Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ggd afd jeugdgezondheidszorg, Sheda Broer, Ilona van der Linden Bureau Jeugdzorg, Antje Brouwer

Dovnload 240.53 Kb.

Ggd afd jeugdgezondheidszorg, Sheda Broer, Ilona van der Linden Bureau Jeugdzorg, Antje Brouwer



Pagina1/7
Datum22.07.2017
Grootte240.53 Kb.

Dovnload 240.53 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7


Samen voor het jonge risicokind en het kind met risico!


(sluitende aanpak in de voorschoolse periode)


Partners:

GGD afd jeugdgezondheidszorg, Sheda Broer, Ilona van der Linden

Bureau Jeugdzorg, Antje Brouwer

Jeugd GGZ Triversum: Marjolein Wansink

Jeugd GGZ Riagg: Karin van de Zwan

Loket Vroeghulp: Mieke Zock, Marga Klaphake

Kindergeneeskunde: Marlies van Houten

Huisartsgeneeskunde: Marieke Nolens, Natacha Wagenaar

MOC: Annelies de Leeuw


St Meerwaarde Maatschappelijk werk, Brechtje Mantel

MEE: Piëtro Finck, Martine de Ruiter

Gespecialiseerde verzorging: Thea Wesselman

GGZ de Geestgronden: Elly Driebergen, Helen Vissers

De Brijder Verslavingszorg: Laura van IJsseldoorn

Leger des Heils:Annette Nanne

Ons Tweede thuis: Miranda Kouters

Werkgroep Risicokinderen, Sluitende aanpak in de voorschoolse periode,

OKCConsultancy, 27 juni 2008

Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Voorwoord


Hoofdstuk 2 Samenvatting, aanbevelingen over werkwijze en afspraken

Hoofdstuk 3 Risicokinderen in de context van het jeugdbeleid van de gemeente

Haarlemmermeer en de CJG ontwikkeling.
Hoofdstuk 4 Inventarisatie van bestaande structuren en overleggen rondom kinderen die in

ontwikkeling bedreigd of vertraagd zijn.
Hoofdstuk 5 Verbeterd werkproces bij verwijzingen vanuit het CJG.

Hoofdstuk 6 Samenhang met anderen die zich in Haarlemmermeer bezighouden met

risicokinderen
Hoofdstuk 7 Privacyregels in de samenwerking van een Centrum voor Jeugd en Gezin

Hoofdstuk 8 Implementatie

Bijlage 1: Opdrachtformulering werkgroep

Bijlage 2: De jeugdarts en verpleegkundige JGZ in het kernteam binnen het CJG

Bijlage 3: Tekst Intakeformulier


Bijlage 4: Implementatieplan
Bijlage 5: Dossiervorming in de basiszorgketen van het CJG
Bijlage 6: Lijst met afkortingen en verklaringen

Hoofdstuk 1 Voorwoord



Voor u ligt het advies van de werkgroep ‘Samen voor het jonge risicokind en het kind met risico, een sluitende aanpak in de voorschoolse periode’. Deze opdracht is afkomstig van de stuurgroep CJG1, (Centra voor Jeugd en gezin) Haarlemmermeer. De stuurgroep is verantwoordelijk voor het tot stand komen van CJG’s in Haarlemmermeer2.

De opdracht aan de werkgroep is: ontwikkel een zodanige werkwijze dat risicokinderen van 0- tot schoolgaand, die ondersteuning of hulp nodig hebben, via de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) snel en via korte lijnen in beeld komen en doorgeleid worden. Een verbetering van afstemming wat betreft verwijzingen bij multiproblemgezinnen, valt buiten de opdracht van deze werkgroep.


De werkgroep heeft:



  1. een inventarisatie gemaakt van de bestaande overleggen, ten behoeve van risicokinderen en kinderen met een risico.

  2. gezamenlijk heldere samenwerkafspraken gemaakt over het signaleren, verwijzen en terugkoppelen van risicokinderen in het algemeen.

  3. definities van coördinatie van zorg en risicokinderen bepaald, die leidend zijn voor de beschreven werkwijze.

  4. een voorstel gemaakt om de coördinatie van zorg voor risicokinderen goed te beleggen.

  5. steeds zoveel mogelijk gebruik gemaakt van reeds bestaande zorgstructuren en afspraken, als deze al goed werken.

