Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Geschiedenis hoofdstuk 2

Dovnload 0.49 Mb.

Geschiedenis hoofdstuk 2



Datum07.05.2019
Grootte0.49 Mb.

Dovnload 0.49 Mb.

Geschiedenis hoofdstuk 2


2.1

  • Kenmerkend aspect: De ontwikkeling van wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat.

  • Tot de 8e eeuw v.C. speelden de goden een belangrijke rol als uitleg voor allerlei verschijnselen.

  • Vanaf 600 v.C. gaan filosofen (=liefhebbers van wijsheid) rationeel denken (=gebruik van verstand)

  • Uit de filosofie ontstonden verschillende soorten wetenschap, wiskunde, medische wetenschap en geschiedenis. (Vb. stelling van pythagoras)

  • De belangrijkste denkers (filosofen) van de Grieken waren Socrates, Plato en Aritstoteles.

  • Plato: ethiek (wat is goed of fout?) Er bestaan natuurlijke wetten die voor iedereen gelden.

  • Opende in 387 v.C. in Athene een academie. Hij zag lesgeven als zijn levenstaak. Bekend is zijn ‘ideeënleer’.

  • Plato heeft ook nagedacht over de ideale staat. Een samenleving kent 3 groepen – Boeren, militairen en bestuurders. Na een jarenlange opleiding en selectie zijn de uitverkorenen op 50 jarige leeftijd geschikt voor het bestuur.




  • Aristoteles: was leerling van Plato. Stichtte een eigen school, het lyceum. Bekend is zijn manier van denken.

  • Door beschrijven, observeren en groeperen van verschijnselen  conclusies voegen we samen tot bewijzen = logica.




  • Socrates (de lelijke): zijn onderwijs bestond uit het spel van vraag en antwoord (‘Ik weet dat ik niets weet’)

  • Heel belangrijk vond hij zintuiglijke waarneming.

  • Socrates hoorde bij de aristocratische partij van Athene. Toen de democratische groep de macht kreeg werd hij tot de dood door de gifbeker veroordeeld.




  • Griekenland bestond uit verschillende onafhankelijke stadstaten  Polis (stad + omliggend gebied)

  • Eerst hadden de poleis een monarchie (=koning) als bestuur

  • Vaak geholpen door een kleine groep machtige families  aristoteles (=adel) of oligarchie (=bestuur door de besten)

  • Uit deze groep greep vaak 1 persoon de macht  tirannie

  • In Athene ontstond als eerste een democratie – de burgers (=mannelijke inwoners van de polis) hadden de macht

  • In 510 v.C. stichtte Cleisthenes in Athene de democratie. Een volksvergadering stelde wetten voor en koos en controleerde het bestuur.

  • Athene kende een directe democratie. Alle 30000 burgers mochten meepraten en stemmen. Voor een geldig besluit moesten 6000 burgers aanwezig zijn.

  • Vrouwen, slaven, immigranten mochten niet meedoen

  • De stadstaat Sparta kende een heel ander bestuur. Het was een aristoteles, geleid door een Raad van Ouden. Alle mannen waren soldaat.

  • In 431 v.C. = oorlog Sparta en Athene (elk met bondgenoten)  Peloponesische oorlogen.


2.2

  • Het Romeinse imperium en de verspreiding van de Grieks-Romeinse cultuur.

  • Over het ontstaan van Rome bestaan verschillende versies.. 1. Het verhaal van Romulus en Remus.. 2. Rond 750 v.C. ontstond bij een doorwaadbare plek bij de rivier de Tiber een nederzetting.

  • Rond 500 v.C. was Rome een echte stadstaat geworden

  • De laatste koning werd verjaagd en het werd een republiek. De macht kwam in handen van de Senaat (= leden van rijke families)

  • Rome verovert vervolgens het grootste deel van Italië.

  • Nu raakt het in oorlog met Cathago  Punische Oorlogen (264 -164 v.C.) Oorzaak: wie beheerst de graanvoorraad op Sicilië (Hannibal met de olifanten)

  • Na verovering van Spanje volgen o.a. Griekenland en Turkije

  • Door de succesvolle oorlogen werden legeraanvoerders steeds populairder en machtiger

  • Vaak bepaalden zij na burgeroorlogen wie de leiders van het Romeinse rijk werden

  • In de jaren 58 – 50 v.C. veroverde Gaius Julius Caesar Gallië (=Frankrijk)

  • Caesar vormt samen met Pompeius en Crassus het Eerste Driemanschap.

  • Later werd hij alleenheerser (=dictator)

  • In 44 v.C. werd hij doodgeschoten door een groep senatoren die vreesden dat hij koning wilde worden.

  • Zijn adoptiezoon Octavianus vormt dan een Driemanschap met Marcus Antonius en Lepidus.

