is voor mij de mogelijkheid om iets zinnigs te doen. Ik vind heel veel dingen leuk; ook mooi eten maken, een goed gesprek. Ik vind tijd heel kostbaar en wil er heel zorgvuldig mee omgaan. Dat past ook wel in mijn karakter, ik ben heel erg een planner. Toen ik voor het eerst in Den Haag kwam werken als politiek assistent, moest ik erg wennen aan het feit dat m’n agenda iedere keer zo omgegooid werd. Dat lukte wel, maar ik vind het wel weer heerlijk dat ik nu die agendavoorstellen doe voor de Kamer. Dat geeft me een enorm gevoel van voldoening.’




Meer lezen? Bestel dan het boek “Tijd voor Politiek” van Paul Walters via
http://www.gopher.nl/shop/order.asp?barcode=ISBN&id=9789051797824


Dovnload 12.5 Kb.