  6. contact gezocht met de Brijderstichting, de GGZ, de MEE, het Leger des Heils, Ons Tweede Thuis om ook met deze organisaties heldere samenwerkingafspraken te maken rond kinderen van verslaafde- , psychiatrische- , chronisch zieke ouders of van ouders met een beperking, de zogenaamde kinderen met risico (voor hun ontwikkeling).

De participerende werkgroepleden van de werkgroep ‘sluitende aanpak voor risicokinderen en kinderen met risico in de voorschoolse periode’ zijn: GGD-Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar, BJAA Loket Vroeghulp, MEE, St. Meerwaarde, GGZ Jeugdriagg, GGZ Triversum, MOC, Huisarts, Kinderarts en de Gespecialiseerde Verzorging onder voorzitterschap van OKCConsultancy.


In opdracht van de stuurgroep CJG hebben al meerdere werkgroepen gefunctioneerd ten behoeve van het ontwikkelen van een goede netwerkorganisatie in- en rond het CJG. De werkgroep ‘sluitende aanpak voor risicokinderen en kinderen met risico in de voorschoolse periode’ heeft gebruik gemaakt van hun afspraken en uitgebrachte adviezen.

Het betreft adviezen vanuit:



  • De werkgroep Vroeg- en Voorschoolse Educatie. Deze werkgroep heeft een advies en werkwijze uitgebracht om alle voor- en vroegschoolse educatie te stroomlijnen.

  • De werkgroep Opvoed- en Opgroeiondersteuning. Deze werkgroep heeft een advies uitgebracht over een algemeen preventief basisaanbod Opvoed- en Opgroei-ondersteuning voor alle kinderen en jeugdigen.

  • De werkgroep Overdracht. Deze werkgroep heeft een werkwijze ontwikkeld voor de overdracht van relevante kindgegevens van kinderen vanaf de zwangerschap.

In dit document wordt ook kort ingegaan op de ambities van de gemeente over de aanpak van risicokinderen, over de aansluiting van het CJG op de zorgstructuur van scholen en een mogelijke verbinding naar de regionale aanpak Multiprobleemgezinnen.


Leeswijzer:

Hoofdstuk 2 bevat een samenvatting en aanbevelingen over de werkwijze en afspraken die de werkgroep voorstelt.


In hoofdstuk 3 treft u het algemene kader aan, de context van het Haarlemmermeers jeugdbeleid, een definitie van het ‘risicokind’ en coördinatie van zorg en de benadering volgens ‘wrapped around care’ versus de ketenbenadering.
Hoofdstuk 4 bevat de inventarisatie van bestaande overleggen ten behoeve van risicokinderen.
Hoofdstuk 5 is een handleiding voor de professionals van de participerende organisaties voor verbetering van de werkprocessen. Er wordt een onderscheid gemaakt in:


  1. het ‘eenduidige’ verwijsproces

  2. het verwijsproces waarbij duidelijk is wat er moet gebeuren maar dat dreigt te stagneren

  3. het verwijsproces waarbij het niet duidelijk is wat er moet gebeuren

  4. het verwijsproces richting zorgmelding (als de verwijzing niet lukt en in het belang van het kind wel een hulptraject ingezet zou moeten worden)

  5. de link bij verwijzingen van multiproblem gezinnen (zie hiervoor het Werkdocument convenant Multiproblemgezinnen stadsregio Amsterdam).

Hoofdstuk 6 gaat over de afstemming met anderen die zich in Haarlemmermeer bezig houden met risicokinderen, zoals de scholen met hun eigen zorgstructuur.

De zorgstructuur binnen het CJG zal ook goed moeten aansluiten op de aanpak van multiproblemgezinnen3.

Ook is er samenwerking gezocht met organisaties die werken met ouders met een psychiatrische ziekte, met een beperking of met een verslaving. Kinderen van deze ouders lopen risico in hun ontwikkeling.


Hoofdstuk 7 bevat uitleg over de Privacyregels
Hoofdstuk 8 bevat een aantal suggesties voor de implementatie van de voorgestelde werkwijze.

Hoofdstuk 2 Samenvatting en aanbevelingen vanuit de werkgroep
Het ‘Wrapped around care’-model

Er zijn veel organisaties die zich bezighouden met signalering van risicokinderen inclusief beoordeling, interventie, zorg en nazorg. De gemeente heeft daarbij de wettelijke taak om als regisseur op te treden.

