Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Getto max. C. van der Glas Getto Was Amsterdam tijdens de Duitse bezettingsjaren 1940 / 1945 een getto?

Dovnload 4.06 Mb.

Getto max. C. van der Glas Getto Was Amsterdam tijdens de Duitse bezettingsjaren 1940 / 1945 een getto?



Pagina5/7
Datum28.10.2017
Grootte4.06 Mb.

Dovnload 4.06 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

Jonas Daniël Meijerplein tijdens de oorlogsjaren

Rechts de Portugese-Israelische  Synagoge.
6. De Joodse Raad.
Net voor de verordening, dat alle joden uit heel Nederland zich in Amsterdam moesten vestigen, werd door de Duitsers gevraagd op 12 februari 1941 een Joodse Raad te vormen om de dagelijkse joodse zaken te behandelen.

Zij wezen 2 vooraanstaande personen uit de joodse gemeenschap aan, Abraham Asscher en David Cohen, die gezamenlijk voorzitter werden.

Eerst alleen voor Amsterdam, maar later zou dit uitgebreid worden tot heel Nederland.

Beiden hadden het volle vertrouwen van het overgrote deel van de Nederlands joodse bevolking, dat rond de 145.000 personen telde.

Helaas niet de consequenties daarvan te hebben kunnen overzien, deelde deze Joodse Raad allerlei verordeningen uit, die in feite gedicteerd werden door de Duitse bezetter.

Ongewild heeft de Joodse Raad meegewerkt aan de vorming van het getto Amsterdam.


Onder deze verordeningen van de Duitse bezetter, die voor een groot deel in opdracht van de Duitsers uitgevoerd werd door de Joodse Raad, waren onder anderen het bevel in 1941 om te verhuizen naar Amsterdam, de verordening van 2 mei 1942 waarbij het dragen van de Jodenster verplicht werd gesteld. In de jaren 1941 en 1942 hielpen ze mee bij het aanmelden voor arbeid in Duitsland (de Arbeitseinsatz) en daarna vanaf 1942 kwam de medewerking aan de deportaties naar werk en vernietigingskampen.

Door deze verordeningen en het volledig reisverbod voor alle joden op 5 juni 1942, maakte de bezetters Amsterdam tot een getto.


Wat de Joodse Raad niet deed en wat men had moeten doen, waren de belangen van de joodse bevolking behartigen en de bevelen van de nazi’s niet opvolgen.

De Joodse Raad is een aparte geschiedenis, dus zullen we hier niet verder op ingaan.



In ieder geval bestond er een Joodse Raad, wat ook belangrijk is voor de benaming van "getto".


7. Economische dwang.
Onder economische dwang kunnen we in dit geval de volgende verklaring geven:
Het sparen van arbeidskrachten (militairen) voor het opsporen en onder controle houden van een bepaalde doelgroep.
Toen de Duitsers in 1941 het bevel gaven aan alle Nederlandse joden om zich in Amsterdam te vestigen, was dit maar om één reden, namelijk om zo min mogelijk manschappen in te zetten bij het opsporen, aanhouden en deporteren naar de werk- en vernietigingskampen.

Ook het feit dat de transporten dan alleen vanuit Amsterdam zouden vertrekken, zodat minder arbeidskrachten (lees militairen) en transport middelen ingezet zouden hoeven te worden, speelden daarbij een grote rol.

Doordat niet iedereen gevolg gaf aan dit bevel, betekende dit voor de Duitsers een tegenslag, dat uiteindelijk, door meer manschappen en materieel in te schakelen, een economisch verlies opleverde.

Juiste inschattingen betreffende het daardoor geleden verlies zijn moeilijk in te schatten, maar dat zij aanzienlijk waren staat als een paal boven water.

Ook hier zien we weer een van de pijlers waarop de definitie van een getto berust.
8. Het sociale aspect.
Van enig sociaal aspect kan hier niet gesproken worden, omdat het onder dwang en niet op vrijwillige basis berust. Het enige sociale bestond hierin dat men nog enige steun vond bij elkaar, maar dat kan niet de bedoeling van de nazi's geweest zijn.

9. Conclusie.
Vóór de Tweede Wereldoorlog was Nederland voor joden een land waarin men zijn geloof kon belijden en zich vrij kon bewegen.

Hierin kwam verandering door enkele verordeningen van de Duitse bezetter in maart / april1941, waardoor de bewegingsvrijheid zou worden beperkt tot een minimum.

Deze verordening, dat álle joden in Nederland zich moesten vestigen in Amsterdam en het joden verboden werd met de trein te reizen of andere vervoersmiddelen te gebruiken, werden zij gedwongen om in Amsterdam te blijven.

Door deze afsluiting en beperking van vrijheid, werd een getto gecreëerd!



Als we de 4 hiervoor genoemde aspecten in overweging nemen, dan mogen we concluderen dat Amsterdam gedurende de bezettingsjaren 1941 tot 1945 een getto voor joden genoemd kon worden, van waaruit 85.000 joden gedeporteerd, en daarna vermoord werden in de vernietigingskampen.

Enkele foto's van versperringen gedurende de bezettingsjaren 1940-1945






1   2   3   4   5   6   7

  • 7. Economische dwang.
  • 8. Het sociale aspect.
  • Enkele fotos van versperringen gedurende de bezettingsjaren 1940-1945

  • Dovnload 4.06 Mb.