  • Na een onderlinge oorlog wint Octavianus. Hij krijgt alle macht van de Senaat en tevens de erenaam Augustus.

  • Hij stichtte het Romeinse Keizerrijk. Hij wordt Caesar genoemd (=keizer)

  • Na de verovering van Brittannië en Dacia bereikt het Romeinse Imperium dan haar grootste omvang in 106 n.C.

  • De Romeinen hebben voorkeur voor ‘Natuurlijke grenzen – De Rijn, Donau, de Sahara en bergen.

  • Hoe kon Rome uitgroeien van stadstaat tot wereldrijk?

  • 1. De Romeinen hadden veel respect voor militaire kwaliteiten. Het beroepsleger was strak georganiseerd in legioenen van 6000 man. Met de aanleg van verharde wegen kon men een leger snel verplaatsen.

  • 2. Men was zeer bewust op roem, buit en gebiedsuitbreiding.

  • 3. Overwonnen volkeren mochten hun eigen cultuur houden.

  • Hierdoor ontstond een periode lange tijd rust en vrede = Pax Romana.


2.3

  • De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.

  • Na de verovering van Griekenland namen de Romeinen enorm veel kunst mee naar Rome. (Horatius: ‘Zo overwon het verslagen Griekenland zijn wilde veroveraar’)

  • De Egyptenaren hebben veel invloed gehad op de Griekse kunst. Deze kunst was plat en emotieloos.

  • Griekse beeldhouwers bestuurden nauwgezet lichaamsvormen en gezichten.

  • In de klassieke periode (5e, 4e eeuw v.C.) krijgen godenbeelden natuurlijke houdingen en levendige gezichten.

  • Met hun vormentaal wilden de Grieken perfecte schoonheid uitdrukken!

  • In de bouwkunst namen de Grieken de zuilen over van de Egyptenaren. Dorisch = sober en strak. Ionisch = ranker met mooie versiering aan onder- en bovenkant.

  • Wat betreft bouwkunst was het Parthenon op de Akropolis het hoogtepunt.

  • De Romeinen namen ook Griekse beeldhouwers en architecten mee naar Rome.

  • Dankzij Romeinse kopieën weten we hoe de Griekse beelden eruit zagen, want bijna alle originelen zijn verloren gegaan.

  • Ook de Romeinse architectuur was van een hoog niveau. Door beton, baksteen te gebruiken konden zij bogen, gewelven en koepels maken. (vb. Pantheon, tempel in Rome)

  • Typisch Romeins waren ook de aquaducten. Vanuit naar de gelegen plaatsen werd zo schoon drinkwater naar de steden gebracht (vb. Pont du Gard, Frankrijk)

  • In de openlucht werden toneelvoorstellingen gegeven in een theater en gladiatorengevechten in amfitheaters. (vb. Colosseum in Some)

  • Ook nu nog gebruiken architecten de ‘vormentaal’ van de Grieken en de Romeinen!





Pantheon in Rome


Panthenon van Akropolis in Athene


2.4

  • De confrontatie tussen de Griekse-Romeinse (antieke, klassieke cultuur) en de Germaanse cultuur.

  • De Germanen kwamen oorspronkelijk uit het gebied rond de Oostzee.

  • Vanaf 600 v.C. waren zij in het noordwesten van Europa gaan wonen.

  • Er waren verschillende volkeren – Teutonen, Alemannen, Friezen en Goten.

  • Ze leefden van de landbouw en kenden het schrift niet. Vechten vonden ze heel belangrijk en deden ze veel en vaak.

  • In de tijd van keizer Augustus begonnen de Romeinen het gebied van de Germanen te bezetten.

  • De Germanen vochten slecht georganiseerd maar echt moedig.

  • In 9 n.C. vond de Varusslag plaats. Drie Romeinse legioenen werden afgeslacht in het Teotoburgerwoud in N-Du (Bron= Romeinse Tacitus)

  • De Rijn bleef nu grens.

  • Sommige Germanen stammen in het grensgebied werden bondgenoten van de Romeinen. Ze verdedigden de grens en handelden met elkaar.

  • Deze Germanen in het grensgebied namen ook het Romeinse schrift over. De oudst bewaarde tekst van Nederland = het schrijfplankje van Tolsum (29 n.C.)

  • In de 3e eeuw n.C. verzwakt het Romeinse Rijk door invallen van Germaanse stammen. Toch weten sterke keizers het rijk te herstellen.

  • Eind 4e eeuw vinden de volksverhuizingen plaats.

  • Het Romeinse Rijk wordt gesplitst onder de opvolgers van keizer Theodosius de Grote West Romeinse Rijk – Oost Romeinse Rijk

  • In het WRR stichtten Germaanse krijgsheren eigen koninkrijkjes.

  • In 476 wordt de laatste keizer Romulus Augustus in Rome afgezet door de Germaan Odoacer.



Dovnload 0.49 Mb.