Dit betekent dat binnen het CJG de gemeente moet regisseren dat de verschillende partijen en specialismen de zorg aan het kind en de ouder veel beter gaan afstemmen (procesregie).

Alle netwerkpartners van een CJG moeten uiteindelijk volledig op elkaar inspelen en het liefst de zorg bij het kind en de ouder brengen. Met andere woorden: daar waar het kind en de ouder is, moet de zorg komen. Dit wordt ook wel het ‘wrapped around care model’ genoemd (figuur 1). Het wrapped around care model vereist sluitende afspraken in de samenwerking en gedurende het verwijsproces.




JGZ



AMW






BJAA

GGZ




Loket Vroeghulp


Brijder



MEE


MOC







jGGZ

Gesp. verzorging

Huisarts

Figuur1: ‘Wrapped around care’

Bij een wrapped around care model werken meerdere organisaties gecoördineerd samen, verwijzen volgens vaste sluitende afspraken, bouwen deskundigheid op rond een kind, zorgen voor een zorgvuldige dossiervorming én spreken steeds expliciet af wie richting ouders en kind de coördinatie heeft!



Alle kinderen en jeugdigen, en vooral zij die extra ondersteuning of hulp nodig hebben, moeten op deze manier snel en via korte lijnen in beeld komen en de benodigde steun krijgen. Zij zouden hierbij niet onnodig dezelfde gegevens een aantal maal opnieuw hoeven door te geven. Op deze manier zullen kinderen eerder op de juiste plek terecht komen en wordt de efficiency verhoogd.

Daarnaast kan de zorg ook inhoudelijk beter afgestemd worden.


Definitie Risicokinderen:

Risicokinderen zijn kinderen die ten gevolge van ongunstige determinanten, namelijk risicofactoren op kind-, ouder- en/of omgevingsniveau, in een risicosituatie terecht (kunnen) komen. Bij het kind uit zich dit door een (dreigende) verstoring van de ontwikkeling. De uitkomst is dat het kind zich niet optimaal ontwikkelt. (zie tabel 1 ongunstige ouder- en omgevingsfactoren op blz. 23)



Definitie Coördinatie van zorg3 : is de functie, die de afstemming van de hulp en zorg regelt, die vanuit verschillende voorzieningen aan een kind en diens gezin geboden wordt, zodat een op het kind en gezin toegesneden, samenhangend pakket van verschillende soorten hulp, zorg en diensten ontstaat, waardoor gezinnen zo veel mogelijk zelfstandig en vanuit hun autonomie de verantwoordelijkheid voor de opvoeding dragen en de veiligheid van het kind is gewaarborgd. De coördinatie betreft zowel de zorg in en aan het gezin als de afstemming tussen de zorgaanbieders.

Bij zorgcoördinatie hoort de bevoegdheid om de samenwerking van voorzieningen, die zorg leveren aan een kind/gezin, af te dwingen en de bestuurlijke verantwoordelijkheid en doorzettingsmacht om de medewerking van zorgaanbieders verplicht op te leggen als de gebruikelijke afstemming onvoldoende lukt en de zorg stagneert of wanneer er sprake is van een ernstig bedreigende situatie voor het kind.


Kortweg geformuleerd:



Coördinatie van zorg is de functie, die de afstemming en uitvoering van alle hulp en zorg verplichtend regelt voor en met gezinnen en zorgaanbieders.



De kern van de zaak:

De essentie van coördinatie van zorg bestaat uit:



  1. Een systeem van afstemming, informatie-uitwisseling en samenhangende zorgverlening voor kinderen en gezinnen op lokaal niveau (Centrum voor Jeugd en Gezin en zorgadviesteam op de scholen) en in de geïndiceerde jeugdzorg.

  2. De coördinatie betreft de casus én het proces, zowel de zorg in en afstemming met het gezin als de afstemming tussen de aanbieders van zorg, afgedekt door de bestuurlijke verantwoordelijkheid op gemeentelijk en provinciaal niveau in de vorm van doorzettingsmacht.

  3. Een werkwijzen die zich kenmerkt door opschaling corresponderend met de toenemende complexiteit en ernst van de problematiek (van licht naar zwaar, van eenvoudig naar zeer complex) uitgaande van de empowerment van gezin en jeugdige op basis van verplichte samenwerking tussen zorgaanbieders.



Definitie coördinator van zorg binnen het CJG:

De coördinator van zorg is degene die binnen het CJG



  • de verantwoordelijkheid heeft bij een verwijzing van een risicokind tot het moment dat de verantwoordelijkheid wordt overgedragen

  • overzicht heeft over dit deel van het verwijsproces,

  • de voortgang hiervan bewaakt en na een bepaalde tijd kijkt of er feedback is over hoe de verwijzing is verlopen

  • waarvan de eindverantwoordelijkheid wordt belegd bij de jeugdarts tenzij anders wordt besloten en de verantwoordelijkheid aan deze organisatie kan worden overgedragen.

In de werkgroep zijn uitgangspunten geformuleerd:



  • Waar het snel kan, doen we het snel. Geen onnodige bureaucratie maar handelen en terugkoppelen volgens afspraken.

  • Wrapped-around care’: breng de zorg daar waar het kind is (eventueel outreachend)

  • De JGZ is de dossierhouder in het CJG en wordt op de hoogte gesteld van ondersteunende of geïndiceerde zorg rondom een kind. De huisarts is dossierhouder van het medisch patiëntendossier en is op de hoogte van het hele gezinssysteem.

  • Verantwoordelijke aanwijzen: diverse verwijsprocessen zijn beschreven, waarbij steeds bepaald is wie de coördinatie van zorg of zorgcoördinatie3 heeft én dat de JGZ geïnformeerd blijft.

  • Wanneer een andere organisatie de zorgcoördinatie heeft overgenomen, wordt een contactpersoon doorgegeven aan de JGZ. Belangrijk in de sluitende samenwerking is dat er teruggekoppeld wordt naar de jeugdarts, de huisarts én naar eventueel andere betrokken organisaties over wíe de zorg coördineert en op dat moment de verantwoordelijkheid over de coördinatie van zorg draagt.

  • De jeugdarts werkt nauw samen met de huisarts (de samenwerking tussen jeugdarts en huisarts wordt landelijk uitgewerkt in LESA’s4 (landelijke eerste lijns samenwerkings-afspraken) 5


Afspraken rondom verwijsprocessen:




  • De organisaties in en rondom het CJG informeren altijd de jeugdarts en de huisarts, rondom het feit dat men een gezin in zorg of in begeleiding heeft.



Onderscheid wordt gemaakt in de volgende verwijsprocessen zie ook opschalingsmodel in hoofdstuk 5:


  1. Het ‘eenduidige’ verwijsproces

  2. Het verwijsproces waarbij duidelijk is wat er moet gebeuren maar dat dreigt te stagneren

  3. Het verwijsproces waarbij het niet duidelijk is wat er moet gebeuren

  4. Het verwijsproces richting een zorgmelding: De verwijzing, die niet lukt ondanks pogingen van de hulpverleners, en waarbij in het belang van het kind wel een hulptraject ingezet zou moeten worden, mondt uit in een zorgmelding

  5. Het verwijsproces waarbij meerdere partijen zijn betrokken. Het complexe verwijsproces rond multiproblemgezinnen (hierbij wordt aangesloten op de werkwijze volgens het convenant MPG gezinnen)



Belangrijkste verbeter-adviezen van de werkgroep:

Bij verwijsproces A:

Het verwijsproces wordt verbeterd door vaste contactpersonen bij elke organisatie te benoemen.

Ouders wordt door een aangepaste intake altijd toestemming gevraagd om terug te koppelen naar de JGZ.

Altijd wordt (indien er toestemming van de ouder is) terugkoppeling gegeven naar de JGZ als dossierhouder in het CJG over het feit dat iemand in zorg is genomen én (met instemming van en inzichtelijk voor de ouder) na afsluiting van de zorg de hoe en wat informatie.


Bij verwijsproces B:

Hiervoor gelden dezelfde afspraken als bij A en:

Bij problemen in de omgevingsfactoren van een kind wordt door de JGZ intensief samengewerkt met Maatschappelijk werk. De maatschappelijk werker kan gevraagd worden voor opheldering thuissituatie en doorgeleiding naar hulp. Of er kan via motiverende gespreksvoering gewerkt worden om alsnog een verwijzing te bewerkstelligen. Er wordt zo nodig outreachend gewerkt.
Bij verwijsproces C:

Hiervoor gelden dezelfde afspraken als bij A en:

Er wordt in elk CJG een kernteam geformeerd. Dit kernteam bestaat uit JGZ, maatschappelijk werk, bureau Jeugdzorg en Loket vroeghulp. Het kernteam zorgt voor verheldering van het probleem, pakt dit zelf op of verwijst naar de juiste instantie voor verdere diagnostiek. Dit kernteam zorgt voor aanvragen van richtinggevende diagnostiek.

De bureau jeugdzorg medewerker kan beschouwd worden als de zogenaamde ‘voorpostfunctionaris’ van het CJG. De voorpostfunctionaris van BJAA kan zelf de indicaties maken voor de geïndiceerde zorg.


Bij verwijsproces D:

Hiervoor gelden dezelfde afspraken als bij A of B of C:

Als in het belang van het kind (de Rechten van het kind) zorg zou moeten worden ingezet en het lukt niet, mondt de verwijzing uit in een zorgmelding.

Aan de andere kant meldt Bureau Jeugdzorg zijn betrokkenheid na een signaal van derden en na een zorgmelding altijd aan de JGZ in het CJG en aan de huisarts. Oftewel:Iedere zorgmelding wordt aan de huisarts en het CJG doorgegeven.
Bij verwijsproces E:

Link met de zorgstructuur rond MPG’n.

Bij een Multiproblem-gezin wordt er een melding gedaan bij de procesmanager. Deze zorgt voor een intensieve samenwerking volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan’, eventueel stelt hij als onderdeel van het plan een gezinsmanager aan, waarbij er altijd ook feedback plaatsvindt naar de relevante partijen, inclusief de JGZ in het CJG en de huisarts.


Link vanuit het CJG over kinderen van 0-4 jaar op de zorgstructuur van school en omgekeerd:

Om twee redenen is een goede schakel van het CJG met het onderwijs voor de gemeente van belang:



  1. Ten eerste gaat het om de coördinatie op het niveau van het individuele kind. Als risicokinderen door een kwalitatief goede voorschoolse zorgstructuur -zoals die nu binnen het CJG wordt vormgegeven -al vroeg in beeld zijn en vroegtijdig de ondersteuning krijgen, levert dat voor de scholen veel voordeel op. De school kan dan anticiperen en voortbouwen op eerder geleverde hulp en ondersteuning en wordt niet opeens met grote problemen geconfronteerd.




  1. Ten tweede komt er afstemming op populatieniveau. Het CJG kan de plek worden waar vanuit voor álle ouders preventieve en opvoedondersteunende programma’s gecoördineerd worden (voor ouders van kinderen van -10 m tot 19 jaar). Ook de school zou ouders kunnen toeleiden naar het CJG, maar omgekeerd kunnen bepaalde opvoedprogramma’s vanuit het CJG juist op school of op andere plekken waar ouders bijeen komen worden aangeboden. Belangrijk is dat de programma’s gecoördineerd worden en er overzicht is van het totale aanbod in de gemeente. Dit zou een taak van het CJG kunnen worden. Zie ook: advies over het algemeen preventief basisaanbod Opvoed- en opgroeiondersteuning voor alle kinderen en jeugdigen en het rapport van WSNS ‘Samen aan de slag met passend onderwijs’.

Afstemmen vanuit het CJG naar de basisschool is belangrijk om de coördinerende rol in het CJG goed en in doorgaande lijn vorm te geven.

De volgende lijnen kan men onderscheiden:


  • Er komt bij een naar schoolgaand kind vanuit het CJG een (dossier)overdracht vanuit de JGZ 0-4 naar de JGZ 4-12.

  • Over een risicokind vindt een overdracht plaats van de JGZ 0-4 richting de schoolarts van de desbetreffende school én de IB-er van de basisschool.

  • Is een kind nog in behandeling bij het kernteam van het CJG neemt de coördinator contact op met de IB-er. Indien nodig vindt een overdracht naar het ZAT van de desbetreffende school plaats.


  1   2   3   4   5   6   7

  • GGD afd jeugdgezondheidszorg, Sheda Broer, Ilona van der Linden Bureau Jeugdzorg, Antje Brouwer
  • Huisartsgeneeskunde: Marieke Nolens, Natacha Wagenaar MOC: Annelies de Leeuw
  • De Brijder Verslavingszorg: Laura van IJsseldoorn Leger des Heils:Annette Nanne

  • Dovnload 240.53 Kb.